Talenten met smoesjes

“Het wordt een duel tussen een geniale man, eigenlijk een beetje ijdel, en een gewone man die zijn talenten tot het uiterste heeft geslepen. Niet waar?”
“Ik zou Musashi niet gewoon willen noemen.”
“Maar hij is gewoon. Dat is wat hem buitengewoon maakt. Hij is niet tevreden met vertrouwen op welke natuurlijke talenten hij dan ook mogelijk bezit. Wetende dat hij gewoon is, probeert hij altijd zichzelf te verbeteren. Niemand waardeert de pijnlijke inspanningen die hij heeft gedaan. Nu zijn jaren van training uitmonden in spectaculaire resultaten, spreekt iedereen over zijn ‘door God gegeven talent’. Dit is hoe mensen die niet hard hun best doen zichzelf geruststellen.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Bovenstaande citaat komt uit een van mijn favoriete boeken. Een roman van net geen duizend pagina’s over het leven van een samoerai die de Weg van het zwaard zoekt.

De sterke passage is voor mij een uitnodiging tot nadenken over mijn inspanningen. Het is soms gemakkelijk om iemand die iets bereikt heeft geluk of talent toe te dichten. Daarna probeer ik mezelf eerlijk de vraag te stellen, heb ik het niet ergens laten liggen?

Lees verder Talenten met smoesjes

Henk Grol. Dit is wat het is.

In mijn vorige blog over Henk Grol was ik erg kritisch over zijn ‘verslaving’ voor competitie. Ik hoopte dat hij kon genieten van zijn laatste Olympische Spelen. Ook een gouden medaille gunde ik hem van harte, echter mocht het niet zo zijn. De tweevoudige winnaar van een bronzen medaille in Londen en Beijing verloor zijn tweede partij.

Bij de uitschakeling van een Nederlandse judoka was de NOS er elke dag als de kippen bij voor een interview. Doordat de interviews snel op de wedstrijden volgden als de judoka geen medaille won, resulteerde dit in bijzondere interviews vol emotie.

Roy MeyerWe zagen een huilende Marhinde Verkerk en Noël van ‘t End, een geschrokken Kim Polling die er “niet meer in kwam” en de altijd nuchtere Roy Meyer. Uiteraard was er ook een interview met Henk Grol na zijn uitschakeling.

Zijn interview kan vanuit meerdere opzichten worden bekeken. Veel van de kritiek uit mijn vorige blog bevestigt Henk namelijk in zijn interview. Echter, bekritiseren is gemakkelijk. Zeker van achter een laptop. Ik heb deze keer anders gekeken. Er waren veel positieve aspecten in dit mooie interview.

Toen ik nog een kleine jongen was en ik zag enge dingen op het nieuws, zei mijn moeder altijd: “Zoek naar de helpers. Er zijn altijd mensen die helpen.”
Fred Rogers

Henk Grol was open en eerlijk. Oprechtheid is een belangrijke deugd voor de budoka. Ik kreeg er kippenvel van. Hij zat er doorheen. Was er kapot van. Een man die zijn hele leven heeft gegeven aan één droom, ten koste van zijn lichaam en geest, en er helemaal klaar mee is. Toch nam hij de tijd voor een openhartig interview.

Ik voel mij gewoon klote. Ik heb hier mijn hele leven aan gegeven. De afgelopen vijftien jaar heb ik hier dag en nacht voor geleefd. En dat ga ik ook nooit meer doen. Fysiek en geestelijk ben ik kapot. Mijn lichaam wil ook niet meer, het is gewoon klaar.
Henk Grol

Het vergt veel zelfbeheersing om het Olympisch niveau te behalen, blijkt uit zijn woorden. Grol zegt dat hij het niet van zijn talent moest hebben en alleen op wilskracht zo ver is gekomen. Elke dag trainen voor één doel. Keihard werken onder de druk die hij zichzelf oplegde. Dat is misschien doorgeslagen en onverantwoord, maar tegelijkertijd bijzonder knap.

Het is ook bewonderenswaardig hoe Henk Grol het zoveel mogelijk bij zichzelf houdt. Niet de scheidsrechter bekritiseren voor een onterecht strafje of andere omstandigheden de schuld geven. Hij heeft een verkeerde keuze gemaakt. Alleen hij. Niemand anders. Hij gaat niet zielig lopen doen, zoals hij het zelf zegt.

Henk neemt zelf verantwoordelijkheid voor zijn acties. Jigorō Kanō zei: “Neem het initiatief in alles wat je onderneemt.” Grol doet het. Misschien zelfs wel te kritisch en hard naar zichzelf. Het voordeel is dat hij op deze manier binnen zijn cirkel van invloed blijft en geen slachtoffer is van de omstandigheden.

Zijn kritische zelfreflectie voor de camera vergt veel moed, ook een deugd van de budoka. De reflectie slaat soms een beetje door naar het negatieve. Begrijpelijk na de teleurstelling dat zijn Olympische droom over is. Het volgen van deze droom heeft ook enorme moed gevergd. Dit komt mooi naar voren in een nummer van zijn jeugdvriend Kraantje Pappie met een geweldige videoclip over Henk Grol. Nog twee deugden, eer en vriendschap.

Nu neemt Henk Grol vier maanden rust. Verdiende rust, zodat zijn lichaam en geest kan herstellen. Een moment van bezinning.

Ik ga vier maanden goed nadenken over wat ik wil. Ik ga niks doen en kijken of ik nog zin heb.
Henk Grol

Henk Grol zegt dat hij maximaal nog een jaar gaat judoën. Ik hoop dat hij nog zin heeft en dat niet letterlijk doet. Laat hem terugkijken op een bijzondere periode waarvan hij veel heeft geleerd. Nu opent een nieuwe deur. Judo, een leven lang. Verdiepen in wat judo nog meer voor iemand kan betekenen, behalve gouden medailles. Het verdiepen in alle mooie aspecten van het judo en dit overbrengen op anderen. Door het toepassen van judo in het dagelijks leven de rust vinden in de onwijs vrolijke gozer die hij is en volop genieten van het leven. Dat is wat het is.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.

Uke, van natte krant tot leraar

In het judo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de begrippen tori en uke. Tori is diegene die de technieken uitvoert (‘neemt’), uke is diegene die de technieken ontvangt. Althans, zo wordt het vaak uitgelegd. Kijk eens naar de volgende uitleg van tori en uke op een belangrijke Japanse website over judo.

