Concentratie en gewaarzijn

Dit is een gastblog door Marc van Heyningen. We beoefenden vroeger samen jujutsu en ik vind zijn inzichten nog altijd interessant. Ik herinner me van vroeger dat hij examen deed in de oude dojo. Allemaal mensen bewogen nerveus en excessief over de mat, terwijl Marc rustig in een hoekje in kleermakerszit zat met zijn ogen gesloten. Tegenwoordig is hij mindfulnesstrainer en coach. Het is vast geen toeval dat concentratie en gewaarzijn het onderwerp zijn van deze gastblog.


Concentratie en gewaarzijn
Over meditatie in de krijgskunst

In de mindfulnesstrainingen die ik geef starten we altijd met het oefenen van concentratie. Het is eigenlijk gewoon een vaardigheid, die door veel oefenen steeds sterker wordt. Net zoals je bijvoorbeeld naar de sportschool zou gaan om je spieren te trainen.

Deze focus of concentratie is ook nodig in de vechtkunst. Of je het nu over vroeger hebt op het slagveld, waar het je direct je leven kon kosten als je er niet bij was met je hoofd, of over het beoefenen van een vechtsport, waarbij je ook al je concentratie nodig hebt om je tegenstander te verslaan.

Focus, concentratie, met je aandacht in het hier en nu zijn, is daarmee een belangrijke kwaliteit om bij jezelf te ontwikkelen. Meditatie is een manier om dit te doen. Bijvoorbeeld door te beginnen met je gewaar te zijn van de beweging van de adem in je lichaam en elke keer dat je afgeleid raakt je aandacht hier weer terug te brengen.

Echter is er ook keerzijde aan concentratie. Het kan leiden tot tunnelvisie. Als ik te veel gefocust ben op die ene vijand, zal ik de vijand die mij van opzij of achteren benadert missen. Ook dat kan me het leven kosten. Of wanneer ik teveel gefocust ben op de beweging van die ene arm van m’n tegenstander, zal ik andere bewegingen die hij inzet missen.

Daarom is er ook zoiets nodig als ‘open gewaarzijn’, wat mijn leraar Ju Jutsu ook wel ‘metsuke’ of ‘krijgskijken’ noemde. Hierbij richt je je aandacht eigenlijk op niets specifiek en neem je als het ware alles in je omgeving tegelijk waar. Het is een open blik die je helpt om veranderingen overal rondom je sneller waar te nemen.
Concentratie - Open gewaarzijnOok dit beoefenen we in meditatie, dit keer juist door elke vorm van focus los te laten en gewoon te zien wat er voorbij komt in je ervaring: de adem, gedachten, gevoelens, geluiden, lichamelijke gewaarwordingen, beelden etc.

Je zou het eigenlijk kunnen zien als twee uiteinden van een doorlopend spectrum. Aan de ene kant concentratie, aan de andere kant open gewaarzijn. Beiden zijn nodig, en niet alleen in de vechtkunst. Zo is het heel fijn om je volledig op een probleem te kunnen concentreren om het op te kunnen lossen, terwijl het aan de andere kant soms beter kan zijn om er even afstand van te nemen en ‘out of the box’ te denken.

Het gaat dus uiteindelijk om de balans. Door beiden te trainen en te ontwikkelen, breid je als het ware je mogelijkheden uit. Je hebt meer vaardigheden ontwikkelt om met situaties om te gaan, zowel in je vechtkunstbeoefening, als in het dagelijks leven. Want is daar uiteindelijk wel zoveel verschil tussen?

En de vraag is misschien ook nog: Is het ook mogelijk om beiden tegelijk waar te nemen? Dat je je tegelijk concentreert en gewaar bent van alles om je heen?

Wat is jouw ervaring hierin?

Marc van Heyningen
Mindfulnesstrainer, coach en vechtkunstbeoefenaar

Interesse gewekt? Wil je een Mindfulnesstraining volgen of zoek je individuele training of coaching op dit gebied? Zie www.siendo.info.

Reality based self-defense en judo

Regelmatig vragen ouders van nieuwe judoka of judo een goede vorm van zelfverdediging is. Mijn eerste antwoord is meestal: “Ik adviseer eerder een schietschool.” Dat is natuurlijk geen reële optie voor een jeugdjudoka. In deze blog geef ik mijn visie op judo als zelfverdediging. Echter mijn bevindingen kunnen eenvoudig worden vertaald naar andere krijgskunsten.

Bedenk dat dit een heel complex onderwerp is, dus deze blog kan slechts een paar ideeën overdragen. Ik ben een judoka en gelukkig geen doorgewinterde ervaringsdeskundige met betrekking tot geweld. Voor het controleren van mijn denkbeelden raadpleeg ik wel regelmatig vrienden met ervaring op het gebied van realistische zelfverdediging en heb ik off- en online bronnen over dit onderwerp bestudeerd. Dit adviseer ik iedereen die reality based wil trainen. Denk altijd bij alle bronnen en deze blog aan Nietzsche: “Waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn.”

Een goede start is overigens het boek The Ultimate Guide to Reality-Based Self-Defense. De titel is kansloos en doet geen recht aan de informatieve inhoud. Echter het boek bevat vele verschillende inzichten over reality based self-defense. Op basis van dit boek kun je verder zoeken op interessante concepten gerelateerd aan realistische zelfverdediging.

“Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind”

Als we naar zelfverdediging kijken, dan is er nogal een verschil tussen pesten op school of een terroristische aanval met automatische geweren. Als je alleen hebt geoefend tegen een ongewapende tegenstander die van voren aanvalt, is het vechten met een gewapend persoon die van achteren aanvalt onbegonnen werk.

Een term die veel voor zelfverdediging wordt gebruikt om dit concept duidelijk te maken is reality based self-defense. Het idee is dat je jezelf alleen kunt verdedigen in situaties die je hebt getraind. Of zoals de beroemde zwaardvechter Musashi het verwoorde: “Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind.”

