Een blauwtje lopen

Het is jammer dat ik dit artikel schrijf. Helaas is het nog steeds nodig. Ondanks de vele artikelen die beschikbaar zijn over dit onderwerp. Er zijn namelijk nog steeds mensen die een blauwe judogi aantrekken. Naar de training, maar zelfs op examens heb ik weleens deelnemers haastig zien onderhandelen met collega-judoka voor het lenen van een witte judogi.

Geschiedenis van de blauwe judogi

Grand Slam Paris 2015
©IJF Media door G. Sabau en M. Mayorova

De blauwe judogi is een idee van Anton Geesink. Het idee was oorspronkelijk helemaal een kermis met rode en blauwe pakken. De achterliggende gedachten was dat het duidelijker voor scheidsrechters en toeschouwers is wie het punt scoort door een groter contrast tussen de judoka. Uiteindelijk heeft de International Judo Federation (IJF) ondanks het vele lobbyen van de Japanners in 1997 de blauwe judogi geïntroduceerd.

Daarvoor droegen beide judoka allebei een witte judogi, waarbij voor het onderscheid de ene judoka een witte obi (band) om heeft en de andere judoka een rode obi. Overigens vinden vele Japanse judotoernooien nog steeds plaats op deze manier. Kijk maar naar onderstaande filmpje van de All Japan Judo Championships 2015.

Geschiedenis van de witte judogi

Onze grootmeester Jigoro Kano is de bedenker van de moderne keikogi (trainingskleding). Zijn judogi heeft vele andere krijgskunsten geïnspireerd (zoals aikido, kendo en karate). In het boek In The Dojo speculeert Dave Lowry dat de judogi waarschijnlijk is geïnspireerd door de brandweerlieden uit Japan. Zij droegen zware jassen ter bescherming. Voor het blussen werden ze met water doordrenkt, zodat ze de drager beter bestand was tegen de hitte en vlammen.

Kano liet zijn studenten judogi dragen om praktische redenen, niet omdat het zo mooi staat. Volgens de archieven van de Kodokan waren hiervoor zijn motieven waardigheid en veiligheid. In eerste instantie hadden de judogi korte mouwen. Waarschijnlijk omdat de judoka last hadden van brandwonden op de ellebogen door de tatami (mat), zijn de mouwen langer gemaakt.

Judo training at Kodokan

De judogi had vroeger altijd een witachtige kleur. Niet puur wit, maar de witte kleur van ongebleekt katoen. Dit was goedkoop en de ongebleekte kleur van katoen is in overeenkomst met de spirit van budo. Het is eenvoudig en natuurlijk. In Japan kun je ook nog steeds ongebleekte judogi kopen.

Wit staat voor zuiverheid

Er wordt ook vaak een link gelegd met zuiverheid. Wit staat voor zuiverheid in het Shintoïsme. Samen met het Boeddhisme een belangrijke religie in Japan. Het is niet duidelijk of het Shintoïsme Kano daadwerkelijk heeft beïnvloed of achteraf als verklaring is verzonnen. Zuiverheid is een belangrijk concept en is overal zichtbaar in Japan, denk maar aan de onsen (heetwaterspa’s) en het uitdoen van de schoenen voordat men naar binnengaat.

De witte kleur van de judogi staat mogelijk ook voor het bewaren van de zuiverheid van de geest en zuiverheid van het judo. Een ander voordeel is dat bij een witte judogi sneller kan worden gezien of het schoon is, dit is moeilijker bij een judogi met een donkere kleur.

Niet afwijken van traditie

Waarom dan geen blauwe judogi? Er moet een hele goede reden zijn voor het afwijken van traditie in budo. Als van tradities wordt afgeweken, dan is judo niet meer dan gewoon een sport.

De enige motieven om een andere kleur judogi te dragen zijn mode en ego. Het volgen van de mode lijkt me niet relevant bij het beoefenen van traditionele budo. Voor een groot ego is in de dojo geen plaats. Een traditionele witte judogi laat zich niet beïnvloeden door iets onbelangrijks als mode en zorgt dat iedereen qua kleding gelijk is op de tatami.

Wat mij betreft wordt het besluit van de IJF voor het toestaan van blauwe judogi ook weer teruggedraaid. Op (inter)nationale toernooien staan fantastische scheidsrechters en is er beschikking over videobeelden mocht het echt heel onduidelijk zijn. Het grote contrast is overbodig geworden, als het ooit al een echt probleem is geweest.

Bij alle andere activiteiten op gebied van judo voegt een blauwe judogi in mijn ogen sowieso niets toe en doet afbreuk aan het judo. Ik draag zelf altijd een witte judogi. Hopelijk geef ik op deze manier het goede voorbeeld aan andere judoka.

BJJ Keikogi

Laten we vasthouden aan de tradities met betrekking tot de judogi. Neem bijvoorbeeld Braziliaans Jiu-Jitsu. Ondanks dat het veel van de mooie tradities van het judo mist, zijn hun ne-waza (grondtechnieken) echt superieur. Als ik hun trainingspakken zie, realiseer ik hoe ‘mooi’ onze judogi is in al zijn zuivere eenvoud met weinig of geen logo’s. Laten we onze judogi dan ook met waardigheid dragen!

Wat vind jij van blauwe judogi? Draag jijzelf weleens een blauwe judogi? Laat hieronder een reactie achter.

World Judo Day 2015: Unity

World Judo Day 2015 Unity Vandaag is het de geboortedag van grootmeester Jigoro Kano. Sinds 2011 is deze dag, 28 oktober, uitgeroepen tot World Judo Day (Wereld judo dag) en wordt dit elk jaar gevierd. Het doel is het promoten van de judofilosofie met bijvoorbeeld demonstraties, proeflessen en gezamenlijke trainingen. Op deze manier kan de spirit van judo worden verspreid over de gehele wereld. Er is een website opgericht met informatie en ter ondersteuning op http://www.worldjudoday.com.

Unity

Elk jaar heeft de World Judo Day een thema. De voorgaande jaren waren de thema’s “respect”, “judo voor iedereen”, “volharding” en “eer”. Dit jaar is het thema “eenheid” (unity). Een prachtig thema natuurlijk, omdat Kano een wereldwijde eenheid heeft gecreëerd met het Kodokan judo. Op dit moment judoën volgens de cijfers van de IJF meer dan 20 miljoen judoka over de gehele wereld! Bij de IJF zijn zo’n 200 nationale judobonden en 5 continentale bonden aangesloten.

Neil Adams, tweevoudig Olympische zilveren medaillewinnaar, formuleert het mooi. De eenheid is inherent aan judo en sport in het algemeen.

“Eenheid gaat over het bij elkaar brengen van mensen. Judo en sport in het algemeen is hiervan een onbewuste, onzelfzuchtige uiting. Mensen worden verenigd, die in andere situaties en omgevingen elkaar nooit hadden ontmoet of geïnteracteerd, krijgen een kans om vrienden te worden, rijker te worden van elkaars ervaringen en levensverhalen. Eenheid is mogelijk. Judo en zijn verhaal is hiervan een prachtig voorbeeld.”

Jita kyōei

Tijdens het ontwikkelen van judo benadrukte grootmeester Jigoro Kano reeds het creëren van eenheid in zijn judoleer. Hij formuleerde twee belangrijke principes. Seiryoku zen’yō en jita kyōei. Seiryoku zen’yō betekend “maximaal resultaat met minimale inspanning” en jita kyōei kan worden uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Vooral het principe jita kyōei benadrukt perfect de eenheid die Jigoro Kano voor ogen had met het judo. Dit blijkt ook uit een citaat van Kano uit het boek Judo Memoirs (pag. 15).

“Door het judo te stichten, had ik mijn eigen systeem van lichamelijke en geestelijke training opgezet. Het kwam me voor dat ik deze kennis niet voor mezelf moest houden, maar dat ik het moest onderrichten aan anderen, over de hele wereld.”
Vertaling door Mitesco.

