Judo is net ballet

Op televisie zag ik in Het Uur van de Wolf de documentaire Dancer. Binnen enkele seconden was ik verzonken in beelden van Sergei Polunin. Slechts 19 jaar oud de jongste solist van The Royal Ballet in Londen ooit.

Je ziet zelfs zonder kennis van ballet hoe bijzonder dit is. Ongeëvenaard. Alsof de zwaartekracht op hem geen grip krijgt. Een en al kracht en toch elegant. Een perfecte lichaamsbeheersing. Pure kunst.

De documentaire raakte me. Niet alleen door de perfecte bewegingen. Ook door het verhaal over Sergei. Na twee jaar stopte hij bij The Royal Ballet. Hij was doodongelukkig.

De hoge verwachtingen en druk. Zijn familie uit elkaar gevallen. Zij hebben alles opgeofferd voor de carrière van hun (klein)zoon. Hij speelde in vele voorstellingen wat een aanslag is op zijn lichaam en geest. Het was moeilijk zichzelf te overtreffen, hoog en alleen aan de top.

Ballet is zijn zegen en vloek. Hij houdt en walgt er van.

Overpeinzingen

Toen ik er later over na ging denken zag ik parallellen. De film raakte me op meerdere manieren. Ook persoonlijk.

Als je in judo een hogere dangraad behaald, dan wordt de druk steeds hoger. Je krijgt meer verantwoordelijkheid en andere mensen hebben meer verwachtingen. Hierdoor ervaar ik soms een drukkend gevoel. Dat gekoppeld aan perfectionisme en de angst dat ik mezelf niet langer kan verbeteren, maakt me soms ook ongelukkig.

Dan verlang ik terug naar mijn zorgloze jonge jaren dat ik volledig opging in judo. Puur en anoniem zonder verwachtingen. Lange periodes blessurevrij en een onuitputbare energie. Niet bezig met randzaken.

Gelukkig kan ik nu beter relativeren. Ik ga lekker de tatami op, beschouw de anderen als vrienden en ga samen trainen. Vechtkunsten moeten in mijn ogen verbroederen. We zijn allemaal een. Ik hoef niets te bewijzen aan mezelf en anderen. Alleen genieten van judo en zoeken naar verbetering.

Soms voel ik ook dat het moeilijker wordt om mezelf te overtreffen. Dat is bijvoorbeeld de reden dat ik zo graag Braziliaans jiujitsu beoefen. Daar leer ik nog zoveel en kan ik nog elke keer grote stappen maken. In judo kost het veel inspanning en gaat het met kleine muizenstapjes. Zoeken in de kleine details. De wet van de verminderde meeropbrengst.

Krachtige, elegante bewegingen

De meest bijzondere overpeinzing vind ik dat bewegingen naast krachtig en elegant een bepaalde spiritualiteit kunnen omvatten. De bewegingen van Sergei Polunin maken een bepaalde passie en emotie los. Een zijn met de beweging en het moment. Het ervaren van eenheid.

Misschien is dat wel een van de belangrijkste drijfveren voor mijn judo. Zoeken naar de perfectie van een beweging en daarmee af en toe transcendentie ervaren. Emoties verwerken en losmaken. Bij mezelf en anderen.

Mijn interesse in Judo, wat mij fascineert, is Beweging, en terwijl het einde van Beweging altijd abstract en uitsluitend spiritueel is, kan het worden gecombineerd met passie en de emotie van het moment.Yves Klein

Het gaat bij mij meestal niet om winnen of anderen verslaan. Nee, het ervaren van een prachtige beweging. Lichaamsbeheersing. Een worden met de beweging. Een moment van rust ervaren. Het rekken van tijd en ruimte. Passie. Emotie.

Yves Klein verwoorde het heel mooi: “Judo is, in feite, de ontdekking van een spirituele ruimte door het menselijk lichaam.”

Trainen voor krijgskunsten in de vakantie

In de vakantie heb je vaak meer vrije tijd. Helaas gaan veel (judo)scholen dicht of hebben een aangepast rooster. Voor mensen zoals ik een ramp. Je kunt de tijd misschien wel nuttig besteden, maar mist toch het trainen.

