Trainingsmethodes voor krijgskunsten

In het boek “Teaching Kids Jiu Jitsu” staan in de Lessons Learned een aantal trainingsmethoden. Ik vind het overzicht handig en ik heb het hieronder uitgebreid en aangepast naar andere krijgskunsten.

Het overzicht helpt bewust worden. Welke trainingsmethoden sluit het best aan op de leerling? Iedereen heeft zijn eigen voorkeur, zowel leerling als leraar. De ene methode is meer geschikt voor de beginner en andere methoden meer voor gevorderden.

Morihei UeshibaDoor het bewust kiezen van een goede mix van trainingsmethoden op basis van seiryoku zen’yō (een maximaal resultaat met minimale inspanning), kan worden gespeeld en geëvalueerd welke methoden in een bepaalde situatie optimaal werken.

Overigens hebben de verschillende methoden enige overlap. Dit is geen probleem aangezien het slechts een hulpmiddel is. Het doel is bewust omgaan met de lesinhoud. Niet het beschrijven van een compleet, allesomvattend model.

De onderstaande trainingsmethoden kunnen worden gebruikt. Ik licht vervolgens elke methode kort toe met voorbeelden.

  • Principe
  • Thema
  • Beweging
  • Techniek (waza)
  • Ketting
  • Als… dan…
  • Positie/situatie

Principe

Een specifieke techniek kan slechts in een beperkt aantal situaties worden toegepast. Een principe kan daarentegen in oneindige situaties worden toegepast.

Een voorbeeld. Tori leert de ude-hishigi-jūji-gatame met een voorwaartse rol vanuit de positie uke kniezit (bokje). Deze techniek kan tori niet gebruiken als hij uke tussen zijn knieën (guard) heeft, dus moet tori een nieuwe techniek leren om ook vanuit deze positie een jūji-gatame te kunnen maken. Zo moet voor elke verschillende situatie of armklem een nieuwe techniek worden aangereikt.

Trainingsmethode: Principe

Er kan ook een principe worden aangeleerd. Hierbij leert tori hoe hij de bovenarm moet controleren, zodat hij de elleboog kan isoleren en overstrekken. Tori kan dan vanuit vele positie een armoverstrekking maken, zoals jūji-gatame, waki-gatame en hiza-gatame, zonder dat hij de technieken en namen weet. Ik heb zelf wel eens ondersteboven met mijn hoofd een armklem aangezet, dit heb ik nooit als techniek geleerd!

Als ik beweeg, worden technieken geboren.

Laughing buddhaUiteraard kunnen technieken worden gebruikt voor het aanleren en begrijpen van de principes.

Focus niet te veel op de technieken, want je mist wellicht het principe!

Andere voorbeelden zijn trainingen gericht op het principe van opofferen zoals in sutemi-waza, het gebruik van kuzushi (balansverstoren) voor het maken van kantel-/keertechnieken, het omgaan met tegenslagen, het de-escaleren van agressie en het toepassen van jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf.

Thema

Een training kan ook worden samengesteld op basis van een thema. Denk hierbij aan thema’s, zoals randori, kata, shiai en zelfverdediging.

Trainingsmethode: Thema

Als het thema zelfverdediging is, kan worden gefocust op het principe tai-sabaki bij het ontwijken van atemi-waza (bijv. stoot- en traptechnieken). Vervolgens kan worden gereageerd met een worp en controle naar keuze. De leerlingen worden ook geadviseerd niet naar de buik te draaien, omdat dit een hele dominante positie voor tori oplevert.

Bij een training met als thema shiai kan de judoka wel naar de buik draaien (ik raad het nog steeds af). Als hij lang genoeg verdedigt, zegt de scheidsrechter mate en kan hij weer gaan staan. Een dergelijke training kan ook gericht zijn op de favoriete technieken die in competitie werken of het principe van kumi-kata (manier van vastpakken) die zijn toegestaan in competitie.

