Richard de Bijl leeft judo

Het moet zo’n ruim 11 jaar geleden zijn. Ik was een jaar of 17 en hard aan het trainen bij Velo met Rutger Wolf. We waren allebei al een tijdje ikkyu en hadden niet echt gedacht aan het behalen van shodan. Het leek een moeilijke opgave en de bruine band hield onze jūdōgi ook prima bij elkaar.

Totdat op een dag de nieuwe meester Cor Esser verscheen en vertelde dat hij ervaring had met het opleiden van judoka tot zwarte band. Rutger en ik vonden het wel een leuke uitdaging. Het was tenslotte al even geleden dat onze vereniging zwarte banders had afgeleverd. Zodoende begon de studie van het nage-no-kata.

“Heb je ooit wel leren judoën?”

Op een zondagavond stonden we ineens in een grote dojo in Spijkenisse. Meester Cor had verteld over een of andere Richard de Bijl en zijn examentrainingen. Hij was 7e dan judo en had zo’n ‘afzetlint’ om zijn middel. Echter Cor had verzekerd dat Richard ons verder kon helpen met het leren van kata. Daarnaast mag je aan het einde van de training demonstreren voor de groep. Dit levert een hoop feedback op en je leert presteren onder de druk van vreemde ogen.

Rutger en ik waren vooral verbaasd over de afstand en de tijd. Wie gaat er nu op zondagavond vanuit Wateringen bijna drie kwartier rijden naar een training om kwart voor acht ‘s avonds? Een beetje ongemakkelijk werden we voorgesteld aan Richard. Zijn aanwezigheid was direct duidelijk merkbaar. Een beetje verlegen namen we deel aan de training.

Richard de Bijl (7e dan) & Sebastiaan Fransen (5e dan)
©Birgit de Jong

Het was de eerste of tweede les dat Richard ons kata bekeek en feedback gaf. Zijn vraag aan mij was: “Wie is je leraar? Heb je ooit wel leren judoën?” Om vervolgens Rutger mede te delen dat hij “valt als een natte krant”. Wij dachten dat we wel iets wisten over judo en schoten in de verdediging. Dat wil zeggen: we luisterden braaf, knikten ‘ja’ en dachten ‘nee’. In de auto rees pas hardop de vraag of het wel zinvol was om nog terug te gaan naar die botte man.

Het beslissende moment

“Het is een vergissing te denken dat in een leven de beslissende momenten waarop de vertrouwde richting voor altijd verandert, vol luide en felle dramatiek moet zijn en gepaard gaat met hevige gemoedsaandoeningen. Dat is een kitscherig sprookje waarmee dronken journalisten, op aandacht beluste filmregisseurs en schrijvers in wier hoofd het eruitziet als in een roddelblaadje, de wereld hebben opgescheept. De waarheid is, dat de dramatiek van een het hele leven bepalende ervaring er vaak een is van een ongelooflijk milde soort. Die heeft zo weinig gemeen met een knal, een steekvlam en een vulkaanuitbarsting, dat de ervaring meestal niet wordt geregistreerd op het moment waarop zij wordt ondergaan. Als een ervaring haar revolutionaire gevolgen ontplooit en ertoe aanzet dat een leven in een geheel nieuw licht wordt gedompeld en een totaal nieuwe melodie krijgt, dan doet ze dat geruisloos, en in die schitterende geruisloosheid ligt haar bijzondere adel.” (Nachttrein naar Lissabon, Pascal Mercier)

Deze kritiek van Richard was achteraf een klein, beslissend moment. Met enige twijfel besloot ik dat ik me niet uit het veld liet slaan. Misschien was Richard niet het archetype sensei zoals Mr. Miyagi (Karate Kid) of Yoda (Star Wars), maar mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld. Rutger en ik volgden de trainingen en behaalden met succes onze eerste dan judo.

Enthousiasme

Achteraf heb ik geen moment spijt gehad van mijn beslissing. Inmiddels train ik meer dan 10 jaar bij de judoschool van Richard. Van één dag in de week naar Spijkenisse nu soms wel drie keer per week. Trainen bij De Bijl is geen sporten, maar een complete ervaring.

Richard heeft een ongekende passie voor judo. Dit schijnt door in alles wat hij doet. Ik heb me wel eens afgevraagd of Richard judo onderwijst voor zichzelf of voor zijn leerlingen. Een zinloze vraag. Richard leeft judo. Richard is judo.

Elke training legt hij vol enthousiasme de technieken uit. Sommige leraren kunnen het goed ‘verkopen’ en andere leraren hebben enorm veel kennis over judo. Bij Richard valt dit samen. Van simpele, leuke oefenvormen voor alle judoka tot diepgaande details van moeilijke technieken. Richard kan het vol energie en overgave brengen. De natuurlijke autoriteit van Richard zorgt ervoor dat iedereen vol aandacht luistert. Daarna kan niemand wachten om de oefeningen enthousiast zelf uit te proberen.

The Entertainer

Ook naast de tatami is Richard vol enthousiasme. Als Richard verschijnt hoor je soms het nummer “Let Me Entertain You” van Robbie Williams in je hoofd. Hij tapt graag schuine moppen en het is dan moeilijk niet te lachen. Ook als je de grap al vaker hebt gehoord, moet je wel lachen door het plezier en de manier van vertellen.

Het kwam regelmatig voor dat we op dinsdag na de training nog ‘even’ iets gingen drinken. Vervolgens kwam ik half drie ‘s ochtends thuis. Richard vermaakte ons met moppen, spelletjes, het zingen van liederen en voldoende wijn en hapjes. Altijd vol overgave, net zoals zijn judo.

Hard voor het doel

De passie voor het judo maakt Richard soms hard. Hij vecht voor waarin hij gelooft. Een voorbeeld hiervan is de promotie van het Kodokan kata, gepromoot in Nederland door Richard samen met Mas Blonk. Dit heeft eraan bijgedragen dat Nederland nu internationaal aansluiting heeft gevonden met judo kata.

Ook de examentrainingen in het district Zuid-Holland zijn onder leiding van Richard weer groot gemaakt. Hij verzamelt de juiste mensen om zich heen en spreekt duidelijk zijn visie uit. Richard denkt altijd erg groot en dit leidt tot resultaten.

Nu is hij als visionair alweer bezig met zijn volgende missie. Landelijke examentrainingen, zodat de kwaliteit van de hogere danexamens beter wordt. De plannen zijn ambitieus. Echter, Richard heeft zo’n aanzien in de judowereld dat veel mensen zijn plannen graag aanhoren en helpen uitvoeren. Zijn kennis en kunde rechtvaardigen zijn recht-door-zeeaanpak.

Richard heeft veel vrienden

Richard heeft door zijn directe manier van communiceren soms vijanden, maar zelfs zij hebben vaak respect voor zijn doen en laten. Het citaat “You have enemies? Good. That means you’ve stood up for something, sometime in your life.” past Richard perfect.

Echter, hij heeft vooral veel vrienden. Door zijn enthousiasme en levensvreugde voelen mensen zich prettig in zijn nabijheid. Je hebt het gevoel dat je altijd met een authentiek persoon omgaat. Soms voel je je zelfs een beter mens, omdat Richard je als geen ander kan laten geloven in jezelf.

Andere keren is hij hard in het persoonlijk contact. Hij kan mensen motiveren die niet lekker in hun vel zitten of even een duwtje in de rug nodig hebben. Richard kan echter ook eerlijk zijn als mensen overmoedig worden en zich niet volledig inzetten. Hij is dan recht-door-zee en soms zelfs bot. Altijd met de intentie mensen verder te helpen in het leven.

Promotie tot 8e dan judo

Richard de Bijl (8e dan)Afgelopen weekend is Richard tot 8e dan judo gepromoveerd. Hij verdient dit in mijn ogen op vele vlakken. Judotechnisch kan hij als geen ander waza en kata uitvoeren, aanleren en verbeteren. Het is ongelofelijk hoe Richard een techniek kan analyseren en deze op verschillende wijze kan uitleggen. Zijn oefen- en werkvormen zijn leuk, creatief en inspirerend. Richard is niet alleen een voorbeeld voor vele judoka, maar ook voor vele judoleraren.

Daarnaast heeft hij veel voor de Judo Bond Nederland betekend. Richard is internationaal kata judge en een graag geziene gast voor het geven van clinics. Nationaal is hij continu bezig met het verbeteren van het judo. De promotie van kata, speciale examentrainingen en de persoonlijke begeleiding van judoka zijn slechts een paar voorbeelden. Richard heeft ontelbaar veel judoka geholpen naar een (hogere) dangraad en vele leraren geïnspireerd.

Als mens is Richard ook iemand die vele anderen binnen en buiten de judowereld heeft geholpen met een goed advies of motiverende woorden. Daarnaast bouwt Richard overal een feestje met zijn schuine moppen en onuitputtelijke energie. Met Richard in de buurt gebeurt er altijd wat.

Trots op mijn sensei

Richard de Bijl (8e dan) en Sebastiaan Fransen (5e dan) ju-no-kata
©Karen Kamps

Ik ben dan ook ontzettend trots dat mijn sensei is gepromoveerd tot 8e dan. Afgelopen zondag heb ik in Goirle genoten van de uitreiking. Richard is Richard. Geef hem drie woorden en een microfoon en je bent zo een half uur verder.

