Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata

Sinds een jaar train ik Braziliaans jiujitsu. Ik beleef veel plezier aan deze nieuw uitdaging en het heeft mij weer nieuwe inzichten verschaft. Uiteraard heb ik meerdere boeken gekocht over Braziliaans jiujitsu, zoals Jiu-jitsu University van Saulo Ribeiro en Mastering the 21 Immutable Principles of Brazilian Jiu-Jitsu door Paulo Guillobel. De laatste van deze twee presenteert interessante ‘principes’ in zijn boek.

Het is complex het universum te begrijpen als je slechts een planeet bestudeerd.Miyamoto Musashi

Een van de principes is “The 7 P’s of Guard Passing”. Het bevredigde deels mijn behoefte om niet alleen maar technieken te leren, maar een grootste gemene deler te vinden. Ik heb Paulo’s model losgelaten op het katame-no-kata, dit levert interessante inzichten op. Het is geboren uit een noodzaak die ik merkte: veel judoka hebben moeite met het zinvol bestuderen van dit kata.

Lees verder Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata

Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.

Bewegen in het katame-no-kata

Dit is de eerste blog naar aanleiding van de vraag van een lezer. De vraag is waarom we bewegen zoals we bewegen in het katame-no-kata. Het is natuurlijk een aparte manier van bewegen op de knieën. Een manier die je wellicht niet direct terugziet in randori en menig judoka laat klagen over pijnlijke knieën na afloop van het kata. Voor wie niet weet waar ik het over heb, kijk even naar het onderstaande filmpje van het katame-no-kata.

De materialen van de Kodokan

De meest logische plek voor uitleg zijn de dvd en het tekstboek van de Kodokan. Deze organisatie is de bakermat van het judo en onderhoudt de standaarden voor de kata. In het tekstboek van katame-no-kata staan de verschillende bewegingen inderdaad beschreven.

“Both simultaneously take one step backward with their left feet, kneel down on their left knees on the previous spots of their left heels while keeping their left toes raise. Both move to slide their right feet to their right sides (the lower leg at about 90° with the thigh) and put their right palms on their right knees while resting their left hands naturally down. This posture is called Kyoshi or Kurai-dori. Then, Uke moves his right foot to the inner side, takes one step forward with his right foot following on his left knee (Shikko) and move to slides his right foot to his right side again to take the posture of Kyoshi.”

Dit is een prachtige beschrijving van de buitenkant (omote). Het geeft keurig de technische details van kyoshi of kurai-dori weer. Helaas wordt niet ingegaan op ura, dat wat niet direct zichtbaar is en verborgen ligt. Helaas is dit vaak zo in diverse leermiddelen over kata.

Zelden wordt ingegaan op het waarom. Ergens is dat ook wel logisch. De techniek beschrijven kan iedere judoka, maar voor de achtergrond en betekenis van kata is veel onderzoek en studie nodig. Op dit moment zijn er veel geromantiseerde verhalen over de Japanse krijgskunsten en is toegang tot de originele bronnen erg moeilijk. Dit maakt onderzoek voor een ‘buitenstaander’ erg lastig, zeker door de taal- en cultuurbarrière.

Maar ook voor ‘insiders’ is onderzoek lastig, zij hebben ook nooit gestreden in een harnas op een echt slagveld. Zij moeten dus ook de oude taal en cultuur doorgronden op basis van beschrijvingen uit die tijd. Daarom is een goed begrip van bijvoorbeeld koshiki-no-kata erg lastig met een judogi.

Wat betekenen kyoshi en kurai-dori?

In de bovenstaande tekst van de Kodokan vallen een aantal Japanse termen op. Soms kan vertalen van deze Japanse termen inzichten verschaffen. Volgens de Kodokan zijn kyoshi en kurai-dori een beschrijving van dezelfde houding.

Kyoshi (踞姿) kan worden vertaald als “geknielde houding”. Kurai-dori (位取) betekend “positie nemen”. Helaas bieden deze vertalingen weinig inzicht in de achtergrond van de termen. Overigens wordt in het boek Judo Formal Techniques (p. 120) kurai-dori anders uitgelegd als “het verplaatsen in kyoshi met behulp van tsugi-ashi”.

De auteurs lichten dit toe achter in het boek. “Deze verplaatsende beweging is afgeleid van de bewegingen van zwaardvechters uit oude en middeleeuwse tijden. Zij haalden hun krachtige slagen uit deze positie door het timen van de actie van hun zwaard met hun lichaamsbewegingen. Experts in het zwaardvechten kunnen vanuit seiza in kyoshi (gesloten vorm) komen, simultaan het zwaard trekken en tegelijk afweren of een snijdende aanval maken. De uitvinder [Jigoro Kano] gebruikte deze houding en verplaatsing voor het versterken van de benen en heupen en het creëren van meer flexibiliteit in het onderlichaam.”

Dit geeft dus een eerste verklaring van de oorsprong en het waarom. Helaas is de bron niet duidelijk, dus we weten niet met zekerheid of Kano inderdaad de houding en verplaatsing gebruikte in het katame-no-kata voor het versterken van de benen en heupen en het creëren van meer flexibiliteit in het onderlichaam.

Wat is shikkō?

Shikkō (膝行) betekend “knielopen” of “kniegang”. Het lopen op de knieën komt in andere krijgskunsten terug. Kijk bijvoorbeeld naar het onderstaande filmpje over aikido. Of het boek Bokken (houten oefenzwaard) van Dave Lowry.