Strand Björn en SebastiaanAlleen op deze begrippen kun je al een filosofische discussie loslaten, want wie neemt en ontvangt? Mitesco heeft op zijn blog hiertoe een mooie aanzet gemaakt in zijn blog Torificatie van het judo. Echter, ik bewaar deze discussie voor een andere blog of voor onder het genot van een hapje en drankje.

In deze blog wil ik de ontwikkeling van uke beschrijven. We beginnen bij de uke als lijdend voorwerp, met de nadruk op lijden. We eindigen bij een hele andere uke, die mijn inziens de judoprincipes optimaal uitdraagt.

Uke is een lijdend voorwerp

Ik ken nog een tijd uit mijn beginperiode als judoka waar je een ‘loser’ was als uke. Eigenlijk hoefde een judoka geen correcte ukemi-waza (valbreken) te leren. Een goede judoka valt namelijk nooit. De nadruk lag op tori, op winnen en ‘gooien’. De uke was een natte krant, enorm passief.

Dat dit nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beide judoka was niet bij iedereen bekend. Uke leerde weinig en het risico bestond dat als hij toch een keer viel zich blesseerde. Tori zat opgescheept met een uke die niet wilde vallen, dus kon zijn waza (technieken) niet oefenen.

Gelukkig ken ik niet langer judoscholen met een dergelijke destructieve visie tegen allen principes van het judo in. Iedereen erkent dat harmonie belangrijk is in het judo.

Uke is een springveer

Helaas werd in eerste instantie het begrip harmonie verkeerd begrepen. De uke veranderde in een springveer. Tori maakte slechts een halve inzet tot een worp en uke vloog door de lucht.

Katame-no-kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéDeze uitvoering van de uke zie je nog regelmatig. Dit hoort bij het leerproces van uke. Soms werkt uke te veel mee, soms werkt uke te veel tegen. In de krijgskunsten moet je balans vinden, zo ook in de rol als uke, totdat je logisch en natuurlijk reageert.

Uiteraard is een springende uke geen wenselijke situatie. Zowel de uke als tori leren niet de judoprincipes, omdat de trainingssituatie niet gebaseerd is op de realiteit. Het is een toneelstukje, zoals helaas nog veel randori en kata worden uitgevoerd. Zoals Cichorei Kano het mooi heeft verwoord op het E-Judo Forum: “Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.”

Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.Cichorei Kano

Uke is een partner

Uiteindelijk kom je als uke hopelijk in de fase dat je een partner bent. Hierbij neemt de uke een actieve rol aan en helpt de tori niet door zichzelf in de juiste balansverstoring te plaatsen of te springen als tori de worp niet goed inzet.

De actieve rol betekent dat uke spanning op zijn lichaam (vanuit hara) heeft. Uke laat zich plaatsen en doet dit niet uit zichzelf. Continu zoekt uke naar de optimale trainingssituatie voor tori. Bijvoorbeeld door meer weerstand te bieden, naarmate de tori de judoprincipes beter beheerst.

Soms krijg ik weleens de vraag als leraar: “Ja maar, als uke niet tegenwerkt, dan werkt de techniek toch niet als uke wel tegenwerkt.” Dat is tot op zekere hoogte waar.

Echter, tori moet eerst de techniek goed beheersen. Daarvoor moet uke de kans bieden door een eenvoudige trainingssituatie te creëren. Je leert ook niet direct zonder rijinstructeur autorijden op de snelweg. Waarschijnlijk leer je eerst op een rustig parkeerterrein gasgeven en schakelen, voordat de rijinstructeur je in steeds lastigere verkeerssituaties laat oefenen.

Met judo is het niet anders. Je leert eerst de techniek toepassen zonder weerstand. Vervolgens past uke steeds meer weerstand toe. Lukt de techniek niet meer? Wellicht komt dit omdat de judoprincipes niet goed worden toegepast of omdat uke handelt met voorkennis van de oefening (tip: probeer het dan tijdens randori als uke het niet verwacht).

Na analyse kan natuurlijk ook blijken dat de techniek echt niet werkt en bepaalde openingen voor uke bevat, dan wordt het aanpassen of vergeten!

Uke is een leraar

Nog beter dan de ideale trainingssituatie creëren voor de andere judoka is het in mijn ogen als de uke zicht opstelt als leraar. De judoscholen waar dit wordt toegepast leveren vaak de beste judoka op. Iedereen is bezig met de continue verbetering van elkaar.

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.
De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.

Doordat uke continu analyseert waar tori nog kan verbeteren, kan hij daar de trainingssituatie op aanpassen en aanwijzingen geven. Dit kan bij het trainen van kata en randori.

Een voorbeeldje. Tori maakt een verwurging vanaf zijn rug en heeft geen controle met de benen. Uke ontsnapt en de verwurging lukt niet. Tori en uke gaan terug naar de beginsituatie en analyseren samen waar de controle verloren ging en hoe deze kan worden verbeterd. Hierin laat een goede uke uiteraard tori zelfontdekkend leren.

Uke leert zelf ook

De ultieme uke is een uke die zich niet alleen actief opstelt voor tori en ook een actieve houding neemt in zijn eigen ontwikkeling. Je kunt als uke zoveel leren met een actieve houding. De optimale ukemi-waza, tai-sabaki, lichaamshouding (postuur/structuur), ademhaling en de judoprincipes. Denk ook aan het filosofische ‘ontvangen’ en vertaal dit door naar het dagelijks leven.

Daarnaast kun je natuurlijk veel leren van tori. Hoe maakt tori de kuzushi (balansverstoring)? Waar zitten mogelijke openingen in de techniek? Maakt tori nieuwe technieken of voert hij technieken anders uit? Hoe past tori de judoprincipes toe? Uke zoekt continu naar verbeteringen in zijn eigen begrip van judo.

Dit is natuurlijk niet eenvoudig. Het is lastig op alles tegelijk letten. Echter, de actieve houding is belangrijk voor het toepassen van de judoprincipes. Je behaalt maximaal resultaat (seiryoku zen’yō) door geen natte krant te zijn, maar actief te werken aan de ontwikkeling van tori en jouw eigen ontwikkeling (jita kyōei & jiko no kansei).

Tot slot

Ik ben er groot voorstander van om het judo niet vanuit tori te benaderen. Uke is minimaal even belangrijk in het judo. Wellicht dat uke zelfs een grotere rol speelt in de ontwikkeling van de judoka dan de leraar en tori. Een goede uke kan enorm veel invloed hebben op de kwaliteit van een training.

Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn.Geïnspireerd door Peter Donkers

Uke moet ook voldoende aandacht krijgen tijdens de judotraining. Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn. Het is niet voor niets dat in de Kōdōkan je voor een examen het kata zowel als tori en als uke moet uitvoeren. Dit zorgt dat ook de ontwikkeling van goede uke op peil blijft en daarmee de ontwikkeling van judo.