Afgelopen zondag was het niet anders. Iedereen had netjes één spreker. Echter voor Richard spraken Tonny Wagenaar (9e dan judo) en Harm Borgers (Judo Bond Nederland, bestuurder district Zuid-Holland). Uiteindelijk nam Richard zelf het laatste woord. Voor zijn doen was het relatief kort. Hij wilde dat iedereen die achter de promotie stond, zijn of haar naam op zijn diploma zette. Uiteraard was er niet genoeg ruimte op het diploma. Vele mensen waren speciaal voor Richard gekomen.

Vol trots heb ik mijn naam op de diploma gezet. Ik ben je ontzettend dankbaar voor het feit dat je naast me loopt op mijn ‘weg’ van het judo. Ik hoop dat ik nog vele jaren mag genieten van jouw ervaring, vaardigheden en attitude. Maar nog veel belangrijker: dat we nog vele jaren onze vriendschap leven. Dezelfde geboortedag, 5 september, schept toch een band!

Sebastiaan

Niet het vele is goed, maar het goede is veel

Het kan de wijsheid van een grootouder zijn of op een tegeltje staan. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel.” Ik hoorde deze uitspraak gisteravond in de auto op de radio, waar het over lekker eten ging. De stelling was dat gevarieerde voeding gezonder is, dan het volgen van alle trends en veel van hetzelfde voedingsmiddel te nuttigen. Een waarheid als een koe.

Echter jullie lezen dit blog niet voor lekkere recepten en informatie over voeding. Tenminste dat neem ik aan. Dus daarom de vraag: is deze spreuk ook van toepassing op het beoefenen van budo?

Hans Kroon

Hans Kroon is een bekende personal trainer met zijn eigen Fitnesscentrum Noord in hartje Rotterdam. Ik heb ooit via de opleiding Judotrainer-Coach-B van de Judo Bond Nederland het genoegen gehad een middag naar zijn visie te mogen luisteren.

Ik volg net als vele anderen met veel plezier de prikkelende berichten van Hans op Facebook. Hij heeft een sterke persoonlijkheid en een duidelijke visie. Iemand die de wetenschap volgt, maar soms daar dwars ertegenin gaat als zijn persoonlijke ervaring het tegendeel bewijst. Absoluut geen kuddedier.

Dat kan ook, omdat zijn resultaten voor zich spreken. Raak overtuigd door zijn eigen lichaam en de prestaties van de sporters die hij begeleidt (o.a. Marhinde Verkerk, Roy Meyer en Ron Vlaar). Als personal trainer is hij vaak verantwoordelijk voor de fysieke training. Hij heeft ook veel aandacht voor herstel, voeding en motivatie. Komen we toch weer op goede voeding uit!

Geen kunstjes

Dit was even een kort uitstapje naar Hans Kroon, omdat het zeker de moeite waard is hem te volgen op Facebook. Echter het gaat mij om een plaatje met de volgende tekst dat ik op zijn Facebook las, de aanleiding van deze blog. Het is Cristanio Ronaldo over Paul Scholes.

Niet het vele is goed, maar het goede is veel“Toen we aan het trainen waren, deed ik veel trucs die bijna niemand binnen de club kon. Op een dag toonde ik ze aan Scholes, waarna hij de bal pakte. Hij wees naar een boom, vijftig meter verderop. Scholes zei dat hij de boom in één keer ging raken. Hij schoot en raakte de boom. Hij vroeg mij hetzelfde te doen. Ik schoot wel tien keer, maar kon de bal niet raken met die precisie. Hij glimlachte en vertrok…”

Hans Kroon relateerde dit aan krachttraining. Ik moest natuurlijk aan budo denken. Ik weet als klein jochie nog dat ik elke week een nieuwe techniek van de sensei verwachtte. De ō-soto-gari en seoi-nage kon ik als gele band echt wel.

Niet het vele is goed, maar het goede is veel

Inmiddels weet ik wel beter. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel. Het gaat niet om veel technieken redelijk kunnen uitvoeren, maar een paar technieken bijna perfect kunnen uitvoeren. Een bekend plaatje zegt: “Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.”

Niet het vele is goed, maar het goede is veelEn daar ligt de crux. Je kunt beter werken aan het perfectioneren van een paar (basis)technieken, dan elke week een nieuwe ‘truc’ aanleren. Als je hierbij snel verveeld raakt, dan beschik je niet over voldoende doorzettingsvermogen of je traint op een saaie manier.

Perfectioneren van techniek

Het perfectioneren wil inderdaad zeggen dat een techniek veel wordt gerepeteerd, maar niet zonder beleving. Door het leggen van de juiste accenten zijn deze trainingen uiterst effectief en interessant. Denk bijvoorbeeld bij de eerder genoemde ō-soto-gari aan het werpen vanuit verschillende richtingen met verschillende kuzushi (balansverstoring), de plaatsing van de standbeen en de hoek ten opzichte van uke.

Het doel hierbij is veelzijdig trainen met veel variatie in de oefening (random practice) in plaats van eindeloos repeteren (block practice). Zodoende kan de judoka de onderliggende principes van de techniek eigen maken. Door veelzijdig trainen met veel variatie en het doorgronden van de principes, kan de techniek in veel verschillende situaties worden toegepast.

Dit betekend dat de techniek minder afhankelijk wordt van de omstandigheden, zoals de precieze positie van uke. Ook kan tori improviseren als er een nieuwe, onbekende situatie ontstaat. De judoka is namelijk niet afhankelijk van de techniek, maar kan de onderliggende principes toepassen. Door het focussen op een aantal basistechnieken gaat de handelingssnelheid van deze technieken omhoog en wordt onbedoelde variatie in technieken kleiner. De kans op het slagen van een techniek is daardoor groter.

Ik heb het geluk dat ik sensei heb met aandacht voor de inhoud, niet zozeer de vorm. Zij kunnen in een training eindeloos bezig zijn met één techniek door het aanleren, herhalen en verfijnen van de basistechnieken en -principes. Vervolgens wordt de techniek met veel variatie in aanbiedingsvormen behandeld. Het accent ligt altijd op de basisprincipes (kumi-kata, tsukuri, kuzushi, kake). De vorm wordt meestal vanzelf beter als je de inhoud (basisprincipes) begrijpt.

Nog meer variatie

Armocks van Neil AdamsBen je echt een expert of meester in het judo, dan kun je nog meer variëren met technieken. Experts zien tijdens het uitvoeren van een techniek allemaal schakels voor vervolgtechnieken, zoals overnames, combinaties en transities naar ne-waza. Je ziet verschillende paden en weet waar deze paden naartoe leiden, als een schaker die het spel vooruitdenkt en doorziet. Door het veelzijdig en gevarieerd trainen wordt de judoka de technieken echt meester.

Dit principe komt heel mooi naar voren in het boek Armlocks van Neil Adams. Daarin laat deze topjudoka allerlei varianten zien op zijn ude-hishigi-jūji-gatame, waarmee hij vele wedstrijden heeft gewonnen. Afhankelijk van de reactie van uke kan hij van zijn ude-hishigi-jūji-gatame naar een andere armklem, verwurging of houdgreep.

Niet te hard trainen

De uitspraak geldt ook voor de trainingen. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel.Je kunt beter kort en effectief trainen, dan heel lang een beetje aanrommelen. Dat is natuurlijk volledig in lijn met het belangrijke judoprincipe seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning.

Over effectief trainen kan ik nog een hele blog schrijven, dus ik heb besloten hier nu niet op in te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het plannen van trainingen in plaats van judoka die hun lot volledig in de handen van de sensei leggen.

Slotwoord

Vertrouw niet op ‘trucjes’ die je een keer hebt geoefend. Focus je op het perfectioneren van de basistechnieken en –principes. Daar kun je vervolgens op verder bouwen. Zorg dat je een expert wordt, doordat je een techniek veelzijdig en gevarieerd traint. Je kunt dan elke techniek verbinden met vele andere technieken en ze in diverse situaties toepassen omdat je de onderliggende principes beheerst. Uiteindelijk denk je zelfs niet meer in technieken, zoals beschreven in Beschermen, kapotmaken en verlaten.

De uitspraken “Niet het vele is goed, maar het goede is veel en “Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent” vormen dan ook een belangrijke inspiratie voor de training. Het sluit naadloos aan op seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning.

 

Bewegen in het katame-no-kata

Dit is de eerste blog naar aanleiding van de vraag van een lezer. De vraag is waarom we bewegen zoals we bewegen in het katame-no-kata. Het is natuurlijk een aparte manier van bewegen op de knieën. Een manier die je wellicht niet direct terugziet in randori en menig judoka laat klagen over pijnlijke knieën na afloop van het kata. Voor wie niet weet waar ik het over heb, kijk even naar het onderstaande filmpje van het katame-no-kata.

De materialen van de Kodokan

De meest logische plek voor uitleg zijn de dvd en het tekstboek van de Kodokan. Deze organisatie is de bakermat van het judo en onderhoudt de standaarden voor de kata. In het tekstboek van katame-no-kata staan de verschillende bewegingen inderdaad beschreven.

“Both simultaneously take one step backward with their left feet, kneel down on their left knees on the previous spots of their left heels while keeping their left toes raise. Both move to slide their right feet to their right sides (the lower leg at about 90° with the thigh) and put their right palms on their right knees while resting their left hands naturally down. This posture is called Kyoshi or Kurai-dori. Then, Uke moves his right foot to the inner side, takes one step forward with his right foot following on his left knee (Shikko) and move to slides his right foot to his right side again to take the posture of Kyoshi.”

