Mokuso

Ik begin en eindig mijn budotrainingen met mokuso. Het is Japans voor “gedachten stil maken”. Het wordt ook vertaald als “meditatie”. Zoals met meerdere termen in budo dekt dit maar half de lading. Mokuso is in mijn ogen een enorm belangrijk onderdeel van budotraining.

Schakelaar

Vooral de eerste keer zijn sommige mensen een beetje nerveus of lacherig tijdens mokuso. Dat is natuurlijk niet vreemd. In Japan is het de normaalste zaak van de wereld, maar in het Westen kom je zelden in aanraking met meditatie. Daarnaast wordt het vaak gebracht als iets heel mystieks of speciaals.

Eigenlijk is het niets bijzonders. Het is een soort schakelaar. Voor de training dient mokuso om lichaam en geest voor te bereiden op de training. We proberen ons (huis)werk, zorgen en verlangens los te laten, zodat we met volledige focus kunnen trainen. Aan het eind van de training dient het als moment om weer terug te schakelen naar het dagelijks leven. Het is een overgangsperiode tussen het dagelijks leven en training en omgekeerd.

Mokuso zorgt daarmee voor een effectievere training door het aanbrengen van focus. Dit is ook toepasbaar in het dagelijks leven. Tussen verschillende activiteiten even een kort moment van rust nemen, zodat je vorige taak is afgerond en je volledig kan focussen op de nieuwe taak.

Roze olifant

MokusoWat houdt mokuso dan precies in? Meestal wordt aan het begin en eind van de training alle budoka opgesteld in geknielde zit. Vaak roept de leraar of een leerling mokuso en wordt het rustig. Na een tijd roept dezelfde persoon yame (einde) en is de sessie afgelopen. Tijdens de sessie zit je geconcentreerd met een buikademhaling, maar waar denk je aan?

Misschien kennen jullie het voorbeeld van de roze olifant. De trainer zegt: “denk niet aan een roze olifant”. Het gevolg is dat iedereen automatisch denkt aan een roze olifant. Hetzelfde geldt voor “denk aan niets”. Het is bijna onmogelijk.

Daarom geef ik bij mokuso liever de opdracht “luister hoe druk of rustig het is in jouw hoofd”. Mensen worden dan bewuster van hun gedachten. Vaak als je luistert naar jouw gedachten zonder oordeel, wordt het rustiger in jouw hoofd. Zeker als je vaker oefent, laat je gedachten steeds eenvoudiger los.

Ichi-go; ichi-e

Dave Lowry spreekt in zijn boek “In The Dojo” nog over een andere methode voor mokuso. Hij refereert naar het gezegde “Ichi-go; ichi-e” uit het chado (theeceremonie). Het betekent “één moment; één kans”. Alles in het leven maak je maar één keer mee, want het volgende moment ben jij veranderd en is de situatie anders. Uiteraard geldt dit ook voor trainingen. Daar wil je dus het beste uithalen.

Tijdens mokuso aan het begin van de training stel je de vraag heb ik vandaag van alle momenten voor de training het beste gemaakt? Na de training stel je de vraag, heb ik het beste van de training gemaakt? Als je dit niet gedaan hebt, is het volgende moment of training een nieuwe kans om er het beste uit te halen.

Wellicht worden je gedachten hier niet rustiger van, maar je gebruikt mokuso wel nuttig. Je haalt het beste uit jouw leven en elke training. Daarnaast leer je focus aanbrengen en bewust omschakelen tussen activiteiten. Misschien leer je zelfs waarderen dat alles in het leven veranderlijk is.

Mokuso in het dagelijks leven

Er zitten dus veel voordelen aan het beoefenen van mokuso. Je kunt meer rendement uit de training halen door het aanbrengen van focus. Daarnaast kun je als de geest minder verstoord is door gedachten sneller en spontaner reageren in bijvoorbeeld randori. De samurai van vroeger waren dan ook veel bezig met meditatie. Op het slagveld wilden ze niet denken aan de dood of overwinning. Ze moesten volledig zijn gefocust op het gevecht met de vijand.

Stilte en concentratie hebben ook voordelen in het dagelijks leven. Stress is op dit moment één van de grootste veroorzakers van ziekten en de dood. Door het oefenen van mokuso en het eenvoudiger loslaten van gedachten, zal de stress verminderen.

Daarnaast oefen je in het focussen op de taak waarmee je bezig bent. Dit leidt tot meer rust en vaak zul je de taak beter uitvoeren. Uiteindelijk zul je meer energie voelen en nieuwe inzichten krijgen. Daarom raad ik iedereen mokuso aan als onderdeel van de training.

Yagai-geiko

De gemiddelde dojo voor het bestuderen van vechtkunsten is tegenwoordig een prachtige zaal vol luxe. Ik zie steeds grotere dojo met prachtige verende matten (judo) of een houten vloer (kendo). Trainen in de dojo is praktisch en erg verleidelijk.

Vroeger was alles beter

Vroeger was het echter anders. De trainingen vonden vaak buiten plaats. Veel daimyo (Japanse krijgsheren) konden zich geen speciale dojo veroorloven. De trainingen vonden veelal plaats op braakliggend terrein, binnenplaatsen en veranda’s.

Dit was ook uit andere overwegingen. Weinig gevechten vonden plaats in een mooie overdekte dojo met egale vloer. Het buiten trainen was realistischer door de wisselende weersomstandigheden en het natuurlijke terrein.

Volgens Dave Lowry in zijn boek “In The Dojo” bleven de samurai dan ook buiten trainen, toen de daimyo rijker werden en zich wel een dojo konden veroorloven.

Yagai-geiko of no-geiko

Yagai-geiko (buiten training) of no-geiko (veldtraining) is nu veelal niet meer nodig uit praktische overwegingen. Veel budoclubs en -verenigingen beschikken over een eigen dojo of huren een gymzaal. Buiten trainen is voor sommige vechtkunsten zelfs enigszins onpraktisch. Bijvoorbeeld is bij judo het niet altijd even prettig vallen op gras of zand.

Ik kan toch iedereen het buiten trainen aanraden. Misschien denk je dat buiten trainingen niet zo romantisch is als het bovenstaande fragment uit “The Karate Kid”, maar eigenlijk komt het best dicht in de buurt!

Het oefenen op natuurlijk terrein is een verrijking voor de training. Deze zomer heb ik getraind in een park op een zeer onregelmatig grasveld, terwijl het begon te waaien en druppelen. Ik heb zoveel geleerd over maai (afstanden) en mijn eigen balans. Kata is heel anders zonder judogi en als je het koud hebt.

Ju-no-kata op het strandOok op het strand was een prachtig leermoment. Met een zeebriesje en zand dat wegschuift onder de voeten wordt het ju-no-kata heel anders. Ook hier is het bepalen van afstanden voor de aanvallen veel moeilijker. Het ju-no-kata leent zich trouwens erg goed voor yakai-geiko. Het kan zonder aanpassingen in “normale” kleren en het kata is zonder valbreken.

Nog meer voordelen

Het trainen in verschillende weersomstandigheden op verschillende natuurlijke ondergronden is natuurlijk een groot voordeel. Ook het gebruik van verschillende kleding kan leiden tot aanpassingen en variaties op technieken. Op het strand in een zwembroek is een pakking met revers en mouw onmogelijk.

Denk ook aan het trainen van bijvoorbeeld metsuke. Op het blog van Mitesco staat hier een interessant artikel over.

“Daarom is de opperste concentratie van het judo en aikido een geconcentreerde blik maar geen staren of fixeren. Wanneer je je ogen fixeert, zie je eigenlijk niets meer, en dus is dat gevaarlijk. In de budo wordt nogal eens gesproken over ‘enzan no metsuke’ (遠山の目付け) wat betekent: ‘kijken als naar een verre berg’. Als je naar een berg in de verte kijkt, zie je niet alleen de berg, maar ook de hele omgeving. Met zo’n ‘wijdse’ blik moet je ook met je partner omgaan: goed kijken, zonder je eigen bedoelingen te verraden en alles zien.”

