De visser en de zakenman

Katsushika HokusaiPas geleden kwam ik het onderstaande prachtige verhaal tegen via de blog van Paulo Coelho. Het origineel is geschreven door Heinrich Böll en in honderden varianten verspreid over het Internet. In het verhaal zie ik de principes van judo toegepast in het dagelijks leven.

Het gaat voor mij over het trouw blijven aan jouw eigen dromen door niet deel te nemen aan de ratrace om meer. Over een eenvoudig leven leiden en tevreden zijn met wat je hebt. Werken aan de vervolmaking van jezelf in plaats van het zoeken buiten jezelf. In balans zijn en vanuit daar leven. Onze inspanning richten op waar het echt toe doet in het leven op dit moment. Met minimale inspanning een maximaal resultaat, seiryoku zen’yō.

Daarnaast herken ik er ook jita kyoei, wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen, in. Namelijk door de vangst beperken tot wat je verbruikt, zodat er geen overbevissing plaatsvindt.

Lees hieronder een vertaling van het verhaal in de versie van Paulo Coelho. Kom lekker tot rust. Stop met het najagen van geluk en geniet van wat er voor jou echt toe doet.


Er was eens een zakenman die aan het strand zat in een klein Braziliaans dorpje.
Plots ziet hij een Braziliaanse visser in een kleine boot naar de kust varen met een mooie vangst van een paar grote vissen.
De zakenman is onder de indruk. “Hoe lang duurt het om zoveel vissen te vangen?”
“Ach, niet zo heel lang.” lacht de visser.
De zakenman is verbaasd. “Waarom blijf je dan niet langer op zee en vang je nog meer vissen?”
“Dit is genoeg voor mijn familie.” reageert de visser zonder aarzeling.
De zakenman is nog verbaasder. “Ok, wat doe je dan de rest van de dag?”
“Nou, normaal gesproken sta ik ‘s morgens lekker vroeg op, ga naar zee en vang een paar vissen, dan ga ik terug en speel met de kinderen. In de middag doe ik een dutje met mijn lieve vrouw. Wanneer de avond valt, ga ik met mijn vrienden een drankje doen in de stad – we spelen gitaar, zingen en dansen samen door de nacht.”

De zakenman doet de visser een voorstel.
“Ik ben afgestudeerd in business management. Ik kan je helpen succesvol te worden. Vanaf nu moet je meer tijd op zee doorbrengen en zoveel mogelijk vissen vangen. Als je hiermee genoeg geld hebt gespaard, dan kun je een grotere boot kopen en nog meer vissen vangen. Daarna duurt het niet lang voordat je meerdere boten kunt kopen, jouw eigen bedrijf starten met een eigen fabriek voor ingeblikte vis en distributienetwerk. Tegen die tijd verhuis je van dit dorp naar Sao Paulo, alwaar je een hoofdkantoor opzet vanuit waar je de andere vestigingen kunt aansturen.”

“En dan wat?” vraagt de visser.
De zakenman lacht hartelijk “Daarna kun je leven als een koning in jouw eigen paleis. Als de tijd er rijp voor is, kun je de beurs op gaan en aandelen verkopen. Je zult dan zeer vermogend zijn.”

“En dan wat?” vraagt de visser.
De zakenman gaat door met zijn betoog. “Daarna kun je met pensioen gaan! Je kunt wonen aan zee. Elke morgen sta je lekker vroeg op, gaat naar zee, vangt een paar vissen, dan ga je terug en speelt met de kinderen. In de middag doe je een dutje met jouw lieve vrouw. Wanneer de avond valt, ga je met vrienden een drankje doen in de stad – gitaar spelen, zingen en samen dansen door de nacht.”
De visser is verdwaasd: “Huh? Is dat niet wat ik nu ook doe?”

Dromen over sushi en het vinden van jouw passie

Mijn blogs laat ik meestal proeflezen door experts. Laatst kreeg ik een interessante reactie van Richard de Bijl op een blog. Hij is namelijk nog steeds bezig met het ontwikkelen van zijn judo en lesgeven op 64-jarige leeftijd.

Jiro Dreams of Sushi

Ik moest denken aan de film over Jirō Ono, Jiro Dreams of Sushi. Een prachtige documentaire over een chefkok van een restaurant in het hart van Tokio met slechts tien zitplaatsen. De man is in de film inmiddels op 85-jarige leeftijd en streeft nog steeds naar verbetering.

Jirō heeft drie Michelinsterren en voor zijn sushirestaurant moet je maanden van tevoren reserveren. Toch is hij nog altijd op zoek naar verbetering vergelijkbaar met een budoka. In Japan heet dit kaizen. Dit continue streven naar progressie leidt tot een creatief en vitaal leven. Het straalt van Jirō Ono af in deze prachtige documentaire.