Dit is een prachtige beschrijving van de buitenkant (omote). Het geeft keurig de technische details van kyoshi of kurai-dori weer. Helaas wordt niet ingegaan op ura, dat wat niet direct zichtbaar is en verborgen ligt. Helaas is dit vaak zo in diverse leermiddelen over kata.

Zelden wordt ingegaan op het waarom. Ergens is dat ook wel logisch. De techniek beschrijven kan iedere judoka, maar voor de achtergrond en betekenis van kata is veel onderzoek en studie nodig. Op dit moment zijn er veel geromantiseerde verhalen over de Japanse krijgskunsten en is toegang tot de originele bronnen erg moeilijk. Dit maakt onderzoek voor een ‘buitenstaander’ erg lastig, zeker door de taal- en cultuurbarrière.

Maar ook voor ‘insiders’ is onderzoek lastig, zij hebben ook nooit gestreden in een harnas op een echt slagveld. Zij moeten dus ook de oude taal en cultuur doorgronden op basis van beschrijvingen uit die tijd. Daarom is een goed begrip van bijvoorbeeld koshiki-no-kata erg lastig met een judogi.

Wat betekenen kyoshi en kurai-dori?

In de bovenstaande tekst van de Kodokan vallen een aantal Japanse termen op. Soms kan vertalen van deze Japanse termen inzichten verschaffen. Volgens de Kodokan zijn kyoshi en kurai-dori een beschrijving van dezelfde houding.

Kyoshi (踞姿) kan worden vertaald als “geknielde houding”. Kurai-dori (位取) betekend “positie nemen”. Helaas bieden deze vertalingen weinig inzicht in de achtergrond van de termen. Overigens wordt in het boek Judo Formal Techniques (p. 120) kurai-dori anders uitgelegd als “het verplaatsen in kyoshi met behulp van tsugi-ashi”.

De auteurs lichten dit toe achter in het boek. “Deze verplaatsende beweging is afgeleid van de bewegingen van zwaardvechters uit oude en middeleeuwse tijden. Zij haalden hun krachtige slagen uit deze positie door het timen van de actie van hun zwaard met hun lichaamsbewegingen. Experts in het zwaardvechten kunnen vanuit seiza in kyoshi (gesloten vorm) komen, simultaan het zwaard trekken en tegelijk afweren of een snijdende aanval maken. De uitvinder [Jigoro Kano] gebruikte deze houding en verplaatsing voor het versterken van de benen en heupen en het creëren van meer flexibiliteit in het onderlichaam.”

Dit geeft dus een eerste verklaring van de oorsprong en het waarom. Helaas is de bron niet duidelijk, dus we weten niet met zekerheid of Kano inderdaad de houding en verplaatsing gebruikte in het katame-no-kata voor het versterken van de benen en heupen en het creëren van meer flexibiliteit in het onderlichaam.

Wat is shikkō?

Shikkō (膝行) betekend “knielopen” of “kniegang”. Het lopen op de knieën komt in andere krijgskunsten terug. Kijk bijvoorbeeld naar het onderstaande filmpje over aikido. Of het boek Bokken (houten oefenzwaard) van Dave Lowry.

Deze vorm van bewegen is beleefder dan opstaan en rechtop lopen. Dit werd bijvoorbeeld gebruikt als het voetvolk zich verplaatste in de aanwezigheid van de adelstand of in de buurt van een altaar. Er zijn nog andere verklaringen, maar dat lijken vooral geromantiseerde verhalen te zijn. Een van deze verhalen is dat staan niet kon in Japanse gebouwen, omdat deze laag werden gebouwd in verband met schaarse en dure bouwmaterialen. Een andere mooie uitleg is dat als iedereen laag was een aanval van de samurai (krijger) eerder op zou vallen.

Een betere verklaring van kyoshi

In het boek Judo Formal Techniques van Tadao Otaki en Donn F. Draeger wordt veel meer beschreven over de achtergrond van het kata. Op pagina 116-117 wordt kyoshi uitgelegd en geschreven dat “er een grote stabiliteit in deze lichaamshouding is”. Daarnaast staat er dat “tori zichzelf moet beperken tot lichaamshoudingen en –verplaatsingen die een volledige expressie zijn van de hoogste staat van kalmte en stille alertheid.”

Op pagina 118 worden de auteurs nog specifieker. “De kwaliteiten van kalmte en stille alertheid worden versterkt door kyoshi. Ondanks dat deze lichaamshouding deftig is, is het strikt alleen een gevechtshouding.” Er wordt verwezen naar een voetnoot waar nogmaals wordt benadrukt dat “kyoshi en zijn varianten zichtbaar zijn in vele oude Japanse krijgskunsten, waaronder kunsten met het zwaard, speer, pijl en boog, hellebaard en de korte stok en lange stok en uiterst zinvolle houding is”.

Kyoshi in kime-no-kata

Als we kijken naar het kime-no-kata kunnen we ook de positie kyoshi terug zien. Kijk maar naar de onderstaande foto. De houding kun je bijvoorbeeld terugzien in ude-hishigi-waki-gatame en ude-hishigi-hara-gatame. Als je bedenkt dat kime-no-kata is samengesteld op basis van technieken uit oude jūjutsu scholen, dan lijkt de bewering van Otaki en Draeger te kloppen. Kyoshi, kuraidori en shikkō zijn overgenomen uit klassieke scholen.

Kime-no-kata Sebastiaan Fransen & Björn RauhéDenk hierbij ook bijvoorbeeld aan het koshiki-no-kata, waarbij tori meerdere malen in kyoshi gaat zitten om de rug van uke aan te vallen. Er is zelfs een foto van Kano, uitvinder van het judo, in deze positie. Het koshiki-no-kata bestaat grotendeels uit technieken van Kitō-ryū.

Koshiki no kata van KanoKyoshi in Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū

Verschillende boeken van de Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū laten ook afbeeldingen zien van kyoshi en verschillende varianten. Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū zijn beide oude jūjutsu scholen, waar Jigoro Kano trainde voordat hij Kodokan judo uitdacht.

Tenjin Shin'yō-ryūIn een van de boeken van een vechtkunst gebaseerd op Tenjin Shin’yō-ryū uit ongeveer 1898 staat bijvoorbeeld de volgende tekst: “Om via deze houding zo veel mogelijk vastberadenheid, concentratie, alertheid, kiai en mannelijkheid te tonen, dient u volgens de interpretatie van deze illustratie nog de volgende details toe te voegen: richt de knie en de punten van de tenen naar buiten, open naar Yoko Ichimonji, laat de knieschijven en de tenen in elkaars verlengde liggen en zet kracht in de onderbuik.”

Dit bevestigt dat de houding komt uit oude vechtkunsten en dat het belangrijk is voor kalmte en stille alertheid. Toch is het ook een krachtige houding, waarbij het onderlichaam wordt ontwikkeld (kracht in de onderbuik).

Conclusie

Een hele duidelijke conclusie trekken blijft lastig. Maar het lijkt evident dat de kyoshi houding en verplaatsingen in tsugi-ashi zijn overgenomen van andere jūjutsu scholen waar Jigoro Kano heeft getraind. De reden voor het niet opstaan, ligt zeer vermoedelijk in etiquette. De keuze voor deze houding is de grote stabiliteit en mobiliteit, in seiza is dit bijvoorbeeld veel beperkter.

Wellicht heeft Kano ook de intentie gehad het onderlichaam van de tori en uke te trainen, waarvoor deze positie zinvol is. Kano bedacht judo als een opvoedkundige vorm voor lichaam en geest, dus dit is zeker aannemelijk. Ik kan echter geen bron vinden die dit bevestigt.

Het belangrijke van deze houding en bewegingen is dat de judoka ze gebruikt met kalmte en stille alertheid. Volledig klaar voor de aanval. Kyoshi draagt bij aan zanshin. Dat is belangrijk in elk kata. Dus volgende keer bij het bestuderen van katame-no-kata, ga ik ervoor “om via deze houding zo veel mogelijk vastberadenheid, concentratie, alertheid, kiai en mannelijkheid te tonen.”

Zoals altijd ben ik benieuwd naar jullie meningen en ervaringen. Heb je bronnen die bovenstaande bevestigen of juist tegenspreken, deel deze dan met de judowereld. Daarnaast wil ik wederom Loek van Kooten bedanken voor het zoeken naar bronnen en vertalen van Japanse teksten.

Een blauwtje lopen

Het is jammer dat ik dit artikel schrijf. Helaas is het nog steeds nodig. Ondanks de vele artikelen die beschikbaar zijn over dit onderwerp. Er zijn namelijk nog steeds mensen die een blauwe judogi aantrekken. Naar de training, maar zelfs op examens heb ik weleens deelnemers haastig zien onderhandelen met collega-judoka voor het lenen van een witte judogi.

Geschiedenis van de blauwe judogi

Grand Slam Paris 2015
©IJF Media door G. Sabau en M. Mayorova

De blauwe judogi is een idee van Anton Geesink. Het idee was oorspronkelijk helemaal een kermis met rode en blauwe pakken. De achterliggende gedachten was dat het duidelijker voor scheidsrechters en toeschouwers is wie het punt scoort door een groter contrast tussen de judoka. Uiteindelijk heeft de International Judo Federation (IJF) ondanks het vele lobbyen van de Japanners in 1997 de blauwe judogi geïntroduceerd.

Daarvoor droegen beide judoka allebei een witte judogi, waarbij voor het onderscheid de ene judoka een witte obi (band) om heeft en de andere judoka een rode obi. Overigens vinden vele Japanse judotoernooien nog steeds plaats op deze manier. Kijk maar naar onderstaande filmpje van de All Japan Judo Championships 2015.