6e05ab_0ec6dc7272c34609bb26edcc523e7856.png_srz_971_508_85_22_0.50_1.20_0.00_png_srzIn dit geval schiet judo veelal tekort. In judo anticiperen we altijd op een aanval, omdat we hebben gegroet en weten dat uke gaat aanvallen. Er is geen stoot adrenaline die wel degelijk ontstaat als je onverwachts op straat wordt aangevallen. Dit heeft allemaal gevolgen, fysiek en mentaal. Denk aan de invloed van angst op de motoriek.

Heb je ook geoefend met meerdere tegenstanders? Of als je familieleden moet beschermen die geen ervaring met zelfverdediging hebben? Kun je tegen pijn? Een val op een harde ondergrond is heel anders dan een val op een zachte, verende tatami. Daarnaast kun je een stoot niet altijd weren als deze onverwachts komt. Allemaal belangrijke zaken in reality based self-defense. “Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind.”

Een geweten is iets moois

Herman van Veen zingt in een van zijn nummers: “Want een geweten is iets moois, maar als je ’t hebt, dan ben je wel ontzettend zwaar gehandicapt.” Dat is een groot ‘probleem’ voor judoka. Criminelen hebben geen geweten en spelen niet volgens regels. Dit is een generalisatie, maar je kunt bij zelfverdediging het beste van het slechtste uitgaan.

Als je als judoka niet verwacht dat een crimineel van achteren aanvalt. Fout! Je mag geen ogen uitsteken, in het kruis trappen en bijten. Fout! Een baksteen kun je niet gebruiken als wapen. Fout! Als de crimineel een mes heeft en aftikt, dan laat je los! Fout! Kijk maar eens naar het onderstaande hilarische filmpje van Bas Rutten over straatvechten.

Dit klinkt allemaal erg voor de hand liggend, maar als judoka ben je geconditioneerd met regels op basis van wederzijds respect en discipline. In een echt gevecht zijn deze hinderend. Je enige regel is: Ik moet overleven en ontsnappen.”

seiryoku zenyo jita kyoeiIn dat opzicht kun je vragen of het trainen voor zelfverdediging en judo samengaan. Het belangrijkste doel van judo is het trainen van het lichaam en verfijnen van de geest. Ondanks dat Jigorō Kanō zelfverdediging als een onderdeel van judo zag. Kun je een onvoorwaardelijke overlevingsdrift zonder regels combineren met de zachtmoedigheid van judo?

Nog een paar hiaten

Een ander hiaat in veel krijgskunsten is dat reality based self-defense zoveel meer omvat dan een paar technieken zoals worpen en armklemmen. Een hele belangrijke techniek is ontsnappen. Veel gevechten eindigen op de grond. Hoe kun je veilig opstaan zonder veel schade door trap- en stoottechnieken. Hoe vaak wordt dit getraind in de dōjō?

Sun Tzu Art of Wart Self-defense begint veel eerder dan de genoemde technieken. Het begint met observeren en onveilige situaties voorkomen. Vertrouwen op je zintuigen en het onderbuikgevoel. Toch een stukje omlopen als dit beter voelt. De beste zelfverdediging is een vermeden gevecht.

Zelfverdediging is bij een confrontatie ook heel veel psychologie. Veel criminelen gebruiken dezelfde technieken voor het benaderen van hun slachtoffer. Als je hierop voorbereid bent, kun je hierop anticiperen. Ze merken dat ze het ‘verkeerde’ slachtoffer hebben gekozen en haken af. Daarbij is het ook belangrijk dat je jouw eigen angst kunt reguleren. Hoe vaak oefenen we dit realistisch met krijgskunsten?

Scenario’s in reality based self-defense

Het trainen van scenario’s is belangrijk, zodat je de aspecten van psychologie, observeren, de-escalerend handelen en het verrassingseffect kan oefenen. Begin niet met een afgesproken aanval recht van voren. Train bijvoorbeeld dat je in gesprek bent met een tegenstander. Kijk of je het gesprek kan de-escaleren met onderhandelingstechnieken. Observeer de handelingen van de tegenstander, zijn er ‘cues’ dat hij of zij gaat aanvallen? Beslis wanneer je een aanval plaatst en vlucht.

Of kijk hoe je reageert als de tegenstander als een jack-in-the-box vanuit het niets stoot met een suckerpunch (zie het onderstaande filmpje van SPEAR door Tony Blauer). Misschien haalt de tegenstander plots een mes of geweer tevoorschijn. Oefen ook eens terwijl je met je ogen dicht begint, zodat als je je ogen opent wordt geconfronteerd met een onbekende situatie en spontaan moet reageren.

Denk ook eens aan scenario’s dat je door de tegenstanders uit een auto wordt getrokken. Of dat je buiten in de sneeuw staat met een dikke winterjas, ijsmuts en handschoenen aan. Vecht als ‘slachtoffer’ ook eens asymmetrisch. Dat wil zeggen niet een judoka tegen judoka, maar vecht tegen mesvechters, (kick)boksers of experts in krav maga (ééntje zonder gekleurde band).

Judo en reality based self-defense

Het lijkt misschien alsof judo helemaal geen voordelen biedt voor zelfverdediging. Dit is absoluut niet waar. Je traint je lichaam, vooral de core, waardoor je sterker wordt. Daarnaast is een belangrijk aspect de ‘paradox van kracht’. Wanneer je kracht hebt, hoef je dit minder vaak te gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat veel criminelen hun slachtoffers uitzoeken op basis van lichaamshouding. Als een getrainde judoka een zelfverzekerde houding heeft, rechtop loopt en contact heeft met zijn omgeving is de kans op een aanval kleiner.