Yakai-geiko kan worden gebruikt voor het oefenen in goed kijken. Niet focussen, maar de hele omgeving waarnemen. Uiteraard kan dit voor alle zintuigen worden getraind. Denk aan het horen van de golven, wind en zeemeeuwen op het strand.

Ga de natuur in

Yagai-geiko of no-geikoUiteraard kunnen er nog veel meer voordelen worden gehaald uit trainen buiten de dojo. Ik wil iedereen uitdagen om uit de heerlijk gekoelde of verwarmde dojo de natuur in te stappen. Het leidt vaak tot verbeteringen op technisch, tactisch, fysiek en mentaal vlak. Ik hoor graag jullie ervaringen via de reacties of een persoonlijk bericht.

Bewuster leven met judoprincipes

Bovenstaande nummer is uiteraard Badlands van Bruce Springsteen. Ik heb “The Boss” live mogen aanschouwen tijdens Pinkpop 2012. Wat een brok energie. Bruce kan als geen ander rake teksten zingen op prachtige muziek en dit overbrengen op zijn publiek. Badlands is één van mijn favoriete nummers van Springsteen. Voor mij gaat dit nummer over het niet uitstellen van het leven tot later, maar genieten van elk moment en controle over het leven nemen.

Het uitstellen van het leven past niet in de Oosterse filosofie. Daar draait het om leven in het nu. Uitstellen lijkt ook in tegenspraak met de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei van het judo, die in het dagelijks leven een belangrijke leidraad vormen. Dit licht ik toe verderop in deze blog.

Het is nooit genoeg

MotivatieHet nummer Badlands doet mij dus denken aan hoe mensen soms het leven uitstellen tot later. Dit komt vooral omdat mensen niet tevreden zijn met wat ze hebben, maar steeds meer willen. Mensen die week na week hard (over)werken voor grotere huizen en grotere auto’s.

Het is nooit genoeg. Elke salarisverhoging wordt direct gebruikt voor het kopen van nog meer luxe. Will Smith verwoordt het prachtig: “Te veel mensen geven geld uit dat ze niet hebben verdiend, om dingen te kopen die ze niet willen, teneinde mensen te imponeren die ze niet mogen.” Of zoals Bruce Springsteen het zingt in Badlands.

“Poor man want to be rich
Rich man want to be king
And a king ain’t satisfied
Till he rules everything”

Wellicht is bovenstaande niet op jou van toepassing, maar ik herken er wel iets van in mezelf. Toch weer die gedachte aan een extra gitaar, mooie spiegelreflexcamera of nieuwe boeken. Gelukkig ben ik tevreden met wat ik heb en sommigen vinden mij in een aantal opzichten minimalistisch.

Weinig plezier beleven aan arbeid

Niet heel lang geleden las ik het boek De omgekeerde werkweek van Gerhard Hormann. Hij stelt het drastisch omgooien van de werkweek voor met twee werkdagen en vijf dagen weekend. “Want zodra je eenmaal beseft dat betaalde arbeid niet anders is dan het verkopen van je vrije tijd in ruil voor geld, beleef je er weinig plezier meer aan.”

Het voordeel is dat hierdoor veel vrije tijd ontstaat voor andere zaken, bijvoorbeeld het werken in een eigen moestuin en verlenen van mantelzorg. Hierdoor kan geld worden bespaard op voedsel en de zorg. Maar ook voor het achtervolgen van jouw dromen in plaats van de dromen van een ander. Misschien wil je wel een boek schrijven of vaker genieten van jouw (klein)kinderen.

Niet het leven uitstellen en steeds werken voor meer, maar het optimaal omgaan met jouw energie, tijd en geld. Het boek van Gerhard Hormann bevat geen praktische adviezen, maar wel veel mooie ideeën voor een nieuwe relatie tussen mens en arbeid.

Efficiënt omgaan met middelen

Ik vond het boek erg inspirerend en liet het bezinken. Minder werken betekent minder inkomen. Hoe los ik dit op? Dan halen we Bruce Springsteen en Will Smith er weer bij… niet altijd meer willen. Tevreden zijn met wat je hebt.

Neem bijvoorbeeld een huis. Je kunt steeds een groter huis kopen en vol stoppen met spullen die je nooit of zelden gebruikt en veel tijd steken in het schoonmaken en onderhouden van dit huis. Echter een klein huis met alleen spullen die je veel gebruikt, kost veel minder tijd qua onderhoud en kosten. Het kan ook sneller worden afgelost, hierdoor heb je lagere maandlasten en voila… minder werken!

The things I needEen ander voorbeeld is het opzeggen van het televisieabonnement. De tijd die je bespaart, kun je weer gebruiken voor bijvoorbeeld het lezen van boeken. Er zijn tegenwoordig veel gratis boeken op Internet of je kunt een abonnement nemen bij de bibliotheek. Boeken spreken veel meer tot de verbeelding.

Moet iedereen dit doen? In mijn ogen niet. Misschien heb je geweldig en dankbaar werk, maar ik hoor veel mensen klagen over hun werk. Of mensen die niet bewust kiezen waaraan zij hun kostbare energie, tijd en geld besteden. Iedereen kan voor zichzelf bewuste keuzes maken. Een mooie leidraad hiervoor is het judoprincipe seiryoku zen’yō.

Seiryoku zen’yō

Voor mij bleek weer hoe relevant de filosofie van Jigoro Kano met het judo nog steeds is, ook in het dagelijkse leven. Seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Het optimaal inzetten van jouw middelen voor een maximaal resultaat. Daar draait het uiteindelijk om.

Ben jij bewust bezig met de zaken waarvan jij gelukkig wordt? Gebruik je jouw inspanning (en middelen) voor wat jij echt ten diepste van binnen wilt of verspil je dit aan randzaken. Overigens is dit voor iedereen anders. De één wil meer reizen, de ander wil misschien meer tijd doorbrengen met zijn of haar geliefde.

Als je eenmaal weet wat je ten diepste van binnen wilt, kun je kijken wat je daarvoor nodig hebt. Je kunt dan ook besparen op wat niet langer nodig is. Als je bijvoorbeeld gezonder wilt leven, kun je een paar overuren maken voor het betalen van een fitnessabonnement. Maar een andere optie is het verkopen van de tweede auto en op de fiets naar het werk. Van het geld dat maandelijks wordt bespaard, kun je minder gaan werken en meer bewegen in de natuur.

Zo kun je op vele vlakken bewuste keuzes maken. Besteed je jouw inspanning optimaal aan de zaken die jouw gelukkig maken? Of kun je wellicht met minder energie, tijd en geld een beter resultaat halen? Besteed je jouw energie aan het druk maken over het verleden of geniet je van het moment? Besteed je jouw geld aan een groter huis of meer tijd met jouw geliefde? Ga je meer geld verdienen voor een dure vakantie of ga je lekker lang backpacken in het buitenland? De keuze is aan jou!

Jita kyōei

Wellicht zijn er slimme mensen die zeggen als iedereen alleen aan zichzelf denkt volgens bovenstaand principe, dan is het geen leuke wereld. Gelukkig heeft Jigoro Kano daar ook aan gedacht met zijn andere judoprincipe jita kyōei. Hierover schreef ik al eens eerder in het artikel Het amorele systeem waarin wij leven. Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Slotwoord

Mijn ultieme doel is dat, door bewuste keuzes te maken, mijn inspanningen volledig bijdragen aan mijn geluk, maar ook aan een betere wereld. Hopelijk geven de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei jou ook inspiratie tot het bewust omgaan met energie, tijd en geld. Zodat jouw inspanningen maximaal bijdragen aan het leven van jou en anderen.

Too much ego will kill your talent

“Ego is just like dust in the eyes. Without clearing the dust, we can’t see anything clearly. So clear the ego and see the world.”