Geschiedenis van de witte judogi

Onze grootmeester Jigoro Kano is de bedenker van de moderne keikogi (trainingskleding). Zijn judogi heeft vele andere krijgskunsten geïnspireerd (zoals aikido, kendo en karate). In het boek In The Dojo speculeert Dave Lowry dat de judogi waarschijnlijk is geïnspireerd door de brandweerlieden uit Japan. Zij droegen zware jassen ter bescherming. Voor het blussen werden ze met water doordrenkt, zodat ze de drager beter bestand was tegen de hitte en vlammen.

Kano liet zijn studenten judogi dragen om praktische redenen, niet omdat het zo mooi staat. Volgens de archieven van de Kodokan waren hiervoor zijn motieven waardigheid en veiligheid. In eerste instantie hadden de judogi korte mouwen. Waarschijnlijk omdat de judoka last hadden van brandwonden op de ellebogen door de tatami (mat), zijn de mouwen langer gemaakt.

Judo training at Kodokan

De judogi had vroeger altijd een witachtige kleur. Niet puur wit, maar de witte kleur van ongebleekt katoen. Dit was goedkoop en de ongebleekte kleur van katoen is in overeenkomst met de spirit van budo. Het is eenvoudig en natuurlijk. In Japan kun je ook nog steeds ongebleekte judogi kopen.

Wit staat voor zuiverheid

Er wordt ook vaak een link gelegd met zuiverheid. Wit staat voor zuiverheid in het Shintoïsme. Samen met het Boeddhisme een belangrijke religie in Japan. Het is niet duidelijk of het Shintoïsme Kano daadwerkelijk heeft beïnvloed of achteraf als verklaring is verzonnen. Zuiverheid is een belangrijk concept en is overal zichtbaar in Japan, denk maar aan de onsen (heetwaterspa’s) en het uitdoen van de schoenen voordat men naar binnengaat.

De witte kleur van de judogi staat mogelijk ook voor het bewaren van de zuiverheid van de geest en zuiverheid van het judo. Een ander voordeel is dat bij een witte judogi sneller kan worden gezien of het schoon is, dit is moeilijker bij een judogi met een donkere kleur.

Niet afwijken van traditie

Waarom dan geen blauwe judogi? Er moet een hele goede reden zijn voor het afwijken van traditie in budo. Als van tradities wordt afgeweken, dan is judo niet meer dan gewoon een sport.

De enige motieven om een andere kleur judogi te dragen zijn mode en ego. Het volgen van de mode lijkt me niet relevant bij het beoefenen van traditionele budo. Voor een groot ego is in de dojo geen plaats. Een traditionele witte judogi laat zich niet beïnvloeden door iets onbelangrijks als mode en zorgt dat iedereen qua kleding gelijk is op de tatami.

Wat mij betreft wordt het besluit van de IJF voor het toestaan van blauwe judogi ook weer teruggedraaid. Op (inter)nationale toernooien staan fantastische scheidsrechters en is er beschikking over videobeelden mocht het echt heel onduidelijk zijn. Het grote contrast is overbodig geworden, als het ooit al een echt probleem is geweest.

Bij alle andere activiteiten op gebied van judo voegt een blauwe judogi in mijn ogen sowieso niets toe en doet afbreuk aan het judo. Ik draag zelf altijd een witte judogi. Hopelijk geef ik op deze manier het goede voorbeeld aan andere judoka.

BJJ Keikogi

Laten we vasthouden aan de tradities met betrekking tot de judogi. Neem bijvoorbeeld Braziliaans Jiu-Jitsu. Ondanks dat het veel van de mooie tradities van het judo mist, zijn hun ne-waza (grondtechnieken) echt superieur. Als ik hun trainingspakken zie, realiseer ik hoe ‘mooi’ onze judogi is in al zijn zuivere eenvoud met weinig of geen logo’s. Laten we onze judogi dan ook met waardigheid dragen!

Wat vind jij van blauwe judogi? Draag jijzelf weleens een blauwe judogi? Laat hieronder een reactie achter.

World Judo Day 2015: Unity

World Judo Day 2015 Unity Vandaag is het de geboortedag van grootmeester Jigoro Kano. Sinds 2011 is deze dag, 28 oktober, uitgeroepen tot World Judo Day (Wereld judo dag) en wordt dit elk jaar gevierd. Het doel is het promoten van de judofilosofie met bijvoorbeeld demonstraties, proeflessen en gezamenlijke trainingen. Op deze manier kan de spirit van judo worden verspreid over de gehele wereld. Er is een website opgericht met informatie en ter ondersteuning op http://www.worldjudoday.com.

Unity

Elk jaar heeft de World Judo Day een thema. De voorgaande jaren waren de thema’s “respect”, “judo voor iedereen”, “volharding” en “eer”. Dit jaar is het thema “eenheid” (unity). Een prachtig thema natuurlijk, omdat Kano een wereldwijde eenheid heeft gecreëerd met het Kodokan judo. Op dit moment judoën volgens de cijfers van de IJF meer dan 20 miljoen judoka over de gehele wereld! Bij de IJF zijn zo’n 200 nationale judobonden en 5 continentale bonden aangesloten.

Neil Adams, tweevoudig Olympische zilveren medaillewinnaar, formuleert het mooi. De eenheid is inherent aan judo en sport in het algemeen.

“Eenheid gaat over het bij elkaar brengen van mensen. Judo en sport in het algemeen is hiervan een onbewuste, onzelfzuchtige uiting. Mensen worden verenigd, die in andere situaties en omgevingen elkaar nooit hadden ontmoet of geïnteracteerd, krijgen een kans om vrienden te worden, rijker te worden van elkaars ervaringen en levensverhalen. Eenheid is mogelijk. Judo en zijn verhaal is hiervan een prachtig voorbeeld.”

Jita kyōei

Tijdens het ontwikkelen van judo benadrukte grootmeester Jigoro Kano reeds het creëren van eenheid in zijn judoleer. Hij formuleerde twee belangrijke principes. Seiryoku zen’yō en jita kyōei. Seiryoku zen’yō betekend “maximaal resultaat met minimale inspanning” en jita kyōei kan worden uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Vooral het principe jita kyōei benadrukt perfect de eenheid die Jigoro Kano voor ogen had met het judo. Dit blijkt ook uit een citaat van Kano uit het boek Judo Memoirs (pag. 15).

“Door het judo te stichten, had ik mijn eigen systeem van lichamelijke en geestelijke training opgezet. Het kwam me voor dat ik deze kennis niet voor mezelf moest houden, maar dat ik het moest onderrichten aan anderen, over de hele wereld.”
Vertaling door Mitesco.

En wat nu…

World Judo Day 2015 UnityWat hebben we hiervan bereikt als judoka? Judo heeft zich verspreid over de gehele wereld, maar hoeveel judoka verdiepen zich in de judoprincipes? Is judo “meer dan een sport”, zoals mooi wordt vermeld onder het logo van de Europese Judo Unie? Zijn we een eenheid als judoka of allemaal individuen die gewoon lekker sporten, een gouden medaille ambiëren of een hogere dangraad verlangen?

Ik geloof dat het judo steeds meer ontwikkeld in lijn met het oorspronkelijke doel. De ontwikkeling van lichaam en geest voor wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen. Steeds meer judoka raken bekend met het gehele judo dat zich niet beperkt tot een paar levenloze zelfverdedigingstechnieken en wedstrijden. Deze groep beoefend niet slechts een sport, maar volgt een weg.

Wij ervaren de rijkheid van het judo. Wij streven naar eenheid van lichaam en geest. Wij trainen om beter te worden. Voor onszelf, en voor de anderen. Wij respecteren onszelf en de ander. Wij smijten elkaar niet op de grond, maar helpen elkaar overeind. Wij trainen niet alleen in de dojo, maar altijd en overal. Wij beperken ons niet tot onze eigen welvaart, maar kijken naar het grotere geheel zonder grenzen. Wij vormen een steeds grotere eenheid, zodat wij samen schitteren.

Loesje evolutietheorieHet is een mooie gedachte om vandaag bij stil te staan. Ik las van de week een poster van Loesje met de tekst “Dus volgens de evolutietheorie was vroeger niet alles beter”. Het is toch mooi als wij judoka het werk van Jigoro Kano voortzetten, zodat het judo inderdaad evolueert en zich aanpast aan de ontwikkelingen van deze tijd. Dat het judo verder uitbreid. Door het aantrekken van nieuwe judoka en doordat alle judoka beter bekend zijn met de principes van het judo. Zodat we inderdaad een eenheid vormen in harmonie en vrede over de gehele wereld.

Wat betekent eenheid voor jou? Ga je iets doen voor World Judo Day? Laat het achter in de reacties.

Klassiek en romantiek

Kun je nog wel genieten als je alle details kent? Dat is een vraag die mij de afgelopen tijd bezig heeft gehouden. Voor mijn verjaardag vorig jaar kreeg ik van mijn vrienden een bezoek aan de theatervoorstelling van de Golden Earring cadeau. Op 3 februari 2015 was het eindelijk zover. Het concert waar ik zo naar uitkeek! Toch kon ik in eerste instantie moeilijk genieten van de voorstelling.

Klassiek versus romantiek

Een tijdje voor het concert las ik het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance van Robert Pirsig. Geen eenvoudig boek, maar zeer de moeite waard. Het beschrijft een motortrip van een vader met zijn zoon afgewisseld met filosofische discussies door de verteller.

