Een beetje Zen en lol trappen in Polen

Click here for the English version

Sebastiaan op BJJ Globetrotters Zen Camp 2018
Photo by Stevie Antoniou

Daar rijden Marie-José en ik in onze gehuurde Renault Clio over de Poolse snelwegen. Bijna een jaar lang hebben we hier naar uitgekeken. Na een omleiding en nog meer snelweg verandert plots de omgeving in slechte, hobbelige wegen tussen bomen met vurige herfstkleuren. We zijn onderweg naar Dojo Stara Wieś ergens in Polen voor het BJJ Globetrotters Zen Camp.

De bestemming is een klein dorpje gebouwd in Japanse stijl. Het ligt in een rustige, bosrijke omgeving en beschikt over een prachtige dōjō. Alles is hier gebouwd met één doel: het beleven van budō.

BJJ Globetrotters Zen Camp

Ergens was ik bang dat door mijn torenhoge verwachtingen het Zen Camp van BJJ Globetrotters een beetje zou tegenvallen. Gelukkig verdween dit gevoel direct bij aankomst. De overweldigende locatie maakte alle verwachtingen waar.

Dit kamp staat in het teken van aandacht voor lichaam en geest. Ze worden beiden gestimuleerd door de afwisseling van beweging met stilte en rust. Ondertussen worden we ondergedompeld in de wereld van Braziliaans jiujitsu en grappling.

Een beetje lol trappen

Elke dag begint met een heerlijk ontbijt gevolgd door een uitgebreide yogales van Yogi Jack. Dit creëert direct het juiste gevoel voor de rest van de dag. Vervolgens kiezen we uit de vele workshops op de mat, lezingen naast de mat en het deelnemen aan de open mat. Of gewoon even relaxen met nieuwe vrienden, een boswandeling maken, een bezoek aan de spa of lekker liggen in een hangmat. Iedereen bepaalt zijn eigen tempo tijdens dit kamp.

Sebastiaan op BJJ Globetrotters Zen Camp 2018
Photo by Christian Graugart

Vooral de open mat is bijzonder. Je kijkt rond en ziet iemand anders lopen. Even handen klappen gevolgd door een boks en vervolgens ben je samen aan het ‘rollen’. Het is ongelofelijk om met meer dan honderd verschillende personen op een mat bezig zijn met een gezamenlijke passie.

Het maakt niet uit welk geslacht, leeftijd, nationaliteit, geloof, seksuele voorkeur en graduatie de persoon heeft. Je leert sparren met hele verschillende stijlen, allemaal met hun eigen voorkeuren. Door de interactie tijdens de open mat leer je in korte tijd enorm veel van elkaar. Daarnaast ontstaan er op en naast de mat mooie vriendschappen tussen gelijkgezinden. Een buitengewone belevenis.

Christian Graugart

Sebastiaan op BJJ Globetrotters Zen Camp 2018
Photo by Stevie Antoniou

Het is bijzonder dat dit allemaal door één man is bedacht. Het wilde idee van Christian Graugart is werkelijkheid geworden, omdat hij elke keer iets moois wil creëren uit chaos. Het Zen Camp en de BJJ Globetrotters community zijn mooie voorbeelden van succesvolle projecten.

Tijdens dit kamp gaf hij een lezing over zijn methode “Create Something”. Hoe werk je een idee uit tot iets moois? Een zeer inspirerende sessie waarvan ik mijn aantekeningen zeker in de praktijk ga brengen.

“It’s almost like all you guys care about is having fun”

In de lezing zit een anekdote van Christian waarin hij ervan wordt beschuldigd dat hij alleen maar plezier wil maken. Hij neemt volgens boze tongen het jiujitsu niet serieus. Dit sprak me erg aan.

Ik ben er al jaren van overtuigd dat ik het meeste heb geleerd door gekke capriolen (“Björn, denk je dat dit ook kan?”). Ook in Polen heb ik wederom ervaren dat je prima spelenderwijs kunt leren met veel plezier. Het gaat hand in hand samen.

Final kumite

Sebastiaan op BJJ Globetrotters Zen Camp 2018
Photo by Stevie Antoniou

Zodoende kwam ik deze reis naar Polen weer even tot de kern van mijn liefde voor budō. Het gaat niet om de mensen die het misbruiken voor een gevoel van macht of andere onzinnige doeleinden, waardoor ik me soms vervreemd voel van bepaalde organisaties en mensen.

Het gaat om het delen van onze mooie krijgskunsten en vechtsporten met anderen, ongeacht geslacht, leeftijd, nationaliteit, geloof, seksuele voorkeur en graduatie. Nieuwe vriendschappen maken en samen groeien op onze eigen weg. Gave ideeën bedenken en realiseren. Eigenlijk gewoon een beetje lol trappen met z’n allen…

Competitieregels: belangrijk of niet

De afgelopen jaren is er veel veranderd op het gebied van competitieregels. Denk aan het verbieden van ‘leg grabbing’ en afschaffen van kleine scores. Het belangrijkste doel van deze wijzigingen is het judo onderscheidend houden ten opzichte van andere worstelvormen.

Regelmatig ben ik kritisch over de competitieregels. Soms vragen mensen zich af waar ik me mee bemoei, omdat ik zelf geen actief competitiejudoka ben. Laat me dit toelichten.

Verschil randori en shiai

In mijn blog “Randori is een chaos” heb ik geschreven dat randori geen wedstrijd is. Het biedt de mogelijkheid om technieken in vrijheid te oefenen. Daarmee is het een tegenhanger van kata, waar alles volgens bepaalde afspraken wordt uitgevoerd.

Randori kan soms competitie benaderen, maar het belangrijkste doel is altijd leren en groeien. Soms kun je hiervoor beter op lagere intensiteit werken. Men kan inbrengen dat shiai (competitie) ook leren als doel heeft. In de praktijk zijn echter veel mensen gevoeliger voor een medaille en lof.

Wat is de invloed van competitieregels?

De regels beïnvloeden véél.

Competitieregels - Leg grabbing Sebastiaan Fransen en Björn Rauhé
Leg grabbing

Vroeger werd er bijvoorbeeld nog weleens een koka of yuko gescoord met een slecht uitgevoerde beengrijp-actie. Daarna werd de partij tactisch op slot gezet. Tegenwoordig zijn in de regels ‘leg grabbing’ en kleine scores verbannen, waardoor de judoka meer wordt gedwongen tot het maken van een echte werpactie voor een score. Dit is een positieve ontwikkeling.

In judo wordt de tijd voor ne-waza ook regelmatig aangepast in de competitieregels. Als de judoka meer tijd voor grondwerk krijgt, dan wordt dit vaker getraind. Als de tijd korter wordt, dan is het trainen van alleen werptechnieken efficiënter. Daarom zie je het passieve naar de buik draaien veel in (competitie)judo.

