Twee wolven

Op verschillende sociale media blijft een plaatje opduiken van een roedel wolven met een inspirerende tekst. Helaas is het verhaal niet waar en ontkracht. De zwakkere wolven lopen niet voorop om het tempo te bepalen, zodat ze niet achterop raken. Het tegendeel blijkt waar: voorop loopt een sterke wolf die een weg baant door de sneeuw voor de andere wolven die volgen.

Nu moest ik wel direct denken aan een andere tekst over deze fantastische dieren. Gelukkig staan in dat verhaal geen feiten en wordt er alleen beeldspraak gebruikt. De afkomst van het verhaal is onduidelijk. Het wordt toegeschreven aan de Indianen, maar dit lijkt allerminst zeker.

Throw me to the wolves and I'll return leading the packHet is een krachtig verhaal over onze innerlijke strijd. De moed benodigd om te leven. Het vergt namelijk kracht om op eigen benen te staan. Er liggen altijd negatieve gedachten op de loer. Deze gedachten kunnen onze energie ontnemen en ons afleiden. Ze kunnen zelfs zo overheersend zijn dat ze leiden tot depressie.

Gelukkig hoeft het niet zo ver te komen. Door middel van bewustzijn en zelfcompassie kun je ruimte maken voor een krachtig bewustzijn vol energie. Wat je aandacht geeft, groeit.

Onze inspanningen en bewustzijn richten op waar het echt toe doet in het leven op dit moment. Met minimale inspanning een maximaal resultaat, seiryoku zen’yō. In balans zijn en daar vanuit leven. Dit draagt ook bij aan jita kyoei, wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen. Iemand met een krachtig bewustzijn straalt zijn of haar kracht uit en kan andere mensen leiden. Geniet van het verhaal en denk goed na over jouw keuze.

Een oude grootvader leert zijn kleinzoon over het leven.

“Er woedt een gevecht in mij,” zei hij tegen de jongen. “Het is een verschrikkelijke strijd tussen twee wolven, een witte en een zwarte. De zwarte wolf is vol boosheid, afgunst, verdriet, spijt, hebzucht, arrogantie, zelfmedelijden, schuld, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots, superioriteit en ego.” Hij vervolgde: “De witte wolf is vol vreugde, vrede, liefde, hoop, sereniteit, nederigheid, vriendelijkheid, welwillendheid, empathie, vrijgevigheid, waarheid, mededogen en geloof. Het is een eeuwige strijd. Hetzelfde gevecht woedt in jou – en ook in elke andere persoon.”

Even dacht de kleinzoon er over na en vroeg vervolgens zijn grootvader: “Welke wolf wint?”

De grootvader antwoordde simpelweg: “Degene die je voedt.”

Het is een mooi verhaal. Het is simpel en duidelijk, spreekt tot de verbeelding.

Of is het niet zo eenvoudig?

Moeten we echt kiezen voor het voeden van slechts een van de wolven? Kunnen we beide wolven voeden, zodat ze zich erkend voelen? Kunnen misschien beide wolven winnen? Moet er überhaupt een wolf winnen? Kunnen ze samen leven in harmonie? Is accepteren en compassie tonen niet veel beter dan laten verhongeren?

Efficiënt trainen voor een optimaal resultaat

Dit artikel had ook “5 fouten in judotraining” of iets dergelijks kunnen heten. Ik heb gekozen voor een positieve benadering. Ik hoop dat het daardoor door vele beoefenaars van krijgskunsten en vechtsporten wordt gelezen en van waarde blijkt.

Het gebrek aan nummering versterkt dat alle punten belangrijk zijn. In willekeurige volgorde noem ik een paar concepten die een training efficiënter kunnen maken. Het is gebaseerd op inzichten die ik tijdens mijn eigen trainingen als judoka en leraar heb geobserveerd en ook inzichten van anderen die ik naar mijn hand heb gezet.

Transitie van staand naar de grond

Veel krijgskunsten en vechtsporten bestaan uit staande technieken (zoals stoten, trappen en worpen) en grondtechnieken (zoals stoten, verwurgingen en klemmen). Op deze manier kan een gevecht staand worden beslecht en ook op de grond als het zover komt.

