Beleving en toewijding

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Afgelopen zaterdag. Een grote sporthal komt langzaam tot rust. Op twee matten is iets bijzonders bezig. Je kunt het voelen. Monden vallen open. Iedereen houdt zijn adem in.

Ik zit achter een klein tafeltje met een scoreformulier. Ik voel mijn ogen vochtig worden, maar een kata judge is professioneel. Ben ik verdrietig? Nee, ik ben geraakt. De omgeving vervaagt en ik ga op in het moment. Genieten.

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Op de tatami (judomat) voor mij zie ik Merijn met volle overgave het nage-no-kata uitvoeren op de manier van Cees Roest. Met opperste concentratie schuift hij over de mat. Merijn is verlamd aan zijn benen. Op de Open European Special Needs Kata demonstreert hij een prachtig kata met Tycho van der Werff.

Op de mat ernaast zie ik Luna Gielissen excelleren. In haar ogen opperste concentratie. Alle bewegingen worden gecontroleerd en strak uitgevoerd. Grote mannen langs de mat kijken vol bewondering naar een klein meisje en haar leraar Patrick Jaspers die als uke fungeert. Een prachtig nage-no-kata wordt gedemonstreerd. Vol beleving en toewijding. Geweldig.

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Ik schat op dat moment Luna een jaar of zes. Echter, het is een meisje van tien jaar oud met een groeiachterstand. Ze heeft vaak pijn tijdens het trainen. Toch heeft Luna keihard getraind met haar leraar (50 jaar) om hier vandaag te staan.

Professioneel blijf ik focussen op het kata en het invullen van het scoreformulier. De tranen kan ik tegenhouden. Desondanks ben ik emotioneel en voel me vooral dankbaar en nederig dat ik vandaag naar deze prachtige kata mag kijken. Vol bewondering voor deze judoka en hun mooie kata.

Ik bedenk dat judo, ter verbetering van lichaam en geest, uitermate geschikt is voor mensen met een beperking. Echter, realiseer ik me ook dat judoka met een beperking geweldig zijn voor het judo!

Vooraf had de wethouder het Special Needs toernooi geopend met de woorden “sport is beleving”. Als kata judge heb ik vandaag kata gezien vol beleving. Niet alleen van Luna en Merijn. Nee, van vele judoka met vele nationaliteiten en verschillende beperkingen.

Ik zag judoka, begeleiders en medewerkers vol beleving. Trouw aan de judoprincipes om het beste uit zichzelf en anderen te halen. Niet alleen, maar met zijn allen. Een warme familie van gelijkgezinden, waar je snel in wordt opgenomen. Met respect voor elkaar.

We kunnen veel leren van deze prachtige judoka. De beleving en toewijding. De warmte en elkaar helpen. De spontaniteit en humor. Het plezier en doorzettingsvermogen. Ik heb genoten van deze bijzondere dag in Beverwijk op de Open European Special Needs Kata. Bedankt dat ik er onderdeel van mocht zijn.

Wil je meer weten over judoën met een beperking? Kijk dan ook eens op Special Needs Judo Foundation. Ze zijn heel goed bezig en ook altijd op zoek naar mensen met een warm hart die kunnen helpen of willen doneren.

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2)

Vorige week in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1) heb ik de eerste vier handvatten gegeven voor de beginnende judoka. Uiteraard kan ook de gevorderde judoka hier zijn voordeel mee doen, zoals terecht werd opgemerkt in de reacties.

In deel twee deze week nog eens vier handvatten die belangrijk zijn voor de serieuze judoka. Uiteraard zijn er veel meer te bedenken, dus laat vooral ook jouw handvatten achter in de reacties (of begin een eigen blog). Als judoka helpen we elkaar graag.

5. De basis is het allerbelangrijkste

Je kunt niet leren lopen, voordat je kunt staan. Soms wil een judoka wel leren werpen, voordat hij kan valbreken. Dit remt het leerproces. Echter, met worpen en technieken werkt het precies hetzelfde.

If you can't do it slow, you can't do it fastJe kunt beter eerst jouw aandacht richten op het leren werpen met een goede uki-goshi en o-goshi, voordat je serieus gaat werken aan een uchi-mata. Dit omdat het eenvoudiger werpen is op twee standbenen, dan op een standbeen. Doe het langzaam en richt je aandacht op de principes van het judo en niet het resultaat (zie handvat 2 vorige week). Salto’s vanuit schouder- en beenworpen zoals Zantaraia zijn gaaf, maar niet belangrijk voor de beginner.