Een goede uke zijn, is meer dan louter goed kunnen vallen. Correcte ukemi-waza is natuurlijk wel de basis, zoals ik heb gesteld in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1). Daardoor kun je vrij bewegen omdat je niet bang bent om geworpen te worden.

Een goede uke biedt daarnaast tori continu een uitdagende situatie aan. Een situatie waarin tori wordt geprikkeld om te leren en zijn grenzen te verleggen. Zodoende kan hij tori sturen naar verbetering.

Zelf is uke steeds alert op het verbeteren van zichzelf en vinden van mogelijke verbeterpunten door het analyseren van tori en zijn eigen rol in de trainingssituatie. Met als uiteindelijke doel het eigen maken en optimaal uitdragen van de judoprincipes. Ben je dan tori (nemer), uke (ontvanger) of beiden?

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2)

Vorige week in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1) heb ik de eerste vier handvatten gegeven voor de beginnende judoka. Uiteraard kan ook de gevorderde judoka hier zijn voordeel mee doen, zoals terecht werd opgemerkt in de reacties.

In deel twee deze week nog eens vier handvatten die belangrijk zijn voor de serieuze judoka. Uiteraard zijn er veel meer te bedenken, dus laat vooral ook jouw handvatten achter in de reacties (of begin een eigen blog). Als judoka helpen we elkaar graag.

5. De basis is het allerbelangrijkste

Je kunt niet leren lopen, voordat je kunt staan. Soms wil een judoka wel leren werpen, voordat hij kan valbreken. Dit remt het leerproces. Echter, met worpen en technieken werkt het precies hetzelfde.

If you can't do it slow, you can't do it fastJe kunt beter eerst jouw aandacht richten op het leren werpen met een goede uki-goshi en o-goshi, voordat je serieus gaat werken aan een uchi-mata. Dit omdat het eenvoudiger werpen is op twee standbenen, dan op een standbeen. Doe het langzaam en richt je aandacht op de principes van het judo en niet het resultaat (zie handvat 2 vorige week). Salto’s vanuit schouder- en beenworpen zoals Zantaraia zijn gaaf, maar niet belangrijk voor de beginner.

Op de grond is het precies hetzelfde. Leer eerst de belangrijkste posities verdedigen en ontsnappen naar het betere controleren van de andere judoka. Dit is in het begin veel belangrijker dan allemaal ingewikkelde armklemmen en verwurgingen. Te vaak zie ik judoka een armklem of verwurging maken, terwijl ze geen controle hebben. Vervolgens maakt de andere judoka daar handig gebruik van en moeten ze aftikken.

Leer eerst de basis en herhaal deze eindeloos. Ook een zwarte band judo, keert continu terug naar de basis. Als je een stevig fundament bouwt en onderhoudt, kun je beginnen met bouwen. Dan kun je werken aan gevorderde technieken.

6. Train met gevorderde judoka

Vroeger kende ik dōjō (trainingszalen) waarbij een ‘lagere’ judoka geen ‘hogere’ judoka mocht uitnodigen. Tegenwoordig is dit (bijna) nergens meer, dus adviseer ik het uitnodigen van een gevorderde judoka.

Toen ik begon met judo was ik negen jaar en erg klein voor mijn leeftijd. Ik zat bij allemaal hogergegradueerde judoka die groter en sterker waren. Bijna allemaal zaten ze al veel langer op judo. Dit was geweldig!

Enerzijds kon ik alleen werpen met goede techniek, want mijn kracht maakte niet veel indruk bij deze grote gasten. Anderzijds kon ik enorm veel leren van de andere judoka, want zij wisten veel meer dan ik. Je kunt van iedereen leren, maar het helpt als de andere judoka meer kennis en ervaring heeft.

Misschien lijkt het soms aantrekkelijker trainen met een andere beginnende judoka. Sommige denken dat zij dan niet afgaan en ze kunnen ook eens ‘winnen’. Echter, het heeft twee nadelen.

Beginners blesseren elkaar sneller. Een gevorderde judoka kan letten op de veiligheid. Hij kan jou goed werpen en zichzelf redden met correcte ukemi-waza (zie handvat 3 vorige week). Een beginnende judoka moet dit allebei nog leren.

De meester heeft vele malen vaker gefaald, dan de leerling heeft geprobeerd.
Stephen McCranie

Daarnaast kan een beginner minder goed corrigeren. Een gevorderde judoka kan als een goede uke jou erop wijzen als je de judoprincipes niet goed toepast. Uiteraard is dit veel lastiger voor een beginnende judoka, die zelf ook nog zoekende is.

Over het afgaan voor een andere judoka hoef je overigens niet bang te zijn. Als jij bij een goede judoschool traint met goede judoka, dan willen zij graag helpen. Deze judoka waren ook ooit beginner, dus zij weten hoe uitdagend dit kan zijn.

Train vooral met gevorderde judoka. Zij kunnen beter de veiligheid waarborgen en helpen met het leren toepassen van de judoprincipes. Dit bevordert het aanleren van goede gewoontes.

7. Laat jouw ego eerst aftikken

Misschien is de grootste bedreiging voor voortgang het ego. Het ego kan voorkomen dat we openstaan voor leren. Ik schreef hier al eens eerder over in Too much ego will kill your talent.

Het probleem van het ego kan zijn dat we moeten winnen. Dit resulteert dat we gaan focussen op het resultaat (zie handvat 2 vorige week) en dat werkt averechts.

Ego is just like a dust in the eye. Without clearing the dust you can't see anything clear. So clear the ego and see the world.Als ik bijvoorbeeld in een randori de andere judoka met veel kracht tegenwerk, voel ik weinig van de souplesse van zijn kuzushi (balansverstoring). Daarnaast kan ik minder goed de situatie overzien, omdat mijn hoofd en lichaam bezig is met winnen. Ik mis deze momenten om van te leren, doordat mijn ego druk is.

Het is wel een mooie kans om te leren omgaan met het ego, een van de grote voordelen van vechtkunsten.

Het kan ook de andere kant op werken. Als het ego bang is voor falen, kan dit leiden tot terughoudendheid in de training. Je durft niet alles te geven, bang voor afkeuring of dat je het nooit gaat leren. Dit komt vaak omdat je jezelf met anderen vergelijkt, terwijl je moet kijken naar jouw eigen voortgang. Je moet niet de beste zijn, je wilt beter zijn dan je gisteren was.