Een laatste voorbeeld. Bij Braziliaans jiujitsu leidt het staan van een persoon tijdens ne-waza niet tot een situatie waarbij de deelnemers allebei moeten opstaan en opnieuw vastpakken. De zogenaamde mate-situatie in het judo. De partij gaat gewoon door zonder onderbrekingen. Daardoor zie je veel meer staande passeertechnieken in BJJ. Een effectieve manier van passeren.

De regels beïnvloeden véél.

De relatie tussen randori en competitieregels

De regels hebben dus grote invloed op de competitie. Dit is logisch. Deze invloed is niet beperkt tot competitie. Het vloeit door in randori en judo. Hierdoor wordt het judo in bepaalde aspecten ‘enger’. Effectieve, mooie technieken verdwijnen naar de achtergrond. Bepaalde innovaties uit andere krijgskunsten en vechtsporten kunnen niet groeien in het judo.

Want ondanks dat randori vrijheid nemen is, zijn er afspraken. Al is het alleen maar voor de veiligheid. Het is fijn dat ondanks dat er atemi in judo zitten, er geen traptechnieken worden gebruikt tijdens randori. De uitdaging is het behouden van ‘compleet’ judo ondanks de noodzaak voor afspraken.

Theoretisch kunnen de regels voor randori en shiai totaal verschillend zijn. Bij randori is het opvoedkundige aspect en de veiligheid het allerbelangrijkste.

Bij wedstrijden zijn er ook andere (commerciële) belangen. De krijgskunst moet interessant worden gemaakt voor de sponsoren en Olympische Spelen. Ook de positionering ten opzichte van andere krijgskunsten en vechtsporten speelt mee.

Helaas zien we toch vaak dat in randori de geldende competitieregels van de Judo Bond Nederland worden gevolgd. Voor de competitiejudoka is dit enigszins verklaarbaar. Sommige coaches zijn bang dat de judoka anders bepaalde ‘verboden’ handelingen ook in competitie toepassen.

De competitieregels beïnvloeden dan ook voor een groot deel wat er tijdens de judotrainingen gebeurt. De trainer wil graag zijn judoka optimaal opleiden voor de competitie, ook al is het maar een klein deel van zijn judoka.

Het judo wordt hierdoor armer. Bepaalde, effectieve technieken worden weinig of niet langer beoefend. Gelukkig zitten er nog een kata-guruma en ashi-guruma in het kata, maar zullen we over een paar jaar nog mooie varianten van sukui-nage zien tijdens randori?

Hoe kunnen we het judo completer maken?

Er zijn initiatieven, zoals Freestyle Judo, om de competitieregels af te stemmen op oudere regels. Ook heeft het moderne invloeden vanuit bijvoorbeeld BJJ voor de punten in het ne-waza (grondtechnieken). Hiermee blijf je echter hetzelfde probleem houden. Je kiest alleen een andere invloed.

Ik heb geen perfecte oplossing. Wat voor mij goed werkt zijn de volgende tips:

  1. Train de technieken die effectief zijn en/of een opvoedkundige waarde hebben. Tijdens de training gaat er niets boven een mooie ko-uchi-maki-komi of kata-guruma. Leer de meest efficiënte vormen en pas ze aan de voor de competitiejudoka. Sta de technieken ook toe tijdens examens, mits gecontroleerd uitgevoerd.
  2. Het variëren van de regels in randori. Regelmatig spreken we in onderling overleg af dat alle judotechnieken zijn toegestaan. Natuurlijk voor zover dit veilig is. Het niveau van tori en uke moet toereikend zijn om de technieken gecontroleerd uit te voeren, als je bijvoorbeeld kata-guruma of beenklemmen toestaat. Ook leuk is in plaats van een judōgi een korte broek en t-shirt aantrekken voor randori.
  3. Cross training, het beoefenen van andere stijlen. Doordat deze vaak andere regels hebben, leer je improviseren en aanpassen. Ik haal zelf veel plezier uit het Braziliaans jiujitsu. Je leert heel snel welke technieken goed werken tegen een staande, verdedigende tegenstander. Ook kun je technieken aanpassen, zodat deze een dominante positie op de grond opleveren.

Dit is een korte uitleg met mijn tips. Ik ben benieuwd hoe andere judoka dit onderwerp zien. Zijn er lezers met andere tips voor het bewaren van effectieve technieken, zodat deze niet verloren gaan? Laat het weten in de reacties.

De Wim Hof Methode en het ijsbad

Een woensdagochtend in augustus. Vandaag ga ik eindelijk de WHM Fundamentals Workshop volgen. Wim Hof, ook bekend als “The Iceman”, trok een paar jaar geleden mijn aandacht met zijn bijzondere ijsbad-methodiek en prestaties. Zoals een grote afstand onder het ijs zwemmen en de hoogste bergen beklimmen in een korte broek.

Nu was het eindelijk zover. Ik zou zelf kopje onder gaan in zijn methodiek. Niet langer lafjes koud douchen. Nee, een echt ijsbad. Helaas niet bij de meester zelf, want die doet vooral de grote klussen. De workshop werd gegeven door één van de instructeurs van Wim Hof in het pittoreske centrum van Utrecht.

Persoonlijke doel

Wim HofIk begon de workshop zonder duidelijk doel. Wim is een inspirerende man en ik wilde graag zijn methode ervaren. Tijdens de standaard voorstelronde kwam ik wel tot een aantal flarden van gedachten. Buiten de comfortzone stappen. Kijken of ik net als Wim Hof de ‘grenzen’ van mijn lichaam en geest kan verleggen. Onderzoeken of ik meer innerlijke kracht kan benutten met zijn methode.

Daarnaast heb ik sinds mijn geboorte last van allergieën en een beter immuunsysteem staat ook in het rijtje met voordelen van de Wim Hof Methode, dus wie weet…

Het ijsbad

Het reizen met de NS was de eerste stap uit mijn comfortzone. Na een uitgevallen trein waren Marie-José, Irene en ik precies op tijd voor de workshop. Bij een ontspannen binnenkomst in de workshopruimte stond pontificaal het ijsbad op ons te wachten. Was het een gimmick, de spanning opbouwen of een kans op een voorproefje door af en toe alvast te voelen?

In de workshop van de Wim Hof Methode staan de drie pilaren centraal: toewijding, ademhaling en koudetherapie.

Toewijding

Tijdens deze oefeningen moesten we tien minuten lang in de squat staan en bewegen over de grond naar de andere kant van de zaal als een salamander.

Het onderliggende idee van beide fysieke uitdagingen is het focussen op de ademhaling, zodat deze synchroon loopt met de beweging. De aandacht is gericht op de ademhaling/beweging (het proces) in plaats van de andere kant van de zaal bereiken (het resultaat).

Door toewijding met focus en vastberadenheid kan het lichaam veel meer. De geest geeft veel sneller op dan het lichaam in dit soort situaties. De groepsdruk is overigens ook zeker effectief in deze situatie.

