Witte band - White belt

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1)

Als beginner kan het judo erg intimiderend zijn. Zeker als je op latere leeftijd begint. Je loopt misschien als enige in een joggingsbroek met een t-shirt of een te grote judogi (judopak) met een lange, witte obi (judoband). Om je heen lopen allemaal judoka met mooi gekleurde of zwarte judobanden.

Als er dan ook nog judoka zijn die de meest rare vallen maken zonder een centje pijn, vervolgens prachtige worpen maken en uke (ontvanger) hard op de mat werpen, denk je wellicht “dit ga ik nooit leren”.

Toch kan iedereen judoën, ook op hogere leeftijd. Daar ben ik van overtuigd. Met de juiste sensei (leraar), uke en mindset kan iedereen plezier aan judo beleven en een beter mens worden door het ontwikkelen van lichaam en geest. Een zwarte band is een witte band die nooit opgaf.

In dit artikel de eerste vier van acht handvatten die belangrijk zijn voor de (beginnende) judoka. De andere vier verschijnen volgende week. De lijst is zeker niet compleet, maar (acht) brengt geluk in Japan. Heb jij nog andere goede tips? Laat het weten in de reacties onder dit artikel.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

1. Have fun

Op mijn negende begon ik mijn eerste judoles. Als ik terugkijk wanneer ik het beste leerde, dan is het vooral als ik plezier had. De trainingen waren een spel, waarbij je nieuwe dingen uitprobeert. Het was niet erg als ik faalde, want daar leerde ik van. Niet om de knikkers, maar om het spel.

Bijna alle creativiteit houdt betekenisvol spelen in zich besloten.
Abraham Maslow

Vanaf het begin was een band voor mij vooral om mijn pak bij elkaar te houden. Dit zorgde ervoor dat ik geen prestatiedruk had, maar kon genieten van de trainingen. Elke keer mijn eigen grenzen opzoeken (No limits) en continu verbeteren (Continu verbeteren).

Door deze mindset raakte ik soms even in een flow. Mijn enige doel was dan een prachtige worp maken. Ik werd een met mijn omgeving, vergat even de tijd en was volledig in het hier-en-nu. Geen afleidende gedachtes, geen zelfbewustzijn, maar volledig opgaan in judo. Een geweldige ontspannenheid die ik soms maar moeilijk buiten de tatami (judomat) kan ervaren.

Play is the highest form of reasearchIk ben er zeker van dat je sneller leert als je speelt en plezier hebt. Je bent niet bang om te falen en je bent creatief. Door veel te proberen, leer je wat wel en wat niet werkt. Doelen zijn een handig hulpmiddel, maar kunnen ook beperken en frustreren. Dus heb vooral plezier in het judo; je leert sneller en het blijft leuk!

2. Het resultaat is van ondergeschikt belang

Dat is een beetje raar. Een van de principes van judo is seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Nu zeg ik dat het resultaat van ondergeschikt belang is.

Natuurlijk is het resultaat belangrijk. Als jij een judoka bent, wil je jouw lichaam en geest ontwikkelen. Echter, de focus moet vooral gericht zijn op de weg naar het resultaat. Als je de juiste weg bewandelt, dan is het resultaat een logisch en natuurlijk gevolg van jouw acties.

Ongeacht of je wint of verliest, volg de juiste weg. Zelfs als je verliest door het volgen van de juiste weg, is dat waardevoller dan winnen via een verkeerde weg.
Jigorō Kanō

Veel beginnende judoka zijn vooral gefocust op het resultaat. Ze werpen met veel kracht uke op de mat, maar vergeten belangrijke basisprincipes zoals kuzushi (balansverstoring) en tsukuri (positioneren). In het begin geeft dit wellicht meer voldoening, maar het duurt veel langer voordat je judo begrijpt.

Leer eerst een worp langzaam in harmonie met de judoprincipes. Een mooie worp is daarna een logisch en natuurlijk resultaat.

Hetzelfde geldt in randori. Wil je snel verbeteren? Ga dan niet met veel kracht tegenwerken, maar richt je op het leren van de basisprincipes van judo. Seiryoku zen’yō en jita kyōei. Voel hoe de andere judoka jouw balans verstoort en welke waza (technieken) hij toepast. Probeer op speelse wijze technieken uit, als dit geen gevaar voor uke oplevert. Focus niet op winnen, maar op leren. (Randori is een chaos).

Richt de aandacht vooral op de weg, het resultaat is een logisch en natuurlijk gevolg. Als je dan toch onderweg bent, geniet van het uitzicht!

3. Leer correct valbreken

Mijn leraar Cor Esser zei altijd: “Waarvoor moet een zwemmer niet bang zijn? Water! Waarvoor moet een judoka niet bang zijn? Vallen!”. En zo is het.

Als een judoka bang is voor vallen heeft dit een remmend effect op het leren van judo. De judoka gaat krampachtig bewegen in een defensieve houding om maar niet te vallen. Op deze wijze gaat veel energie verloren.

Daarnaast leer je judo vooral door spelen en proberen. Als je bang bent om waza te proberen uit angst voor het vallen, dan stagneert de ontwikkeling van lichaam en geest. Daarom moet veel aandacht worden besteed aan het correct valbreken.