Ik train vaak met Bas Bakker, een gepassioneerde vechter met ervaring in vele vechtkunsten. Bas traint onder andere Koryu Ju Jutsu en Araki Ryu. Hij heeft uitgebreid verschillende krijgskunsten bestudeerd en vele andere dojo bezocht voor verbreding van zijn horizon. Wij hebben vaak gesprekken over krijgskunsten en ook het ego komt regelmatig ter sprake.

De ontvanger bepaalt

Wat is er zo bijzonder aan het ego in de krijgskunst? “De ontvanger bepaalt.” Oftewel het ego kan de waarneming van de krijger beïnvloeden door het filteren en kleuren van de waarneming. Zowel de waarneming van zichzelf als de buitenwereld. Op deze wijze kan het ego een enorme belemmering vormen voor de eigen ontwikkeling, omdat men niet volledig open staat voor nieuwe ervaringen en inzichten.

Always remember: too much ego will kill your talent

Too much ego will kill your talentEen goede krijger kijkt kritisch zonder vooroordelen naar zichzelf en zijn systeem (technieken, tactieken, principes, etc.) . Op welke punten worden nog fouten gemaakt of is verbetering mogelijk? Iemand met een groot ego ziet geen fouten, waardoor er weinig of geen progressie plaatsvindt. Als iemand fouten erkent, kan hij of zij verbetering zoeken. Bijvoorbeeld door het leren van andere krijgers en krijgskunsten. Voor het leren van andere krijgers of krijgskunsten moet de nieuwe situatie met een open mind worden benaderd.

Open mind

Observeer zonder vooroordelen en neem zoveel mogelijk alleen de feiten waar. Welke waza (technieken) worden gebruikt? Wat zijn de onderliggende principes van de technieken en krijgskunst? Welke maai (afstand) houden de beoefenaars tussen elkaar in het gevecht? Hoe geeft de sensei (leraar) les?

Selectie op basis van studie

Na open bestudering van nieuwe technieken en krijgskunsten kan men kijken welke principes of technieken geschikt zijn binnen het eigen systeem. Wellicht is daar wel eerst een aanpassing voor nodig.

Jigoro Kano, uitvinder van het judo, nam bijvoorbeeld een aantal technieken één-op-één uit oude ryu (scholen/leergangen) over. Andere technieken werden aangepast voordat ze werden toegevoegd aan het judo en weer andere technieken waren niet geschikt voor judo en zijn dan ook niet opgenomen in het systeem. Maar deze selectie vond pas plaats na uitgebreide studie van de technieken uit de oude ryu.

Evolutie van krijgskunsten

Uiteraard is dit principe toepasbaar binnen elke krijgskunst. Laat het ego niet de reden zijn om niet te leren van andere beoefenaars en krijgskunsten. Van iedereen kan men iets leren, soms hoe het wel moet en soms hoe het niet moet. Zelfs als men ziet hoe het niet moet, kan wellicht inspiratie worden opgedaan voor verbetering van de eigen technieken en krijgskunst. Laat geen kans liggen om van iemand anders te leren, omdat het ego de ander veel beter of slechter vindt.

No limits

Uit onderzoek van de Amerikaanse Napoleon Hill voor zijn boek blijkt dat veel succes komt vlak nadat een persoon er helemaal doorheen zat en wilde opgeven. Ik heb het boek Think and Grow Rich niet gelezen, maar herken het wel uit eigen ervaring met bijvoorbeeld judoën en gitaarspelen.

Het ervaren van een limiet

Er zijn van die periodes dat ik keihard train, maar weinig vooruitgang boek of stilsta. Soms heb ik dan zelfs het idee dat ik achteruit ga. Het voelt alsof ik mijn limiet heb bereikt. Mijn techniek wordt niet meer beter of zelf slechter, nieuwe technieken werken niet goed en mijn fysieke en mentale conditie gaan langzaam achteruit. Het gevolg is teleurstelling, soms zelfs frustratie. Je traint keihard, maar het levert weinig op.

Vertoeven op een plateau

In dit soort periodes is het accepteren van mijn grenzen en opgeven erg verleidelijk. Sommige mensen doen rustiger aan of stoppen zelfs. Toch is het vaak zinvol om op dit soort momenten te volharden en door te gaan met oefenen. Tenslotte doe ik nog steeds ervaring op en anders train ik mijn geest in doorzettingsvermogen en discipline. Of zoals Thomas Edison, uitvinder van de gloeilamp, sprak: “Ik heb niet gefaald. Ik heb enkel 10.000 manieren ontdekt die niet werken.”

Verleggen van een limiet

Bruce LeeHet is een bekend verschijnsel dat vlak voor een grote doorbraak je soms eerst even stil staat of zelfs een kleine terugval hebt. Toch als je eenmaal door volharding blijft trainen, komt er een moment dat je jouw limiet bereikt en overschrijdt. Je ziet nieuwe mogelijkheden en merkt dat je een grote sprong vooruit hebt gemaakt. Je beschikt over betere technieken, nieuwe technieken en je fysieke en mentale conditie verbetert. Je bent klaar voor het opzoeken van de volgende limiet.

Bruce Lee heeft het mooi verwoord: “Als je altijd een limiet plaatst op alles wat je doet, lichamelijk of wat dan ook, dan verspreidt zich dit in jouw werk en leven. Er zijn geen limieten. Er zijn alleen plateaus, daar moet je niet blijven, je moet ze overstijgen.”

Omgaan met een limiet

Wat voor mij goed werkt bij het bereiken van een limiet is een rustperiode of het verleggen van de focus. Denk maar eens aan een dag vol problemen waarop niets wil lukken. Na een goede nachtrust of meditatie, kun je vaak een dag later dezelfde problemen met frisse zin eenvoudig oplossen.

Of een training waarin een worp blijft mislukken. Dan schuif ik het trainen van de bewuste worp op naar een latere training. Eventueel zoek ik thuis nog wat extra informatie op. Een training later lukt het dan vaak direct of het gaat in ieder geval een stuk beter.

Met gitaarspelen ervaar ik hetzelfde. Als het niet meer lukt of goed voelt, dan speel ik soms even een week of langer geen gitaar of ik speel iets compleet anders. Na zo’n periode kan ik dan vaak weer veel beter spelen. Het geheugen krijgt tijd om de vingerzetting op te slaan en je hebt weer veel meer zin en energie. Na een week geen judo of gitaarspelen barst ik van de energie om te oefenen.

Ik maak overigens wel altijd bewust de keuze tijdelijk rustiger aan te doen of de focus te verleggen. Ik doe dit nooit uit teleurstelling of frustratie, maar met een weloverwogen doel en positieve attitude.

Ayrton SennaOp deze wijze kunnen vele limieten worden overschreden. Of in de woorden van de succesvolle autocoureur Ayrton Senna: “Op een bepaalde dag met bepaalde omstandigheden, denk je ‘Ok, dit is de limiet.’ Maar zodra je deze limiet bereikt, gebeurt er iets en plots kun je net een klein stukje verder. Met de kracht van jouw geest, jouw doorzettingsvermogen, jouw instinct en ook ervaring, kun je het ver schoppen.”

Trainen voor het echie

“Een beroemde zwaardvechter bezoekt een daimyo. Bij de daimyo verblijft ook een ronin, een samurai zonder meester, die erg overtuigd is van zijn vaardigheden met het zwaard. De ronin hoort over de zwaardvechtkunsten van de gast en hij vraagt of hij les kan krijgen in zwaardvechten. Met andere woorden, de ronin wil een serieus gevecht. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar op aandringen van de daimyo geeft de zwaardvechter toe.

In de tuin vechten de zwaardvechter en ronin met houten oefenzwaarden. Bijna gelijktijdig raken de twee strijders met het houten zwaard het lichaam van de ander.
De zwaarvechter zegt: “Begrijp je deze techniek?”
De ronin kijkt erg tevreden over zijn gelijkspel tegen een beroemde zwaardvechter en antwoord: “Ja, het is een gelijkspel.”
De zwaardvechter reageert kalm: “Nee, ik heb gewonnen.”