Ademhaling

IJsbadAdemhaling is ontzettend belangrijk. Als je het een tijdje niet doet, ga je dood. Een goede, diepe ademhaling biedt veel voordelen voor de gezondheid. Het is bijvoorbeeld een effectief medicijn tegen stress.

In budo vormt de ademhaling ook de basis. De ademhaling heeft invloed op de postuur en balans. Uiteraard bepaalt de kwaliteit van het ademen ook voor een groot deel ons uithoudingsvermogen.

Hoe ademhaling en innerlijke kracht samengaan is een onderwerp waarin ik nog steeds veel onderzoek en betudeer. Lees voor inspiratie deze interessante blog van The Budo Bum: The only things I really teach are how to breathe and how to walk en het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Het ademhalen in de Wim Hof Methode heeft veel weg van hyperventileren. Het begint met 30-40 versnelde ademhalingen, daarna moet je volledig uitademen en stoppen met ademhalen. Als je weer een ademprikkel voelt, dan volledig inademen en 15 seconden vasthouden. Dit hele proces herhaal je zo’n drie tot vier keer.

Sommige deelnemers zagen na deze oefening vlekken en werden licht in het hoofd. Ik had vergelijkbare ervaringen wel meegemaakt tijdens een zenweekend (lees ook In het oog van de orkaan), maar niet zo sterk na deze ademhalingsoefening.

Nu moet ik toegeven dat ik ook niet de gehele tijd volledig kon focussen. Ik voelde wel dat mijn handen tintelden en zowel handen als voeten koud werden (het tochtte een beetje).

De eerste keer deden we deze oefening rustig en liggend en de tweede keer snel en zittend. Na de snelle oefening gingen we direct zo veel mogelijk opdrukken. Voor mijn gevoel ging dit soepeler en met minder verzuring dan anders. In de toekomst wil ik dit een paar keer proberen, zodat ik beter kan ervaren of er verschil is met en zonder deze manier van ademhalen.

Koudetherapie

Na alle opbouwende oefeningen was het eindelijk tijd voor de grote finale. Het ijsbad. Marie-José en Irene mochten als dames eerst. Zij namen zonder grote problemen het ijskoude bad en kwamen knalrood en koud het bad uit. Door in beweging blijven, ademhaling en warme thee warmden zij gelukkig snel weer op. Een knappe prestatie.

Een paar deelnemers later was het mijn beurt. Nog even een paar keer diep ademhalen en het bad instappen. Nog een extra hap zuurstof en dan in één keer zakken in het bad tot aan de nek. Gelukkig kon ik vrij snel mijn ademhaling hervatten en was de stressvolle situatie naar omstandigheden onder controle. Ik kon zelfs even soort van lachen.

De begeleider vroeg of ik met mijn hoofd onder water durfde, maar dit wou ik niet. Na ongeveer twee minuten moest ik het bad weer uit en dit vond ik niet erg.

Uit het bad was ik vrij snel weer op temperatuur. Een lichte euforie nam me over dat ik het had voltooid, maar het was allemaal erg snel voorbij gegaan.

Nadat iedereen de uitdaging had doorstaan, kreeg ik de kans voor een tweede ijsbad. Geen twijfel mogelijk en enthousiast (als een van de weinigen) ging ik richting het bad voor een tweede ronde. Mijn vermoeden was dat de tweede keer waarschijnlijkminder stressvol zou zijn en ik het bewuster kon ervaren.

De tweede keer daagde ik mijzelf uit toch mijn hoofd onder water te stoppen. Een heftige ervaring. De ademhaling helpt met focus en dit kan niet onder water. Ik hield het even vol en kwam vervolgens snakkend naar adem boven. Uiteindelijk kon ik na een paar seconden weer mijn ademhaling hervatten en mijn focus hervinden, waarna ik ‘rustig’ het bad uitstapte.

Met een heerlijke, warme cappuccino en lekkernij besproken we de workshop nog eens door. Dit voelde als een fijne comfortzone.

Hierna voelde de workshop als afgelopen. Het ijsbad was de climax. Na een afrondend praatje en het aantrekken van warme kleren volgde het afscheid. We liepen door het prachtige centrum van Utrecht en kwamen een leuk koffietentje tegen. Met een heerlijke, warme cappuccino en lekkernij besproken we de workshop nog eens door. Dit voelde als een fijne comfortzone.

Conclusie

Ik ben trots dat ik het ijsbad ben ingestapt met mijn hoofd onder het ijskoude water. Dit was het verleggen van mijn grenzen en vinden van controle in een stressvolle situatie. Het is fascinerend hoe de ademhaling samenhangt met rust, focus en vastberadenheid.

De workshop zelf voelde een beetje oppervlakkig. Een paar kleine oefeningen met als ‘gimmick’ het ijsbad. Ik denk dat een langere workshop meer diepgang biedt. Er is dan meer tijd voor het bespreken van de theorie en ervaren van de verschillende oefeningen.

Ik miste vooral de ‘begeisterung’ van Wim Hof. Net als Wim heeft onze trainer het nodige meegemaakt. Ook is hij vakkundig en begaan met de deelnemers. Wellicht bewaakt hij zelfs beter de grenzen van de deelnemers dan Wim Hof. Toch miste de ongeremde energie van Wim. Het daadwerkelijk verbreken van de eigen grenzen. Uiteraard is dit minder verstandig in verband met veiligheid, maar het is wat mijn aandacht in eerste instantie heeft getrokken.

En nu?

De komende tijd ga ik de ademhalingsoefeningen oefenen en koud douchen in combinatie met yoga en meditatie. Ik ben benieuwd of ik de effecten nog bewuster kan ervaren.

Daarnaast ben ik de laatste tijd geïntrigeerd door innerlijke kracht. Zaken als ademhaling en postuur vind ik erg interessant en wil ik zeker verder onderzoeken met behulp van onder andere het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur en het toepassen van een aantal ademhalingstechnieken in randori en kata. Niet door het volgen van workshops, maar het zelf onderzoeken en ervaren.

Thomas Leeflang over Laurel & Hardy

Via mijn blog kom ik regelmatig in contact met interessante mensen. Een van deze mensen is auteur Thomas Leeflang. Hij heeft zo’n dertig boeken op zijn naam staan en schreef voor De Groene Amsterdammer en Het Parool.

Thomas LeeflangIk ben vergeleken met hem echt een ‘groentje’! Regelmatig vraag ik om feedback of advies op mijn schrijven. Bescheiden als Thomas is, krijg ik vaak slechts een mooi verwoord compliment. Een enkele keer denk ik tussen de regels een subtiel advies te lezen.

Ook op het gebied van judo-ervaring kom ik niet in de buurt. Thomas schreef drie boeken over budo. Door zijn boeken is menigeen judo, aikido of kendo gaan beoefenen. Daarnaast heeft hij onderricht ontvangen van de bijzondere Tokio Hirano, wat een ervaring moet dat zijn geweest!