Vooral het begin van het boek is erg interessant. Hier vertelt de auteur over het klassieke (classic) en romantische (romantic) begrip. Hieronder een citaat voor een globaal beeld van deze twee denkbeelden.

“A classical understanding sees the world primarily as underlying form itself. A romantic understandig sees it primarily in term of immediate appearance. If you were to show an engine or a mechanical drawing or electronic schematic to a romantic it is unlikely he would see much of interest in it. Is has no appeal because the reality he sees is its surface. Dull, complex lists of names, lines and numbers. Nothing interesting. But if you were to show the same blueprint of schematic or give the same description to a classical person he might look at it and then become fascinated by it because he sees that within the lines and shapes and symbols is a tremendous richness of underlying form.”

Romantiek

In het boek wordt het romantische begrip vergeleken met motorrijden en genieten van het moment. Het voelen van de wind en de ervaring van vrijheid.

“The romantic mode is primarily inspirational, imaginative, creative, intuitive. Feelings rather than facts predominate. “Art” when it is opposed to “Science” is often romantic. It does not proceed by reason or by laws. It proceeds by feeling, intuition and esthetic conscience.”

Klassiek

Het klassieke begrip wordt geassocieerd met het motoronderhoud. Voor motoronderhoud is kennis nodig van onderdelen en hun onderlinge samenhang. Op deze wijze kunnen (mogelijke) storingen in een vroeg stadium worden verholpen.

“The classic mode, by contrast, proceeds by reason and by laws – which are themselves underlying forms of thought and behaviour.”

Het klassieke begrip is niet beter dan het romantische begrip of andersom. Ze vullen elkaar aan. Het heeft het mij enorm geholpen dat ik bewust werd van deze verschillende denkbeelden.

Sleepwalking

Daar zat ik dan op de achterste rij in de Rijswijkse schouwburg. De lichten gaan uit en vier mannen op leeftijd verschijnen op het podium. Barry Hay roept iets en de Golden Earring begint met het spelen van hun rijke verzameling klassiekers.

Ik probeer als gitarist alles te volgen. Wat speelt Rinus voor bijzondere baspartij door het nummer heen en hoe wordt de basgitaar gedragen door Cesar op de drums? Wat voor akkoorden pakt George en in welke toonladder soleert hij? Is dit nog wel een vierkwartsmaat?

Door de noten kon ik de muziek niet meer horen. Ik was alleen maar gefocust op de afzonderlijke instrumenten en het ‘begrijpen’ hiervan, dat ik weinig tijd had om te genieten. Ik zou en moest de basgitaar in “Sleepwalking” en de relatie tot de rest van de muziek verklaren met de beperkte muziektheorie die ik bezit.

Zen and the Art of Music

Op gegeven moment begon het te dagen. Ik zat duidelijk in het klassieke begrip. Ergens genoot ik van de muziek, maar er was een soort terughoudendheid. Veel kon ik niet verklaren en dat leidde tot frustratie. Kort daarna kwam de pauze en besprak ik met mijn bandleden en vrienden alles wat ons was opgevallen, maar dit hield ik voor me.

Na de pauze kon ik meer genieten van de Golden Earring. Misschien hadden deze topmuzikanten de smaak te pakken en speelden ze beter. Echter denk ik dat het kwam, omdat ik geschakeld had naar het romantische begrip.

De muzieknoten analyseerde ik niet langer, maar ik genoot van het moment. Niet langer dacht ik aan maatsoorten, toonladders en harmonisatie. Ik hoorde nu het geheel. Sommige nummers kon ik echt voelen. Zonder enige terughoudendheid. Ik genoot volledig van het optreden.

Clinic Kodokan nage-no-kata

Peter Tümmers en Sebastiaan Fransen tijdens een clinic Kodokan nage-no-kataGisteren was ik als secretaris van de Kata Werkgroep Judo Zuid-Holland aanwezig bij een clinic die we organiseerden in Ridderkerk. Peter Tümmers legde vakkundig de details uit van het Kodokan nage-no-kata.

Ik genoot van de aandacht voor de details, zoals wat is de relatie tot de worp en maai (gevechtsafstanden) bij seoi-nage en hoe is de timing van okuri-ashi-harai? Het bestuderen van vooral ura (zie ook Waarheden en illusies). Alle principes en logica in het kata. Ik ging er volledig in op. Het klassieke begrip.

Tijdens de demonstraties van de judoka voor de groep genoot ik ook. Ik keek naar de buitenkant, vooral omote. De gracieuze bewegingen waarbij tori de uke controleert en werpt. De stilte en aandacht in de zaal gevolgd door het denderende geluid van de val van uke. De expressie van de judoka die een strijd voerde. Het romantische begrip.

Wie wint? Klassiek of romantiek?

Beide denkbeelden hebben een praktisch nut. Als ik muziek schrijf met mijn band, dan kan bepaalde muziektheorie worden toegepast. Hierdoor kan een nieuw nummer efficiënt worden geschreven. Het klassieke begrip leidt dan tot een snel resultaat.

Optreden van 0900-VIKTOR
©Fred van der Ende

Maar door het gebruik van het romantische begrip komen we als band soms op verrassende composities. Door het gebruik van creativiteit en intuïtie proberen wij dingen uit die de band niet kan verklaren op basis van logica en regels, maar toch goed klinken. Daarnaast kan ik heerlijk genieten van nummers, zonder ze ‘kapot’ te analyseren.

Beide denkbeelden zijn dus bruikbaar en vullen elkaar aan. Ook hebben ze allebei hun eigen schoonheid. Dat komt bij mij duidelijk naar voren in het judo. Als voorbeeld is het ju-no-kata natuurlijk prachtig om naar te kijken. Het gracieuze samenspel heeft een mediterende werking. Het romantische begrip.

Als ik de details bestudeer, dan kan ik daar ook helemaal in opgaan. De complexe harmonie tussen aanval en verdediging die worden gedemonstreerd kunnen prachtig worden geanalyseerd. Er is een prachtige controle en eenvoud. Het klassieke begrip. Door deze details wordt voor mij ook de buitenkant van het kata mooier.

Dit is de reden dat sommige judoka kata in eerste instantie afschuwelijk vinden. Ze zien een mooie vorm aan de buitenkant. Ze gaan enthousiast het kata bestuderen en worden opgegeven moment ‘lastig’ gevallen met allemaal details zoals afstanden. Zonder het direct te begrijpen verliest het kata haar charme voor deze judoka.

Er zullen ook judoka zijn zonder interesse in de vorm aan de buitenkant en die gelijk de onderliggende principes willen doorgronden. Het kata ontleden en begrijpen hoe het werkt. Als er niet voldoende aandacht is voor de details, verliest het kata haar charme voor deze judoka. In beide situaties kan bewustwording van het klassieke en romantische begrip de leerling en meester enorm helpen.

Het begrip van klassiek en romantiek heeft mij in ieder geval veel gebracht. Beide denkbeelden integreren is zeker mogelijk en wenselijk, maar kan een uitdaging zijn. Bewust zijn van de twee denkbeelden is een praktisch begin. Ik kan hierdoor meer genieten van bijvoorbeeld muziek en judo. Ook heb ik meer begrip gekregen voor mensen die geen interesse hebben in details van bijvoorbeeld kata of juist alleen maar aandacht hebben voor details.

Dus ja, je kunt nog steeds genieten als je ‘alle’ details kent! Sommige dingen worden mooier als je de details kent. En sommige dingen zijn mooier zonder kennis van de details.

Beschermen, kapotmaken en verlaten

In het artikel De fasen van katastudie heb ik een onderscheid gemaakt in vier verschillende fasen voor het bestuderen van kata. In dit artikel bespreek ik een ander model, het Japanse concept 守破離 (Shu Ha Ri). Het concept onderscheid drie fasen in het leren van een techniek, kata of krijgskunst. Shu Ha Ri betekent beschermen, kapotmaken en verlaten. Het model geeft inzicht in de houding van leerling naar gezel en uiteindelijk meester. Er zijn een aantal overeenkomsten met het model op basis van bewustzijn en bekwaamheid, maar gaandeweg wordt duidelijk dat het een andere inslag heeft.

守 – Shu (beschermen)

Mr. Miyagi (Karate Kid)Eerst volgt de judoka het voorbeeld van zijn sensei (leraar). Hij imiteert de vorm en bewegingen zonder veel begrip van riai (onderliggende principes). Hierbij worden de regels gevolgd, zoals uitgelegd door de leraar. Vorm en bewegingen worden door de judoka beschermt. De nadruk ligt vooral op herhalen van vorm en bewegingen zonder het aanbrengen van afwijkingen, want de judoka heeft nog niet genoeg kennis voor het maken van aanpassingen in de vorm en bewegingen. In deze fase wordt een solide fundament gebouwd, waarop de judoka in latere fasen verder bouwt.

破 – Ha (kapotmaken)

In deze fase heeft de judoka de vorm en bewegingen eigen gemaakt. De judoka verdiept zich nu in de riai (onderliggende principes). Hierbij kan gebruik worden gemaakt van aanwijzingen van andere leraren en multimedia (boeken, video, etc.). Alle opgedane kennis wordt geïntegreerd voor een optimaal begrip van de vorm en bewegingen.

