Een leven lang leren

Op Internet zijn er fantastische video’s beschikbaar van bekende en ‘oudere’ budoka die nog steeds een krijgskunst beoefenen. Ik heb enorm veel respect voor deze mensen. Veel van deze budoka zijn bewonderenswaardig, omdat er zoveel beleving en toewijding vanaf straalt.

Een heel mooi voorbeeld is de onderstaande demonstratie van een kata uit de kitō-ryū door Inoue-sensei. Het is het kata waarop Jigorō Kanō zijn koshiki-no-kata baseerde. Als ik de tachtig ben gepasseerd, hoop ik dat ik nog een dergelijk mooi kata kan demonstreren.

Op bovenstaande demonstratie is veel commentaar geweest. Sommigen maakten zichzelf belachelijk door te verkondigen dat dit de slechtste uitvoering van het koshiki-no-kata ooit was. Andere kritieken waren milder.

Helaas zie je vaker dat er veel negatieve kritiek is op dergelijke demonstraties. Ik ben een enorme voorstander van feedback. Helaas is het commentaar niet altijd gericht op het verbeteren van de ander en om er samen van te leren.

Daarom probeer ik altijd als ik commentaar heb op een kata om voor mezelf de afweging te maken: is het om te leren of om de ander naar beneden te halen?

Leren is natuurlijk prima als het op een respectvolle, opbouwende manier gebeurt. De ander naar beneden halen is een slechte eigenschap, waarschijnlijk voortkomend uit angst, jaloezie of onzekerheid.

Goede feedback geven en iemand vooruit helpen is uitdagend. Het is veel eenvoudiger het budo van anderen te bekritiseren, helemaal met droge voeten langs de kant. Ik geniet liever, zoals van het bovenstaande kata.

Ook het nage-no-kata van een andere bekende Inoue, de wedstrijdjudoka, vind ik fantastisch. Er valt altijd wel iets aan te merken. Echter, ik vind het fantastisch dat zo’n begaafd judoka kennis van kata demonstreert voor een groot publiek!

In deze blog wil ik pleiten om allemaal natte voeten te blijven halen. Het is veel beter feedback geven als jezelf nog actief op de tatami staat in hoeverre de gezondheid dit toelaat. Op deze wijze ervaar je keer op keer hoe uitdagend krijgskunsten zijn.

Daarnaast is het ook motiverend voor diegene die de feedback ontvangen. Ze zien dat de diegene met kritiek niet alleen er over praten, maar ook zelf doet. Ook al is het niet perfect. Het kan daarbij prima dat door bepaalde beperkingen of een andere specialisatie iemand een bepaalde waza of kata niet langer goed kan uitvoeren en desondanks geweldige feedback geeft.

Fukuda Keiko sensei
Fukuda-sensei komt uit haar rolstoel voor het demonstreren van een techniek

Het is een geweldig voorbeeld als een budoka ondanks zijn beperkingen actief is op de mat. Een leven lang leren. Continu blijven zoeken naar kleine verbeteringen. Niet alleen dit van andere judoka verlangen. Zelf het goede voorbeeld geven. Laten zien dat je ondanks dat je ouder wordt nog steeds kan oefenen met wellicht een paar beperkingen. Daarom zijn de filmpjes van ‘veteranen’ ontzettend inspirerend!

Ondertussen roepen we allemaal zo lang we trainen: “Mada, mada.” Het is een Japanse uitdrukking en betekent zoiets als: “Nog net niet helemaal.”

Trainen voor krijgskunsten in de vakantie

In de vakantie heb je vaak meer vrije tijd. Helaas gaan veel (judo)scholen dicht of hebben een aangepast rooster. Voor mensen zoals ik een ramp. Je kunt de tijd misschien wel nuttig besteden, maar mist toch het trainen.

Gelukkig train ik tegenwoordig bij judo en Braziliaans jiujitsu verenigingen die gewoon trainen in de vakantie. Als kind werd ik helemaal gek in de vakantie toen de training echt nog zes weken stopte.

Daarom is deze blog een paar tips wat je kunt doen in de vakantie om lichaam en geest te blijven ontwikkelen, zodat je niet stilstaat en nog beter terugkomt van de vakantie. De tips zijn voor zowel jeugd als volwassenen. Helemaal leuk als je sommige activiteiten samen doet!