Vergelijk jezelf niet met anderen, maar kijk naar jouw eigen voortgang. Ontwikkel je jezelf lichamelijk en geestelijk? Raak niet gefrustreerd, maar accepteer jouw ego. Het leren omgaan met jouw ego is ook een mooi streven binnen het judo.

Een mooie website met meer tips over dit onderwerp is SportMindset.nl. Hier staan tips voor de juiste mindset voor het goed ontwikkelen van jezelf.

Dus laat je ego aftikken voordat je de dojo binnenstapt! Dan kun je veel meer geniet van judo en ontwikkel je jouw lichaam en geest sneller.

8. Leer de principes van judo

Judo is meer dan een sport. De uitvinder van judo, Jigorō Kanō, zag judo als ontwikkeling van lichaam en geest. Kanō legde een sterke nadruk op de morele componenten van judo. Dit was voor hem veel belangrijker dan het leren van de waza.

Daarom kan de beginner ook veel leren door het lezen van artikelen van Kanō. Je leert hierdoor veel over de rijkheid van judo.

Het begint met het leren van de reishiki (etiquette) in de dojo. Zoals de verschillende buigingen uit eerbied voor elkaar, het dragen van een schone, witte judogi en de omgang met andere judoka. Dit kun je afkijken en vragen binnen jouw judoschool, maar ook de blog van Mitesco en het boek In The Dojo van Dave Lowry zijn mooie bronnen.

Judo biedt alleen zijn meerwaarde door het naleven van de deugden die erbij horen. Je komt niet alleen om even een ‘tegenstander neer te knallen’, maar we willen samen ontwikkelen. Hierbij horen deugden zoals beleefdheid, moed, vriendschap, zelfbeheersing, oprechtheid, bescheidenheid, eer en respect. Zonder deze deugden is judo inderdaad alleen een sport.

Daarnaast is kennis van de judoprincipes noodzakelijk. Het begint met het toepassen van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen) tijdens de judotraining.

Vervolgens is deze principes toepassen in het dagelijks leven de kunst. Het uiteindelijk doel is jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon. Mind over Muscle van Jigorō Kanō zelf is een fantastische bron als startpunt. Ik heb ook een artikel over Bewuster leven met judoprincipes geschreven.

Wil je echt judo beoefenen? Verdiep je volledig in judo en leer de principes, deugden en etiquette. Pas dit allemaal toe in judo en het dagelijks leven. Je wordt uiteindelijk een beter persoon en kunt bijdragen aan voorspoed voor jezelf en anderen. Het ultieme doel van judo.

Tot slot

Deze handvatten zijn erop gericht dat je duurzaam judo leert. Niet voor een blauwe maandag een paar trainingen judo, maar ik wil je inspireren tot een leven lang judo.

Het bestuderen van judo houdt nooit op. Het continue ontwikkelen van lichaam en geest op basis van seiryoku zen’yō, jita kyōei en jiko no kansei. Zelfs als je lichamelijk niet meer kunt trainen, kun je geestelijk nog altijd judoën.

Dus ga lekker aan de slag en geniet van deze prachtige weg. Richt je vooral op de weg en geniet van het uitzicht. Dan kom je vanzelf op natuurlijke wijze bij het resultaat. Vergelijk jezelf niet met anderen, maar wordt elke dag beter dan je gisteren was.

Als er inspanning is, is er vervulling.
Jigorō Kanō

Hopelijk helpen deze handvatten tot het worden van een goede judoka met veel plezier en liefde voor het judo een leven lang. Als je nog vragen hebt, laat het weten in de reacties of via het contactformulier. Heb je zelf nog goede handvatten, voeg ze dan zeker toe in de reacties. Tot op de tatami!

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1)

Als beginner kan het judo erg intimiderend zijn. Zeker als je op latere leeftijd begint. Je loopt misschien als enige in een joggingsbroek met een t-shirt of een te grote judogi (judopak) met een lange, witte obi (judoband). Om je heen lopen allemaal judoka met mooi gekleurde of zwarte judobanden.

Als er dan ook nog judoka zijn die de meest rare vallen maken zonder een centje pijn, vervolgens prachtige worpen maken en uke (ontvanger) hard op de mat werpen, denk je wellicht “dit ga ik nooit leren”.

Toch kan iedereen judoën, ook op hogere leeftijd. Daar ben ik van overtuigd. Met de juiste sensei (leraar), uke en mindset kan iedereen plezier aan judo beleven en een beter mens worden door het ontwikkelen van lichaam en geest. Een zwarte band is een witte band die nooit opgaf.

In dit artikel de eerste vier van acht handvatten die belangrijk zijn voor de (beginnende) judoka. De andere vier verschijnen volgende week. De lijst is zeker niet compleet, maar (acht) brengt geluk in Japan. Heb jij nog andere goede tips? Laat het weten in de reacties onder dit artikel.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

1. Have fun

Op mijn negende begon ik mijn eerste judoles. Als ik terugkijk wanneer ik het beste leerde, dan is het vooral als ik plezier had. De trainingen waren een spel, waarbij je nieuwe dingen uitprobeert. Het was niet erg als ik faalde, want daar leerde ik van. Niet om de knikkers, maar om het spel.

Bijna alle creativiteit houdt betekenisvol spelen in zich besloten.
Abraham Maslow

Vanaf het begin was een band voor mij vooral om mijn pak bij elkaar te houden. Dit zorgde ervoor dat ik geen prestatiedruk had, maar kon genieten van de trainingen. Elke keer mijn eigen grenzen opzoeken (No limits) en continu verbeteren (Continu verbeteren).

Door deze mindset raakte ik soms even in een flow. Mijn enige doel was dan een prachtige worp maken. Ik werd een met mijn omgeving, vergat even de tijd en was volledig in het hier-en-nu. Geen afleidende gedachtes, geen zelfbewustzijn, maar volledig opgaan in judo. Een geweldige ontspannenheid die ik soms maar moeilijk buiten de tatami (judomat) kan ervaren.

Play is the highest form of reasearchIk ben er zeker van dat je sneller leert als je speelt en plezier hebt. Je bent niet bang om te falen en je bent creatief. Door veel te proberen, leer je wat wel en wat niet werkt. Doelen zijn een handig hulpmiddel, maar kunnen ook beperken en frustreren. Dus heb vooral plezier in het judo; je leert sneller en het blijft leuk!

2. Het resultaat is van ondergeschikt belang

Dat is een beetje raar. Een van de principes van judo is seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Nu zeg ik dat het resultaat van ondergeschikt belang is.