Mijn favoriete thema is illegale technieken in competitie. Dit heb ik afgekeken van mijn budovriend Bas Bakker. Hierbij kies ik bijvoorbeeld het principe benen grijpen met technieken zoals sukui-nage, ko-uchi-maki-komi en morote-gari. Leuk voor randori!

Thema’s nodigen uit tot zelfstudie. Denk bijvoorbeeld aan het thema combinaties (renraku-waza). De budoka oefenen eerst de principes tai-sabaki en hara, vervolgens maken ze hun favoriete combinatietechnieken in beweging. Uiteindelijk gaan ze randori trainen in de situatie waarbij uke alleen mag verdedigen, zodat tori kan combineren als de eerste techniek niet lukt.

Beweging

Een techniek bestaat vaak uit een of meerdere bewegingen. Zeker bij beginners zijn deze bewegingen onbekend. Daarom kan een training ook bestaan uit een losse beweging die vervolgens wordt toegepast in een aantal technieken.

Traingsmethode: BewegingIn het ne-waza is een basisbeweging ebi (hip escape), waarbij de leerling zich verplaatst op de grond. Vaak om de hoek ten opzichte van de ander te veranderen of het creëren van ruimte/afstand, dit zijn twee belangrijke principes in ne-waza.

Nadat met verschillende voorbereidende oefeningen ebi is geoefend, kunnen bevrijdingen uit houdgrepen worden geoefend waarbij ebi noodzakelijk is. Een andere voorbeeld met ebi is het maken van sankaku-jime door tori vanaf zijn rug.

Bij nage-waza kan worden gedacht aan basisbewegingen zoals tai-sabaki, tsurikomi en de kruispas. Vervolgens kunnen technieken worden getraind waarbij de pas kan worden gebruikt, zoals tai-otoshi, ashi-guruma en harai-goshi.

Het voordeel is dat een beweging in deze trainingsmethode vele malen wordt geoefend en deze eigen wordt gemaakt. De leerling kan de beweging gebruiken in verscheidene technieken, daarnaast is een beweging vaak ook gerelateerd aan bepaalde principes.

Techniek (waza)

Deze trainingsmethode ligt voor de hand en wordt erg vaak gebruikt. De training staat in teken van een techniek. In de warming-up worden vaak al oefeningen gedaan als voorbereiding op de techniek.

De warming-up begint bijvoorbeeld met een aantal oefeningen waarbij de leerling op een been staat, een been opzwaait en achterwaarts valt. Vervolgens worden een aantal vormen van ō-soto-gari getraind met verschillende kumi-kata en overnames (kaeshi-waza) op de worp.

Een andere voorbeeld is de eerder genoemde ude-hishigi-jūji-gatame. Deze kan worden aangeleerd vanuit het katame-no-kata, tori rug met uke in guard en als transitie naar ne-waza als tomoe-nage mislukt

Technieken kunnen worden aangeboden op verschillende manieren: kata, yaku soku geiko, kakari-geiko en (dynamische) uchi-komi. Focus hierbij eerst op de basis.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Het voordeel is dat een techniek vele malen wordt gerepeteerd waardoor de leerlingen zich deze eigen kan maken. Als de leerling dit bewust doet, gaat hij wellicht ook het principe achter de techniek doorgronden.

Ketting

Een ketting is een logische opvolging van technieken, zoals deze in randori of zelfverdediging voor kunnen komen. Het doel is dat de leerling ervaart hoe bepaalde technieken elkaar kunnen volgen. Alleen een losse techniek is vaak niet genoeg, daarom kunnen veelvoorkomende kettingen (paden) worden getraind. Uiteraard zoekt de leerling hierin op gegeven moment een eigen weg.

Trainingsmethode: Ketting

Een voorbeeld van een ketting: tori zet ō-soto-gari in, uke stapt uit. Tori combineert direct met ō-uchi-gari. Uke breekt zijn val en tori is alert (zanshin). Hij maakt een snelle passeerbeweging naar een houdgreep en controleert uke.

Deze ketting kan vaak worden gerepeteerd nadat deze is aangeleerd. Ook kan uke veel variëren, bijvoorbeeld vroeg of laat uitstappen en weinig of veel weerstand geven. Tori neemt altijd een actieve rol aan en zet zijn technieken realistisch in.