Herstellen

De vakantie is natuurlijk een prima moment om te herstellen. Ik gebruik hier bewust niet het woord ‘rusten’. Rust is een belangrijk onderdeel van herstellen, maar herstellen kan ook op andere manieren.

Gebruik de vakantie eens voor een bezoek aan een sportmasseur. Ik heb in de vakantie een extra behandeling bij de chiropractor genomen. Ook ga ik vaker lekker ontspannend uiteten of met vrienden weg. Plan zaken waar je normaal niet aan toekomt of te weinig doet.

Soms is het lekker om een of meerdere weken helemaal niet te trainen, zodat kleine blessures kunnen herstellen. Als trainen mogelijk is waarbij de blessure volledig wordt ontzien is dat natuurlijk wel een optie, bijvoorbeeld ju-no-kata op het strand. Ik heb vaak dat ik na een korte herstelperiode sterker op de tatami terugkom en mijn geest meer openstaat voor nieuwe ideeën.

Het is soms lekker om even minder aan trainen te denken. Na een paar dagen herstel verlang ik elke dag meer naar de training. Het is een mooi moment om bewust te worden van wat krijgskunsten voor mij betekenen en daar dankbaar voor te zijn.

Yoga

Sinds een paar maanden kan ik yoga volgen via mijn werk. Ik merk dat het een positief effect heeft op mijn lenigheid en herstel na trainingen en sommige ‘poses’ vereisen veel balans. Allemaal positieve kwaliteiten voor krijgskunsten.

Er zijn verschillende vormen van yoga. Sommige yoga-vormen zijn zweverig en andere vormen heel praktisch. Sommige stijlen zijn heel rustig, terwijl andere stijlen inspannend zijn. Iedereen kan zelf ontdekken wat prettig is voor hem of haar via een paar proeflessen.

Ik heb ook de website Yoga for BJJ (Engels) leren kennen via een paar vrienden. Dit kun je eerst proberen als je niet direct naar een yogaklas wilt. Een introductie is gratis beschikbaar. De website is gericht op Braziliaans jiujitsu, maar instructeur Sebastian Brosche heeft lang judo beoefend.

Cross training

Kun je de krijgskunsten echt niet loslaten? Dan kun je natuurlijk op musha shugyō. Ik leer altijd enorm door het beoefenen van andere stijlen (cross training). In de vakantie heb ik extra tijd besteed aan het trainen bij verschillende leraren.

Je zou kunnen kijken bij Braziliaans jiujitsu, iaidō, sambo of bijvoorbeeld een stijl van (kick)boksen. Jigorō Kanō was ook geïnteresseerd in het bestuderen van andere stijlen.

Ik vond het bijvoorbeeld erg leerzaam om een echt zwaard te trekken, want op de manier zoals ik dat vroeger deed in het Kōdōkan kime-no-kata met de bokken kan helemaal niet. Daarnaast wordt mijn ne-waza steeds veelzijdiger door het beoefenen van Braziliaan jiujitsu.

Wil je liever op jouw ‘eigen’ krijgskunst focussen? Dan kun je in overleg bij een andere leraar meekijken en je kunt eens een andere tactiek toepassen tijdens de training. Bij judo maak ik bijvoorbeeld graag armklemmen. Tijdens de vakantie had ik als doel gesteld alleen naar verwurgingen toe te werken. Het leuke is dat je jezelf uitdaagt om op een andere manier te trainen, hopelijk net buiten je ‘comfort zone’.

Lees meer in mijn blog Pelgrimstocht van een judoka.

Klimmen en boulderen

Slackline
Voorbeeld van een slackline.

In de vakantie heb ik geklommen op een klimwand, waar je ook kon boulderen en balanceren op een slackline. Dit is geweldig om op een andere manier met balanstechniek en kracht bezig te zijn. Probeer maar eens met zo min mogelijk inspanning (seiryoku zen’yō) een parcours af te leggen! Mentaal kan het zwaar zijn om door te gaan als je spieren verzuren. Goed voor de ontwikkeling van lichaam en geest.

Het is ook supergoed voor je ‘grips’. Je ontwikkelt enorm veelzijdige, stevige houvast met je handpalm, vingers en duimen. Vooral als je half ondersteboven hangt en je benen niet goed kunt gebruiken als afzet! Een stevige grip is geweldig voor een goede kumi-kata in het judo.

