Neem de vrijheid in het katame-no-kata

Als je niet bekend met katame-no-kata, lees dan eerst Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata. Het is belangrijk om te weten dat in dit kata bij de osae-waza (houdgrepen) elke keer drie bevrijdingen door uke worden gedemonstreerd waarop tori adequaat reageert. Bij de shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen) reageert tori elke keer op één bevrijdingspoging van uke.

De bevrijdingen van uke zijn vrij in het kata. Als de bevrijdingen maar een logische opeenvolging zijn en realistisch worden uitgevoerd. Vervolgens kan tori hier adequaat op verdedigen, bijvoorbeeld door het veranderen van zijn positie of postuur.

Waarom deze vrijheid belangrijk is en kan worden benut licht ik later toe. Eerst een kort overzicht van de bronnen van de Kōdōkan over deze vrijheid.

Het handboek van de Kōdōkan

Laat me vooropstellen dat de door de Kōdōkan in dit kata voorgestelde bevrijdingen en verdedigingen absoluut het bestuderen waard zijn. Zij vormen een natuurlijk en logisch geheel. Een goed begin dus voor een eerste verkenning van het kata. Bekijk een demonstratie in onderstaande video.

Hier wordt meteen duidelijk dat er vrijheid is voor uke. Rond 6:30 wordt de volgende aanwijzing gegeven:

Ondanks dat dit de drie basismanieren van ontsnappen zijn, is het mogelijk om andere logische bevrijdingen te gebruiken. Welke methode uke ook gebruikt, hij moet voordeel halen uit de positie van tori om diens controle te verbreken.Kōdōkan DVD

Ook in het Engelse tekstboek op de website van de Kōdōkan staat een vergelijkbare tekst. Het enzovoort’ na het bieden van drie mogelijke bevrijdingen geeft aan dat niet alle mogelijkheden worden benoemd.

Uke probeert de ontsnappen door [..] enzovoort.Kōdōkan KATA Textbook Katame-no-Kata

Japanoloog Loek van Kooten heeft de Japanse versie van het boek bekeken. Daar gebruiken ze de woorden 例えば (bijvoorbeeld) en 等を試み (enzovoort te proberen). Daar blijkt dus ook dat uke vrij is in zijn bevrijdingen.

Maak het kata niet dood

Als alleen de bevrijdingen en verdedigingen van de DVD en het boek worden gekopieerd, dan wordt het een ‘dode’ oefening. Tori weet welke bevrijding van uke komen en is nimmer verrast. Ook uke gaat niet mogelijke bevrijdingen en patronen onderzoeken. Het kata wordt ‘eng’ getraind.

Het volgende stuk komt uit het boek Judo Formal Techniques van Otaki en Draeger. Zij waarschuwen voor het verliezen van de waarde van het kata en het bevat interessante aandachtspunten voor het katame-no-kata.

Bevrijdingspatronen van uke
Uke moet oprecht proberen te ontsnappen van tori zijn controletechnieken, maar alleen nadat tori de controle heeft bereikt en een startsignaal geeft. Er is nergens vastgelegd welke bevrijdingstechnieken van uke correct zijn. Dit kata is in dit aspect niet zo rigide, waardoor dit kata veel “realistischer” is dan het nage-no-kata. Mogelijke bevrijdingen van uke worden in de technische details beschreven bij de technieken in hoofdstuk 9, echter een paar algemene opmerkingen zijn hier nodig om misverstanden in het trainen te voorkomen.
Dit kata trainen met bepaalde, vaste bevrijdingen van uke, en slechts deze bevrijdingen, geven het kata een onnatuurlijk gevoel. Het kata wordt gereduceerd tot een oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen en heeft daardoor veel minder trainingswaarde dan bedoeld door de stichter [Jigorō Kanō].
In de correcte uitvoering van het kata weet tori niet welke bevrijdingen uke gaat proberen. Hoewel de mogelijke bevrijdingen van uke min of meer worden verwacht door tori, en sommige bevrijdingen de betere optie zijn, worden ze niet onveranderlijk en vooraf afgesproken uitgevoerd wat betreft hun verschijningsvorm en volgorde door uke.
Dit is extra van belang in osaekomi-waza. Uke moet in deze serie minimaal drie verschillende bevrijdingen proberen met daadkracht, ervoor zorgdragend dat het grote bewegingen zijn. Wurgingen en armklemmen als bevrijding kunnen het beste tot een minimum worden beperkt door uke, waar hij zich beter kan richten op het nemen van de juiste tegenmaatregelen zoals draaien, bruggen en het verbreken van de immobilisatie met realistische, grote bewegingen van het lichaam. De periodes dat uke zich probeert los te worstelen na het aanzetten van de controle tot het aftikken, moeten niet worden gehaast in een een-twee-drie aangelegenheid, gevolgd door het mairi (opgeven) signaal van uke. Het minimum is 5 tot 10 seconden van energieke bevrijdingen, zelfs wanneer dit kata wordt gebruikt voor demonstratiedoeleinden; in training kan het worden verlengd tot 30 seconden voor osaekomi-waza en daadwerkelijke opgave of ontsnapping door uke in de series shime- en kansetsu-waza.
In deze twee laatste series is de periode van worsteling door uke beduidend korter doordat de natuur van deze technieken vaak slechts een ontsnappingspoging door uke toestaan en vrijwel directe opgave veroorzaken indien goed uitgevoerd. Uke zijn ontsnapping is normaliter beperkt tot een poging met de focus op het neutraliseren van de aanval in plaats van het ontsnappen. Als de techniek juist is toegepast, heeft uke behoorlijk weinig bewegingsruimte en is daarom beperkt in zijn mogelijkheden tot bruggen, draaien en bewegen uit de controletechniek, hij kan niet veel meer doen dan opgeven.

In dit boek wordt ook duidelijk beschreven dat uke vrij is in zijn bevrijdingen. Door differentiatie in de volgorde en de uitvoering van verschillende bevrijdingen wordt tori gedwongen continu alert te zijn. Het kata ‘leeft’ en wordt geen saaie mechanische oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen.