Natuurlijk is het resultaat belangrijk. Als jij een judoka bent, wil je jouw lichaam en geest ontwikkelen. Echter, de focus moet vooral gericht zijn op de weg naar het resultaat. Als je de juiste weg bewandelt, dan is het resultaat een logisch en natuurlijk gevolg van jouw acties.

Ongeacht of je wint of verliest, volg de juiste weg. Zelfs als je verliest door het volgen van de juiste weg, is dat waardevoller dan winnen via een verkeerde weg.
Jigorō Kanō

Veel beginnende judoka zijn vooral gefocust op het resultaat. Ze werpen met veel kracht uke op de mat, maar vergeten belangrijke basisprincipes zoals kuzushi (balansverstoring) en tsukuri (positioneren). In het begin geeft dit wellicht meer voldoening, maar het duurt veel langer voordat je judo begrijpt.

Leer eerst een worp langzaam in harmonie met de judoprincipes. Een mooie worp is daarna een logisch en natuurlijk resultaat.

Hetzelfde geldt in randori. Wil je snel verbeteren? Ga dan niet met veel kracht tegenwerken, maar richt je op het leren van de basisprincipes van judo. Seiryoku zen’yō en jita kyōei. Voel hoe de andere judoka jouw balans verstoort en welke waza (technieken) hij toepast. Probeer op speelse wijze technieken uit, als dit geen gevaar voor uke oplevert. Focus niet op winnen, maar op leren. (Randori is een chaos).

Richt de aandacht vooral op de weg, het resultaat is een logisch en natuurlijk gevolg. Als je dan toch onderweg bent, geniet van het uitzicht!

3. Leer correct valbreken

Mijn leraar Cor Esser zei altijd: “Waarvoor moet een zwemmer niet bang zijn? Water! Waarvoor moet een judoka niet bang zijn? Vallen!”. En zo is het.

Als een judoka bang is voor vallen heeft dit een remmend effect op het leren van judo. De judoka gaat krampachtig bewegen in een defensieve houding om maar niet te vallen. Op deze wijze gaat veel energie verloren.

Daarnaast leer je judo vooral door spelen en proberen. Als je bang bent om waza te proberen uit angst voor het vallen, dan stagneert de ontwikkeling van lichaam en geest. Daarom moet veel aandacht worden besteed aan het correct valbreken.

Door het beheersen van het valbreken wordt ook het risico op blessures verminderd, waardoor je meer trainingen kunt volgen. En als je een goede uke bent die correct valt, dan kun je ook anderen beter leren judoën. Judoka die niet correct leren valbreken, stagneren niet alleen zelf in hun ontwikkeling. Zij remmen ook de ontwikkeling van de judoka waarmee zij trainen, omdat ze geen goede uke zijn.

UkemiWil je echt leren judoën, besteed dan veel aandacht aan ukemi-waza (valbreken) totdat je hier volledig comfortabel mee bent. Zorg ervoor dat je altijd jezelf goed kunt redden vanuit alle situaties met correct valbreken. Begin met de basis, waarbij je goed jouw hoofd en lichaam beschermt. Zorg ervoor dat je voldoende lichaamsspanning hebt, zodat je de val goed opvangt met je hele lichaam en een goede uke bent. Dan kun je pas echt judo leren.

4. Leer eerst verdedigen

Eigenlijk sluit dit handvat aan op de vorige handvatten. Vaak zijn we de ongeduldige tori en willen we graag een prachtige uchi-mata of andere worp maken. Gericht op het resultaat hebben we geen tijd voor het leren van correct valbreken, een goede uke zijn en judoprincipes.

Misschien vinden sommigen de volgende tip raar. Leer eerst verdedigen. Als je eenmaal goed kunt verdedigen, dan kun je meer focussen op aanvallen.

Het eerste voordeel is dat als je goed leert verdedigen, je de andere judoka tot wanhoop kan drijven. Hij probeert van alles, maar kan niet door jouw verdediging komen. Op een gegeven moment raakt hij wellicht zo gefrustreerd dat hij grotere risico’s gaat nemen. Dat is het moment dat er een opening komt voor jouw eigen technieken.

Een ander voordeel is dat je in het begin waarschijnlijk niet zo goed bent in verdedigen. Tori werpt jou regelmatig met een prachtige worp. Dit is heel fijn, want je leert snel welke technieken mogelijk zijn vanuit een bepaalde positie. Deze waza kun jij ervaren, afkijken en ook leren toepassen.

Vanouds maakten vaardige krijgers zich eerst onoverwinnelijk om daarna te wachten tot de vijand zich kwetsbaar opstelde.
The Art of War (Sun Tzu)

Ondertussen perfectioneer je jouw verdediging, zodat de technieken van tori steeds vaker mislukken. Dit heeft als voordeel dat jouw verdediging steeds beter wordt. Tegelijkertijd leer je de kwetsbaarheden in een techniek, zodat je als tori jouw technieken onverdedigbaar voor uke maakt.

seiryoku zenyo jita kyoeiUiteraard bedoel ik niet met kracht en gestrekte armen verdedigen. Nee, ik bedoel verdedigen door het juiste gebruik van jouw lichaam en de technieken van tori neutraliseren. Denk hierbij aan begrippen als tai-sabaki (draaien van het lichaam) en hara (blokkeren door het verlagen van jouw lichaamszwaartepunt). Geen kracht, maar souplesse. Denk aan seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Leer verdedigen zonder kracht, zodat je steeds meer tijd hebt voor het leren van de situaties en toepassen van jouw eigen technieken. Doe dit in harmonie met de judoprincipes.

Volgende keer meer…

Dit waren de eerste vier handvatten voor de (beginnende) judoka. Volgende week de andere vier handvatten. Wil je het vervolg zeker niet missen? Laat jouw e-mailadres achter onder het kopje “Abonneer je op dit Blog via E-mail” (linkermenu) en je ontvangt een e-mail bij elk nieuw bericht op deze blog. Laat ook vooral jouw mening achter in de reacties.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

Met dank aan Marie-José Nieuwenhuizen, Annemarie Leemans, Vanessa Bot, Richard de Bijl en Loek van Kooten.

Pelgrimstocht van een judoka

Een paar jaar geleden kwam ik in aanraking met de dramaserie MUSASHI van de Japanse televisiezender NHK. Echt fantastisch! De serie is grotendeels gebaseerd op het gelijknamige boek van Eiji Yoshikawa en Het boek van de vijf ringen geschreven door Miyamoto Musashi zelf. Dit laatste boek wordt nog steeds veel gebruikt voor het leven en binnen de zakenwereld voor zijn strategische inzichten en wijsheid.