Ik adviseer ouders judo als een goede basis. Veel gevechten bestaan ook uit een vorm van worstelen. De meeste worpen uit het judo zijn uiterst effectief. Kijk naar vele straatgevechten en herken de judotechnieken. judoka zijn gewend aan lichaamscontact en weten daarom niet beter. Zij hebben daardoor een voordeel ten opzicht van andere stijlen zoals kendo, boksen en sommige vormen van jujutsu. Zeker als je jezelf niet beperkt tot technieken toegestaan volgens het wedstrijdreglement. Houd hierbij ook rekening met mogelijke stoot-, slag- en traptechnieken (geven en ontvangen), zoals Jigorō Kanō adviseert.

Daarnaast is judo goed voor de opvoeding van het kind. Het trainen van lichaam en verfijnen van de geest. Ze leren over respect en discipline en het ontwikkelen van een sterk lichaam.

Vervolgens kan het kind op oudere leeftijd een keuze maken. Zich richten op een constructieve krijgskunst met belangrijke principes voor het scheppen van een betere wereld of het destructieve reality based self-defense. Zelfverdediging is zeker de moeite waard, want er is nog steeds veel geweld op straat. Echter het geweld is zo groot geworden met messen en geweren, dat vele jaren dagelijks trainen nodig is om enigszins kans te maken in een gevecht. Wil je die tijd investeren met het risico dat je tegenover vijf terroristen met een AK-47 staat?

Via Loek van Kooten ontving ik nog een prachtige Japanse anekdote uit de dramaserie Ryōmaden over het leven van Ryōma dat hierop aansluit. Het is wellicht geromantiseerd, maar het is een schitterende anekdote.

“Ryōma Sakamoto, een beroemde samurai, de grondlegger van het Japanse staatsbestel en de oprichter van de Japanse marine, was tevens een fervent kendoka. Hij trainde in de befaamde Chiba Dōjō bij meester Sadakichi Chiba. Als hij op een dag de kurofune (de enorme zwarte stoomschepen) van de Amerikanen in Japan ziet verschijnen, uit hij zijn twijfel over de zin van kendo: zijn zwaard is immers niets meer dan een speld tegen deze schepen. Daarop stuurt zijn meester hem de dōjō uit.

Als Ryōma later met nieuwe inzichten terugkeert, vraagt zijn meester hoe Ryōma de stoomschepen wil verslaan. Ryōma antwoordt: “Of ik win of verlies, wordt niet bepaald door het zwaard, maar door mijzelf.”

Ik heb de keuze gemaakt voor judo. Misschien naïef, maar ik ga liever uit van het goede in de mens. Tot nu toe is dit een goede keuze geweest, want het judo heeft mijn leven in vele opzichten verrijkt. Ik verdiep me nog wel in zelfverdediging, vooral het vermijden en de-escaleren van risicovolle situaties. Toch ben ik vooral bezig met het werken aan mezelf en daarmee aan een betere wereld. Reality based self-defense vind ik interessant, maar hopelijk hoef ik het nooit te gebruiken!

Zien jullie judo of een andere krijgskunst als een goede vorm van zelfverdediging? Heb je het weleens moeten gebruiken? Houd je rekening in jouw training met reality based self-defense?

Niet het vele is goed, maar het goede is veel

Het kan de wijsheid van een grootouder zijn of op een tegeltje staan. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel.” Ik hoorde deze uitspraak gisteravond in de auto op de radio, waar het over lekker eten ging. De stelling was dat gevarieerde voeding gezonder is, dan het volgen van alle trends en veel van hetzelfde voedingsmiddel te nuttigen. Een waarheid als een koe.

Echter jullie lezen dit blog niet voor lekkere recepten en informatie over voeding. Tenminste dat neem ik aan. Dus daarom de vraag: is deze spreuk ook van toepassing op het beoefenen van budo?

Hans Kroon

Hans Kroon is een bekende personal trainer met zijn eigen Fitnesscentrum Noord in hartje Rotterdam. Ik heb ooit via de opleiding Judotrainer-Coach-B van de Judo Bond Nederland het genoegen gehad een middag naar zijn visie te mogen luisteren.

Ik volg net als vele anderen met veel plezier de prikkelende berichten van Hans op Facebook. Hij heeft een sterke persoonlijkheid en een duidelijke visie. Iemand die de wetenschap volgt, maar soms daar dwars ertegenin gaat als zijn persoonlijke ervaring het tegendeel bewijst. Absoluut geen kuddedier.

Dat kan ook, omdat zijn resultaten voor zich spreken. Raak overtuigd door zijn eigen lichaam en de prestaties van de sporters die hij begeleidt (o.a. Marhinde Verkerk, Roy Meyer en Ron Vlaar). Als personal trainer is hij vaak verantwoordelijk voor de fysieke training. Hij heeft ook veel aandacht voor herstel, voeding en motivatie. Komen we toch weer op goede voeding uit!

Geen kunstjes

Dit was even een kort uitstapje naar Hans Kroon, omdat het zeker de moeite waard is hem te volgen op Facebook. Echter het gaat mij om een plaatje met de volgende tekst dat ik op zijn Facebook las, de aanleiding van deze blog. Het is Cristanio Ronaldo over Paul Scholes.

Niet het vele is goed, maar het goede is veel“Toen we aan het trainen waren, deed ik veel trucs die bijna niemand binnen de club kon. Op een dag toonde ik ze aan Scholes, waarna hij de bal pakte. Hij wees naar een boom, vijftig meter verderop. Scholes zei dat hij de boom in één keer ging raken. Hij schoot en raakte de boom. Hij vroeg mij hetzelfde te doen. Ik schoot wel tien keer, maar kon de bal niet raken met die precisie. Hij glimlachte en vertrok…”

Hans Kroon relateerde dit aan krachttraining. Ik moest natuurlijk aan budo denken. Ik weet als klein jochie nog dat ik elke week een nieuwe techniek van de sensei verwachtte. De ō-soto-gari en seoi-nage kon ik als gele band echt wel.