Braziliaans Jiu-Jitsu
By © John Lamonica, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9111428

Om praktische redenen worden de staande technieken (tachi-waza) en grondtechnieken (ne-waza) soms los van elkaar getraind. Dit is vaak niet optimaal. De transitie van staande technieken naar een controle op de grond moet vloeiend verlopen, dus hierop veel trainen is wenselijk.

In het judo is de transitie supersnel indien goed getraind. Binnen de regels moet de judoka namelijk snel naar een controle werken, anders moet hij of zij opstaan van de scheidsrechter. Ook in zelfverdediging moet de agressor weinig ruimte worden gegeven en direct worden gevolgd met controle.

Het is daarom belangrijk dat tijdens de training tori en uke bewust zijn van hun positie, ook tijdens de transitie van tachi-waza naar ne-waza. Probeer altijd de meeste dominante positie te zoeken. Mooi vallen is niet belangrijk, zolang maar veilig wordt gevallen.

Ik train zelden het als verdediging naar de buik draaien door uke. Ik wil dat tori en uke optimaal anticiperen op de transitie naar een dominante positie. Wees bewust van deze positie en zorg voor een betere positie. Als het oefenen van de transitie niet mogelijk is, visualiseer dan een logische transitie. Als je echt efficiënt wil trainen denk dan ook aan mogelijke atemi-waza, zoals Jigorō Kanō beschrijft in Mind over Muscle.

Train met de juiste intentie

Het komt vaker voor dan wenselijk. Trainen zonder beleving. De tori doet netjes de waza (techniek) zoals uitgelegd door de leraar en uke valt en wacht tot hij weer aan de beurt is.

Hierbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat uke normaliter niet wil vallen. Ik leer judoka uiteraard ook eerst dat ze mee moeten werken zodat tori kan oefenen. Zodra de techniek een beetje lukt, mogen ze steeds meer tegenwerken. De weerstand langzaam verhogen en tori uitdagen.

Grappling Bas Bakker en Sebastiaan FransenDit betekent dat tori en uke continu bezig zijn met beleving door de juiste intentie in de training te leggen. Elke repetitie is anders, omdat er wordt gevarieerd met factoren zoals intensiteit, timing en kumi-kata (pakking). Dit voorkomt ‘dode’ repetities en stimuleert een open, creatieve houding. Train dus altijd met intentie.

Lees ook de volgende bronnen voor inspiratie. De filosofie van Straight Blast Gym en het e-book Focused Jiu-jitsu over efficiënt drillen (uchi-komi) door Chewjitsu. Leuke extra tip: train eens zonder gi (pak).

Randori in de training

In mijn blog Randori is een chaos schreef ik het eerder. Randori is een belangrijk onderdeel van een training. Het leren van kata en waza is nuttig, maar uiteindelijk wordt het echt toegepast in de ‘chaos’ van een randori.

Dit hoeft niet altijd tot het uiterste (is wel lekker af en toe). Het kan ook in een vorm, waarbij er sprake is van ‘flow’. Er wordt gefocust op techniek en beide judoka geven elkaar ruimte, variërend van heel veel tot bijna niets.

In randori kan er worden geleerd en wordt wederom de creativiteit van de judoka gestimuleerd, omdat er geen vast patroon is. Bijvoorbeeld als uke een worp ontwijkt of tori met zijn benen controleert na een ō-uchi-gari. De judoka kunnen ook werken aan een systeem van specialiteiten in plaats van losse technieken trainen.

Het wordt nog interessanter als de trainingsvorm shiai in de mix wordt toegevoegd. Lees over deze trainingsvorm meer in de blog De angst om te verliezen.

Kata is een belangrijk middel

EK judo kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéSommige judoka (en andere krijgskunsten) leggen veel nadruk op kata. Ik denk dat kata een belangrijke rol speelt. Het bevat het fundament van judo. De principes komen duidelijk terug, zodat zij optimaal kunnen worden bestudeerd.