Vervolgens kunnen innovaties plaatsvinden op basis van vernieuwde inzichten en een beter begrip van de riai, waardoor de vorm en bewegingen subtiele veranderingen ondergaan. Verwacht geen grote veranderingen, omdat de meeste vormen en bewegingen lang geleden zijn ontstaan en geëvolueerd op basis van fundamentele principes. De grootmeesters hebben reeds de vormen en bewegingen geoptimaliseerd en slechts een enkele keer kunnen verbeteringen worden aangebracht. Dit sluit niet uit dat een judoka altijd blijft zoeken naar optimalisatie op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei.

In deze fase kan een judoka ook aanpassingen maken zodat de vorm en bewegingen beter aansluiten op zijn of haar unieke eigenschappen. Bijvoorbeeld de afstanden in het kata staan voorgeschreven, echter als een judoka voldoende begrip heeft van maai (gevechtsafstand) kan de afstand worden gewijzigd op basis van lichaamsbouw.

Shu Ha Ri
©Ruma Dak’s Blog

Een ander aspect in deze fase wat vaak over het hoofd wordt gezien is het kapotmaken van een vorm en bewegingen. Dit is nodig voor een goed begrip van de leerstof. In de wetenschap is het de kunst om een hypothese te ontkrachten door middel van onderzoek. Dit zou een judoka ook moeten doen. Hierin spelen zowel tori als uke een belangrijke rol. Als blijkt dat een vorm of beweging niet goed werkt, moeten zij worden aangepast of uit het curriculum verwijderd.

In judo kunnen we ervan uitgaan dat alleen nog effectieve vormen en bewegingen zijn overgebleven, omdat grootmeester Kano alleen de technieken die voldoen aan de principes van judo heeft opgenomen in Kodokan Judo. Daarna hebben nog vele grootmeester het curriculum onderhouden. Echter kunnen judoka door het ‘kapotmaken’ van vorm en bewegingen ontdekken in welke context zij werken of juist niet.

離 – Ri (verlaten)

Op dit punt wordt gesproken over transcendentie. De judoka overstijgt (verlaat) de vorm en bewegingen, waardoor ruimte voor creativiteit ontstaat. Hij of zij is de volledige belichaming van de vorm en bewegingen. De bewegingen zijn een natuurlijke uitdrukking van de judoka geworden en de vorm is volledig verlaten. Ze bevatten duidelijke persoonlijke en karakteristieke kenmerken van de judoka. Desondanks handelt judoka altijd in overstemming met de riai (onderliggende principes).

Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Er wordt niet meer nagedacht over de uitvoering. Dit wordt ook wel muga-mushin (無我無心) genoemd in het Japans. Het kan vertaald worden als “geen ego, geen gedachten”. De aandacht is volledig op het huidige moment gericht en wordt niet geremd door afleidende gedachten.

De fase Ri bereiken is alleen weggelegd voor doorzetters. Het vergt jaren trainen en studeren onder grootmeesters. Een diepgaande studie van vormen, bewegingen en onderliggende principes, waarbij een judoka nooit uitgeleerd raakt. Door zelfontdekkend leren en het gebruik van creativiteit blijf een judoka zelfs in de Ri-fase subtiele verbeteringen en vernieuwingen toevoegen. Het uiteindelijke doel is dat de leerling beter wordt dan de meester. Op deze wijze stagneert de krijgskunst niet en evolueert de krijgskunst.

Het concept Shu Ha Ri moet overigens niet als een lineair pad worden gezien. In de Ha-fase zit Shu en in de Ri-fase zit Shu en Ha. Dit betekent dat de judoka in latere fasen doorbouwt op het stevige fundament dat hij in eerdere fasen heeft neergelegd. De fundamenten van judo veranderen namelijk niet. Alleen de toepassing kan wijzigen en er zullen subtiele verschillen in de uitvoering zijn.

Graag wil ik Richard de Bijl en Loek van Kooten bedanken voor de inspiratie voor dit artikel. Richard is een grote bron van inspiratie op vele gebieden en Loek heeft geholpen met het vertalen van de verschillende begrippen.

Mitsu-no-sen: drie vormen van initiatief

Het go-no-sen is op dit moment een populaire keuze voor danexamens. Het bestaat uit minder handelingen vergeleken met het nage-no-kata en katame-no-kata, waardoor judoka hiervoor kiezen. Het kata bestaat uit twaalf kaeshi-waza (overnames). Hierbij is vooral het moment van de overname belangrijk, maar helaas zijn hier geen duidelijke richtlijnen voor. In dit artikel meer over de verschillende momenten van overnemen.

Geen duidelijke richtlijnen

Mikonosuke Kawaishi
Mikonosuke Kawaishi

Het is niet met zekerheid te zeggen waar het kata is ontwikkeld. Mikonosuke Kawaishi schrijft in het boek The Complete Seven Katas of Judo dat op de Waseda Universiteit het kata is ontwikkeld. In Nederland wordt door sommige mensen gesteld dat Kawaishi het kata zelf heeft ontwikkeld. Dit is uiterst twijfelachtig. Het is waarschijnlijker dat Kawaishi het go-no-sen in Europa heeft verspreid.

Het go-no-sen is geen Kodokan kata. Er zijn dan ook geen duidelijke internationale richtlijnen die worden bijgehouden en er is weinig historische informatie bekend over het kata. Kawaishi beschrijft het kata in zijn eerder genoemde boek. Echter deze richtlijnen laten veel vrijheid voor eigen interpretatie.

Dit blijkt ook uit verschillende uitvoeringen van het kata op YouTube. Sommige judoka voeren het go-no-sen in beweging uit, anderen uit stilstand. In weer andere uitvoeringen maakt uke de eerste keer de worp, waarna tori de tweede keer de worp van uke overneemt.

Lees voor meer informatie over de historie van het kata het onderzoek Kōdōkan jūdō’s three orphaned forms of counter techniques – Part 1: The Gonosen-no-kata ―“Forms of post-attack initiative counter throws door Carl de Creé.

Richtlijnen voor Nederland

De Judo Bond Nederland heeft voor de danexamens richtlijnen op laten stellen. Deze richtlijnen staan in de Handleiding go-no-sen (Berber Roorda en Mark Bette i.s.m. de Nationale Graden Commissie Judo).

Het voordeel van het vaststellen van richtlijnen is dat het duidelijk wordt hoe een kata kan worden uitgelegd (leraar), uitgevoerd (examenkandidaat) en beoordeeld (examinator). De richtlijnen in Nederland zijn mogelijk strikter dan de originele richtlijnen van het kata met als doel duidelijkheid voor iedereen.

Er is helaas nog een verschil in interpretatie binnen Nederland. Het verschil gaat over het juiste moment voor het uitvoeren van de overname. Deze discussie schept verwarring voor leraren, examenkandidaten en examinatoren. Wat soms uitmondt in teleurstellingen als een judoka hard heeft getraind voor een dangraad, maar zakt voor het examen door een verschil in interpretatie.

Helaas geeft de laatste versie van de richtlijnen (maart 2015) ook geen volledige duidelijkheid. Er wordt gesproken over “tori moet een laat initiatief demonstreren en moet dus wachten op het LAATSTE moment voor een effectieve overname”. Dit is niet meetbaar en kan door iedereen anders worden uitgelegd en begrepen.

Discussie van het moment

De discussie gaat dus over het moment van de overname. In het go-no-sen is verrassend go-no-sen het moment dat de worp moet worden overgenomen. Dit is gebaseerd op mitsu-no-sen, de drie vormen van initiatief.

Deze drie momenten zijn go-no-sen, sen en sen-sen-no-sen. In bijvoorbeeld kendo worden deze momenten veelvuldig gebruikt. Een voorbeeld hiervan kan worden verkregen in het boek Het boek van de vijf ringen van de beroemde Japanse zwaardvechter Miyamoto Musashi. Andere mooie voorbeelden staan op diverse Kendo-sites.

Ook in het boek Judo Formal Techniques (hoofdstuk 6) van Tadao Otaki en Donn F. Draeger staan de momenten beschreven.

“Kano recognized three levels of combative initiative (sen): (1) go no sen, the ‘late’ form of attack initiative, usually characterized as a defensive move or counteraction; (2) sen, the attack initiative that is also defensive but launched simultaneously with the aggressor’s attack; (3) sen-sen no sen, a supraliminal attack initiative, also defensive but appearing to be offensive, through which the aggressor’s attack is anticipated and ‘beaten to the punch’ by an appropriate action.”

Op basis van bovenstaande bronnen ben ik tot de onderstaande interpretatie van de drie momenten gekomen.

Go-no-sen

Hiza-guruma
Hiza-guruma 膝車 → hiza-guruma 膝車

Uke zet een aanval volledig in. Tori kan alleen nog reageren op de aanval van uke met een verdediging in overeenstemming met de aanval van uke. Tori maakt tai-sabaki of blokkeert en neemt het initiatief over door middel van een overname. Er kan een korte strijd plaatsvinden om de weerstand van uke te overwinnen. Dit hoeft niet indien tori de energie van de aanvaller gelijk tegen uke gebruikt.

Een voorbeeld met strijd in randori is uke die een koshi-guruma inzet. Tori blokkeert de worp door het verlagen van zijn zwaartepunt, terwijl uke zijn worp blijft inzetten. Als tori het genoeg vindt, maakt hij of zij tai-sabaki en werpt met tani-otoshi. Uiteraard had tori ook direct tai-sabaki kunnen maken en overnemen met tani-otoshi. Dit laatste is een voorbeeld van go-no-sen zonder strijd.

Sen (of sen-no-sen)

Uke begint zijn aanval. Als aan de bewegingen van uke duidelijk wordt dat hij of zij een worp inzet, reageert tori met het nemen van het initiatief. Tori kan voorkomen dat uke zijn of haar worp volledig inzet door het maken van een eigen worp. Tori reageert dus niet verdedigend op de worp van uke, maar is uke voor met een eigen worp.