Niet het vele is goed, maar het goede is veel

Inmiddels weet ik wel beter. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel. Het gaat niet om veel technieken redelijk kunnen uitvoeren, maar een paar technieken bijna perfect kunnen uitvoeren. Een bekend plaatje zegt: “Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.”

Niet het vele is goed, maar het goede is veelEn daar ligt de crux. Je kunt beter werken aan het perfectioneren van een paar (basis)technieken, dan elke week een nieuwe ‘truc’ aanleren. Als je hierbij snel verveeld raakt, dan beschik je niet over voldoende doorzettingsvermogen of je traint op een saaie manier.

Perfectioneren van techniek

Het perfectioneren wil inderdaad zeggen dat een techniek veel wordt gerepeteerd, maar niet zonder beleving. Door het leggen van de juiste accenten zijn deze trainingen uiterst effectief en interessant. Denk bijvoorbeeld bij de eerder genoemde ō-soto-gari aan het werpen vanuit verschillende richtingen met verschillende kuzushi (balansverstoring), de plaatsing van de standbeen en de hoek ten opzichte van uke.

Het doel hierbij is veelzijdig trainen met veel variatie in de oefening (random practice) in plaats van eindeloos repeteren (block practice). Zodoende kan de judoka de onderliggende principes van de techniek eigen maken. Door veelzijdig trainen met veel variatie en het doorgronden van de principes, kan de techniek in veel verschillende situaties worden toegepast.

Dit betekend dat de techniek minder afhankelijk wordt van de omstandigheden, zoals de precieze positie van uke. Ook kan tori improviseren als er een nieuwe, onbekende situatie ontstaat. De judoka is namelijk niet afhankelijk van de techniek, maar kan de onderliggende principes toepassen. Door het focussen op een aantal basistechnieken gaat de handelingssnelheid van deze technieken omhoog en wordt onbedoelde variatie in technieken kleiner. De kans op het slagen van een techniek is daardoor groter.

Ik heb het geluk dat ik sensei heb met aandacht voor de inhoud, niet zozeer de vorm. Zij kunnen in een training eindeloos bezig zijn met één techniek door het aanleren, herhalen en verfijnen van de basistechnieken en -principes. Vervolgens wordt de techniek met veel variatie in aanbiedingsvormen behandeld. Het accent ligt altijd op de basisprincipes (kumi-kata, tsukuri, kuzushi, kake). De vorm wordt meestal vanzelf beter als je de inhoud (basisprincipes) begrijpt.

Nog meer variatie

Armocks van Neil AdamsBen je echt een expert of meester in het judo, dan kun je nog meer variëren met technieken. Experts zien tijdens het uitvoeren van een techniek allemaal schakels voor vervolgtechnieken, zoals overnames, combinaties en transities naar ne-waza. Je ziet verschillende paden en weet waar deze paden naartoe leiden, als een schaker die het spel vooruitdenkt en doorziet. Door het veelzijdig en gevarieerd trainen wordt de judoka de technieken echt meester.

Dit principe komt heel mooi naar voren in het boek Armlocks van Neil Adams. Daarin laat deze topjudoka allerlei varianten zien op zijn ude-hishigi-jūji-gatame, waarmee hij vele wedstrijden heeft gewonnen. Afhankelijk van de reactie van uke kan hij van zijn ude-hishigi-jūji-gatame naar een andere armklem, verwurging of houdgreep.

Niet te hard trainen

De uitspraak geldt ook voor de trainingen. “Niet het vele is goed, maar het goede is veel.Je kunt beter kort en effectief trainen, dan heel lang een beetje aanrommelen. Dat is natuurlijk volledig in lijn met het belangrijke judoprincipe seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning.

Over effectief trainen kan ik nog een hele blog schrijven, dus ik heb besloten hier nu niet op in te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het plannen van trainingen in plaats van judoka die hun lot volledig in de handen van de sensei leggen.

Slotwoord

Vertrouw niet op ‘trucjes’ die je een keer hebt geoefend. Focus je op het perfectioneren van de basistechnieken en –principes. Daar kun je vervolgens op verder bouwen. Zorg dat je een expert wordt, doordat je een techniek veelzijdig en gevarieerd traint. Je kunt dan elke techniek verbinden met vele andere technieken en ze in diverse situaties toepassen omdat je de onderliggende principes beheerst. Uiteindelijk denk je zelfs niet meer in technieken, zoals beschreven in Beschermen, kapotmaken en verlaten.

De uitspraken “Niet het vele is goed, maar het goede is veel en “Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent” vormen dan ook een belangrijke inspiratie voor de training. Het sluit naadloos aan op seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning.

 

De promotie van kata

Komend weekend staan de IJF KATA World Championships 2015 op het programma. Nederland heeft dit jaar de eer om dit kampioenschap te organiseren in Amsterdam. De wedstrijden in kata leveren een belangrijke bijdrage aan haar populariteit, maar er valt nog veel winst te behalen. In dit artikel wil ik op basis van het AIDA-model analyseren of we het kata beter kunnen ‘verkopen’.

Kata is samen met randori een enorm belangrijke pijler van het judo. Daarom vind ik het goed dat de kampioenschappen WK Kata worden gecombineerd met de WK Veteranen. Omdat kata belangrijk is voor het judo en veel voordelen biedt heeft het de voorkeur dat alle judoka in aanraking komen met kata.

Kata is een belangrijke pijler van judo

Over het nut van kata voor het bestuderen van judo kan heel veel geschreven worden. In dit artikel wil ik daar niet op focussen, maar een korte toelichting is noodzakelijk. Jigoro Kano, bedenker van het judo, noemt in zijn boek Mind over Muscle kata de grammatica van het judo.

