Een leven lang leren

Op Internet zijn er fantastische video’s beschikbaar van bekende en ‘oudere’ budoka die nog steeds een krijgskunst beoefenen. Ik heb enorm veel respect voor deze mensen. Veel van deze budoka zijn bewonderenswaardig, omdat er zoveel beleving en toewijding vanaf straalt.

Een heel mooi voorbeeld is de onderstaande demonstratie van een kata uit de kitō-ryū door Inoue-sensei. Het is het kata waarop Jigorō Kanō zijn koshiki-no-kata baseerde. Als ik de tachtig ben gepasseerd, hoop ik dat ik nog een dergelijk mooi kata kan demonstreren.

Op bovenstaande demonstratie is veel commentaar geweest. Sommigen maakten zichzelf belachelijk door te verkondigen dat dit de slechtste uitvoering van het koshiki-no-kata ooit was. Andere kritieken waren milder.

Helaas zie je vaker dat er veel negatieve kritiek is op dergelijke demonstraties. Ik ben een enorme voorstander van feedback. Helaas is het commentaar niet altijd gericht op het verbeteren van de ander en om er samen van te leren.

Daarom probeer ik altijd als ik commentaar heb op een kata om voor mezelf de afweging te maken: is het om te leren of om de ander naar beneden te halen?

Leren is natuurlijk prima als het op een respectvolle, opbouwende manier gebeurt. De ander naar beneden halen is een slechte eigenschap, waarschijnlijk voortkomend uit angst, jaloezie of onzekerheid.

Goede feedback geven en iemand vooruit helpen is uitdagend. Het is veel eenvoudiger het budo van anderen te bekritiseren, helemaal met droge voeten langs de kant. Ik geniet liever, zoals van het bovenstaande kata.

Ook het nage-no-kata van een andere bekende Inoue, de wedstrijdjudoka, vind ik fantastisch. Er valt altijd wel iets aan te merken. Echter, ik vind het fantastisch dat zo’n begaafd judoka kennis van kata demonstreert voor een groot publiek!

In deze blog wil ik pleiten om allemaal natte voeten te blijven halen. Het is veel beter feedback geven als jezelf nog actief op de tatami staat in hoeverre de gezondheid dit toelaat. Op deze wijze ervaar je keer op keer hoe uitdagend krijgskunsten zijn.

Daarnaast is het ook motiverend voor diegene die de feedback ontvangen. Ze zien dat de diegene met kritiek niet alleen er over praten, maar ook zelf doet. Ook al is het niet perfect. Het kan daarbij prima dat door bepaalde beperkingen of een andere specialisatie iemand een bepaalde waza of kata niet langer goed kan uitvoeren en desondanks geweldige feedback geeft.

Fukuda Keiko sensei
Fukuda-sensei komt uit haar rolstoel voor het demonstreren van een techniek

Het is een geweldig voorbeeld als een budoka ondanks zijn beperkingen actief is op de mat. Een leven lang leren. Continu blijven zoeken naar kleine verbeteringen. Niet alleen dit van andere judoka verlangen. Zelf het goede voorbeeld geven. Laten zien dat je ondanks dat je ouder wordt nog steeds kan oefenen met wellicht een paar beperkingen. Daarom zijn de filmpjes van ‘veteranen’ ontzettend inspirerend!

Ondertussen roepen we allemaal zo lang we trainen: “Mada, mada.” Het is een Japanse uitdrukking en betekent zoiets als: “Nog net niet helemaal.”

Trainen voor krijgskunsten in de vakantie

In de vakantie heb je vaak meer vrije tijd. Helaas gaan veel (judo)scholen dicht of hebben een aangepast rooster. Voor mensen zoals ik een ramp. Je kunt de tijd misschien wel nuttig besteden, maar mist toch het trainen.

Gelukkig train ik tegenwoordig bij judo en Braziliaans jiujitsu verenigingen die gewoon trainen in de vakantie. Als kind werd ik helemaal gek in de vakantie toen de training echt nog zes weken stopte.

Daarom is deze blog een paar tips wat je kunt doen in de vakantie om lichaam en geest te blijven ontwikkelen, zodat je niet stilstaat en nog beter terugkomt van de vakantie. De tips zijn voor zowel jeugd als volwassenen. Helemaal leuk als je sommige activiteiten samen doet!

Herstellen

De vakantie is natuurlijk een prima moment om te herstellen. Ik gebruik hier bewust niet het woord ‘rusten’. Rust is een belangrijk onderdeel van herstellen, maar herstellen kan ook op andere manieren.

Gebruik de vakantie eens voor een bezoek aan een sportmasseur. Ik heb in de vakantie een extra behandeling bij de chiropractor genomen. Ook ga ik vaker lekker ontspannend uiteten of met vrienden weg. Plan zaken waar je normaal niet aan toekomt of te weinig doet.

Soms is het lekker om een of meerdere weken helemaal niet te trainen, zodat kleine blessures kunnen herstellen. Als trainen mogelijk is waarbij de blessure volledig wordt ontzien is dat natuurlijk wel een optie, bijvoorbeeld ju-no-kata op het strand. Ik heb vaak dat ik na een korte herstelperiode sterker op de tatami terugkom en mijn geest meer openstaat voor nieuwe ideeën.

Het is soms lekker om even minder aan trainen te denken. Na een paar dagen herstel verlang ik elke dag meer naar de training. Het is een mooi moment om bewust te worden van wat krijgskunsten voor mij betekenen en daar dankbaar voor te zijn.

Yoga

Sinds een paar maanden kan ik yoga volgen via mijn werk. Ik merk dat het een positief effect heeft op mijn lenigheid en herstel na trainingen en sommige ‘poses’ vereisen veel balans. Allemaal positieve kwaliteiten voor krijgskunsten.

Er zijn verschillende vormen van yoga. Sommige yoga-vormen zijn zweverig en andere vormen heel praktisch. Sommige stijlen zijn heel rustig, terwijl andere stijlen inspannend zijn. Iedereen kan zelf ontdekken wat prettig is voor hem of haar via een paar proeflessen.

Ik heb ook de website Yoga for BJJ (Engels) leren kennen via een paar vrienden. Dit kun je eerst proberen als je niet direct naar een yogaklas wilt. Een introductie is gratis beschikbaar. De website is gericht op Braziliaans jiujitsu, maar instructeur Sebastian Brosche heeft lang judo beoefend.

Cross training

Kun je de krijgskunsten echt niet loslaten? Dan kun je natuurlijk op musha shugyō. Ik leer altijd enorm door het beoefenen van andere stijlen (cross training). In de vakantie heb ik extra tijd besteed aan het trainen bij verschillende leraren.