Uke kan zodoende verschillende bevrijdingen en patronen onderzoeken en moet voldoende tijd nemen voor zijn pogingen voordat hij opgeeft. Uke wordt door het meer experimenteren in het kata gevoeliger voor de positie van tori en leert hier gebruik van maken.

Otaki en Draeger geven zelfs aan dat uke doorgaat tot opgave of ontsnapping. Dit impliceert dat uke serieuze pogingen tot ontsnappen onderneemt, ondanks dat hij vooral bij shime- en kansetsu-waza weinig bewegingsruimte en tijd heeft voor zijn poging tot ontsnappen.

Overigens is ‘verrast’ een relatieve term. Uiteindelijk zijn er een paar logische volgordes met goedwerkende bevrijdingstechnieken. Ook tori is bekend met deze technieken en patronen. Toch maakt het een groot verschil als uke geen vast riedeltje uitvoert.

Conclusie

Voor het optimaal trainen van kata moeten tori en uke vermijden dat het een rigide, vaste opvolging wordt van dezelfde bevrijdingen en verdedigingen. Uke kan net zoals in andere kata variëren met bijvoorbeeld timing en intensiteit. Daarnaast kan hij in het katame-no-kata ook spelen met de uitvoering en volgorde van de bevrijdingen. Hierdoor zal tori regelmatig op een andere manier moeten reageren.

Op deze wijze is het kata geen ‘dode’ oefening van een paar bewegingen. Tori en uke kunnen allebei leren van het kata en het is zeker van toegevoegde waarde in de technieken en het gevoel van de judoka in het controleren en bevrijden in het judo. Er is zoveel te ontdekken, zoals afstand verkleinen en vergroten, positie, postuur, gewichtsverdeling, druk en geduld. Daarom het advies:

Neem de vrijheid in het katame-no-kata!

Trainingsmethodes voor krijgskunsten

In het boek “Teaching Kids Jiu Jitsu” staan in de Lessons Learned een aantal trainingsmethoden. Ik vind het overzicht handig en ik heb het hieronder uitgebreid en aangepast naar andere krijgskunsten.

Het overzicht helpt bewust worden. Welke trainingsmethoden sluit het best aan op de leerling? Iedereen heeft zijn eigen voorkeur, zowel leerling als leraar. De ene methode is meer geschikt voor de beginner en andere methoden meer voor gevorderden.

Morihei UeshibaDoor het bewust kiezen van een goede mix van trainingsmethoden op basis van seiryoku zen’yō (een maximaal resultaat met minimale inspanning), kan worden gespeeld en geëvalueerd welke methoden in een bepaalde situatie optimaal werken.

Overigens hebben de verschillende methoden enige overlap. Dit is geen probleem aangezien het slechts een hulpmiddel is. Het doel is bewust omgaan met de lesinhoud. Niet het beschrijven van een compleet, allesomvattend model.

De onderstaande trainingsmethoden kunnen worden gebruikt. Ik licht vervolgens elke methode kort toe met voorbeelden.

  • Principe
  • Thema
  • Beweging
  • Techniek (waza)
  • Ketting
  • Als… dan…
  • Positie/situatie

Principe

Een specifieke techniek kan slechts in een beperkt aantal situaties worden toegepast. Een principe kan daarentegen in oneindige situaties worden toegepast.

Een voorbeeld. Tori leert de ude-hishigi-jūji-gatame met een voorwaartse rol vanuit de positie uke kniezit (bokje). Deze techniek kan tori niet gebruiken als hij uke tussen zijn knieën (guard) heeft, dus moet tori een nieuwe techniek leren om ook vanuit deze positie een jūji-gatame te kunnen maken. Zo moet voor elke verschillende situatie of armklem een nieuwe techniek worden aangereikt.

Trainingsmethode: Principe

Er kan ook een principe worden aangeleerd. Hierbij leert tori hoe hij de bovenarm moet controleren, zodat hij de elleboog kan isoleren en overstrekken. Tori kan dan vanuit vele positie een armoverstrekking maken, zoals jūji-gatame, waki-gatame en hiza-gatame, zonder dat hij de technieken en namen weet. Ik heb zelf wel eens ondersteboven met mijn hoofd een armklem aangezet, dit heb ik nooit als techniek geleerd!

Als ik beweeg, worden technieken geboren.

Laughing buddhaUiteraard kunnen technieken worden gebruikt voor het aanleren en begrijpen van de principes.

Focus niet te veel op de technieken, want je mist wellicht het principe!

Andere voorbeelden zijn trainingen gericht op het principe van opofferen zoals in sutemi-waza, het gebruik van kuzushi (balansverstoren) voor het maken van kantel-/keertechnieken, het omgaan met tegenslagen, het de-escaleren van agressie en het toepassen van jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf.

Thema

Een training kan ook worden samengesteld op basis van een thema. Denk hierbij aan thema’s, zoals randori, kata, shiai en zelfverdediging.

Trainingsmethode: Thema

Als het thema zelfverdediging is, kan worden gefocust op het principe tai-sabaki bij het ontwijken van atemi-waza (bijv. stoot- en traptechnieken). Vervolgens kan worden gereageerd met een worp en controle naar keuze. De leerlingen worden ook geadviseerd niet naar de buik te draaien, omdat dit een hele dominante positie voor tori oplevert.

Bij een training met als thema shiai kan de judoka wel naar de buik draaien (ik raad het nog steeds af). Als hij lang genoeg verdedigt, zegt de scheidsrechter mate en kan hij weer gaan staan. Een dergelijke training kan ook gericht zijn op de favoriete technieken die in competitie werken of het principe van kumi-kata (manier van vastpakken) die zijn toegestaan in competitie.

Mijn favoriete thema is illegale technieken in competitie. Dit heb ik afgekeken van mijn budovriend Bas Bakker. Hierbij kies ik bijvoorbeeld het principe benen grijpen met technieken zoals sukui-nage, ko-uchi-maki-komi en morote-gari. Leuk voor randori!

Thema’s nodigen uit tot zelfstudie. Denk bijvoorbeeld aan het thema combinaties (renraku-waza). De budoka oefenen eerst de principes tai-sabaki en hara, vervolgens maken ze hun favoriete combinatietechnieken in beweging. Uiteindelijk gaan ze randori trainen in de situatie waarbij uke alleen mag verdedigen, zodat tori kan combineren als de eerste techniek niet lukt.