Ik wil iedereen van harte aanraden eerst de film, waarbij het water in de mond loopt, te bekijken en dan pas deze blog verder te lezen. Op deze manier kun je je eigen mening vormen over de film en de prachtige verhalen van Jirō en zijn omgeving. Aan de film heb ik veel mooie ideeën overgehouden en ik wil er een paar delen. Lees verder Dromen over sushi en het vinden van jouw passie

Weniger aber besser

De kracht van budo ligt in de toepassing van zijn principes in het dagelijks leven. Op deze manier biedt het beoefenen van budo meerwaarde. Dit maakt het trainen in krijgskunsten meer dan alleen een recreatieve bezigheid.

Het toepassen van budoprincipes is wellicht niet voor iedereen evident. Ik lever graag een bijdrage door het aanbieden van praktische handvatten. Dit heb ik eerder gedaan in mijn blogs over Bewuster leven met judoprincipes en No limits. Met dit schrijven wil ik ook graag inspireren tot het perfectioneren van de eigen persoon voor een betere wereld, jiko no kansei.

Judoprincipes tijdens een training

Laten we focussen op de twee belangrijkste judoprincipes, seiryoku zen’yō en jita kyōei. Zij betekenen maximaal resultaat met minimale inspanning en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen.

Een beginnende judoka zal waarschijnlijk veel energie gebruiken voor het behalen van het resultaat en vooral op zichzelf focussen. Hij moet op veel zaken letten en heeft nog weinig kennis van principes, waardoor hij vermoedelijk zichzelf tegenwerkt. De krachten werken niet in harmonie, maar gaan allerlei tegengestelde kanten op.

SPFransen.nl
©Birgit de Jong

Dan een judoworp waarbij kuzushi, tsukuri en kake in harmonie zijn. Dit is veelal de worp van een gevorderde judoka. De krachten werken in overeenstemming samen aan hetzelfde resultaat. Deze judoka zal ook veel rekening houden met zijn partner en omgeving. De toepassing van principes seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Het dagelijks leven

Nu een voorbeeld in het dagelijks leven. Lever jij vooral inspanningen waarbij jij maximaal kunt bijdragen aan wederzijdse voorspoed voor jezelf en anderen? Of gaan jouw inspanningen alle kanten op?

Kijk voor jezelf welke activiteiten jij deze maand hebt gedaan. Welke activiteiten heb je uit gewoonte gedaan of omdat je geen ‘nee’ durft te zeggen?

Doe je vier sporten omdat je niet kunt kiezen? Lig je voor de televisie uit verveling? Help je een verre kennis van een vriendin met het overzetten van videobanden op dvd omdat je in de ICT werkt?

Op het werk gebeurt het ook. Hoe vaak beantwoord je onbelangrijke e-mails van collega’s die naar het halve bedrijf zijn gestuurd? Hoe vaak werk je aan meerdere projecten tegelijk, waarvan de helft jouw expertise niet benut?

Judoprincipes in het dagelijks leven

De bovenstaande voorbeelden zijn in tegenspraak met de judoprincipes. Je wilt niet jouw inspanningen alle richtingen op laten gaan. Het doel is wederzijdse voorspoed voor jezelf en anderen met minimale inspanning en maximaal resultaat. Het toepassen van seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Weniger aber besser / Less is more
©Essentialism van Greg McKeown

Het citaat “weniger aber besser” is een mogelijke uitwerking van deze principes. Het is het ontwerpcriteria van Dieter Rams, voormalig lead designer bij Braun. In het Nederlands betekent het “minder maar beter”. Het citaat vormt de basis in het boek Essentialism van Greg McKeown.

Het boek bepleit het beperken tot inspanningen waarbij jij een waardevolle bijdrage levert. Een paar tips uit het boek:

  • Kies bewust welke activiteiten je wel of niet uitvoert
  • Weeg af welke compromissen je moet maken voor het uitvoeren van een activiteit
  • Doe activiteiten waarbij jij maximaal bijdraagt
  • Elimineer activiteiten waarbij jouw bijdrage gering is
  • Doe niet veel dingen, doe de juiste dingen

De tips zijn een concrete uitwerking van de judoprincipes in het dagelijks leven. Het leidt tot bewuste keuzes voor een maximaal resultaat met minimale inspanning bijdragend aan wederzijdse voorspoed voor jezelf en anderen.

Tot slot

Uiteraard hoef je niet direct te stoppen met al jouw niet-bijdragende activiteiten. Nadenken over de activiteiten die je doet en of je bijdraagt is erg interessant. Daarnaast kun je volgende keer zeggen: “Ik denk er even over na.” Dit geeft tijd om te kijken welke compromissen je moet sluiten. Vervolgens kun je stap voor stap niet-essentiële zaken elimineren.