En wat nu…

World Judo Day 2015 UnityWat hebben we hiervan bereikt als judoka? Judo heeft zich verspreid over de gehele wereld, maar hoeveel judoka verdiepen zich in de judoprincipes? Is judo “meer dan een sport”, zoals mooi wordt vermeld onder het logo van de Europese Judo Unie? Zijn we een eenheid als judoka of allemaal individuen die gewoon lekker sporten, een gouden medaille ambiëren of een hogere dangraad verlangen?

Ik geloof dat het judo steeds meer ontwikkeld in lijn met het oorspronkelijke doel. De ontwikkeling van lichaam en geest voor wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen. Steeds meer judoka raken bekend met het gehele judo dat zich niet beperkt tot een paar levenloze zelfverdedigingstechnieken en wedstrijden. Deze groep beoefend niet slechts een sport, maar volgt een weg.

Wij ervaren de rijkheid van het judo. Wij streven naar eenheid van lichaam en geest. Wij trainen om beter te worden. Voor onszelf, en voor de anderen. Wij respecteren onszelf en de ander. Wij smijten elkaar niet op de grond, maar helpen elkaar overeind. Wij trainen niet alleen in de dojo, maar altijd en overal. Wij beperken ons niet tot onze eigen welvaart, maar kijken naar het grotere geheel zonder grenzen. Wij vormen een steeds grotere eenheid, zodat wij samen schitteren.

Loesje evolutietheorieHet is een mooie gedachte om vandaag bij stil te staan. Ik las van de week een poster van Loesje met de tekst “Dus volgens de evolutietheorie was vroeger niet alles beter”. Het is toch mooi als wij judoka het werk van Jigoro Kano voortzetten, zodat het judo inderdaad evolueert en zich aanpast aan de ontwikkelingen van deze tijd. Dat het judo verder uitbreid. Door het aantrekken van nieuwe judoka en doordat alle judoka beter bekend zijn met de principes van het judo. Zodat we inderdaad een eenheid vormen in harmonie en vrede over de gehele wereld.

Wat betekent eenheid voor jou? Ga je iets doen voor World Judo Day? Laat het achter in de reacties.

Klassiek en romantiek

Kun je nog wel genieten als je alle details kent? Dat is een vraag die mij de afgelopen tijd bezig heeft gehouden. Voor mijn verjaardag vorig jaar kreeg ik van mijn vrienden een bezoek aan de theatervoorstelling van de Golden Earring cadeau. Op 3 februari 2015 was het eindelijk zover. Het concert waar ik zo naar uitkeek! Toch kon ik in eerste instantie moeilijk genieten van de voorstelling.

Klassiek versus romantiek

Een tijdje voor het concert las ik het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance van Robert Pirsig. Geen eenvoudig boek, maar zeer de moeite waard. Het beschrijft een motortrip van een vader met zijn zoon afgewisseld met filosofische discussies door de verteller.

Vooral het begin van het boek is erg interessant. Hier vertelt de auteur over het klassieke (classic) en romantische (romantic) begrip. Hieronder een citaat voor een globaal beeld van deze twee denkbeelden.

“A classical understanding sees the world primarily as underlying form itself. A romantic understandig sees it primarily in term of immediate appearance. If you were to show an engine or a mechanical drawing or electronic schematic to a romantic it is unlikely he would see much of interest in it. Is has no appeal because the reality he sees is its surface. Dull, complex lists of names, lines and numbers. Nothing interesting. But if you were to show the same blueprint of schematic or give the same description to a classical person he might look at it and then become fascinated by it because he sees that within the lines and shapes and symbols is a tremendous richness of underlying form.”

Romantiek

In het boek wordt het romantische begrip vergeleken met motorrijden en genieten van het moment. Het voelen van de wind en de ervaring van vrijheid.

“The romantic mode is primarily inspirational, imaginative, creative, intuitive. Feelings rather than facts predominate. “Art” when it is opposed to “Science” is often romantic. It does not proceed by reason or by laws. It proceeds by feeling, intuition and esthetic conscience.”

Klassiek

Het klassieke begrip wordt geassocieerd met het motoronderhoud. Voor motoronderhoud is kennis nodig van onderdelen en hun onderlinge samenhang. Op deze wijze kunnen (mogelijke) storingen in een vroeg stadium worden verholpen.

“The classic mode, by contrast, proceeds by reason and by laws – which are themselves underlying forms of thought and behaviour.”

Het klassieke begrip is niet beter dan het romantische begrip of andersom. Ze vullen elkaar aan. Het heeft het mij enorm geholpen dat ik bewust werd van deze verschillende denkbeelden.

Sleepwalking

Daar zat ik dan op de achterste rij in de Rijswijkse schouwburg. De lichten gaan uit en vier mannen op leeftijd verschijnen op het podium. Barry Hay roept iets en de Golden Earring begint met het spelen van hun rijke verzameling klassiekers.

Ik probeer als gitarist alles te volgen. Wat speelt Rinus voor bijzondere baspartij door het nummer heen en hoe wordt de basgitaar gedragen door Cesar op de drums? Wat voor akkoorden pakt George en in welke toonladder soleert hij? Is dit nog wel een vierkwartsmaat?

Door de noten kon ik de muziek niet meer horen. Ik was alleen maar gefocust op de afzonderlijke instrumenten en het ‘begrijpen’ hiervan, dat ik weinig tijd had om te genieten. Ik zou en moest de basgitaar in “Sleepwalking” en de relatie tot de rest van de muziek verklaren met de beperkte muziektheorie die ik bezit.

Zen and the Art of Music

Op gegeven moment begon het te dagen. Ik zat duidelijk in het klassieke begrip. Ergens genoot ik van de muziek, maar er was een soort terughoudendheid. Veel kon ik niet verklaren en dat leidde tot frustratie. Kort daarna kwam de pauze en besprak ik met mijn bandleden en vrienden alles wat ons was opgevallen, maar dit hield ik voor me.

Na de pauze kon ik meer genieten van de Golden Earring. Misschien hadden deze topmuzikanten de smaak te pakken en speelden ze beter. Echter denk ik dat het kwam, omdat ik geschakeld had naar het romantische begrip.

De muzieknoten analyseerde ik niet langer, maar ik genoot van het moment. Niet langer dacht ik aan maatsoorten, toonladders en harmonisatie. Ik hoorde nu het geheel. Sommige nummers kon ik echt voelen. Zonder enige terughoudendheid. Ik genoot volledig van het optreden.

Clinic Kodokan nage-no-kata

Peter Tümmers en Sebastiaan Fransen tijdens een clinic Kodokan nage-no-kataGisteren was ik als secretaris van de Kata Werkgroep Judo Zuid-Holland aanwezig bij een clinic die we organiseerden in Ridderkerk. Peter Tümmers legde vakkundig de details uit van het Kodokan nage-no-kata.

Ik genoot van de aandacht voor de details, zoals wat is de relatie tot de worp en maai (gevechtsafstanden) bij seoi-nage en hoe is de timing van okuri-ashi-harai? Het bestuderen van vooral ura (zie ook Waarheden en illusies). Alle principes en logica in het kata. Ik ging er volledig in op. Het klassieke begrip.

Tijdens de demonstraties van de judoka voor de groep genoot ik ook. Ik keek naar de buitenkant, vooral omote. De gracieuze bewegingen waarbij tori de uke controleert en werpt. De stilte en aandacht in de zaal gevolgd door het denderende geluid van de val van uke. De expressie van de judoka die een strijd voerde. Het romantische begrip.

Wie wint? Klassiek of romantiek?

Beide denkbeelden hebben een praktisch nut. Als ik muziek schrijf met mijn band, dan kan bepaalde muziektheorie worden toegepast. Hierdoor kan een nieuw nummer efficiënt worden geschreven. Het klassieke begrip leidt dan tot een snel resultaat.

Optreden van 0900-VIKTOR
©Fred van der Ende

Maar door het gebruik van het romantische begrip komen we als band soms op verrassende composities. Door het gebruik van creativiteit en intuïtie proberen wij dingen uit die de band niet kan verklaren op basis van logica en regels, maar toch goed klinken. Daarnaast kan ik heerlijk genieten van nummers, zonder ze ‘kapot’ te analyseren.