Miyamoto Musashi

Musashi (1584 – 1645) is nog steeds een van de bekendste zwaardvechters in Japan. Hij is vooral bekend door het gelijktijdig gebruik van twee zwaarden in zijn stijl Hyōhō Niten Ichi-ryū. Door het gebrek aan betrouwbare bronnen zijn er veel varianten van zijn levensverhaal en is er flink op los geromantiseerd.

In ieder geval was Musashi een rōnin (een samurai zonder meester). Hij reisde door Japan en duelleerde met vele samurai. Een dergelijke pelgrimstocht wordt in het Japans ook wel musha shugyō (krijgerstraining) genoemd.

Musha shugyō

Koboku Meikakuzu (Miyanoto Musashi)
Inktschildering door Miyamoto Musashi (Koboku Meikakuzu)

De romantische versies over krijgerstraining gaan puur over het perfectioneren van de gevechtskunsten, zowel lichaam als geest. Denk aan het trainen bij andere scholen door het hele land en duelleren met andere krijgers voor het perfectioneren van eigen lichaam en geest. In de realiteit ging het echter ook vaak over het verkrijgen van naamsbekendheid en het zoeken naar werk.

Musha shugyō deed me denken aan twee aspecten relevant voor de ontwikkeling van een judoka:

  1. Het nut van shiai (wedstrijden)
  2. De pelgrimstocht van een judoka

1. Het nut van shiai

In mijn vorige artikel (zie Henk Grol zoekt een hart van goud) schreef ik over Henk Grol. Dit is een voorbeeld van wedstrijdjudo zonder toegevoegde waarde. Het is eigenlijk gekkenwerk, zoals Mitesco mooi verwoord in zijn blog Kichigai 気違.

In het Japans gebruiken ze het woord “gekken” (schermen) ook, bijvoorbeeld voor zwaardvechtshows. Gekken waren vaak gericht op het verkrijgen van roem en verdienen van geld.
Ik zie een analogie, maar dat terzijde.

Judowedstrijden kunnen daarentegen ook enorme meerwaarde bieden. Zij zijn een perfect middel voor het testen van vaardigheden en omgaan met weerstand. In die zin kan een deelnemer niet verliezen.

Het gaat erom dat de judoka ondervindt hoe hij omgaat met spanning en weerstand. Daarnaast kan hij zijn technieken testen tegen judoka die anders zijn opgeleid. Het is een cliché, maar daardoor niet minder waar: een wedstrijd is een gevecht tegen jezelf om van te leren.

2. De pelgrimstocht van een judoka

Het nadeel van wedstrijden is dat je weinig voelt en ziet van een andere judoka in een relatief korte wedstrijd. Het meetrainen met andere judoka en scholen is daarom zeer interessant. Dan kun je een completer beeld krijgen van de technieken van een andere school, maar ook van de attitude en andere zaken. Wat uiterst leerzaam is.

Daarom raad ik iedereen aan: trek de wereld over, leer van veel andere scholen en test jouw vaardigheden tegen vele experts in judo, Braziliaans jiujitsu, sambo en andere vechtkunsten. In het proces bouw je ook een fantastisch netwerk met vrienden op.

Is dit onmogelijk? Nee, zeker niet. Kijk eens op de website BJJ Globetrotter. Het is een voorbeeld van iemand die ruim vijf maanden de wereld is overgetrokken voor het volgen van trainingen en wedstrijden in Braziliaans jiujitsu.

Voordelen van een pelgrimstocht

Een dergelijke reis van vijf maanden is natuurlijk fantastisch, maar niet voor iedereen weggelegd. Begin dan eenvoudiger! Train eens voor een periode mee met een andere school in de buurt. Dit kan zijn van dezelfde of een hele andere krijgskunst.

Neil Adams, Angelique Wolters-Rijsdijk en Sebastiaan Fransen
Angelique Wolters-Rijsdijk, Neil Adams en Sebastiaan Fransen tijdens een NVJJL-clinic

Bezoek clinics van experts. De NVJJL organiseert jaarlijks vele mooie trainingen, maar er zijn ook veel individuele initiatieven van scholen. Kijk ook of je kunt deelnemen aan clinics in andere disciplines, zoals sambo en Braziliaans jiujitsu. Een andere fantastische ervaring is de zomercursus van de Kōdōkan. Een week trainen met allemaal experts en gelijkgestemden in Japan, de bakermat van het judo.

Wil je nog verder out-of-the-box? Volg eens een workshop van Wim Hof (The Iceman) voor een lekker ijsbad of volg een zentraining. Allemaal ervaringen voor het ontwikkelen van lichaam en geest. Dit kan alleen door overload, dus nieuwe prikkels. Zo kun je heel Nederland, Europa of de wereld over op zoek naar nieuwe prikkels.

Prikkels, prikkels, prikkels

Door het verbreden van jouw horizon, krijg je nieuwe prikkels. Deze prikkels uiten zich in de vorm van nieuwe mensen, locaties, technieken, attitudes, inzichten en nog veel meer. Zij brengen jouw lichaam en geest uit balans. Hierdoor ga je de prikkels verwerken en dit leidt tot aanpassingen. Op deze wijze ontwikkel je jouw lichaam en geest.

Ik leer nog steeds enorm veel van mijn huidige leraren. Echter, in een nieuwe omgeving krijg ik zo veel prikkels, dat mijn ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt.

Een simpel voorbeeld: judo vindt vooral staand plaats, dus je focust vooral op nage-waza (werptechnieken). Braziliaans jiujitsu is vooral gericht op het grondgevecht. Daar leer je dus veel meer over ne-waza (grondtechnieken).

Bij nieuwe prikkels leer ik omgaan met mijn onzekerheid en spanningen. Leer ik hele andere bewegingen en technieken. Test ik mijn vaardigheden tegen anderen die werken vanuit een andere mindset met andere technieken. En kan ik ook mijn kennis en ervaring overdragen als de school hiervoor openstaat. Een mooie vorm van kruisbestuiving.

De nieuwe inzichten en vaardigheden verwerk ik allemaal. Ik pas ze aan indien nodig en neem ze op. Voor de ontwikkeling van lichaam en geest. Met mijn ontwikkeling kan ik dan bijdragen aan de groei van mijn eigen school, waardoor zij meegroeien.

Persoonlijke noot

Grappling met Bas BakkerIk heb altijd bij vele scholen getraind en veel clinics gevolgd. Ook via het lesgeven kom ik regelmatig in contact met andere scholen. Hierdoor ben ik met veel leraren en vechtkunsten in contact gekomen. Ik heb deelgenomen aan de Europese en Wereldkampioenschappen Judo Kata. Een hoogtepunt was het bezoeken van Japan en deelnemen aan de zomercursus van de Kōdōkan.