De ronin vraagt om een tweede gevecht. Dit gevecht verloopt precies hetzelfde, ze raken elkaar bijna gelijktijdig. De ronin zegt wederom dat het gelijkspel is en de zwaardvechter antwoordt dat hij gewonnen heeft.

De ronin wordt kwaad, terwijl de daimyo geïnteresseerd toekijkt en ook de woorden van de zwaardvechter in twijfel lijkt te trekken. De ronin wil nog een wedstrijd, maar nu met scherpe zwaarden. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar wederom wordt hij overruled door de daimyo.

Voordat het gevecht goed is begonnen, is het voorbij. De ronin valt op zijn knieën met zijn hoofd in tweeën gesplitst. De zwaardvechter loopt naar de daimyo en laat de plaats zien waar de ronin hem elke keer raakte. Alleen zijn bovenkleding is licht gescheurd, maar zijn onderkleding en huid zijn nog volledig intact.”

Het bovenstaande verhaal komt uit het boek Legends of the Samurai van Hiroaki Sato. Naast dat het zeer amusant is om te lezen, denk ik dat er een wijze les in zit verscholen. Je kunt de realiteit niet uit het oog verliezen tijdens het trainen van krijgskunsten.

Houten zwaard vs. scherp zwaard

In het verhaal lijkt de ronin zijn bokken (houten oefenzwaard) gelijk te stellen aan een scherp zwaard. Nu weet ik uit ervaring dat als je niet oplet en een bokken tegen je lichaam krijgt dit heel vervelend is, maar (tot nu toe) niet dodelijk. Ik denk dat weinig mensen er aan twijfelen dat een scherp zwaard in handen van een zwaardvechter dodelijk is.

Een bokken is dus niet gelijk aan een scherp zwaard. Trainen met een bokken is uiteraard een goed alternatief voor het oefenen met een echt zwaard. Het is misschien veiliger, maar verlies de realiteit niet uit het oog.

Trainingswapens

Een praktijkvoorbeeld uit mijn eigen ervaring komt uit het kime-no-kata. In dit kata zit een handeling waarbij het zwaard uit de schede wordt getrokken, voordat een slag wordt gemaakt. Ik oefende dit met een bokken en deed alsof ik de bokken uit een denkbeeldige schede trok, zoals dit is voorgeschreven in het kata. Na een tijd adviseerde iemand mij om te oefenen met een echt zwaard. Het bleek dat ik het zwaard op mijn manier helemaal niet kon trekken, omdat het uiteinde van het zwaard nog steeds in de schede zat. Had ik nooit met een echt zwaard geoefend, dan had ik nog steeds een symbolische handeling uitgevoerd die nergens op slaat. Laat staan als ik op een slagveld had gestaan met mijn zwaard nog in de schede…

Realiteit en zelfverdediging

De realiteit is nog belangrijker als je traint voor zelfverdediging. De kans dat je op straat een zwaard bij je hebt en kan trekken is vrij klein. Ik laat mijn wapens in ieder geval altijd thuis als ik niet ga trainen.

Maar stel je eens voor dat je wordt aangevallen met een mes. Je hebt het kime-no-kata duizenden keren geoefend met een houten mes, dus kent een aantal verdedigingen op mesaanvallen. Je bent vol overtuiging dat je kunt mesvechten. Maar nu blijkt dat met angst het snel wegdraaien (tai-sabaki) van een wapen veel moeilijker is. De adrenaline pompt door je lichaam. Daarnaast blijkt de aanvaller een ervaren mesvechter, hij houdt het mes anders vast en steekt niet recht van voren. De verdedigingen uit het kime-no-kata blijken niet aan te sluiten op de realiteit van nu. Je had misschien liever je geld en horloge gegeven.

Dat is het risico van trainen en de realiteit uit het oog verliezen. Tijdens het oefenen van kime-no-kata staat de aanval vast, dus je weet wat er komen gaat. Daarnaast is het mes van hout, dus de kans op zware verwondingen is klein. Vervolgens blijkt dat de aanvallen uit het kime-no-kata, maar een beperkte selectie zijn uit de vele mogelijkheden met een mes. Daar moet men zich bewust van zijn.

Realisme in trainingen

Hoe kan men dit dan realistischer trainen? Een hele goede optie is ervaren mesvechters zoeken en daarmee oefenen. Zij hebben jarenlang geoefend en zijn meester in hun wapen en zijn realistische tegenstanders die zwakke punten in een aanval of verdediging kunnen aangeven.

Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen tijdens de training. Bijvoorbeeld door lippenstift te smeren op de scherpe kant van het houten mes, zodat zichtbaar is waar is gestoken, een keer extra moet worden gewassen en het één en ander thuis moet worden uitgelegd. Er zijn zelfs wapens die een kleine elektrische schok geven als ze iets raken, zoals het Shocknife. Hierdoor ontstaat meer angst voor het wapen, omdat het altijd een vervelend gevoel is. Je motoriek reageert heel anders als er angst is voor pijn of onverwachte aanvallen.

Philip K. Dick over realiteitDit zijn maar een paar kleine voorbeelden over realiteit in training. In deze blog is als voorbeeld het kime-no-kata uit het judo en mesvechten beschreven, maar dit principe kan uiteraard worden vertaald naar vele andere situaties. Het is belangrijk dat de serieuze beoefenaar van zijn krijgskunst altijd bezig is met het benaderen van de realiteit en dit doorvoert in zijn of haar trainingen. Anders wordt de training een prachtig toneelstuk met hele mooie bewegingen. Daar is op zich niets mis mee, als je daar bewust van bent. Maar wil je een krijgskunst als zelfverdediging gebruiken of echt begrijpen, dan kun je de realiteit niet weg denken.

 

Het amorele systeem waarin wij leven

Van de week las ik een interview met Joris Luyendijk op de website van Trouw. Hij is een journalist en antropoloog en schrijft veel over de financiële wereld in Londen. Het artikel “Het amorele systeem waarin wij leven” geeft een aantal interessante inzichten op basis van het veldwerk van Luyendijk.

Alles draait om de cijfers

Het artikel beschrijft de tendens om alles uit te drukken in cijfermatige output. Het gaat vaak niet meer om het nut van werk. Luyendijk: “De bezieling is verbannen uit ons werk, de waarde ervan gaat verloren, alles wat overblijft zijn meetbare doelen, cijfers, rendementen, targets.”

Everything that countsVeel mensen herkennen dit in hun werkzaamheden. Ik heb een opdracht uitgevoerd waarbij het belangrijker was dat bepaalde prestatie-indicatoren werden behaald, dan dat de klant tevreden was. Er zijn genoeg medewerkers in Nederland die hun manager trotst horen spreken over het behalen van goede cijfers, terwijl ze dagelijks voornamelijk gefrustreerde klanten aan de telefoon hebben.

Ook in het nieuws zijn veel voorbeelden te vinden. Denk aan de topsalarissen van (bank)directeuren, het afknijpen van chauffeurs door PostNL en de streeftijden in de zorg.

Het sturen op cijfers kan blind maken, waardoor mensen amorele beslissingen nemen die leiden tot immorele resultaten. “De waarde van het werk wordt niet meer bepaald door het nut ervan, maar door de cijfermatige output. Neem de publieke omroep. Voorheen luidde de opdracht aan een programmamaker: volg wat er gaande is in de wereld en maak daarover een uur goede televisie. Nu: je moet 17 procent binnenhalen van de mensen in de leeftijdscategorie 25 tot 40 in het tijdslot van 21.05 tot 22.00 uur. En dat is de publieke omroep. Maar wanneer hebben we daarvoor gekozen, wanneer hebben we in verkiezingen gezegd dat we deze amorele koers willen volgen?”