Toch is kata eigenlijk geen doel op zich. Een goede judoka doet ook randori. De twee vormen vullen elkaar aan. Kata voor het leren van het fundament en randori voor het toepassen in een reëlere situatie. Het bevordert dat kata niet een ingestudeerd toneelstuk wordt en op gestructureerde wijze de basis leert. Beoefen daarom kata in de juiste balans met andere trainingsvormen.

Lees meer in Kata: doel of middel? en Het gevaar van katawedstrijden.

Bouw een stevig fundament

Het blijft verleidelijk. Allemaal ingewikkelde ‘trucjes’ leren, zodat elke week weer iets nieuws en spectaculairs kan worden beoefend. Toch kun je beter focussen op de basis.

De basis is vaak de basis omdat het bewezen effectief is. Daarnaast kan een ‘speciale’ techniek beter worden begrepen als er een stevige basis is. Als laatste kan vaak worden teruggevallen op de basis als een complexe techniek mislukt.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Blijf altijd werken aan de basis. The devil is in the details. Als er eenmaal een stevig fundament is, dan kan deze worden versterkt door er complexere technieken op uit te bouwen. Blijf echter altijd werken aan de basis.

Lees meer in Niet het vele is goed, maar het goede is veel.

Tijdens het schrijven kwam ik er achter dat ik veel van deze punten in eerdere blogs heb beschreven. Dat is geen vorm van gemakzucht en geeft aan hoe belangrijk deze onderwerpen voor mij zijn. Zie dit als een samenvatting en open de verwijzingen naar oude blogs voor meer toelichting. Voel je ook vrij om in de reacties deze blog aan te vullen.

We zijn onze keuzes

Ergens heb ik gelezen dat Steve Jobs elke dag dezelfde kleren droeg. Een zwart t-shirt en een spijkerbroek. Elke morgen bespaarde hij tijd, omdat hij niet opnieuw de keuze over zijn kleding moest maken. Voor de kledingkast pakte hij zonder nadenken een spijkerbroek en een t-shirt van de stapel en kon hij zonder keuzestress zijn capaciteiten aan nuttige zaken besteden. De keuze was een gewoonte.

Nu wil ik in deze blog niet voorstellen om allemaal dezelfde judogi (ga voor wit) aan te schaffen om tijd te besparen voor het inpakken van de judotas. Echter, het principe van het uitsluiten van keuzes is zeer handig voor het ontwikkelen van goede gewoonten (en ook slechte).

Veel oefenen

Als leraar krijg ik weleens de vraag hoe je beter wordt in judo. Het antwoord is natuurlijk eenvoudig en flauw: veel oefenen. Hoe wordt veel trainen een gewoonte?

Nu ik op oudere leeftijd ben begonnen met Braziliaan jiujitsu, merk ik dat vaak trainen lastig is. Soms zie ik er echt tegen op, omdat ik nog zoveel kan leren en de inspanning groot is. Ik herstel ook minder snel van een training dan toen ik als kind met judo begon. Dan wil ik liever vluchten in een zeer matige film op televisie en hangen op de bank. Elke keer overweeg ik de keuze: trainen of thuisblijven.

Het is voornamelijk vluchtgedrag en niet wat ik echt wil. Achteraf baal ik altijd als ik niet ben gaan trainen en mijn tijd heb verspild. Terwijl ik van een training bijna altijd voldaan terugkom.

Waarom ging het toen ik jonger was allemaal veel eenvoudiger? Ik stond praktisch elke dag op de mat voor judo zonder enige moeite. In eerste instantie dacht ik: het is moeilijker omdat ik nu een vriendin, baan en eigen huis heb.

Natuurlijk maakt dit het niet eenvoudiger. Echter, het is niet de oorzaak.

Geen keuze

De echte oorzaak is dat vroeger voor mij trainen geen keuze meer was. Het was een gewoonte. Ik had de keuze al eerder gemaakt, zoals Steve Jobs zijn kleding, en hield er aan vast. De trainingen stonden in mijn agenda en ik ging. Punt uit.

Dit heeft er onder andere een keer in geresulteerd dat ik met koorts op de training verscheen. Gelukkig had ik een goede trainer die mij gelijk naar huis stuurde. Echter, het geeft wel aan hoe ik dacht.