Op de grond is het precies hetzelfde. Leer eerst de belangrijkste posities verdedigen en ontsnappen naar het betere controleren van de andere judoka. Dit is in het begin veel belangrijker dan allemaal ingewikkelde armklemmen en verwurgingen. Te vaak zie ik judoka een armklem of verwurging maken, terwijl ze geen controle hebben. Vervolgens maakt de andere judoka daar handig gebruik van en moeten ze aftikken.

Leer eerst de basis en herhaal deze eindeloos. Ook een zwarte band judo, keert continu terug naar de basis. Als je een stevig fundament bouwt en onderhoudt, kun je beginnen met bouwen. Dan kun je werken aan gevorderde technieken.

6. Train met gevorderde judoka

Vroeger kende ik dōjō (trainingszalen) waarbij een ‘lagere’ judoka geen ‘hogere’ judoka mocht uitnodigen. Tegenwoordig is dit (bijna) nergens meer, dus adviseer ik het uitnodigen van een gevorderde judoka.

Toen ik begon met judo was ik negen jaar en erg klein voor mijn leeftijd. Ik zat bij allemaal hogergegradueerde judoka die groter en sterker waren. Bijna allemaal zaten ze al veel langer op judo. Dit was geweldig!

Enerzijds kon ik alleen werpen met goede techniek, want mijn kracht maakte niet veel indruk bij deze grote gasten. Anderzijds kon ik enorm veel leren van de andere judoka, want zij wisten veel meer dan ik. Je kunt van iedereen leren, maar het helpt als de andere judoka meer kennis en ervaring heeft.

Misschien lijkt het soms aantrekkelijker trainen met een andere beginnende judoka. Sommige denken dat zij dan niet afgaan en ze kunnen ook eens ‘winnen’. Echter, het heeft twee nadelen.

Beginners blesseren elkaar sneller. Een gevorderde judoka kan letten op de veiligheid. Hij kan jou goed werpen en zichzelf redden met correcte ukemi-waza (zie handvat 3 vorige week). Een beginnende judoka moet dit allebei nog leren.

De meester heeft vele malen vaker gefaald, dan de leerling heeft geprobeerd.
Stephen McCranie

Daarnaast kan een beginner minder goed corrigeren. Een gevorderde judoka kan als een goede uke jou erop wijzen als je de judoprincipes niet goed toepast. Uiteraard is dit veel lastiger voor een beginnende judoka, die zelf ook nog zoekende is.

Over het afgaan voor een andere judoka hoef je overigens niet bang te zijn. Als jij bij een goede judoschool traint met goede judoka, dan willen zij graag helpen. Deze judoka waren ook ooit beginner, dus zij weten hoe uitdagend dit kan zijn.

Train vooral met gevorderde judoka. Zij kunnen beter de veiligheid waarborgen en helpen met het leren toepassen van de judoprincipes. Dit bevordert het aanleren van goede gewoontes.

7. Laat jouw ego eerst aftikken

Misschien is de grootste bedreiging voor voortgang het ego. Het ego kan voorkomen dat we openstaan voor leren. Ik schreef hier al eens eerder over in Too much ego will kill your talent.

Het probleem van het ego kan zijn dat we moeten winnen. Dit resulteert dat we gaan focussen op het resultaat (zie handvat 2 vorige week) en dat werkt averechts.

Ego is just like a dust in the eye. Without clearing the dust you can't see anything clear. So clear the ego and see the world.Als ik bijvoorbeeld in een randori de andere judoka met veel kracht tegenwerk, voel ik weinig van de souplesse van zijn kuzushi (balansverstoring). Daarnaast kan ik minder goed de situatie overzien, omdat mijn hoofd en lichaam bezig is met winnen. Ik mis deze momenten om van te leren, doordat mijn ego druk is.

Het is wel een mooie kans om te leren omgaan met het ego, een van de grote voordelen van vechtkunsten.

Het kan ook de andere kant op werken. Als het ego bang is voor falen, kan dit leiden tot terughoudendheid in de training. Je durft niet alles te geven, bang voor afkeuring of dat je het nooit gaat leren. Dit komt vaak omdat je jezelf met anderen vergelijkt, terwijl je moet kijken naar jouw eigen voortgang. Je moet niet de beste zijn, je wilt beter zijn dan je gisteren was.