Seiryoku zen’yō

Nu moest ik bij het lezen van het interview denken aan de principes van het Japanse judo, seiryoku zen’yō en jita kyōei. Seiryoku zen’yō is het streven naar “maximaal resultaat bij minimale inspanning”. Het is niet toevallig dat Kaizen, JIT en LEAN allemaal hun oorsprong in Japan vinden. Het is natuurlijk fantastisch om efficiënt om te gaan met energie en dit in het bedrijfsleven cijfermatig weer te geven. Echter moet dit moet wel nut hebben en niet alleen voor jezelf. De uitvinder van judo voorzag dit en formuleerde daarom nog een belangrijk tweede principe.

Jita kyōei

Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen. Een prachtige passage uit Mind over Muscle van Jigoro Kano licht dit verder toe. De vertaling is door Mitesco.

“Als mensen alleen zijn, kan het principe van seiryoku zen’yō zonder probleem worden toegepast, maar als er een groep van twee of meer personen is, hoeft er maar één persoon aanwezig te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben. Maar als alle leden van de groep zelfzucht vermijden, en handelen overeenkomstig de noden en omstandigheden van de andere personen in de groep, kan een conflict op een hele natuurlijke manier worden vermeden en harmonie worden bereikt. Conflict schept wederzijdse vernietiging, terwijl harmonie wederzijdse winst oplevert.

Dus, als een groep mensen samenleeft, kan men niet alleen vermijden om tegenover elkaar te komen staan, maar men kan elkaar ook helpen. Er zijn dingen die je niet alleen kunt doen, maar alleen samen met anderen. Voorts kunnen de deugden en sterke kanten van iemand alleen maar andere mensen aanvullen en stimuleren. Aldus brengt die situatie voordeel voor iedereen, iets wat ze alleen niet zouden hebben. Dat noemen we sojo sojou jita kyōei, wat betekent: onderlinge welvaart door wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. Dat kan worden verkort tot jita kyōei. Om die reden kunnen we zeggen: als alle leden van een groep elkaar helpen en onzelfzuchtig handelen, kan de groep harmonieus zijn en als een eenheid opereren. Zo kan die groep zijn energie optimaal benutten, net als een individu. Dit principe blijft waar, ook in het geval van een complexe samenleving met miljoenen inwoners. Dus, als seiryoku zen’yō en jita kyōei worden gerealiseerd, zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan, en als leden van die samenleving kan iedereen bereiken waarop ze hopen.” (Mind over Muscle, p. 70-71)

Bezieling en werk

In het artikel staat een prachtige uitspraak van Luyendijk: “Probeer een ziel maar eens in een target te vangen.” Dat is onmogelijk. Maar kan het principe jita kyōei houvast geven?

Vroeger hadden we religie als moraal. Nu veel mensen geloof hebben opgegeven of uitschakelen tijdens hun werk, missen we handvaten als naastenliefde en saamhorigheid. Misschien kan jita kyōei ons richting geven, zodat we nadenken als gemeenschap over wat we willen. Dan kunnen de cijfers weer dienen als middel in plaats van doel op zich. Of zoals het in het interview wordt gesteld: “Daarachter ligt de fundamentele vraag: zijn wij een gemeenschap, waarin we ook kunnen spreken over dingen als kwaliteit, schoonheid en rechtvaardigheid, of zijn wij puur een arena van productie en consumptie?”

Ik ben gelukkiger in mijn werk als ik mij richt op mensen, dan op cijfers. Ik kan me voorstellen dat veel bankiers, leraren, zorgverleners en andere werknemers hetzelfde voelen. Uiteindelijk denk ik dat wij als mensen altijd anderen willen helpen en daar geluk uithalen. Het is veel leuker leven in een omgeving met gelukkige mensen.

“We moeten ze knuffelen”

Het artikel sluit met nog een inspirerende uitspraak van Joris Luyendijk. Wellicht een invulling van jita kyōei. De medemens hulp bieden met begrip en knuffels.

“Want ze kijken dus op een amorele wijze naar hun eigen leven. Ze brengen de kwaliteit van hun leven terug tot meetbare kenmerken. Targets. Salaris, bonus, huis, auto. En bijna allemaal zeggen ze: dit is tijdelijk, straks ga ik een documentaire maken, een ngo beginnen, een zaak opzetten, een boek schrijven. Daarom zeg ik: we moeten ze knuffelen. Want ze leiden tragische levens.”

De fasen van katastudie

Een bekend model veelvuldig gebruikt voor coaching is het model over bewustzijn en bekwaamheid. Dit model maakt onderscheid tussen vier fasen die worden doorlopen bij het leren van nieuwe vaardigheden. Het bestuderen van kata kan worden beschreven op basis van dit model. Het biedt een verklaring waarom het leren van kata het ene moment geweldig voelt en het andere moment een teleurstelling is. Het model bestaat uit de onderstaande vier fasen.

Bewust - Bekwaam

Fase I – Onbewust / Onbekwaam

Als je begint met judo weet je waarschijnlijk niets over kata, maar vroeg of laat kom je er in aanraking mee. Je kijkt toevallig een filmpje op YouTube, verdiept je in de exameneisen voor een nieuwe graduatie of je ziet iemand anders kata trainen. Er ontstaat een interesse voor het bestuderen van kata. Je wordt bewust van het bestaan van kata en besluit te starten met het onderzoeken van kata. Dit besluit komt hopelijk voort vanuit een innerlijke interesse, maar ook een externe motivatie (zoals het behalen van een nieuwe graad) is mogelijk. De groei naar fase II is begonnen.

Soms vindt bewustwording echter niet plaats en blijf je hangen in de eerste fase. Mogelijke oorzaken zijn het belang van katatraining niet inzien, een leraar zonder kennis van kata of wellicht denk je dat je alles al weet over judo. Gelukkig zijn er dan mensen die ons bewust maken door het voorhouden van een spiegel.

Je kunt ook moedwillig niet naar fase II gegaan, omdat je bang bent voor het verlaten van jouw comfortzone. Je moet de confrontatie aandurven dat je bepaalde zaken over kata nog niet weet en je nog onbekwaam bent in de uitvoering. Uiteraard overwin je deze hindernissen als je voldoende gemotiveerd bent, zodat je niet in oude gewoontes blijft vervallen.

Fase II – Bewust / Onbekwaam

De bewustwording heeft plaatsgevonden dat je een bepaalde vaardigheid nog niet bezit. Je hebt een leraar en partner gevonden voor de studie van kata. Je moet veel oefenen op het aanleren van de nieuwe vaardigheden. Dit kan erg confronterend zijn. De uchi-mata waarmee je in een randori iedereen moeiteloos werpt, blijkt in het nage-no-kata een moeilijke beenworp. In het kime-no-kata moet je ineens stoten kunnen geven en ontwijken. Je maakt wellicht continu dezelfde fouten en denkt nog veel na bij elke stap. Daarnaast voel je je misschien onwennig als je dingen nieuw aanleert of net iets anders moet uitvoeren.

Sommige mensen zoeken excuses om hun eigen aandeel te negeren en anderen de schuld te geven, bijvoorbeeld de leraar (“alle leraren leggen het anders uit”) of jouw partner (“ik kan geen goede partner vinden”). Echter als je zelf verantwoordelijkheid neemt voor jouw eigen ontwikkeling en blijft volharden in studie, maak je uiteindelijk het kata steeds meer eigen.

Fase III – Bewust / Bekwaam

Dit is wellicht de prettigste fase, omdat je bewust bent van je vooruitgang en bekwaamheid. Je gaat steeds minder nadenken over de uitvoering van het kata. De onderliggende principes van het kata worden langzaam duidelijk. Je bent bewust dat je het kata steeds beter uitvoert. Dit is een succeservaring. Langzaam maak je kleine verbeteringen in het kata, zodat het steeds meer een uitdrukking van jezelf wordt.

