Yagai-geiko

De gemiddelde dojo voor het bestuderen van vechtkunsten is tegenwoordig een prachtige zaal vol luxe. Ik zie steeds grotere dojo met prachtige verende matten (judo) of een houten vloer (kendo). Trainen in de dojo is praktisch en erg verleidelijk.

Vroeger was alles beter

Vroeger was het echter anders. De trainingen vonden vaak buiten plaats. Veel daimyo (Japanse krijgsheren) konden zich geen speciale dojo veroorloven. De trainingen vonden veelal plaats op braakliggend terrein, binnenplaatsen en veranda’s.

Dit was ook uit andere overwegingen. Weinig gevechten vonden plaats in een mooie overdekte dojo met egale vloer. Het buiten trainen was realistischer door de wisselende weersomstandigheden en het natuurlijke terrein.

Volgens Dave Lowry in zijn boek “In The Dojo” bleven de samurai dan ook buiten trainen, toen de daimyo rijker werden en zich wel een dojo konden veroorloven.

Yagai-geiko of no-geiko

Yagai-geiko (buiten training) of no-geiko (veldtraining) is nu veelal niet meer nodig uit praktische overwegingen. Veel budoclubs en -verenigingen beschikken over een eigen dojo of huren een gymzaal. Buiten trainen is voor sommige vechtkunsten zelfs enigszins onpraktisch. Bijvoorbeeld is bij judo het niet altijd even prettig vallen op gras of zand.

Ik kan toch iedereen het buiten trainen aanraden. Misschien denk je dat buiten trainingen niet zo romantisch is als het bovenstaande fragment uit “The Karate Kid”, maar eigenlijk komt het best dicht in de buurt!

Het oefenen op natuurlijk terrein is een verrijking voor de training. Deze zomer heb ik getraind in een park op een zeer onregelmatig grasveld, terwijl het begon te waaien en druppelen. Ik heb zoveel geleerd over maai (afstanden) en mijn eigen balans. Kata is heel anders zonder judogi en als je het koud hebt.

Ju-no-kata op het strandOok op het strand was een prachtig leermoment. Met een zeebriesje en zand dat wegschuift onder de voeten wordt het ju-no-kata heel anders. Ook hier is het bepalen van afstanden voor de aanvallen veel moeilijker. Het ju-no-kata leent zich trouwens erg goed voor yakai-geiko. Het kan zonder aanpassingen in “normale” kleren en het kata is zonder valbreken.

Nog meer voordelen

Het trainen in verschillende weersomstandigheden op verschillende natuurlijke ondergronden is natuurlijk een groot voordeel. Ook het gebruik van verschillende kleding kan leiden tot aanpassingen en variaties op technieken. Op het strand in een zwembroek is een pakking met revers en mouw onmogelijk.

Denk ook aan het trainen van bijvoorbeeld metsuke. Op het blog van Mitesco staat hier een interessant artikel over.

“Daarom is de opperste concentratie van het judo en aikido een geconcentreerde blik maar geen staren of fixeren. Wanneer je je ogen fixeert, zie je eigenlijk niets meer, en dus is dat gevaarlijk. In de budo wordt nogal eens gesproken over ‘enzan no metsuke’ (遠山の目付け) wat betekent: ‘kijken als naar een verre berg’. Als je naar een berg in de verte kijkt, zie je niet alleen de berg, maar ook de hele omgeving. Met zo’n ‘wijdse’ blik moet je ook met je partner omgaan: goed kijken, zonder je eigen bedoelingen te verraden en alles zien.”

Yakai-geiko kan worden gebruikt voor het oefenen in goed kijken. Niet focussen, maar de hele omgeving waarnemen. Uiteraard kan dit voor alle zintuigen worden getraind. Denk aan het horen van de golven, wind en zeemeeuwen op het strand.

Ga de natuur in

Yagai-geiko of no-geikoUiteraard kunnen er nog veel meer voordelen worden gehaald uit trainen buiten de dojo. Ik wil iedereen uitdagen om uit de heerlijk gekoelde of verwarmde dojo de natuur in te stappen. Het leidt vaak tot verbeteringen op technisch, tactisch, fysiek en mentaal vlak. Ik hoor graag jullie ervaringen via de reacties of een persoonlijk bericht.

Too much ego will kill your talent

“Ego is just like dust in the eyes. Without clearing the dust, we can’t see anything clearly. So clear the ego and see the world.”