Gelukkig train ik tegenwoordig bij judo en Braziliaans jiujitsu verenigingen die gewoon trainen in de vakantie. Als kind werd ik helemaal gek in de vakantie toen de training echt nog zes weken stopte.

Daarom is deze blog een paar tips wat je kunt doen in de vakantie om lichaam en geest te blijven ontwikkelen, zodat je niet stilstaat en nog beter terugkomt van de vakantie. De tips zijn voor zowel jeugd als volwassenen. Helemaal leuk als je sommige activiteiten samen doet!

Herstellen

De vakantie is natuurlijk een prima moment om te herstellen. Ik gebruik hier bewust niet het woord ‘rusten’. Rust is een belangrijk onderdeel van herstellen, maar herstellen kan ook op andere manieren.

Gebruik de vakantie eens voor een bezoek aan een sportmasseur. Ik heb in de vakantie een extra behandeling bij de chiropractor genomen. Ook ga ik vaker lekker ontspannend uiteten of met vrienden weg. Plan zaken waar je normaal niet aan toekomt of te weinig doet.

Soms is het lekker om een of meerdere weken helemaal niet te trainen, zodat kleine blessures kunnen herstellen. Als trainen mogelijk is waarbij de blessure volledig wordt ontzien is dat natuurlijk wel een optie, bijvoorbeeld ju-no-kata op het strand. Ik heb vaak dat ik na een korte herstelperiode sterker op de tatami terugkom en mijn geest meer openstaat voor nieuwe ideeën.

Het is soms lekker om even minder aan trainen te denken. Na een paar dagen herstel verlang ik elke dag meer naar de training. Het is een mooi moment om bewust te worden van wat krijgskunsten voor mij betekenen en daar dankbaar voor te zijn.

Yoga

Sinds een paar maanden kan ik yoga volgen via mijn werk. Ik merk dat het een positief effect heeft op mijn lenigheid en herstel na trainingen en sommige ‘poses’ vereisen veel balans. Allemaal positieve kwaliteiten voor krijgskunsten.

Er zijn verschillende vormen van yoga. Sommige yoga-vormen zijn zweverig en andere vormen heel praktisch. Sommige stijlen zijn heel rustig, terwijl andere stijlen inspannend zijn. Iedereen kan zelf ontdekken wat prettig is voor hem of haar via een paar proeflessen.

Ik heb ook de website Yoga for BJJ (Engels) leren kennen via een paar vrienden. Dit kun je eerst proberen als je niet direct naar een yogaklas wilt. Een introductie is gratis beschikbaar. De website is gericht op Braziliaans jiujitsu, maar instructeur Sebastian Brosche heeft lang judo beoefend.

Cross training

Kun je de krijgskunsten echt niet loslaten? Dan kun je natuurlijk op musha shugyō. Ik leer altijd enorm door het beoefenen van andere stijlen (cross training). In de vakantie heb ik extra tijd besteed aan het trainen bij verschillende leraren.

Je zou kunnen kijken bij Braziliaans jiujitsu, iaidō, sambo of bijvoorbeeld een stijl van (kick)boksen. Jigorō Kanō was ook geïnteresseerd in het bestuderen van andere stijlen.

Ik vond het bijvoorbeeld erg leerzaam om een echt zwaard te trekken, want op de manier zoals ik dat vroeger deed in het Kōdōkan kime-no-kata met de bokken kan helemaal niet. Daarnaast wordt mijn ne-waza steeds veelzijdiger door het beoefenen van Braziliaan jiujitsu.

Wil je liever op jouw ‘eigen’ krijgskunst focussen? Dan kun je in overleg bij een andere leraar meekijken en je kunt eens een andere tactiek toepassen tijdens de training. Bij judo maak ik bijvoorbeeld graag armklemmen. Tijdens de vakantie had ik als doel gesteld alleen naar verwurgingen toe te werken. Het leuke is dat je jezelf uitdaagt om op een andere manier te trainen, hopelijk net buiten je ‘comfort zone’.

Lees meer in mijn blog Pelgrimstocht van een judoka.