Beweging

Een techniek bestaat vaak uit een of meerdere bewegingen. Zeker bij beginners zijn deze bewegingen onbekend. Daarom kan een training ook bestaan uit een losse beweging die vervolgens wordt toegepast in een aantal technieken.

Traingsmethode: BewegingIn het ne-waza is een basisbeweging ebi (hip escape), waarbij de leerling zich verplaatst op de grond. Vaak om de hoek ten opzichte van de ander te veranderen of het creëren van ruimte/afstand, dit zijn twee belangrijke principes in ne-waza.

Nadat met verschillende voorbereidende oefeningen ebi is geoefend, kunnen bevrijdingen uit houdgrepen worden geoefend waarbij ebi noodzakelijk is. Een andere voorbeeld met ebi is het maken van sankaku-jime door tori vanaf zijn rug.

Bij nage-waza kan worden gedacht aan basisbewegingen zoals tai-sabaki, tsurikomi en de kruispas. Vervolgens kunnen technieken worden getraind waarbij de pas kan worden gebruikt, zoals tai-otoshi, ashi-guruma en harai-goshi.

Het voordeel is dat een beweging in deze trainingsmethode vele malen wordt geoefend en deze eigen wordt gemaakt. De leerling kan de beweging gebruiken in verscheidene technieken, daarnaast is een beweging vaak ook gerelateerd aan bepaalde principes.

Techniek (waza)

Deze trainingsmethode ligt voor de hand en wordt erg vaak gebruikt. De training staat in teken van een techniek. In de warming-up worden vaak al oefeningen gedaan als voorbereiding op de techniek.

De warming-up begint bijvoorbeeld met een aantal oefeningen waarbij de leerling op een been staat, een been opzwaait en achterwaarts valt. Vervolgens worden een aantal vormen van ō-soto-gari getraind met verschillende kumi-kata en overnames (kaeshi-waza) op de worp.

Een andere voorbeeld is de eerder genoemde ude-hishigi-jūji-gatame. Deze kan worden aangeleerd vanuit het katame-no-kata, tori rug met uke in guard en als transitie naar ne-waza als tomoe-nage mislukt

Technieken kunnen worden aangeboden op verschillende manieren: kata, yaku soku geiko, kakari-geiko en (dynamische) uchi-komi. Focus hierbij eerst op de basis.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Het voordeel is dat een techniek vele malen wordt gerepeteerd waardoor de leerlingen zich deze eigen kan maken. Als de leerling dit bewust doet, gaat hij wellicht ook het principe achter de techniek doorgronden.

Ketting

Een ketting is een logische opvolging van technieken, zoals deze in randori of zelfverdediging voor kunnen komen. Het doel is dat de leerling ervaart hoe bepaalde technieken elkaar kunnen volgen. Alleen een losse techniek is vaak niet genoeg, daarom kunnen veelvoorkomende kettingen (paden) worden getraind. Uiteraard zoekt de leerling hierin op gegeven moment een eigen weg.

Trainingsmethode: Ketting

Een voorbeeld van een ketting: tori zet ō-soto-gari in, uke stapt uit. Tori combineert direct met ō-uchi-gari. Uke breekt zijn val en tori is alert (zanshin). Hij maakt een snelle passeerbeweging naar een houdgreep en controleert uke.

Deze ketting kan vaak worden gerepeteerd nadat deze is aangeleerd. Ook kan uke veel variëren, bijvoorbeeld vroeg of laat uitstappen en weinig of veel weerstand geven. Tori neemt altijd een actieve rol aan en zet zijn technieken realistisch in.

Kies logische, natuurlijke kettingen. Het is belangrijk voor het aanleren dat de grove lijnen eerst duidelijk worden. Daarna kan voor de gevorderden meer details worden toegevoegd.

Deze methode kan voor beginners worden gebruikt, zodat ze weten welke paden er mogelijk zijn. Ook kunnen principes duidelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld renraku-waza of zanshin na een worp voor een snelle transitie naar ne-waza.

Als… dan…

Deze trainingsmethode is vergelijkbaar met de ketting. Alleen nu hangen de reacties van tori volledig af van uke. Tori en uke hebben allebei een actieve rol.

Traingsmethode: Als... dan...Een voorbeeld van als.. dan…: tori maakt ō-soto-gari. Als uke uitstapt en terugduwt maakt tori een sasae-tsurikomi-ashi en volgt met een houdgreep. Als uke uitstapt en naar achteren leunt, maakt tori een ō-uchi-gari en komt in de guard van uke. Uke probeert vervolgens een schaarbeweging voor het kantelen van tori naar een houdgreep. Als tori de schaarbeweging verdedigt, dan komt uke overeind en duwt tori om met zijn heup naar een houdgreep.

Ah fijn, kijk uit dat een als… dan… niet te complex wordt, anders haken de leerlingen af!

You must be shapeless, formless, like water. When you pour water in a cup, it becomes the cup. When you pour water in a bottle, it becomes the bottle. When you pour water in a teapot, it becomes the teapot. Water can drip and it can crash. Become like water my friend.Bruce Lee

De voordelen zijn vergelijkbaar met kettingen. De reactiesnelheid kan worden vergroot. Ook wordt de creativiteit vergroot door het aanbieden van nieuwe paden of als de leerling wordt uitgedaagd tot het zelf bedenken van een als… dan… en deze te evalueren in randori.

Tori en uke kunnen leren wat hun doel is in bepaalde posities en situaties en welke paden er mogelijk zijn. Ook hier kunnen er weer principes aan toe worden gevoegd, zoals continu druk uitvoeren (mentaal en lichamelijk), kiai of actie/reactie.

Positie/situatie

In deze methode worden een aantal principes, technieken, kettingen of als.. dan... aangeboden vanuit een bepaalde positie of situatie. In ne-waza kan dit zijn dat tori op de rug ligt met uke tussen zijn knieën, bij tachi-waza kan worden gedacht aan een uke die in jigotai (verdedigende houding) rechtsvoor staat.