Fase IV – Onbewust / Bekwaam

In deze fase ben je niet bewust van jouw bekwaamheid. Het kata is een onderdeel van jezelf geworden. Jij bent de belichaming van het kata. Het kata voelt niet langer als een paar aangeleerde stappen, maar het voelt alsof je het kata zelf hebt bedacht. Alle bewegingen voelen logisch en natuurlijk. Je denkt niet meer na over het uitvoeren van de handelingen. Dit wordt ook wel muga-mushin (無我無心) genoemd in het Japans. Het kan vertaald worden als “geen ego, geen gedachten”. Je aandacht is volledig op het huidige moment gericht en wordt niet geremd door afleidende gedachten. Daarnaast is riai (理合) een belangrijk budobegrip. Dit betekent dat je de onderliggende principes van het kata toepast in harmonie met de ander in plaats van het louter uitvoeren van losse technieken.

Uiteraard voer je bovenstaande fases niet eenmalig uit, maar blijf je deze voortdurend rondgaan. Steeds kun je in het kata weer bewust worden van nieuwe details die het bestuderen waard zijn. Je bent dan voor dat detail opnieuw aanbeland van fase I in fase II. Het is een cyclus waarbij je elke keer weer een laag pelt van het kata en dieper tot de kern van het kata en jezelf komt. Zodoende kun je kata een leven lang met plezier bestuderen.

In het oog van de orkaan

Het is maandagochtend. De laatste van april. Vandaag niet richting het werk, maar ik sta toch vroeg op. De laatste spullen moeten nog worden ingepakt voor een zenweek. Voor zen heb je blijkbaar toch meer nodig dan alleen jezelf, dus er gaan wat extra douchespullen en kleding in de tas. Een eigen kussen is ook wel prettig, want in het klooster zijn de kussens meestal niet zo comfortabel.

Ik heb nog wat tijd over, dus kijk nog een aflevering via “Uitzending Gemist” met als resultaat dat ik tijd te kort kom en moet haasten. Een snel besluit om de lunch over te slaan en dan maar iets harder rijden. Tijdens de rit bedenk ik wat ik allemaal nog moet doen als ik terugkom. Halverwege krijg ik toch erg trek, dus dan maar wat eten langs de weg halen en opeten tijdens het rijden. Niet echt zen.

Sint Willibrords Abdij

Sint Willibrords AbdijNa een paar rustige landwegen in de bosrijke omgeving van Doetinchem kom ik op een grote parkeerplaats. Op dit moment heb ik nog niet veel aandacht voor de omgeving. Ik hoor wel het grind knarsen onder mijn auto. De kapel is verlaten en het hek is gesloten. Aarzelend bel ik aan bij een grote houten deur. Een monnik opent hartelijk de deur. ‘Raoul is in het gastenverblijf. Ik zal hem even voor je bellen op zijn mobiel. Ik doe het hek voor je open en dan moet je rechtdoor rijden en aan het einde links, daar kun je parkeren.’ Het hek werkt met een code en gaat daarna automatisch open. De techniek staat voor niets.

Raoul, de leraar van de zenweek, vangt mij op en wijst mij een kamer toe. Een kleine eenpersoonskamer, maar dit keer met eigen sanitaire voorzieningen. Het kussen op het bed is inderdaad wat dun en zacht.

Ik gooi mijn spullen in de hoek en ga terug naar de vergaderzaal. Een gemêleerd gezelschap kijkt mij aandachtig aan. “Wat doet een jongeman van 27 jaar hier?” Ik moet niet invullen voor een ander en vraag mezelf af: “Zitten er verlichte zielen tussen of zijn zij ook op zoek naar antwoorden?”

Gelukkig ben ik nog enigszins op tijd en komen er nog twee mensen later dan mij aan. Ondertussen hoor ik een man en vrouw spreken over Azië, een mooi onderwerp waar ik over mee kan praten. De man weet echter veel meer over het onderwerp en kan teren op vele jaren meer levenservaring en ik luister geïntrigeerd.

We zijn compleet. Het is tijd voor de huishoudelijke mededelingen. Er zal niet worden gesproken met elkaar, tenzij echt noodzakelijk. Mobiele telefoon alleen op de kamer en liever niet gebruiken. Iedereen wordt verwacht te helpen met de afwas en het afruimen van de tafel. Het programma wordt ook meegedeeld en kan kort worden samengevat: eten, slapen en zen. Het meest opvallende is vijf uur opstaan. Ik ben de gelukkige die iedereen mag wekken, dus dat betekent half vijf opstaan en op iedereen zijn/haar deur kloppen tot een teken van leven wordt gegeven.

Zazen

Ik loop naar de kamer en zet mijn mobiel op vliegtuigstand. Lekker rustig voor een week. Ik bedenk dat ik helemaal geen ‘zafu’ (meditatiekussen) mee heb genomen. Dat is gelijk aan je zwembroek vergeten als je gaat zwemmen. Gelukkig liggen er boven voldoende extra. De zendo op de zolder waar wordt gemediteerd is erg donker en er is een prachtige rotstuin in de ruimte.

Na een korte observatie constateer ik dat er geen plaats meer vrij is, behalve direct naast Raoul. Dit betekend een week lang extra stil zitten en weinig geluid maken. De eerste sessies beginnen. Ik neem een halve lotushouding aan en de klankschaal klinkt om de start aan te geven. Na ongeveer een minuut heb ik het wel gehad. Ik ben onrustig. Mijn hele weekprogramma bij terugkomst heb ik al uitgedacht in deze ene minuut. De halve lotushouding is oncomfortabel. Gelukkig duurt een sessie meestal maar 20-25 minuten…

Misschien had ik de weken voor de zenweek moeten oefenen. Ik had het ook wel geprobeerd een paar dagen achter elkaar, maar dacht dat ik meer behoefte had aan slapen dan mediteren ’s avonds laat of ’s ochtends vroeg. Dat brak mij nu op, want mijn onderrug was gevoelig en mijn benen sliepen. Ik had een reële angst dat ze wellicht moesten worden geamputeerd. Welke houding ik ook subtiel probeerden aan te nemen (eigenlijk moet je stil zitten want beweging verstoort de aandacht), het hielp niet.

De eerste twee dagen waren een ramp. Ik wilde naar huis. Waarom was ik hier? Wat wilde ik bereiken? Het werd helemaal niet rustiger in mijn hoofd. Ik werd alleen bewuster van de onrust van gedachte op gedachte. Waarom deze oncomfortabele houding?

Antwoorden kwamen er niet, alleen maar meer vragen. Maar toch wil ik blijven zitten en volhouden. Ik wil niet doorgaan, maar ook niet opgeven.

Het enige wat mij deze dagen op de been hield waren de vegetarische maaltijden. ’s Middags een warme maaltijd en ’s ochtends en ’s avonds een broodmaaltijd. In rust en met aandacht eten is een aparte ervaring. ‘Normaal’ eten voor de televisie zorgt ervoor dat je achteloos het eten doorslikt. Maar hier is geen afleiding en ik proef het eten werkelijk. Ik geniet van het eten en neem dan ook minimaal vier boterhammen per keer en een paar crackers met kaas, jam en stroop.

Naast de maaltijden is thee een smeermiddel voor de geoefende zenbeoefenaar. Er wordt veel thee gedronken voor en na de meditatiesessies, in het bijzonder de variant Sterrenmunt. Er wordt alleen afgeweken van thee voor koffie om wakker te blijven, maar ik heb besloten geen doping te gebruiken voor het mediteren.

Tijdens de zenweek ontstaat bij mij een serieuze angst dat Sterrenmunt wellicht verslavend werkt, dus af en toe kies is voor de variant Groene thee ginseng of Earl Grey.

Persoonlijk onderhoud

In principe is er elke dag een persoonlijk onderhoud met de leraar. Tijdens de meditatiesessie wordt je één voor één uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek met de leraar in een aparte kamer. Het lopen ernaar toe is heerlijk en ik doe er extra lang over om tijd te winnen. In het onderhoud stelt de leraar vaak lastige vragen om meer over jezelf te leren. Wellicht dat de gesprekken daarom vaak zo ongemakkelijk aanvoelen. De relatie tussen leraar en leerling is ook onbegrijpelijk. Soms lijkt het een puur zakelijke relatie, andere momenten goede vrienden en soms een belerende opvoeder.