Een persoonlijk voorbeeld is dat ik gestopt ben met boksen. Het is leuk, maar mijn bijdrage is gering. Ik heb gekozen voor het trainen in Braziliaans Jiu-Jitsu, omdat dit beter aansluit op mijn judo. Het geleerde kan ik dan weer toepassen als leraar en uke in mijn judotrainingen.

Nog een voorbeeld. Japans wil ik heel graag leren, maar dit kost volgens experts meerdere jaren studie en ik kan het zelden gebruiken. Ik heb overwogen welke compromissen ik moet maken. Dit heeft ertoe geleid dat ik voorlopig geen Japans leer. Hoe jammer ik het ook vind.

Hoe denk jij over het toepassen van budoprincipes in het dagelijks leven? Welke principes pas jij toe? Heeft iemand nog tips voor het toepassen van seiryoku zen’yō en jita kyōei in de praktijk? Laat iets achter in de reacties.

Niet het vele is goed, maar het goede is veel

Het kan de wijsheid van een grootouder zijn of op een tegeltje staan. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel.” Ik hoorde deze uitspraak gisteravond in de auto op de radio, waar het over lekker eten ging. De stelling was dat gevarieerde voeding gezonder is, dan het volgen van alle trends en veel van hetzelfde voedingsmiddel te nuttigen. Een waarheid als een koe.

Echter jullie lezen dit blog niet voor lekkere recepten en informatie over voeding. Tenminste dat neem ik aan. Dus daarom de vraag: is deze spreuk ook van toepassing op het beoefenen van budo?

Hans Kroon

Hans Kroon is een bekende personal trainer met zijn eigen Fitnesscentrum Noord in hartje Rotterdam. Ik heb ooit via de opleiding Judotrainer-Coach-B van de Judo Bond Nederland het genoegen gehad een middag naar zijn visie te mogen luisteren.

Ik volg net als vele anderen met veel plezier de prikkelende berichten van Hans op Facebook. Hij heeft een sterke persoonlijkheid en een duidelijke visie. Iemand die de wetenschap volgt, maar soms daar dwars ertegenin gaat als zijn persoonlijke ervaring het tegendeel bewijst. Absoluut geen kuddedier.

Dat kan ook, omdat zijn resultaten voor zich spreken. Raak overtuigd door zijn eigen lichaam en de prestaties van de sporters die hij begeleidt (o.a. Marhinde Verkerk, Roy Meyer en Ron Vlaar). Als personal trainer is hij vaak verantwoordelijk voor de fysieke training. Hij heeft ook veel aandacht voor herstel, voeding en motivatie. Komen we toch weer op goede voeding uit!

Geen kunstjes

Dit was even een kort uitstapje naar Hans Kroon, omdat het zeker de moeite waard is hem te volgen op Facebook. Echter het gaat mij om een plaatje met de volgende tekst dat ik op zijn Facebook las, de aanleiding van deze blog. Het is Cristanio Ronaldo over Paul Scholes.

Niet het vele is goed, maar het goede is veel“Toen we aan het trainen waren, deed ik veel trucs die bijna niemand binnen de club kon. Op een dag toonde ik ze aan Scholes, waarna hij de bal pakte. Hij wees naar een boom, vijftig meter verderop. Scholes zei dat hij de boom in één keer ging raken. Hij schoot en raakte de boom. Hij vroeg mij hetzelfde te doen. Ik schoot wel tien keer, maar kon de bal niet raken met die precisie. Hij glimlachte en vertrok…”

Hans Kroon relateerde dit aan krachttraining. Ik moest natuurlijk aan budo denken. Ik weet als klein jochie nog dat ik elke week een nieuwe techniek van de sensei verwachtte. De ō-soto-gari en seoi-nage kon ik als gele band echt wel.

Niet het vele is goed, maar het goede is veel

Inmiddels weet ik wel beter. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel. Het gaat niet om veel technieken redelijk kunnen uitvoeren, maar een paar technieken bijna perfect kunnen uitvoeren. Een bekend plaatje zegt: “Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.”

Niet het vele is goed, maar het goede is veelEn daar ligt de crux. Je kunt beter werken aan het perfectioneren van een paar (basis)technieken, dan elke week een nieuwe ‘truc’ aanleren. Als je hierbij snel verveeld raakt, dan beschik je niet over voldoende doorzettingsvermogen of je traint op een saaie manier.

Perfectioneren van techniek

Het perfectioneren wil inderdaad zeggen dat een techniek veel wordt gerepeteerd, maar niet zonder beleving. Door het leggen van de juiste accenten zijn deze trainingen uiterst effectief en interessant. Denk bijvoorbeeld bij de eerder genoemde ō-soto-gari aan het werpen vanuit verschillende richtingen met verschillende kuzushi (balansverstoring), de plaatsing van de standbeen en de hoek ten opzichte van uke.