“Daarom gebruiken we twee manieren van onderricht: kata (vorm) en randori (vrije oefening). Toen ik de Kodokan oprichtte, ontwikkelde ik een methode die de nadruk legde op randori en waarbij kata op een hele vanzelfsprekende manier aan de orde kwam tijdens de randorioefening. Het is zoiets als een opstel leren schrijven zonder grammaticaboek, of de grammaticaregels aanleren tijdens het schrijven van een opstel. In de tijd dat er maar een paar mensen deelnamen aan de training was dat niet zo’n probleem, maar toen er steeds meer beginners op de mat kwamen, werd het onmogelijk om kata tijdens randori te leren.”
Vertaling door Mitesco.

Voor het optimaal leren van judo zijn kata en randori nodig. Het kata kan judoka ontzettend veel inzicht bieden. Het geeft bijvoorbeeld het concept kuzushi (balansverstoring) heel duidelijk weer. Hierdoor kan de judoka dit concept ook in randori beter toepassen. Het is niet voor niets dat ook wedstrijdjudoka in Japan tijd besteden aan katastudie.

Het AIDA-model

AIDA-Model
© bsmedia.nl

Het AIDA-model is een model dat in de marketing wordt gebruikt. Het model is niet allesomvattend, maar juist door zijn eenvoud toepasbaar. Volgens het model zijn voor marketing de volgende onderwerpen belangrijk:

  • Attention: de aandacht trekken voor het product
  • Interest: positieve aspecten benadrukken
  • Desire: een verlangen of voorkeur creëren
  • Action: aanzetten tot actie

Attention

Op dit moment komen judoka steeds eerder in aanraking met kata. Vroeger werd kata pas aangeleerd aan judoka vlak voor het danexamen. Nu komen door demonstraties, wedstrijden en seminars judoka eerder in aanraking met kata en er is er veel meer informatie over kata beschikbaar via bijvoorbeeld de boeken op de website van de Kodokan en YouTube. Daarnaast zijn nu meer judoleraren bekend met kata, waardoor er aandacht aan wordt besteed in reguliere trainingen.

Als de aandacht van de judoka is getrokken, kunnen de positieve aspecten van kata worden benadrukt.

Interest

Vroeger werd kata ‘verkocht’ als een noodzakelijk kwaad voor het danexamen. Ergens op een klein hoekje van de mat mochten judoka zelf aan de hand van een boekje studeren. Het is niet vreemd dat judoka op deze manier niet warmlopen voor kata.

Kata kanji
Kanji voor kata

Gelukkig zijn meer judoleraren geschoold in kata en kunnen zij het beter uitdragen naar hun leerlingen. Zij kunnen de voordelen en de samenhang tussen kata en randori uitleggen. Veel judoleraren zien nu in dat kata een belangrijke bijdrage levert aan het technische fundament van de judoka, maar ook op lichamelijk, mentaal en spiritueel vlak.

Als judoleraren het kata op een positieve manier brengen, raken judoka eerder geïnteresseerd. De leraren kunnen benadrukken hoe interessant het is en dat het judo van de judoka er zeker vooruit op gaat. Het is niet langer iets dat moet, maar iets dat leuk en nuttig is. Deze belofte kan zeker waar worden gemaakt door een goede judoleraar. Hij of zij kan het kata op een boeiende en inspirerende wijze brengen.

Echter de judoka moet niet alleen interesse hebben, maar het verlangen krijgen naar het bestuderen van kata.

Desire

De interesse moet verder worden omgezet in verlangen, zodat de judoka het  kata wil bestuderen. Dit kan het beste doordat de judoka inziet waarom voor hem/haar persoonlijk het kata nuttig is. Dit kan voor iedereen anders zijn.

Voor een oudere judoka kan de verdieping in het judo en het lagere risico op blessures worden benadrukt. Voor een jeugdjudoka kan het als een leuke manier van judo worden gebracht. Er zijn bijvoorbeeld succesvolle experimenten met kata voor de jeugd, waarbij op een laagdrempelige manier kennis kan worden gemaakt met kata.

Ook voor wedstrijdjudoka is het kata een verrijking. Bij nage-no-kata worden alle technieken links en rechts uitgeoefend, waardoor het lichaam minder eenzijdig wordt getraind zoals bij veel wedstrijdjudoka het geval is. Ik ken ook wedstrijdjudoka die het ju-no-kata bestuderen voor meer inzicht in het meegaan in aanvallen en het principe van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning). Dit vertaalt zich in betere technieken, omdat ze meer inzicht hebben gekregen in balansverstoring en dit ook kunnen toepassen in wedstrijden.

Als de judoka kennis wil maken met kata, kan dit verlangen worden benut. De judoka wordt tot actie aangezet.

Action

Op dit moment is het doel dat de judoka kata gaat beoefenen. De beloftes moeten worden waargemaakt. Dit kan door de judoka op een leuke manier kennis te laten maken met kata, bijvoorbeeld door aandacht voor kata in de trainingen of een seminar. Er zijn ontelbare mogelijkheden. Een paar voorbeelden:

  • Nederland staat bekend om het gebruik van een spelenderwijs methodische opbouw voor het aanleren van judotechnieken. Leuke methodieken kunnen ook worden gebruikt voor het aanleren van kata. Begin dus niet met het uitleggen van het kata, maar met het aanbieden van leuke oefenvormen en bouw het langzaam op.
  • Varieer met het aanbieden van kata. Leuke vormen zijn: slow motion, fast motion, less is more (overbodige handelingen weglaten), uke mag weerstand bieden, uke varieert de intensiteit en snelheid van aanvallen, etc.
  • Leg de link tussen randori en kata. Een mooi voorbeeld heb ik geleerd van Richard de Bijl. Hij legt uit dat tsugi-ashi (zie onderstaande video rond 0:50) in het kata een rare manier van lopen lijkt. Echter als vervolgens twee judoka een randori maken, zie je ook dat de judoka vaak één voet voorhouden tijdens het verplaatsen over de mat. Ook kunnen vormen uit het kata worden gebruikt voor het aanleren van technieken, waarna ze direct worden toegepast in randori.