Beide denkbeelden zijn dus bruikbaar en vullen elkaar aan. Ook hebben ze allebei hun eigen schoonheid. Dat komt bij mij duidelijk naar voren in het judo. Als voorbeeld is het ju-no-kata natuurlijk prachtig om naar te kijken. Het gracieuze samenspel heeft een mediterende werking. Het romantische begrip.

Als ik de details bestudeer, dan kan ik daar ook helemaal in opgaan. De complexe harmonie tussen aanval en verdediging die worden gedemonstreerd kunnen prachtig worden geanalyseerd. Er is een prachtige controle en eenvoud. Het klassieke begrip. Door deze details wordt voor mij ook de buitenkant van het kata mooier.

Dit is de reden dat sommige judoka kata in eerste instantie afschuwelijk vinden. Ze zien een mooie vorm aan de buitenkant. Ze gaan enthousiast het kata bestuderen en worden opgegeven moment ‘lastig’ gevallen met allemaal details zoals afstanden. Zonder het direct te begrijpen verliest het kata haar charme voor deze judoka.

Er zullen ook judoka zijn zonder interesse in de vorm aan de buitenkant en die gelijk de onderliggende principes willen doorgronden. Het kata ontleden en begrijpen hoe het werkt. Als er niet voldoende aandacht is voor de details, verliest het kata haar charme voor deze judoka. In beide situaties kan bewustwording van het klassieke en romantische begrip de leerling en meester enorm helpen.

Het begrip van klassiek en romantiek heeft mij in ieder geval veel gebracht. Beide denkbeelden integreren is zeker mogelijk en wenselijk, maar kan een uitdaging zijn. Bewust zijn van de twee denkbeelden is een praktisch begin. Ik kan hierdoor meer genieten van bijvoorbeeld muziek en judo. Ook heb ik meer begrip gekregen voor mensen die geen interesse hebben in details van bijvoorbeeld kata of juist alleen maar aandacht hebben voor details.

Dus ja, je kunt nog steeds genieten als je ‘alle’ details kent! Sommige dingen worden mooier als je de details kent. En sommige dingen zijn mooier zonder kennis van de details.

Beschermen, kapotmaken en verlaten

In het artikel De fasen van katastudie heb ik een onderscheid gemaakt in vier verschillende fasen voor het bestuderen van kata. In dit artikel bespreek ik een ander model, het Japanse concept 守破離 (Shu Ha Ri). Het concept onderscheid drie fasen in het leren van een techniek, kata of krijgskunst. Shu Ha Ri betekent beschermen, kapotmaken en verlaten. Het model geeft inzicht in de houding van leerling naar gezel en uiteindelijk meester. Er zijn een aantal overeenkomsten met het model op basis van bewustzijn en bekwaamheid, maar gaandeweg wordt duidelijk dat het een andere inslag heeft.

守 – Shu (beschermen)

Mr. Miyagi (Karate Kid)Eerst volgt de judoka het voorbeeld van zijn sensei (leraar). Hij imiteert de vorm en bewegingen zonder veel begrip van riai (onderliggende principes). Hierbij worden de regels gevolgd, zoals uitgelegd door de leraar. Vorm en bewegingen worden door de judoka beschermt. De nadruk ligt vooral op herhalen van vorm en bewegingen zonder het aanbrengen van afwijkingen, want de judoka heeft nog niet genoeg kennis voor het maken van aanpassingen in de vorm en bewegingen. In deze fase wordt een solide fundament gebouwd, waarop de judoka in latere fasen verder bouwt.

破 – Ha (kapotmaken)

In deze fase heeft de judoka de vorm en bewegingen eigen gemaakt. De judoka verdiept zich nu in de riai (onderliggende principes). Hierbij kan gebruik worden gemaakt van aanwijzingen van andere leraren en multimedia (boeken, video, etc.). Alle opgedane kennis wordt geïntegreerd voor een optimaal begrip van de vorm en bewegingen.

Vervolgens kunnen innovaties plaatsvinden op basis van vernieuwde inzichten en een beter begrip van de riai, waardoor de vorm en bewegingen subtiele veranderingen ondergaan. Verwacht geen grote veranderingen, omdat de meeste vormen en bewegingen lang geleden zijn ontstaan en geëvolueerd op basis van fundamentele principes. De grootmeesters hebben reeds de vormen en bewegingen geoptimaliseerd en slechts een enkele keer kunnen verbeteringen worden aangebracht. Dit sluit niet uit dat een judoka altijd blijft zoeken naar optimalisatie op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei.

In deze fase kan een judoka ook aanpassingen maken zodat de vorm en bewegingen beter aansluiten op zijn of haar unieke eigenschappen. Bijvoorbeeld de afstanden in het kata staan voorgeschreven, echter als een judoka voldoende begrip heeft van maai (gevechtsafstand) kan de afstand worden gewijzigd op basis van lichaamsbouw.

Shu Ha Ri
©Ruma Dak’s Blog

Een ander aspect in deze fase wat vaak over het hoofd wordt gezien is het kapotmaken van een vorm en bewegingen. Dit is nodig voor een goed begrip van de leerstof. In de wetenschap is het de kunst om een hypothese te ontkrachten door middel van onderzoek. Dit zou een judoka ook moeten doen. Hierin spelen zowel tori als uke een belangrijke rol. Als blijkt dat een vorm of beweging niet goed werkt, moeten zij worden aangepast of uit het curriculum verwijderd.

In judo kunnen we ervan uitgaan dat alleen nog effectieve vormen en bewegingen zijn overgebleven, omdat grootmeester Kano alleen de technieken die voldoen aan de principes van judo heeft opgenomen in Kodokan Judo. Daarna hebben nog vele grootmeester het curriculum onderhouden. Echter kunnen judoka door het ‘kapotmaken’ van vorm en bewegingen ontdekken in welke context zij werken of juist niet.

離 – Ri (verlaten)

Op dit punt wordt gesproken over transcendentie. De judoka overstijgt (verlaat) de vorm en bewegingen, waardoor ruimte voor creativiteit ontstaat. Hij of zij is de volledige belichaming van de vorm en bewegingen. De bewegingen zijn een natuurlijke uitdrukking van de judoka geworden en de vorm is volledig verlaten. Ze bevatten duidelijke persoonlijke en karakteristieke kenmerken van de judoka. Desondanks handelt judoka altijd in overstemming met de riai (onderliggende principes).

Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Er wordt niet meer nagedacht over de uitvoering. Dit wordt ook wel muga-mushin (無我無心) genoemd in het Japans. Het kan vertaald worden als “geen ego, geen gedachten”. De aandacht is volledig op het huidige moment gericht en wordt niet geremd door afleidende gedachten.

De fase Ri bereiken is alleen weggelegd voor doorzetters. Het vergt jaren trainen en studeren onder grootmeesters. Een diepgaande studie van vormen, bewegingen en onderliggende principes, waarbij een judoka nooit uitgeleerd raakt. Door zelfontdekkend leren en het gebruik van creativiteit blijf een judoka zelfs in de Ri-fase subtiele verbeteringen en vernieuwingen toevoegen. Het uiteindelijke doel is dat de leerling beter wordt dan de meester. Op deze wijze stagneert de krijgskunst niet en evolueert de krijgskunst.

Het concept Shu Ha Ri moet overigens niet als een lineair pad worden gezien. In de Ha-fase zit Shu en in de Ri-fase zit Shu en Ha. Dit betekent dat de judoka in latere fasen doorbouwt op het stevige fundament dat hij in eerdere fasen heeft neergelegd. De fundamenten van judo veranderen namelijk niet. Alleen de toepassing kan wijzigen en er zullen subtiele verschillen in de uitvoering zijn.

Graag wil ik Richard de Bijl en Loek van Kooten bedanken voor de inspiratie voor dit artikel. Richard is een grote bron van inspiratie op vele gebieden en Loek heeft geholpen met het vertalen van de verschillende begrippen.