Vergelijk jezelf niet met anderen, maar kijk naar jouw eigen voortgang. Ontwikkel je jezelf lichamelijk en geestelijk? Raak niet gefrustreerd, maar accepteer jouw ego. Het leren omgaan met jouw ego is ook een mooi streven binnen het judo.

Een mooie website met meer tips over dit onderwerp is SportMindset.nl. Hier staan tips voor de juiste mindset voor het goed ontwikkelen van jezelf.

Dus laat je ego aftikken voordat je de dojo binnenstapt! Dan kun je veel meer geniet van judo en ontwikkel je jouw lichaam en geest sneller.

8. Leer de principes van judo

Judo is meer dan een sport. De uitvinder van judo, Jigorō Kanō, zag judo als ontwikkeling van lichaam en geest. Kanō legde een sterke nadruk op de morele componenten van judo. Dit was voor hem veel belangrijker dan het leren van de waza.

Daarom kan de beginner ook veel leren door het lezen van artikelen van Kanō. Je leert hierdoor veel over de rijkheid van judo.

Het begint met het leren van de reishiki (etiquette) in de dojo. Zoals de verschillende buigingen uit eerbied voor elkaar, het dragen van een schone, witte judogi en de omgang met andere judoka. Dit kun je afkijken en vragen binnen jouw judoschool, maar ook de blog van Mitesco en het boek In The Dojo van Dave Lowry zijn mooie bronnen.

Judo biedt alleen zijn meerwaarde door het naleven van de deugden die erbij horen. Je komt niet alleen om even een ‘tegenstander neer te knallen’, maar we willen samen ontwikkelen. Hierbij horen deugden zoals beleefdheid, moed, vriendschap, zelfbeheersing, oprechtheid, bescheidenheid, eer en respect. Zonder deze deugden is judo inderdaad alleen een sport.

Daarnaast is kennis van de judoprincipes noodzakelijk. Het begint met het toepassen van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen) tijdens de judotraining.

Vervolgens is deze principes toepassen in het dagelijks leven de kunst. Het uiteindelijk doel is jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon. Mind over Muscle van Jigorō Kanō zelf is een fantastische bron als startpunt. Ik heb ook een artikel over Bewuster leven met judoprincipes geschreven.

Wil je echt judo beoefenen? Verdiep je volledig in judo en leer de principes, deugden en etiquette. Pas dit allemaal toe in judo en het dagelijks leven. Je wordt uiteindelijk een beter persoon en kunt bijdragen aan voorspoed voor jezelf en anderen. Het ultieme doel van judo.

Tot slot

Deze handvatten zijn erop gericht dat je duurzaam judo leert. Niet voor een blauwe maandag een paar trainingen judo, maar ik wil je inspireren tot een leven lang judo.

Het bestuderen van judo houdt nooit op. Het continue ontwikkelen van lichaam en geest op basis van seiryoku zen’yō, jita kyōei en jiko no kansei. Zelfs als je lichamelijk niet meer kunt trainen, kun je geestelijk nog altijd judoën.

Dus ga lekker aan de slag en geniet van deze prachtige weg. Richt je vooral op de weg en geniet van het uitzicht. Dan kom je vanzelf op natuurlijke wijze bij het resultaat. Vergelijk jezelf niet met anderen, maar wordt elke dag beter dan je gisteren was.

Als er inspanning is, is er vervulling.
Jigorō Kanō

Hopelijk helpen deze handvatten tot het worden van een goede judoka met veel plezier en liefde voor het judo een leven lang. Als je nog vragen hebt, laat het weten in de reacties of via het contactformulier. Heb je zelf nog goede handvatten, voeg ze dan zeker toe in de reacties. Tot op de tatami!

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1)

Als beginner kan het judo erg intimiderend zijn. Zeker als je op latere leeftijd begint. Je loopt misschien als enige in een joggingsbroek met een t-shirt of een te grote judogi (judopak) met een lange, witte obi (judoband). Om je heen lopen allemaal judoka met mooi gekleurde of zwarte judobanden.

Als er dan ook nog judoka zijn die de meest rare vallen maken zonder een centje pijn, vervolgens prachtige worpen maken en uke (ontvanger) hard op de mat werpen, denk je wellicht “dit ga ik nooit leren”.