Het doel hierbij is veelzijdig trainen met veel variatie in de oefening (random practice) in plaats van eindeloos repeteren (block practice). Zodoende kan de judoka de onderliggende principes van de techniek eigen maken. Door veelzijdig trainen met veel variatie en het doorgronden van de principes, kan de techniek in veel verschillende situaties worden toegepast.

Dit betekend dat de techniek minder afhankelijk wordt van de omstandigheden, zoals de precieze positie van uke. Ook kan tori improviseren als er een nieuwe, onbekende situatie ontstaat. De judoka is namelijk niet afhankelijk van de techniek, maar kan de onderliggende principes toepassen. Door het focussen op een aantal basistechnieken gaat de handelingssnelheid van deze technieken omhoog en wordt onbedoelde variatie in technieken kleiner. De kans op het slagen van een techniek is daardoor groter.

Ik heb het geluk dat ik sensei heb met aandacht voor de inhoud, niet zozeer de vorm. Zij kunnen in een training eindeloos bezig zijn met één techniek door het aanleren, herhalen en verfijnen van de basistechnieken en -principes. Vervolgens wordt de techniek met veel variatie in aanbiedingsvormen behandeld. Het accent ligt altijd op de basisprincipes (kumi-kata, tsukuri, kuzushi, kake). De vorm wordt meestal vanzelf beter als je de inhoud (basisprincipes) begrijpt.

Nog meer variatie

Armocks van Neil AdamsBen je echt een expert of meester in het judo, dan kun je nog meer variëren met technieken. Experts zien tijdens het uitvoeren van een techniek allemaal schakels voor vervolgtechnieken, zoals overnames, combinaties en transities naar ne-waza. Je ziet verschillende paden en weet waar deze paden naartoe leiden, als een schaker die het spel vooruitdenkt en doorziet. Door het veelzijdig en gevarieerd trainen wordt de judoka de technieken echt meester.

Dit principe komt heel mooi naar voren in het boek Armlocks van Neil Adams. Daarin laat deze topjudoka allerlei varianten zien op zijn ude-hishigi-jūji-gatame, waarmee hij vele wedstrijden heeft gewonnen. Afhankelijk van de reactie van uke kan hij van zijn ude-hishigi-jūji-gatame naar een andere armklem, verwurging of houdgreep.

Niet te hard trainen

De uitspraak geldt ook voor de trainingen. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel.Je kunt beter kort en effectief trainen, dan heel lang een beetje aanrommelen. Dat is natuurlijk volledig in lijn met het belangrijke judoprincipe seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning.

Over effectief trainen kan ik nog een hele blog schrijven, dus ik heb besloten hier nu niet op in te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het plannen van trainingen in plaats van judoka die hun lot volledig in de handen van de sensei leggen.

Slotwoord

Vertrouw niet op ‘trucjes’ die je een keer hebt geoefend. Focus je op het perfectioneren van de basistechnieken en –principes. Daar kun je vervolgens op verder bouwen. Zorg dat je een expert wordt, doordat je een techniek veelzijdig en gevarieerd traint. Je kunt dan elke techniek verbinden met vele andere technieken en ze in diverse situaties toepassen omdat je de onderliggende principes beheerst. Uiteindelijk denk je zelfs niet meer in technieken, zoals beschreven in Beschermen, kapotmaken en verlaten.

De uitspraken “Niet het vele is goed, maar het goede is veel en “Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent” vormen dan ook een belangrijke inspiratie voor de training. Het sluit naadloos aan op seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning.

 

Een blauwtje lopen

Het is jammer dat ik dit artikel schrijf. Helaas is het nog steeds nodig. Ondanks de vele artikelen die beschikbaar zijn over dit onderwerp. Er zijn namelijk nog steeds mensen die een blauwe judogi aantrekken. Naar de training, maar zelfs op examens heb ik weleens deelnemers haastig zien onderhandelen met collega-judoka voor het lenen van een witte judogi.

Geschiedenis van de blauwe judogi

Grand Slam Paris 2015
©IJF Media door G. Sabau en M. Mayorova

De blauwe judogi is een idee van Anton Geesink. Het idee was oorspronkelijk helemaal een kermis met rode en blauwe pakken. De achterliggende gedachten was dat het duidelijker voor scheidsrechters en toeschouwers is wie het punt scoort door een groter contrast tussen de judoka. Uiteindelijk heeft de International Judo Federation (IJF) ondanks het vele lobbyen van de Japanners in 1997 de blauwe judogi geïntroduceerd.

Daarvoor droegen beide judoka allebei een witte judogi, waarbij voor het onderscheid de ene judoka een witte obi (band) om heeft en de andere judoka een rode obi. Overigens vinden vele Japanse judotoernooien nog steeds plaats op deze manier. Kijk maar naar onderstaande filmpje van de All Japan Judo Championships 2015.