Door deze vele inzichten heb ik veel geleerd en langzaam een eigen weg gevonden. Op deze wijze kan iedereen een eigen weg vinden. Als je verder kijkt dan jouw eigen school, dan krijg je veel meer inzicht in budo en het leven. Ik raad dan ook iedereen een eigentijdse vorm van de musha shugyō aan.

Deze maand ben ik begonnen met trainen bij een school Braziliaans jiujitsu. Vol verbazing kijk ik elke week naar de diepgang van de grondtechnieken en de dynamiek. Ook de single leg (kuchiki-taoshi en kibisu-gaeshi) en double leg takedown (morote-gari) zijn leerzaam, want die zie je niet vaak meer in het judo. Een belangrijk deel van de trainingen bestaat uit sparren. Daarnaast heerst er ook een hele andere sfeer.

Ik word enorm uitgedaagd. Vooral in het grondwerk moet ik een paar aanpassingen maken tegen de dynamiek van deze vaardige sporters. Ik leer allerlei nieuwe technieken en mijn motorische vaardigheden worden af en toe flink op de proef gesteld. Daarnaast is voor het sparren op het eind een andere conditie nodig dan ik gewend ben in het judo.

Door deze overload aan nieuwe prikkels, zie ik al de eerste ontwikkelingen in mijn lichaam en geest. Dan bedoel ik niet alleen de spierpijn! De komende tijd ga ik zeker door met trainen in Braziliaans jiujitsu. Daarnaast denk ik aan het meedoen met toernooien als ik daar klaar voor ben. Ik blijf op mijn manier de wereld rondreizen in de zoektocht naar perfectie van mijzelf (jiko no kansei).

Ik wil iedereen aanraden: verbreed je horizon en beperk je niet tot de visie van één school. Leren en integreren, zoals Jigorō Kanō dat ook deed toen hij judo bedacht. Prikkel jezelf! Ga de wereld in. Maak nieuwe vrienden. Doe nieuwe kennis en inzichten op. Test je vaardigheden. Ga het gevecht met jezelf aan. Perfectioneer jouw lichaam en geest. Geniet ervan!

Met dank aan Loek voor zijn substantiële bijdrage aan dit artikel.

Weniger aber besser

De kracht van budo ligt in de toepassing van zijn principes in het dagelijks leven. Op deze manier biedt het beoefenen van budo meerwaarde. Dit maakt het trainen in krijgskunsten meer dan alleen een recreatieve bezigheid.

Het toepassen van budoprincipes is wellicht niet voor iedereen evident. Ik lever graag een bijdrage door het aanbieden van praktische handvatten. Dit heb ik eerder gedaan in mijn blogs over Bewuster leven met judoprincipes en No limits. Met dit schrijven wil ik ook graag inspireren tot het perfectioneren van de eigen persoon voor een betere wereld, jiko no kansei.

Judoprincipes tijdens een training

Laten we focussen op de twee belangrijkste judoprincipes, seiryoku zen’yō en jita kyōei. Zij betekenen maximaal resultaat met minimale inspanning en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen.

Een beginnende judoka zal waarschijnlijk veel energie gebruiken voor het behalen van het resultaat en vooral op zichzelf focussen. Hij moet op veel zaken letten en heeft nog weinig kennis van principes, waardoor hij vermoedelijk zichzelf tegenwerkt. De krachten werken niet in harmonie, maar gaan allerlei tegengestelde kanten op.

SPFransen.nl
©Birgit de Jong

Dan een judoworp waarbij kuzushi, tsukuri en kake in harmonie zijn. Dit is veelal de worp van een gevorderde judoka. De krachten werken in overeenstemming samen aan hetzelfde resultaat. Deze judoka zal ook veel rekening houden met zijn partner en omgeving. De toepassing van principes seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Het dagelijks leven

Nu een voorbeeld in het dagelijks leven. Lever jij vooral inspanningen waarbij jij maximaal kunt bijdragen aan wederzijdse voorspoed voor jezelf en anderen? Of gaan jouw inspanningen alle kanten op?

Kijk voor jezelf welke activiteiten jij deze maand hebt gedaan. Welke activiteiten heb je uit gewoonte gedaan of omdat je geen ‘nee’ durft te zeggen?

Doe je vier sporten omdat je niet kunt kiezen? Lig je voor de televisie uit verveling? Help je een verre kennis van een vriendin met het overzetten van videobanden op dvd omdat je in de ICT werkt?

Op het werk gebeurt het ook. Hoe vaak beantwoord je onbelangrijke e-mails van collega’s die naar het halve bedrijf zijn gestuurd? Hoe vaak werk je aan meerdere projecten tegelijk, waarvan de helft jouw expertise niet benut?

Judoprincipes in het dagelijks leven

De bovenstaande voorbeelden zijn in tegenspraak met de judoprincipes. Je wilt niet jouw inspanningen alle richtingen op laten gaan. Het doel is wederzijdse voorspoed voor jezelf en anderen met minimale inspanning en maximaal resultaat. Het toepassen van seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Weniger aber besser / Less is more
©Essentialism van Greg McKeown

Het citaat “weniger aber besser” is een mogelijke uitwerking van deze principes. Het is het ontwerpcriteria van Dieter Rams, voormalig lead designer bij Braun. In het Nederlands betekent het “minder maar beter”. Het citaat vormt de basis in het boek Essentialism van Greg McKeown.

Het boek bepleit het beperken tot inspanningen waarbij jij een waardevolle bijdrage levert. Een paar tips uit het boek:

  • Kies bewust welke activiteiten je wel of niet uitvoert
  • Weeg af welke compromissen je moet maken voor het uitvoeren van een activiteit
  • Doe activiteiten waarbij jij maximaal bijdraagt
  • Elimineer activiteiten waarbij jouw bijdrage gering is
  • Doe niet veel dingen, doe de juiste dingen

De tips zijn een concrete uitwerking van de judoprincipes in het dagelijks leven. Het leidt tot bewuste keuzes voor een maximaal resultaat met minimale inspanning bijdragend aan wederzijdse voorspoed voor jezelf en anderen.

Tot slot

Uiteraard hoef je niet direct te stoppen met al jouw niet-bijdragende activiteiten. Nadenken over de activiteiten die je doet en of je bijdraagt is erg interessant. Daarnaast kun je volgende keer zeggen: “Ik denk er even over na.” Dit geeft tijd om te kijken welke compromissen je moet sluiten. Vervolgens kun je stap voor stap niet-essentiële zaken elimineren.