Je zou kunnen kijken bij Braziliaans jiujitsu, iaidō, sambo of bijvoorbeeld een stijl van (kick)boksen. Jigorō Kanō was ook geïnteresseerd in het bestuderen van andere stijlen.

Ik vond het bijvoorbeeld erg leerzaam om een echt zwaard te trekken, want op de manier zoals ik dat vroeger deed in het Kōdōkan kime-no-kata met de bokken kan helemaal niet. Daarnaast wordt mijn ne-waza steeds veelzijdiger door het beoefenen van Braziliaan jiujitsu.

Wil je liever op jouw ‘eigen’ krijgskunst focussen? Dan kun je in overleg bij een andere leraar meekijken en je kunt eens een andere tactiek toepassen tijdens de training. Bij judo maak ik bijvoorbeeld graag armklemmen. Tijdens de vakantie had ik als doel gesteld alleen naar verwurgingen toe te werken. Het leuke is dat je jezelf uitdaagt om op een andere manier te trainen, hopelijk net buiten je ‘comfort zone’.

Lees meer in mijn blog Pelgrimstocht van een judoka.

Klimmen en boulderen

Slackline
Voorbeeld van een slackline.

In de vakantie heb ik geklommen op een klimwand, waar je ook kon boulderen en balanceren op een slackline. Dit is geweldig om op een andere manier met balanstechniek en kracht bezig te zijn. Probeer maar eens met zo min mogelijk inspanning (seiryoku zen’yō) een parcours af te leggen! Mentaal kan het zwaar zijn om door te gaan als je spieren verzuren. Goed voor de ontwikkeling van lichaam en geest.

Het is ook supergoed voor je ‘grips’. Je ontwikkelt enorm veelzijdige, stevige houvast met je handpalm, vingers en duimen. Vooral als je half ondersteboven hangt en je benen niet goed kunt gebruiken als afzet! Een stevige grip is geweldig voor een goede kumi-kata in het judo.

Lezen

In de vakantie lees ik veel. Het is een goede manier voor het ontwikkelen van de geest. Je kunt van alles lezen, waardoor je budo beter kunt toepassen op de tatami en in het dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan het boek Mind over Muscle van Jigorō Kanō, verplichte kost voor elke judoka.

StuderenUiteraard kun je ook boeken over kata en techniek bestuderen, zoals Judo Formal Techniques en Jiu-jitsu University. Voor de ontwikkeling zijn het beste boeken die aanzetten tot denken of actie, bijvoorbeeld boeken over filosofie. Een aanrader is Nietzsche als opvoeder.

Zelfhulpboeken kunnen nuttig zijn als ze aanzetten tot handelen. Deze vakantie heb ik Helweek gelezen. Een boek dat je uitdaagt een week diep te gaan om doelen te bereiken. Ik weet niet of ik de ideeën in het boek volledig ondersteun. Dat wil ik uitvinden door een helweek te plannen binnen twee maanden, zodat ik uit ervaring kan spreken.

Mijn belangrijkste punt is dat boeken goed voor de ontwikkeling zijn als je er actief mee bezig aan de slag gaat. Pas dan leidt het tot mentale of lichamelijke ontwikkeling. Als je passief leest, past dit meer onder herstellen.

Mediteren

Mediteren is goed voor het bewustzijn. De voordelen van mediteren zijn groot. Het is goed voor de ademhaling en ruggengraat. De geest kan er meer ‘open’ van worden en je kunt je beter concentreren.

Sommige mensen krijgen zweverige beelden bij meditatie, maar het kan heel praktisch zijn. Net als bij yoga heb je veel verschillende vormen en kun je proberen wat het beste bij jou past. Alleen door te doen, kun je ervaren wat het voor jou betekent.

Ik heb goede ervaringen met zen bij Raoul Destrée. Hij heeft een beginnerscursus in Den Haag van 12 of 16 lessen. Als je naast de lessen zelf regelmatig thuis mediteert, heb je na deze cursus een eerste indruk van meditatie.

Trouwens is het goed om regelmatig te mediteren, niet alleen tijdens de vakanties. Lees mijn blog over Mokuso, als meditatie je aanspreekt.

Fitness

Een beetje een climax. In de vakantie kun je natuurlijk prima extra fitnessen met cardio- en krachttraining. Let hierbij op dat je het wel onder goede begeleiding doet, zodat je jezelf niet overbelast. Over verantwoord trainen kun je veel lezen op de website Eigen Kracht.

Ik hoor veel over Crossfit als aanvullende training voor Braziliaans jiujitsu. Hier heb ik zelf weinig ervaring mee. Ik heb gelezen dat het risico op blessures door overbelasting en slechte techniek groter is, dankzij de grote inspanning en variatie in oefeningen. Zorg dus voor een goede trainer en let goed op jezelf en anderen.

Reizen

Last but not least, in de vakantie kun je natuurlijk de wereld over. Reizen maakt je wereld groter en is het een voordeel dat je het kunt combineren met alle bovenstaande activiteiten.

Reizen is fataal voor vooroordelen, onzin en tunnelvisie.Mark Twain

In mijn eigen reizen heb ik veel geleerd. Japan heeft mij veel geleerd over de cultuur waar veel traditionele krijgskunsten uit zijn ontstaan en ik heb er getraind onder leiding van judoexperts.

Ik heb ook zenretraites gevolgd in een klooster in België waar ik heel veel over mijzelf heb geleerd. In Ierland heb ik meerdere malen lesgegeven aan grote groepen in het Engels, waardoor mijn taalvaardigheden zijn verbeterd. De mogelijkheden met reizen zijn eindeloos.

Deze vakantie lees ik het boek van Christian Graugart, beter bekend als de BJJ Globetrotter. Dat is een inspirerend voorbeeld van een musha shugyō, waarin hij gedurende een paar maanden in vele landen reist en lesgeeft in Braziliaans jiujitsu. Het boek is gratis te downloaden en een echte aanrader.

Tot slot

Sebastiaan Fransen en Mount FujiIn de vakantie kan ik altijd heerlijk herstellen, lichaam en geest, door bovenstaande activiteiten. Ik kan lekker variëren, waardoor ik word geprikkeld te groeien.

Het is ook een moment om terug te kijken op wat ik hebt bereikt en nieuwe doelen te stellen voor de komende periode, zodat ik bewust bezig ben met mijn ontwikkeling.

Wat betekent vakantie voor jou? Wat doe je dan het liefst? Helemaal niet trainen of juist extra? Wat moet volgens jou echt worden toegevoegd aan het bovenstaande lijstje. Heeft iemand ervaring met surfen?