Geschiedenis van de witte judogi

Onze grootmeester Jigoro Kano is de bedenker van de moderne keikogi (trainingskleding). Zijn judogi heeft vele andere krijgskunsten geïnspireerd (zoals aikido, kendo en karate). In het boek In The Dojo speculeert Dave Lowry dat de judogi waarschijnlijk is geïnspireerd door de brandweerlieden uit Japan. Zij droegen zware jassen ter bescherming. Voor het blussen werden ze met water doordrenkt, zodat ze de drager beter bestand was tegen de hitte en vlammen.

Kano liet zijn studenten judogi dragen om praktische redenen, niet omdat het zo mooi staat. Volgens de archieven van de Kodokan waren hiervoor zijn motieven waardigheid en veiligheid. In eerste instantie hadden de judogi korte mouwen. Waarschijnlijk omdat de judoka last hadden van brandwonden op de ellebogen door de tatami (mat), zijn de mouwen langer gemaakt.

Judo training at Kodokan

De judogi had vroeger altijd een witachtige kleur. Niet puur wit, maar de witte kleur van ongebleekt katoen. Dit was goedkoop en de ongebleekte kleur van katoen is in overeenkomst met de spirit van budo. Het is eenvoudig en natuurlijk. In Japan kun je ook nog steeds ongebleekte judogi kopen.

Wit staat voor zuiverheid

Er wordt ook vaak een link gelegd met zuiverheid. Wit staat voor zuiverheid in het Shintoïsme. Samen met het Boeddhisme een belangrijke religie in Japan. Het is niet duidelijk of het Shintoïsme Kano daadwerkelijk heeft beïnvloed of achteraf als verklaring is verzonnen. Zuiverheid is een belangrijk concept en is overal zichtbaar in Japan, denk maar aan de onsen (heetwaterspa’s) en het uitdoen van de schoenen voordat men naar binnengaat.

De witte kleur van de judogi staat mogelijk ook voor het bewaren van de zuiverheid van de geest en zuiverheid van het judo. Een ander voordeel is dat bij een witte judogi sneller kan worden gezien of het schoon is, dit is moeilijker bij een judogi met een donkere kleur.

Niet afwijken van traditie

Waarom dan geen blauwe judogi? Er moet een hele goede reden zijn voor het afwijken van traditie in budo. Als van tradities wordt afgeweken, dan is judo niet meer dan gewoon een sport.

De enige motieven om een andere kleur judogi te dragen zijn mode en ego. Het volgen van de mode lijkt me niet relevant bij het beoefenen van traditionele budo. Voor een groot ego is in de dojo geen plaats. Een traditionele witte judogi laat zich niet beïnvloeden door iets onbelangrijks als mode en zorgt dat iedereen qua kleding gelijk is op de tatami.

Wat mij betreft wordt het besluit van de IJF voor het toestaan van blauwe judogi ook weer teruggedraaid. Op (inter)nationale toernooien staan fantastische scheidsrechters en is er beschikking over videobeelden mocht het echt heel onduidelijk zijn. Het grote contrast is overbodig geworden, als het ooit al een echt probleem is geweest.

Bij alle andere activiteiten op gebied van judo voegt een blauwe judogi in mijn ogen sowieso niets toe en doet afbreuk aan het judo. Ik draag zelf altijd een witte judogi. Hopelijk geef ik op deze manier het goede voorbeeld aan andere judoka.

BJJ Keikogi

Laten we vasthouden aan de tradities met betrekking tot de judogi. Neem bijvoorbeeld Braziliaans Jiu-Jitsu. Ondanks dat het veel van de mooie tradities van het judo mist, zijn hun ne-waza (grondtechnieken) echt superieur. Als ik hun trainingspakken zie, realiseer ik hoe ‘mooi’ onze judogi is in al zijn zuivere eenvoud met weinig of geen logo’s. Laten we onze judogi dan ook met waardigheid dragen!

Wat vind jij van blauwe judogi? Draag jijzelf weleens een blauwe judogi? Laat hieronder een reactie achter.

Klassiek en romantiek

Kun je nog wel genieten als je alle details kent? Dat is een vraag die mij de afgelopen tijd bezig heeft gehouden. Voor mijn verjaardag vorig jaar kreeg ik van mijn vrienden een bezoek aan de theatervoorstelling van de Golden Earring cadeau. Op 3 februari 2015 was het eindelijk zover. Het concert waar ik zo naar uitkeek! Toch kon ik in eerste instantie moeilijk genieten van de voorstelling.

Klassiek versus romantiek

Een tijdje voor het concert las ik het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance van Robert Pirsig. Geen eenvoudig boek, maar zeer de moeite waard. Het beschrijft een motortrip van een vader met zijn zoon afgewisseld met filosofische discussies door de verteller.

