Een duizendpoot, een pad en judo

Een hele tijd geleden bladerde ik in een boek van mijn bonuskinderen. Ik kan helaas niet terugvinden hoe het boek heet. Er staat in het boek een mooi verhaal over een duizendpoot en een pad.

‘Er was eens een duizendpoot die fantastisch kon dansen met al haar duizend poten. Als ze danste, kwamen alle dieren uit het bos kijken. En iedereen was diep onder de indruk van de prachtige dans. Maar een dier vond het niet leuk dat de duizendpoot danste. Dat was een pad…’

‘Die was natuurlijk gewoon jaloers.’

‘“Hoe kan ik ervoor zorgen dat de duizendpoot niet meer danst?” dacht de pad. Hij kon niet gewoon zeggen dat hij de dans niet mooi vond. Hij kon ook niet zeggen dat hij zelf beter danste, dat zou belachelijk klinken. Toen broedde hij een duivels plan uit.’

‘Vertel op!’

‘Hij schreef een brief aan de duizendpoot. “O onovertroffen duizendpoot!” schreef hij. “Ik ben een toegenegen bewonderaar van je prachtige danskunst. Ik zou graag willen weten hoe je dat doet. Is het zo dat je eerst linkerbeen 228 optilt en dan rechterbeen 59? Of begin je de dans door rechterbeen nummer 26 op te tillen voordat je rechterbeen nummer 449 optilt? Ik ben zeer benieuwd naar je antwoord. Groetjes, de pad”.’

‘Allemachtig!’

‘Toen de duizendpoot de brief kreeg, begon ze er meteen over na te denken wat ze nu eigenlijk deed als ze danste. Welke poot bewoog ze het eerst? En welke poot daarna? En wat denk je dat er gebeurde?’

‘Ik denk dat de duizendpoot nooit meer gedanst heeft.’

‘Ja, zo liep het af. Zo gaat dat wanneer de fantasie wordt verstikt door het verstandelijk redeneren.’

Wat is de moraal van het verhaal? Ik zie er een paar wijze lessen in.

Het is belangrijk dat we niet alles ‘dood’ redeneren. Het principe seiryoku zen’yō kan er toe leiden dat we blijven analyseren, waar we ook moeten ervaren. Perfectie is onmogelijk, want het kan altijd beter.

Echter, het verstandelijk redeneren beperkt de fantasie. Analyseren leidt er toe dat je niet in een flow raakt. De schoonheid en vrijheid van het bewegen kan verloren gaan. Uiteindelijk is er meer inspanning nodig voor een maximaal resultaat. Daarom is een goede balans tussen analyseren en ervaren belangrijk.

In de film “The Last Samurai” zit een mooie scène die dit illustreert. “Too many mind.”

De pad speelt ook een interessante rol in het verhaal. Hij drukt uit waarom het andere judoprincipe “jita kyōei” belangrijk is. Als je een vraag stelt of feedback geeft, dan is het doel de ander helpen of zelf leren. Als het alleen is voor het bevredigen van het eigen ego, kunnen we waarschijnlijk beter ons mond houden en onze eigen gedachten onderzoeken. Hierover schreef ik eerder in “Een leven lang leren”.

Ik vind het een veel mooiere gedachten dat we de duizendpoot complimenteren voor de schoonheid van haar dans en het plezier dat zij de anderen dieren schenkt. We kunnen kiezen voor het altijd analyseren, een mogelijke verbetering zien en de ander bekritiseren. Of we kunnen het verstandelijk redeneren af en toe beperken en de fantasie de vrije loop laten. Genieten van het moment.

Herken je dit ook in het verhaal? Zie je er nog andere wijsheden in? Laat het weten in de reacties…

4 gedachten over “Een duizendpoot, een pad en judo”

  1. Heel gaaf artikel.
    Denk dat er gezocht moet worden naar een gezonde balans.
    Als je iets aan het begin leert moet er aandacht zijn voor de details en de juiste uitvoering. Ook moeten er een groot aantal herhalingen gedaan worden om het in het spiergeheugen op te nemen.
    Echter op een bepaald niveau moet het spontaan en zonder gedachte gebeuren.

    Dat laatste niveau is denk ik echter niet te bereiken zonder de juiste oefeningen vooraf.
    Je kan niet zomaar ineens spontaan de juiste handelingen gaan doen.
    Ik ben zelf een groot fan van analytisch trainen en zoveel mogelijk alles door te nemen.
    Echter tijdens sparren doe ik mijn favoriete technieken voornamelijk spontaan en denk ik vooral na over de grote lijnen.