De angst om te verliezen

Eind maart werd door BJJ Delft een “in-house tournament” Braziliaans jiujitsu georganiseerd. Enthousiast had ik vroeg ingeschreven. Echter, in de opbouw naar het toernooi zocht ik in mijn hoofd naar uitwegen. Met zenuwen omgaan is niet mijn sterkste kant en de twijfels namen toe. Opgeven ging door mijn hoofd. Ik had toch kleine blessures die ik als excuus kon gebruiken?

Never quit

Ik geef niet graag op. Elke keer dat je opgeeft, wordt opgeven steeds makkelijker. Ik vond twijfel en onzekerheid daarom geen goede redenen, dus geen smoesjes voor mij.

If you quit once it becomes a habit. Never quit.Michael Jordan

Een paar dagen later stond ik zenuwachtig op de mat op te warmen voor het toernooi met een onrustig gevoel in mijn buik en een ongemakkelijk glimlachje. Ik maakte me druk over van alles: ben ik wel goed genoeg, misschien zijn mijn tegenstanders meer ervaren en wat zullen anderen denken?

BJJ Delft in-house tournamentTijdens mijn partijen is mijn hoofd onrustig. Met van alles ben ik bezig, maar niet met mijn taak op dat moment. De wedstrijdspanning zorgt ervoor dat ik niet vertrouw op mijn techniek. Ik maak op angst gebaseerde, gehaaste beslissingen. Angst om niet te verliezen, waardoor ik gespannen handel en kansen weg geef.

Helaas heb ik in mijn poule maar twee wedstrijden die elkaar kort opvolgen. Er is daardoor weinig ruimte voor bezinning voor het omgaan met de spanning en om in het toernooi te groeien. Na de twee partijen heb ik lekker naar mijn teamgenoten gekeken en begon ik met het reflecteren op mijn wedstrijden.

Geen medailles

Mijn eerste gedachte was dat het een verloren toernooi was. Geen gouden medaille gewonnen, dus geen resultaat. Toch kijk ik er nu anders naar.

Ik ben een groot fan van een complete benadering van judo, zowel randori en kata. Shiai (“elkaar testen”, contest) kan daar ook een belangrijke rol in vervullen. Dit neem ik ook mee in mijn benadering van Braziliaans jiujitsu.

Helaas wordt shiai vaak verkeerd toegepast. Het gaat om roem, tijdelijk en vergankelijk. Ik zie shiai meer als een middel voor het toepassen van de judoprincipes en het sterker maken van lichaam en geest. Het testen van elkaar om beiden beter van te worden.

Ik wil beter worden door het deelnemen aan een toernooi. Natuurlijk ga ik voor de overwinning, maar niet op brute kracht. Ik wil er van leren. Door het afgelopen toernooi heb ik meer inzicht gekregen in mezelf. Laat me daar dieper op ingaan.

Leren omgaan met spanning

Het grote voordeel van judo en Braziliaans jiujitsu is de mogelijkheid van het omgaan met spanning bij de chaos tijdens randori en shiai. Als we alleen kata trainen, zoals in sommige krijgskunsten, dan hoeft er geen spanning te zijn. Er staat veel vast in de vaste vormen, dus weinig verrassingen. Een gecontroleerde situatie.

In randori en sparren is het al moeilijker ontspannen te trainen. Het staat niet vast wat de ander gaat doen. Gelukkig is verliezen hierbij niet mogelijk, tenzij je geblesseerd raakt en/of er beiden niets van leert. Als iets mislukt, dan leer je veerkrachtig met de situatie omgaan en gaat door of begint opnieuw.

Bij shiai is de druk het grootst. Je voelt veel meer druk, want je hebt maar één kans. Vroeger op het slagveld betekende een moment van aarzeling vroeger de dood. Gelukkig is het tegenwoordig afgroeten of de ander een hand geven en terug naar de dojo voor meer training van lichaam en geest.

Een goede budoka oefent kata en randori. In het kata leer je de principes, in randori pas je ze toe. Het af en toe beoefenen van shiai kan ik iedereen aanraden. Niet voor de roem. Voor het leren omgaan met de extra spanning van slechts één kans.

True strength is not always shown through victory. Stand up, try again and display strength of heart.
Rickson Gracie

Ik was door het bewustzijn dat er maar eens kans is tijdens een shiai zeer gespannen. In plaats van bezig zijn met de optimale inzet van mijn lichaam en geest was ik alleen maar bezig met niet verliezen. Dat werkte dus contraproductief. Wat heb ik er uiteindelijk van geleerd?

Niet willen verliezen

Vroeger moest een samurai elk moment bereid zijn om te sterven. Als hij bang was voor de dood, dan was hij afgeleid. Op een slagveld moest een samurai niet bezig zijn met de dood. Hij moest volledig opgaan in het moment en optimaal handelen zonder afleidende gedachten. Leven in elke ademhaling.

In shiai is dit vergelijkbaar. Ik was bezig met niet verliezen. Daardoor was ik gespannen en aan het verzetten. Een gespannen iemand is al uit balans, lichamelijk en geestelijk. Iemand die ontspannen is, kan moeilijk uit balans worden gebracht. Dit geldt in de krijgskunsten en ook in het dagelijks leven. Uiteindelijk zijn zij hetzelfde.

Mijn doel voor het volgende toernooi is dan ook opgaan in het moment. Niet gespannen zijn en op elk moment de situatie accepteren en de best volgende actie kiezen. Vertrouwen in mezelf hebben dat ik kan omgaan met de situatie. Deze wijze lessen wil ik ook meenemen in het dagelijks leven. Leven in elke ademhaling. 

Judoleraar of niet?

In mei 2016 jongstleden had ik een jubileum. Het was tien jaar geleden dat ik mijn diploma Jeugdjudoleider heb behaald. Sindsdien heb ik op verschillende verenigingen lesgegeven en diverse clinics verzorgd. Inmiddels ben ik ook Judoleraar-B.

Het afgelopen jaar heb ik veel nagedacht over het leraarschap. Ik zal een aantal van mijn gedachten met jullie delen. Wellicht hebben jullie hierover ook ideeën, dan hoor ik ze graag. Voor andere lezers is het wellicht inspiratie tot bezinning. Reageren kan onder deze blog of via Facebook. Lees verder Judoleraar of niet?