Toch kan iedereen judoën, ook op hogere leeftijd. Daar ben ik van overtuigd. Met de juiste sensei (leraar), uke en mindset kan iedereen plezier aan judo beleven en een beter mens worden door het ontwikkelen van lichaam en geest. Een zwarte band is een witte band die nooit opgaf.

In dit artikel de eerste vier van acht handvatten die belangrijk zijn voor de (beginnende) judoka. De andere vier verschijnen volgende week. De lijst is zeker niet compleet, maar (acht) brengt geluk in Japan. Heb jij nog andere goede tips? Laat het weten in de reacties onder dit artikel.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

1. Have fun

Op mijn negende begon ik mijn eerste judoles. Als ik terugkijk wanneer ik het beste leerde, dan is het vooral als ik plezier had. De trainingen waren een spel, waarbij je nieuwe dingen uitprobeert. Het was niet erg als ik faalde, want daar leerde ik van. Niet om de knikkers, maar om het spel.

Bijna alle creativiteit houdt betekenisvol spelen in zich besloten.
Abraham Maslow

Vanaf het begin was een band voor mij vooral om mijn pak bij elkaar te houden. Dit zorgde ervoor dat ik geen prestatiedruk had, maar kon genieten van de trainingen. Elke keer mijn eigen grenzen opzoeken (No limits) en continu verbeteren (Continu verbeteren).

Door deze mindset raakte ik soms even in een flow. Mijn enige doel was dan een prachtige worp maken. Ik werd een met mijn omgeving, vergat even de tijd en was volledig in het hier-en-nu. Geen afleidende gedachtes, geen zelfbewustzijn, maar volledig opgaan in judo. Een geweldige ontspannenheid die ik soms maar moeilijk buiten de tatami (judomat) kan ervaren.

Play is the highest form of reasearchIk ben er zeker van dat je sneller leert als je speelt en plezier hebt. Je bent niet bang om te falen en je bent creatief. Door veel te proberen, leer je wat wel en wat niet werkt. Doelen zijn een handig hulpmiddel, maar kunnen ook beperken en frustreren. Dus heb vooral plezier in het judo; je leert sneller en het blijft leuk!

2. Het resultaat is van ondergeschikt belang

Dat is een beetje raar. Een van de principes van judo is seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Nu zeg ik dat het resultaat van ondergeschikt belang is.

Natuurlijk is het resultaat belangrijk. Als jij een judoka bent, wil je jouw lichaam en geest ontwikkelen. Echter, de focus moet vooral gericht zijn op de weg naar het resultaat. Als je de juiste weg bewandelt, dan is het resultaat een logisch en natuurlijk gevolg van jouw acties.

Ongeacht of je wint of verliest, volg de juiste weg. Zelfs als je verliest door het volgen van de juiste weg, is dat waardevoller dan winnen via een verkeerde weg.
Jigorō Kanō

Veel beginnende judoka zijn vooral gefocust op het resultaat. Ze werpen met veel kracht uke op de mat, maar vergeten belangrijke basisprincipes zoals kuzushi (balansverstoring) en tsukuri (positioneren). In het begin geeft dit wellicht meer voldoening, maar het duurt veel langer voordat je judo begrijpt.

Leer eerst een worp langzaam in harmonie met de judoprincipes. Een mooie worp is daarna een logisch en natuurlijk resultaat.

Hetzelfde geldt in randori. Wil je snel verbeteren? Ga dan niet met veel kracht tegenwerken, maar richt je op het leren van de basisprincipes van judo. Seiryoku zen’yō en jita kyōei. Voel hoe de andere judoka jouw balans verstoort en welke waza (technieken) hij toepast. Probeer op speelse wijze technieken uit, als dit geen gevaar voor uke oplevert. Focus niet op winnen, maar op leren. (Randori is een chaos).

Richt de aandacht vooral op de weg, het resultaat is een logisch en natuurlijk gevolg. Als je dan toch onderweg bent, geniet van het uitzicht!

3. Leer correct valbreken

Mijn leraar Cor Esser zei altijd: “Waarvoor moet een zwemmer niet bang zijn? Water! Waarvoor moet een judoka niet bang zijn? Vallen!”. En zo is het.