Hier stopt mijn bewondering niet. Thomas staat op 82-jarige leeftijd nog steeds twee keer per week op de tatami met een groep veteranen. Ik hoop dat als ik zo oud word, ik ook regelmatig kan trainen en corresponderen met mooie woorden en anekdotes over budo. Judo een leven lang.

Bijgevoegd een leuk artikel over Thomas Leeflang in het blad het Laurel & Hardy-magazine ‘Blotto’. Veel leesplezier!

OLIVER HARDY 9de DAN JUDOKA

Auteur Thomas Leeflang (82), onder meer samensteller van de Laurel & Hardy Encyclopedie, doet sinds zijn jeugd aan judo. Hij begeleidt inmiddels al jaren drie ochtenden per week een groep senioren vanaf zeventig jaar in de dojo van sportinstituut Van Haren Sport & Wellness te Hilversum. Thomas is senpai (assistent) van sensei (leraar) Bert van Haren. Bijgaand afgebeeld beeldje kreeg Thomas van oud-judoka Adriaan Visser, de vroegere trainingspartner van Olympisch- en Wereldkampioen Anton Geesink ten tijde dat Geesink trainde in Amsterdam bij sensei Gé Koning-senior. Adriaan Visser had het beeldje, naar eigen zegge, al minstens vijftig jaar in zijn bezit.

‘Judoka’ Oliver Hardy draagt de rode obi, dat wil zeggen dat hij 9de dan is. Een zeer hoge judograad die, zoals we weten, is voorbehouden aan slechts een klein aantal grootheden in het judo. Anton Geesink was bijvoorbeeld een 9de dan judo.

Thomas: ‘Zelf ben ik niet zo gecharmeerd van Laurel & Hardy-beeldjes. Ze zijn meestal nogal kitscherig. Omdat ik zelf een life time judoka ben doet deze versteende uitvoering van Laurel & Hardy in judogi voor mij wel heel vreemd aan. Aan de andere kant denk ik dat Oliver Hardy een uitstekend judoka geweest zou zijn. In de films is goed te zien dat Oliver Hardy in zijn topjaren heel lichtvoetig was en zich soepel en elegant bewoog.

‘De meervoudig judokampioen van Japan, Yasuhiro Yamashita-san, had hetzelfde postuur en ongeveer hetzelfde gewicht. Als judoka zou Oliver Hardy op de tatami de tengere Stan Laurel zeker de baas zijn geweest. Maar overdreven machtsvertoon zoals tot uitdrukking is gebracht in het beeldje, dat druist in tegen de judo-etiquette.’

Judoka Laurel & Hardy

Overpeinzingen van een oude man

Vorig jaar september werd ik 31 jaar. Henk de Vries feliciteerde mij op Facebook met mijn verjaardag met het volgende bericht: “Ik wacht wel even op een blog met overpeinzingen van hoe het is om alweer een jaartje ouder te zijn. Daar kun je zo langzamerhand vast wel wat mee!”

Overpeinzingen vallen niet mee

Het even werd een lange tijd. Overpeinzingen vallen niet mee. De keuzes sinds mijn geboorte. Waar hebben ze me gebracht en waar brengen ze me heen? Wil ik doorgaan op deze weg of een ander pad kiezen?

Ik twijfel regelmatig of ik wil blijven bloggen. Het maakt me bewuster van de gedachten in mijn hoofd, evenzo deze continu veranderen. Toch wil ik liever op de achtergrond blijven. Aan de andere kant deel ik mijn ideeën graag, zodat ik van de reacties kan leren en hopelijk mensen inspireer.

Jezelf beschrijven is gelijk aan proberen te bijten op je eigen tandenAlan Watts

Perfectionisme ligt bovendien altijd op de loer. Ik kan het nooit goed genoeg doen. Het is een reden om in de schaduw te blijven. Dan kan niemand kritiek leveren. Echter, dan worden mogelijke talenten niet ontwikkeld of blijven verborgen.

Het bewegen op dit vlak deed me beseffen dat ik vol tegenstellingen zit. Desondanks laat ik door het ouder worden steeds makkelijker los wie ik denk te zijn en wat anderen zien, daarbij kiezend voor mijn eigen weg. Dat is een van de effecten van een leven lang judo, een lenige geest en evenwichtige houding.

In mijn ‘jongere’ jaren dacht ik dat lichaam en geest een tegenstelling zijn. Niets is minder waar. Shin, gi, tai heeft mij hierbij op weg geholpen.

Shin, gi, tai

De uitdrukking “shin, gi, tai” komt regelmatig voor in budo. Shin staat voor de geest (evenals hart en spirit), gi voor techniek en tai voor het lichaam. Een goede budoka heeft deze eigenschappen in balans.

Als jongetje was ik vooral bezig met tai. Een snel lichaam en steeds sterker worden. Het fysieke. Ik merk dat naarmate ik ouder word ik via gi (techniek) langzaam meer aandacht heb voor shin (geest).

Ju-no-kataIk ben nog altijd op zoek naar een fijne balans. Niet een prediker die alleen mysterieus praat over budo vroeger en innerlijke kracht. Geen eenzijdige technicus die alleen vage, onpraktische technieken tot in detail uitlegt of een instructeur die zijn leerlingen alleen duizenden uchi-komi laat uitvoeren.

Ik wil een balans vinden tussen efficiënte en effectieve technieken die worden versterkt door attributen zoals doorzettingsvermogen, snelheid, lenigheid en kracht. Daarbij aandacht hebben voor de geest, ademhaling en het ervaren van de diepere principes van budo.

Door het ouder worden is het accent misschien verschoven van tai naar gi en shin. Toch voel ik me nog jong. Dit komt omdat lichaam en geest niet alleen een tegenstelling zijn, maar tevens hetzelfde. Een sterke geest leidt tot een sterk lichaam en vice versa.

Jij en ik

De tegenstelling tussen jou en mij is in de jaren ook minder groot geworden. Ik vergelijk mezelf minder met anderen en geniet er meer van dat jij sterkere kanten hebt. Door het oog hebben voor de kennis en vaardigheden van anderen, heb ik na vele uren inspanning het cliché ervaren: ik weet dat ik niets weet.

De zin van het leven is gewoon om te leven. Het is zo vanzelfsprekend, zo duidelijk en zo eenvoudig. Toch rent iedereen in paniek rond alsof het nodig is om iets te bereiken dat boven zichzelf uitstijgt.Alan Watts

Naast mezelf niet langer vergelijken, wil ik ook loslaten dat ik me moet bewijzen. Wegblijven van macht en politiek. Tenzij ik daarmee het doel jita kyōei, wederzijdse voorspoed voor mezelf en anderen, bereik. Zelf afwegen of bepaalde zaken er over een paar jaar nog toe doen.