Talenten met smoesjes

“Het wordt een duel tussen een geniale man, eigenlijk een beetje ijdel, en een gewone man die zijn talenten tot het uiterste heeft geslepen. Niet waar?”
“Ik zou Musashi niet gewoon willen noemen.”
“Maar hij is gewoon. Dat is wat hem buitengewoon maakt. Hij is niet tevreden met vertrouwen op welke natuurlijke talenten hij dan ook mogelijk bezit. Wetende dat hij gewoon is, probeert hij altijd zichzelf te verbeteren. Niemand waardeert de pijnlijke inspanningen die hij heeft gedaan. Nu zijn jaren van training uitmonden in spectaculaire resultaten, spreekt iedereen over zijn ‘door God gegeven talent’. Dit is hoe mensen die niet hard hun best doen zichzelf geruststellen.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Bovenstaande citaat komt uit een van mijn favoriete boeken. Een roman van net geen duizend pagina’s over het leven van een samoerai die de Weg van het zwaard zoekt.

De sterke passage is voor mij een uitnodiging tot nadenken over mijn inspanningen. Het is soms gemakkelijk om iemand die iets bereikt heeft geluk of talent toe te dichten. Daarna probeer ik mezelf eerlijk de vraag te stellen, heb ik het niet ergens laten liggen?

Lees verder Talenten met smoesjes

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.

Uke, van natte krant tot leraar

In het judo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de begrippen tori en uke. Tori is diegene die de technieken uitvoert (‘neemt’), uke is diegene die de technieken ontvangt. Althans, zo wordt het vaak uitgelegd. Kijk eens naar de volgende uitleg van tori en uke op een belangrijke Japanse website over judo.

Strand Björn en SebastiaanAlleen op deze begrippen kun je al een filosofische discussie loslaten, want wie neemt en ontvangt? Mitesco heeft op zijn blog hiertoe een mooie aanzet gemaakt in zijn blog Torificatie van het judo. Echter, ik bewaar deze discussie voor een andere blog of voor onder het genot van een hapje en drankje.

In deze blog wil ik de ontwikkeling van uke beschrijven. We beginnen bij de uke als lijdend voorwerp, met de nadruk op lijden. We eindigen bij een hele andere uke, die mijn inziens de judoprincipes optimaal uitdraagt.

Uke is een lijdend voorwerp

Ik ken nog een tijd uit mijn beginperiode als judoka waar je een ‘loser’ was als uke. Eigenlijk hoefde een judoka geen correcte ukemi-waza (valbreken) te leren. Een goede judoka valt namelijk nooit. De nadruk lag op tori, op winnen en ‘gooien’. De uke was een natte krant, enorm passief.

Dat dit nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beide judoka was niet bij iedereen bekend. Uke leerde weinig en het risico bestond dat als hij toch een keer viel zich blesseerde. Tori zat opgescheept met een uke die niet wilde vallen, dus kon zijn waza (technieken) niet oefenen.

Gelukkig ken ik niet langer judoscholen met een dergelijke destructieve visie tegen allen principes van het judo in. Iedereen erkent dat harmonie belangrijk is in het judo.

Uke is een springveer

Helaas werd in eerste instantie het begrip harmonie verkeerd begrepen. De uke veranderde in een springveer. Tori maakte slechts een halve inzet tot een worp en uke vloog door de lucht.

Katame-no-kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéDeze uitvoering van de uke zie je nog regelmatig. Dit hoort bij het leerproces van uke. Soms werkt uke te veel mee, soms werkt uke te veel tegen. In de krijgskunsten moet je balans vinden, zo ook in de rol als uke, totdat je logisch en natuurlijk reageert.

Uiteraard is een springende uke geen wenselijke situatie. Zowel de uke als tori leren niet de judoprincipes, omdat de trainingssituatie niet gebaseerd is op de realiteit. Het is een toneelstukje, zoals helaas nog veel randori en kata worden uitgevoerd. Zoals Cichorei Kano het mooi heeft verwoord op het E-Judo Forum: “Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.”

Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.Cichorei Kano

Uke is een partner

Uiteindelijk kom je als uke hopelijk in de fase dat je een partner bent. Hierbij neemt de uke een actieve rol aan en helpt de tori niet door zichzelf in de juiste balansverstoring te plaatsen of te springen als tori de worp niet goed inzet.

De actieve rol betekent dat uke spanning op zijn lichaam (vanuit hara) heeft. Uke laat zich plaatsen en doet dit niet uit zichzelf. Continu zoekt uke naar de optimale trainingssituatie voor tori. Bijvoorbeeld door meer weerstand te bieden, naarmate de tori de judoprincipes beter beheerst.

Soms krijg ik weleens de vraag als leraar: “Ja maar, als uke niet tegenwerkt, dan werkt de techniek toch niet als uke wel tegenwerkt.” Dat is tot op zekere hoogte waar.

Echter, tori moet eerst de techniek goed beheersen. Daarvoor moet uke de kans bieden door een eenvoudige trainingssituatie te creëren. Je leert ook niet direct zonder rijinstructeur autorijden op de snelweg. Waarschijnlijk leer je eerst op een rustig parkeerterrein gasgeven en schakelen, voordat de rijinstructeur je in steeds lastigere verkeerssituaties laat oefenen.

Met judo is het niet anders. Je leert eerst de techniek toepassen zonder weerstand. Vervolgens past uke steeds meer weerstand toe. Lukt de techniek niet meer? Wellicht komt dit omdat de judoprincipes niet goed worden toegepast of omdat uke handelt met voorkennis van de oefening (tip: probeer het dan tijdens randori als uke het niet verwacht).

Na analyse kan natuurlijk ook blijken dat de techniek echt niet werkt en bepaalde openingen voor uke bevat, dan wordt het aanpassen of vergeten!

Uke is een leraar

Nog beter dan de ideale trainingssituatie creëren voor de andere judoka is het in mijn ogen als de uke zicht opstelt als leraar. De judoscholen waar dit wordt toegepast leveren vaak de beste judoka op. Iedereen is bezig met de continue verbetering van elkaar.

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.
De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.

Doordat uke continu analyseert waar tori nog kan verbeteren, kan hij daar de trainingssituatie op aanpassen en aanwijzingen geven. Dit kan bij het trainen van kata en randori.

Een voorbeeldje. Tori maakt een verwurging vanaf zijn rug en heeft geen controle met de benen. Uke ontsnapt en de verwurging lukt niet. Tori en uke gaan terug naar de beginsituatie en analyseren samen waar de controle verloren ging en hoe deze kan worden verbeterd. Hierin laat een goede uke uiteraard tori zelfontdekkend leren.

Uke leert zelf ook

De ultieme uke is een uke die zich niet alleen actief opstelt voor tori en ook een actieve houding neemt in zijn eigen ontwikkeling. Je kunt als uke zoveel leren met een actieve houding. De optimale ukemi-waza, tai-sabaki, lichaamshouding (postuur/structuur), ademhaling en de judoprincipes. Denk ook aan het filosofische ‘ontvangen’ en vertaal dit door naar het dagelijks leven.