Kies logische, natuurlijke kettingen. Het is belangrijk voor het aanleren dat de grove lijnen eerst duidelijk worden. Daarna kan voor de gevorderden meer details worden toegevoegd.

Deze methode kan voor beginners worden gebruikt, zodat ze weten welke paden er mogelijk zijn. Ook kunnen principes duidelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld renraku-waza of zanshin na een worp voor een snelle transitie naar ne-waza.

Als… dan…

Deze trainingsmethode is vergelijkbaar met de ketting. Alleen nu hangen de reacties van tori volledig af van uke. Tori en uke hebben allebei een actieve rol.

Traingsmethode: Als... dan...Een voorbeeld van als.. dan…: tori maakt ō-soto-gari. Als uke uitstapt en terugduwt maakt tori een sasae-tsurikomi-ashi en volgt met een houdgreep. Als uke uitstapt en naar achteren leunt, maakt tori een ō-uchi-gari en komt in de guard van uke. Uke probeert vervolgens een schaarbeweging voor het kantelen van tori naar een houdgreep. Als tori de schaarbeweging verdedigt, dan komt uke overeind en duwt tori om met zijn heup naar een houdgreep.

Ah fijn, kijk uit dat een als… dan… niet te complex wordt, anders haken de leerlingen af!

You must be shapeless, formless, like water. When you pour water in a cup, it becomes the cup. When you pour water in a bottle, it becomes the bottle. When you pour water in a teapot, it becomes the teapot. Water can drip and it can crash. Become like water my friend.Bruce Lee

De voordelen zijn vergelijkbaar met kettingen. De reactiesnelheid kan worden vergroot. Ook wordt de creativiteit vergroot door het aanbieden van nieuwe paden of als de leerling wordt uitgedaagd tot het zelf bedenken van een als… dan… en deze te evalueren in randori.

Tori en uke kunnen leren wat hun doel is in bepaalde posities en situaties en welke paden er mogelijk zijn. Ook hier kunnen er weer principes aan toe worden gevoegd, zoals continu druk uitvoeren (mentaal en lichamelijk), kiai of actie/reactie.

Positie/situatie

In deze methode worden een aantal principes, technieken, kettingen of als.. dan... aangeboden vanuit een bepaalde positie of situatie. In ne-waza kan dit zijn dat tori op de rug ligt met uke tussen zijn knieën, bij tachi-waza kan worden gedacht aan een uke die in jigotai (verdedigende houding) rechtsvoor staat.

Trainingsmethode: Situatie

Deze methode kan worden gebruikt als een leerling aangeeft dat hij moeite heeft met een bepaalde positie of situatie. Het kan ook naar aanleiding van randori zijn, waarbij de leraar ziet dat leerlingen in bepaalde posities of situaties vastlopen.

Zijn er volgens jou nog andere trainingsmethoden voor het aanleren van krijgskunsten? Laat een bericht achter in de reacties onder dit bericht. Ik wil graag bovenstaande overzicht verbeteren, dus laat jouw feedback achter in de reacties.

Hoe belangrijk is een band in budo?

Laatst las ik een blog van Christian Graugart op BJJ Globetrotters. BJJ Globetrotters is een netwerk van mensen die de wereld rondtrekken en Braziliaans jiujitsu beoefenen zonder zinloze politiek. Zijn blog resoneerde met mij.

Ik heb een klein stukje vertaald. Het gaat over hoe graduaties het gedrag van de drager kunnen beïnvloeden. Sommigen hangen niet een band, maar een gevoel van eigenwaarde om hun middel. Hun band symboliseert niet langer een bepaald niveau van vaardigheid en karakter. Het geeft ze een vals gevoel van macht.