I am who i am today of the choices I made yesterdayHet was een groot voordeel dat het niet langer een keuze was. Ik was niet druk aan het denken: “Ach, de bank ligt best lekker warm, ik ben een beetje moe. Misschien moet ik vanavond een keer overslaan.”

Als er een training in de agenda stond, dan ging ik trainen. Als ik een blessure had, dan deed ik mee met wat wel ging of regelde een aangepaste training. Ging het echt niet, dan observeerde ik langs de kant. Alleen als ik een andere belangrijke afspraak had die ik niet kon verzetten, was een training missen mogelijk.

Hierbij is het belangrijk dat dit alles uit mijn eigen wil voortkwam. Het was een intrinsieke motivatie, daarom kon ik het volhouden en trouw aan mezelf zijn. Omdat ik elke week dezelfde keuze maakte, werd het een goede gewoonte.

Ik wil overigens niemand aansporen zijn gezin, werk of huis te verwaarlozen. Judo heeft als ultieme doel een beter persoon worden. Je zult niet altijd op de mat kunnen staan. Je traint op de mat om judo ook toe te kunnen passen in het dagelijks leven, zodat je er voor anderen kunt zijn.

Ouder en wijzer

Nu ik ouder ben, wil ik de keuze weer weglaten. Echter, het is niet meer zo eenvoudig als vroeger. Tegenwoordig heb ik soms zaken die thuis of op werk voorrang nodig hebben. Toch wil ik door goede keuzes weer een gewoonte creëren in bijna dezelfde vorm als vroeger.

Hoe ziet dat er voor mij nu uit? Ik train minimaal drie keer per week (judo en Braziliaans jiujitsu) op vaste dagen. Als ik een van deze vaste dagen niet kan, dan haal ik de training op een andere dag in. Regelmatig train ik vaker dan drie keer per week als de omstandigheden dit toelaten.

Elke week dat ik drie keer heb getraind voel ik me niet schuldig. Als ik meer train, ben ik extra tevreden. Het is goed vol te houden. Hoewel ik weleens tegen een training opzie, het voelt altijd goed als ik eenmaal op de mat sta.

Het geeft mij rust en het schept duidelijkheid voor mijn omgeving. Ik overweeg niet of ik ga trainen. Ik maak me klaar voor de training. De verleiding van film kijken is er bijna nooit, omdat ik het niet langer overweeg. De keuze is al gemaakt.

Mijn omgeving is ook minder snel geneigd om voor onbenullige zaken te vragen of ik mijn training kan afzeggen, omdat ik alleen in belangrijke gevallen terugkom op mijn keuze.

Creëer goede gewoonten

Filosofen zeggen weleens dat we onze keuzes zijn. Daarom is het verstandig om consequent goede keuzes te maken, waardoor het gewoonte wordt. Als je niet uitwegen blijft creëren door een goede keuze elke keer opnieuw te wikken en wegen, dan geeft dit rust en versterkt het goede gewoonten. Je neemt de keuze slechts een keer aan het begin.

We zijn wat we herhaaldelijk doen. Uitmuntendheid is daarom geen handeling, maar een gewoonte.Aristoteles

Elke keer als je een consistente keuze maakt, versterkt deze keuze je gewoonte. Elke keer als je niet trouw bent aan je oorspronkelijk keuze en een andere keuze maakt, wordt het een volgende keer eenvoudiger om weer een andere keuze te maken.

Judo is doorzetten. Wees dus trouw aan jezelf en jouw keuzes, zodat het goede gewoonten zijn. Judo is ook flexibiliteit, maar overweeg een keuze niet elke keer opnieuw. Alleen als het alternatief beter bijdraagt aan seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning), jita kyoei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen) en jiko no kansei (het vervolmaken van onszelf), dan wijk je bewust van een eerdere keuze af.

Heb je nog andere of betere tips voor het maken van goede keuzes en creëren van goede gewoonten? Laat het dan vooral weten in de reacties onder deze blog.