Bijvoorbeeld als uke diep ademhaalt en zijn of haar rechterarm losmaakt voor een seoi-nage. Op het moment dat de arm is bevrijd, reageert tori met een seoi-nage. Uke krijgt geen kans om de seoi-nage volledig in te zetten, want tori is uke voor.

Sen-sen-no-sen

Voordat uke kan starten met het inzetten van een worp, zet tori een worp in. Tori anticipeert dat uke op het punt van aanvallen staat en is uke voor. Het verschil met sen is dat uke nog niet begonnen is met zijn of haar aanval. Het idee is wel al reeds geboren in het hoofd van uke.

Tori “voelt” dat uke gaat aanvallen en start een eigen aanval voordat de aanval van uke echt is begonnen. Tori kan ook een aanval uitlokken van uke en dan reageren met voorbedachten rade. Uke heeft dan het gevoel dat hij zelf aanvalt, terwijl het initiatief eigenlijk bij tori ligt.

Het juiste moment

In het kata is dus go-no-sen het juiste moment van initiatief. Hierbij is het belangrijk dat tori reageert op de aanval van uke met een overname en daarbij kan een strijd plaatsvinden. Het reageren zal veelal gebeuren met een vorm van tai-sabaki of hara.

Bijvoorbeeld bij de eerste techniek waar uke aanvalt met een o-soto-gari, kan tori eerst blokkeren. Vervolgens vindt er een korte strijd plaats, voordat tori een vorm van tai-sabaki maakt en werpt met o-soto-gari.

Echter is het volgens bovenstaande uitleg ook go-no-sen als tori de worp direct overneemt met een o-soto-gari zonder een korte strijd, door mee te gaan in de aanval van uke. Het is pas “fout” als tori reageert op de o-soto-gari voordat uke de worp volledig heeft ingezet. Het gaat er namelijk mijns inziens om bij go-no-sen dat tori reageert op de aanval van uke en deze aanval gebruikt voor zijn of haar overname.

Tot slot

Voor de judoka die binnenkort danexamen doen, adviseer ik het bijwonen van de districtstrainingen voor duidelijkheid over de richtlijnen. Hopelijk gaat jouw judoleraar mee, zodat hij of zij ook op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen.

Op deze trainingen wordt idealiter de interpretatie volgens de richtlijnen van de Nationale Graden Commissie Judo van de Judo Bond Nederland gevolgd. Het doel is steeds kleinere interpretatieverschillen door goede naslagwerken en eenduidige bijscholing. Hierdoor komen leraren, examenkandidaten en examinatoren op één lijn.

In dit stuk heb ik getracht mijn interpretatie van het begrip “go-no-sen” toe te lichten. Dit doe ik op persoonlijke titel. Mijn interpretatie geeft een  meetbare definitie van go-no-sen, maar laat vrijheid over voor de uitvoerder. Zo waren de twaalf overnames wellicht oorspronkelijk bedoeld.

Een ruimere definitie van go-no-sen biedt mogelijkheden voor tori en uke in het variëren in aanvallen en overnames (intensiteit, tempo, etc.). Het go-no-sen kan door een gevorderde judoka zelfs sen-no-sen worden beoefend. Op deze wijze kan meer worden geleerd van het kata.

Uiteindelijk zijn kata bedoeld om belangrijke principes over te dragen. Hierbij is de vraag of het go-no-sen over riai (onderliggende principes) beschikt of een willekeurige verzameling overnames is, maar hierover wellicht een volgende keer meer.

In ieder geval kan een judoka in het go-no-sen leren dat hij tot op het “laatste” moment niet verloren is en nog een worp kan overnemen. Daarnaast kan tori ervaren dat uke mogelijk zijn spirit verliest, als tori niet opgeeft en onbeweeglijk lijkt.

Ben je het eens of oneens? Of heb jij interessante informatie die het bovenstaande artikel aanvult? Laat het vooral hieronder weten middels een reactie. Mijn doel is een duidelijk omschrijving van het begrip go-no-sen, zodat er minder verwarring is onder judoka. Vooral met het oog op danexamens.

Het gevaar van katawedstrijden

Afgelopen weekend waren de IJF KATA World Championships 2015 in Amsterdam. Er was veel aandacht voor kata en ik zag veel positieve reacties van judoka. Zoals eerder gezegd in deze blog ben ik een voorstander van de katawedstrijden als promotie van kata. Echter in dit artikel wil ik ook een aantal gevaren benoemen die katawedstrijden met zich mee kunnen brengen. Door het benoemen van deze gevaren kunnen judoka deze valkuilen vermijden.

Het doel heiligt de middelen

Jigoro Kano heeft kata ontworpen als de grammatica van het judo. Door het bestuderen van kata bestuderen judoka de basis van belangrijke concepten zoals kuzushi (balansverstoring) maai (gevechtsafstanden) en atemi-waza (slag-, stoot- en traptechnieken).

Het kata is niet ontworpen om onderling te vergelijken. Dit maakt het jureren erg lastig. Wanneer is het kata van het ene koppel beter dan het andere koppel? Bij een examen kun je uit een kata enigszins aflezen hoeveel de judoka ervan begrijpt, maar waar let je op bij het vergelijken van kata in competitieverband?

Als het kata is bedoeld voor het bestuderen van de basis van judo, dan kan veel worden geleerd door experimentatie. De judoka kan variëren in afstanden, tempo, timing, richting, intensiteit, etc. om de principes van judo te doorgronden. Het doel van kata is een beter begrip van judoprincipes, waarop beoordeel je dan twee katakoppels die allebei een prachtig kata uitvoeren en begrip van de principes demonstreren?

Het voelt soms alsof je een spijker met een schroevendraaier in het hout slaat. Met enige moeite kan het wel, maar de schroevendraaier dient eigenlijk een ander doel. Het kata is niet ontworpen met als doel het winnen van medailles. Daarom moet niet alleen worden gekeken naar wat medailles oplevert, maar vooral wat het beste de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei uitdraagt.

Vorm of inhoud

In een eerder artikel over Waarheden en illusies schreef ik over omote en ura. Het gaat bij kata niet alleen om het zichtbare, maar ook wat er verborgen ligt in kata. Het gevaar van wedstrijden (en examens) is dat judoka gaan focussen op omote, het zichtbare van kata. Dit is namelijk wat de jury bij wedstrijden het eenvoudigst kan beoordelen.

De judoka lopen dan een prachtig kata en de oefeningen verlopen vlekkeloos, maar is dit nog kata? Hebben ze door intensieve studie ura (het verborgene) in het kata ontdekt of kunnen zij alleen de buitenkant (omote) prachtig nadoen?

Ju-no-kata op WK KATA 2015
©IJF Media door G. Sabau

De nadruk ligt hierop ‘nadoen’. De serieuze judoka doorgrond het kata volledig, zodat het geen toneelstuk is. De judoka is de belichaming van het kata. Het kata voelt niet langer als een paar aangeleerde stappen, maar het voelt alsof ze het zelf hebben bedacht. Alle bewegingen voelen logisch en natuurlijk. Ze denken niet meer na over het uitvoeren van de handelingen. Vorm en inhoud vallen samen.

Als een judoka alleen focust op de vorm (het zichtbare, omote) dan worden weinig van de voordelen van kata benut. Het zal dan ook maar een relatief kleine bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de judoka. Vooral door bestudering van omote (het zichtbare) en ura (het verborgene) samen kan een judoka groeien.

Kata zonder vorm is namelijk geen kata. Kata zonder inhoud is doelloos. Vorm en inhoud vullen elkaar aan en kunnen niet zonder elkaar. Bij katawedstrijden is het de kunst dat vorm niet de bovenhand krijgt, maar samen gaat met de inhoud.

Eenzijdige training

Een ander gevaar is dat de training eenzijdig wordt. Jigoro Kano heeft het kata op dusdanige wijze ontworpen dat de grammatica van het judo op systematische wijze kan worden aangeleerd aan grote groepen judoka. Hij vond het beoefenen van kata en randori allebei belangrijk.

Echter zijn er ook judoka die alleen maar focussen op hun ‘eigen’ kata. Zij oefenen geen randori meer, maar bereiden continu voor op katawedstrijden. Het is als de grammatica leren van een taal en vervolgens nooit schrijven of spreken in die taal. De vraag is of dit zinvol is.

Hetzelfde geldt voor judoka die alleen een bepaalde rol binnen het kata beoefenen. In de Kodokan (Tokio, Japan) moet een examenkandidaat het kata uitvoeren als tori en uke. Dit omdat een judoka het kata alleen kan begrijpen als beide rollen worden bestudeerd. Het is dan ook zonde als voor wedstrijden (of examens) alleen de rol van tori wordt bestudeerd.

De judoka die tegen elkaar strijden hebben naast randori ook baat bij kata. Judoka die samen aan katawedstrijden deelnemen hebben naast kata ook veel aan randori. Het vinden van een goede balans tussen beide trainingsvormen is belangrijk. Je kunt uiteraard wel de focus verleggen, maar dan het liefst zonder het verwaarlozen van de andere trainingsvorm.

Slotwoord

Dit artikel is absoluut geen pleidooi voor het afschaffen van katawedstrijden. Ze brengen plezier aan veel judoka. Daarnaast is het een prachtige manier voor het uitwisselen van kennis over judo en het maken van nieuwe vrienden.