Daarnaast kun je natuurlijk veel leren van tori. Hoe maakt tori de kuzushi (balansverstoring)? Waar zitten mogelijke openingen in de techniek? Maakt tori nieuwe technieken of voert hij technieken anders uit? Hoe past tori de judoprincipes toe? Uke zoekt continu naar verbeteringen in zijn eigen begrip van judo.

Dit is natuurlijk niet eenvoudig. Het is lastig op alles tegelijk letten. Echter, de actieve houding is belangrijk voor het toepassen van de judoprincipes. Je behaalt maximaal resultaat (seiryoku zen’yō) door geen natte krant te zijn, maar actief te werken aan de ontwikkeling van tori en jouw eigen ontwikkeling (jita kyōei & jiko no kansei).

Tot slot

Ik ben er groot voorstander van om het judo niet vanuit tori te benaderen. Uke is minimaal even belangrijk in het judo. Wellicht dat uke zelfs een grotere rol speelt in de ontwikkeling van de judoka dan de leraar en tori. Een goede uke kan enorm veel invloed hebben op de kwaliteit van een training.

Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn.Geïnspireerd door Peter Donkers

Uke moet ook voldoende aandacht krijgen tijdens de judotraining. Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn. Het is niet voor niets dat in de Kōdōkan je voor een examen het kata zowel als tori en als uke moet uitvoeren. Dit zorgt dat ook de ontwikkeling van goede uke op peil blijft en daarmee de ontwikkeling van judo.

Een goede uke zijn, is meer dan louter goed kunnen vallen. Correcte ukemi-waza is natuurlijk wel de basis, zoals ik heb gesteld in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1). Daardoor kun je vrij bewegen omdat je niet bang bent om geworpen te worden.

Een goede uke biedt daarnaast tori continu een uitdagende situatie aan. Een situatie waarin tori wordt geprikkeld om te leren en zijn grenzen te verleggen. Zodoende kan hij tori sturen naar verbetering.

Zelf is uke steeds alert op het verbeteren van zichzelf en vinden van mogelijke verbeterpunten door het analyseren van tori en zijn eigen rol in de trainingssituatie. Met als uiteindelijke doel het eigen maken en optimaal uitdragen van de judoprincipes. Ben je dan tori (nemer), uke (ontvanger) of beiden?

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2)

Vorige week in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1) heb ik de eerste vier handvatten gegeven voor de beginnende judoka. Uiteraard kan ook de gevorderde judoka hier zijn voordeel mee doen, zoals terecht werd opgemerkt in de reacties.

In deel twee deze week nog eens vier handvatten die belangrijk zijn voor de serieuze judoka. Uiteraard zijn er veel meer te bedenken, dus laat vooral ook jouw handvatten achter in de reacties (of begin een eigen blog). Als judoka helpen we elkaar graag.

5. De basis is het allerbelangrijkste

Je kunt niet leren lopen, voordat je kunt staan. Soms wil een judoka wel leren werpen, voordat hij kan valbreken. Dit remt het leerproces. Echter, met worpen en technieken werkt het precies hetzelfde.

If you can't do it slow, you can't do it fastJe kunt beter eerst jouw aandacht richten op het leren werpen met een goede uki-goshi en o-goshi, voordat je serieus gaat werken aan een uchi-mata. Dit omdat het eenvoudiger werpen is op twee standbenen, dan op een standbeen. Doe het langzaam en richt je aandacht op de principes van het judo en niet het resultaat (zie handvat 2 vorige week). Salto’s vanuit schouder- en beenworpen zoals Zantaraia zijn gaaf, maar niet belangrijk voor de beginner.

Op de grond is het precies hetzelfde. Leer eerst de belangrijkste posities verdedigen en ontsnappen naar het betere controleren van de andere judoka. Dit is in het begin veel belangrijker dan allemaal ingewikkelde armklemmen en verwurgingen. Te vaak zie ik judoka een armklem of verwurging maken, terwijl ze geen controle hebben. Vervolgens maakt de andere judoka daar handig gebruik van en moeten ze aftikken.

Leer eerst de basis en herhaal deze eindeloos. Ook een zwarte band judo, keert continu terug naar de basis. Als je een stevig fundament bouwt en onderhoudt, kun je beginnen met bouwen. Dan kun je werken aan gevorderde technieken.

6. Train met gevorderde judoka

Vroeger kende ik dōjō (trainingszalen) waarbij een ‘lagere’ judoka geen ‘hogere’ judoka mocht uitnodigen. Tegenwoordig is dit (bijna) nergens meer, dus adviseer ik het uitnodigen van een gevorderde judoka.

Toen ik begon met judo was ik negen jaar en erg klein voor mijn leeftijd. Ik zat bij allemaal hogergegradueerde judoka die groter en sterker waren. Bijna allemaal zaten ze al veel langer op judo. Dit was geweldig!

Enerzijds kon ik alleen werpen met goede techniek, want mijn kracht maakte niet veel indruk bij deze grote gasten. Anderzijds kon ik enorm veel leren van de andere judoka, want zij wisten veel meer dan ik. Je kunt van iedereen leren, maar het helpt als de andere judoka meer kennis en ervaring heeft.

Misschien lijkt het soms aantrekkelijker trainen met een andere beginnende judoka. Sommige denken dat zij dan niet afgaan en ze kunnen ook eens ‘winnen’. Echter, het heeft twee nadelen.

Beginners blesseren elkaar sneller. Een gevorderde judoka kan letten op de veiligheid. Hij kan jou goed werpen en zichzelf redden met correcte ukemi-waza (zie handvat 3 vorige week). Een beginnende judoka moet dit allebei nog leren.

De meester heeft vele malen vaker gefaald, dan de leerling heeft geprobeerd.
Stephen McCranie

Daarnaast kan een beginner minder goed corrigeren. Een gevorderde judoka kan als een goede uke jou erop wijzen als je de judoprincipes niet goed toepast. Uiteraard is dit veel lastiger voor een beginnende judoka, die zelf ook nog zoekende is.

Over het afgaan voor een andere judoka hoef je overigens niet bang te zijn. Als jij bij een goede judoschool traint met goede judoka, dan willen zij graag helpen. Deze judoka waren ook ooit beginner, dus zij weten hoe uitdagend dit kan zijn.

Train vooral met gevorderde judoka. Zij kunnen beter de veiligheid waarborgen en helpen met het leren toepassen van de judoprincipes. Dit bevordert het aanleren van goede gewoontes.

7. Laat jouw ego eerst aftikken

Misschien is de grootste bedreiging voor voortgang het ego. Het ego kan voorkomen dat we openstaan voor leren. Ik schreef hier al eens eerder over in Too much ego will kill your talent.