Trainingsmethode: Situatie

Deze methode kan worden gebruikt als een leerling aangeeft dat hij moeite heeft met een bepaalde positie of situatie. Het kan ook naar aanleiding van randori zijn, waarbij de leraar ziet dat leerlingen in bepaalde posities of situaties vastlopen.

Zijn er volgens jou nog andere trainingsmethoden voor het aanleren van krijgskunsten? Laat een bericht achter in de reacties onder dit bericht. Ik wil graag bovenstaande overzicht verbeteren, dus laat jouw feedback achter in de reacties.

Wie is de tegenstander in het kata?

Zaterdag 1 april werd ook dit jaar door Special Needs Judo Foundation de Open European Special Needs Championships georganiseerd. Vorige editie was ik kata judge en schreef ik over Merijn, Luna en de beleving en toewijding in het aangepaste judo.

Om een lang kort verhaal kort te houden: dit jaar heb ik wederom als nationaal kata judge gevochten tegen de tranen van ontroering. En ik was zeker niet de enige.

Ik zag Sanne en Dave het complete (!) nage-no-kata uitvoeren. Het is niet moeilijk voorstellen dat als ik als kata judge geen andere keuze had dan negen en tienen geven voor deze prachtige uitvoering. Ik probeerde professioneel stoïcijns te blijven kijken. Ik ben bang dat mijn enthousiasme niet verborgen is gebleven en eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg. Lees verder Wie is de tegenstander in het kata?

Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata

Sinds een jaar train ik Braziliaans jiujitsu. Ik beleef veel plezier aan deze nieuw uitdaging en het heeft mij weer nieuwe inzichten verschaft. Uiteraard heb ik meerdere boeken gekocht over Braziliaans jiujitsu, zoals Jiu-jitsu University van Saulo Ribeiro en Mastering the 21 Immutable Principles of Brazilian Jiu-Jitsu door Paulo Guillobel. De laatste van deze twee presenteert interessante ‘principes’ in zijn boek.

Het is complex het universum te begrijpen als je slechts een planeet bestudeerd.Miyamoto Musashi

Een van de principes is “The 7 P’s of Guard Passing”. Het bevredigde deels mijn behoefte om niet alleen maar technieken te leren, maar een grootste gemene deler te vinden. Ik heb Paulo’s model losgelaten op het katame-no-kata, dit levert interessante inzichten op. Het is geboren uit een noodzaak die ik merkte: veel judoka hebben moeite met het zinvol bestuderen van dit kata.

Lees verder Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata

Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.

Uke, van natte krant tot leraar

In het judo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de begrippen tori en uke. Tori is diegene die de technieken uitvoert (‘neemt’), uke is diegene die de technieken ontvangt. Althans, zo wordt het vaak uitgelegd. Kijk eens naar de volgende uitleg van tori en uke op een belangrijke Japanse website over judo.

Strand Björn en SebastiaanAlleen op deze begrippen kun je al een filosofische discussie loslaten, want wie neemt en ontvangt? Mitesco heeft op zijn blog hiertoe een mooie aanzet gemaakt in zijn blog Torificatie van het judo. Echter, ik bewaar deze discussie voor een andere blog of voor onder het genot van een hapje en drankje.

In deze blog wil ik de ontwikkeling van uke beschrijven. We beginnen bij de uke als lijdend voorwerp, met de nadruk op lijden. We eindigen bij een hele andere uke, die mijn inziens de judoprincipes optimaal uitdraagt.

Uke is een lijdend voorwerp

Ik ken nog een tijd uit mijn beginperiode als judoka waar je een ‘loser’ was als uke. Eigenlijk hoefde een judoka geen correcte ukemi-waza (valbreken) te leren. Een goede judoka valt namelijk nooit. De nadruk lag op tori, op winnen en ‘gooien’. De uke was een natte krant, enorm passief.

Dat dit nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beide judoka was niet bij iedereen bekend. Uke leerde weinig en het risico bestond dat als hij toch een keer viel zich blesseerde. Tori zat opgescheept met een uke die niet wilde vallen, dus kon zijn waza (technieken) niet oefenen.

Gelukkig ken ik niet langer judoscholen met een dergelijke destructieve visie tegen allen principes van het judo in. Iedereen erkent dat harmonie belangrijk is in het judo.

Uke is een springveer

Helaas werd in eerste instantie het begrip harmonie verkeerd begrepen. De uke veranderde in een springveer. Tori maakte slechts een halve inzet tot een worp en uke vloog door de lucht.

Katame-no-kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéDeze uitvoering van de uke zie je nog regelmatig. Dit hoort bij het leerproces van uke. Soms werkt uke te veel mee, soms werkt uke te veel tegen. In de krijgskunsten moet je balans vinden, zo ook in de rol als uke, totdat je logisch en natuurlijk reageert.

Uiteraard is een springende uke geen wenselijke situatie. Zowel de uke als tori leren niet de judoprincipes, omdat de trainingssituatie niet gebaseerd is op de realiteit. Het is een toneelstukje, zoals helaas nog veel randori en kata worden uitgevoerd. Zoals Cichorei Kano het mooi heeft verwoord op het E-Judo Forum: “Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.”

Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.Cichorei Kano

Uke is een partner

Uiteindelijk kom je als uke hopelijk in de fase dat je een partner bent. Hierbij neemt de uke een actieve rol aan en helpt de tori niet door zichzelf in de juiste balansverstoring te plaatsen of te springen als tori de worp niet goed inzet.

De actieve rol betekent dat uke spanning op zijn lichaam (vanuit hara) heeft. Uke laat zich plaatsen en doet dit niet uit zichzelf. Continu zoekt uke naar de optimale trainingssituatie voor tori. Bijvoorbeeld door meer weerstand te bieden, naarmate de tori de judoprincipes beter beheerst.

Soms krijg ik weleens de vraag als leraar: “Ja maar, als uke niet tegenwerkt, dan werkt de techniek toch niet als uke wel tegenwerkt.” Dat is tot op zekere hoogte waar.