Liever focussen op het hier en nu. Werken aan mijn eigen weg. Samen genieten met vrienden op en buiten de tatami.

Mada, mada

Studeren / OverpeinzingenOndanks dat ik ouder word, ik leer loslaten en mezelf niet langer wil bewijzen, blijf ik zoeken naar verbetering. Er is nog zoveel te leren en de balans tussen shin, gi, tai blijft verschuiven tot ze een zijn.

Dit kan met behulp van bunbu ryōdō, de weg van het zwaard en de pen. Met andere woorden nog vele uren in de dōjō voor het trainen van lichaam en geest met judo, Braziliaans jiujitsu en yoga. Het bestuderen van boeken over filosofie en krijgskunsten. Het lesgeven om kennis over te dragen en zelf van te leren. Het spelen op de gitaar. En… voorlopig het schrijven van blogs en bespreken met anderen. Mada, mada, op 31-jarige leeftijd ben ik er nog niet!

Neem de vrijheid in het katame-no-kata

Als je niet bekend met katame-no-kata, lees dan eerst Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata. Het is belangrijk om te weten dat in dit kata bij de osae-waza (houdgrepen) elke keer drie bevrijdingen door uke worden gedemonstreerd waarop tori adequaat reageert. Bij de shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen) reageert tori elke keer op één bevrijdingspoging van uke.

De bevrijdingen van uke zijn vrij in het kata. Als de bevrijdingen maar een logische opeenvolging zijn en realistisch worden uitgevoerd. Vervolgens kan tori hier adequaat op verdedigen, bijvoorbeeld door het veranderen van zijn positie of postuur.

Waarom deze vrijheid belangrijk is en kan worden benut licht ik later toe. Eerst een kort overzicht van de bronnen van de Kōdōkan over deze vrijheid.

Het handboek van de Kōdōkan

Laat me vooropstellen dat de door de Kōdōkan in dit kata voorgestelde bevrijdingen en verdedigingen absoluut het bestuderen waard zijn. Zij vormen een natuurlijk en logisch geheel. Een goed begin dus voor een eerste verkenning van het kata. Bekijk een demonstratie in onderstaande video.

Hier wordt meteen duidelijk dat er vrijheid is voor uke. Rond 6:30 wordt de volgende aanwijzing gegeven:

Ondanks dat dit de drie basismanieren van ontsnappen zijn, is het mogelijk om andere logische bevrijdingen te gebruiken. Welke methode uke ook gebruikt, hij moet voordeel halen uit de positie van tori om diens controle te verbreken.Kōdōkan DVD

Ook in het Engelse tekstboek op de website van de Kōdōkan staat een vergelijkbare tekst. Het enzovoort’ na het bieden van drie mogelijke bevrijdingen geeft aan dat niet alle mogelijkheden worden benoemd.

Uke probeert de ontsnappen door [..] enzovoort.Kōdōkan KATA Textbook Katame-no-Kata

Japanoloog Loek van Kooten heeft de Japanse versie van het boek bekeken. Daar gebruiken ze de woorden 例えば (bijvoorbeeld) en 等を試み (enzovoort te proberen). Daar blijkt dus ook dat uke vrij is in zijn bevrijdingen.

Maak het kata niet dood

Als alleen de bevrijdingen en verdedigingen van de DVD en het boek worden gekopieerd, dan wordt het een ‘dode’ oefening. Tori weet welke bevrijding van uke komen en is nimmer verrast. Ook uke gaat niet mogelijke bevrijdingen en patronen onderzoeken. Het kata wordt ‘eng’ getraind.

Het volgende stuk komt uit het boek Judo Formal Techniques van Otaki en Draeger. Zij waarschuwen voor het verliezen van de waarde van het kata en het bevat interessante aandachtspunten voor het katame-no-kata.

Bevrijdingspatronen van uke
Uke moet oprecht proberen te ontsnappen van tori zijn controletechnieken, maar alleen nadat tori de controle heeft bereikt en een startsignaal geeft. Er is nergens vastgelegd welke bevrijdingstechnieken van uke correct zijn. Dit kata is in dit aspect niet zo rigide, waardoor dit kata veel “realistischer” is dan het nage-no-kata. Mogelijke bevrijdingen van uke worden in de technische details beschreven bij de technieken in hoofdstuk 9, echter een paar algemene opmerkingen zijn hier nodig om misverstanden in het trainen te voorkomen.
Dit kata trainen met bepaalde, vaste bevrijdingen van uke, en slechts deze bevrijdingen, geven het kata een onnatuurlijk gevoel. Het kata wordt gereduceerd tot een oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen en heeft daardoor veel minder trainingswaarde dan bedoeld door de stichter [Jigorō Kanō].
In de correcte uitvoering van het kata weet tori niet welke bevrijdingen uke gaat proberen. Hoewel de mogelijke bevrijdingen van uke min of meer worden verwacht door tori, en sommige bevrijdingen de betere optie zijn, worden ze niet onveranderlijk en vooraf afgesproken uitgevoerd wat betreft hun verschijningsvorm en volgorde door uke.
Dit is extra van belang in osaekomi-waza. Uke moet in deze serie minimaal drie verschillende bevrijdingen proberen met daadkracht, ervoor zorgdragend dat het grote bewegingen zijn. Wurgingen en armklemmen als bevrijding kunnen het beste tot een minimum worden beperkt door uke, waar hij zich beter kan richten op het nemen van de juiste tegenmaatregelen zoals draaien, bruggen en het verbreken van de immobilisatie met realistische, grote bewegingen van het lichaam. De periodes dat uke zich probeert los te worstelen na het aanzetten van de controle tot het aftikken, moeten niet worden gehaast in een een-twee-drie aangelegenheid, gevolgd door het mairi (opgeven) signaal van uke. Het minimum is 5 tot 10 seconden van energieke bevrijdingen, zelfs wanneer dit kata wordt gebruikt voor demonstratiedoeleinden; in training kan het worden verlengd tot 30 seconden voor osaekomi-waza en daadwerkelijke opgave of ontsnapping door uke in de series shime- en kansetsu-waza.
In deze twee laatste series is de periode van worsteling door uke beduidend korter doordat de natuur van deze technieken vaak slechts een ontsnappingspoging door uke toestaan en vrijwel directe opgave veroorzaken indien goed uitgevoerd. Uke zijn ontsnapping is normaliter beperkt tot een poging met de focus op het neutraliseren van de aanval in plaats van het ontsnappen. Als de techniek juist is toegepast, heeft uke behoorlijk weinig bewegingsruimte en is daarom beperkt in zijn mogelijkheden tot bruggen, draaien en bewegen uit de controletechniek, hij kan niet veel meer doen dan opgeven.

In dit boek wordt ook duidelijk beschreven dat uke vrij is in zijn bevrijdingen. Door differentiatie in de volgorde en de uitvoering van verschillende bevrijdingen wordt tori gedwongen continu alert te zijn. Het kata ‘leeft’ en wordt geen saaie mechanische oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen.