Mitsu-no-sen: drie vormen van initiatief

Het go-no-sen is op dit moment een populaire keuze voor danexamens. Het bestaat uit minder handelingen vergeleken met het nage-no-kata en katame-no-kata, waardoor judoka hiervoor kiezen. Het kata bestaat uit twaalf kaeshi-waza (overnames). Hierbij is vooral het moment van de overname belangrijk, maar helaas zijn hier geen duidelijke richtlijnen voor. In dit artikel meer over de verschillende momenten van overnemen.

Geen duidelijke richtlijnen

Mikonosuke Kawaishi
Mikonosuke Kawaishi

Het is niet met zekerheid te zeggen waar het kata is ontwikkeld. Mikonosuke Kawaishi schrijft in het boek The Complete Seven Katas of Judo dat op de Waseda Universiteit het kata is ontwikkeld. In Nederland wordt door sommige mensen gesteld dat Kawaishi het kata zelf heeft ontwikkeld. Dit is uiterst twijfelachtig. Het is waarschijnlijker dat Kawaishi het go-no-sen in Europa heeft verspreid.

Het go-no-sen is geen Kodokan kata. Er zijn dan ook geen duidelijke internationale richtlijnen die worden bijgehouden en er is weinig historische informatie bekend over het kata. Kawaishi beschrijft het kata in zijn eerder genoemde boek. Echter deze richtlijnen laten veel vrijheid voor eigen interpretatie.

Dit blijkt ook uit verschillende uitvoeringen van het kata op YouTube. Sommige judoka voeren het go-no-sen in beweging uit, anderen uit stilstand. In weer andere uitvoeringen maakt uke de eerste keer de worp, waarna tori de tweede keer de worp van uke overneemt.

Lees voor meer informatie over de historie van het kata het onderzoek Kōdōkan jūdō’s three orphaned forms of counter techniques – Part 1: The Gonosen-no-kata ―“Forms of post-attack initiative counter throws door Carl de Creé.

Richtlijnen voor Nederland

De Judo Bond Nederland heeft voor de danexamens richtlijnen op laten stellen. Deze richtlijnen staan in de Handleiding go-no-sen (Berber Roorda en Mark Bette i.s.m. de Nationale Graden Commissie Judo).

Het voordeel van het vaststellen van richtlijnen is dat het duidelijk wordt hoe een kata kan worden uitgelegd (leraar), uitgevoerd (examenkandidaat) en beoordeeld (examinator). De richtlijnen in Nederland zijn mogelijk strikter dan de originele richtlijnen van het kata met als doel duidelijkheid voor iedereen.

Er is helaas nog een verschil in interpretatie binnen Nederland. Het verschil gaat over het juiste moment voor het uitvoeren van de overname. Deze discussie schept verwarring voor leraren, examenkandidaten en examinatoren. Wat soms uitmondt in teleurstellingen als een judoka hard heeft getraind voor een dangraad, maar zakt voor het examen door een verschil in interpretatie.

Helaas geeft de laatste versie van de richtlijnen (maart 2015) ook geen volledige duidelijkheid. Er wordt gesproken over “tori moet een laat initiatief demonstreren en moet dus wachten op het LAATSTE moment voor een effectieve overname”. Dit is niet meetbaar en kan door iedereen anders worden uitgelegd en begrepen.

Discussie van het moment

De discussie gaat dus over het moment van de overname. In het go-no-sen is verrassend go-no-sen het moment dat de worp moet worden overgenomen. Dit is gebaseerd op mitsu-no-sen, de drie vormen van initiatief.

Deze drie momenten zijn go-no-sen, sen en sen-sen-no-sen. In bijvoorbeeld kendo worden deze momenten veelvuldig gebruikt. Een voorbeeld hiervan kan worden verkregen in het boek Het boek van de vijf ringen van de beroemde Japanse zwaardvechter Miyamoto Musashi. Andere mooie voorbeelden staan op diverse Kendo-sites.

Ook in het boek Judo Formal Techniques (hoofdstuk 6) van Tadao Otaki en Donn F. Draeger staan de momenten beschreven.

“Kano recognized three levels of combative initiative (sen): (1) go no sen, the ‘late’ form of attack initiative, usually characterized as a defensive move or counteraction; (2) sen, the attack initiative that is also defensive but launched simultaneously with the aggressor’s attack; (3) sen-sen no sen, a supraliminal attack initiative, also defensive but appearing to be offensive, through which the aggressor’s attack is anticipated and ‘beaten to the punch’ by an appropriate action.”

Op basis van bovenstaande bronnen ben ik tot de onderstaande interpretatie van de drie momenten gekomen.

Go-no-sen

Hiza-guruma
Hiza-guruma 膝車 → hiza-guruma 膝車

Uke zet een aanval volledig in. Tori kan alleen nog reageren op de aanval van uke met een verdediging in overeenstemming met de aanval van uke. Tori maakt tai-sabaki of blokkeert en neemt het initiatief over door middel van een overname. Er kan een korte strijd plaatsvinden om de weerstand van uke te overwinnen. Dit hoeft niet indien tori de energie van de aanvaller gelijk tegen uke gebruikt.

Een voorbeeld met strijd in randori is uke die een koshi-guruma inzet. Tori blokkeert de worp door het verlagen van zijn zwaartepunt, terwijl uke zijn worp blijft inzetten. Als tori het genoeg vindt, maakt hij of zij tai-sabaki en werpt met tani-otoshi. Uiteraard had tori ook direct tai-sabaki kunnen maken en overnemen met tani-otoshi. Dit laatste is een voorbeeld van go-no-sen zonder strijd.

Sen (of sen-no-sen)

Uke begint zijn aanval. Als aan de bewegingen van uke duidelijk wordt dat hij of zij een worp inzet, reageert tori met het nemen van het initiatief. Tori kan voorkomen dat uke zijn of haar worp volledig inzet door het maken van een eigen worp. Tori reageert dus niet verdedigend op de worp van uke, maar is uke voor met een eigen worp.

Bijvoorbeeld als uke diep ademhaalt en zijn of haar rechterarm losmaakt voor een seoi-nage. Op het moment dat de arm is bevrijd, reageert tori met een seoi-nage. Uke krijgt geen kans om de seoi-nage volledig in te zetten, want tori is uke voor.

Sen-sen-no-sen

Voordat uke kan starten met het inzetten van een worp, zet tori een worp in. Tori anticipeert dat uke op het punt van aanvallen staat en is uke voor. Het verschil met sen is dat uke nog niet begonnen is met zijn of haar aanval. Het idee is wel al reeds geboren in het hoofd van uke.

Tori “voelt” dat uke gaat aanvallen en start een eigen aanval voordat de aanval van uke echt is begonnen. Tori kan ook een aanval uitlokken van uke en dan reageren met voorbedachten rade. Uke heeft dan het gevoel dat hij zelf aanvalt, terwijl het initiatief eigenlijk bij tori ligt.

Het juiste moment

In het kata is dus go-no-sen het juiste moment van initiatief. Hierbij is het belangrijk dat tori reageert op de aanval van uke met een overname en daarbij kan een strijd plaatsvinden. Het reageren zal veelal gebeuren met een vorm van tai-sabaki of hara.

Bijvoorbeeld bij de eerste techniek waar uke aanvalt met een o-soto-gari, kan tori eerst blokkeren. Vervolgens vindt er een korte strijd plaats, voordat tori een vorm van tai-sabaki maakt en werpt met o-soto-gari.

Echter is het volgens bovenstaande uitleg ook go-no-sen als tori de worp direct overneemt met een o-soto-gari zonder een korte strijd, door mee te gaan in de aanval van uke. Het is pas “fout” als tori reageert op de o-soto-gari voordat uke de worp volledig heeft ingezet. Het gaat er namelijk mijns inziens om bij go-no-sen dat tori reageert op de aanval van uke en deze aanval gebruikt voor zijn of haar overname.

Tot slot

Voor de judoka die binnenkort danexamen doen, adviseer ik het bijwonen van de districtstrainingen voor duidelijkheid over de richtlijnen. Hopelijk gaat jouw judoleraar mee, zodat hij of zij ook op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen.