Als een judoka bang is voor vallen heeft dit een remmend effect op het leren van judo. De judoka gaat krampachtig bewegen in een defensieve houding om maar niet te vallen. Op deze wijze gaat veel energie verloren.

Daarnaast leer je judo vooral door spelen en proberen. Als je bang bent om waza te proberen uit angst voor het vallen, dan stagneert de ontwikkeling van lichaam en geest. Daarom moet veel aandacht worden besteed aan het correct valbreken.

Door het beheersen van het valbreken wordt ook het risico op blessures verminderd, waardoor je meer trainingen kunt volgen. En als je een goede uke bent die correct valt, dan kun je ook anderen beter leren judoën. Judoka die niet correct leren valbreken, stagneren niet alleen zelf in hun ontwikkeling. Zij remmen ook de ontwikkeling van de judoka waarmee zij trainen, omdat ze geen goede uke zijn.

UkemiWil je echt leren judoën, besteed dan veel aandacht aan ukemi-waza (valbreken) totdat je hier volledig comfortabel mee bent. Zorg ervoor dat je altijd jezelf goed kunt redden vanuit alle situaties met correct valbreken. Begin met de basis, waarbij je goed jouw hoofd en lichaam beschermt. Zorg ervoor dat je voldoende lichaamsspanning hebt, zodat je de val goed opvangt met je hele lichaam en een goede uke bent. Dan kun je pas echt judo leren.

4. Leer eerst verdedigen

Eigenlijk sluit dit handvat aan op de vorige handvatten. Vaak zijn we de ongeduldige tori en willen we graag een prachtige uchi-mata of andere worp maken. Gericht op het resultaat hebben we geen tijd voor het leren van correct valbreken, een goede uke zijn en judoprincipes.

Misschien vinden sommigen de volgende tip raar. Leer eerst verdedigen. Als je eenmaal goed kunt verdedigen, dan kun je meer focussen op aanvallen.

Het eerste voordeel is dat als je goed leert verdedigen, je de andere judoka tot wanhoop kan drijven. Hij probeert van alles, maar kan niet door jouw verdediging komen. Op een gegeven moment raakt hij wellicht zo gefrustreerd dat hij grotere risico’s gaat nemen. Dat is het moment dat er een opening komt voor jouw eigen technieken.

Een ander voordeel is dat je in het begin waarschijnlijk niet zo goed bent in verdedigen. Tori werpt jou regelmatig met een prachtige worp. Dit is heel fijn, want je leert snel welke technieken mogelijk zijn vanuit een bepaalde positie. Deze waza kun jij ervaren, afkijken en ook leren toepassen.

Vanouds maakten vaardige krijgers zich eerst onoverwinnelijk om daarna te wachten tot de vijand zich kwetsbaar opstelde.
The Art of War (Sun Tzu)

Ondertussen perfectioneer je jouw verdediging, zodat de technieken van tori steeds vaker mislukken. Dit heeft als voordeel dat jouw verdediging steeds beter wordt. Tegelijkertijd leer je de kwetsbaarheden in een techniek, zodat je als tori jouw technieken onverdedigbaar voor uke maakt.

seiryoku zenyo jita kyoeiUiteraard bedoel ik niet met kracht en gestrekte armen verdedigen. Nee, ik bedoel verdedigen door het juiste gebruik van jouw lichaam en de technieken van tori neutraliseren. Denk hierbij aan begrippen als tai-sabaki (draaien van het lichaam) en hara (blokkeren door het verlagen van jouw lichaamszwaartepunt). Geen kracht, maar souplesse. Denk aan seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Leer verdedigen zonder kracht, zodat je steeds meer tijd hebt voor het leren van de situaties en toepassen van jouw eigen technieken. Doe dit in harmonie met de judoprincipes.

Volgende keer meer…

Dit waren de eerste vier handvatten voor de (beginnende) judoka. Volgende week de andere vier handvatten. Wil je het vervolg zeker niet missen? Laat jouw e-mailadres achter onder het kopje “Abonneer je op dit Blog via E-mail” (linkermenu) en je ontvangt een e-mail bij elk nieuw bericht op deze blog. Laat ook vooral jouw mening achter in de reacties.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

Met dank aan Marie-José Nieuwenhuizen, Annemarie Leemans, Vanessa Bot, Richard de Bijl en Loek van Kooten.

