Sint Willibrords Abdij

In het oog van de orkaan

Het is maandagochtend. De laatste van april. Vandaag niet richting het werk, maar ik sta toch vroeg op. De laatste spullen moeten nog worden ingepakt voor een zenweek. Voor zen heb je blijkbaar toch meer nodig dan alleen jezelf, dus er gaan wat extra douchespullen en kleding in de tas. Een eigen kussen is ook wel prettig, want in het klooster zijn de kussens meestal niet zo comfortabel.

Ik heb nog wat tijd over, dus kijk nog een aflevering via “Uitzending Gemist” met als resultaat dat ik tijd te kort kom en moet haasten. Een snel besluit om de lunch over te slaan en dan maar iets harder rijden. Tijdens de rit bedenk ik wat ik allemaal nog moet doen als ik terugkom. Halverwege krijg ik toch erg trek, dus dan maar wat eten langs de weg halen en opeten tijdens het rijden. Niet echt zen.

Sint Willibrords Abdij

Sint Willibrords AbdijNa een paar rustige landwegen in de bosrijke omgeving van Doetinchem kom ik op een grote parkeerplaats. Op dit moment heb ik nog niet veel aandacht voor de omgeving. Ik hoor wel het grind knarsen onder mijn auto. De kapel is verlaten en het hek is gesloten. Aarzelend bel ik aan bij een grote houten deur. Een monnik opent hartelijk de deur. ‘Raoul is in het gastenverblijf. Ik zal hem even voor je bellen op zijn mobiel. Ik doe het hek voor je open en dan moet je rechtdoor rijden en aan het einde links, daar kun je parkeren.’ Het hek werkt met een code en gaat daarna automatisch open. De techniek staat voor niets.

Raoul, de leraar van de zenweek, vangt mij op en wijst mij een kamer toe. Een kleine eenpersoonskamer, maar dit keer met eigen sanitaire voorzieningen. Het kussen op het bed is inderdaad wat dun en zacht.

Ik gooi mijn spullen in de hoek en ga terug naar de vergaderzaal. Een gemêleerd gezelschap kijkt mij aandachtig aan. “Wat doet een jongeman van 27 jaar hier?” Ik moet niet invullen voor een ander en vraag mezelf af: “Zitten er verlichte zielen tussen of zijn zij ook op zoek naar antwoorden?”

Gelukkig ben ik nog enigszins op tijd en komen er nog twee mensen later dan mij aan. Ondertussen hoor ik een man en vrouw spreken over Azië, een mooi onderwerp waar ik over mee kan praten. De man weet echter veel meer over het onderwerp en kan teren op vele jaren meer levenservaring en ik luister geïntrigeerd.

We zijn compleet. Het is tijd voor de huishoudelijke mededelingen. Er zal niet worden gesproken met elkaar, tenzij echt noodzakelijk. Mobiele telefoon alleen op de kamer en liever niet gebruiken. Iedereen wordt verwacht te helpen met de afwas en het afruimen van de tafel. Het programma wordt ook meegedeeld en kan kort worden samengevat: eten, slapen en zen. Het meest opvallende is vijf uur opstaan. Ik ben de gelukkige die iedereen mag wekken, dus dat betekent half vijf opstaan en op iedereen zijn/haar deur kloppen tot een teken van leven wordt gegeven.

Zazen

Ik loop naar de kamer en zet mijn mobiel op vliegtuigstand. Lekker rustig voor een week. Ik bedenk dat ik helemaal geen ‘zafu’ (meditatiekussen) mee heb genomen. Dat is gelijk aan je zwembroek vergeten als je gaat zwemmen. Gelukkig liggen er boven voldoende extra. De zendo op de zolder waar wordt gemediteerd is erg donker en er is een prachtige rotstuin in de ruimte.