De bovenstaande lijst met voorbeelden kan nog veel verder worden uitgebreid. Ik weet zeker dat het kata voor alle judoka op een leuke en nuttige manier kan worden aangeboden, zodat de judoka het leuk vinden. Op deze wijze bestuderen de judoka dan geen kata, omdat het moet voor een danexamen of wedstrijd. Zij beoefenen het omdat het meerwaarde biedt voor hun judo en ook aantrekkelijk is. Ik heb meerdere kata clinics georganiseerd, gegeven en bijgewoond en vele geïnteresseerde judoka’s leren kennen. Van oud tot jong waren de judoka enthousiast.

Overigens staat op deze blog ook een artikel over De fasen van katastudie. Dit artikel sluit met fase I prima aan op de bovenstaande informatie.

Tot slot

Hopelijk is de Nederlandse selectie zeer succesvol tijdens de IJF KATA World Championships komend weekend in Amsterdam en levert dit weer veel aandacht op voor kata. Maar nog veel meer wens ik dat wij judoka het kata de plek geven die het verdiend binnen het judo en het gebruiken als belangrijk studiehulpmiddel in het verbeteren van lichaam en geest. Als wij judoka en judoleraren bewuster zijn van de unieke kwaliteiten van kata, kunnen we dit beter uitdragen. Op deze wijze kunnen kata en randori elkaar aanvullen, zoals Jigoro Kano dit heeft bedacht. Hopelijk kan dit artikel hier een bijdrage aan leveren.

 

 

Mokuso

Ik begin en eindig mijn budotrainingen met mokuso. Het is Japans voor “gedachten stil maken”. Het wordt ook vertaald als “meditatie”. Zoals met meerdere termen in budo dekt dit maar half de lading. Mokuso is in mijn ogen een enorm belangrijk onderdeel van budotraining.

Schakelaar

Vooral de eerste keer zijn sommige mensen een beetje nerveus of lacherig tijdens mokuso. Dat is natuurlijk niet vreemd. In Japan is het de normaalste zaak van de wereld, maar in het Westen kom je zelden in aanraking met meditatie. Daarnaast wordt het vaak gebracht als iets heel mystieks of speciaals.

Eigenlijk is het niets bijzonders. Het is een soort schakelaar. Voor de training dient mokuso om lichaam en geest voor te bereiden op de training. We proberen ons (huis)werk, zorgen en verlangens los te laten, zodat we met volledige focus kunnen trainen. Aan het eind van de training dient het als moment om weer terug te schakelen naar het dagelijks leven. Het is een overgangsperiode tussen het dagelijks leven en training en omgekeerd.

Mokuso zorgt daarmee voor een effectievere training door het aanbrengen van focus. Dit is ook toepasbaar in het dagelijks leven. Tussen verschillende activiteiten even een kort moment van rust nemen, zodat je vorige taak is afgerond en je volledig kan focussen op de nieuwe taak.

Roze olifant

MokusoWat houdt mokuso dan precies in? Meestal wordt aan het begin en eind van de training alle budoka opgesteld in geknielde zit. Vaak roept de leraar of een leerling mokuso en wordt het rustig. Na een tijd roept dezelfde persoon yame (einde) en is de sessie afgelopen. Tijdens de sessie zit je geconcentreerd met een buikademhaling, maar waar denk je aan?

Misschien kennen jullie het voorbeeld van de roze olifant. De trainer zegt: “denk niet aan een roze olifant”. Het gevolg is dat iedereen automatisch denkt aan een roze olifant. Hetzelfde geldt voor “denk aan niets”. Het is bijna onmogelijk.

Daarom geef ik bij mokuso liever de opdracht “luister hoe druk of rustig het is in jouw hoofd”. Mensen worden dan bewuster van hun gedachten. Vaak als je luistert naar jouw gedachten zonder oordeel, wordt het rustiger in jouw hoofd. Zeker als je vaker oefent, laat je gedachten steeds eenvoudiger los.

Ichi-go; ichi-e

Dave Lowry spreekt in zijn boek “In The Dojo” nog over een andere methode voor mokuso. Hij refereert naar het gezegde “Ichi-go; ichi-e” uit het chado (theeceremonie). Het betekent “één moment; één kans”. Alles in het leven maak je maar één keer mee, want het volgende moment ben jij veranderd en is de situatie anders. Uiteraard geldt dit ook voor trainingen. Daar wil je dus het beste uithalen.

Tijdens mokuso aan het begin van de training stel je de vraag heb ik vandaag van alle momenten voor de training het beste gemaakt? Na de training stel je de vraag, heb ik het beste van de training gemaakt? Als je dit niet gedaan hebt, is het volgende moment of training een nieuwe kans om er het beste uit te halen.

Wellicht worden je gedachten hier niet rustiger van, maar je gebruikt mokuso wel nuttig. Je haalt het beste uit jouw leven en elke training. Daarnaast leer je focus aanbrengen en bewust omschakelen tussen activiteiten. Misschien leer je zelfs waarderen dat alles in het leven veranderlijk is.

Mokuso in het dagelijks leven

Er zitten dus veel voordelen aan het beoefenen van mokuso. Je kunt meer rendement uit de training halen door het aanbrengen van focus. Daarnaast kun je als de geest minder verstoord is door gedachten sneller en spontaner reageren in bijvoorbeeld randori. De samurai van vroeger waren dan ook veel bezig met meditatie. Op het slagveld wilden ze niet denken aan de dood of overwinning. Ze moesten volledig zijn gefocust op het gevecht met de vijand.