Raoul vraagt hoe het gaat. Ben ik eerlijk en zeg dat ik echt het nut van deze hele week niet inzie of draai ik erom heen? Ik gok op empathie in plaats van een preek en besluit open kaart te spelen. “Ongeacht waar je bent, je moet er echt voor gaan”, zegt Raoul. “Zorg ervoor dat je niet de laatste bent, maar symbolisch als eerste aanwezig bent voor de meditaties en wandelingen.” Dit is het mentale aspect, maar ook fysiek krijg ik tips. “Zorg voor een rechte rug, dit gaat het gemakkelijkst als je je bekken iets naar voren kantelt. Als je pijn voelt, verplaats je dan in de pijn. Ervaar en accepteer het en het gaat vanzelf weg. In het oog van de orkaan is het vaak rustig.”

De woorden komen aan. Misschien ging ik alleen in het judo er echt helemaal voor. Met andere zaken ging ik er wel voor, maar misschien met een lichte terughoudendheid voor als het niet lukt of anderen het afkeuren? Ik besloot er deze week volledig voor te gaan. Goede houding en goede instelling. Lichaam volgt geest of geest volgt lichaam?

Van tsunami naar storm

Vanaf dat moment gingen de meditatiesessies veel beter. Het was geen tsunami van gedachten in mijn hoofd, maar een rustige storm. Het kostte weinig moeite om relatief stil te zitten en ik zag af en toe allemaal mooie patronen op de grond. Alsof een gouden gloed van onder mijn meditatiekussen en matje verscheen.

Naarmate de week vorderde werd het steeds rustiger in mijn hoofd. Het werd nooit helemaal rustig, dat lukt niet in een week. Daarvoor moet je, volgens horen zeggen, regelmatiger mediteren voor een lange periode, maar ik kon merken dat ik rustiger werd.

Op een gegeven moment mocht ik op de drum slaan van Raoul tijdens het reciteren van de hartsoetra. De tekst is een ademhalingsoefening en bevat volgens sommigen het volmaakte inzicht.

Ik weet niet of deze taak een beloning, aanmoediging, praktische oplossing of wellicht gewoon een oefening van de leraar was. Deze vraag spint door mijn hoofd tijdens het drummen, daarnaast ook nog eens gevoelens van spanning en trots. Omdat ik ben afgeleid en niet alleen focus op regelmatig drummen, gaat het drummen een paar keer mis. De kunst van het loslaten en focussen heb ik blijkbaar nog niet geperfectioneerd. Naarmate de hartsoetra vordert, lukt het steeds beter. Het is ook meteen een goede oefening om het idee van perfectie los te laten. Het draait om aandacht voor de soetra en het drummen.

Stengel in de wind

Op een middag wordt er buiten gemediteerd aan de rand van een akker bij een blauwe sluis of stuw. De zon schijnt volop en er waait een rustige wind. Op dit moment ben ik veel bewuster van de omgeving. We gaan zitten in een kring zo goed en kwaad als het gaat en een kleine bel klinkt om de start van de meditatiesessie te benadrukken.

Ik heb geen sokken aan deze keer en voel mij meer verbonden met de omgeving. Het zit vast in mijn hoofd, maar het is vergelijkbaar met het verschil tussen een auto en motor. Op de motor voel je je meer onderdeel van de omgeving als de wind langs je kleding raast, dan in een auto waar de omgeving langs je raam voorbij trekt en je een soort passieve toeschouwer bent.

Tijdens de meditatie valt mijn oog op een stengel. De stengel waait in de wind. Ik blijf focussen op de stengel hoe deze meewaait in de wind. Het raakt iets in mij, maar ik kan het niet benoemen. Ben ik ontvankelijker geworden voor de natuur door meerdere dagen meditatie of ben ik oververmoeid door het elke morgen vroeg opstaan? Ik weet niet wat er resoneert in mij, maar ik ervaar een enorme rust en fascinatie voor de eenheid wind, stengel en ik. De meditatiesessie vliegt voorbij en ik baal na afloop hoe snel het moment verstreken is.

Als ik ’s avonds weer mediteer hoop ik het zelfde gevoel te ervaren, maar het moment is geweest. Niets was, niets wordt, alles is. Het is wel rustiger in mijn hoofd, maar de kalmte die ik ervoer tijdens het focussen op de stengel in de wind komt niet terug.

Zonsopgang

Het is inmiddels vrijdagmorgen, de laatste dag. Ergens ben ik blij dat het allemaal voorbij is, maar tegenstrijdige gedachten willen dat de zenweek langer duurt. Ik begrijp het niet. Deze ochtend gaan we vroeg wandelen rond half zes.

Normaal lopen we altijd twee uur ’s middags in straf tempo in een lange rij. In de rij wordt niet met elkaar gepraat en het is de bedoeling om als ‘één lichaam’ te bewegen. Het is moeilijk te concentreren op het gelijk lopen met de voorganger, de ademhaling en ook nog eens genieten van de omgeving. Daarnaast kregen we vaak ook nog een mantra voor onderweg die de nodige aandacht vergde. Ondanks dat dit natuurlijk niet allemaal lukte, genoot ik wel van de wandelingen. De mooie omgeving van Doetinchem, de lange weg naar het kasteel, de koeien die lekker liggen in het gras en de lichte regenbuitjes.

Maar deze ochtend is anders. Op de koude wind was ik niet voorbereid en ik voel hem dwars door mijn jas. Echter is de morgen in het bos zo mooi. De zonsopgang is prachtig met zijn verschillende kleuren en de optrekkende mist geeft het een mystiek tintje. Het lopen in de kou is misschien ook wel comfortabeler dan zitten in de halve lotushouding. Het is een mooi moment om de zonopkomst mee te maken.

Het fotomoment

Zenretraite Slangenburg 2014Na nog een paar meditatiesessies en ontbijt moet er een groepsfoto worden genomen. Er wordt uitgebreid nagedacht over de plaats en de positie van de zon. Een paar cursisten denken hardop mee. “Nee, de labeltjes van de kussens moeten aan de achterkant anders staan ze op de foto. Het is ook de achterkant van het kussen.” “Allemaal onze schoenen uit het beeld, dit staat niet netjes op de foto.” en “Wel allemaal rechtop zitten en dezelfde positie voor de foto.” Ik geniet van de ijdelheid en hoop dat ik zelf ook mooi op de foto wordt gezet.

Na de foto’s vind een korte evaluatie plaats. Iedereen deelt zijn bevindingen. Het is geestig om mensen nu te horen praten. Bij veel mensen voel ik een verbondenheid, ondanks dat ik weinig of niet met ze heb gepraat. Misschien is de verbondenheid wel groter, omdat je samen een hoop hebt meegemaakt. Pijn op een kussen gecombineerd met momenten van rust. Het willen opgeven, maar de groep niet in de steek willen laten. Mijn beeld van sommige mensen lijkt redelijk te kloppen, bij anderen zit ik er compleet naast als zij over hun ervaringen vertellen. Iedereen heeft zijn eigen hindernissen en succesmomenten ervaren.

Het loslaten

Iedereen geeft elkaar een hand of drie zoenen en neemt afscheid. Het is een soort anticlimax. Net op het moment dat je met elkaar mag praten, gaan de eerste mensen richting huis. We drinken thee en ik vraag me af of ik ooit nog op een zenweek ga en wie van deze mensen ik dan weer ontmoet. Ik voel toch een soort verbondenheid.

Ik besluit mijn kamer op te ruimen en mijn spullen te pakken en neem ook afscheid van de gastvrouw die met ons mee at in stilte. Op weg naar huis besluit ik de radio de eerste paar kilometers uit te laten en mijn mobiel nog niet aan te zetten. Ik zit achter een langzaam rijdende tractor en probeer mijn gehaaste gevoelens te onderdrukken en besluit niet in te halen. Ik ben blij als de tractor linksaf een akker op rijdt, zodat ik gas kan geven. Op de snelweg zet ik de radio aan en ik denk aan wat ik allemaal nog moet doen.