Vooral het begin van het boek is erg interessant. Hier vertelt de auteur over het klassieke (classic) en romantische (romantic) begrip. Hieronder een citaat voor een globaal beeld van deze twee denkbeelden.

“A classical understanding sees the world primarily as underlying form itself. A romantic understandig sees it primarily in term of immediate appearance. If you were to show an engine or a mechanical drawing or electronic schematic to a romantic it is unlikely he would see much of interest in it. Is has no appeal because the reality he sees is its surface. Dull, complex lists of names, lines and numbers. Nothing interesting. But if you were to show the same blueprint of schematic or give the same description to a classical person he might look at it and then become fascinated by it because he sees that within the lines and shapes and symbols is a tremendous richness of underlying form.”

Romantiek

In het boek wordt het romantische begrip vergeleken met motorrijden en genieten van het moment. Het voelen van de wind en de ervaring van vrijheid.

“The romantic mode is primarily inspirational, imaginative, creative, intuitive. Feelings rather than facts predominate. “Art” when it is opposed to “Science” is often romantic. It does not proceed by reason or by laws. It proceeds by feeling, intuition and esthetic conscience.”

Klassiek

Het klassieke begrip wordt geassocieerd met het motoronderhoud. Voor motoronderhoud is kennis nodig van onderdelen en hun onderlinge samenhang. Op deze wijze kunnen (mogelijke) storingen in een vroeg stadium worden verholpen.

“The classic mode, by contrast, proceeds by reason and by laws – which are themselves underlying forms of thought and behaviour.”

Het klassieke begrip is niet beter dan het romantische begrip of andersom. Ze vullen elkaar aan. Het heeft het mij enorm geholpen dat ik bewust werd van deze verschillende denkbeelden.

Sleepwalking

Daar zat ik dan op de achterste rij in de Rijswijkse schouwburg. De lichten gaan uit en vier mannen op leeftijd verschijnen op het podium. Barry Hay roept iets en de Golden Earring begint met het spelen van hun rijke verzameling klassiekers.

Ik probeer als gitarist alles te volgen. Wat speelt Rinus voor bijzondere baspartij door het nummer heen en hoe wordt de basgitaar gedragen door Cesar op de drums? Wat voor akkoorden pakt George en in welke toonladder soleert hij? Is dit nog wel een vierkwartsmaat?

Door de noten kon ik de muziek niet meer horen. Ik was alleen maar gefocust op de afzonderlijke instrumenten en het ‘begrijpen’ hiervan, dat ik weinig tijd had om te genieten. Ik zou en moest de basgitaar in “Sleepwalking” en de relatie tot de rest van de muziek verklaren met de beperkte muziektheorie die ik bezit.

Zen and the Art of Music

Op gegeven moment begon het te dagen. Ik zat duidelijk in het klassieke begrip. Ergens genoot ik van de muziek, maar er was een soort terughoudendheid. Veel kon ik niet verklaren en dat leidde tot frustratie. Kort daarna kwam de pauze en besprak ik met mijn bandleden en vrienden alles wat ons was opgevallen, maar dit hield ik voor me.

Na de pauze kon ik meer genieten van de Golden Earring. Misschien hadden deze topmuzikanten de smaak te pakken en speelden ze beter. Echter denk ik dat het kwam, omdat ik geschakeld had naar het romantische begrip.

De muzieknoten analyseerde ik niet langer, maar ik genoot van het moment. Niet langer dacht ik aan maatsoorten, toonladders en harmonisatie. Ik hoorde nu het geheel. Sommige nummers kon ik echt voelen. Zonder enige terughoudendheid. Ik genoot volledig van het optreden.

Clinic Kodokan nage-no-kata

Peter Tümmers en Sebastiaan Fransen tijdens een clinic Kodokan nage-no-kataGisteren was ik als secretaris van de Kata Werkgroep Judo Zuid-Holland aanwezig bij een clinic die we organiseerden in Ridderkerk. Peter Tümmers legde vakkundig de details uit van het Kodokan nage-no-kata.

Ik genoot van de aandacht voor de details, zoals wat is de relatie tot de worp en maai (gevechtsafstanden) bij seoi-nage en hoe is de timing van okuri-ashi-harai? Het bestuderen van vooral ura (zie ook Waarheden en illusies). Alle principes en logica in het kata. Ik ging er volledig in op. Het klassieke begrip.

Tijdens de demonstraties van de judoka voor de groep genoot ik ook. Ik keek naar de buitenkant, vooral omote. De gracieuze bewegingen waarbij tori de uke controleert en werpt. De stilte en aandacht in de zaal gevolgd door het denderende geluid van de val van uke. De expressie van de judoka die een strijd voerde. Het romantische begrip.

Wie wint? Klassiek of romantiek?

Beide denkbeelden hebben een praktisch nut. Als ik muziek schrijf met mijn band, dan kan bepaalde muziektheorie worden toegepast. Hierdoor kan een nieuw nummer efficiënt worden geschreven. Het klassieke begrip leidt dan tot een snel resultaat.