Klimmen en boulderen

Slackline
Voorbeeld van een slackline.

In de vakantie heb ik geklommen op een klimwand, waar je ook kon boulderen en balanceren op een slackline. Dit is geweldig om op een andere manier met balanstechniek en kracht bezig te zijn. Probeer maar eens met zo min mogelijk inspanning (seiryoku zen’yō) een parcours af te leggen! Mentaal kan het zwaar zijn om door te gaan als je spieren verzuren. Goed voor de ontwikkeling van lichaam en geest.

Het is ook supergoed voor je ‘grips’. Je ontwikkelt enorm veelzijdige, stevige houvast met je handpalm, vingers en duimen. Vooral als je half ondersteboven hangt en je benen niet goed kunt gebruiken als afzet! Een stevige grip is geweldig voor een goede kumi-kata in het judo.

Lezen

In de vakantie lees ik veel. Het is een goede manier voor het ontwikkelen van de geest. Je kunt van alles lezen, waardoor je budo beter kunt toepassen op de tatami en in het dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan het boek Mind over Muscle van Jigorō Kanō, verplichte kost voor elke judoka.

StuderenUiteraard kun je ook boeken over kata en techniek bestuderen, zoals Judo Formal Techniques en Jiu-jitsu University. Voor de ontwikkeling zijn het beste boeken die aanzetten tot denken of actie, bijvoorbeeld boeken over filosofie. Een aanrader is Nietzsche als opvoeder.

Zelfhulpboeken kunnen nuttig zijn als ze aanzetten tot handelen. Deze vakantie heb ik Helweek gelezen. Een boek dat je uitdaagt een week diep te gaan om doelen te bereiken. Ik weet niet of ik de ideeën in het boek volledig ondersteun. Dat wil ik uitvinden door een helweek te plannen binnen twee maanden, zodat ik uit ervaring kan spreken.

Mijn belangrijkste punt is dat boeken goed voor de ontwikkeling zijn als je er actief mee bezig aan de slag gaat. Pas dan leidt het tot mentale of lichamelijke ontwikkeling. Als je passief leest, past dit meer onder herstellen.

Mediteren

Mediteren is goed voor het bewustzijn. De voordelen van mediteren zijn groot. Het is goed voor de ademhaling en ruggengraat. De geest kan er meer ‘open’ van worden en je kunt je beter concentreren.

Sommige mensen krijgen zweverige beelden bij meditatie, maar het kan heel praktisch zijn. Net als bij yoga heb je veel verschillende vormen en kun je proberen wat het beste bij jou past. Alleen door te doen, kun je ervaren wat het voor jou betekent.

Ik heb goede ervaringen met zen bij Raoul Destrée. Hij heeft een beginnerscursus in Den Haag van 12 of 16 lessen. Als je naast de lessen zelf regelmatig thuis mediteert, heb je na deze cursus een eerste indruk van meditatie.

Trouwens is het goed om regelmatig te mediteren, niet alleen tijdens de vakanties. Lees mijn blog over Mokuso, als meditatie je aanspreekt.

Fitness

Een beetje een climax. In de vakantie kun je natuurlijk prima extra fitnessen met cardio- en krachttraining. Let hierbij op dat je het wel onder goede begeleiding doet, zodat je jezelf niet overbelast. Over verantwoord trainen kun je veel lezen op de website Eigen Kracht.

Ik hoor veel over Crossfit als aanvullende training voor Braziliaans jiujitsu. Hier heb ik zelf weinig ervaring mee. Ik heb gelezen dat het risico op blessures door overbelasting en slechte techniek groter is, dankzij de grote inspanning en variatie in oefeningen. Zorg dus voor een goede trainer en let goed op jezelf en anderen.

Reizen

Last but not least, in de vakantie kun je natuurlijk de wereld over. Reizen maakt je wereld groter en is het een voordeel dat je het kunt combineren met alle bovenstaande activiteiten.

Reizen is fataal voor vooroordelen, onzin en tunnelvisie.Mark Twain

In mijn eigen reizen heb ik veel geleerd. Japan heeft mij veel geleerd over de cultuur waar veel traditionele krijgskunsten uit zijn ontstaan en ik heb er getraind onder leiding van judoexperts.