Een persoonlijk voorbeeld is dat ik gestopt ben met boksen. Het is leuk, maar mijn bijdrage is gering. Ik heb gekozen voor het trainen in Braziliaans Jiu-Jitsu, omdat dit beter aansluit op mijn judo. Het geleerde kan ik dan weer toepassen als leraar en uke in mijn judotrainingen.

Nog een voorbeeld. Japans wil ik heel graag leren, maar dit kost volgens experts meerdere jaren studie en ik kan het zelden gebruiken. Ik heb overwogen welke compromissen ik moet maken. Dit heeft ertoe geleid dat ik voorlopig geen Japans leer. Hoe jammer ik het ook vind.

Hoe denk jij over het toepassen van budoprincipes in het dagelijks leven? Welke principes pas jij toe? Heeft iemand nog tips voor het toepassen van seiryoku zen’yō en jita kyōei in de praktijk? Laat iets achter in de reacties.

Do. Or do not. There is no try.

Gisteren verscheen het nieuwe JBN Magazine dat elk kwartaal aan ruim 40.000 leden wordt verstuurd. Met veel trots kan ik zeggen dat mijn artikel over mijn leraar Richard de Bijl is geplaatst. Het is een mooie afsluiter van het jaar en een prachtige erkenning.

Ook de reacties op Facebook, mijn blog en op de tatami zijn erg leuk. Mijn blogs hebben zelfs andere mensen geïnspireerd te starten met een eigen blog. Inmiddels is mijn website meer dan 10.000 keer bekeken. Misschien niet veel vergeleken met mijn voorbeelden zoals The Budo Bum en Mitesco, maar ik kijk met genoegen terug op het afgelopen jaar.

Het was namelijk een grote stap voor mij. Jarenlang liep ik rond met het idee, maar was ik bang voor het delen van mijn kennis. In het proces van het starten met deze blog heb ik een hoop lessen geleerd. Deze lessen zijn voor meer mensen interessant, daarom deel ik ze graag via deze blog.

Do. Or do not. There is no try.

In Star Wars zegt de wijze Yoda: “Do. Or do not. There is no try.” Dit is de belangrijkste les. Veel uitdagingen kunnen worden voltooid door simpelweg doen. Je kunt eeuwig blijven twijfelen, maar begin gewoon en leer gaandeweg.

Do. Or do not. There is no try. (Yoda)

Grootmeester Kano zei: “Overweeg volledig, handel vastbesloten.” Denk goed na vooraf, maak een keuze en ga er volledig voor. Breng seiryoku zen’yō en jita kyōei in de praktijk. Richt je energie niet alle kanten op door te blijven malen over een keuze. Neem een besluit en richt vervolgens alle energie op bijdragen aan wederzijdse welvaart voor jou en anderen.

Focus op een sportmindset

Tijdens de cursus tot judoleraar, –trainer en –coach werd ik geattendeerd op SportMindset.nl. Het gaat erom dat je focust op je eigen ontwikkeling en niet op het resultaat.

Als ik gelijk zo goed wil schrijven als Arnon Grunberg of lesgeven als Richard de Bijl, raak ik snel gedemoraliseerd. Maar ik zie ze nu als voorbeelden om van te leren. Ondertussen word ik door te blijven doen (= oefenen) steeds beter. Met kleine stapjes. Niet focussen op de bestemming, maar de weg.

Op deze wijze zijn fouten niet erg. Je leert van fouten maken. Je bent op weg naar een hoger doel, continu verbeteren. Zoals Thomas Edison, uitvinder van de gloeilamp, het formuleerde: “Ik heb niet gefaald. Ik heb enkel 10.000 manieren ontdekt die niet werken.” Michael Jordan zegt het ook mooi in de onderstaande commercial.

Release early, release often

Ik werk ook in de wereld van de ICT. Daar is het sneller op de markt brengen van nieuwe technologie een trend. Zoek bijvoorbeeld op Scrum. Als je een product sneller en vaker vrijgeeft, krijg je eerder feedback van gebruikers. Vervolgens kun je bijsturen.

Dit voorkomt dat je twee jaar in een donkere kelder mooie technologie ontwikkelt die niet aansluit op de wensen van de klant. Hopelijk leest de overheid mee…

Op dezelfde wijze had ik eerst een heel boek kunnen schrijven. Vervolgens geef ik het uit en blijkt dat ik over de verkeerde onderwerpen schrijf of op een toon die mensen niet bevalt. Echter een klein artikel schrijven kost weinig tijd en ik ontvang direct reacties van lezers, zodoende kan ik de feedback in volgende artikelen meenemen.

Het is een kleiner risico. Een boek publiceren kan een grote, spannende stap zijn. Wellicht zo’n grote stap dat je het niet durft. Echter, een klein stukje op Facebook publiceren is voor meeste mensen een overbrugbare stap. Vervolgens kun je een groter artikel schrijven, een blog starten en uiteindelijk een boek publiceren.

Overigens is het boek vooralsnog slechts een voorbeeld! 😉 Dit principe kun je op veel zaken toepassen. Bijvoorbeeld eerst een week lang elke dag een minuut mediteren. Dit kan iedereen met enige ruggengraat volhouden. Vervolgens bouw je het langzaam uit met elke dag een minuut langer.

Tot slot

SPFransen.nl Ik heb nog veel meer geleerd van deze blog, maar dit zijn de belangrijkste lessen. Mijn angsten voor afwijzing heb ik van mij afgezet en ik ben simpelweg begonnen met korte stukjes op Facebook.

Vervolgens ben ik met kleine stapjes vooruitgegaan, totdat ik genoeg moed had voor het starten met deze blog. Daarbij heb ik de nodige fouten gemaakt, waarvan ik heb geleerd.

Door het maken van de microstapjes, heb ik ook steeds reacties ontvangen van lezers. Met deze feedback kan ik steeds betere artikelen delen en leer ik nog steeds. Dat doe ik met veel plezier omdat ik niet focus op het resultaat, maar op het continu ontwikkelen van mezelf.

Ik wil dan ook nog lang doorgaan en mijn kennis en ervaring blijven delen. Het inspireren van mensen met judo tot bewust leven. Samen wandelen over een levenslange zachte weg en leren van elkaar. Het perfectioneren van de eigen persoon voor een betere wereld, jiko no kansei.

Hopelijk kunnen jullie iets met mijn lessen voor het verwezenlijken van een idee, droom of wens. Of misschien is het een bevestiging van wat je al wist. In ieder geval veel succes! Fijne feestdagen en een gelukkig nieuwjaar.