De angst om te verliezen

Eind maart werd door BJJ Delft een “in-house tournament” Braziliaans jiujitsu georganiseerd. Enthousiast had ik vroeg ingeschreven. Echter, in de opbouw naar het toernooi zocht ik in mijn hoofd naar uitwegen. Met zenuwen omgaan is niet mijn sterkste kant en de twijfels namen toe. Opgeven ging door mijn hoofd. Ik had toch kleine blessures die ik als excuus kon gebruiken?

Never quit

Ik geef niet graag op. Elke keer dat je opgeeft, wordt opgeven steeds makkelijker. Ik vond twijfel en onzekerheid daarom geen goede redenen, dus geen smoesjes voor mij.

If you quit once it becomes a habit. Never quit.Michael Jordan

Een paar dagen later stond ik zenuwachtig op de mat op te warmen voor het toernooi met een onrustig gevoel in mijn buik en een ongemakkelijk glimlachje. Ik maakte me druk over van alles: ben ik wel goed genoeg, misschien zijn mijn tegenstanders meer ervaren en wat zullen anderen denken?

BJJ Delft in-house tournamentTijdens mijn partijen is mijn hoofd onrustig. Met van alles ben ik bezig, maar niet met mijn taak op dat moment. De wedstrijdspanning zorgt ervoor dat ik niet vertrouw op mijn techniek. Ik maak op angst gebaseerde, gehaaste beslissingen. Angst om niet te verliezen, waardoor ik gespannen handel en kansen weg geef.

Helaas heb ik in mijn poule maar twee wedstrijden die elkaar kort opvolgen. Er is daardoor weinig ruimte voor bezinning voor het omgaan met de spanning en om in het toernooi te groeien. Na de twee partijen heb ik lekker naar mijn teamgenoten gekeken en begon ik met het reflecteren op mijn wedstrijden.

Geen medailles

Mijn eerste gedachte was dat het een verloren toernooi was. Geen gouden medaille gewonnen, dus geen resultaat. Toch kijk ik er nu anders naar.

Ik ben een groot fan van een complete benadering van judo, zowel randori en kata. Shiai (“elkaar testen”, contest) kan daar ook een belangrijke rol in vervullen. Dit neem ik ook mee in mijn benadering van Braziliaans jiujitsu.

Helaas wordt shiai vaak verkeerd toegepast. Het gaat om roem, tijdelijk en vergankelijk. Ik zie shiai meer als een middel voor het toepassen van de judoprincipes en het sterker maken van lichaam en geest. Het testen van elkaar om beiden beter van te worden.

Ik wil beter worden door het deelnemen aan een toernooi. Natuurlijk ga ik voor de overwinning, maar niet op brute kracht. Ik wil er van leren. Door het afgelopen toernooi heb ik meer inzicht gekregen in mezelf. Laat me daar dieper op ingaan.

Leren omgaan met spanning

Het grote voordeel van judo en Braziliaans jiujitsu is de mogelijkheid van het omgaan met spanning bij de chaos tijdens randori en shiai. Als we alleen kata trainen, zoals in sommige krijgskunsten, dan hoeft er geen spanning te zijn. Er staat veel vast in de vaste vormen, dus weinig verrassingen. Een gecontroleerde situatie.

In randori en sparren is het al moeilijker ontspannen te trainen. Het staat niet vast wat de ander gaat doen. Gelukkig is verliezen hierbij niet mogelijk, tenzij je geblesseerd raakt en/of er beiden niets van leert. Als iets mislukt, dan leer je veerkrachtig met de situatie omgaan en gaat door of begint opnieuw.

Bij shiai is de druk het grootst. Je voelt veel meer druk, want je hebt maar één kans. Vroeger op het slagveld betekende een moment van aarzeling vroeger de dood. Gelukkig is het tegenwoordig afgroeten of de ander een hand geven en terug naar de dojo voor meer training van lichaam en geest.

Een goede budoka oefent kata en randori. In het kata leer je de principes, in randori pas je ze toe. Het af en toe beoefenen van shiai kan ik iedereen aanraden. Niet voor de roem. Voor het leren omgaan met de extra spanning van slechts één kans.