Ik heb ook zenretraites gevolgd in een klooster in België waar ik heel veel over mijzelf heb geleerd. In Ierland heb ik meerdere malen lesgegeven aan grote groepen in het Engels, waardoor mijn taalvaardigheden zijn verbeterd. De mogelijkheden met reizen zijn eindeloos.

Deze vakantie lees ik het boek van Christian Graugart, beter bekend als de BJJ Globetrotter. Dat is een inspirerend voorbeeld van een musha shugyō, waarin hij gedurende een paar maanden in vele landen reist en lesgeeft in Braziliaans jiujitsu. Het boek is gratis te downloaden en een echte aanrader.

Tot slot

Sebastiaan Fransen en Mount FujiIn de vakantie kan ik altijd heerlijk herstellen, lichaam en geest, door bovenstaande activiteiten. Ik kan lekker variëren, waardoor ik word geprikkeld te groeien.

Het is ook een moment om terug te kijken op wat ik hebt bereikt en nieuwe doelen te stellen voor de komende periode, zodat ik bewust bezig ben met mijn ontwikkeling.

Wat betekent vakantie voor jou? Wat doe je dan het liefst? Helemaal niet trainen of juist extra? Wat moet volgens jou echt worden toegevoegd aan het bovenstaande lijstje. Heeft iemand ervaring met surfen?

Fout!

Van de week las ik ergens een prachtig verhaal. Een verhaal waardoor ik kritisch naar mezelf keek en mogelijkheden voor verbetering zag. Mijn streven blijft namelijk jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf. Het verhaal gaat over een juffrouw die haar klas de tafel van 9 leert.

Een juf staat voor haar klas en schrijft het volgende op:
1 x 9 = 7
2 x 9 = 18
3 x 9 = 27
4 x 9 = 36
5 x 9 = 45
6 x 9 = 54
7 x 9 = 63
8 x 9 = 72
9 x 9 = 81
10 x 9 = 90

Alle kinderen in de klas beginnen te lachen. De juf laat de kinderen lachen en vraagt aan een van haar leerlingen waarom ze moest lachen. Het kind antwoordt: “Juf, u heeft een fout gemaakt! De eerste som is fout.”

Daarna kijkt de juf de klas serieus aan. “De fout in de eerste regel heb ik bewust gemaakt om jullie iets te leren over de wereld. Ik schreef negen keer de goede uitkomst op, niemand van jullie erkende me daarvoor. Ik maakte een fout, en dat is wat jullie onthielden en om moesten lachen. Dus dit is mijn les: de wereld kijkt niet naar alles wat je goed doet, al doe je dat honderden keren. Waar de aandacht naar uitgaat is wat je verkeerd doet, over het hoofd ziet of ‘fout’ doet.”

Uit het verhaal heb ik twee wijze levenslessen kunnen halen. Als jullie er nog andere mooie lessen uithalen, laat ze vooral achter in de reacties. Hieronder de wijze lessen die ik eruit heb gehaald.

Positieve communicatie

De eerste les is vooral gericht op mijn communicatie met anderen. Ik ben een perfectionist in sommige opzichten. Als ik kata of waza bestudeer, dan zie ik altijd wel een detail wat beter kan. Wat ik vervolgens graag benoem.

Als ik mijzelf bekritiseer in mijn hoofd, ken ik mezelf langer dan vandaag. De feedback kan ik op de juiste waarde schatten en goed verwerken. Ongeacht of die positief of negatief wordt gedacht. Ik weet dat er ook een hoop goed is en dat neem ik voor lief zonder te benoemen.

Bob Ross
Lastiger en interessanter is mijn communicatie naar anderen. Als leraar, coach, opvoeder (lees: mens) heb je een grote invloed op de mensen die naar jou luisteren. Vooral de mensen die in mijn ogen talent hebben, wil ik nog wel eens op dezelfde manier benaderen als mezelf. Alleen de fouten benadrukken en onvoldoende benoemen wat er goed gaat.