Stilte en concentratie hebben ook voordelen in het dagelijks leven. Stress is op dit moment één van de grootste veroorzakers van ziekten en de dood. Door het oefenen van mokuso en het eenvoudiger loslaten van gedachten, zal de stress verminderen.

Daarnaast oefen je in het focussen op de taak waarmee je bezig bent. Dit leidt tot meer rust en vaak zul je de taak beter uitvoeren. Uiteindelijk zul je meer energie voelen en nieuwe inzichten krijgen. Daarom raad ik iedereen mokuso aan als onderdeel van de training.

Yagai-geiko

De gemiddelde dojo voor het bestuderen van vechtkunsten is tegenwoordig een prachtige zaal vol luxe. Ik zie steeds grotere dojo met prachtige verende matten (judo) of een houten vloer (kendo). Trainen in de dojo is praktisch en erg verleidelijk.

Vroeger was alles beter

Vroeger was het echter anders. De trainingen vonden vaak buiten plaats. Veel daimyo (Japanse krijgsheren) konden zich geen speciale dojo veroorloven. De trainingen vonden veelal plaats op braakliggend terrein, binnenplaatsen en veranda’s.

Dit was ook uit andere overwegingen. Weinig gevechten vonden plaats in een mooie overdekte dojo met egale vloer. Het buiten trainen was realistischer door de wisselende weersomstandigheden en het natuurlijke terrein.

Volgens Dave Lowry in zijn boek “In The Dojo” bleven de samurai dan ook buiten trainen, toen de daimyo rijker werden en zich wel een dojo konden veroorloven.

Yagai-geiko of no-geiko

Yagai-geiko (buiten training) of no-geiko (veldtraining) is nu veelal niet meer nodig uit praktische overwegingen. Veel budoclubs en -verenigingen beschikken over een eigen dojo of huren een gymzaal. Buiten trainen is voor sommige vechtkunsten zelfs enigszins onpraktisch. Bijvoorbeeld is bij judo het niet altijd even prettig vallen op gras of zand.

Ik kan toch iedereen het buiten trainen aanraden. Misschien denk je dat buiten trainingen niet zo romantisch is als het bovenstaande fragment uit “The Karate Kid”, maar eigenlijk komt het best dicht in de buurt!

Het oefenen op natuurlijk terrein is een verrijking voor de training. Deze zomer heb ik getraind in een park op een zeer onregelmatig grasveld, terwijl het begon te waaien en druppelen. Ik heb zoveel geleerd over maai (afstanden) en mijn eigen balans. Kata is heel anders zonder judogi en als je het koud hebt.

Ju-no-kata op het strandOok op het strand was een prachtig leermoment. Met een zeebriesje en zand dat wegschuift onder de voeten wordt het ju-no-kata heel anders. Ook hier is het bepalen van afstanden voor de aanvallen veel moeilijker. Het ju-no-kata leent zich trouwens erg goed voor yakai-geiko. Het kan zonder aanpassingen in “normale” kleren en het kata is zonder valbreken.

Nog meer voordelen

Het trainen in verschillende weersomstandigheden op verschillende natuurlijke ondergronden is natuurlijk een groot voordeel. Ook het gebruik van verschillende kleding kan leiden tot aanpassingen en variaties op technieken. Op het strand in een zwembroek is een pakking met revers en mouw onmogelijk.

Denk ook aan het trainen van bijvoorbeeld metsuke. Op het blog van Mitesco staat hier een interessant artikel over.

“Daarom is de opperste concentratie van het judo en aikido een geconcentreerde blik maar geen staren of fixeren. Wanneer je je ogen fixeert, zie je eigenlijk niets meer, en dus is dat gevaarlijk. In de budo wordt nogal eens gesproken over ‘enzan no metsuke’ (遠山の目付け) wat betekent: ‘kijken als naar een verre berg’. Als je naar een berg in de verte kijkt, zie je niet alleen de berg, maar ook de hele omgeving. Met zo’n ‘wijdse’ blik moet je ook met je partner omgaan: goed kijken, zonder je eigen bedoelingen te verraden en alles zien.”

Yakai-geiko kan worden gebruikt voor het oefenen in goed kijken. Niet focussen, maar de hele omgeving waarnemen. Uiteraard kan dit voor alle zintuigen worden getraind. Denk aan het horen van de golven, wind en zeemeeuwen op het strand.

Ga de natuur in

Yagai-geiko of no-geikoUiteraard kunnen er nog veel meer voordelen worden gehaald uit trainen buiten de dojo. Ik wil iedereen uitdagen om uit de heerlijk gekoelde of verwarmde dojo de natuur in te stappen. Het leidt vaak tot verbeteringen op technisch, tactisch, fysiek en mentaal vlak. Ik hoor graag jullie ervaringen via de reacties of een persoonlijk bericht.

Trainen voor het echie

“Een beroemde zwaardvechter bezoekt een daimyo. Bij de daimyo verblijft ook een ronin, een samurai zonder meester, die erg overtuigd is van zijn vaardigheden met het zwaard. De ronin hoort over de zwaardvechtkunsten van de gast en hij vraagt of hij les kan krijgen in zwaardvechten. Met andere woorden, de ronin wil een serieus gevecht. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar op aandringen van de daimyo geeft de zwaardvechter toe.

In de tuin vechten de zwaardvechter en ronin met houten oefenzwaarden. Bijna gelijktijdig raken de twee strijders met het houten zwaard het lichaam van de ander.
De zwaarvechter zegt: “Begrijp je deze techniek?”
De ronin kijkt erg tevreden over zijn gelijkspel tegen een beroemde zwaardvechter en antwoord: “Ja, het is een gelijkspel.”
De zwaardvechter reageert kalm: “Nee, ik heb gewonnen.”