Door banden kunnen volwassen mensen zich heel raar gedragen en het probleem – naar mijn mening – ontstaat wanneer dit verandert in politiek, het vertellen wat een volwassene wel of niet mag doen. Het ruïneert vriendschappen. Verspreidt negatieve golven. Creëert ongezonde rivaliteit. Mensen zijn zichzelf niet meer. Ze likken zich naar boven of kijken neer op mensen op basis van hun graduatie. Ze begrenzen mensen in hun sociale interactie met potentiële, nieuwe vrienden. Maken mensen hebberig.
Christian Graugart

Laat me vooropstellen: graduaties zijn op zichzelf niet goed of slecht. Een band mag je trots op zijn. Het is vaak een prestatie na hard werken aan jouw vaardigheid en karakter. Zeker de hoge graduaties vragen een budoleven vol toewijding en doorzettingsvermogen als je ze op een eerlijke wijze wilt verdienen. Hierbij moet je trouw zijn aan jezelf en de principes van jouw vechtkunst.

Normaal zijn hogergegradueerden dan ook voorbeelden. Ze zijn gelijkwaardig als mens, maar hebben bijna bovenaardse vaardigheden en een goed karakter. Dit komt omdat ze reeds jarenlang trainen en leven volgens de principes en waarden in hun do-vorm. Het zijn voorbeelden waar je graag van wilt leren.

Het gaat echter mis met graduaties als de drager zijn band misbruikt voor een vals gevoel van macht. Zelfs bij de do-vormen zoals judo, waarbij de vorming van een goed karakter belangrijk is, komt dit helaas ook voor. Deze mensen raken de judoprincipes uit het oog en kijken neer op mensen met een lagere graduatie. Ze denken dat ze iemand mogen beledigen of minderwaardig behandelen. Ze laten zich soms zelfs verleiden tot politieke spelletjes.

De band is niet langer om hun gi< bij elkaar te houden. Het is een relikwie om hun ego te strelen.

With great power comes great responsibilityIk moest denken aan de stripboeken van Spiderman waarin de volgende spreuk staat: “Met grote kracht, komt grote verantwoordelijkheid.”

Vooropgesteld dat een band slechts aangeeft hoe ver iemand is op zijn of haar weg en geen bijzondere krachten geeft, laat elke persoon met een graduatie verantwoordelijkheid nemen en een voorbeeld zijn voor anderen. Een voorbeeld van prachtige vaardigheid in randori en kata en bovenal een mooi, oprecht karakter. De grote kracht is namelijk dat je mensen inspireert om ook te blijven groeien op de weg.

Ikzelf probeer zoveel mogelijk van politiek weg te blijven. Liever blijf ik proberen om judo op zijn best uit te dragen. Soms lukt het fantastisch, soms met vallen en opstaan. Als het beter kan, laten we hier elkaar dan op een respectvolle manier op wijzen. Op deze manier blijven we vol bewondering voor de hogergegradueerden en elkaar behandelen volgens jita kyōei, wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen. Want wat is er mooier dan als vrienden met elkaar onze prachtige vechtkunsten beoefenen?

Een leven lang leren

Op Internet zijn er fantastische video’s beschikbaar van bekende en ‘oudere’ budoka die nog steeds een krijgskunst beoefenen. Ik heb enorm veel respect voor deze mensen. Veel van deze budoka zijn bewonderenswaardig, omdat er zoveel beleving en toewijding vanaf straalt.

Een heel mooi voorbeeld is de onderstaande demonstratie van een kata uit de kitō-ryū door Inoue-sensei. Het is het kata waarop Jigorō Kanō zijn koshiki-no-kata baseerde. Als ik de tachtig ben gepasseerd, hoop ik dat ik nog een dergelijk mooi kata kan demonstreren.

Op bovenstaande demonstratie is veel commentaar geweest. Sommigen maakten zichzelf belachelijk door te verkondigen dat dit de slechtste uitvoering van het koshiki-no-kata ooit was. Andere kritieken waren milder.

Helaas zie je vaker dat er veel negatieve kritiek is op dergelijke demonstraties. Ik ben een enorme voorstander van feedback. Helaas is het commentaar niet altijd gericht op het verbeteren van de ander en om er samen van te leren.

Daarom probeer ik altijd als ik commentaar heb op een kata om voor mezelf de afweging te maken: is het om te leren of om de ander naar beneden te halen?