Uke kan zodoende verschillende bevrijdingen en patronen onderzoeken en moet voldoende tijd nemen voor zijn pogingen voordat hij opgeeft. Uke wordt door het meer experimenteren in het kata gevoeliger voor de positie van tori en leert hier gebruik van maken.

Otaki en Draeger geven zelfs aan dat uke doorgaat tot opgave of ontsnapping. Dit impliceert dat uke serieuze pogingen tot ontsnappen onderneemt, ondanks dat hij vooral bij shime- en kansetsu-waza weinig bewegingsruimte en tijd heeft voor zijn poging tot ontsnappen.

Overigens is ‘verrast’ een relatieve term. Uiteindelijk zijn er een paar logische volgordes met goedwerkende bevrijdingstechnieken. Ook tori is bekend met deze technieken en patronen. Toch maakt het een groot verschil als uke geen vast riedeltje uitvoert.

Conclusie

Voor het optimaal trainen van kata moeten tori en uke vermijden dat het een rigide, vaste opvolging wordt van dezelfde bevrijdingen en verdedigingen. Uke kan net zoals in andere kata variëren met bijvoorbeeld timing en intensiteit. Daarnaast kan hij in het katame-no-kata ook spelen met de uitvoering en volgorde van de bevrijdingen. Hierdoor zal tori regelmatig op een andere manier moeten reageren.

Op deze wijze is het kata geen ‘dode’ oefening van een paar bewegingen. Tori en uke kunnen allebei leren van het kata en het is zeker van toegevoegde waarde in de technieken en het gevoel van de judoka in het controleren en bevrijden in het judo. Er is zoveel te ontdekken, zoals afstand verkleinen en vergroten, positie, postuur, gewichtsverdeling, druk en geduld. Daarom het advies:

Neem de vrijheid in het katame-no-kata!

Een duizendpoot, een pad en judo

Een hele tijd geleden bladerde ik in een boek van mijn bonuskinderen. Ik kan helaas niet terugvinden hoe het boek heet. Er staat in het boek een mooi verhaal over een duizendpoot en een pad.

‘Er was eens een duizendpoot die fantastisch kon dansen met al haar duizend poten. Als ze danste, kwamen alle dieren uit het bos kijken. En iedereen was diep onder de indruk van de prachtige dans. Maar een dier vond het niet leuk dat de duizendpoot danste. Dat was een pad…’

‘Die was natuurlijk gewoon jaloers.’

‘“Hoe kan ik ervoor zorgen dat de duizendpoot niet meer danst?” dacht de pad. Hij kon niet gewoon zeggen dat hij de dans niet mooi vond. Hij kon ook niet zeggen dat hij zelf beter danste, dat zou belachelijk klinken. Toen broedde hij een duivels plan uit.’

‘Vertel op!’

‘Hij schreef een brief aan de duizendpoot. “O onovertroffen duizendpoot!” schreef hij. “Ik ben een toegenegen bewonderaar van je prachtige danskunst. Ik zou graag willen weten hoe je dat doet. Is het zo dat je eerst linkerbeen 228 optilt en dan rechterbeen 59? Of begin je de dans door rechterbeen nummer 26 op te tillen voordat je rechterbeen nummer 449 optilt? Ik ben zeer benieuwd naar je antwoord. Groetjes, de pad”.’

‘Allemachtig!’

‘Toen de duizendpoot de brief kreeg, begon ze er meteen over na te denken wat ze nu eigenlijk deed als ze danste. Welke poot bewoog ze het eerst? En welke poot daarna? En wat denk je dat er gebeurde?’

‘Ik denk dat de duizendpoot nooit meer gedanst heeft.’

‘Ja, zo liep het af. Zo gaat dat wanneer de fantasie wordt verstikt door het verstandelijk redeneren.’

Wat is de moraal van het verhaal? Ik zie er een paar wijze lessen in.

Het is belangrijk dat we niet alles ‘dood’ redeneren. Het principe seiryoku zen’yō kan er toe leiden dat we blijven analyseren, waar we ook moeten ervaren. Perfectie is onmogelijk, want het kan altijd beter.

Echter, het verstandelijk redeneren beperkt de fantasie. Analyseren leidt er toe dat je niet in een flow raakt. De schoonheid en vrijheid van het bewegen kan verloren gaan. Uiteindelijk is er meer inspanning nodig voor een maximaal resultaat. Daarom is een goede balans tussen analyseren en ervaren belangrijk.

In de film “The Last Samurai” zit een mooie scène die dit illustreert. “Too many mind.”

De pad speelt ook een interessante rol in het verhaal. Hij drukt uit waarom het andere judoprincipe “jita kyōei” belangrijk is. Als je een vraag stelt of feedback geeft, dan is het doel de ander helpen of zelf leren. Als het alleen is voor het bevredigen van het eigen ego, kunnen we waarschijnlijk beter ons mond houden en onze eigen gedachten onderzoeken. Hierover schreef ik eerder in “Een leven lang leren”.

Ik vind het een veel mooiere gedachten dat we de duizendpoot complimenteren voor de schoonheid van haar dans en het plezier dat zij de anderen dieren schenkt. We kunnen kiezen voor het altijd analyseren, een mogelijke verbetering zien en de ander bekritiseren. Of we kunnen het verstandelijk redeneren af en toe beperken en de fantasie de vrije loop laten. Genieten van het moment.

Herken je dit ook in het verhaal? Zie je er nog andere wijsheden in? Laat het weten in de reacties…

Niets is zo duaal als we willen

De laatste tijd heb ik weinig nieuwe artikelen op mijn website geplaatst. Er zijn verschillende oorzaken. De belangrijkste is echter dat ik niet tevreden ben over wat ik schrijf. Ik hoef mijn mening ook niet meer zo nodig naar buiten te brengen. Wie ben ik?

Later als ik dood ben wil ik een ander leven
Niet meer altijd bezig met wat geschreven staatStef Bos – Later als ik dood ben

Als ik schrijf, wil ik iets toevoegen. Niet een artikel zonder onderzoek in wetenschappelijke zin en ook niet zonder naar binnen gericht onderzoek. Het moet kloppen met de bronnen en in lijn zijn met wie ik ben. Ook als waarheden slechts illusies zijn waarvan men is vergeten dat het illusies zijn.

En onderzoek kost veel tijd en is verdomd moeilijk. Het is complex. Niets is zo duaal als we willen. Niets is alleen goed, niets is alleen slecht. Elk verhaal kent meerdere kanten. Het is altijd een hellend vlak waar ik me op bevind. Een dynamische interactie tussen emotioneel, fysiek, spiritueel en mentaal. Wie ben ik?