Lezen

In de vakantie lees ik veel. Het is een goede manier voor het ontwikkelen van de geest. Je kunt van alles lezen, waardoor je budo beter kunt toepassen op de tatami en in het dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan het boek Mind over Muscle van Jigorō Kanō, verplichte kost voor elke judoka.

StuderenUiteraard kun je ook boeken over kata en techniek bestuderen, zoals Judo Formal Techniques en Jiu-jitsu University. Voor de ontwikkeling zijn het beste boeken die aanzetten tot denken of actie, bijvoorbeeld boeken over filosofie. Een aanrader is Nietzsche als opvoeder.

Zelfhulpboeken kunnen nuttig zijn als ze aanzetten tot handelen. Deze vakantie heb ik Helweek gelezen. Een boek dat je uitdaagt een week diep te gaan om doelen te bereiken. Ik weet niet of ik de ideeën in het boek volledig ondersteun. Dat wil ik uitvinden door een helweek te plannen binnen twee maanden, zodat ik uit ervaring kan spreken.

Mijn belangrijkste punt is dat boeken goed voor de ontwikkeling zijn als je er actief mee bezig aan de slag gaat. Pas dan leidt het tot mentale of lichamelijke ontwikkeling. Als je passief leest, past dit meer onder herstellen.

Mediteren

Mediteren is goed voor het bewustzijn. De voordelen van mediteren zijn groot. Het is goed voor de ademhaling en ruggengraat. De geest kan er meer ‘open’ van worden en je kunt je beter concentreren.

Sommige mensen krijgen zweverige beelden bij meditatie, maar het kan heel praktisch zijn. Net als bij yoga heb je veel verschillende vormen en kun je proberen wat het beste bij jou past. Alleen door te doen, kun je ervaren wat het voor jou betekent.

Ik heb goede ervaringen met zen bij Raoul Destrée. Hij heeft een beginnerscursus in Den Haag van 12 of 16 lessen. Als je naast de lessen zelf regelmatig thuis mediteert, heb je na deze cursus een eerste indruk van meditatie.

Trouwens is het goed om regelmatig te mediteren, niet alleen tijdens de vakanties. Lees mijn blog over Mokuso, als meditatie je aanspreekt.

Fitness

Een beetje een climax. In de vakantie kun je natuurlijk prima extra fitnessen met cardio- en krachttraining. Let hierbij op dat je het wel onder goede begeleiding doet, zodat je jezelf niet overbelast. Over verantwoord trainen kun je veel lezen op de website Eigen Kracht.

Ik hoor veel over Crossfit als aanvullende training voor Braziliaans jiujitsu. Hier heb ik zelf weinig ervaring mee. Ik heb gelezen dat het risico op blessures door overbelasting en slechte techniek groter is, dankzij de grote inspanning en variatie in oefeningen. Zorg dus voor een goede trainer en let goed op jezelf en anderen.

Reizen

Last but not least, in de vakantie kun je natuurlijk de wereld over. Reizen maakt je wereld groter en is het een voordeel dat je het kunt combineren met alle bovenstaande activiteiten.

Reizen is fataal voor vooroordelen, onzin en tunnelvisie.Mark Twain

In mijn eigen reizen heb ik veel geleerd. Japan heeft mij veel geleerd over de cultuur waar veel traditionele krijgskunsten uit zijn ontstaan en ik heb er getraind onder leiding van judoexperts.

Ik heb ook zenretraites gevolgd in een klooster in België waar ik heel veel over mijzelf heb geleerd. In Ierland heb ik meerdere malen lesgegeven aan grote groepen in het Engels, waardoor mijn taalvaardigheden zijn verbeterd. De mogelijkheden met reizen zijn eindeloos.

Deze vakantie lees ik het boek van Christian Graugart, beter bekend als de BJJ Globetrotter. Dat is een inspirerend voorbeeld van een musha shugyō, waarin hij gedurende een paar maanden in vele landen reist en lesgeeft in Braziliaans jiujitsu. Het boek is gratis te downloaden en een echte aanrader.

Tot slot

Sebastiaan Fransen en Mount FujiIn de vakantie kan ik altijd heerlijk herstellen, lichaam en geest, door bovenstaande activiteiten. Ik kan lekker variëren, waardoor ik word geprikkeld te groeien.

Het is ook een moment om terug te kijken op wat ik hebt bereikt en nieuwe doelen te stellen voor de komende periode, zodat ik bewust bezig ben met mijn ontwikkeling.