Het probleem van het ego kan zijn dat we moeten winnen. Dit resulteert dat we gaan focussen op het resultaat (zie handvat 2 vorige week) en dat werkt averechts.

Ego is just like a dust in the eye. Without clearing the dust you can't see anything clear. So clear the ego and see the world.Als ik bijvoorbeeld in een randori de andere judoka met veel kracht tegenwerk, voel ik weinig van de souplesse van zijn kuzushi (balansverstoring). Daarnaast kan ik minder goed de situatie overzien, omdat mijn hoofd en lichaam bezig is met winnen. Ik mis deze momenten om van te leren, doordat mijn ego druk is.

Het is wel een mooie kans om te leren omgaan met het ego, een van de grote voordelen van vechtkunsten.

Het kan ook de andere kant op werken. Als het ego bang is voor falen, kan dit leiden tot terughoudendheid in de training. Je durft niet alles te geven, bang voor afkeuring of dat je het nooit gaat leren. Dit komt vaak omdat je jezelf met anderen vergelijkt, terwijl je moet kijken naar jouw eigen voortgang. Je moet niet de beste zijn, je wilt beter zijn dan je gisteren was.

Vergelijk jezelf niet met anderen, maar kijk naar jouw eigen voortgang. Ontwikkel je jezelf lichamelijk en geestelijk? Raak niet gefrustreerd, maar accepteer jouw ego. Het leren omgaan met jouw ego is ook een mooi streven binnen het judo.

Een mooie website met meer tips over dit onderwerp is SportMindset.nl. Hier staan tips voor de juiste mindset voor het goed ontwikkelen van jezelf.

Dus laat je ego aftikken voordat je de dojo binnenstapt! Dan kun je veel meer geniet van judo en ontwikkel je jouw lichaam en geest sneller.

8. Leer de principes van judo

Judo is meer dan een sport. De uitvinder van judo, Jigorō Kanō, zag judo als ontwikkeling van lichaam en geest. Kanō legde een sterke nadruk op de morele componenten van judo. Dit was voor hem veel belangrijker dan het leren van de waza.

Daarom kan de beginner ook veel leren door het lezen van artikelen van Kanō. Je leert hierdoor veel over de rijkheid van judo.

Het begint met het leren van de reishiki (etiquette) in de dojo. Zoals de verschillende buigingen uit eerbied voor elkaar, het dragen van een schone, witte judogi en de omgang met andere judoka. Dit kun je afkijken en vragen binnen jouw judoschool, maar ook de blog van Mitesco en het boek In The Dojo van Dave Lowry zijn mooie bronnen.

Judo biedt alleen zijn meerwaarde door het naleven van de deugden die erbij horen. Je komt niet alleen om even een ‘tegenstander neer te knallen’, maar we willen samen ontwikkelen. Hierbij horen deugden zoals beleefdheid, moed, vriendschap, zelfbeheersing, oprechtheid, bescheidenheid, eer en respect. Zonder deze deugden is judo inderdaad alleen een sport.

Daarnaast is kennis van de judoprincipes noodzakelijk. Het begint met het toepassen van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen) tijdens de judotraining.

Vervolgens is deze principes toepassen in het dagelijks leven de kunst. Het uiteindelijk doel is jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon. Mind over Muscle van Jigorō Kanō zelf is een fantastische bron als startpunt. Ik heb ook een artikel over Bewuster leven met judoprincipes geschreven.

Wil je echt judo beoefenen? Verdiep je volledig in judo en leer de principes, deugden en etiquette. Pas dit allemaal toe in judo en het dagelijks leven. Je wordt uiteindelijk een beter persoon en kunt bijdragen aan voorspoed voor jezelf en anderen. Het ultieme doel van judo.

Tot slot

Deze handvatten zijn erop gericht dat je duurzaam judo leert. Niet voor een blauwe maandag een paar trainingen judo, maar ik wil je inspireren tot een leven lang judo.

Het bestuderen van judo houdt nooit op. Het continue ontwikkelen van lichaam en geest op basis van seiryoku zen’yō, jita kyōei en jiko no kansei. Zelfs als je lichamelijk niet meer kunt trainen, kun je geestelijk nog altijd judoën.

Dus ga lekker aan de slag en geniet van deze prachtige weg. Richt je vooral op de weg en geniet van het uitzicht. Dan kom je vanzelf op natuurlijke wijze bij het resultaat. Vergelijk jezelf niet met anderen, maar wordt elke dag beter dan je gisteren was.

Als er inspanning is, is er vervulling.
Jigorō Kanō

Hopelijk helpen deze handvatten tot het worden van een goede judoka met veel plezier en liefde voor het judo een leven lang. Als je nog vragen hebt, laat het weten in de reacties of via het contactformulier. Heb je zelf nog goede handvatten, voeg ze dan zeker toe in de reacties. Tot op de tatami!

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1)

Als beginner kan het judo erg intimiderend zijn. Zeker als je op latere leeftijd begint. Je loopt misschien als enige in een joggingsbroek met een t-shirt of een te grote judogi (judopak) met een lange, witte obi (judoband). Om je heen lopen allemaal judoka met mooi gekleurde of zwarte judobanden.

Als er dan ook nog judoka zijn die de meest rare vallen maken zonder een centje pijn, vervolgens prachtige worpen maken en uke (ontvanger) hard op de mat werpen, denk je wellicht “dit ga ik nooit leren”.

Toch kan iedereen judoën, ook op hogere leeftijd. Daar ben ik van overtuigd. Met de juiste sensei (leraar), uke en mindset kan iedereen plezier aan judo beleven en een beter mens worden door het ontwikkelen van lichaam en geest. Een zwarte band is een witte band die nooit opgaf.

In dit artikel de eerste vier van acht handvatten die belangrijk zijn voor de (beginnende) judoka. De andere vier verschijnen volgende week. De lijst is zeker niet compleet, maar (acht) brengt geluk in Japan. Heb jij nog andere goede tips? Laat het weten in de reacties onder dit artikel.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

1. Have fun

Op mijn negende begon ik mijn eerste judoles. Als ik terugkijk wanneer ik het beste leerde, dan is het vooral als ik plezier had. De trainingen waren een spel, waarbij je nieuwe dingen uitprobeert. Het was niet erg als ik faalde, want daar leerde ik van. Niet om de knikkers, maar om het spel.

Bijna alle creativiteit houdt betekenisvol spelen in zich besloten.
Abraham Maslow

Vanaf het begin was een band voor mij vooral om mijn pak bij elkaar te houden. Dit zorgde ervoor dat ik geen prestatiedruk had, maar kon genieten van de trainingen. Elke keer mijn eigen grenzen opzoeken (No limits) en continu verbeteren (Continu verbeteren).