Echt judo in randori

In mijn vorige blog, Randori is een chaos, stelde ik dat randori geen wedstrijd is. Het is naast kata een belangrijk middel voor het leren van judo. De belangrijkste aandachtspunten in randori zijn: het ego onder controle houden en het doseren van kracht. In deze blog wil ik mijn visie op randori verder uitwerken.

Ik wil ervoor pleiten in randori de huidige wedstrijdregels compleet te negeren. In plaats daarvan wil ik echt judo! In deze blog licht ik kort toe wat ik bedoel en waarom. Laat gerust jouw mening achter in de reacties onderaan de pagina.

Complexe regels voor randori zijn overbodig

Omdat randori geen wedstrijd is en niet op televisie wordt uitgezonden, biedt dit enorme mogelijkheden voor eenvoudige regels. Er is geen noodzaak voor gekleurde judopakken, duizend-en-een-verboden-pakkingen en andere complexe bureaucratiewedstrijdreglementen.

De belangrijkste regel is dat beide judoka leren van de randori. Natuurlijk volgens de judoprincipes maximaal resultaat met minimale inspanning (seiryoku zen’yō) en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen (jita kyōei).

Hierdoor is automatisch geborgd dat alleen veilige waza (technieken) worden toegepast en de judoka elkaar niet blesseren. Daarnaast kan de judoka niet krachtig defensief judoën, want dan leren beide judoka niet optimaal en wordt de kracht niet goed gedoseerd.

Een pak van mijn hart

Als deze belangrijkste regel duidelijk is, zijn voor randori geen complexe wedstrijdreglementen benodigd. We kunnen slechts enkele eenvoudige regels afspreken voor randori en judo op zijn best beoefenen. Dit is waar de pret begint!

Leg grabbing in randoriIk ben er een voorstander van dat we echt judoën. Alle kumi-kata zijn toegestaan als zij niet overmatig defensief worden gebruikt of onveilig zijn voor een of beide judoka.

Dit betekent dat het repertoire effectieve technieken weer toeneemt. Ik noem een kata-guruma, sukui-nage en morote-gari als prachtige voorbeelden. Jigorō Kanō nam niet voor niks de kata-guruma op in het nage-no-kata. Laten we samen afspreken dat deze uitstekende technieken weer zijn toegestaan tijdens randori.

Aan de grond genageld

Laten we ook het ne-waza weer de aandacht geven die het verdiend. Zolang er goede progressie is naar een eindcontrole, dan gaan we door op de grond. Je kunt soms best een halve minuut bezig zijn op zoek naar een goede opening naar een armklem of verwurging.

Ik ben absoluut geen voorstander van overdreven defensieve houdingen op de grond. Judo stamt af van de oude Japanse krijgskunsten. Laten we ons dan ook dusdanig gedragen. Een gevecht stopt niet op de grond.

Judoka zijn niet passief, kijkend als een angstig haasje tot de scheidsrechter mate roept, in buikligging of op elleboog en knieën. Deze posities gebruik je slechts in uiterste nood als transitie naar een dominantere positie.

Beter goed afgekeken, dan alles verbieden

Braziliaans Jiu-Jitsu
Braziliaans jiujitsu © John Lamonica

Jigorō Kanō stelde het judo samen op basis van technieken uit verschillende jujutsu-scholen. Vervolgens gaan wij allerlei technieken verbieden en ne-waza vermijden omdat… waarom eigenlijk? Laten we juist de goede technieken kopiëren uit sambo, grappling en Braziliaans jiujitsu en leren door middel van gezamenlijke trainingen. Daarmee verrijken we het judo alleen maar.

Uiteraard selecteren we technieken op een vergelijkbare manier als Kanō. De technieken zorgvuldig toetsend aan de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Als ze veilig zijn en niet alleen op kracht gebaseerd, dan kunnen we ze opnemen in onze eigen waza.

Het probleem zit hem namelijk niet in de technieken, maar in de judoka. Als de judoka de judoprincipes niet begrijpen, dan gaan ze ver voorover staan met de armen gestrekt. Dan gaan ze schijnaanvallen maken, technieken gebaseerd op louter kracht toepassen of ze zijn passief in ne-waza.

Laten we dus vooral de ‘oude’ judotechnieken blijven toepassen en het judo verrijken met technieken uit onder andere sambo en Braziliaans jiujitsu. Zolang deze technieken voldoen aan de judoprincipes kunnen we ze opnemen in onze eigen prachtige krijgskunst.

