Judoleraar of niet?

In mei 2016 jongstleden had ik een jubileum. Het was tien jaar geleden dat ik mijn diploma Jeugdjudoleider heb behaald. Sindsdien heb ik op verschillende verenigingen lesgegeven en diverse clinics verzorgd. Inmiddels ben ik ook Judoleraar-B.

Het afgelopen jaar heb ik veel nagedacht over het leraarschap. Ik zal een aantal van mijn gedachten met jullie delen. Wellicht hebben jullie hierover ook ideeën, dan hoor ik ze graag. Voor andere lezers is het wellicht inspiratie tot bezinning. Reageren kan onder deze blog of via Facebook.

Waarom wordt je judoleraar?

Op jonge leeftijd begon ik met assisteren in de judolessen, zodra ik zelf een klein beetje begreep van judo. Ik wilde graag anderen helpen en vond het leuk. Het was geen weloverwogen beslissing, maar iets wat op natuurlijke wijze ontstond.

Vervolgens besloot ik om zelfstandig les te gaan geven en ik werd gediplomeerd judoleraar. Allemaal in de trant van “worden wie je bent”, zonder veel bezinning. Nu ik ouder ben denk ik:

Wat zou een bewuste keuze kunnen zijn voor het zijn van judoleraar?

Een reden kan zijn de overdracht van de krijgskunst. Als niemand meer judo onderwijst, dan sterft het langzaam uit. Vooral bij oude koryū met slechts enkele volgelingen kan dit een belangrijke drijfveer zijn.

Bij judo is dit minder belangrijk, want er zijn leraren over de hele wereld. Een interessante vraag is natuurlijk wel wat de kwaliteit is van hun lessen. Het complete judo moet worden overgedragen met de juiste normen en waarden, niet een donkere schaduw van het ware judo.

De beste manier om iets te leren is er les in te geven.Seneca

Bruce Lee - Good teacherLeraar worden kan ook voortkomen uit de wens om zelf beter te worden. Het was Seneca die zei: “De beste manier om iets te leren is er les in te geven.” Als leraar moet je namelijk boven de stof staan, dit leidt tot verdieping. Ook zul je merken dat als je iets uitlegt dit leidt tot een andere benadering van judo. Zeker als de leerling ‘lastige’ vragen stelt.

De ultieme drijfveer is wellicht het meegeven van belangrijke opvoeding aan kinderen. Het was Jigorō Kanō zelf die stelde: “Niets onder de zon is groter dan de opvoeding. Door iemand op te voeden en hem de maatschappij in te sturen, leveren wij een bijdrage die zich uitbreidt in honderd komende generaties.”

Het motiveert altijd weer enorm als (oud-)leerlingen vertellen hoe judo hen heeft geholpen in hun leven. Meerdere leerlingen (en ouders) hebben mij bedankt, omdat ze meer zelfvertrouwen of discipline hebben gekregen of andere voordelen hebben gehaald uit de trainingen. Uiteindelijk doen de judoka dat zelf, maar soms help je een klein beetje met het zoeken van een weg.

Ik vind het fijn als ik bedenk hoe judo mij heeft geholpen in moeilijke en mooie tijden. Mede dankzij een aantal leraren en hun wijze woorden. Dat ik dit cadeau nu door mag geven. Het is mooi als je een (oud-)leerling terugziet en in hun kracht voelt staan. Ook als je daar slechts een kleine bijdrage aan hebt geleverd. Dat is voor mij ook een uitdrukking van jita kyoei, wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen.

Toch maar geen judoleraar

Dat zijn allemaal redenen dat ik met veel plezier judoleraar ben. Toch twijfel ik de laatste tijd steeds meer. Twijfel is op sommige momenten zeer zinvol. De mensen die nooit twijfelen, zijn vaak niet de wijste mensen. Op dit moment heb ik twee belangrijke twijfels ten aanzien van het leraarschap.

De eerste twijfel is dat alle tijd die ik les geef niet kan besteden aan mijn eigen training. Natuurlijk is het waar dat je van lesgeven ook leert, maar het is anders.