Echter, tori moet eerst de techniek goed beheersen. Daarvoor moet uke de kans bieden door een eenvoudige trainingssituatie te creëren. Je leert ook niet direct zonder rijinstructeur autorijden op de snelweg. Waarschijnlijk leer je eerst op een rustig parkeerterrein gasgeven en schakelen, voordat de rijinstructeur je in steeds lastigere verkeerssituaties laat oefenen.

Met judo is het niet anders. Je leert eerst de techniek toepassen zonder weerstand. Vervolgens past uke steeds meer weerstand toe. Lukt de techniek niet meer? Wellicht komt dit omdat de judoprincipes niet goed worden toegepast of omdat uke handelt met voorkennis van de oefening (tip: probeer het dan tijdens randori als uke het niet verwacht).

Na analyse kan natuurlijk ook blijken dat de techniek echt niet werkt en bepaalde openingen voor uke bevat, dan wordt het aanpassen of vergeten!

Uke is een leraar

Nog beter dan de ideale trainingssituatie creëren voor de andere judoka is het in mijn ogen als de uke zicht opstelt als leraar. De judoscholen waar dit wordt toegepast leveren vaak de beste judoka op. Iedereen is bezig met de continue verbetering van elkaar.

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.
De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.

Doordat uke continu analyseert waar tori nog kan verbeteren, kan hij daar de trainingssituatie op aanpassen en aanwijzingen geven. Dit kan bij het trainen van kata en randori.

Een voorbeeldje. Tori maakt een verwurging vanaf zijn rug en heeft geen controle met de benen. Uke ontsnapt en de verwurging lukt niet. Tori en uke gaan terug naar de beginsituatie en analyseren samen waar de controle verloren ging en hoe deze kan worden verbeterd. Hierin laat een goede uke uiteraard tori zelfontdekkend leren.

Uke leert zelf ook

De ultieme uke is een uke die zich niet alleen actief opstelt voor tori en ook een actieve houding neemt in zijn eigen ontwikkeling. Je kunt als uke zoveel leren met een actieve houding. De optimale ukemi-waza, tai-sabaki, lichaamshouding (postuur/structuur), ademhaling en de judoprincipes. Denk ook aan het filosofische ‘ontvangen’ en vertaal dit door naar het dagelijks leven.

Daarnaast kun je natuurlijk veel leren van tori. Hoe maakt tori de kuzushi (balansverstoring)? Waar zitten mogelijke openingen in de techniek? Maakt tori nieuwe technieken of voert hij technieken anders uit? Hoe past tori de judoprincipes toe? Uke zoekt continu naar verbeteringen in zijn eigen begrip van judo.

Dit is natuurlijk niet eenvoudig. Het is lastig op alles tegelijk letten. Echter, de actieve houding is belangrijk voor het toepassen van de judoprincipes. Je behaalt maximaal resultaat (seiryoku zen’yō) door geen natte krant te zijn, maar actief te werken aan de ontwikkeling van tori en jouw eigen ontwikkeling (jita kyōei & jiko no kansei).

Tot slot

Ik ben er groot voorstander van om het judo niet vanuit tori te benaderen. Uke is minimaal even belangrijk in het judo. Wellicht dat uke zelfs een grotere rol speelt in de ontwikkeling van de judoka dan de leraar en tori. Een goede uke kan enorm veel invloed hebben op de kwaliteit van een training.

Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn.Geïnspireerd door Peter Donkers

Uke moet ook voldoende aandacht krijgen tijdens de judotraining. Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn. Het is niet voor niets dat in de Kōdōkan je voor een examen het kata zowel als tori en als uke moet uitvoeren. Dit zorgt dat ook de ontwikkeling van goede uke op peil blijft en daarmee de ontwikkeling van judo.

Een goede uke zijn, is meer dan louter goed kunnen vallen. Correcte ukemi-waza is natuurlijk wel de basis, zoals ik heb gesteld in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1). Daardoor kun je vrij bewegen omdat je niet bang bent om geworpen te worden.

Een goede uke biedt daarnaast tori continu een uitdagende situatie aan. Een situatie waarin tori wordt geprikkeld om te leren en zijn grenzen te verleggen. Zodoende kan hij tori sturen naar verbetering.

Zelf is uke steeds alert op het verbeteren van zichzelf en vinden van mogelijke verbeterpunten door het analyseren van tori en zijn eigen rol in de trainingssituatie. Met als uiteindelijke doel het eigen maken en optimaal uitdragen van de judoprincipes. Ben je dan tori (nemer), uke (ontvanger) of beiden?

Beleving en toewijding

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Afgelopen zaterdag. Een grote sporthal komt langzaam tot rust. Op twee matten is iets bijzonders bezig. Je kunt het voelen. Monden vallen open. Iedereen houdt zijn adem in.

Ik zit achter een klein tafeltje met een scoreformulier. Ik voel mijn ogen vochtig worden, maar een kata judge is professioneel. Ben ik verdrietig? Nee, ik ben geraakt. De omgeving vervaagt en ik ga op in het moment. Genieten.

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Op de tatami (judomat) voor mij zie ik Merijn met volle overgave het nage-no-kata uitvoeren op de manier van Cees Roest. Met opperste concentratie schuift hij over de mat. Merijn is verlamd aan zijn benen. Op de Open European Special Needs Kata demonstreert hij een prachtig kata met Tycho van der Werff.

Op de mat ernaast zie ik Luna Gielissen excelleren. In haar ogen opperste concentratie. Alle bewegingen worden gecontroleerd en strak uitgevoerd. Grote mannen langs de mat kijken vol bewondering naar een klein meisje en haar leraar Patrick Jaspers die als uke fungeert. Een prachtig nage-no-kata wordt gedemonstreerd. Vol beleving en toewijding. Geweldig.

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Ik schat op dat moment Luna een jaar of zes. Echter, het is een meisje van tien jaar oud met een groeiachterstand. Ze heeft vaak pijn tijdens het trainen. Toch heeft Luna keihard getraind met haar leraar (50 jaar) om hier vandaag te staan.

Professioneel blijf ik focussen op het kata en het invullen van het scoreformulier. De tranen kan ik tegenhouden. Desondanks ben ik emotioneel en voel me vooral dankbaar en nederig dat ik vandaag naar deze prachtige kata mag kijken. Vol bewondering voor deze judoka en hun mooie kata.