Ik ga weer schrijven. Het helpt me worden wie ik ben. Eerst gewoon schrijven voor mezelf om helderheid in mijn gedachten te brengen. De tijd zal uitwijzen of het ook wordt gepubliceerd. Schrijven is een momentopname. Fouten mogen worden gemaakt voor groei en ontwikkeling. Alles is aan verandering onderhevig. Perfectie is onbereikbaar, streef naar progressie. Over sommige blogs zal ik in de toekomst anders denken. Dat is juist interessant, want veel kun je vinden in de tegenstellingen.

Judo leert ons zoeken naar de best mogelijke manier van handelen, ongeacht de individuele omstandigheden, en helpt ons begrijpen dat bezorgdheid een verspilling van energie is.Jigorō Kanō

Deze gedachten wilde ik graag met jullie delen. Als verklaring waarom er weinig nieuws verschijnt op deze site. Daarnaast toont het ook dat iedereen zijn eigen gevechten kent. Budo leert ons omgaan met deze strijd. Blijven werken aan het perfectioneren van onszelf en het leveren van een waardevolle bijdrage aan deze wereld. Wie zijn wij?

Trainingsmethodes voor krijgskunsten

In het boek “Teaching Kids Jiu Jitsu” staan in de Lessons Learned een aantal trainingsmethoden. Ik vind het overzicht handig en ik heb het hieronder uitgebreid en aangepast naar andere krijgskunsten.

Het overzicht helpt bewust worden. Welke trainingsmethoden sluit het best aan op de leerling? Iedereen heeft zijn eigen voorkeur, zowel leerling als leraar. De ene methode is meer geschikt voor de beginner en andere methoden meer voor gevorderden.

Morihei UeshibaDoor het bewust kiezen van een goede mix van trainingsmethoden op basis van seiryoku zen’yō (een maximaal resultaat met minimale inspanning), kan worden gespeeld en geëvalueerd welke methoden in een bepaalde situatie optimaal werken.

Overigens hebben de verschillende methoden enige overlap. Dit is geen probleem aangezien het slechts een hulpmiddel is. Het doel is bewust omgaan met de lesinhoud. Niet het beschrijven van een compleet, allesomvattend model.

De onderstaande trainingsmethoden kunnen worden gebruikt. Ik licht vervolgens elke methode kort toe met voorbeelden.

  • Principe
  • Thema
  • Beweging
  • Techniek (waza)
  • Ketting
  • Als… dan…
  • Positie/situatie

Principe

Een specifieke techniek kan slechts in een beperkt aantal situaties worden toegepast. Een principe kan daarentegen in oneindige situaties worden toegepast.

Een voorbeeld. Tori leert de ude-hishigi-jūji-gatame met een voorwaartse rol vanuit de positie uke kniezit (bokje). Deze techniek kan tori niet gebruiken als hij uke tussen zijn knieën (guard) heeft, dus moet tori een nieuwe techniek leren om ook vanuit deze positie een jūji-gatame te kunnen maken. Zo moet voor elke verschillende situatie of armklem een nieuwe techniek worden aangereikt.

Trainingsmethode: Principe

Er kan ook een principe worden aangeleerd. Hierbij leert tori hoe hij de bovenarm moet controleren, zodat hij de elleboog kan isoleren en overstrekken. Tori kan dan vanuit vele positie een armoverstrekking maken, zoals jūji-gatame, waki-gatame en hiza-gatame, zonder dat hij de technieken en namen weet. Ik heb zelf wel eens ondersteboven met mijn hoofd een armklem aangezet, dit heb ik nooit als techniek geleerd!

Als ik beweeg, worden technieken geboren.

Laughing buddhaUiteraard kunnen technieken worden gebruikt voor het aanleren en begrijpen van de principes.

Focus niet te veel op de technieken, want je mist wellicht het principe!

Andere voorbeelden zijn trainingen gericht op het principe van opofferen zoals in sutemi-waza, het gebruik van kuzushi (balansverstoren) voor het maken van kantel-/keertechnieken, het omgaan met tegenslagen, het de-escaleren van agressie en het toepassen van jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf.

Thema

Een training kan ook worden samengesteld op basis van een thema. Denk hierbij aan thema’s, zoals randori, kata, shiai en zelfverdediging.

Trainingsmethode: Thema

Als het thema zelfverdediging is, kan worden gefocust op het principe tai-sabaki bij het ontwijken van atemi-waza (bijv. stoot- en traptechnieken). Vervolgens kan worden gereageerd met een worp en controle naar keuze. De leerlingen worden ook geadviseerd niet naar de buik te draaien, omdat dit een hele dominante positie voor tori oplevert.

Bij een training met als thema shiai kan de judoka wel naar de buik draaien (ik raad het nog steeds af). Als hij lang genoeg verdedigt, zegt de scheidsrechter mate en kan hij weer gaan staan. Een dergelijke training kan ook gericht zijn op de favoriete technieken die in competitie werken of het principe van kumi-kata (manier van vastpakken) die zijn toegestaan in competitie.

Mijn favoriete thema is illegale technieken in competitie. Dit heb ik afgekeken van mijn budovriend Bas Bakker. Hierbij kies ik bijvoorbeeld het principe benen grijpen met technieken zoals sukui-nage, ko-uchi-maki-komi en morote-gari. Leuk voor randori!

Thema’s nodigen uit tot zelfstudie. Denk bijvoorbeeld aan het thema combinaties (renraku-waza). De budoka oefenen eerst de principes tai-sabaki en hara, vervolgens maken ze hun favoriete combinatietechnieken in beweging. Uiteindelijk gaan ze randori trainen in de situatie waarbij uke alleen mag verdedigen, zodat tori kan combineren als de eerste techniek niet lukt.

Beweging

Een techniek bestaat vaak uit een of meerdere bewegingen. Zeker bij beginners zijn deze bewegingen onbekend. Daarom kan een training ook bestaan uit een losse beweging die vervolgens wordt toegepast in een aantal technieken.

Traingsmethode: BewegingIn het ne-waza is een basisbeweging ebi (hip escape), waarbij de leerling zich verplaatst op de grond. Vaak om de hoek ten opzichte van de ander te veranderen of het creëren van ruimte/afstand, dit zijn twee belangrijke principes in ne-waza.

Nadat met verschillende voorbereidende oefeningen ebi is geoefend, kunnen bevrijdingen uit houdgrepen worden geoefend waarbij ebi noodzakelijk is. Een andere voorbeeld met ebi is het maken van sankaku-jime door tori vanaf zijn rug.

Bij nage-waza kan worden gedacht aan basisbewegingen zoals tai-sabaki, tsurikomi en de kruispas. Vervolgens kunnen technieken worden getraind waarbij de pas kan worden gebruikt, zoals tai-otoshi, ashi-guruma en harai-goshi.

Het voordeel is dat een beweging in deze trainingsmethode vele malen wordt geoefend en deze eigen wordt gemaakt. De leerling kan de beweging gebruiken in verscheidene technieken, daarnaast is een beweging vaak ook gerelateerd aan bepaalde principes.