Uit onderzoek blijkt dat vijf complimenten hetzelfde effect hebben als een negatieve opmerking. Nou geloof ik niet echt dat er een kwantificeerbare relatie bestaat tussen positieve en negatieve feedback, maar wel dat een negatieve opmerking vaak eerder wordt onthouden en een grotere impact heeft dan een compliment.

Vraag maar eens na afloop van een examen aan iemand wat er allemaal goed is gegaan en wat beter had gekund. Grote kans dat iemand vooral benoemt wat beter kon en veel harder moet nadenken wat er goed ging.

De les die ik eruit haal is om vooral gevraagd feedback te geven of als het echt waarde toevoegt voor de ander en opbouwend is. Bij het geven van feedback wil ik naast eventuele fouten, ook de positieve punten benoemen. De komende tijd ga ik onderzoeken of ik dit nog meer kan toepassen.

Het accepteren van kritiek

Daarnaast is de tweede wijze les die ik eruit haal dat je kritiek niet altijd persoonlijk moet opvatten. Het is een cliché, maar soms zegt het meer over de ander, dan over jouzelf. Bedenk daarom eerst of het opbouwende kritiek is. Zo ja, kijk dan hoe je dit kunt gebruiken om ervan te leren. Wees daarbij oprecht naar jezelf, want fouten zijn de beste leraren. Als het niet opbouwend is, laat het dan direct los.

Iemand die nog nooit een fout heeft gemaakt, heeft nooit iets nieuws geprobeerd.Albert Einstein

Sta boven de kritiek van anderen. Blijf jezelf. Luister er naar en kijk of je het kunt gebruiken voor jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf. Accepteer ook dat kritiek andere keren niet bruikbaar is en laat het los. Bovenal blijf in jezelf geloven en reflecteer ook regelmatig wat je allemaal ‘goed’ doet.

De angst om te verliezen

Eind maart werd door BJJ Delft een “in-house tournament” Braziliaans jiujitsu georganiseerd. Enthousiast had ik vroeg ingeschreven. Echter, in de opbouw naar het toernooi zocht ik in mijn hoofd naar uitwegen. Met zenuwen omgaan is niet mijn sterkste kant en de twijfels namen toe. Opgeven ging door mijn hoofd. Ik had toch kleine blessures die ik als excuus kon gebruiken?

Never quit

Ik geef niet graag op. Elke keer dat je opgeeft, wordt opgeven steeds makkelijker. Ik vond twijfel en onzekerheid daarom geen goede redenen, dus geen smoesjes voor mij.

If you quit once it becomes a habit. Never quit.Michael Jordan

Een paar dagen later stond ik zenuwachtig op de mat op te warmen voor het toernooi met een onrustig gevoel in mijn buik en een ongemakkelijk glimlachje. Ik maakte me druk over van alles: ben ik wel goed genoeg, misschien zijn mijn tegenstanders meer ervaren en wat zullen anderen denken?

BJJ Delft in-house tournamentTijdens mijn partijen is mijn hoofd onrustig. Met van alles ben ik bezig, maar niet met mijn taak op dat moment. De wedstrijdspanning zorgt ervoor dat ik niet vertrouw op mijn techniek. Ik maak op angst gebaseerde, gehaaste beslissingen. Angst om niet te verliezen, waardoor ik gespannen handel en kansen weg geef.

Helaas heb ik in mijn poule maar twee wedstrijden die elkaar kort opvolgen. Er is daardoor weinig ruimte voor bezinning voor het omgaan met de spanning en om in het toernooi te groeien. Na de twee partijen heb ik lekker naar mijn teamgenoten gekeken en begon ik met het reflecteren op mijn wedstrijden.

Geen medailles

Mijn eerste gedachte was dat het een verloren toernooi was. Geen gouden medaille gewonnen, dus geen resultaat. Toch kijk ik er nu anders naar.

Ik ben een groot fan van een complete benadering van judo, zowel randori en kata. Shiai (“elkaar testen”, contest) kan daar ook een belangrijke rol in vervullen. Dit neem ik ook mee in mijn benadering van Braziliaans jiujitsu.