Ik bedenk dat judo, ter verbetering van lichaam en geest, uitermate geschikt is voor mensen met een beperking. Echter, realiseer ik me ook dat judoka met een beperking geweldig zijn voor het judo!

Vooraf had de wethouder het Special Needs toernooi geopend met de woorden “sport is beleving”. Als kata judge heb ik vandaag kata gezien vol beleving. Niet alleen van Luna en Merijn. Nee, van vele judoka met vele nationaliteiten en verschillende beperkingen.

Ik zag judoka, begeleiders en medewerkers vol beleving. Trouw aan de judoprincipes om het beste uit zichzelf en anderen te halen. Niet alleen, maar met zijn allen. Een warme familie van gelijkgezinden, waar je snel in wordt opgenomen. Met respect voor elkaar.

We kunnen veel leren van deze prachtige judoka. De beleving en toewijding. De warmte en elkaar helpen. De spontaniteit en humor. Het plezier en doorzettingsvermogen. Ik heb genoten van deze bijzondere dag in Beverwijk op de Open European Special Needs Kata. Bedankt dat ik er onderdeel van mocht zijn.

Wil je meer weten over judoën met een beperking? Kijk dan ook eens op Special Needs Judo Foundation. Ze zijn heel goed bezig en ook altijd op zoek naar mensen met een warm hart die kunnen helpen of willen doneren.

Randori is een chaos

Jigorō Kanō baseerde het judo op twee belangrijke manieren van onderricht randori en kata. In het boek Mind over Muscle benadrukt hij het belang van beide manieren.

Kata is de vaste vorm voor het leren van de judoprincipes. Randori betekent “chaos grijpen” . De chaos slaat op de vrijheid die ontstaat, omdat de oefeningen niet langer vaststaan zoals in kata. Beide judoka kunnen vrijuit bewegen (binnen de principes van judo) en er kan een ware chaos ontstaan als beide judoka tegelijk technieken toepassen, geloof mij!

Randori in de Kōdōkan

Uiteraard worden de aangeleerde principes vanuit kata toegepast in randori. Het is in randori nog steeds niet toegestaan om kracht te gebruiken voor het verdoezelen van een gebrek aan techniek of waarmee de andere judoka geblesseerd raakt. Dit is in strijd met seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen).

De teloorgang van randori

Randori is essentieel voor het leren van judo. Als je weinig of nooit randori doet, toets je nooit of je de judoprincipes ook echt kan toepassen in de praktijk.

Het is zonde dat op sommige judoscholen (bijna) geen randori meer wordt gedaan tijdens de trainingen. Er zijn ook scholen die randori op een verkeerde manier gebruiken. Als het doel van een randori winnen “no matter what” is, dan heb je het niet begrepen.

Gelukkig zijn er ook nog zat scholen die randori op de juiste manier inzetten. Deze judoka zullen vaak logischer en natuurlijker bewegen over de tatami, dan judoka die alleen kata of andere afgesproken vormen (bijvoorbeeld yaku-soku-geiko) trainen.

Op een dag komt Mochizuki bij Jigorō Kanō en meldt trots: “Vandaag heb ik twee toernooien op twee verschillende scholen gewonnen.” Kanō antwoordde: “Is dat de reden waarom je judo beoefend? Voor het winnen van toernooien? Je had me eerst moeten vertellen wat je hebt geleerd van jouw ervaringen vandaag in plaats van of je wel of niet hebt gewonnen.”
The Way of Judo (John Stevens)

Randori is belangrijk voor het leren judoën. Het is natuurlijk mooi als de principes in het kata perfect worden toegepast. De echte uitdaging is een andere judoka die ook mag aanvallen en verdedigen. Dan moet jouw houding (shizenhontai) en technieken (waza) uitstekend zijn!

Wat is belangrijk bij randori

Er zijn heel veel zaken belangrijk bij randori, maar ik wil er een paar uitlichten. Dit zijn twee punten die ik erg belangrijk vind voor mijn judoka en waar ik voornamelijk op coach.

Het ego is onder controle bij randori. Het gaat niet om winnen of verliezen. Het gaat om leren. Als je gefixeerd bent op winnen of verliezen, kun je niet gefocust zijn op leren. Dit ervaar ik nu zelf tijdens mijn trainingen Braziliaans jiujitsu.

Als ik enorm gedreven en graag wil winnen, ben ik hard bezig met niet verliezen. Ik verzet met kracht en probeer mijn technieken op te leggen, dit lukt soms tegen minder krachtige tegenstanders. Echter tegen sterke tegenstander leg ik het dan af.

Als ik echter de rust neem en niet bezig ben met het resultaat, kan ik focussen op mijzelf en de ander. Ik leer wat de ander doet en welke principes (leverage, posture, etc.) hij toepast. Ondertussen probeer ik uit welke verdedigingen wel of niet werken en zoek ik kansen voor een aanval.

Deze open houding werkt uitstekend. Ik ga sneller vooruit, omdat ik elke randori (sparring) enorm veel leer. Daarnaast als ik nu de ander een keer laat aftikken, dan is dit niet op kracht maar door het toepassen van principes. Principes werken ook tegen sterkere tegenstanders door het gebruik van bijvoorbeeld hefbomen.

Het doseren van kracht. Ook erg belangrijk. De eerste reden hiervoor is eenvoudig: de kans op blessures daalt drastisch. Als de ander een goede worp inzet en jij blokkeert met kracht, dan werk je tegen het principe seiryoku zen’yō. De kans op forceren en daardoor blessures is groot, er zijn genoeg voorbeelden in de topsport. Als je elkaar blesseert, dan is dit uiteraard tegenstrijdig met jita kyōei.

Randori
Ik judo nu ruim twintig jaar en ik heb gelukkig nog nooit een serieuze blessure gehad. Dit komt omdat als de ander een goede techniek inzet, dan laat ik me werpen. Mocht ik zelf werpen, dan stop ik direct als ik merk dat ik geen goede controle heb. De kans op blessures is dan minimaal, slechts af en toe een klein blauw plekje of schaafwondje.