Wat betekent vakantie voor jou? Wat doe je dan het liefst? Helemaal niet trainen of juist extra? Wat moet volgens jou echt worden toegevoegd aan het bovenstaande lijstje. Heeft iemand ervaring met surfen?

De angst om te verliezen

Eind maart werd door BJJ Delft een “in-house tournament” Braziliaans jiujitsu georganiseerd. Enthousiast had ik vroeg ingeschreven. Echter, in de opbouw naar het toernooi zocht ik in mijn hoofd naar uitwegen. Met zenuwen omgaan is niet mijn sterkste kant en de twijfels namen toe. Opgeven ging door mijn hoofd. Ik had toch kleine blessures die ik als excuus kon gebruiken?

Never quit

Ik geef niet graag op. Elke keer dat je opgeeft, wordt opgeven steeds makkelijker. Ik vond twijfel en onzekerheid daarom geen goede redenen, dus geen smoesjes voor mij.

If you quit once it becomes a habit. Never quit.Michael Jordan

Een paar dagen later stond ik zenuwachtig op de mat op te warmen voor het toernooi met een onrustig gevoel in mijn buik en een ongemakkelijk glimlachje. Ik maakte me druk over van alles: ben ik wel goed genoeg, misschien zijn mijn tegenstanders meer ervaren en wat zullen anderen denken?

BJJ Delft in-house tournamentTijdens mijn partijen is mijn hoofd onrustig. Met van alles ben ik bezig, maar niet met mijn taak op dat moment. De wedstrijdspanning zorgt ervoor dat ik niet vertrouw op mijn techniek. Ik maak op angst gebaseerde, gehaaste beslissingen. Angst om niet te verliezen, waardoor ik gespannen handel en kansen weg geef.

Helaas heb ik in mijn poule maar twee wedstrijden die elkaar kort opvolgen. Er is daardoor weinig ruimte voor bezinning voor het omgaan met de spanning en om in het toernooi te groeien. Na de twee partijen heb ik lekker naar mijn teamgenoten gekeken en begon ik met het reflecteren op mijn wedstrijden.

Geen medailles

Mijn eerste gedachte was dat het een verloren toernooi was. Geen gouden medaille gewonnen, dus geen resultaat. Toch kijk ik er nu anders naar.

Ik ben een groot fan van een complete benadering van judo, zowel randori en kata. Shiai (“elkaar testen”, contest) kan daar ook een belangrijke rol in vervullen. Dit neem ik ook mee in mijn benadering van Braziliaans jiujitsu.

Helaas wordt shiai vaak verkeerd toegepast. Het gaat om roem, tijdelijk en vergankelijk. Ik zie shiai meer als een middel voor het toepassen van de judoprincipes en het sterker maken van lichaam en geest. Het testen van elkaar om beiden beter van te worden.

Ik wil beter worden door het deelnemen aan een toernooi. Natuurlijk ga ik voor de overwinning, maar niet op brute kracht. Ik wil er van leren. Door het afgelopen toernooi heb ik meer inzicht gekregen in mezelf. Laat me daar dieper op ingaan.

Leren omgaan met spanning

Het grote voordeel van judo en Braziliaans jiujitsu is de mogelijkheid van het omgaan met spanning bij de chaos tijdens randori en shiai. Als we alleen kata trainen, zoals in sommige krijgskunsten, dan hoeft er geen spanning te zijn. Er staat veel vast in de vaste vormen, dus weinig verrassingen. Een gecontroleerde situatie.

In randori en sparren is het al moeilijker ontspannen te trainen. Het staat niet vast wat de ander gaat doen. Gelukkig is verliezen hierbij niet mogelijk, tenzij je geblesseerd raakt en/of er beiden niets van leert. Als iets mislukt, dan leer je veerkrachtig met de situatie omgaan en gaat door of begint opnieuw.

Bij shiai is de druk het grootst. Je voelt veel meer druk, want je hebt maar één kans. Vroeger op het slagveld betekende een moment van aarzeling vroeger de dood. Gelukkig is het tegenwoordig afgroeten of de ander een hand geven en terug naar de dojo voor meer training van lichaam en geest.

Een goede budoka oefent kata en randori. In het kata leer je de principes, in randori pas je ze toe. Het af en toe beoefenen van shiai kan ik iedereen aanraden. Niet voor de roem. Voor het leren omgaan met de extra spanning van slechts één kans.