Ik train vaak met Bas Bakker, een gepassioneerde vechter met ervaring in vele vechtkunsten. Bas traint onder andere Koryu Ju Jutsu en Araki Ryu. Hij heeft uitgebreid verschillende krijgskunsten bestudeerd en vele andere dojo bezocht voor verbreding van zijn horizon. Wij hebben vaak gesprekken over krijgskunsten en ook het ego komt regelmatig ter sprake.

De ontvanger bepaalt

Wat is er zo bijzonder aan het ego in de krijgskunst? “De ontvanger bepaalt.” Oftewel het ego kan de waarneming van de krijger beïnvloeden door het filteren en kleuren van de waarneming. Zowel de waarneming van zichzelf als de buitenwereld. Op deze wijze kan het ego een enorme belemmering vormen voor de eigen ontwikkeling, omdat men niet volledig open staat voor nieuwe ervaringen en inzichten.

Always remember: too much ego will kill your talent

Too much ego will kill your talentEen goede krijger kijkt kritisch zonder vooroordelen naar zichzelf en zijn systeem (technieken, tactieken, principes, etc.) . Op welke punten worden nog fouten gemaakt of is verbetering mogelijk? Iemand met een groot ego ziet geen fouten, waardoor er weinig of geen progressie plaatsvindt. Als iemand fouten erkent, kan hij of zij verbetering zoeken. Bijvoorbeeld door het leren van andere krijgers en krijgskunsten. Voor het leren van andere krijgers of krijgskunsten moet de nieuwe situatie met een open mind worden benaderd.

Open mind

Observeer zonder vooroordelen en neem zoveel mogelijk alleen de feiten waar. Welke waza (technieken) worden gebruikt? Wat zijn de onderliggende principes van de technieken en krijgskunst? Welke maai (afstand) houden de beoefenaars tussen elkaar in het gevecht? Hoe geeft de sensei (leraar) les?

Selectie op basis van studie

Na open bestudering van nieuwe technieken en krijgskunsten kan men kijken welke principes of technieken geschikt zijn binnen het eigen systeem. Wellicht is daar wel eerst een aanpassing voor nodig.

Jigoro Kano, uitvinder van het judo, nam bijvoorbeeld een aantal technieken één-op-één uit oude ryu (scholen/leergangen) over. Andere technieken werden aangepast voordat ze werden toegevoegd aan het judo en weer andere technieken waren niet geschikt voor judo en zijn dan ook niet opgenomen in het systeem. Maar deze selectie vond pas plaats na uitgebreide studie van de technieken uit de oude ryu.

Evolutie van krijgskunsten

Uiteraard is dit principe toepasbaar binnen elke krijgskunst. Laat het ego niet de reden zijn om niet te leren van andere beoefenaars en krijgskunsten. Van iedereen kan men iets leren, soms hoe het wel moet en soms hoe het niet moet. Zelfs als men ziet hoe het niet moet, kan wellicht inspiratie worden opgedaan voor verbetering van de eigen technieken en krijgskunst. Laat geen kans liggen om van iemand anders te leren, omdat het ego de ander veel beter of slechter vindt.

No limits

Uit onderzoek van de Amerikaanse Napoleon Hill voor zijn boek blijkt dat veel succes komt vlak nadat een persoon er helemaal doorheen zat en wilde opgeven. Ik heb het boek Think and Grow Rich niet gelezen, maar herken het wel uit eigen ervaring met bijvoorbeeld judoën en gitaarspelen.

Het ervaren van een limiet

Er zijn van die periodes dat ik keihard train, maar weinig vooruitgang boek of stilsta. Soms heb ik dan zelfs het idee dat ik achteruit ga. Het voelt alsof ik mijn limiet heb bereikt. Mijn techniek wordt niet meer beter of zelf slechter, nieuwe technieken werken niet goed en mijn fysieke en mentale conditie gaan langzaam achteruit. Het gevolg is teleurstelling, soms zelfs frustratie. Je traint keihard, maar het levert weinig op.

Vertoeven op een plateau

In dit soort periodes is het accepteren van mijn grenzen en opgeven erg verleidelijk. Sommige mensen doen rustiger aan of stoppen zelfs. Toch is het vaak zinvol om op dit soort momenten te volharden en door te gaan met oefenen. Tenslotte doe ik nog steeds ervaring op en anders train ik mijn geest in doorzettingsvermogen en discipline. Of zoals Thomas Edison, uitvinder van de gloeilamp, sprak: “Ik heb niet gefaald. Ik heb enkel 10.000 manieren ontdekt die niet werken.”