Nuance

Uiteraard kan ik me voorstellen dat sommige scholen veel wedstrijdjudoka trainen. Ik snap dat zij het wedstrijdreglement volgen om verwarring bij hun pupillen te voorkomen. Mitesco noemt dit op zijn blog overigens shiai-geiko, wellicht een betere term dan randori.

In Nederland zijn er echter vooral verenigingen waar voornamelijk judoka oefenen ter ontwikkeling van lichaam en geest. Dit is het grootste aantal binnen het ledenbestand van de Judo Bond Nederland. Zij kunnen prima het complete judo worden aangeleerd.

Veel randori en kruisbestuiving

Ik hoop dat we in Nederland veel randori blijven maken. Randori op basis van de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Laten we vooral niet het huidige wedstrijdreglement volgen, maar goed judo propageren. Judo op basis van een beperkt aantal eenvoudige regels voor de veiligheid van de judoka. Voor de rest kunnen de judoka onderling afspraken maken over randori.

Op deze wijze blijft het judo evolueren. Er kan mooie kruisbestuiving plaatsvinden met bijvoorbeeld sambo en Braziliaans jiujitsu. Judo blijft gebruik maken van een breed spectrum van efficiënte en effectieve technieken. Het laat zich niet beperken door complexe wedstrijdregels.

Tenslotte baseerde Jigorō Kanō het judo ook op meerdere oude stijlen jujutsu. Hij kopieerde wat goed was en liet weg wat niet werkte. Vervolgens evolueerde het judo, omdat Kanō en zijn beste studenten allemaal verbetering doorvoerden op basis van hun ervaring. Laten wij deze slimme werkwijze behouden, want stilstand is achteruitgang!

Ben jij het eens met mijn blog? Of vind jij juist dat we tijdens randori het wedstrijdreglement moeten volgen? Laat hieronder in de reacties jouw mening achter.

Randori is een chaos

Jigorō Kanō baseerde het judo op twee belangrijke manieren van onderricht randori en kata. In het boek Mind over Muscle benadrukt hij het belang van beide manieren.

Kata is de vaste vorm voor het leren van de judoprincipes. Randori betekent “chaos grijpen” . De chaos slaat op de vrijheid die ontstaat, omdat de oefeningen niet langer vaststaan zoals in kata. Beide judoka kunnen vrijuit bewegen (binnen de principes van judo) en er kan een ware chaos ontstaan als beide judoka tegelijk technieken toepassen, geloof mij!

Randori in de Kōdōkan

Uiteraard worden de aangeleerde principes vanuit kata toegepast in randori. Het is in randori nog steeds niet toegestaan om kracht te gebruiken voor het verdoezelen van een gebrek aan techniek of waarmee de andere judoka geblesseerd raakt. Dit is in strijd met seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen).

De teloorgang van randori

Randori is essentieel voor het leren van judo. Als je weinig of nooit randori doet, toets je nooit of je de judoprincipes ook echt kan toepassen in de praktijk.

Het is zonde dat op sommige judoscholen (bijna) geen randori meer wordt gedaan tijdens de trainingen. Er zijn ook scholen die randori op een verkeerde manier gebruiken. Als het doel van een randori winnen “no matter what” is, dan heb je het niet begrepen.

Gelukkig zijn er ook nog zat scholen die randori op de juiste manier inzetten. Deze judoka zullen vaak logischer en natuurlijker bewegen over de tatami, dan judoka die alleen kata of andere afgesproken vormen (bijvoorbeeld yaku-soku-geiko) trainen.

Op een dag komt Mochizuki bij Jigorō Kanō en meldt trots: “Vandaag heb ik twee toernooien op twee verschillende scholen gewonnen.” Kanō antwoordde: “Is dat de reden waarom je judo beoefend? Voor het winnen van toernooien? Je had me eerst moeten vertellen wat je hebt geleerd van jouw ervaringen vandaag in plaats van of je wel of niet hebt gewonnen.”
The Way of Judo (John Stevens)

Randori is belangrijk voor het leren judoën. Het is natuurlijk mooi als de principes in het kata perfect worden toegepast. De echte uitdaging is een andere judoka die ook mag aanvallen en verdedigen. Dan moet jouw houding (shizenhontai) en technieken (waza) uitstekend zijn!