Na een korte observatie constateer ik dat er geen plaats meer vrij is, behalve direct naast Raoul. Dit betekend een week lang extra stil zitten en weinig geluid maken. De eerste sessies beginnen. Ik neem een halve lotushouding aan en de klankschaal klinkt om de start aan te geven. Na ongeveer een minuut heb ik het wel gehad. Ik ben onrustig. Mijn hele weekprogramma bij terugkomst heb ik al uitgedacht in deze ene minuut. De halve lotushouding is oncomfortabel. Gelukkig duurt een sessie meestal maar 20-25 minuten…

Misschien had ik de weken voor de zenweek moeten oefenen. Ik had het ook wel geprobeerd een paar dagen achter elkaar, maar dacht dat ik meer behoefte had aan slapen dan mediteren ’s avonds laat of ’s ochtends vroeg. Dat brak mij nu op, want mijn onderrug was gevoelig en mijn benen sliepen. Ik had een reële angst dat ze wellicht moesten worden geamputeerd. Welke houding ik ook subtiel probeerden aan te nemen (eigenlijk moet je stil zitten want beweging verstoort de aandacht), het hielp niet.

De eerste twee dagen waren een ramp. Ik wilde naar huis. Waarom was ik hier? Wat wilde ik bereiken? Het werd helemaal niet rustiger in mijn hoofd. Ik werd alleen bewuster van de onrust van gedachte op gedachte. Waarom deze oncomfortabele houding?

Antwoorden kwamen er niet, alleen maar meer vragen. Maar toch wil ik blijven zitten en volhouden. Ik wil niet doorgaan, maar ook niet opgeven.

Het enige wat mij deze dagen op de been hield waren de vegetarische maaltijden. ’s Middags een warme maaltijd en ’s ochtends en ’s avonds een broodmaaltijd. In rust en met aandacht eten is een aparte ervaring. ‘Normaal’ eten voor de televisie zorgt ervoor dat je achteloos het eten doorslikt. Maar hier is geen afleiding en ik proef het eten werkelijk. Ik geniet van het eten en neem dan ook minimaal vier boterhammen per keer en een paar crackers met kaas, jam en stroop.

Naast de maaltijden is thee een smeermiddel voor de geoefende zenbeoefenaar. Er wordt veel thee gedronken voor en na de meditatiesessies, in het bijzonder de variant Sterrenmunt. Er wordt alleen afgeweken van thee voor koffie om wakker te blijven, maar ik heb besloten geen doping te gebruiken voor het mediteren.

Tijdens de zenweek ontstaat bij mij een serieuze angst dat Sterrenmunt wellicht verslavend werkt, dus af en toe kies is voor de variant Groene thee ginseng of Earl Grey.

Persoonlijk onderhoud

In principe is er elke dag een persoonlijk onderhoud met de leraar. Tijdens de meditatiesessie wordt je één voor één uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek met de leraar in een aparte kamer. Het lopen ernaar toe is heerlijk en ik doe er extra lang over om tijd te winnen. In het onderhoud stelt de leraar vaak lastige vragen om meer over jezelf te leren. Wellicht dat de gesprekken daarom vaak zo ongemakkelijk aanvoelen. De relatie tussen leraar en leerling is ook onbegrijpelijk. Soms lijkt het een puur zakelijke relatie, andere momenten goede vrienden en soms een belerende opvoeder.

Raoul vraagt hoe het gaat. Ben ik eerlijk en zeg dat ik echt het nut van deze hele week niet inzie of draai ik erom heen? Ik gok op empathie in plaats van een preek en besluit open kaart te spelen. “Ongeacht waar je bent, je moet er echt voor gaan”, zegt Raoul. “Zorg ervoor dat je niet de laatste bent, maar symbolisch als eerste aanwezig bent voor de meditaties en wandelingen.” Dit is het mentale aspect, maar ook fysiek krijg ik tips. “Zorg voor een rechte rug, dit gaat het gemakkelijkst als je je bekken iets naar voren kantelt. Als je pijn voelt, verplaats je dan in de pijn. Ervaar en accepteer het en het gaat vanzelf weg. In het oog van de orkaan is het vaak rustig.”