Verleggen van een limiet

Bruce LeeHet is een bekend verschijnsel dat vlak voor een grote doorbraak je soms eerst even stil staat of zelfs een kleine terugval hebt. Toch als je eenmaal door volharding blijft trainen, komt er een moment dat je jouw limiet bereikt en overschrijdt. Je ziet nieuwe mogelijkheden en merkt dat je een grote sprong vooruit hebt gemaakt. Je beschikt over betere technieken, nieuwe technieken en je fysieke en mentale conditie verbetert. Je bent klaar voor het opzoeken van de volgende limiet.

Bruce Lee heeft het mooi verwoord: “Als je altijd een limiet plaatst op alles wat je doet, lichamelijk of wat dan ook, dan verspreidt zich dit in jouw werk en leven. Er zijn geen limieten. Er zijn alleen plateaus, daar moet je niet blijven, je moet ze overstijgen.”

Omgaan met een limiet

Wat voor mij goed werkt bij het bereiken van een limiet is een rustperiode of het verleggen van de focus. Denk maar eens aan een dag vol problemen waarop niets wil lukken. Na een goede nachtrust of meditatie, kun je vaak een dag later dezelfde problemen met frisse zin eenvoudig oplossen.

Of een training waarin een worp blijft mislukken. Dan schuif ik het trainen van de bewuste worp op naar een latere training. Eventueel zoek ik thuis nog wat extra informatie op. Een training later lukt het dan vaak direct of het gaat in ieder geval een stuk beter.

Met gitaarspelen ervaar ik hetzelfde. Als het niet meer lukt of goed voelt, dan speel ik soms even een week of langer geen gitaar of ik speel iets compleet anders. Na zo’n periode kan ik dan vaak weer veel beter spelen. Het geheugen krijgt tijd om de vingerzetting op te slaan en je hebt weer veel meer zin en energie. Na een week geen judo of gitaarspelen barst ik van de energie om te oefenen.

Ik maak overigens wel altijd bewust de keuze tijdelijk rustiger aan te doen of de focus te verleggen. Ik doe dit nooit uit teleurstelling of frustratie, maar met een weloverwogen doel en positieve attitude.

Ayrton SennaOp deze wijze kunnen vele limieten worden overschreden. Of in de woorden van de succesvolle autocoureur Ayrton Senna: “Op een bepaalde dag met bepaalde omstandigheden, denk je ‘Ok, dit is de limiet.’ Maar zodra je deze limiet bereikt, gebeurt er iets en plots kun je net een klein stukje verder. Met de kracht van jouw geest, jouw doorzettingsvermogen, jouw instinct en ook ervaring, kun je het ver schoppen.”

Trainen voor het echie

“Een beroemde zwaardvechter bezoekt een daimyo. Bij de daimyo verblijft ook een ronin, een samurai zonder meester, die erg overtuigd is van zijn vaardigheden met het zwaard. De ronin hoort over de zwaardvechtkunsten van de gast en hij vraagt of hij les kan krijgen in zwaardvechten. Met andere woorden, de ronin wil een serieus gevecht. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar op aandringen van de daimyo geeft de zwaardvechter toe.

In de tuin vechten de zwaardvechter en ronin met houten oefenzwaarden. Bijna gelijktijdig raken de twee strijders met het houten zwaard het lichaam van de ander.
De zwaarvechter zegt: “Begrijp je deze techniek?”
De ronin kijkt erg tevreden over zijn gelijkspel tegen een beroemde zwaardvechter en antwoord: “Ja, het is een gelijkspel.”
De zwaardvechter reageert kalm: “Nee, ik heb gewonnen.”

De ronin vraagt om een tweede gevecht. Dit gevecht verloopt precies hetzelfde, ze raken elkaar bijna gelijktijdig. De ronin zegt wederom dat het gelijkspel is en de zwaardvechter antwoordt dat hij gewonnen heeft.

De ronin wordt kwaad, terwijl de daimyo geïnteresseerd toekijkt en ook de woorden van de zwaardvechter in twijfel lijkt te trekken. De ronin wil nog een wedstrijd, maar nu met scherpe zwaarden. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar wederom wordt hij overruled door de daimyo.

Voordat het gevecht goed is begonnen, is het voorbij. De ronin valt op zijn knieën met zijn hoofd in tweeën gesplitst. De zwaardvechter loopt naar de daimyo en laat de plaats zien waar de ronin hem elke keer raakte. Alleen zijn bovenkleding is licht gescheurd, maar zijn onderkleding en huid zijn nog volledig intact.”

Het bovenstaande verhaal komt uit het boek Legends of the Samurai van Hiroaki Sato. Naast dat het zeer amusant is om te lezen, denk ik dat er een wijze les in zit verscholen. Je kunt de realiteit niet uit het oog verliezen tijdens het trainen van krijgskunsten.