De ronin vraagt om een tweede gevecht. Dit gevecht verloopt precies hetzelfde, ze raken elkaar bijna gelijktijdig. De ronin zegt wederom dat het gelijkspel is en de zwaardvechter antwoordt dat hij gewonnen heeft.

De ronin wordt kwaad, terwijl de daimyo geïnteresseerd toekijkt en ook de woorden van de zwaardvechter in twijfel lijkt te trekken. De ronin wil nog een wedstrijd, maar nu met scherpe zwaarden. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar wederom wordt hij overruled door de daimyo.

Voordat het gevecht goed is begonnen, is het voorbij. De ronin valt op zijn knieën met zijn hoofd in tweeën gesplitst. De zwaardvechter loopt naar de daimyo en laat de plaats zien waar de ronin hem elke keer raakte. Alleen zijn bovenkleding is licht gescheurd, maar zijn onderkleding en huid zijn nog volledig intact.”

Het bovenstaande verhaal komt uit het boek Legends of the Samurai van Hiroaki Sato. Naast dat het zeer amusant is om te lezen, denk ik dat er een wijze les in zit verscholen. Je kunt de realiteit niet uit het oog verliezen tijdens het trainen van krijgskunsten.

Houten zwaard vs. scherp zwaard

In het verhaal lijkt de ronin zijn bokken (houten oefenzwaard) gelijk te stellen aan een scherp zwaard. Nu weet ik uit ervaring dat als je niet oplet en een bokken tegen je lichaam krijgt dit heel vervelend is, maar (tot nu toe) niet dodelijk. Ik denk dat weinig mensen er aan twijfelen dat een scherp zwaard in handen van een zwaardvechter dodelijk is.

Een bokken is dus niet gelijk aan een scherp zwaard. Trainen met een bokken is uiteraard een goed alternatief voor het oefenen met een echt zwaard. Het is misschien veiliger, maar verlies de realiteit niet uit het oog.

Trainingswapens

Een praktijkvoorbeeld uit mijn eigen ervaring komt uit het kime-no-kata. In dit kata zit een handeling waarbij het zwaard uit de schede wordt getrokken, voordat een slag wordt gemaakt. Ik oefende dit met een bokken en deed alsof ik de bokken uit een denkbeeldige schede trok, zoals dit is voorgeschreven in het kata. Na een tijd adviseerde iemand mij om te oefenen met een echt zwaard. Het bleek dat ik het zwaard op mijn manier helemaal niet kon trekken, omdat het uiteinde van het zwaard nog steeds in de schede zat. Had ik nooit met een echt zwaard geoefend, dan had ik nog steeds een symbolische handeling uitgevoerd die nergens op slaat. Laat staan als ik op een slagveld had gestaan met mijn zwaard nog in de schede…

Realiteit en zelfverdediging

De realiteit is nog belangrijker als je traint voor zelfverdediging. De kans dat je op straat een zwaard bij je hebt en kan trekken is vrij klein. Ik laat mijn wapens in ieder geval altijd thuis als ik niet ga trainen.

Maar stel je eens voor dat je wordt aangevallen met een mes. Je hebt het kime-no-kata duizenden keren geoefend met een houten mes, dus kent een aantal verdedigingen op mesaanvallen. Je bent vol overtuiging dat je kunt mesvechten. Maar nu blijkt dat met angst het snel wegdraaien (tai-sabaki) van een wapen veel moeilijker is. De adrenaline pompt door je lichaam. Daarnaast blijkt de aanvaller een ervaren mesvechter, hij houdt het mes anders vast en steekt niet recht van voren. De verdedigingen uit het kime-no-kata blijken niet aan te sluiten op de realiteit van nu. Je had misschien liever je geld en horloge gegeven.

Dat is het risico van trainen en de realiteit uit het oog verliezen. Tijdens het oefenen van kime-no-kata staat de aanval vast, dus je weet wat er komen gaat. Daarnaast is het mes van hout, dus de kans op zware verwondingen is klein. Vervolgens blijkt dat de aanvallen uit het kime-no-kata, maar een beperkte selectie zijn uit de vele mogelijkheden met een mes. Daar moet men zich bewust van zijn.

Realisme in trainingen

Hoe kan men dit dan realistischer trainen? Een hele goede optie is ervaren mesvechters zoeken en daarmee oefenen. Zij hebben jarenlang geoefend en zijn meester in hun wapen en zijn realistische tegenstanders die zwakke punten in een aanval of verdediging kunnen aangeven.

Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen tijdens de training. Bijvoorbeeld door lippenstift te smeren op de scherpe kant van het houten mes, zodat zichtbaar is waar is gestoken, een keer extra moet worden gewassen en het één en ander thuis moet worden uitgelegd. Er zijn zelfs wapens die een kleine elektrische schok geven als ze iets raken, zoals het Shocknife. Hierdoor ontstaat meer angst voor het wapen, omdat het altijd een vervelend gevoel is. Je motoriek reageert heel anders als er angst is voor pijn of onverwachte aanvallen.

Philip K. Dick over realiteitDit zijn maar een paar kleine voorbeelden over realiteit in training. In deze blog is als voorbeeld het kime-no-kata uit het judo en mesvechten beschreven, maar dit principe kan uiteraard worden vertaald naar vele andere situaties. Het is belangrijk dat de serieuze beoefenaar van zijn krijgskunst altijd bezig is met het benaderen van de realiteit en dit doorvoert in zijn of haar trainingen. Anders wordt de training een prachtig toneelstuk met hele mooie bewegingen. Daar is op zich niets mis mee, als je daar bewust van bent. Maar wil je een krijgskunst als zelfverdediging gebruiken of echt begrijpen, dan kun je de realiteit niet weg denken.