Leren is natuurlijk prima als het op een respectvolle, opbouwende manier gebeurt. De ander naar beneden halen is een slechte eigenschap, waarschijnlijk voortkomend uit angst, jaloezie of onzekerheid.

Goede feedback geven en iemand vooruit helpen is uitdagend. Het is veel eenvoudiger het budo van anderen te bekritiseren, helemaal met droge voeten langs de kant. Ik geniet liever, zoals van het bovenstaande kata.

Ook het nage-no-kata van een andere bekende Inoue, de wedstrijdjudoka, vind ik fantastisch. Er valt altijd wel iets aan te merken. Echter, ik vind het fantastisch dat zo’n begaafd judoka kennis van kata demonstreert voor een groot publiek!

In deze blog wil ik pleiten om allemaal natte voeten te blijven halen. Het is veel beter feedback geven als jezelf nog actief op de tatami staat in hoeverre de gezondheid dit toelaat. Op deze wijze ervaar je keer op keer hoe uitdagend krijgskunsten zijn.

Daarnaast is het ook motiverend voor diegene die de feedback ontvangen. Ze zien dat de diegene met kritiek niet alleen er over praten, maar ook zelf doet. Ook al is het niet perfect. Het kan daarbij prima dat door bepaalde beperkingen of een andere specialisatie iemand een bepaalde waza of kata niet langer goed kan uitvoeren en desondanks geweldige feedback geeft.

Fukuda Keiko sensei
Fukuda-sensei komt uit haar rolstoel voor het demonstreren van een techniek

Het is een geweldig voorbeeld als een budoka ondanks zijn beperkingen actief is op de mat. Een leven lang leren. Continu blijven zoeken naar kleine verbeteringen. Niet alleen dit van andere judoka verlangen. Zelf het goede voorbeeld geven. Laten zien dat je ondanks dat je ouder wordt nog steeds kan oefenen met wellicht een paar beperkingen. Daarom zijn de filmpjes van ‘veteranen’ ontzettend inspirerend!

Ondertussen roepen we allemaal zo lang we trainen: “Mada, mada.” Het is een Japanse uitdrukking en betekent zoiets als: “Nog net niet helemaal.”

Fout!

Van de week las ik ergens een prachtig verhaal. Een verhaal waardoor ik kritisch naar mezelf keek en mogelijkheden voor verbetering zag. Mijn streven blijft namelijk jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf. Het verhaal gaat over een juffrouw die haar klas de tafel van 9 leert.

Een juf staat voor haar klas en schrijft het volgende op:
1 x 9 = 7
2 x 9 = 18
3 x 9 = 27
4 x 9 = 36
5 x 9 = 45
6 x 9 = 54
7 x 9 = 63
8 x 9 = 72
9 x 9 = 81
10 x 9 = 90

Alle kinderen in de klas beginnen te lachen. De juf laat de kinderen lachen en vraagt aan een van haar leerlingen waarom ze moest lachen. Het kind antwoordt: “Juf, u heeft een fout gemaakt! De eerste som is fout.”

Daarna kijkt de juf de klas serieus aan. “De fout in de eerste regel heb ik bewust gemaakt om jullie iets te leren over de wereld. Ik schreef negen keer de goede uitkomst op, niemand van jullie erkende me daarvoor. Ik maakte een fout, en dat is wat jullie onthielden en om moesten lachen. Dus dit is mijn les: de wereld kijkt niet naar alles wat je goed doet, al doe je dat honderden keren. Waar de aandacht naar uitgaat is wat je verkeerd doet, over het hoofd ziet of ‘fout’ doet.”

Uit het verhaal heb ik twee wijze levenslessen kunnen halen. Als jullie er nog andere mooie lessen uithalen, laat ze vooral achter in de reacties. Hieronder de wijze lessen die ik eruit heb gehaald.

Positieve communicatie

De eerste les is vooral gericht op mijn communicatie met anderen. Ik ben een perfectionist in sommige opzichten. Als ik kata of waza bestudeer, dan zie ik altijd wel een detail wat beter kan. Wat ik vervolgens graag benoem.