True strength is not always shown through victory. Stand up, try again and display strength of heart.
Rickson Gracie

Ik was door het bewustzijn dat er maar eens kans is tijdens een shiai zeer gespannen. In plaats van bezig zijn met de optimale inzet van mijn lichaam en geest was ik alleen maar bezig met niet verliezen. Dat werkte dus contraproductief. Wat heb ik er uiteindelijk van geleerd?

Niet willen verliezen

Vroeger moest een samurai elk moment bereid zijn om te sterven. Als hij bang was voor de dood, dan was hij afgeleid. Op een slagveld moest een samurai niet bezig zijn met de dood. Hij moest volledig opgaan in het moment en optimaal handelen zonder afleidende gedachten. Leven in elke ademhaling.

In shiai is dit vergelijkbaar. Ik was bezig met niet verliezen. Daardoor was ik gespannen en aan het verzetten. Een gespannen iemand is al uit balans, lichamelijk en geestelijk. Iemand die ontspannen is, kan moeilijk uit balans worden gebracht. Dit geldt in de krijgskunsten en ook in het dagelijks leven. Uiteindelijk zijn zij hetzelfde.

Mijn doel voor het volgende toernooi is dan ook opgaan in het moment. Niet gespannen zijn en op elk moment de situatie accepteren en de best volgende actie kiezen. Vertrouwen in mezelf hebben dat ik kan omgaan met de situatie. Deze wijze lessen wil ik ook meenemen in het dagelijks leven. Leven in elke ademhaling. 

Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata

Sinds een jaar train ik Braziliaans jiujitsu. Ik beleef veel plezier aan deze nieuw uitdaging en het heeft mij weer nieuwe inzichten verschaft. Uiteraard heb ik meerdere boeken gekocht over Braziliaans jiujitsu, zoals Jiu-jitsu University van Saulo Ribeiro en Mastering the 21 Immutable Principles of Brazilian Jiu-Jitsu door Paulo Guillobel. De laatste van deze twee presenteert interessante ‘principes’ in zijn boek.

Het is complex het universum te begrijpen als je slechts een planeet bestudeerd.Miyamoto Musashi

Een van de principes is “The 7 P’s of Guard Passing”. Het bevredigde deels mijn behoefte om niet alleen maar technieken te leren, maar een grootste gemene deler te vinden. Ik heb Paulo’s model losgelaten op het katame-no-kata, dit levert interessante inzichten op. Het is geboren uit een noodzaak die ik merkte: veel judoka hebben moeite met het zinvol bestuderen van dit kata.

Lees verder Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata

Judo, meer dan een uurtje sporten

Het is eenvoudig als uw kind overgewicht heeft, zelfvertrouwen mist of zijn energie niet kwijt kan, dan ‘stopt’ u het op judo en alle problemen worden opgelost. Als goede ouder heeft u dat voor uw kind over. Een uurtje per week in de dojo is het kind lekker aan het stoeien en binnen de kortste keren is uw zoon of dochter weer keurig op gewicht, blinkt van het zelfvertrouwen en kan zijn aandacht prima reguleren. U maakt alleen een keer per maand de contributie over en brengt elke week uw kind langs terwijl u in de kantine een kop koffie drinkt. Toch?

Lees verder Judo, meer dan een uurtje sporten

Talenten met smoesjes

“Het wordt een duel tussen een geniale man, eigenlijk een beetje ijdel, en een gewone man die zijn talenten tot het uiterste heeft geslepen. Niet waar?”
“Ik zou Musashi niet gewoon willen noemen.”
“Maar hij is gewoon. Dat is wat hem buitengewoon maakt. Hij is niet tevreden met vertrouwen op welke natuurlijke talenten hij dan ook mogelijk bezit. Wetende dat hij gewoon is, probeert hij altijd zichzelf te verbeteren. Niemand waardeert de pijnlijke inspanningen die hij heeft gedaan. Nu zijn jaren van training uitmonden in spectaculaire resultaten, spreekt iedereen over zijn ‘door God gegeven talent’. Dit is hoe mensen die niet hard hun best doen zichzelf geruststellen.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Bovenstaande citaat komt uit een van mijn favoriete boeken. Een roman van net geen duizend pagina’s over het leven van een samoerai die de Weg van het zwaard zoekt.