Op deze trainingen wordt idealiter de interpretatie volgens de richtlijnen van de Nationale Graden Commissie Judo van de Judo Bond Nederland gevolgd. Het doel is steeds kleinere interpretatieverschillen door goede naslagwerken en eenduidige bijscholing. Hierdoor komen leraren, examenkandidaten en examinatoren op één lijn.

In dit stuk heb ik getracht mijn interpretatie van het begrip “go-no-sen” toe te lichten. Dit doe ik op persoonlijke titel. Mijn interpretatie geeft een  meetbare definitie van go-no-sen, maar laat vrijheid over voor de uitvoerder. Zo waren de twaalf overnames wellicht oorspronkelijk bedoeld.

Een ruimere definitie van go-no-sen biedt mogelijkheden voor tori en uke in het variëren in aanvallen en overnames (intensiteit, tempo, etc.). Het go-no-sen kan door een gevorderde judoka zelfs sen-no-sen worden beoefend. Op deze wijze kan meer worden geleerd van het kata.

Uiteindelijk zijn kata bedoeld om belangrijke principes over te dragen. Hierbij is de vraag of het go-no-sen over riai (onderliggende principes) beschikt of een willekeurige verzameling overnames is, maar hierover wellicht een volgende keer meer.

In ieder geval kan een judoka in het go-no-sen leren dat hij tot op het “laatste” moment niet verloren is en nog een worp kan overnemen. Daarnaast kan tori ervaren dat uke mogelijk zijn spirit verliest, als tori niet opgeeft en onbeweeglijk lijkt.

Ben je het eens of oneens? Of heb jij interessante informatie die het bovenstaande artikel aanvult? Laat het vooral hieronder weten middels een reactie. Mijn doel is een duidelijk omschrijving van het begrip go-no-sen, zodat er minder verwarring is onder judoka. Vooral met het oog op danexamens.

Het gevaar van katawedstrijden

Afgelopen weekend waren de IJF KATA World Championships 2015 in Amsterdam. Er was veel aandacht voor kata en ik zag veel positieve reacties van judoka. Zoals eerder gezegd in deze blog ben ik een voorstander van de katawedstrijden als promotie van kata. Echter in dit artikel wil ik ook een aantal gevaren benoemen die katawedstrijden met zich mee kunnen brengen. Door het benoemen van deze gevaren kunnen judoka deze valkuilen vermijden.

Het doel heiligt de middelen

Jigoro Kano heeft kata ontworpen als de grammatica van het judo. Door het bestuderen van kata bestuderen judoka de basis van belangrijke concepten zoals kuzushi (balansverstoring) maai (gevechtsafstanden) en atemi-waza (slag-, stoot- en traptechnieken).

Het kata is niet ontworpen om onderling te vergelijken. Dit maakt het jureren erg lastig. Wanneer is het kata van het ene koppel beter dan het andere koppel? Bij een examen kun je uit een kata enigszins aflezen hoeveel de judoka ervan begrijpt, maar waar let je op bij het vergelijken van kata in competitieverband?

Als het kata is bedoeld voor het bestuderen van de basis van judo, dan kan veel worden geleerd door experimentatie. De judoka kan variëren in afstanden, tempo, timing, richting, intensiteit, etc. om de principes van judo te doorgronden. Het doel van kata is een beter begrip van judoprincipes, waarop beoordeel je dan twee katakoppels die allebei een prachtig kata uitvoeren en begrip van de principes demonstreren?

Het voelt soms alsof je een spijker met een schroevendraaier in het hout slaat. Met enige moeite kan het wel, maar de schroevendraaier dient eigenlijk een ander doel. Het kata is niet ontworpen met als doel het winnen van medailles. Daarom moet niet alleen worden gekeken naar wat medailles oplevert, maar vooral wat het beste de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei uitdraagt.

Vorm of inhoud

In een eerder artikel over Waarheden en illusies schreef ik over omote en ura. Het gaat bij kata niet alleen om het zichtbare, maar ook wat er verborgen ligt in kata. Het gevaar van wedstrijden (en examens) is dat judoka gaan focussen op omote, het zichtbare van kata. Dit is namelijk wat de jury bij wedstrijden het eenvoudigst kan beoordelen.

De judoka lopen dan een prachtig kata en de oefeningen verlopen vlekkeloos, maar is dit nog kata? Hebben ze door intensieve studie ura (het verborgene) in het kata ontdekt of kunnen zij alleen de buitenkant (omote) prachtig nadoen?

Ju-no-kata op WK KATA 2015
©IJF Media door G. Sabau

De nadruk ligt hierop ‘nadoen’. De serieuze judoka doorgrond het kata volledig, zodat het geen toneelstuk is. De judoka is de belichaming van het kata. Het kata voelt niet langer als een paar aangeleerde stappen, maar het voelt alsof ze het zelf hebben bedacht. Alle bewegingen voelen logisch en natuurlijk. Ze denken niet meer na over het uitvoeren van de handelingen. Vorm en inhoud vallen samen.

Als een judoka alleen focust op de vorm (het zichtbare, omote) dan worden weinig van de voordelen van kata benut. Het zal dan ook maar een relatief kleine bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de judoka. Vooral door bestudering van omote (het zichtbare) en ura (het verborgene) samen kan een judoka groeien.

Kata zonder vorm is namelijk geen kata. Kata zonder inhoud is doelloos. Vorm en inhoud vullen elkaar aan en kunnen niet zonder elkaar. Bij katawedstrijden is het de kunst dat vorm niet de bovenhand krijgt, maar samen gaat met de inhoud.

Eenzijdige training

Een ander gevaar is dat de training eenzijdig wordt. Jigoro Kano heeft het kata op dusdanige wijze ontworpen dat de grammatica van het judo op systematische wijze kan worden aangeleerd aan grote groepen judoka. Hij vond het beoefenen van kata en randori allebei belangrijk.

Echter zijn er ook judoka die alleen maar focussen op hun ‘eigen’ kata. Zij oefenen geen randori meer, maar bereiden continu voor op katawedstrijden. Het is als de grammatica leren van een taal en vervolgens nooit schrijven of spreken in die taal. De vraag is of dit zinvol is.

Hetzelfde geldt voor judoka die alleen een bepaalde rol binnen het kata beoefenen. In de Kodokan (Tokio, Japan) moet een examenkandidaat het kata uitvoeren als tori en uke. Dit omdat een judoka het kata alleen kan begrijpen als beide rollen worden bestudeerd. Het is dan ook zonde als voor wedstrijden (of examens) alleen de rol van tori wordt bestudeerd.

De judoka die tegen elkaar strijden hebben naast randori ook baat bij kata. Judoka die samen aan katawedstrijden deelnemen hebben naast kata ook veel aan randori. Het vinden van een goede balans tussen beide trainingsvormen is belangrijk. Je kunt uiteraard wel de focus verleggen, maar dan het liefst zonder het verwaarlozen van de andere trainingsvorm.

Slotwoord

Dit artikel is absoluut geen pleidooi voor het afschaffen van katawedstrijden. Ze brengen plezier aan veel judoka. Daarnaast is het een prachtige manier voor het uitwisselen van kennis over judo en het maken van nieuwe vrienden.

Een voorbeeld is de demonstratie van Cees Roest met zijn aangepaste versie van het nage-no-kata. Er zijn vele opnames gemaakt en ik weet zeker dat veel andere landen dit aangepaste kata voor judoka met een beperking (dwarslaesie) gaan bestuderen. Daarnaast zit aan het WK vaak een seminar gekoppeld waar experts de kata in detail uitleggen en ook dieper ingaan op het omote en ura van kata. Een mooie bijdrage aan de ontwikkeling van judo wereldwijd.

Echter wil ik mijn angst delen voor de degradatie van kata tot louter een wedstrijdsport met medailles. Ik denk dat katawedstrijden een belangrijke bijdrage leveren aan de populariteit van kata, maar we moeten niet het oorspronkelijke doel van kata vergeten. Het kata is bedoeld voor het bestuderen van judo. Laten we dus vooral met veel plezier katawedstrijden organiseren zonder het doel te vergeten.