Als ik mijzelf bekritiseer in mijn hoofd, ken ik mezelf langer dan vandaag. De feedback kan ik op de juiste waarde schatten en goed verwerken. Ongeacht of die positief of negatief wordt gedacht. Ik weet dat er ook een hoop goed is en dat neem ik voor lief zonder te benoemen.

Bob Ross
Lastiger en interessanter is mijn communicatie naar anderen. Als leraar, coach, opvoeder (lees: mens) heb je een grote invloed op de mensen die naar jou luisteren. Vooral de mensen die in mijn ogen talent hebben, wil ik nog wel eens op dezelfde manier benaderen als mezelf. Alleen de fouten benadrukken en onvoldoende benoemen wat er goed gaat.

Uit onderzoek blijkt dat vijf complimenten hetzelfde effect hebben als een negatieve opmerking. Nou geloof ik niet echt dat er een kwantificeerbare relatie bestaat tussen positieve en negatieve feedback, maar wel dat een negatieve opmerking vaak eerder wordt onthouden en een grotere impact heeft dan een compliment.

Vraag maar eens na afloop van een examen aan iemand wat er allemaal goed is gegaan en wat beter had gekund. Grote kans dat iemand vooral benoemt wat beter kon en veel harder moet nadenken wat er goed ging.

De les die ik eruit haal is om vooral gevraagd feedback te geven of als het echt waarde toevoegt voor de ander en opbouwend is. Bij het geven van feedback wil ik naast eventuele fouten, ook de positieve punten benoemen. De komende tijd ga ik onderzoeken of ik dit nog meer kan toepassen.

Het accepteren van kritiek

Daarnaast is de tweede wijze les die ik eruit haal dat je kritiek niet altijd persoonlijk moet opvatten. Het is een cliché, maar soms zegt het meer over de ander, dan over jouzelf. Bedenk daarom eerst of het opbouwende kritiek is. Zo ja, kijk dan hoe je dit kunt gebruiken om ervan te leren. Wees daarbij oprecht naar jezelf, want fouten zijn de beste leraren. Als het niet opbouwend is, laat het dan direct los.

Iemand die nog nooit een fout heeft gemaakt, heeft nooit iets nieuws geprobeerd.Albert Einstein

Sta boven de kritiek van anderen. Blijf jezelf. Luister er naar en kijk of je het kunt gebruiken voor jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf. Accepteer ook dat kritiek andere keren niet bruikbaar is en laat het los. Bovenal blijf in jezelf geloven en reflecteer ook regelmatig wat je allemaal ‘goed’ doet.

Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Pelgrimstocht van een judoka

Een paar jaar geleden kwam ik in aanraking met de dramaserie MUSASHI van de Japanse televisiezender NHK. Echt fantastisch! De serie is grotendeels gebaseerd op het gelijknamige boek van Eiji Yoshikawa en Het boek van de vijf ringen geschreven door Miyamoto Musashi zelf. Dit laatste boek wordt nog steeds veel gebruikt voor het leven en binnen de zakenwereld voor zijn strategische inzichten en wijsheid.

Miyamoto Musashi

Musashi (1584 – 1645) is nog steeds een van de bekendste zwaardvechters in Japan. Hij is vooral bekend door het gelijktijdig gebruik van twee zwaarden in zijn stijl Hyōhō Niten Ichi-ryū. Door het gebrek aan betrouwbare bronnen zijn er veel varianten van zijn levensverhaal en is er flink op los geromantiseerd.

In ieder geval was Musashi een rōnin (een samurai zonder meester). Hij reisde door Japan en duelleerde met vele samurai. Een dergelijke pelgrimstocht wordt in het Japans ook wel musha shugyō (krijgerstraining) genoemd.