De sterke passage is voor mij een uitnodiging tot nadenken over mijn inspanningen. Het is soms gemakkelijk om iemand die iets bereikt heeft geluk of talent toe te dichten. Daarna probeer ik mezelf eerlijk de vraag te stellen, heb ik het niet ergens laten liggen?

Lees verder Talenten met smoesjes

Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Henk Grol. Dit is wat het is.

In mijn vorige blog over Henk Grol was ik erg kritisch over zijn ‘verslaving’ voor competitie. Ik hoopte dat hij kon genieten van zijn laatste Olympische Spelen. Ook een gouden medaille gunde ik hem van harte, echter mocht het niet zo zijn. De tweevoudige winnaar van een bronzen medaille in Londen en Beijing verloor zijn tweede partij.

Bij de uitschakeling van een Nederlandse judoka was de NOS er elke dag als de kippen bij voor een interview. Doordat de interviews snel op de wedstrijden volgden als de judoka geen medaille won, resulteerde dit in bijzondere interviews vol emotie.

Roy MeyerWe zagen een huilende Marhinde Verkerk en Noël van ’t End, een geschrokken Kim Polling die er “niet meer in kwam” en de altijd nuchtere Roy Meyer. Uiteraard was er ook een interview met Henk Grol na zijn uitschakeling.

Zijn interview kan vanuit meerdere opzichten worden bekeken. Veel van de kritiek uit mijn vorige blog bevestigt Henk namelijk in zijn interview. Echter, bekritiseren is gemakkelijk. Zeker van achter een laptop. Ik heb deze keer anders gekeken. Er waren veel positieve aspecten in dit mooie interview.

Toen ik nog een kleine jongen was en ik zag enge dingen op het nieuws, zei mijn moeder altijd: “Zoek naar de helpers. Er zijn altijd mensen die helpen.”
Fred Rogers

Henk Grol was open en eerlijk. Oprechtheid is een belangrijke deugd voor de budoka. Ik kreeg er kippenvel van. Hij zat er doorheen. Was er kapot van. Een man die zijn hele leven heeft gegeven aan één droom, ten koste van zijn lichaam en geest, en er helemaal klaar mee is. Toch nam hij de tijd voor een openhartig interview.

Ik voel mij gewoon klote. Ik heb hier mijn hele leven aan gegeven. De afgelopen vijftien jaar heb ik hier dag en nacht voor geleefd. En dat ga ik ook nooit meer doen. Fysiek en geestelijk ben ik kapot. Mijn lichaam wil ook niet meer, het is gewoon klaar.
Henk Grol

Het vergt veel zelfbeheersing om het Olympisch niveau te behalen, blijkt uit zijn woorden. Grol zegt dat hij het niet van zijn talent moest hebben en alleen op wilskracht zo ver is gekomen. Elke dag trainen voor één doel. Keihard werken onder de druk die hij zichzelf oplegde. Dat is misschien doorgeslagen en onverantwoord, maar tegelijkertijd bijzonder knap.

Het is ook bewonderenswaardig hoe Henk Grol het zoveel mogelijk bij zichzelf houdt. Niet de scheidsrechter bekritiseren voor een onterecht strafje of andere omstandigheden de schuld geven. Hij heeft een verkeerde keuze gemaakt. Alleen hij. Niemand anders. Hij gaat niet zielig lopen doen, zoals hij het zelf zegt.

Henk neemt zelf verantwoordelijkheid voor zijn acties. Jigorō Kanō zei: “Neem het initiatief in alles wat je onderneemt.” Grol doet het. Misschien zelfs wel te kritisch en hard naar zichzelf. Het voordeel is dat hij op deze manier binnen zijn cirkel van invloed blijft en geen slachtoffer is van de omstandigheden.

Zijn kritische zelfreflectie voor de camera vergt veel moed, ook een deugd van de budoka. De reflectie slaat soms een beetje door naar het negatieve. Begrijpelijk na de teleurstelling dat zijn Olympische droom over is. Het volgen van deze droom heeft ook enorme moed gevergd. Dit komt mooi naar voren in een nummer van zijn jeugdvriend Kraantje Pappie met een geweldige videoclip over Henk Grol. Nog twee deugden, eer en vriendschap.

Nu neemt Henk Grol vier maanden rust. Verdiende rust, zodat zijn lichaam en geest kan herstellen. Een moment van bezinning.