Door het beheersen van het valbreken wordt ook het risico op blessures verminderd, waardoor je meer trainingen kunt volgen. En als je een goede uke bent die correct valt, dan kun je ook anderen beter leren judoën. Judoka die niet correct leren valbreken, stagneren niet alleen zelf in hun ontwikkeling. Zij remmen ook de ontwikkeling van de judoka waarmee zij trainen, omdat ze geen goede uke zijn.

UkemiWil je echt leren judoën, besteed dan veel aandacht aan ukemi-waza (valbreken) totdat je hier volledig comfortabel mee bent. Zorg ervoor dat je altijd jezelf goed kunt redden vanuit alle situaties met correct valbreken. Begin met de basis, waarbij je goed jouw hoofd en lichaam beschermt. Zorg ervoor dat je voldoende lichaamsspanning hebt, zodat je de val goed opvangt met je hele lichaam en een goede uke bent. Dan kun je pas echt judo leren.

4. Leer eerst verdedigen

Eigenlijk sluit dit handvat aan op de vorige handvatten. Vaak zijn we de ongeduldige tori en willen we graag een prachtige uchi-mata of andere worp maken. Gericht op het resultaat hebben we geen tijd voor het leren van correct valbreken, een goede uke zijn en judoprincipes.

Misschien vinden sommigen de volgende tip raar. Leer eerst verdedigen. Als je eenmaal goed kunt verdedigen, dan kun je meer focussen op aanvallen.

Het eerste voordeel is dat als je goed leert verdedigen, je de andere judoka tot wanhoop kan drijven. Hij probeert van alles, maar kan niet door jouw verdediging komen. Op een gegeven moment raakt hij wellicht zo gefrustreerd dat hij grotere risico’s gaat nemen. Dat is het moment dat er een opening komt voor jouw eigen technieken.

Een ander voordeel is dat je in het begin waarschijnlijk niet zo goed bent in verdedigen. Tori werpt jou regelmatig met een prachtige worp. Dit is heel fijn, want je leert snel welke technieken mogelijk zijn vanuit een bepaalde positie. Deze waza kun jij ervaren, afkijken en ook leren toepassen.

Vanouds maakten vaardige krijgers zich eerst onoverwinnelijk om daarna te wachten tot de vijand zich kwetsbaar opstelde.
The Art of War (Sun Tzu)

Ondertussen perfectioneer je jouw verdediging, zodat de technieken van tori steeds vaker mislukken. Dit heeft als voordeel dat jouw verdediging steeds beter wordt. Tegelijkertijd leer je de kwetsbaarheden in een techniek, zodat je als tori jouw technieken onverdedigbaar voor uke maakt.

seiryoku zenyo jita kyoeiUiteraard bedoel ik niet met kracht en gestrekte armen verdedigen. Nee, ik bedoel verdedigen door het juiste gebruik van jouw lichaam en de technieken van tori neutraliseren. Denk hierbij aan begrippen als tai-sabaki (draaien van het lichaam) en hara (blokkeren door het verlagen van jouw lichaamszwaartepunt). Geen kracht, maar souplesse. Denk aan seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Leer verdedigen zonder kracht, zodat je steeds meer tijd hebt voor het leren van de situaties en toepassen van jouw eigen technieken. Doe dit in harmonie met de judoprincipes.

Volgende keer meer…

Dit waren de eerste vier handvatten voor de (beginnende) judoka. Volgende week de andere vier handvatten. Wil je het vervolg zeker niet missen? Laat jouw e-mailadres achter onder het kopje “Abonneer je op dit Blog via E-mail” (linkermenu) en je ontvangt een e-mail bij elk nieuw bericht op deze blog. Laat ook vooral jouw mening achter in de reacties.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

Met dank aan Marie-José Nieuwenhuizen, Annemarie Leemans, Vanessa Bot, Richard de Bijl en Loek van Kooten.

7 gedachten over “Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1)”

  1. In sport heeft verdedigen vaak een negatieve en passieve reputatie.
    In judo gaat het hierbij om het behouden van je balans en het werken vanuit je kracht.
    Voordat je hebt leren rennen heb je eerst leren lopen, voordat je leerde lopen heb je leren staan, voordat is je kon staan heb je leren opstaan en voordat je kon opstaan heb je….. Leren vallen 🙂

  2. Ik denk dat deze handvatten (ik ben ook benieuwd naar de volgende 4), niet alleen voor de beginnende judoka van belang zijn? Ook de meer gevorderde judoka kan hier wat aan hebben. Vooral het plezier hebben in de sport (welke sport dan ook) helpt erg mee om het voor lange(re) tijd vol te houden.

  3. Andere tip? Leer judo met iemand met een zo hoog mogelijke band en zo veel mogelijk ervaring. Het lijkt leuk, samen met beginners werken. Maar die ‘zwarte band’ weet wél hoe hij je veilig kan werpen zonder dat je denkt dat je al je botten breekt. Jouw ukemi-waza is één, maar het echte werk is met twee. Voel je vertrouwd met een hoge bander!

Geef een reactie