Houten zwaard vs. scherp zwaard

In het verhaal lijkt de ronin zijn bokken (houten oefenzwaard) gelijk te stellen aan een scherp zwaard. Nu weet ik uit ervaring dat als je niet oplet en een bokken tegen je lichaam krijgt dit heel vervelend is, maar (tot nu toe) niet dodelijk. Ik denk dat weinig mensen er aan twijfelen dat een scherp zwaard in handen van een zwaardvechter dodelijk is.

Een bokken is dus niet gelijk aan een scherp zwaard. Trainen met een bokken is uiteraard een goed alternatief voor het oefenen met een echt zwaard. Het is misschien veiliger, maar verlies de realiteit niet uit het oog.

Trainingswapens

Een praktijkvoorbeeld uit mijn eigen ervaring komt uit het kime-no-kata. In dit kata zit een handeling waarbij het zwaard uit de schede wordt getrokken, voordat een slag wordt gemaakt. Ik oefende dit met een bokken en deed alsof ik de bokken uit een denkbeeldige schede trok, zoals dit is voorgeschreven in het kata. Na een tijd adviseerde iemand mij om te oefenen met een echt zwaard. Het bleek dat ik het zwaard op mijn manier helemaal niet kon trekken, omdat het uiteinde van het zwaard nog steeds in de schede zat. Had ik nooit met een echt zwaard geoefend, dan had ik nog steeds een symbolische handeling uitgevoerd die nergens op slaat. Laat staan als ik op een slagveld had gestaan met mijn zwaard nog in de schede…

Realiteit en zelfverdediging

De realiteit is nog belangrijker als je traint voor zelfverdediging. De kans dat je op straat een zwaard bij je hebt en kan trekken is vrij klein. Ik laat mijn wapens in ieder geval altijd thuis als ik niet ga trainen.

Maar stel je eens voor dat je wordt aangevallen met een mes. Je hebt het kime-no-kata duizenden keren geoefend met een houten mes, dus kent een aantal verdedigingen op mesaanvallen. Je bent vol overtuiging dat je kunt mesvechten. Maar nu blijkt dat met angst het snel wegdraaien (tai-sabaki) van een wapen veel moeilijker is. De adrenaline pompt door je lichaam. Daarnaast blijkt de aanvaller een ervaren mesvechter, hij houdt het mes anders vast en steekt niet recht van voren. De verdedigingen uit het kime-no-kata blijken niet aan te sluiten op de realiteit van nu. Je had misschien liever je geld en horloge gegeven.

Dat is het risico van trainen en de realiteit uit het oog verliezen. Tijdens het oefenen van kime-no-kata staat de aanval vast, dus je weet wat er komen gaat. Daarnaast is het mes van hout, dus de kans op zware verwondingen is klein. Vervolgens blijkt dat de aanvallen uit het kime-no-kata, maar een beperkte selectie zijn uit de vele mogelijkheden met een mes. Daar moet men zich bewust van zijn.

Realisme in trainingen

Hoe kan men dit dan realistischer trainen? Een hele goede optie is ervaren mesvechters zoeken en daarmee oefenen. Zij hebben jarenlang geoefend en zijn meester in hun wapen en zijn realistische tegenstanders die zwakke punten in een aanval of verdediging kunnen aangeven.

Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen tijdens de training. Bijvoorbeeld door lippenstift te smeren op de scherpe kant van het houten mes, zodat zichtbaar is waar is gestoken, een keer extra moet worden gewassen en het één en ander thuis moet worden uitgelegd. Er zijn zelfs wapens die een kleine elektrische schok geven als ze iets raken, zoals het Shocknife. Hierdoor ontstaat meer angst voor het wapen, omdat het altijd een vervelend gevoel is. Je motoriek reageert heel anders als er angst is voor pijn of onverwachte aanvallen.

Philip K. Dick over realiteitDit zijn maar een paar kleine voorbeelden over realiteit in training. In deze blog is als voorbeeld het kime-no-kata uit het judo en mesvechten beschreven, maar dit principe kan uiteraard worden vertaald naar vele andere situaties. Het is belangrijk dat de serieuze beoefenaar van zijn krijgskunst altijd bezig is met het benaderen van de realiteit en dit doorvoert in zijn of haar trainingen. Anders wordt de training een prachtig toneelstuk met hele mooie bewegingen. Daar is op zich niets mis mee, als je daar bewust van bent. Maar wil je een krijgskunst als zelfverdediging gebruiken of echt begrijpen, dan kun je de realiteit niet weg denken.