Door deze mindset raakte ik soms even in een flow. Mijn enige doel was dan een prachtige worp maken. Ik werd een met mijn omgeving, vergat even de tijd en was volledig in het hier-en-nu. Geen afleidende gedachtes, geen zelfbewustzijn, maar volledig opgaan in judo. Een geweldige ontspannenheid die ik soms maar moeilijk buiten de tatami (judomat) kan ervaren.

Play is the highest form of reasearchIk ben er zeker van dat je sneller leert als je speelt en plezier hebt. Je bent niet bang om te falen en je bent creatief. Door veel te proberen, leer je wat wel en wat niet werkt. Doelen zijn een handig hulpmiddel, maar kunnen ook beperken en frustreren. Dus heb vooral plezier in het judo; je leert sneller en het blijft leuk!

2. Het resultaat is van ondergeschikt belang

Dat is een beetje raar. Een van de principes van judo is seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Nu zeg ik dat het resultaat van ondergeschikt belang is.

Natuurlijk is het resultaat belangrijk. Als jij een judoka bent, wil je jouw lichaam en geest ontwikkelen. Echter, de focus moet vooral gericht zijn op de weg naar het resultaat. Als je de juiste weg bewandelt, dan is het resultaat een logisch en natuurlijk gevolg van jouw acties.

Ongeacht of je wint of verliest, volg de juiste weg. Zelfs als je verliest door het volgen van de juiste weg, is dat waardevoller dan winnen via een verkeerde weg.
Jigorō Kanō

Veel beginnende judoka zijn vooral gefocust op het resultaat. Ze werpen met veel kracht uke op de mat, maar vergeten belangrijke basisprincipes zoals kuzushi (balansverstoring) en tsukuri (positioneren). In het begin geeft dit wellicht meer voldoening, maar het duurt veel langer voordat je judo begrijpt.

Leer eerst een worp langzaam in harmonie met de judoprincipes. Een mooie worp is daarna een logisch en natuurlijk resultaat.

Hetzelfde geldt in randori. Wil je snel verbeteren? Ga dan niet met veel kracht tegenwerken, maar richt je op het leren van de basisprincipes van judo. Seiryoku zen’yō en jita kyōei. Voel hoe de andere judoka jouw balans verstoort en welke waza (technieken) hij toepast. Probeer op speelse wijze technieken uit, als dit geen gevaar voor uke oplevert. Focus niet op winnen, maar op leren. (Randori is een chaos).

Richt de aandacht vooral op de weg, het resultaat is een logisch en natuurlijk gevolg. Als je dan toch onderweg bent, geniet van het uitzicht!

3. Leer correct valbreken

Mijn leraar Cor Esser zei altijd: “Waarvoor moet een zwemmer niet bang zijn? Water! Waarvoor moet een judoka niet bang zijn? Vallen!”. En zo is het.

Als een judoka bang is voor vallen heeft dit een remmend effect op het leren van judo. De judoka gaat krampachtig bewegen in een defensieve houding om maar niet te vallen. Op deze wijze gaat veel energie verloren.

Daarnaast leer je judo vooral door spelen en proberen. Als je bang bent om waza te proberen uit angst voor het vallen, dan stagneert de ontwikkeling van lichaam en geest. Daarom moet veel aandacht worden besteed aan het correct valbreken.

Door het beheersen van het valbreken wordt ook het risico op blessures verminderd, waardoor je meer trainingen kunt volgen. En als je een goede uke bent die correct valt, dan kun je ook anderen beter leren judoën. Judoka die niet correct leren valbreken, stagneren niet alleen zelf in hun ontwikkeling. Zij remmen ook de ontwikkeling van de judoka waarmee zij trainen, omdat ze geen goede uke zijn.

UkemiWil je echt leren judoën, besteed dan veel aandacht aan ukemi-waza (valbreken) totdat je hier volledig comfortabel mee bent. Zorg ervoor dat je altijd jezelf goed kunt redden vanuit alle situaties met correct valbreken. Begin met de basis, waarbij je goed jouw hoofd en lichaam beschermt. Zorg ervoor dat je voldoende lichaamsspanning hebt, zodat je de val goed opvangt met je hele lichaam en een goede uke bent. Dan kun je pas echt judo leren.

4. Leer eerst verdedigen

Eigenlijk sluit dit handvat aan op de vorige handvatten. Vaak zijn we de ongeduldige tori en willen we graag een prachtige uchi-mata of andere worp maken. Gericht op het resultaat hebben we geen tijd voor het leren van correct valbreken, een goede uke zijn en judoprincipes.

Misschien vinden sommigen de volgende tip raar. Leer eerst verdedigen. Als je eenmaal goed kunt verdedigen, dan kun je meer focussen op aanvallen.

Het eerste voordeel is dat als je goed leert verdedigen, je de andere judoka tot wanhoop kan drijven. Hij probeert van alles, maar kan niet door jouw verdediging komen. Op een gegeven moment raakt hij wellicht zo gefrustreerd dat hij grotere risico’s gaat nemen. Dat is het moment dat er een opening komt voor jouw eigen technieken.

Een ander voordeel is dat je in het begin waarschijnlijk niet zo goed bent in verdedigen. Tori werpt jou regelmatig met een prachtige worp. Dit is heel fijn, want je leert snel welke technieken mogelijk zijn vanuit een bepaalde positie. Deze waza kun jij ervaren, afkijken en ook leren toepassen.

Vanouds maakten vaardige krijgers zich eerst onoverwinnelijk om daarna te wachten tot de vijand zich kwetsbaar opstelde.
The Art of War (Sun Tzu)

Ondertussen perfectioneer je jouw verdediging, zodat de technieken van tori steeds vaker mislukken. Dit heeft als voordeel dat jouw verdediging steeds beter wordt. Tegelijkertijd leer je de kwetsbaarheden in een techniek, zodat je als tori jouw technieken onverdedigbaar voor uke maakt.

seiryoku zenyo jita kyoeiUiteraard bedoel ik niet met kracht en gestrekte armen verdedigen. Nee, ik bedoel verdedigen door het juiste gebruik van jouw lichaam en de technieken van tori neutraliseren. Denk hierbij aan begrippen als tai-sabaki (draaien van het lichaam) en hara (blokkeren door het verlagen van jouw lichaamszwaartepunt). Geen kracht, maar souplesse. Denk aan seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Leer verdedigen zonder kracht, zodat je steeds meer tijd hebt voor het leren van de situaties en toepassen van jouw eigen technieken. Doe dit in harmonie met de judoprincipes.