Techniek (waza)

Deze trainingsmethode ligt voor de hand en wordt erg vaak gebruikt. De training staat in teken van een techniek. In de warming-up worden vaak al oefeningen gedaan als voorbereiding op de techniek.

De warming-up begint bijvoorbeeld met een aantal oefeningen waarbij de leerling op een been staat, een been opzwaait en achterwaarts valt. Vervolgens worden een aantal vormen van ō-soto-gari getraind met verschillende kumi-kata en overnames (kaeshi-waza) op de worp.

Een andere voorbeeld is de eerder genoemde ude-hishigi-jūji-gatame. Deze kan worden aangeleerd vanuit het katame-no-kata, tori rug met uke in guard en als transitie naar ne-waza als tomoe-nage mislukt

Technieken kunnen worden aangeboden op verschillende manieren: kata, yaku soku geiko, kakari-geiko en (dynamische) uchi-komi. Focus hierbij eerst op de basis.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Het voordeel is dat een techniek vele malen wordt gerepeteerd waardoor de leerlingen zich deze eigen kan maken. Als de leerling dit bewust doet, gaat hij wellicht ook het principe achter de techniek doorgronden.

Ketting

Een ketting is een logische opvolging van technieken, zoals deze in randori of zelfverdediging voor kunnen komen. Het doel is dat de leerling ervaart hoe bepaalde technieken elkaar kunnen volgen. Alleen een losse techniek is vaak niet genoeg, daarom kunnen veelvoorkomende kettingen (paden) worden getraind. Uiteraard zoekt de leerling hierin op gegeven moment een eigen weg.

Trainingsmethode: Ketting

Een voorbeeld van een ketting: tori zet ō-soto-gari in, uke stapt uit. Tori combineert direct met ō-uchi-gari. Uke breekt zijn val en tori is alert (zanshin). Hij maakt een snelle passeerbeweging naar een houdgreep en controleert uke.

Deze ketting kan vaak worden gerepeteerd nadat deze is aangeleerd. Ook kan uke veel variëren, bijvoorbeeld vroeg of laat uitstappen en weinig of veel weerstand geven. Tori neemt altijd een actieve rol aan en zet zijn technieken realistisch in.

Kies logische, natuurlijke kettingen. Het is belangrijk voor het aanleren dat de grove lijnen eerst duidelijk worden. Daarna kan voor de gevorderden meer details worden toegevoegd.

Deze methode kan voor beginners worden gebruikt, zodat ze weten welke paden er mogelijk zijn. Ook kunnen principes duidelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld renraku-waza of zanshin na een worp voor een snelle transitie naar ne-waza.

Als… dan…

Deze trainingsmethode is vergelijkbaar met de ketting. Alleen nu hangen de reacties van tori volledig af van uke. Tori en uke hebben allebei een actieve rol.

Traingsmethode: Als... dan...Een voorbeeld van als.. dan…: tori maakt ō-soto-gari. Als uke uitstapt en terugduwt maakt tori een sasae-tsurikomi-ashi en volgt met een houdgreep. Als uke uitstapt en naar achteren leunt, maakt tori een ō-uchi-gari en komt in de guard van uke. Uke probeert vervolgens een schaarbeweging voor het kantelen van tori naar een houdgreep. Als tori de schaarbeweging verdedigt, dan komt uke overeind en duwt tori om met zijn heup naar een houdgreep.

Ah fijn, kijk uit dat een als… dan… niet te complex wordt, anders haken de leerlingen af!

You must be shapeless, formless, like water. When you pour water in a cup, it becomes the cup. When you pour water in a bottle, it becomes the bottle. When you pour water in a teapot, it becomes the teapot. Water can drip and it can crash. Become like water my friend.Bruce Lee

De voordelen zijn vergelijkbaar met kettingen. De reactiesnelheid kan worden vergroot. Ook wordt de creativiteit vergroot door het aanbieden van nieuwe paden of als de leerling wordt uitgedaagd tot het zelf bedenken van een als… dan… en deze te evalueren in randori.

Tori en uke kunnen leren wat hun doel is in bepaalde posities en situaties en welke paden er mogelijk zijn. Ook hier kunnen er weer principes aan toe worden gevoegd, zoals continu druk uitvoeren (mentaal en lichamelijk), kiai of actie/reactie.

Positie/situatie

In deze methode worden een aantal principes, technieken, kettingen of als.. dan... aangeboden vanuit een bepaalde positie of situatie. In ne-waza kan dit zijn dat tori op de rug ligt met uke tussen zijn knieën, bij tachi-waza kan worden gedacht aan een uke die in jigotai (verdedigende houding) rechtsvoor staat.

Trainingsmethode: Situatie

Deze methode kan worden gebruikt als een leerling aangeeft dat hij moeite heeft met een bepaalde positie of situatie. Het kan ook naar aanleiding van randori zijn, waarbij de leraar ziet dat leerlingen in bepaalde posities of situaties vastlopen.

Zijn er volgens jou nog andere trainingsmethoden voor het aanleren van krijgskunsten? Laat een bericht achter in de reacties onder dit bericht. Ik wil graag bovenstaande overzicht verbeteren, dus laat jouw feedback achter in de reacties.

The Pyjama Game

The Pyjama Game - Mark LawOp aanraden van Thomas Leeflang, zelf een judoka en schrijver, heb ik het boek The Pyjama Game gelezen.

Het boek had ik eerder gezien en op basis van de titel en kaft weggelegd. Het leek me dat het geschreven was door zo’n Engelse judoka, gek op competitie en  zonder veel liefde voor judo als krijgskunst.

Thomas’ enthousiasme voor het boek, hij noemde het een ‘must’ voor elke judoka, heeft mij overgehaald. En ik heb geen spijt.

The Pyjama Game – A Journey into Judo bevat drie verhaallijnen dwars door elkaar heen: de ervaringen van Mark Law die als 50-jarige journalist start met judo, verhalen over de internationale judoka die hij vaak heeft ontmoet bij zijn prestigieuze club The Budokwai in Londen en informatie over de geschiedenis van judo en zijn iconen.

Van begin tot eind weet Mark Law te boeien met zijn kleurrijke anekdotes, bijzondere observaties en historische informatie. Misschien is niet alles honderd procent nauwkeurig, het boeit van begin tot eind!

De judoka zullen wegdromen bij de herkenbare verhalen en interessante gegevens. Door de prachtige metaforen en geestige schrijfwijze is het ook een leuk boek voor ‘judoleken’.

Ik raad het boek The Pyjama Game nu ook van harte aan. Inderdaad een ‘must’ voor elke judoka en fantastische literatuur voor de ‘judoleek’. Het geeft maar weer eens aan dat je een boek niet aan de hand van de kaft kunt beoordelen. Mark Law is doordrenkt van liefde voor judo en kan dit sprekend beschrijven.

Dank je wel Thomas voor deze goede tip en onze leuke conversaties!