Helaas wordt shiai vaak verkeerd toegepast. Het gaat om roem, tijdelijk en vergankelijk. Ik zie shiai meer als een middel voor het toepassen van de judoprincipes en het sterker maken van lichaam en geest. Het testen van elkaar om beiden beter van te worden.

Ik wil beter worden door het deelnemen aan een toernooi. Natuurlijk ga ik voor de overwinning, maar niet op brute kracht. Ik wil er van leren. Door het afgelopen toernooi heb ik meer inzicht gekregen in mezelf. Laat me daar dieper op ingaan.

Leren omgaan met spanning

Het grote voordeel van judo en Braziliaans jiujitsu is de mogelijkheid van het omgaan met spanning bij de chaos tijdens randori en shiai. Als we alleen kata trainen, zoals in sommige krijgskunsten, dan hoeft er geen spanning te zijn. Er staat veel vast in de vaste vormen, dus weinig verrassingen. Een gecontroleerde situatie.

In randori en sparren is het al moeilijker ontspannen te trainen. Het staat niet vast wat de ander gaat doen. Gelukkig is verliezen hierbij niet mogelijk, tenzij je geblesseerd raakt en/of er beiden niets van leert. Als iets mislukt, dan leer je veerkrachtig met de situatie omgaan en gaat door of begint opnieuw.

Bij shiai is de druk het grootst. Je voelt veel meer druk, want je hebt maar één kans. Vroeger op het slagveld betekende een moment van aarzeling vroeger de dood. Gelukkig is het tegenwoordig afgroeten of de ander een hand geven en terug naar de dojo voor meer training van lichaam en geest.

Een goede budoka oefent kata en randori. In het kata leer je de principes, in randori pas je ze toe. Het af en toe beoefenen van shiai kan ik iedereen aanraden. Niet voor de roem. Voor het leren omgaan met de extra spanning van slechts één kans.

True strength is not always shown through victory. Stand up, try again and display strength of heart.
Rickson Gracie

Ik was door het bewustzijn dat er maar eens kans is tijdens een shiai zeer gespannen. In plaats van bezig zijn met de optimale inzet van mijn lichaam en geest was ik alleen maar bezig met niet verliezen. Dat werkte dus contraproductief. Wat heb ik er uiteindelijk van geleerd?

Niet willen verliezen

Vroeger moest een samurai elk moment bereid zijn om te sterven. Als hij bang was voor de dood, dan was hij afgeleid. Op een slagveld moest een samurai niet bezig zijn met de dood. Hij moest volledig opgaan in het moment en optimaal handelen zonder afleidende gedachten. Leven in elke ademhaling.

In shiai is dit vergelijkbaar. Ik was bezig met niet verliezen. Daardoor was ik gespannen en aan het verzetten. Een gespannen iemand is al uit balans, lichamelijk en geestelijk. Iemand die ontspannen is, kan moeilijk uit balans worden gebracht. Dit geldt in de krijgskunsten en ook in het dagelijks leven. Uiteindelijk zijn zij hetzelfde.

Mijn doel voor het volgende toernooi is dan ook opgaan in het moment. Niet gespannen zijn en op elk moment de situatie accepteren en de best volgende actie kiezen. Vertrouwen in mezelf hebben dat ik kan omgaan met de situatie. Deze wijze lessen wil ik ook meenemen in het dagelijks leven. Leven in elke ademhaling. 

Judo, meer dan een uurtje sporten

Het is eenvoudig als uw kind overgewicht heeft, zelfvertrouwen mist of zijn energie niet kwijt kan, dan ‘stopt’ u het op judo en alle problemen worden opgelost. Als goede ouder heeft u dat voor uw kind over. Een uurtje per week in de dojo is het kind lekker aan het stoeien en binnen de kortste keren is uw zoon of dochter weer keurig op gewicht, blinkt van het zelfvertrouwen en kan zijn aandacht prima reguleren. U maakt alleen een keer per maand de contributie over en brengt elke week uw kind langs terwijl u in de kantine een kop koffie drinkt. Toch?