De promotie van kata

Komend weekend staan de IJF KATA World Championships 2015 op het programma. Nederland heeft dit jaar de eer om dit kampioenschap te organiseren in Amsterdam. De wedstrijden in kata leveren een belangrijke bijdrage aan haar populariteit, maar er valt nog veel winst te behalen. In dit artikel wil ik op basis van het AIDA-model analyseren of we het kata beter kunnen ‘verkopen’.

Kata is samen met randori een enorm belangrijke pijler van het judo. Daarom vind ik het goed dat de kampioenschappen WK Kata worden gecombineerd met de WK Veteranen. Omdat kata belangrijk is voor het judo en veel voordelen biedt heeft het de voorkeur dat alle judoka in aanraking komen met kata.

Kata is een belangrijke pijler van judo

Over het nut van kata voor het bestuderen van judo kan heel veel geschreven worden. In dit artikel wil ik daar niet op focussen, maar een korte toelichting is noodzakelijk. Jigoro Kano, bedenker van het judo, noemt in zijn boek Mind over Muscle kata de grammatica van het judo.

“Daarom gebruiken we twee manieren van onderricht: kata (vorm) en randori (vrije oefening). Toen ik de Kodokan oprichtte, ontwikkelde ik een methode die de nadruk legde op randori en waarbij kata op een hele vanzelfsprekende manier aan de orde kwam tijdens de randorioefening. Het is zoiets als een opstel leren schrijven zonder grammaticaboek, of de grammaticaregels aanleren tijdens het schrijven van een opstel. In de tijd dat er maar een paar mensen deelnamen aan de training was dat niet zo’n probleem, maar toen er steeds meer beginners op de mat kwamen, werd het onmogelijk om kata tijdens randori te leren.”
Vertaling door Mitesco.

Voor het optimaal leren van judo zijn kata en randori nodig. Het kata kan judoka ontzettend veel inzicht bieden. Het geeft bijvoorbeeld het concept kuzushi (balansverstoring) heel duidelijk weer. Hierdoor kan de judoka dit concept ook in randori beter toepassen. Het is niet voor niets dat ook wedstrijdjudoka in Japan tijd besteden aan katastudie.

Het AIDA-model

AIDA-Model
© bsmedia.nl

Het AIDA-model is een model dat in de marketing wordt gebruikt. Het model is niet allesomvattend, maar juist door zijn eenvoud toepasbaar. Volgens het model zijn voor marketing de volgende onderwerpen belangrijk:

  • Attention: de aandacht trekken voor het product
  • Interest: positieve aspecten benadrukken
  • Desire: een verlangen of voorkeur creëren
  • Action: aanzetten tot actie

Attention

Op dit moment komen judoka steeds eerder in aanraking met kata. Vroeger werd kata pas aangeleerd aan judoka vlak voor het danexamen. Nu komen door demonstraties, wedstrijden en seminars judoka eerder in aanraking met kata en er is er veel meer informatie over kata beschikbaar via bijvoorbeeld de boeken op de website van de Kodokan en YouTube. Daarnaast zijn nu meer judoleraren bekend met kata, waardoor er aandacht aan wordt besteed in reguliere trainingen.

Als de aandacht van de judoka is getrokken, kunnen de positieve aspecten van kata worden benadrukt.

Interest

Vroeger werd kata ‘verkocht’ als een noodzakelijk kwaad voor het danexamen. Ergens op een klein hoekje van de mat mochten judoka zelf aan de hand van een boekje studeren. Het is niet vreemd dat judoka op deze manier niet warmlopen voor kata.

Kata kanji
Kanji voor kata

Gelukkig zijn meer judoleraren geschoold in kata en kunnen zij het beter uitdragen naar hun leerlingen. Zij kunnen de voordelen en de samenhang tussen kata en randori uitleggen. Veel judoleraren zien nu in dat kata een belangrijke bijdrage levert aan het technische fundament van de judoka, maar ook op lichamelijk, mentaal en spiritueel vlak.

Als judoleraren het kata op een positieve manier brengen, raken judoka eerder geïnteresseerd. De leraren kunnen benadrukken hoe interessant het is en dat het judo van de judoka er zeker vooruit op gaat. Het is niet langer iets dat moet, maar iets dat leuk en nuttig is. Deze belofte kan zeker waar worden gemaakt door een goede judoleraar. Hij of zij kan het kata op een boeiende en inspirerende wijze brengen.

Echter de judoka moet niet alleen interesse hebben, maar het verlangen krijgen naar het bestuderen van kata.

Desire

De interesse moet verder worden omgezet in verlangen, zodat de judoka het  kata wil bestuderen. Dit kan het beste doordat de judoka inziet waarom voor hem/haar persoonlijk het kata nuttig is. Dit kan voor iedereen anders zijn.

Voor een oudere judoka kan de verdieping in het judo en het lagere risico op blessures worden benadrukt. Voor een jeugdjudoka kan het als een leuke manier van judo worden gebracht. Er zijn bijvoorbeeld succesvolle experimenten met kata voor de jeugd, waarbij op een laagdrempelige manier kennis kan worden gemaakt met kata.

Ook voor wedstrijdjudoka is het kata een verrijking. Bij nage-no-kata worden alle technieken links en rechts uitgeoefend, waardoor het lichaam minder eenzijdig wordt getraind zoals bij veel wedstrijdjudoka het geval is. Ik ken ook wedstrijdjudoka die het ju-no-kata bestuderen voor meer inzicht in het meegaan in aanvallen en het principe van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning). Dit vertaalt zich in betere technieken, omdat ze meer inzicht hebben gekregen in balansverstoring en dit ook kunnen toepassen in wedstrijden.

Als de judoka kennis wil maken met kata, kan dit verlangen worden benut. De judoka wordt tot actie aangezet.

Action

Op dit moment is het doel dat de judoka kata gaat beoefenen. De beloftes moeten worden waargemaakt. Dit kan door de judoka op een leuke manier kennis te laten maken met kata, bijvoorbeeld door aandacht voor kata in de trainingen of een seminar. Er zijn ontelbare mogelijkheden. Een paar voorbeelden:

  • Nederland staat bekend om het gebruik van een spelenderwijs methodische opbouw voor het aanleren van judotechnieken. Leuke methodieken kunnen ook worden gebruikt voor het aanleren van kata. Begin dus niet met het uitleggen van het kata, maar met het aanbieden van leuke oefenvormen en bouw het langzaam op.
  • Varieer met het aanbieden van kata. Leuke vormen zijn: slow motion, fast motion, less is more (overbodige handelingen weglaten), uke mag weerstand bieden, uke varieert de intensiteit en snelheid van aanvallen, etc.
  • Leg de link tussen randori en kata. Een mooi voorbeeld heb ik geleerd van Richard de Bijl. Hij legt uit dat tsugi-ashi (zie onderstaande video rond 0:50) in het kata een rare manier van lopen lijkt. Echter als vervolgens twee judoka een randori maken, zie je ook dat de judoka vaak één voet voorhouden tijdens het verplaatsen over de mat. Ook kunnen vormen uit het kata worden gebruikt voor het aanleren van technieken, waarna ze direct worden toegepast in randori.

De bovenstaande lijst met voorbeelden kan nog veel verder worden uitgebreid. Ik weet zeker dat het kata voor alle judoka op een leuke en nuttige manier kan worden aangeboden, zodat de judoka het leuk vinden. Op deze wijze bestuderen de judoka dan geen kata, omdat het moet voor een danexamen of wedstrijd. Zij beoefenen het omdat het meerwaarde biedt voor hun judo en ook aantrekkelijk is. Ik heb meerdere kata clinics georganiseerd, gegeven en bijgewoond en vele geïnteresseerde judoka’s leren kennen. Van oud tot jong waren de judoka enthousiast.

Overigens staat op deze blog ook een artikel over De fasen van katastudie. Dit artikel sluit met fase I prima aan op de bovenstaande informatie.