    1. Bedankt voor jouw reactie! Ik denk dat het ook goed is in het begin mensen eerst te laten proberen. Dan merken ze een paar keer dat het fout gaat en gaan ze zelf correcties maken (analytisch of op gevoel). Daarnaast kunnen ze hun fantasie gebruiken voor andere oplossingen.

      Als leraar wil ik soms direct analyseren en verbeteren, maar het eerst zelf ontdekken en ervaren is ook heel goed voor de judoka. Daarna kunnen we altijd nog een analyse maken met de judoka en andere opties uitproberen.

  2. Goede punten.
    Ik ga er heel uitgebreid op in 🙂

    Denk dat inderdaad door zelf te ervaren en te experimenteren men de techniek beter begrijpt en het beter blijft hangen.
    Ik denk dat fantasie gebruiken misschien pas echt mogelijk is als men al een goed beeld hebt van de fundamentele principes achter de technieken. Als men de kuzushi en de structuur achter een basis worp nog niet goed beheerst is het denk moeilijk om je eigen (complexere) variaties te bedenken.
    En als men een techniek nog niet goed kan uitvoeren in de training is het denk niet realistisch om te verwachten dat deze in een wedstrijd zal lukken.

    Daarentegen is denk iedere techniek een manifestatie van natuurkundige principes. En als men die principes begrijpt en beheerst dan is het mogelijk om ter plekke zelf variaties te bedenken en automatisch aan te passen aan de situatie.
    Iedere techniek heeft bepaalde voorwaarden waar het aan moet voldoen om te slagen en als aan deze voorwaarden wordt voldaan werkt die. Of een balansverstoring teweeg wordt gebracht door een grip op de rever, op de mouw, in de nek of een duw tegen de schouder is niet relevant. Als de balans maar verstoord wordt (in de juiste richting etc).

    Het is denk het belangrijkste dat we de achterliggende principes achter een techniek leren begrijpen en beheersen.

    Een boek waar ik zelf erg veel aan heb is Effective Offense van Marc Macyoung.
    Een gezegde uit dit boek luidt dat denken tijdens de training gebeurd.

    Tijdens de training test men de methodes en corrigeert men de bewegingen. Men maakt de herhalingen en probeert zoveel mogelijk onnodige bewegingen weg te schrapen.
    Vervolgens ga je de technieken steeds meer onder druk trainen, tijdens scenariotrainingen en randori.
    En uiteindelijk is het de bedoeling dat de methodes ook zonder na te denken uitgevoerd kunnen worden in wedstrijden.
    Het meeste werk wordt echter uitgevoerd in de training en het spontaan en zonder gedachte uitvoeren is een resultaat hiervan.

    Ik denk dat het een te grote sprong is voor de meeste mensen om slechts technieken te trainen en dan te verwachten dat de techniek spontaan en met volledige toewijding uitgevoerd kan worden in een wedstrijd.
    Ook doordat men veel kennis heeft over de techniek vertrouwt men de techniek en durft men het op volle kracht uit te voeren.
    Als men de techniek slechts oppervlakkig beheerst ontstaat er vaak een slordige of niet toegewijde versie van de techniek en valt de persoon vervolgens terug op wat men wel denkt te kunnen.

    Ik denk dat om als een duizendpoot te dansen we stapje voor stapje moeten beginnen 🙂

    1. Dit komt enigszins overeen met wat ik heb geschreven in Beschermen, kapotmaken en verlaten.

      Tegenwoordig werk ik overigens veel met open opdrachten i.p.v. techniek. De kinderen moeten bijvoorbeeld passeren. Dan gaan ze daar eerst mee spelen en zie je creatieve oplossingen. Goede dingen vergroten we uit en ik geef bijvoorbeeld de tip dat je ook heel goed kunt werken met de benen.

      Vervolgens wellicht een paar globale oefeningen waarbij ze de benen gebruiken. Nog steeds hebben ze veel vrijheid en gaan ze de benen op allerlei andere manieren gebruiken. Kinderen laten hun creativiteit gemakkelijker de vrije loop gaan.

      Elke keer ben ik weer verbaasd hoe fantasierijk kinderen zijn en hoe snel ze spelenderwijs leren. Ik leer ook van hun oplossingen. Ik heb geen hard bewijs, maar ik vermoed dat veel goede budoka ook veel spelen tijdens de training. Een goede balans onderzoeken vind ik erg interessant.

Geef een reactie