True strength is not always shown through victory. Stand up, try again and display strength of heart.
Rickson Gracie

Ik was door het bewustzijn dat er maar eens kans is tijdens een shiai zeer gespannen. In plaats van bezig zijn met de optimale inzet van mijn lichaam en geest was ik alleen maar bezig met niet verliezen. Dat werkte dus contraproductief. Wat heb ik er uiteindelijk van geleerd?

Niet willen verliezen

Vroeger moest een samurai elk moment bereid zijn om te sterven. Als hij bang was voor de dood, dan was hij afgeleid. Op een slagveld moest een samurai niet bezig zijn met de dood. Hij moest volledig opgaan in het moment en optimaal handelen zonder afleidende gedachten. Leven in elke ademhaling.

In shiai is dit vergelijkbaar. Ik was bezig met niet verliezen. Daardoor was ik gespannen en aan het verzetten. Een gespannen iemand is al uit balans, lichamelijk en geestelijk. Iemand die ontspannen is, kan moeilijk uit balans worden gebracht. Dit geldt in de krijgskunsten en ook in het dagelijks leven. Uiteindelijk zijn zij hetzelfde.

Mijn doel voor het volgende toernooi is dan ook opgaan in het moment. Niet gespannen zijn en op elk moment de situatie accepteren en de best volgende actie kiezen. Vertrouwen in mezelf hebben dat ik kan omgaan met de situatie. Deze wijze lessen wil ik ook meenemen in het dagelijks leven. Leven in elke ademhaling. 

De visser en de zakenman

Katsushika HokusaiPas geleden kwam ik het onderstaande prachtige verhaal tegen via de blog van Paulo Coelho. Het origineel is geschreven door Heinrich Böll en in honderden varianten verspreid over het Internet. In het verhaal zie ik de principes van judo toegepast in het dagelijks leven.

Het gaat voor mij over het trouw blijven aan jouw eigen dromen door niet deel te nemen aan de ratrace om meer. Over een eenvoudig leven leiden en tevreden zijn met wat je hebt. Werken aan de vervolmaking van jezelf in plaats van het zoeken buiten jezelf. In balans zijn en vanuit daar leven. Onze inspanning richten op waar het echt toe doet in het leven op dit moment. Met minimale inspanning een maximaal resultaat, seiryoku zen’yō.

Daarnaast herken ik er ook jita kyoei, wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen, in. Namelijk door de vangst beperken tot wat je verbruikt, zodat er geen overbevissing plaatsvindt.

Lees hieronder een vertaling van het verhaal in de versie van Paulo Coelho. Kom lekker tot rust. Stop met het najagen van geluk en geniet van wat er voor jou echt toe doet.


Er was eens een zakenman die aan het strand zat in een klein Braziliaans dorpje.
Plots ziet hij een Braziliaanse visser in een kleine boot naar de kust varen met een mooie vangst van een paar grote vissen.
De zakenman is onder de indruk. “Hoe lang duurt het om zoveel vissen te vangen?”
“Ach, niet zo heel lang.” lacht de visser.
De zakenman is verbaasd. “Waarom blijf je dan niet langer op zee en vang je nog meer vissen?”
“Dit is genoeg voor mijn familie.” reageert de visser zonder aarzeling.
De zakenman is nog verbaasder. “Ok, wat doe je dan de rest van de dag?”
“Nou, normaal gesproken sta ik ‘s morgens lekker vroeg op, ga naar zee en vang een paar vissen, dan ga ik terug en speel met de kinderen. In de middag doe ik een dutje met mijn lieve vrouw. Wanneer de avond valt, ga ik met mijn vrienden een drankje doen in de stad – we spelen gitaar, zingen en dansen samen door de nacht.”

De zakenman doet de visser een voorstel.
“Ik ben afgestudeerd in business management. Ik kan je helpen succesvol te worden. Vanaf nu moet je meer tijd op zee doorbrengen en zoveel mogelijk vissen vangen. Als je hiermee genoeg geld hebt gespaard, dan kun je een grotere boot kopen en nog meer vissen vangen. Daarna duurt het niet lang voordat je meerdere boten kunt kopen, jouw eigen bedrijf starten met een eigen fabriek voor ingeblikte vis en distributienetwerk. Tegen die tijd verhuis je van dit dorp naar Sao Paulo, alwaar je een hoofdkantoor opzet vanuit waar je de andere vestigingen kunt aansturen.”