De woorden komen aan. Misschien ging ik alleen in het judo er echt helemaal voor. Met andere zaken ging ik er wel voor, maar misschien met een lichte terughoudendheid voor als het niet lukt of anderen het afkeuren? Ik besloot er deze week volledig voor te gaan. Goede houding en goede instelling. Lichaam volgt geest of geest volgt lichaam?

Van tsunami naar storm

Vanaf dat moment gingen de meditatiesessies veel beter. Het was geen tsunami van gedachten in mijn hoofd, maar een rustige storm. Het kostte weinig moeite om relatief stil te zitten en ik zag af en toe allemaal mooie patronen op de grond. Alsof een gouden gloed van onder mijn meditatiekussen en matje verscheen.

Naarmate de week vorderde werd het steeds rustiger in mijn hoofd. Het werd nooit helemaal rustig, dat lukt niet in een week. Daarvoor moet je, volgens horen zeggen, regelmatiger mediteren voor een lange periode, maar ik kon merken dat ik rustiger werd.

Op een gegeven moment mocht ik op de drum slaan van Raoul tijdens het reciteren van de hartsoetra. De tekst is een ademhalingsoefening en bevat volgens sommigen het volmaakte inzicht.

Ik weet niet of deze taak een beloning, aanmoediging, praktische oplossing of wellicht gewoon een oefening van de leraar was. Deze vraag spint door mijn hoofd tijdens het drummen, daarnaast ook nog eens gevoelens van spanning en trots. Omdat ik ben afgeleid en niet alleen focus op regelmatig drummen, gaat het drummen een paar keer mis. De kunst van het loslaten en focussen heb ik blijkbaar nog niet geperfectioneerd. Naarmate de hartsoetra vordert, lukt het steeds beter. Het is ook meteen een goede oefening om het idee van perfectie los te laten. Het draait om aandacht voor de soetra en het drummen.

Stengel in de wind

Op een middag wordt er buiten gemediteerd aan de rand van een akker bij een blauwe sluis of stuw. De zon schijnt volop en er waait een rustige wind. Op dit moment ben ik veel bewuster van de omgeving. We gaan zitten in een kring zo goed en kwaad als het gaat en een kleine bel klinkt om de start van de meditatiesessie te benadrukken.

Ik heb geen sokken aan deze keer en voel mij meer verbonden met de omgeving. Het zit vast in mijn hoofd, maar het is vergelijkbaar met het verschil tussen een auto en motor. Op de motor voel je je meer onderdeel van de omgeving als de wind langs je kleding raast, dan in een auto waar de omgeving langs je raam voorbij trekt en je een soort passieve toeschouwer bent.

Tijdens de meditatie valt mijn oog op een stengel. De stengel waait in de wind. Ik blijf focussen op de stengel hoe deze meewaait in de wind. Het raakt iets in mij, maar ik kan het niet benoemen. Ben ik ontvankelijker geworden voor de natuur door meerdere dagen meditatie of ben ik oververmoeid door het elke morgen vroeg opstaan? Ik weet niet wat er resoneert in mij, maar ik ervaar een enorme rust en fascinatie voor de eenheid wind, stengel en ik. De meditatiesessie vliegt voorbij en ik baal na afloop hoe snel het moment verstreken is.

Als ik ’s avonds weer mediteer hoop ik het zelfde gevoel te ervaren, maar het moment is geweest. Niets was, niets wordt, alles is. Het is wel rustiger in mijn hoofd, maar de kalmte die ik ervoer tijdens het focussen op de stengel in de wind komt niet terug.

Zonsopgang

Het is inmiddels vrijdagmorgen, de laatste dag. Ergens ben ik blij dat het allemaal voorbij is, maar tegenstrijdige gedachten willen dat de zenweek langer duurt. Ik begrijp het niet. Deze ochtend gaan we vroeg wandelen rond half zes.