In de buurt van Bodegraven besluit ik even een korte rustpauze te nemen. Ik kies voor het AC restaurant, dat lijkt me toch beter als afsluiter van een zenweek dan de McDonald’s. Op mijn mobiel controleer ik mijn e-mail en WhatsApp-berichten. Ik voer meerdere gesprekken tegelijk. Ik besluit om rustig aan een tafel te eten en mijn mobiel weg te leggen tot na het eten, zodat ik met aandacht van mijn eten en thee kan genieten.

Waarheden en illusies

Bladerend over een forum kwam ik het bovenstaande filmpje over boogschieten tegen. Het laat zien hoe de Deense boogschutter Lars Andersen de meest bizarre stunts uithaalt met pijl en boog, zoals het doormidden schieten van een pijl die op hem wordt geschoten en het snel achter elkaar schieten met drie pijlen in 0,6 seconden. Alleen al deze knappe prestaties maken de video het kijken waard.

Archery. You’re doing it wrong.

Tijdens de beelden wordt ook interessante achtergrondinformatie verteld. Er wordt gesteld dat Hollywood het boogschieten ‘verkeerd’ weergeeft in films, zoals de Hunger Games, Lord of the Rings, etc.

De acteurs dragen pijlenkokers op de rug en plaatsen de pijl aan de linkerkant van hun boog. De pijlenkoker op de rug bleef onhandig achter obstakels steken of de pijlen vielen eruit. Het plaatsen van de pijlen links van de boog, maakt het nodig dat de schutter over moet pakken voordat kan worden geschoten. Dit soort inefficiënties zijn in een film niet zo erg. In een reëel gevecht kunnen ze dodelijk zijn.

Lars is tot dit ‘vernieuwende’ inzicht gekomen door het bestuderen van historische boeken en kunst. Op basis daarvan stelt hij dat zo’n 5000 jaar geleden boogschutters de pijlen in de hand vasthielden en schoten met de pijlen rechts van hun boog. Hierdoor konden zij snel met grootte kracht en nauwkeurigheid schieten. Hij heeft dit geoefend en het resultaat wordt gedemonstreerd in het verbluffende filmpje.

Hollywood en sport

Nu ben ik niet echt verbaasd dat Hollywood niet realistisch is, maar volgens het filmpje schieten moderne boogschutters ook met de ‘verkeerde’ hand. Dit is verklaarbaar omdat in de sport boogschieten de beoefenaar uit stilstand schiet en alle tijd heeft voor het raken van de roos.

Laten we voordat ik verder schrijf vooropstellen dat ik niet voldoende kennis bezit van boogschieten of kyudo om de visie van Lars Andersen te beoordelen. Daarnaast is beoefenen van boogschieten als sport natuurlijk prima en dan is wellicht wendbaarheid en snelheid minder belangrijk. Ik wil wel een analogie met judo maken.

  1. Essentie van budo

Lars traint niet boogschieten als moderne sport. Hij richt zich op het traditionele boogschieten en legt de nadruk op het goed bestuderen van historie. Daarnaast haalt hij volgens mij veel plezier uit stunten!

Ik denk dat het voor een judoka ook belangrijk is om te weten waarom hij traint. Doe je puur budo voor recreatie, dan is realiteit en historie van ondergeschikt belang. Beoefen je judo als wedstrijdsport, dan zijn technieken die niet toegestaan zijn in wedstrijden minder relevant.

Wanneer je judo traint voor ontwikkeling van lichaam en geest, optimaal gebruik van energie en zelfverdediging wordt het vermijden van valkuilen zoals in de video belangrijk. Je wilt dan bijvoorbeeld effectieve technieken die niet langer toegestaan zijn in wedstrijden beheersen. Denk aan bijvoorbeeld kata-guruma, morote-gari en sukui-nage.

Daarnaast wil je wellicht kime-no-kata en Kodokan goshin-jutsu bestuderen voor concepten zoals zanshin, maai en atemi. Je wilt ook meer weten over tradities en cultuur, omdat zij nauw verbonden zijn met de deugden van budo. Je zult net als Lars Andersen niet alleen kunnen uitvoeren, maar ook begrijpen waarom je iets doet. Bijvoorbeeld in het judo is het maken van een buiging een loze handeling zonder begrip van de achterliggende betekenis.

  1. Omote en ura

Voor het begrijpen van vechtkunsten zijn omote (voorkant / zichtbaar) en ura (achterkant / verborgen) dan ook belangrijk. In de analogie met de video is het niet alleen belangrijk dat Lars Andersen constateerde dat boogschutters vroeger schoten met de pijlen in de hand en rechts van de boog. Hij onderzocht ook de redenen hiervoor die niet direct zichtbaar waren.

Met judo is het vergelijkbaar. Als je een buiging maakt kun je zien of iemand vanuit de boven- of onderrug buigt, met welke hoek en andere zichtbare zaken (omote). Daarnaast is ook de achterliggende intentie belangrijk, bijvoorbeeld het uiten van respect (ura) van groot belang.

Ju-no-kata
Ju-no-kata

Een ander voorbeeld is het ju-no-kata. Je kunt alleen ‘rare’ handelingen zien (omote). Dit terwijl er veel aanvallen en verdedigingen in verborgen zitten en het ook een manier is voor het bereiken van een kalme geest (ura). Zoals mijn leraar zegt: “Je kunt wel kijken en toch niets zien.”

Judo verliest veel van zijn kwaliteit als mensen alleen aandacht hebben voor het direct zichtbare (omote). Goed begrijpen is dus naast het bestuderen van het zichtbare ook zoeken wat in eerste instantie verborgen is (ura).

  1. Onderzoek is belangrijk

Voor een goed begrip van omote en ura is een onderzoekende houding nodig. Ik merk zelf dat dit in de wereld van budo niet altijd vanzelfsprekend is. In de video maakt Lars Andersen (een deel van) zijn bronnen bekend. Dit maakt een discussie sterker, omdat de bronnen kunnen worden geanalyseerd. Bronnen die elkaar tegenspreken kunnen worden vergeleken, zodat een zinvolle discussie ontstaat.

Daarnaast gaat de discussie niet alleen over het zichtbare (de pijlen in de hand en rechts van de boog). Het gaat ook vooral om de verklaring (wendbaarheid en sneller schieten). De verklaring wordt daarna ook nog eens in de praktijk getoetst, waardoor zinvolle informatie wordt verkregen.

Een zinvolle discussie is mogelijk op basis van degelijk onderzoek. Ik heb weleens meegemaakt dat judoka elkaar tegenspreken op basis van de woorden van één leraar (argumentum ad verecundiam). Het wordt dan snel een zinloze discussie. Dit doet mij denken aan een uitspraak van de Japanse dichter Basho: “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarna zij zochten.”

Gelukkig heb ik ook vaak interessante discussies gehad. Bijvoorbeeld over de slag in het nage-no-kata. In de gedachtewisseling werd gerefereerd naar verschillende video’s en boeken. Echter de nadruk lag vooral op het begrijpen wat de invloed was van verschillende uitvoeringen en intenties van de slag. Natuurlijk met veel experimenteren op de tatami in plaats van overleggen.

Illusies doorbreken

Tot slot een bekende uitspraak van Friedrich Nietzsche: “Waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn”. Er bestaan geen absolute waarheden. Hoogstens een relatieve waarheid die geldig is tot het tegendeel is bewezen. Dit is voor mij een belangrijk geheugensteuntje om open te staan voor nieuwe inzichten.

De video over boogschieten heeft mij in ieder geval geïnspireerd naar het meer zoeken van omote en ura. Naast het zien van het direct zichtbare, dus ook zoeken naar wat niet direct zichtbaar is. Hopelijk op dusdanige wijze dat ik met judo verschillende doelen kan nastreven. Ontwikkeling van lichaam en geest, optimaal gebruik van energie en zelfverdediging.