Ik ga vier maanden goed nadenken over wat ik wil. Ik ga niks doen en kijken of ik nog zin heb.
Henk Grol

Henk Grol zegt dat hij maximaal nog een jaar gaat judoën. Ik hoop dat hij nog zin heeft en dat niet letterlijk doet. Laat hem terugkijken op een bijzondere periode waarvan hij veel heeft geleerd. Nu opent een nieuwe deur. Judo, een leven lang. Verdiepen in wat judo nog meer voor iemand kan betekenen, behalve gouden medailles. Het verdiepen in alle mooie aspecten van het judo en dit overbrengen op anderen. Door het toepassen van judo in het dagelijks leven de rust vinden in de onwijs vrolijke gozer die hij is en volop genieten van het leven. Dat is wat het is.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.

Uke, van natte krant tot leraar

In het judo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de begrippen tori en uke. Tori is diegene die de technieken uitvoert (‘neemt’), uke is diegene die de technieken ontvangt. Althans, zo wordt het vaak uitgelegd. Kijk eens naar de volgende uitleg van tori en uke op een belangrijke Japanse website over judo.

Strand Björn en SebastiaanAlleen op deze begrippen kun je al een filosofische discussie loslaten, want wie neemt en ontvangt? Mitesco heeft op zijn blog hiertoe een mooie aanzet gemaakt in zijn blog Torificatie van het judo. Echter, ik bewaar deze discussie voor een andere blog of voor onder het genot van een hapje en drankje.

In deze blog wil ik de ontwikkeling van uke beschrijven. We beginnen bij de uke als lijdend voorwerp, met de nadruk op lijden. We eindigen bij een hele andere uke, die mijn inziens de judoprincipes optimaal uitdraagt.

Uke is een lijdend voorwerp

Ik ken nog een tijd uit mijn beginperiode als judoka waar je een ‘loser’ was als uke. Eigenlijk hoefde een judoka geen correcte ukemi-waza (valbreken) te leren. Een goede judoka valt namelijk nooit. De nadruk lag op tori, op winnen en ‘gooien’. De uke was een natte krant, enorm passief.

Dat dit nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beide judoka was niet bij iedereen bekend. Uke leerde weinig en het risico bestond dat als hij toch een keer viel zich blesseerde. Tori zat opgescheept met een uke die niet wilde vallen, dus kon zijn waza (technieken) niet oefenen.

Gelukkig ken ik niet langer judoscholen met een dergelijke destructieve visie tegen allen principes van het judo in. Iedereen erkent dat harmonie belangrijk is in het judo.

Uke is een springveer

Helaas werd in eerste instantie het begrip harmonie verkeerd begrepen. De uke veranderde in een springveer. Tori maakte slechts een halve inzet tot een worp en uke vloog door de lucht.

Katame-no-kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéDeze uitvoering van de uke zie je nog regelmatig. Dit hoort bij het leerproces van uke. Soms werkt uke te veel mee, soms werkt uke te veel tegen. In de krijgskunsten moet je balans vinden, zo ook in de rol als uke, totdat je logisch en natuurlijk reageert.

Uiteraard is een springende uke geen wenselijke situatie. Zowel de uke als tori leren niet de judoprincipes, omdat de trainingssituatie niet gebaseerd is op de realiteit. Het is een toneelstukje, zoals helaas nog veel randori en kata worden uitgevoerd. Zoals Cichorei Kano het mooi heeft verwoord op het E-Judo Forum: “Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.”

Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.Cichorei Kano

Uke is een partner

Uiteindelijk kom je als uke hopelijk in de fase dat je een partner bent. Hierbij neemt de uke een actieve rol aan en helpt de tori niet door zichzelf in de juiste balansverstoring te plaatsen of te springen als tori de worp niet goed inzet.

De actieve rol betekent dat uke spanning op zijn lichaam (vanuit hara) heeft. Uke laat zich plaatsen en doet dit niet uit zichzelf. Continu zoekt uke naar de optimale trainingssituatie voor tori. Bijvoorbeeld door meer weerstand te bieden, naarmate de tori de judoprincipes beter beheerst.

Soms krijg ik weleens de vraag als leraar: “Ja maar, als uke niet tegenwerkt, dan werkt de techniek toch niet als uke wel tegenwerkt.” Dat is tot op zekere hoogte waar.