Optreden van 0900-VIKTOR
©Fred van der Ende

Maar door het gebruik van het romantische begrip komen we als band soms op verrassende composities. Door het gebruik van creativiteit en intuïtie proberen wij dingen uit die de band niet kan verklaren op basis van logica en regels, maar toch goed klinken. Daarnaast kan ik heerlijk genieten van nummers, zonder ze ‘kapot’ te analyseren.

Beide denkbeelden zijn dus bruikbaar en vullen elkaar aan. Ook hebben ze allebei hun eigen schoonheid. Dat komt bij mij duidelijk naar voren in het judo. Als voorbeeld is het ju-no-kata natuurlijk prachtig om naar te kijken. Het gracieuze samenspel heeft een mediterende werking. Het romantische begrip.

Als ik de details bestudeer, dan kan ik daar ook helemaal in opgaan. De complexe harmonie tussen aanval en verdediging die worden gedemonstreerd kunnen prachtig worden geanalyseerd. Er is een prachtige controle en eenvoud. Het klassieke begrip. Door deze details wordt voor mij ook de buitenkant van het kata mooier.

Dit is de reden dat sommige judoka kata in eerste instantie afschuwelijk vinden. Ze zien een mooie vorm aan de buitenkant. Ze gaan enthousiast het kata bestuderen en worden opgegeven moment ‘lastig’ gevallen met allemaal details zoals afstanden. Zonder het direct te begrijpen verliest het kata haar charme voor deze judoka.

Er zullen ook judoka zijn zonder interesse in de vorm aan de buitenkant en die gelijk de onderliggende principes willen doorgronden. Het kata ontleden en begrijpen hoe het werkt. Als er niet voldoende aandacht is voor de details, verliest het kata haar charme voor deze judoka. In beide situaties kan bewustwording van het klassieke en romantische begrip de leerling en meester enorm helpen.

Het begrip van klassiek en romantiek heeft mij in ieder geval veel gebracht. Beide denkbeelden integreren is zeker mogelijk en wenselijk, maar kan een uitdaging zijn. Bewust zijn van de twee denkbeelden is een praktisch begin. Ik kan hierdoor meer genieten van bijvoorbeeld muziek en judo. Ook heb ik meer begrip gekregen voor mensen die geen interesse hebben in details van bijvoorbeeld kata of juist alleen maar aandacht hebben voor details.

Dus ja, je kunt nog steeds genieten als je ‘alle’ details kent! Sommige dingen worden mooier als je de details kent. En sommige dingen zijn mooier zonder kennis van de details.

Bewuster leven met judoprincipes

Bovenstaande nummer is uiteraard Badlands van Bruce Springsteen. Ik heb “The Boss” live mogen aanschouwen tijdens Pinkpop 2012. Wat een brok energie. Bruce kan als geen ander rake teksten zingen op prachtige muziek en dit overbrengen op zijn publiek. Badlands is één van mijn favoriete nummers van Springsteen. Voor mij gaat dit nummer over het niet uitstellen van het leven tot later, maar genieten van elk moment en controle over het leven nemen.

Het uitstellen van het leven past niet in de Oosterse filosofie. Daar draait het om leven in het nu. Uitstellen lijkt ook in tegenspraak met de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei van het judo, die in het dagelijks leven een belangrijke leidraad vormen. Dit licht ik toe verderop in deze blog.

Het is nooit genoeg

MotivatieHet nummer Badlands doet mij dus denken aan hoe mensen soms het leven uitstellen tot later. Dit komt vooral omdat mensen niet tevreden zijn met wat ze hebben, maar steeds meer willen. Mensen die week na week hard (over)werken voor grotere huizen en grotere auto’s.

Het is nooit genoeg. Elke salarisverhoging wordt direct gebruikt voor het kopen van nog meer luxe. Will Smith verwoordt het prachtig: “Te veel mensen geven geld uit dat ze niet hebben verdiend, om dingen te kopen die ze niet willen, teneinde mensen te imponeren die ze niet mogen.” Of zoals Bruce Springsteen het zingt in Badlands.

“Poor man want to be rich
Rich man want to be king
And a king ain’t satisfied
Till he rules everything”

Wellicht is bovenstaande niet op jou van toepassing, maar ik herken er wel iets van in mezelf. Toch weer die gedachte aan een extra gitaar, mooie spiegelreflexcamera of nieuwe boeken. Gelukkig ben ik tevreden met wat ik heb en sommigen vinden mij in een aantal opzichten minimalistisch.

Weinig plezier beleven aan arbeid

Niet heel lang geleden las ik het boek De omgekeerde werkweek van Gerhard Hormann. Hij stelt het drastisch omgooien van de werkweek voor met twee werkdagen en vijf dagen weekend. “Want zodra je eenmaal beseft dat betaalde arbeid niet anders is dan het verkopen van je vrije tijd in ruil voor geld, beleef je er weinig plezier meer aan.”