Musha shugyō

Koboku Meikakuzu (Miyanoto Musashi)
Inktschildering door Miyamoto Musashi (Koboku Meikakuzu)

De romantische versies over krijgerstraining gaan puur over het perfectioneren van de gevechtskunsten, zowel lichaam als geest. Denk aan het trainen bij andere scholen door het hele land en duelleren met andere krijgers voor het perfectioneren van eigen lichaam en geest. In de realiteit ging het echter ook vaak over het verkrijgen van naamsbekendheid en het zoeken naar werk.

Musha shugyō deed me denken aan twee aspecten relevant voor de ontwikkeling van een judoka:

  1. Het nut van shiai (wedstrijden)
  2. De pelgrimstocht van een judoka

1. Het nut van shiai

In mijn vorige artikel (zie Henk Grol zoekt een hart van goud) schreef ik over Henk Grol. Dit is een voorbeeld van wedstrijdjudo zonder toegevoegde waarde. Het is eigenlijk gekkenwerk, zoals Mitesco mooi verwoord in zijn blog Kichigai 気違.

In het Japans gebruiken ze het woord “gekken” (schermen) ook, bijvoorbeeld voor zwaardvechtshows. Gekken waren vaak gericht op het verkrijgen van roem en verdienen van geld.
Ik zie een analogie, maar dat terzijde.

Judowedstrijden kunnen daarentegen ook enorme meerwaarde bieden. Zij zijn een perfect middel voor het testen van vaardigheden en omgaan met weerstand. In die zin kan een deelnemer niet verliezen.

Het gaat erom dat de judoka ondervindt hoe hij omgaat met spanning en weerstand. Daarnaast kan hij zijn technieken testen tegen judoka die anders zijn opgeleid. Het is een cliché, maar daardoor niet minder waar: een wedstrijd is een gevecht tegen jezelf om van te leren.

2. De pelgrimstocht van een judoka

Het nadeel van wedstrijden is dat je weinig voelt en ziet van een andere judoka in een relatief korte wedstrijd. Het meetrainen met andere judoka en scholen is daarom zeer interessant. Dan kun je een completer beeld krijgen van de technieken van een andere school, maar ook van de attitude en andere zaken. Wat uiterst leerzaam is.

Daarom raad ik iedereen aan: trek de wereld over, leer van veel andere scholen en test jouw vaardigheden tegen vele experts in judo, Braziliaans jiujitsu, sambo en andere vechtkunsten. In het proces bouw je ook een fantastisch netwerk met vrienden op.

Is dit onmogelijk? Nee, zeker niet. Kijk eens op de website BJJ Globetrotter. Het is een voorbeeld van iemand die ruim vijf maanden de wereld is overgetrokken voor het volgen van trainingen en wedstrijden in Braziliaans jiujitsu.

Voordelen van een pelgrimstocht

Een dergelijke reis van vijf maanden is natuurlijk fantastisch, maar niet voor iedereen weggelegd. Begin dan eenvoudiger! Train eens voor een periode mee met een andere school in de buurt. Dit kan zijn van dezelfde of een hele andere krijgskunst.

Neil Adams, Angelique Wolters-Rijsdijk en Sebastiaan Fransen
Angelique Wolters-Rijsdijk, Neil Adams en Sebastiaan Fransen tijdens een NVJJL-clinic

Bezoek clinics van experts. De NVJJL organiseert jaarlijks vele mooie trainingen, maar er zijn ook veel individuele initiatieven van scholen. Kijk ook of je kunt deelnemen aan clinics in andere disciplines, zoals sambo en Braziliaans jiujitsu. Een andere fantastische ervaring is de zomercursus van de Kōdōkan. Een week trainen met allemaal experts en gelijkgestemden in Japan, de bakermat van het judo.

Wil je nog verder out-of-the-box? Volg eens een workshop van Wim Hof (The Iceman) voor een lekker ijsbad of volg een zentraining. Allemaal ervaringen voor het ontwikkelen van lichaam en geest. Dit kan alleen door overload, dus nieuwe prikkels. Zo kun je heel Nederland, Europa of de wereld over op zoek naar nieuwe prikkels.