Echter, tori moet eerst de techniek goed beheersen. Daarvoor moet uke de kans bieden door een eenvoudige trainingssituatie te creëren. Je leert ook niet direct zonder rijinstructeur autorijden op de snelweg. Waarschijnlijk leer je eerst op een rustig parkeerterrein gasgeven en schakelen, voordat de rijinstructeur je in steeds lastigere verkeerssituaties laat oefenen.

Met judo is het niet anders. Je leert eerst de techniek toepassen zonder weerstand. Vervolgens past uke steeds meer weerstand toe. Lukt de techniek niet meer? Wellicht komt dit omdat de judoprincipes niet goed worden toegepast of omdat uke handelt met voorkennis van de oefening (tip: probeer het dan tijdens randori als uke het niet verwacht).

Na analyse kan natuurlijk ook blijken dat de techniek echt niet werkt en bepaalde openingen voor uke bevat, dan wordt het aanpassen of vergeten!

Uke is een leraar

Nog beter dan de ideale trainingssituatie creëren voor de andere judoka is het in mijn ogen als de uke zicht opstelt als leraar. De judoscholen waar dit wordt toegepast leveren vaak de beste judoka op. Iedereen is bezig met de continue verbetering van elkaar.

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.
De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.

Doordat uke continu analyseert waar tori nog kan verbeteren, kan hij daar de trainingssituatie op aanpassen en aanwijzingen geven. Dit kan bij het trainen van kata en randori.

Een voorbeeldje. Tori maakt een verwurging vanaf zijn rug en heeft geen controle met de benen. Uke ontsnapt en de verwurging lukt niet. Tori en uke gaan terug naar de beginsituatie en analyseren samen waar de controle verloren ging en hoe deze kan worden verbeterd. Hierin laat een goede uke uiteraard tori zelfontdekkend leren.

Uke leert zelf ook

De ultieme uke is een uke die zich niet alleen actief opstelt voor tori en ook een actieve houding neemt in zijn eigen ontwikkeling. Je kunt als uke zoveel leren met een actieve houding. De optimale ukemi-waza, tai-sabaki, lichaamshouding (postuur/structuur), ademhaling en de judoprincipes. Denk ook aan het filosofische ‘ontvangen’ en vertaal dit door naar het dagelijks leven.

Daarnaast kun je natuurlijk veel leren van tori. Hoe maakt tori de kuzushi (balansverstoring)? Waar zitten mogelijke openingen in de techniek? Maakt tori nieuwe technieken of voert hij technieken anders uit? Hoe past tori de judoprincipes toe? Uke zoekt continu naar verbeteringen in zijn eigen begrip van judo.

Dit is natuurlijk niet eenvoudig. Het is lastig op alles tegelijk letten. Echter, de actieve houding is belangrijk voor het toepassen van de judoprincipes. Je behaalt maximaal resultaat (seiryoku zen’yō) door geen natte krant te zijn, maar actief te werken aan de ontwikkeling van tori en jouw eigen ontwikkeling (jita kyōei & jiko no kansei).

Tot slot

Ik ben er groot voorstander van om het judo niet vanuit tori te benaderen. Uke is minimaal even belangrijk in het judo. Wellicht dat uke zelfs een grotere rol speelt in de ontwikkeling van de judoka dan de leraar en tori. Een goede uke kan enorm veel invloed hebben op de kwaliteit van een training.

Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn.Geïnspireerd door Peter Donkers

Uke moet ook voldoende aandacht krijgen tijdens de judotraining. Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn. Het is niet voor niets dat in de Kōdōkan je voor een examen het kata zowel als tori en als uke moet uitvoeren. Dit zorgt dat ook de ontwikkeling van goede uke op peil blijft en daarmee de ontwikkeling van judo.

Een goede uke zijn, is meer dan louter goed kunnen vallen. Correcte ukemi-waza is natuurlijk wel de basis, zoals ik heb gesteld in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1). Daardoor kun je vrij bewegen omdat je niet bang bent om geworpen te worden.

Een goede uke biedt daarnaast tori continu een uitdagende situatie aan. Een situatie waarin tori wordt geprikkeld om te leren en zijn grenzen te verleggen. Zodoende kan hij tori sturen naar verbetering.

Zelf is uke steeds alert op het verbeteren van zichzelf en vinden van mogelijke verbeterpunten door het analyseren van tori en zijn eigen rol in de trainingssituatie. Met als uiteindelijke doel het eigen maken en optimaal uitdragen van de judoprincipes. Ben je dan tori (nemer), uke (ontvanger) of beiden?