Lees verder Judo, meer dan een uurtje sporten

Dromen over sushi en het vinden van jouw passie

Mijn blogs laat ik meestal proeflezen door experts. Laatst kreeg ik een interessante reactie van Richard de Bijl op een blog. Hij is namelijk nog steeds bezig met het ontwikkelen van zijn judo en lesgeven op 64-jarige leeftijd.

Jiro Dreams of Sushi

Ik moest denken aan de film over Jirō Ono, Jiro Dreams of Sushi. Een prachtige documentaire over een chefkok van een restaurant in het hart van Tokio met slechts tien zitplaatsen. De man is in de film inmiddels op 85-jarige leeftijd en streeft nog steeds naar verbetering.

Jirō heeft drie Michelinsterren en voor zijn sushirestaurant moet je maanden van tevoren reserveren. Toch is hij nog altijd op zoek naar verbetering vergelijkbaar met een budoka. In Japan heet dit kaizen. Dit continue streven naar progressie leidt tot een creatief en vitaal leven. Het straalt van Jirō Ono af in deze prachtige documentaire.

Ik wil iedereen van harte aanraden eerst de film, waarbij het water in de mond loopt, te bekijken en dan pas deze blog verder te lezen. Op deze manier kun je je eigen mening vormen over de film en de prachtige verhalen van Jirō en zijn omgeving. Aan de film heb ik veel mooie ideeën overgehouden en ik wil er een paar delen. Lees verder Dromen over sushi en het vinden van jouw passie

Judoleraar of niet?

In mei 2016 jongstleden had ik een jubileum. Het was tien jaar geleden dat ik mijn diploma Jeugdjudoleider heb behaald. Sindsdien heb ik op verschillende verenigingen lesgegeven en diverse clinics verzorgd. Inmiddels ben ik ook Judoleraar-B.

Het afgelopen jaar heb ik veel nagedacht over het leraarschap. Ik zal een aantal van mijn gedachten met jullie delen. Wellicht hebben jullie hierover ook ideeën, dan hoor ik ze graag. Voor andere lezers is het wellicht inspiratie tot bezinning. Reageren kan onder deze blog of via Facebook. Lees verder Judoleraar of niet?

Talenten met smoesjes

“Het wordt een duel tussen een geniale man, eigenlijk een beetje ijdel, en een gewone man die zijn talenten tot het uiterste heeft geslepen. Niet waar?”
“Ik zou Musashi niet gewoon willen noemen.”
“Maar hij is gewoon. Dat is wat hem buitengewoon maakt. Hij is niet tevreden met vertrouwen op welke natuurlijke talenten hij dan ook mogelijk bezit. Wetende dat hij gewoon is, probeert hij altijd zichzelf te verbeteren. Niemand waardeert de pijnlijke inspanningen die hij heeft gedaan. Nu zijn jaren van training uitmonden in spectaculaire resultaten, spreekt iedereen over zijn ‘door God gegeven talent’. Dit is hoe mensen die niet hard hun best doen zichzelf geruststellen.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Bovenstaande citaat komt uit een van mijn favoriete boeken. Een roman van net geen duizend pagina’s over het leven van een samoerai die de Weg van het zwaard zoekt.

De sterke passage is voor mij een uitnodiging tot nadenken over mijn inspanningen. Het is soms gemakkelijk om iemand die iets bereikt heeft geluk of talent toe te dichten. Daarna probeer ik mezelf eerlijk de vraag te stellen, heb ik het niet ergens laten liggen?

Lees verder Talenten met smoesjes

Henk Grol. Dit is wat het is.

In mijn vorige blog over Henk Grol was ik erg kritisch over zijn ‘verslaving’ voor competitie. Ik hoopte dat hij kon genieten van zijn laatste Olympische Spelen. Ook een gouden medaille gunde ik hem van harte, echter mocht het niet zo zijn. De tweevoudige winnaar van een bronzen medaille in Londen en Beijing verloor zijn tweede partij.

Bij de uitschakeling van een Nederlandse judoka was de NOS er elke dag als de kippen bij voor een interview. Doordat de interviews snel op de wedstrijden volgden als de judoka geen medaille won, resulteerde dit in bijzondere interviews vol emotie.