Je wilt jezelf blijven ontwikkelen, dat kan niet door alleen lesgeven. Als je er bent voor de judoka die les krijgen, dan ben je er met volle aandacht voor hen. Als leraar ben je ook verantwoordelijk voor de veiligheid, dus je kunt moeilijk voor jezelf een kata bestuderen of bepaalde waza variëren. Laat staan een boek over achtergronden of filosofie lezen.

Overigens zijn er helaas leraren die alleen lesgeven en zichzelf niet langer continu ontwikkelen. Dit is een van de ergste dingen die je jouw leerlingen kunt aandoen. Een goed voorbeeld geven is juist een persoon zijn die zichzelf continu ontwikkelt, jiko no kansei. Dit moet een meester of juffrouw uitstralen.

Ik weet dat ik niets weet.Socrates

Mijn andere twijfel vloeit natuurlijk voort uit de vorige twijfel. Ik zie nog zoveel vlakken waarop ik kan ontwikkelen. Het is in mijn ogen waar wat Socrates zei: “Ik weet dat ik niets weet.” Hoe meer ik judo bestudeer op de tatami en in het dagelijks leven, hoe meer ik besef hoe weinig ik weet en hoe veel ik nog kan ontwikkelen.

Zeker nu ik ben begonnen met Braziliaans jiujitsu merk ik bijvoorbeeld hoeveel er nog meer mogelijk is in het judo op de grond (ne-waza). Ook bij het bestuderen van koshiki-no-kata en itsutsu-no-kata ervaar ik hoe weinig we nog weten van de inhoud. Een laatste voorbeeld is dat ik het dagelijks leven nog regelmatig situaties tegenkom, waar ik energie verspil en seiryoku zen’yō en andere judoprincipes niet optimaal toepas.

Kan ik dan wel lesgeven als ik zelf nog volop in ontwikkeling ben?

De humaniteit van een meester

Eigenlijk is de vraag eenvoudig te beantwoorden en ook weer niet. Ik kan lesgeven, terwijl ik zelf nog in ontwikkeling ben. In ontwikkeling zal ik namelijk altijd blijven, daarnaast wil ik graag alles wat het judo biedt delen met anderen.

Zo blijft het judo bewaard voor honderden generaties die nog komen en gaat er hopelijk niets verloren. Ik help ook graag judoka, zodat zij er ook veel baat bij hebben in het dagelijks leven. Als laatste wil ik graag goede judoka opleiden, zodat ik met ze kan trainen (randori en kata) en van ze kan leren!

Tot de humaniteit van een meester hoort het zijn leerlingen voor hem te waarschuwen.Friedrich Nietzsche

Daarbij moet ik wel de kanttekening maken dat ik mijn leerlingen moet waarschuwen, want ik heb ook niet de antwoorden. Echter, “de beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.”

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.Wijzen waar judoka kunnen kijken. Dat kan ik wel. Hopelijk vinden zij dan ook iets in het judo wat zij hun hele leven met zich meedragen. Principes waarmee ze hun leven bewust kunnen leiden. Wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen. Ik heb iets waardevols gevonden in het judo omdat vele wijze leraren mij hebben leren zien. Hopelijk kan ik dit aan anderen doorgeven. Ik weet niets, maar heb in ieder geval meer dan twintig jaar op vele plaatsen gezocht.

7 gedachten over “Judoleraar of niet?”

  1. Hallo Sebastiaan, ga zo door. Ik geniet telkens weer van jouw stukken. Zo herkenbaar en doeltreffend. Top.

    Ben zo vrij geweest om jouw link door te geven aan mijn CIOS medestudenten Opleiding Judoleraar A/B.

    Fijn weekend,

    Rene

  2. Sebastiaan,

    Hulde voor je stuk. Herkenbaar ook. Een lust om te lezen en om in totale bezinning goed over na te denken.
    Keep up the good work

  3. Dank je wel voor de positieve reacties. Ik las in een brief van Jigorō Kanō op de blog van Loek van Kooten het volgende en vond het mooi aansluiten op mijn artikel:
    “Ik bedacht me dat dit met recht een zinvolle training was, en dat ik deze kunst niet in mijn eentje moest leren, maar aan veel meer mensen moest onderwijzen.”

Geef een reactie