“En dan wat?” vraagt de visser.
De zakenman lacht hartelijk “Daarna kun je leven als een koning in jouw eigen paleis. Als de tijd er rijp voor is, kun je de beurs op gaan en aandelen verkopen. Je zult dan zeer vermogend zijn.”

“En dan wat?” vraagt de visser.
De zakenman gaat door met zijn betoog. “Daarna kun je met pensioen gaan! Je kunt wonen aan zee. Elke morgen sta je lekker vroeg op, gaat naar zee, vangt een paar vissen, dan ga je terug en speelt met de kinderen. In de middag doe je een dutje met jouw lieve vrouw. Wanneer de avond valt, ga je met vrienden een drankje doen in de stad – gitaar spelen, zingen en samen dansen door de nacht.”
De visser is verdwaasd: “Huh? Is dat niet wat ik nu ook doe?”

Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata

Sinds een jaar train ik Braziliaans jiujitsu. Ik beleef veel plezier aan deze nieuw uitdaging en het heeft mij weer nieuwe inzichten verschaft. Uiteraard heb ik meerdere boeken gekocht over Braziliaans jiujitsu, zoals Jiu-jitsu University van Saulo Ribeiro en Mastering the 21 Immutable Principles of Brazilian Jiu-Jitsu door Paulo Guillobel. De laatste van deze twee presenteert interessante ‘principes’ in zijn boek.

Het is complex het universum te begrijpen als je slechts een planeet bestudeerd.Miyamoto Musashi

Een van de principes is “The 7 P’s of Guard Passing”. Het bevredigde deels mijn behoefte om niet alleen maar technieken te leren, maar een grootste gemene deler te vinden. Ik heb Paulo’s model losgelaten op het katame-no-kata, dit levert interessante inzichten op. Het is geboren uit een noodzaak die ik merkte: veel judoka hebben moeite met het zinvol bestuderen van dit kata.

Lees verder Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata

Judoleraar of niet?

In mei 2016 jongstleden had ik een jubileum. Het was tien jaar geleden dat ik mijn diploma Jeugdjudoleider heb behaald. Sindsdien heb ik op verschillende verenigingen lesgegeven en diverse clinics verzorgd. Inmiddels ben ik ook Judoleraar-B.

Het afgelopen jaar heb ik veel nagedacht over het leraarschap. Ik zal een aantal van mijn gedachten met jullie delen. Wellicht hebben jullie hierover ook ideeën, dan hoor ik ze graag. Voor andere lezers is het wellicht inspiratie tot bezinning. Reageren kan onder deze blog of via Facebook. Lees verder Judoleraar of niet?

Talenten met smoesjes

“Het wordt een duel tussen een geniale man, eigenlijk een beetje ijdel, en een gewone man die zijn talenten tot het uiterste heeft geslepen. Niet waar?”
“Ik zou Musashi niet gewoon willen noemen.”
“Maar hij is gewoon. Dat is wat hem buitengewoon maakt. Hij is niet tevreden met vertrouwen op welke natuurlijke talenten hij dan ook mogelijk bezit. Wetende dat hij gewoon is, probeert hij altijd zichzelf te verbeteren. Niemand waardeert de pijnlijke inspanningen die hij heeft gedaan. Nu zijn jaren van training uitmonden in spectaculaire resultaten, spreekt iedereen over zijn ‘door God gegeven talent’. Dit is hoe mensen die niet hard hun best doen zichzelf geruststellen.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Bovenstaande citaat komt uit een van mijn favoriete boeken. Een roman van net geen duizend pagina’s over het leven van een samoerai die de Weg van het zwaard zoekt.

De sterke passage is voor mij een uitnodiging tot nadenken over mijn inspanningen. Het is soms gemakkelijk om iemand die iets bereikt heeft geluk of talent toe te dichten. Daarna probeer ik mezelf eerlijk de vraag te stellen, heb ik het niet ergens laten liggen?

Lees verder Talenten met smoesjes

Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.