Een andere nadeel van te veel kracht gebruiken is dat je een gebrek aan techniek gaat ‘maskeren’. Hierdoor leer je niet gebruik maken judoprincipes. Kom je dan een sterkere tegenstander tegen, dan zul je verliezen. Je kunt dan namelijk niet winnen met pure kracht, maar moet principes zoals debana (timing) en kuzushi (balansverstoring) gebruiken.

Tot slot

Randori is essentieel voor de ontwikkeling van een goede judoka. Als je alleen de grammatica leert, dan is dit een zinloze exercitie (zie ook Het gevaar van katawedstrijden). Als je eenmaal de grammatica kent, dan ga je echt schrijven. Dat kan een enorme chaos zijn met alle vrijheid binnen de principes (regels), maar zo leer je de praktijk.

Gelukkig kan randori worden beoefend zonder veel gevaar. De voorwaarde is dat de judoka hun ego onder controle hebben. Het gaat om leren, niet om winnen of verliezen. Daarnaast moet de kracht worden gedoseerd, op deze wijze wordt er niets geforceerd zodat de kans op blessures minimaal is.

In randori leren we de judoka handelen volgens de principes van het judo, ongeacht hoe fysiek minderwaardig zijn tegenstander is en zelfs als hij gemakkelijk kan overwinnen door slechts het gebruik van pure kracht. Want als hij handelt in strijd met deze principes is zijn tegenstander nooit overtuigd van de nederlaag, ongeacht de brute kracht die is gebruikt.
Jigorō Kanō

Ik hoop dat alle judoka veel randori maken. Ik vind het fantastisch. Het geweldige gevoel als de andere judoka of jij een worp maakt zonder dat je het zelf doorhebt. Volledig opgaan in het moment en volledig volgens de judoprincipes de juiste dosering kracht toepassen met een perfecte timing!

Ook bij Braziliaans jiujitsu geniet ik van het vrije oefenen. Ik bewonder hoe dynamisch mijn partners op de grond zijn en gebruik maken van tai-sabaki (wegdraaien van het lichaam).

Ik leer het meeste tijdens randori. Hoe werken technieken (en principes) onder weerstand van de andere persoon? Kan ik ze dan ook echt toepassen in de praktijk? Daarom is randori uitdagend en belangrijk!

Als laatste wil ik nog een mooi citaat van Kano meegeven. Hij kalligrafeerde ook veel, vooral de uitdrukking: “順道制勝” (jundō seishō). De uitvinder van het judo legde dit uit als: “Ongeacht of je wint of verliest, blijf de weg volgen. Zelfs als je verliest tijdens het volgen van de weg, is dit waardevoller dan winnen tegen de principes van de weg in.”

Met dank aan Loek van Kooten voor de juiste schrijfwijze van jundō seishō.

Pelgrimstocht van een judoka

Een paar jaar geleden kwam ik in aanraking met de dramaserie MUSASHI van de Japanse televisiezender NHK. Echt fantastisch! De serie is grotendeels gebaseerd op het gelijknamige boek van Eiji Yoshikawa en Het boek van de vijf ringen geschreven door Miyamoto Musashi zelf. Dit laatste boek wordt nog steeds veel gebruikt voor het leven en binnen de zakenwereld voor zijn strategische inzichten en wijsheid.

Miyamoto Musashi

Musashi (1584 – 1645) is nog steeds een van de bekendste zwaardvechters in Japan. Hij is vooral bekend door het gelijktijdig gebruik van twee zwaarden in zijn stijl Hyōhō Niten Ichi-ryū. Door het gebrek aan betrouwbare bronnen zijn er veel varianten van zijn levensverhaal en is er flink op los geromantiseerd.

In ieder geval was Musashi een rōnin (een samurai zonder meester). Hij reisde door Japan en duelleerde met vele samurai. Een dergelijke pelgrimstocht wordt in het Japans ook wel musha shugyō (krijgerstraining) genoemd.

Musha shugyō

Koboku Meikakuzu (Miyanoto Musashi)
Inktschildering door Miyamoto Musashi (Koboku Meikakuzu)

De romantische versies over krijgerstraining gaan puur over het perfectioneren van de gevechtskunsten, zowel lichaam als geest. Denk aan het trainen bij andere scholen door het hele land en duelleren met andere krijgers voor het perfectioneren van eigen lichaam en geest. In de realiteit ging het echter ook vaak over het verkrijgen van naamsbekendheid en het zoeken naar werk.

Musha shugyō deed me denken aan twee aspecten relevant voor de ontwikkeling van een judoka:

  1. Het nut van shiai (wedstrijden)
  2. De pelgrimstocht van een judoka

1. Het nut van shiai

In mijn vorige artikel (zie Henk Grol zoekt een hart van goud) schreef ik over Henk Grol. Dit is een voorbeeld van wedstrijdjudo zonder toegevoegde waarde. Het is eigenlijk gekkenwerk, zoals Mitesco mooi verwoord in zijn blog Kichigai 気違.

In het Japans gebruiken ze het woord “gekken” (schermen) ook, bijvoorbeeld voor zwaardvechtshows. Gekken waren vaak gericht op het verkrijgen van roem en verdienen van geld.
Ik zie een analogie, maar dat terzijde.

Judowedstrijden kunnen daarentegen ook enorme meerwaarde bieden. Zij zijn een perfect middel voor het testen van vaardigheden en omgaan met weerstand. In die zin kan een deelnemer niet verliezen.

Het gaat erom dat de judoka ondervindt hoe hij omgaat met spanning en weerstand. Daarnaast kan hij zijn technieken testen tegen judoka die anders zijn opgeleid. Het is een cliché, maar daardoor niet minder waar: een wedstrijd is een gevecht tegen jezelf om van te leren.

2. De pelgrimstocht van een judoka

Het nadeel van wedstrijden is dat je weinig voelt en ziet van een andere judoka in een relatief korte wedstrijd. Het meetrainen met andere judoka en scholen is daarom zeer interessant. Dan kun je een completer beeld krijgen van de technieken van een andere school, maar ook van de attitude en andere zaken. Wat uiterst leerzaam is.