Een voorbeeld is de demonstratie van Cees Roest met zijn aangepaste versie van het nage-no-kata. Er zijn vele opnames gemaakt en ik weet zeker dat veel andere landen dit aangepaste kata voor judoka met een beperking (dwarslaesie) gaan bestuderen. Daarnaast zit aan het WK vaak een seminar gekoppeld waar experts de kata in detail uitleggen en ook dieper ingaan op het omote en ura van kata. Een mooie bijdrage aan de ontwikkeling van judo wereldwijd.

Echter wil ik mijn angst delen voor de degradatie van kata tot louter een wedstrijdsport met medailles. Ik denk dat katawedstrijden een belangrijke bijdrage leveren aan de populariteit van kata, maar we moeten niet het oorspronkelijke doel van kata vergeten. Het kata is bedoeld voor het bestuderen van judo. Laten we dus vooral met veel plezier katawedstrijden organiseren zonder het doel te vergeten.

De promotie van kata

Komend weekend staan de IJF KATA World Championships 2015 op het programma. Nederland heeft dit jaar de eer om dit kampioenschap te organiseren in Amsterdam. De wedstrijden in kata leveren een belangrijke bijdrage aan haar populariteit, maar er valt nog veel winst te behalen. In dit artikel wil ik op basis van het AIDA-model analyseren of we het kata beter kunnen ‘verkopen’.

Kata is samen met randori een enorm belangrijke pijler van het judo. Daarom vind ik het goed dat de kampioenschappen WK Kata worden gecombineerd met de WK Veteranen. Omdat kata belangrijk is voor het judo en veel voordelen biedt heeft het de voorkeur dat alle judoka in aanraking komen met kata.

Kata is een belangrijke pijler van judo

Over het nut van kata voor het bestuderen van judo kan heel veel geschreven worden. In dit artikel wil ik daar niet op focussen, maar een korte toelichting is noodzakelijk. Jigoro Kano, bedenker van het judo, noemt in zijn boek Mind over Muscle kata de grammatica van het judo.

“Daarom gebruiken we twee manieren van onderricht: kata (vorm) en randori (vrije oefening). Toen ik de Kodokan oprichtte, ontwikkelde ik een methode die de nadruk legde op randori en waarbij kata op een hele vanzelfsprekende manier aan de orde kwam tijdens de randorioefening. Het is zoiets als een opstel leren schrijven zonder grammaticaboek, of de grammaticaregels aanleren tijdens het schrijven van een opstel. In de tijd dat er maar een paar mensen deelnamen aan de training was dat niet zo’n probleem, maar toen er steeds meer beginners op de mat kwamen, werd het onmogelijk om kata tijdens randori te leren.”
Vertaling door Mitesco.

Voor het optimaal leren van judo zijn kata en randori nodig. Het kata kan judoka ontzettend veel inzicht bieden. Het geeft bijvoorbeeld het concept kuzushi (balansverstoring) heel duidelijk weer. Hierdoor kan de judoka dit concept ook in randori beter toepassen. Het is niet voor niets dat ook wedstrijdjudoka in Japan tijd besteden aan katastudie.

Het AIDA-model

AIDA-Model
© bsmedia.nl

Het AIDA-model is een model dat in de marketing wordt gebruikt. Het model is niet allesomvattend, maar juist door zijn eenvoud toepasbaar. Volgens het model zijn voor marketing de volgende onderwerpen belangrijk:

  • Attention: de aandacht trekken voor het product
  • Interest: positieve aspecten benadrukken
  • Desire: een verlangen of voorkeur creëren
  • Action: aanzetten tot actie

Attention

Op dit moment komen judoka steeds eerder in aanraking met kata. Vroeger werd kata pas aangeleerd aan judoka vlak voor het danexamen. Nu komen door demonstraties, wedstrijden en seminars judoka eerder in aanraking met kata en er is er veel meer informatie over kata beschikbaar via bijvoorbeeld de boeken op de website van de Kodokan en YouTube. Daarnaast zijn nu meer judoleraren bekend met kata, waardoor er aandacht aan wordt besteed in reguliere trainingen.

Als de aandacht van de judoka is getrokken, kunnen de positieve aspecten van kata worden benadrukt.

Interest

Vroeger werd kata ‘verkocht’ als een noodzakelijk kwaad voor het danexamen. Ergens op een klein hoekje van de mat mochten judoka zelf aan de hand van een boekje studeren. Het is niet vreemd dat judoka op deze manier niet warmlopen voor kata.

Kata kanji
Kanji voor kata

Gelukkig zijn meer judoleraren geschoold in kata en kunnen zij het beter uitdragen naar hun leerlingen. Zij kunnen de voordelen en de samenhang tussen kata en randori uitleggen. Veel judoleraren zien nu in dat kata een belangrijke bijdrage levert aan het technische fundament van de judoka, maar ook op lichamelijk, mentaal en spiritueel vlak.

Als judoleraren het kata op een positieve manier brengen, raken judoka eerder geïnteresseerd. De leraren kunnen benadrukken hoe interessant het is en dat het judo van de judoka er zeker vooruit op gaat. Het is niet langer iets dat moet, maar iets dat leuk en nuttig is. Deze belofte kan zeker waar worden gemaakt door een goede judoleraar. Hij of zij kan het kata op een boeiende en inspirerende wijze brengen.

Echter de judoka moet niet alleen interesse hebben, maar het verlangen krijgen naar het bestuderen van kata.

Desire

De interesse moet verder worden omgezet in verlangen, zodat de judoka het  kata wil bestuderen. Dit kan het beste doordat de judoka inziet waarom voor hem/haar persoonlijk het kata nuttig is. Dit kan voor iedereen anders zijn.

Voor een oudere judoka kan de verdieping in het judo en het lagere risico op blessures worden benadrukt. Voor een jeugdjudoka kan het als een leuke manier van judo worden gebracht. Er zijn bijvoorbeeld succesvolle experimenten met kata voor de jeugd, waarbij op een laagdrempelige manier kennis kan worden gemaakt met kata.

Ook voor wedstrijdjudoka is het kata een verrijking. Bij nage-no-kata worden alle technieken links en rechts uitgeoefend, waardoor het lichaam minder eenzijdig wordt getraind zoals bij veel wedstrijdjudoka het geval is. Ik ken ook wedstrijdjudoka die het ju-no-kata bestuderen voor meer inzicht in het meegaan in aanvallen en het principe van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning). Dit vertaalt zich in betere technieken, omdat ze meer inzicht hebben gekregen in balansverstoring en dit ook kunnen toepassen in wedstrijden.

Als de judoka kennis wil maken met kata, kan dit verlangen worden benut. De judoka wordt tot actie aangezet.

Action

Op dit moment is het doel dat de judoka kata gaat beoefenen. De beloftes moeten worden waargemaakt. Dit kan door de judoka op een leuke manier kennis te laten maken met kata, bijvoorbeeld door aandacht voor kata in de trainingen of een seminar. Er zijn ontelbare mogelijkheden. Een paar voorbeelden:

  • Nederland staat bekend om het gebruik van een spelenderwijs methodische opbouw voor het aanleren van judotechnieken. Leuke methodieken kunnen ook worden gebruikt voor het aanleren van kata. Begin dus niet met het uitleggen van het kata, maar met het aanbieden van leuke oefenvormen en bouw het langzaam op.
  • Varieer met het aanbieden van kata. Leuke vormen zijn: slow motion, fast motion, less is more (overbodige handelingen weglaten), uke mag weerstand bieden, uke varieert de intensiteit en snelheid van aanvallen, etc.
  • Leg de link tussen randori en kata. Een mooi voorbeeld heb ik geleerd van Richard de Bijl. Hij legt uit dat tsugi-ashi (zie onderstaande video rond 0:50) in het kata een rare manier van lopen lijkt. Echter als vervolgens twee judoka een randori maken, zie je ook dat de judoka vaak één voet voorhouden tijdens het verplaatsen over de mat. Ook kunnen vormen uit het kata worden gebruikt voor het aanleren van technieken, waarna ze direct worden toegepast in randori.

De bovenstaande lijst met voorbeelden kan nog veel verder worden uitgebreid. Ik weet zeker dat het kata voor alle judoka op een leuke en nuttige manier kan worden aangeboden, zodat de judoka het leuk vinden. Op deze wijze bestuderen de judoka dan geen kata, omdat het moet voor een danexamen of wedstrijd. Zij beoefenen het omdat het meerwaarde biedt voor hun judo en ook aantrekkelijk is. Ik heb meerdere kata clinics georganiseerd, gegeven en bijgewoond en vele geïnteresseerde judoka’s leren kennen. Van oud tot jong waren de judoka enthousiast.

Overigens staat op deze blog ook een artikel over De fasen van katastudie. Dit artikel sluit met fase I prima aan op de bovenstaande informatie.

Tot slot

Hopelijk is de Nederlandse selectie zeer succesvol tijdens de IJF KATA World Championships komend weekend in Amsterdam en levert dit weer veel aandacht op voor kata. Maar nog veel meer wens ik dat wij judoka het kata de plek geven die het verdiend binnen het judo en het gebruiken als belangrijk studiehulpmiddel in het verbeteren van lichaam en geest. Als wij judoka en judoleraren bewuster zijn van de unieke kwaliteiten van kata, kunnen we dit beter uitdragen. Op deze wijze kunnen kata en randori elkaar aanvullen, zoals Jigoro Kano dit heeft bedacht. Hopelijk kan dit artikel hier een bijdrage aan leveren.