Tot slot

Hopelijk is de Nederlandse selectie zeer succesvol tijdens de IJF KATA World Championships komend weekend in Amsterdam en levert dit weer veel aandacht op voor kata. Maar nog veel meer wens ik dat wij judoka het kata de plek geven die het verdiend binnen het judo en het gebruiken als belangrijk studiehulpmiddel in het verbeteren van lichaam en geest. Als wij judoka en judoleraren bewuster zijn van de unieke kwaliteiten van kata, kunnen we dit beter uitdragen. Op deze wijze kunnen kata en randori elkaar aanvullen, zoals Jigoro Kano dit heeft bedacht. Hopelijk kan dit artikel hier een bijdrage aan leveren.

 

 

Mokuso

Ik begin en eindig mijn budotrainingen met mokuso. Het is Japans voor “gedachten stil maken”. Het wordt ook vertaald als “meditatie”. Zoals met meerdere termen in budo dekt dit maar half de lading. Mokuso is in mijn ogen een enorm belangrijk onderdeel van budotraining.

Schakelaar

Vooral de eerste keer zijn sommige mensen een beetje nerveus of lacherig tijdens mokuso. Dat is natuurlijk niet vreemd. In Japan is het de normaalste zaak van de wereld, maar in het Westen kom je zelden in aanraking met meditatie. Daarnaast wordt het vaak gebracht als iets heel mystieks of speciaals.

Eigenlijk is het niets bijzonders. Het is een soort schakelaar. Voor de training dient mokuso om lichaam en geest voor te bereiden op de training. We proberen ons (huis)werk, zorgen en verlangens los te laten, zodat we met volledige focus kunnen trainen. Aan het eind van de training dient het als moment om weer terug te schakelen naar het dagelijks leven. Het is een overgangsperiode tussen het dagelijks leven en training en omgekeerd.

Mokuso zorgt daarmee voor een effectievere training door het aanbrengen van focus. Dit is ook toepasbaar in het dagelijks leven. Tussen verschillende activiteiten even een kort moment van rust nemen, zodat je vorige taak is afgerond en je volledig kan focussen op de nieuwe taak.

Roze olifant

MokusoWat houdt mokuso dan precies in? Meestal wordt aan het begin en eind van de training alle budoka opgesteld in geknielde zit. Vaak roept de leraar of een leerling mokuso en wordt het rustig. Na een tijd roept dezelfde persoon yame (einde) en is de sessie afgelopen. Tijdens de sessie zit je geconcentreerd met een buikademhaling, maar waar denk je aan?

Misschien kennen jullie het voorbeeld van de roze olifant. De trainer zegt: “denk niet aan een roze olifant”. Het gevolg is dat iedereen automatisch denkt aan een roze olifant. Hetzelfde geldt voor “denk aan niets”. Het is bijna onmogelijk.

Daarom geef ik bij mokuso liever de opdracht “luister hoe druk of rustig het is in jouw hoofd”. Mensen worden dan bewuster van hun gedachten. Vaak als je luistert naar jouw gedachten zonder oordeel, wordt het rustiger in jouw hoofd. Zeker als je vaker oefent, laat je gedachten steeds eenvoudiger los.

Ichi-go; ichi-e

Dave Lowry spreekt in zijn boek “In The Dojo” nog over een andere methode voor mokuso. Hij refereert naar het gezegde “Ichi-go; ichi-e” uit het chado (theeceremonie). Het betekent “één moment; één kans”. Alles in het leven maak je maar één keer mee, want het volgende moment ben jij veranderd en is de situatie anders. Uiteraard geldt dit ook voor trainingen. Daar wil je dus het beste uithalen.

Tijdens mokuso aan het begin van de training stel je de vraag heb ik vandaag van alle momenten voor de training het beste gemaakt? Na de training stel je de vraag, heb ik het beste van de training gemaakt? Als je dit niet gedaan hebt, is het volgende moment of training een nieuwe kans om er het beste uit te halen.

Wellicht worden je gedachten hier niet rustiger van, maar je gebruikt mokuso wel nuttig. Je haalt het beste uit jouw leven en elke training. Daarnaast leer je focus aanbrengen en bewust omschakelen tussen activiteiten. Misschien leer je zelfs waarderen dat alles in het leven veranderlijk is.

Mokuso in het dagelijks leven

Er zitten dus veel voordelen aan het beoefenen van mokuso. Je kunt meer rendement uit de training halen door het aanbrengen van focus. Daarnaast kun je als de geest minder verstoord is door gedachten sneller en spontaner reageren in bijvoorbeeld randori. De samurai van vroeger waren dan ook veel bezig met meditatie. Op het slagveld wilden ze niet denken aan de dood of overwinning. Ze moesten volledig zijn gefocust op het gevecht met de vijand.

Stilte en concentratie hebben ook voordelen in het dagelijks leven. Stress is op dit moment één van de grootste veroorzakers van ziekten en de dood. Door het oefenen van mokuso en het eenvoudiger loslaten van gedachten, zal de stress verminderen.

Daarnaast oefen je in het focussen op de taak waarmee je bezig bent. Dit leidt tot meer rust en vaak zul je de taak beter uitvoeren. Uiteindelijk zul je meer energie voelen en nieuwe inzichten krijgen. Daarom raad ik iedereen mokuso aan als onderdeel van de training.

Yagai-geiko

De gemiddelde dojo voor het bestuderen van vechtkunsten is tegenwoordig een prachtige zaal vol luxe. Ik zie steeds grotere dojo met prachtige verende matten (judo) of een houten vloer (kendo). Trainen in de dojo is praktisch en erg verleidelijk.

Vroeger was alles beter

Vroeger was het echter anders. De trainingen vonden vaak buiten plaats. Veel daimyo (Japanse krijgsheren) konden zich geen speciale dojo veroorloven. De trainingen vonden veelal plaats op braakliggend terrein, binnenplaatsen en veranda’s.

Dit was ook uit andere overwegingen. Weinig gevechten vonden plaats in een mooie overdekte dojo met egale vloer. Het buiten trainen was realistischer door de wisselende weersomstandigheden en het natuurlijke terrein.

Volgens Dave Lowry in zijn boek “In The Dojo” bleven de samurai dan ook buiten trainen, toen de daimyo rijker werden en zich wel een dojo konden veroorloven.

Yagai-geiko of no-geiko

Yagai-geiko (buiten training) of no-geiko (veldtraining) is nu veelal niet meer nodig uit praktische overwegingen. Veel budoclubs en -verenigingen beschikken over een eigen dojo of huren een gymzaal. Buiten trainen is voor sommige vechtkunsten zelfs enigszins onpraktisch. Bijvoorbeeld is bij judo het niet altijd even prettig vallen op gras of zand.

Ik kan toch iedereen het buiten trainen aanraden. Misschien denk je dat buiten trainingen niet zo romantisch is als het bovenstaande fragment uit “The Karate Kid”, maar eigenlijk komt het best dicht in de buurt!

Het oefenen op natuurlijk terrein is een verrijking voor de training. Deze zomer heb ik getraind in een park op een zeer onregelmatig grasveld, terwijl het begon te waaien en druppelen. Ik heb zoveel geleerd over maai (afstanden) en mijn eigen balans. Kata is heel anders zonder judogi en als je het koud hebt.

Ju-no-kata op het strandOok op het strand was een prachtig leermoment. Met een zeebriesje en zand dat wegschuift onder de voeten wordt het ju-no-kata heel anders. Ook hier is het bepalen van afstanden voor de aanvallen veel moeilijker. Het ju-no-kata leent zich trouwens erg goed voor yakai-geiko. Het kan zonder aanpassingen in “normale” kleren en het kata is zonder valbreken.

Nog meer voordelen

Het trainen in verschillende weersomstandigheden op verschillende natuurlijke ondergronden is natuurlijk een groot voordeel. Ook het gebruik van verschillende kleding kan leiden tot aanpassingen en variaties op technieken. Op het strand in een zwembroek is een pakking met revers en mouw onmogelijk.

Denk ook aan het trainen van bijvoorbeeld metsuke. Op het blog van Mitesco staat hier een interessant artikel over.