Prikkels, prikkels, prikkels

Door het verbreden van jouw horizon, krijg je nieuwe prikkels. Deze prikkels uiten zich in de vorm van nieuwe mensen, locaties, technieken, attitudes, inzichten en nog veel meer. Zij brengen jouw lichaam en geest uit balans. Hierdoor ga je de prikkels verwerken en dit leidt tot aanpassingen. Op deze wijze ontwikkel je jouw lichaam en geest.

Ik leer nog steeds enorm veel van mijn huidige leraren. Echter, in een nieuwe omgeving krijg ik zo veel prikkels, dat mijn ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt.

Een simpel voorbeeld: judo vindt vooral staand plaats, dus je focust vooral op nage-waza (werptechnieken). Braziliaans jiujitsu is vooral gericht op het grondgevecht. Daar leer je dus veel meer over ne-waza (grondtechnieken).

Bij nieuwe prikkels leer ik omgaan met mijn onzekerheid en spanningen. Leer ik hele andere bewegingen en technieken. Test ik mijn vaardigheden tegen anderen die werken vanuit een andere mindset met andere technieken. En kan ik ook mijn kennis en ervaring overdragen als de school hiervoor openstaat. Een mooie vorm van kruisbestuiving.

De nieuwe inzichten en vaardigheden verwerk ik allemaal. Ik pas ze aan indien nodig en neem ze op. Voor de ontwikkeling van lichaam en geest. Met mijn ontwikkeling kan ik dan bijdragen aan de groei van mijn eigen school, waardoor zij meegroeien.

Persoonlijke noot

Grappling met Bas BakkerIk heb altijd bij vele scholen getraind en veel clinics gevolgd. Ook via het lesgeven kom ik regelmatig in contact met andere scholen. Hierdoor ben ik met veel leraren en vechtkunsten in contact gekomen. Ik heb deelgenomen aan de Europese en Wereldkampioenschappen Judo Kata. Een hoogtepunt was het bezoeken van Japan en deelnemen aan de zomercursus van de Kōdōkan.

Door deze vele inzichten heb ik veel geleerd en langzaam een eigen weg gevonden. Op deze wijze kan iedereen een eigen weg vinden. Als je verder kijkt dan jouw eigen school, dan krijg je veel meer inzicht in budo en het leven. Ik raad dan ook iedereen een eigentijdse vorm van de musha shugyō aan.

Deze maand ben ik begonnen met trainen bij een school Braziliaans jiujitsu. Vol verbazing kijk ik elke week naar de diepgang van de grondtechnieken en de dynamiek. Ook de single leg (kuchiki-taoshi en kibisu-gaeshi) en double leg takedown (morote-gari) zijn leerzaam, want die zie je niet vaak meer in het judo. Een belangrijk deel van de trainingen bestaat uit sparren. Daarnaast heerst er ook een hele andere sfeer.

Ik word enorm uitgedaagd. Vooral in het grondwerk moet ik een paar aanpassingen maken tegen de dynamiek van deze vaardige sporters. Ik leer allerlei nieuwe technieken en mijn motorische vaardigheden worden af en toe flink op de proef gesteld. Daarnaast is voor het sparren op het eind een andere conditie nodig dan ik gewend ben in het judo.

Door deze overload aan nieuwe prikkels, zie ik al de eerste ontwikkelingen in mijn lichaam en geest. Dan bedoel ik niet alleen de spierpijn! De komende tijd ga ik zeker door met trainen in Braziliaans jiujitsu. Daarnaast denk ik aan het meedoen met toernooien als ik daar klaar voor ben. Ik blijf op mijn manier de wereld rondreizen in de zoektocht naar perfectie van mijzelf (jiko no kansei).

Ik wil iedereen aanraden: verbreed je horizon en beperk je niet tot de visie van één school. Leren en integreren, zoals Jigorō Kanō dat ook deed toen hij judo bedacht. Prikkel jezelf! Ga de wereld in. Maak nieuwe vrienden. Doe nieuwe kennis en inzichten op. Test je vaardigheden. Ga het gevecht met jezelf aan. Perfectioneer jouw lichaam en geest. Geniet ervan!

Met dank aan Loek voor zijn substantiële bijdrage aan dit artikel.