Daarom raad ik iedereen aan: trek de wereld over, leer van veel andere scholen en test jouw vaardigheden tegen vele experts in judo, Braziliaans jiujitsu, sambo en andere vechtkunsten. In het proces bouw je ook een fantastisch netwerk met vrienden op.

Is dit onmogelijk? Nee, zeker niet. Kijk eens op de website BJJ Globetrotter. Het is een voorbeeld van iemand die ruim vijf maanden de wereld is overgetrokken voor het volgen van trainingen en wedstrijden in Braziliaans jiujitsu.

Voordelen van een pelgrimstocht

Een dergelijke reis van vijf maanden is natuurlijk fantastisch, maar niet voor iedereen weggelegd. Begin dan eenvoudiger! Train eens voor een periode mee met een andere school in de buurt. Dit kan zijn van dezelfde of een hele andere krijgskunst.

Neil Adams, Angelique Wolters-Rijsdijk en Sebastiaan Fransen
Angelique Wolters-Rijsdijk, Neil Adams en Sebastiaan Fransen tijdens een NVJJL-clinic

Bezoek clinics van experts. De NVJJL organiseert jaarlijks vele mooie trainingen, maar er zijn ook veel individuele initiatieven van scholen. Kijk ook of je kunt deelnemen aan clinics in andere disciplines, zoals sambo en Braziliaans jiujitsu. Een andere fantastische ervaring is de zomercursus van de Kōdōkan. Een week trainen met allemaal experts en gelijkgestemden in Japan, de bakermat van het judo.

Wil je nog verder out-of-the-box? Volg eens een workshop van Wim Hof (The Iceman) voor een lekker ijsbad of volg een zentraining. Allemaal ervaringen voor het ontwikkelen van lichaam en geest. Dit kan alleen door overload, dus nieuwe prikkels. Zo kun je heel Nederland, Europa of de wereld over op zoek naar nieuwe prikkels.

Prikkels, prikkels, prikkels

Door het verbreden van jouw horizon, krijg je nieuwe prikkels. Deze prikkels uiten zich in de vorm van nieuwe mensen, locaties, technieken, attitudes, inzichten en nog veel meer. Zij brengen jouw lichaam en geest uit balans. Hierdoor ga je de prikkels verwerken en dit leidt tot aanpassingen. Op deze wijze ontwikkel je jouw lichaam en geest.

Ik leer nog steeds enorm veel van mijn huidige leraren. Echter, in een nieuwe omgeving krijg ik zo veel prikkels, dat mijn ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt.

Een simpel voorbeeld: judo vindt vooral staand plaats, dus je focust vooral op nage-waza (werptechnieken). Braziliaans jiujitsu is vooral gericht op het grondgevecht. Daar leer je dus veel meer over ne-waza (grondtechnieken).

Bij nieuwe prikkels leer ik omgaan met mijn onzekerheid en spanningen. Leer ik hele andere bewegingen en technieken. Test ik mijn vaardigheden tegen anderen die werken vanuit een andere mindset met andere technieken. En kan ik ook mijn kennis en ervaring overdragen als de school hiervoor openstaat. Een mooie vorm van kruisbestuiving.

De nieuwe inzichten en vaardigheden verwerk ik allemaal. Ik pas ze aan indien nodig en neem ze op. Voor de ontwikkeling van lichaam en geest. Met mijn ontwikkeling kan ik dan bijdragen aan de groei van mijn eigen school, waardoor zij meegroeien.

Persoonlijke noot

Grappling met Bas BakkerIk heb altijd bij vele scholen getraind en veel clinics gevolgd. Ook via het lesgeven kom ik regelmatig in contact met andere scholen. Hierdoor ben ik met veel leraren en vechtkunsten in contact gekomen. Ik heb deelgenomen aan de Europese en Wereldkampioenschappen Judo Kata. Een hoogtepunt was het bezoeken van Japan en deelnemen aan de zomercursus van de Kōdōkan.

Door deze vele inzichten heb ik veel geleerd en langzaam een eigen weg gevonden. Op deze wijze kan iedereen een eigen weg vinden. Als je verder kijkt dan jouw eigen school, dan krijg je veel meer inzicht in budo en het leven. Ik raad dan ook iedereen een eigentijdse vorm van de musha shugyō aan.

Deze maand ben ik begonnen met trainen bij een school Braziliaans jiujitsu. Vol verbazing kijk ik elke week naar de diepgang van de grondtechnieken en de dynamiek. Ook de single leg (kuchiki-taoshi en kibisu-gaeshi) en double leg takedown (morote-gari) zijn leerzaam, want die zie je niet vaak meer in het judo. Een belangrijk deel van de trainingen bestaat uit sparren. Daarnaast heerst er ook een hele andere sfeer.

Ik word enorm uitgedaagd. Vooral in het grondwerk moet ik een paar aanpassingen maken tegen de dynamiek van deze vaardige sporters. Ik leer allerlei nieuwe technieken en mijn motorische vaardigheden worden af en toe flink op de proef gesteld. Daarnaast is voor het sparren op het eind een andere conditie nodig dan ik gewend ben in het judo.

Door deze overload aan nieuwe prikkels, zie ik al de eerste ontwikkelingen in mijn lichaam en geest. Dan bedoel ik niet alleen de spierpijn! De komende tijd ga ik zeker door met trainen in Braziliaans jiujitsu. Daarnaast denk ik aan het meedoen met toernooien als ik daar klaar voor ben. Ik blijf op mijn manier de wereld rondreizen in de zoektocht naar perfectie van mijzelf (jiko no kansei).

Ik wil iedereen aanraden: verbreed je horizon en beperk je niet tot de visie van één school. Leren en integreren, zoals Jigorō Kanō dat ook deed toen hij judo bedacht. Prikkel jezelf! Ga de wereld in. Maak nieuwe vrienden. Doe nieuwe kennis en inzichten op. Test je vaardigheden. Ga het gevecht met jezelf aan. Perfectioneer jouw lichaam en geest. Geniet ervan!

Met dank aan Loek voor zijn substantiële bijdrage aan dit artikel.