“Daarom is de opperste concentratie van het judo en aikido een geconcentreerde blik maar geen staren of fixeren. Wanneer je je ogen fixeert, zie je eigenlijk niets meer, en dus is dat gevaarlijk. In de budo wordt nogal eens gesproken over ‘enzan no metsuke’ (遠山の目付け) wat betekent: ‘kijken als naar een verre berg’. Als je naar een berg in de verte kijkt, zie je niet alleen de berg, maar ook de hele omgeving. Met zo’n ‘wijdse’ blik moet je ook met je partner omgaan: goed kijken, zonder je eigen bedoelingen te verraden en alles zien.”

Yakai-geiko kan worden gebruikt voor het oefenen in goed kijken. Niet focussen, maar de hele omgeving waarnemen. Uiteraard kan dit voor alle zintuigen worden getraind. Denk aan het horen van de golven, wind en zeemeeuwen op het strand.

Ga de natuur in

Yagai-geiko of no-geikoUiteraard kunnen er nog veel meer voordelen worden gehaald uit trainen buiten de dojo. Ik wil iedereen uitdagen om uit de heerlijk gekoelde of verwarmde dojo de natuur in te stappen. Het leidt vaak tot verbeteringen op technisch, tactisch, fysiek en mentaal vlak. Ik hoor graag jullie ervaringen via de reacties of een persoonlijk bericht.

Bewuster leven met judoprincipes

Bovenstaande nummer is uiteraard Badlands van Bruce Springsteen. Ik heb “The Boss” live mogen aanschouwen tijdens Pinkpop 2012. Wat een brok energie. Bruce kan als geen ander rake teksten zingen op prachtige muziek en dit overbrengen op zijn publiek. Badlands is één van mijn favoriete nummers van Springsteen. Voor mij gaat dit nummer over het niet uitstellen van het leven tot later, maar genieten van elk moment en controle over het leven nemen.

Het uitstellen van het leven past niet in de Oosterse filosofie. Daar draait het om leven in het nu. Uitstellen lijkt ook in tegenspraak met de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei van het judo, die in het dagelijks leven een belangrijke leidraad vormen. Dit licht ik toe verderop in deze blog.

Het is nooit genoeg

MotivatieHet nummer Badlands doet mij dus denken aan hoe mensen soms het leven uitstellen tot later. Dit komt vooral omdat mensen niet tevreden zijn met wat ze hebben, maar steeds meer willen. Mensen die week na week hard (over)werken voor grotere huizen en grotere auto’s.

Het is nooit genoeg. Elke salarisverhoging wordt direct gebruikt voor het kopen van nog meer luxe. Will Smith verwoordt het prachtig: “Te veel mensen geven geld uit dat ze niet hebben verdiend, om dingen te kopen die ze niet willen, teneinde mensen te imponeren die ze niet mogen.” Of zoals Bruce Springsteen het zingt in Badlands.

“Poor man want to be rich
Rich man want to be king
And a king ain’t satisfied
Till he rules everything”

Wellicht is bovenstaande niet op jou van toepassing, maar ik herken er wel iets van in mezelf. Toch weer die gedachte aan een extra gitaar, mooie spiegelreflexcamera of nieuwe boeken. Gelukkig ben ik tevreden met wat ik heb en sommigen vinden mij in een aantal opzichten minimalistisch.

Weinig plezier beleven aan arbeid

Niet heel lang geleden las ik het boek De omgekeerde werkweek van Gerhard Hormann. Hij stelt het drastisch omgooien van de werkweek voor met twee werkdagen en vijf dagen weekend. “Want zodra je eenmaal beseft dat betaalde arbeid niet anders is dan het verkopen van je vrije tijd in ruil voor geld, beleef je er weinig plezier meer aan.”

Het voordeel is dat hierdoor veel vrije tijd ontstaat voor andere zaken, bijvoorbeeld het werken in een eigen moestuin en verlenen van mantelzorg. Hierdoor kan geld worden bespaard op voedsel en de zorg. Maar ook voor het achtervolgen van jouw dromen in plaats van de dromen van een ander. Misschien wil je wel een boek schrijven of vaker genieten van jouw (klein)kinderen.

Niet het leven uitstellen en steeds werken voor meer, maar het optimaal omgaan met jouw energie, tijd en geld. Het boek van Gerhard Hormann bevat geen praktische adviezen, maar wel veel mooie ideeën voor een nieuwe relatie tussen mens en arbeid.

Efficiënt omgaan met middelen

Ik vond het boek erg inspirerend en liet het bezinken. Minder werken betekent minder inkomen. Hoe los ik dit op? Dan halen we Bruce Springsteen en Will Smith er weer bij… niet altijd meer willen. Tevreden zijn met wat je hebt.

Neem bijvoorbeeld een huis. Je kunt steeds een groter huis kopen en vol stoppen met spullen die je nooit of zelden gebruikt en veel tijd steken in het schoonmaken en onderhouden van dit huis. Echter een klein huis met alleen spullen die je veel gebruikt, kost veel minder tijd qua onderhoud en kosten. Het kan ook sneller worden afgelost, hierdoor heb je lagere maandlasten en voila… minder werken!

The things I needEen ander voorbeeld is het opzeggen van het televisieabonnement. De tijd die je bespaart, kun je weer gebruiken voor bijvoorbeeld het lezen van boeken. Er zijn tegenwoordig veel gratis boeken op Internet of je kunt een abonnement nemen bij de bibliotheek. Boeken spreken veel meer tot de verbeelding.

Moet iedereen dit doen? In mijn ogen niet. Misschien heb je geweldig en dankbaar werk, maar ik hoor veel mensen klagen over hun werk. Of mensen die niet bewust kiezen waaraan zij hun kostbare energie, tijd en geld besteden. Iedereen kan voor zichzelf bewuste keuzes maken. Een mooie leidraad hiervoor is het judoprincipe seiryoku zen’yō.

Seiryoku zen’yō

Voor mij bleek weer hoe relevant de filosofie van Jigoro Kano met het judo nog steeds is, ook in het dagelijkse leven. Seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Het optimaal inzetten van jouw middelen voor een maximaal resultaat. Daar draait het uiteindelijk om.

Ben jij bewust bezig met de zaken waarvan jij gelukkig wordt? Gebruik je jouw inspanning (en middelen) voor wat jij echt ten diepste van binnen wilt of verspil je dit aan randzaken. Overigens is dit voor iedereen anders. De één wil meer reizen, de ander wil misschien meer tijd doorbrengen met zijn of haar geliefde.

Als je eenmaal weet wat je ten diepste van binnen wilt, kun je kijken wat je daarvoor nodig hebt. Je kunt dan ook besparen op wat niet langer nodig is. Als je bijvoorbeeld gezonder wilt leven, kun je een paar overuren maken voor het betalen van een fitnessabonnement. Maar een andere optie is het verkopen van de tweede auto en op de fiets naar het werk. Van het geld dat maandelijks wordt bespaard, kun je minder gaan werken en meer bewegen in de natuur.

Zo kun je op vele vlakken bewuste keuzes maken. Besteed je jouw inspanning optimaal aan de zaken die jouw gelukkig maken? Of kun je wellicht met minder energie, tijd en geld een beter resultaat halen? Besteed je jouw energie aan het druk maken over het verleden of geniet je van het moment? Besteed je jouw geld aan een groter huis of meer tijd met jouw geliefde? Ga je meer geld verdienen voor een dure vakantie of ga je lekker lang backpacken in het buitenland? De keuze is aan jou!

Jita kyōei

Wellicht zijn er slimme mensen die zeggen als iedereen alleen aan zichzelf denkt volgens bovenstaand principe, dan is het geen leuke wereld. Gelukkig heeft Jigoro Kano daar ook aan gedacht met zijn andere judoprincipe jita kyōei. Hierover schreef ik al eens eerder in het artikel Het amorele systeem waarin wij leven. Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Slotwoord

Mijn ultieme doel is dat, door bewuste keuzes te maken, mijn inspanningen volledig bijdragen aan mijn geluk, maar ook aan een betere wereld. Hopelijk geven de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei jou ook inspiratie tot het bewust omgaan met energie, tijd en geld. Zodat jouw inspanningen maximaal bijdragen aan het leven van jou en anderen.