Deze vorm van bewegen is beleefder dan opstaan en rechtop lopen. Dit werd bijvoorbeeld gebruikt als het voetvolk zich verplaatste in de aanwezigheid van de adelstand of in de buurt van een altaar. Er zijn nog andere verklaringen, maar dat lijken vooral geromantiseerde verhalen te zijn. Een van deze verhalen is dat staan niet kon in Japanse gebouwen, omdat deze laag werden gebouwd in verband met schaarse en dure bouwmaterialen. Een andere mooie uitleg is dat als iedereen laag was een aanval van de samurai (krijger) eerder op zou vallen.

Een betere verklaring van kyoshi

In het boek Judo Formal Techniques van Tadao Otaki en Donn F. Draeger wordt veel meer beschreven over de achtergrond van het kata. Op pagina 116-117 wordt kyoshi uitgelegd en geschreven dat “er een grote stabiliteit in deze lichaamshouding is”. Daarnaast staat er dat “tori zichzelf moet beperken tot lichaamshoudingen en –verplaatsingen die een volledige expressie zijn van de hoogste staat van kalmte en stille alertheid.”

Op pagina 118 worden de auteurs nog specifieker. “De kwaliteiten van kalmte en stille alertheid worden versterkt door kyoshi. Ondanks dat deze lichaamshouding deftig is, is het strikt alleen een gevechtshouding.” Er wordt verwezen naar een voetnoot waar nogmaals wordt benadrukt dat “kyoshi en zijn varianten zichtbaar zijn in vele oude Japanse krijgskunsten, waaronder kunsten met het zwaard, speer, pijl en boog, hellebaard en de korte stok en lange stok en uiterst zinvolle houding is”.

Kyoshi in kime-no-kata

Als we kijken naar het kime-no-kata kunnen we ook de positie kyoshi terug zien. Kijk maar naar de onderstaande foto. De houding kun je bijvoorbeeld terugzien in ude-hishigi-waki-gatame en ude-hishigi-hara-gatame. Als je bedenkt dat kime-no-kata is samengesteld op basis van technieken uit oude jūjutsu scholen, dan lijkt de bewering van Otaki en Draeger te kloppen. Kyoshi, kuraidori en shikkō zijn overgenomen uit klassieke scholen.

Kime-no-kata Sebastiaan Fransen & Björn RauhéDenk hierbij ook bijvoorbeeld aan het koshiki-no-kata, waarbij tori meerdere malen in kyoshi gaat zitten om de rug van uke aan te vallen. Er is zelfs een foto van Kano, uitvinder van het judo, in deze positie. Het koshiki-no-kata bestaat grotendeels uit technieken van Kitō-ryū.

Koshiki no kata van KanoKyoshi in Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū

Verschillende boeken van de Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū laten ook afbeeldingen zien van kyoshi en verschillende varianten. Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū zijn beide oude jūjutsu scholen, waar Jigoro Kano trainde voordat hij Kodokan judo uitdacht.

Tenjin Shin'yō-ryūIn een van de boeken van een vechtkunst gebaseerd op Tenjin Shin’yō-ryū uit ongeveer 1898 staat bijvoorbeeld de volgende tekst: “Om via deze houding zo veel mogelijk vastberadenheid, concentratie, alertheid, kiai en mannelijkheid te tonen, dient u volgens de interpretatie van deze illustratie nog de volgende details toe te voegen: richt de knie en de punten van de tenen naar buiten, open naar Yoko Ichimonji, laat de knieschijven en de tenen in elkaars verlengde liggen en zet kracht in de onderbuik.”

Dit bevestigt dat de houding komt uit oude vechtkunsten en dat het belangrijk is voor kalmte en stille alertheid. Toch is het ook een krachtige houding, waarbij het onderlichaam wordt ontwikkeld (kracht in de onderbuik).

Conclusie

Een hele duidelijke conclusie trekken blijft lastig. Maar het lijkt evident dat de kyoshi houding en verplaatsingen in tsugi-ashi zijn overgenomen van andere jūjutsu scholen waar Jigoro Kano heeft getraind. De reden voor het niet opstaan, ligt zeer vermoedelijk in etiquette. De keuze voor deze houding is de grote stabiliteit en mobiliteit, in seiza is dit bijvoorbeeld veel beperkter.

Wellicht heeft Kano ook de intentie gehad het onderlichaam van de tori en uke te trainen, waarvoor deze positie zinvol is. Kano bedacht judo als een opvoedkundige vorm voor lichaam en geest, dus dit is zeker aannemelijk. Ik kan echter geen bron vinden die dit bevestigt.

Het belangrijke van deze houding en bewegingen is dat de judoka ze gebruikt met kalmte en stille alertheid. Volledig klaar voor de aanval. Kyoshi draagt bij aan zanshin. Dat is belangrijk in elk kata. Dus volgende keer bij het bestuderen van katame-no-kata, ga ik ervoor “om via deze houding zo veel mogelijk vastberadenheid, concentratie, alertheid, kiai en mannelijkheid te tonen.”

Zoals altijd ben ik benieuwd naar jullie meningen en ervaringen. Heb je bronnen die bovenstaande bevestigen of juist tegenspreken, deel deze dan met de judowereld. Daarnaast wil ik wederom Loek van Kooten bedanken voor het zoeken naar bronnen en vertalen van Japanse teksten.