Volgende keer meer…

Dit waren de eerste vier handvatten voor de (beginnende) judoka. Volgende week de andere vier handvatten. Wil je het vervolg zeker niet missen? Laat jouw e-mailadres achter onder het kopje “Abonneer je op dit Blog via E-mail” (linkermenu) en je ontvangt een e-mail bij elk nieuw bericht op deze blog. Laat ook vooral jouw mening achter in de reacties.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

Met dank aan Marie-José Nieuwenhuizen, Annemarie Leemans, Vanessa Bot, Richard de Bijl en Loek van Kooten.

Echt judo in randori

In mijn vorige blog, Randori is een chaos, stelde ik dat randori geen wedstrijd is. Het is naast kata een belangrijk middel voor het leren van judo. De belangrijkste aandachtspunten in randori zijn: het ego onder controle houden en het doseren van kracht. In deze blog wil ik mijn visie op randori verder uitwerken.

Ik wil ervoor pleiten in randori de huidige wedstrijdregels compleet te negeren. In plaats daarvan wil ik echt judo! In deze blog licht ik kort toe wat ik bedoel en waarom. Laat gerust jouw mening achter in de reacties onderaan de pagina.

Complexe regels voor randori zijn overbodig

Omdat randori geen wedstrijd is en niet op televisie wordt uitgezonden, biedt dit enorme mogelijkheden voor eenvoudige regels. Er is geen noodzaak voor gekleurde judopakken, duizend-en-een-verboden-pakkingen en andere complexe bureaucratiewedstrijdreglementen.

De belangrijkste regel is dat beide judoka leren van de randori. Natuurlijk volgens de judoprincipes maximaal resultaat met minimale inspanning (seiryoku zen’yō) en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen (jita kyōei).

Hierdoor is automatisch geborgd dat alleen veilige waza (technieken) worden toegepast en de judoka elkaar niet blesseren. Daarnaast kan de judoka niet krachtig defensief judoën, want dan leren beide judoka niet optimaal en wordt de kracht niet goed gedoseerd.

Een pak van mijn hart

Als deze belangrijkste regel duidelijk is, zijn voor randori geen complexe wedstrijdreglementen benodigd. We kunnen slechts enkele eenvoudige regels afspreken voor randori en judo op zijn best beoefenen. Dit is waar de pret begint!

Leg grabbingIk ben er een voorstander van dat we echt judoën. Alle kumi-kata zijn toegestaan als zij niet overmatig defensief worden gebruikt of onveilig zijn voor een of beide judoka.

Dit betekent dat het repertoire effectieve technieken weer toeneemt. Ik noem een kata-guruma, sukui-nage en morote-gari als prachtige voorbeelden. Jigorō Kanō nam niet voor niks de kata-guruma op in het nage-no-kata. Laten we samen afspreken dat deze uitstekende technieken weer zijn toegestaan tijdens randori.

Aan de grond genageld

Laten we ook het ne-waza weer de aandacht geven die het verdiend. Zolang er goede progressie is naar een eindcontrole, dan gaan we door op de grond. Je kunt soms best een halve minuut bezig zijn op zoek naar een goede opening naar een armklem of verwurging.

Ik ben absoluut geen voorstander van overdreven defensieve houdingen op de grond. Judo stamt af van de oude Japanse krijgskunsten. Laten we ons dan ook dusdanig gedragen. Een gevecht stopt niet op de grond.

Judoka zijn niet passief, kijkend als een angstig haasje tot de scheidsrechter mate roept, in buikligging of op elleboog en knieën. Deze posities gebruik je slechts in uiterste nood als transitie naar een dominantere positie.

Beter goed afgekeken, dan alles verbieden

Braziliaans Jiu-Jitsu
Braziliaans jiujitsu © John Lamonica

Jigorō Kanō stelde het judo samen op basis van technieken uit verschillende jujutsu-scholen. Vervolgens gaan wij allerlei technieken verbieden en ne-waza vermijden omdat… waarom eigenlijk? Laten we juist de goede technieken kopiëren uit sambo, grappling en Braziliaan jiujitsu en leren door middel van gezamenlijke trainingen. Daarmee verrijken we het judo alleen maar.

Uiteraard selecteren we technieken op een vergelijkbare manier als Kanō. De technieken zorgvuldig toetsend aan de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Als ze veilig zijn en niet alleen op kracht gebaseerd, dan kunnen we ze opnemen in onze eigen waza.

Het probleem zit hem namelijk niet in de technieken, maar in de judoka. Als de judoka de judoprincipes niet begrijpen, dan gaan ze ver voorover staan met de armen gestrekt. Dan gaan ze schijnaanvallen maken, technieken gebaseerd op louter kracht toepassen of ze zijn passief in ne-waza.

Laten we dus vooral de ‘oude’ judotechnieken blijven toepassen en het judo verrijken met technieken uit onder andere sambo en Braziliaans jiujitsu. Zolang deze technieken voldoen aan de judoprincipes kunnen we ze opnemen in onze eigen prachtige krijgskunst.

Nuance

Uiteraard kan ik me voorstellen dat sommige scholen veel wedstrijdjudoka trainen. Ik snap dat zij het wedstrijdreglement volgen om verwarring bij hun pupillen te voorkomen. Mitesco noemt dit op zijn blog overigens shiai-geiko, wellicht een betere term dan randori.

In Nederland zijn er echter vooral verenigingen waar voornamelijk judoka oefenen ter ontwikkeling van lichaam en geest. Dit is het grootste aantal binnen het ledenbestand van de Judo Bond Nederland. Zij kunnen prima het complete judo worden aangeleerd.

Veel randori en kruisbestuiving

Ik hoop dat we in Nederland veel randori blijven maken. Randori op basis van de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Laten we vooral niet het huidige wedstrijdreglement volgen, maar goed judo propageren. Judo op basis van een beperkt aantal eenvoudige regels voor de veiligheid van de judoka. Voor de rest kunnen de judoka onderling afspraken maken over randori.

Op deze wijze blijft het judo evolueren. Er kan mooie kruisbestuiving plaatsvinden met bijvoorbeeld sambo en Braziliaans jiujitsu. Judo blijft gebruik maken van een breed spectrum van efficiënte en effectieve technieken. Het laat zich niet beperken door complexe wedstrijdregels.

Tenslotte baseerde Jigorō Kanō het judo ook op meerdere oude stijlen jujutsu. Hij kopieerde wat goed was en liet weg wat niet werkte. Vervolgens evolueerde het judo, omdat Kanō en zijn beste studenten allemaal verbetering doorvoerden op basis van hun ervaring. Laten wij deze slimme werkwijze behouden, want stilstand is achteruitgang!

Ben jij het eens met mijn blog? Of vind jij juist dat we tijdens randori het wedstrijdreglement moeten volgen? Laat hieronder in de reacties jouw mening achter.