Het voordeel is dat hierdoor veel vrije tijd ontstaat voor andere zaken, bijvoorbeeld het werken in een eigen moestuin en verlenen van mantelzorg. Hierdoor kan geld worden bespaard op voedsel en de zorg. Maar ook voor het achtervolgen van jouw dromen in plaats van de dromen van een ander. Misschien wil je wel een boek schrijven of vaker genieten van jouw (klein)kinderen.

Niet het leven uitstellen en steeds werken voor meer, maar het optimaal omgaan met jouw energie, tijd en geld. Het boek van Gerhard Hormann bevat geen praktische adviezen, maar wel veel mooie ideeën voor een nieuwe relatie tussen mens en arbeid.

Efficiënt omgaan met middelen

Ik vond het boek erg inspirerend en liet het bezinken. Minder werken betekent minder inkomen. Hoe los ik dit op? Dan halen we Bruce Springsteen en Will Smith er weer bij… niet altijd meer willen. Tevreden zijn met wat je hebt.

Neem bijvoorbeeld een huis. Je kunt steeds een groter huis kopen en vol stoppen met spullen die je nooit of zelden gebruikt en veel tijd steken in het schoonmaken en onderhouden van dit huis. Echter een klein huis met alleen spullen die je veel gebruikt, kost veel minder tijd qua onderhoud en kosten. Het kan ook sneller worden afgelost, hierdoor heb je lagere maandlasten en voila… minder werken!

The things I needEen ander voorbeeld is het opzeggen van het televisieabonnement. De tijd die je bespaart, kun je weer gebruiken voor bijvoorbeeld het lezen van boeken. Er zijn tegenwoordig veel gratis boeken op Internet of je kunt een abonnement nemen bij de bibliotheek. Boeken spreken veel meer tot de verbeelding.

Moet iedereen dit doen? In mijn ogen niet. Misschien heb je geweldig en dankbaar werk, maar ik hoor veel mensen klagen over hun werk. Of mensen die niet bewust kiezen waaraan zij hun kostbare energie, tijd en geld besteden. Iedereen kan voor zichzelf bewuste keuzes maken. Een mooie leidraad hiervoor is het judoprincipe seiryoku zen’yō.

Seiryoku zen’yō

Voor mij bleek weer hoe relevant de filosofie van Jigoro Kano met het judo nog steeds is, ook in het dagelijkse leven. Seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Het optimaal inzetten van jouw middelen voor een maximaal resultaat. Daar draait het uiteindelijk om.

Ben jij bewust bezig met de zaken waarvan jij gelukkig wordt? Gebruik je jouw inspanning (en middelen) voor wat jij echt ten diepste van binnen wilt of verspil je dit aan randzaken. Overigens is dit voor iedereen anders. De één wil meer reizen, de ander wil misschien meer tijd doorbrengen met zijn of haar geliefde.

Als je eenmaal weet wat je ten diepste van binnen wilt, kun je kijken wat je daarvoor nodig hebt. Je kunt dan ook besparen op wat niet langer nodig is. Als je bijvoorbeeld gezonder wilt leven, kun je een paar overuren maken voor het betalen van een fitnessabonnement. Maar een andere optie is het verkopen van de tweede auto en op de fiets naar het werk. Van het geld dat maandelijks wordt bespaard, kun je minder gaan werken en meer bewegen in de natuur.

Zo kun je op vele vlakken bewuste keuzes maken. Besteed je jouw inspanning optimaal aan de zaken die jouw gelukkig maken? Of kun je wellicht met minder energie, tijd en geld een beter resultaat halen? Besteed je jouw energie aan het druk maken over het verleden of geniet je van het moment? Besteed je jouw geld aan een groter huis of meer tijd met jouw geliefde? Ga je meer geld verdienen voor een dure vakantie of ga je lekker lang backpacken in het buitenland? De keuze is aan jou!

Jita kyōei

Wellicht zijn er slimme mensen die zeggen als iedereen alleen aan zichzelf denkt volgens bovenstaand principe, dan is het geen leuke wereld. Gelukkig heeft Jigoro Kano daar ook aan gedacht met zijn andere judoprincipe jita kyōei. Hierover schreef ik al eens eerder in het artikel Het amorele systeem waarin wij leven. Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Slotwoord

Mijn ultieme doel is dat, door bewuste keuzes te maken, mijn inspanningen volledig bijdragen aan mijn geluk, maar ook aan een betere wereld. Hopelijk geven de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei jou ook inspiratie tot het bewust omgaan met energie, tijd en geld. Zodat jouw inspanningen maximaal bijdragen aan het leven van jou en anderen.