Roy MeyerWe zagen een huilende Marhinde Verkerk en Noël van ’t End, een geschrokken Kim Polling die er “niet meer in kwam” en de altijd nuchtere Roy Meyer. Uiteraard was er ook een interview met Henk Grol na zijn uitschakeling.

Zijn interview kan vanuit meerdere opzichten worden bekeken. Veel van de kritiek uit mijn vorige blog bevestigt Henk namelijk in zijn interview. Echter, bekritiseren is gemakkelijk. Zeker van achter een laptop. Ik heb deze keer anders gekeken. Er waren veel positieve aspecten in dit mooie interview.

Toen ik nog een kleine jongen was en ik zag enge dingen op het nieuws, zei mijn moeder altijd: “Zoek naar de helpers. Er zijn altijd mensen die helpen.”
Fred Rogers

Henk Grol was open en eerlijk. Oprechtheid is een belangrijke deugd voor de budoka. Ik kreeg er kippenvel van. Hij zat er doorheen. Was er kapot van. Een man die zijn hele leven heeft gegeven aan één droom, ten koste van zijn lichaam en geest, en er helemaal klaar mee is. Toch nam hij de tijd voor een openhartig interview.

Ik voel mij gewoon klote. Ik heb hier mijn hele leven aan gegeven. De afgelopen vijftien jaar heb ik hier dag en nacht voor geleefd. En dat ga ik ook nooit meer doen. Fysiek en geestelijk ben ik kapot. Mijn lichaam wil ook niet meer, het is gewoon klaar.
Henk Grol

Het vergt veel zelfbeheersing om het Olympisch niveau te behalen, blijkt uit zijn woorden. Grol zegt dat hij het niet van zijn talent moest hebben en alleen op wilskracht zo ver is gekomen. Elke dag trainen voor één doel. Keihard werken onder de druk die hij zichzelf oplegde. Dat is misschien doorgeslagen en onverantwoord, maar tegelijkertijd bijzonder knap.

Het is ook bewonderenswaardig hoe Henk Grol het zoveel mogelijk bij zichzelf houdt. Niet de scheidsrechter bekritiseren voor een onterecht strafje of andere omstandigheden de schuld geven. Hij heeft een verkeerde keuze gemaakt. Alleen hij. Niemand anders. Hij gaat niet zielig lopen doen, zoals hij het zelf zegt.

Henk neemt zelf verantwoordelijkheid voor zijn acties. Jigorō Kanō zei: “Neem het initiatief in alles wat je onderneemt.” Grol doet het. Misschien zelfs wel te kritisch en hard naar zichzelf. Het voordeel is dat hij op deze manier binnen zijn cirkel van invloed blijft en geen slachtoffer is van de omstandigheden.

Zijn kritische zelfreflectie voor de camera vergt veel moed, ook een deugd van de budoka. De reflectie slaat soms een beetje door naar het negatieve. Begrijpelijk na de teleurstelling dat zijn Olympische droom over is. Het volgen van deze droom heeft ook enorme moed gevergd. Dit komt mooi naar voren in een nummer van zijn jeugdvriend Kraantje Pappie met een geweldige videoclip over Henk Grol. Nog twee deugden, eer en vriendschap.

Nu neemt Henk Grol vier maanden rust. Verdiende rust, zodat zijn lichaam en geest kan herstellen. Een moment van bezinning.

Ik ga vier maanden goed nadenken over wat ik wil. Ik ga niks doen en kijken of ik nog zin heb.
Henk Grol

Henk Grol zegt dat hij maximaal nog een jaar gaat judoën. Ik hoop dat hij nog zin heeft en dat niet letterlijk doet. Laat hem terugkijken op een bijzondere periode waarvan hij veel heeft geleerd. Nu opent een nieuwe deur. Judo, een leven lang. Verdiepen in wat judo nog meer voor iemand kan betekenen, behalve gouden medailles. Het verdiepen in alle mooie aspecten van het judo en dit overbrengen op anderen. Door het toepassen van judo in het dagelijks leven de rust vinden in de onwijs vrolijke gozer die hij is en volop genieten van het leven. Dat is wat het is.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.