Normaal lopen we altijd twee uur ’s middags in straf tempo in een lange rij. In de rij wordt niet met elkaar gepraat en het is de bedoeling om als ‘één lichaam’ te bewegen. Het is moeilijk te concentreren op het gelijk lopen met de voorganger, de ademhaling en ook nog eens genieten van de omgeving. Daarnaast kregen we vaak ook nog een mantra voor onderweg die de nodige aandacht vergde. Ondanks dat dit natuurlijk niet allemaal lukte, genoot ik wel van de wandelingen. De mooie omgeving van Doetinchem, de lange weg naar het kasteel, de koeien die lekker liggen in het gras en de lichte regenbuitjes.

Maar deze ochtend is anders. Op de koude wind was ik niet voorbereid en ik voel hem dwars door mijn jas. Echter is de morgen in het bos zo mooi. De zonsopgang is prachtig met zijn verschillende kleuren en de optrekkende mist geeft het een mystiek tintje. Het lopen in de kou is misschien ook wel comfortabeler dan zitten in de halve lotushouding. Het is een mooi moment om de zonopkomst mee te maken.

Het fotomoment

Zenretraite Slangenburg 2014Na nog een paar meditatiesessies en ontbijt moet er een groepsfoto worden genomen. Er wordt uitgebreid nagedacht over de plaats en de positie van de zon. Een paar cursisten denken hardop mee. “Nee, de labeltjes van de kussens moeten aan de achterkant anders staan ze op de foto. Het is ook de achterkant van het kussen.” “Allemaal onze schoenen uit het beeld, dit staat niet netjes op de foto.” en “Wel allemaal rechtop zitten en dezelfde positie voor de foto.” Ik geniet van de ijdelheid en hoop dat ik zelf ook mooi op de foto wordt gezet.

Na de foto’s vind een korte evaluatie plaats. Iedereen deelt zijn bevindingen. Het is geestig om mensen nu te horen praten. Bij veel mensen voel ik een verbondenheid, ondanks dat ik weinig of niet met ze heb gepraat. Misschien is de verbondenheid wel groter, omdat je samen een hoop hebt meegemaakt. Pijn op een kussen gecombineerd met momenten van rust. Het willen opgeven, maar de groep niet in de steek willen laten. Mijn beeld van sommige mensen lijkt redelijk te kloppen, bij anderen zit ik er compleet naast als zij over hun ervaringen vertellen. Iedereen heeft zijn eigen hindernissen en succesmomenten ervaren.

Het loslaten

Iedereen geeft elkaar een hand of drie zoenen en neemt afscheid. Het is een soort anticlimax. Net op het moment dat je met elkaar mag praten, gaan de eerste mensen richting huis. We drinken thee en ik vraag me af of ik ooit nog op een zenweek ga en wie van deze mensen ik dan weer ontmoet. Ik voel toch een soort verbondenheid.

Ik besluit mijn kamer op te ruimen en mijn spullen te pakken en neem ook afscheid van de gastvrouw die met ons mee at in stilte. Op weg naar huis besluit ik de radio de eerste paar kilometers uit te laten en mijn mobiel nog niet aan te zetten. Ik zit achter een langzaam rijdende tractor en probeer mijn gehaaste gevoelens te onderdrukken en besluit niet in te halen. Ik ben blij als de tractor linksaf een akker op rijdt, zodat ik gas kan geven. Op de snelweg zet ik de radio aan en ik denk aan wat ik allemaal nog moet doen.

In de buurt van Bodegraven besluit ik even een korte rustpauze te nemen. Ik kies voor het AC restaurant, dat lijkt me toch beter als afsluiter van een zenweek dan de McDonald’s. Op mijn mobiel controleer ik mijn e-mail en WhatsApp-berichten. Ik voer meerdere gesprekken tegelijk. Ik besluit om rustig aan een tafel te eten en mijn mobiel weg te leggen tot na het eten, zodat ik met aandacht van mijn eten en thee kan genieten.

Een gedachte over “In het oog van de orkaan”

Geef een reactie