Wat is belangrijk bij randori

Er zijn heel veel zaken belangrijk bij randori, maar ik wil er een paar uitlichten. Dit zijn twee punten die ik erg belangrijk vind voor mijn judoka en waar ik voornamelijk op coach.

Het ego is onder controle bij randori. Het gaat niet om winnen of verliezen. Het gaat om leren. Als je gefixeerd bent op winnen of verliezen, kun je niet gefocust zijn op leren. Dit ervaar ik nu zelf tijdens mijn trainingen Braziliaans jiujitsu.

Als ik enorm gedreven en graag wil winnen, ben ik hard bezig met niet verliezen. Ik verzet met kracht en probeer mijn technieken op te leggen, dit lukt soms tegen minder krachtige tegenstanders. Echter tegen sterke tegenstander leg ik het dan af.

Als ik echter de rust neem en niet bezig ben met het resultaat, kan ik focussen op mijzelf en de ander. Ik leer wat de ander doet en welke principes (leverage, posture, etc.) hij toepast. Ondertussen probeer ik uit welke verdedigingen wel of niet werken en zoek ik kansen voor een aanval.

Deze open houding werkt uitstekend. Ik ga sneller vooruit, omdat ik elke randori (sparring) enorm veel leer. Daarnaast als ik nu de ander een keer laat aftikken, dan is dit niet op kracht maar door het toepassen van principes. Principes werken ook tegen sterkere tegenstanders door het gebruik van bijvoorbeeld hefbomen.

Het doseren van kracht. Ook erg belangrijk. De eerste reden hiervoor is eenvoudig: de kans op blessures daalt drastisch. Als de ander een goede worp inzet en jij blokkeert met kracht, dan werk je tegen het principe seiryoku zen’yō. De kans op forceren en daardoor blessures is groot, er zijn genoeg voorbeelden in de topsport. Als je elkaar blesseert, dan is dit uiteraard tegenstrijdig met jita kyōei.

Randori
Ik judo nu ruim twintig jaar en ik heb gelukkig nog nooit een serieuze blessure gehad. Dit komt omdat als de ander een goede techniek inzet, dan laat ik me werpen. Mocht ik zelf werpen, dan stop ik direct als ik merk dat ik geen goede controle heb. De kans op blessures is dan minimaal, slechts af en toe een klein blauw plekje of schaafwondje.

Een andere nadeel van te veel kracht gebruiken is dat je een gebrek aan techniek gaat ‘maskeren’. Hierdoor leer je niet gebruik maken judoprincipes. Kom je dan een sterkere tegenstander tegen, dan zul je verliezen. Je kunt dan namelijk niet winnen met pure kracht, maar moet principes zoals debana (timing) en kuzushi (balansverstoring) gebruiken.

Tot slot

Randori is essentieel voor de ontwikkeling van een goede judoka. Als je alleen de grammatica leert, dan is dit een zinloze exercitie (zie ook Het gevaar van katawedstrijden). Als je eenmaal de grammatica kent, dan ga je echt schrijven. Dat kan een enorme chaos zijn met alle vrijheid binnen de principes (regels), maar zo leer je de praktijk.

Gelukkig kan randori worden beoefend zonder veel gevaar. De voorwaarde is dat de judoka hun ego onder controle hebben. Het gaat om leren, niet om winnen of verliezen. Daarnaast moet de kracht worden gedoseerd, op deze wijze wordt er niets geforceerd zodat de kans op blessures minimaal is.

In randori leren we de judoka handelen volgens de principes van het judo, ongeacht hoe fysiek minderwaardig zijn tegenstander is en zelfs als hij gemakkelijk kan overwinnen door slechts het gebruik van pure kracht. Want als hij handelt in strijd met deze principes is zijn tegenstander nooit overtuigd van de nederlaag, ongeacht de brute kracht die is gebruikt.
Jigorō Kanō

Ik hoop dat alle judoka veel randori maken. Ik vind het fantastisch. Het geweldige gevoel als de andere judoka of jij een worp maakt zonder dat je het zelf doorhebt. Volledig opgaan in het moment en volledig volgens de judoprincipes de juiste dosering kracht toepassen met een perfecte timing!

Ook bij Braziliaans jiujitsu geniet ik van het vrije oefenen. Ik bewonder hoe dynamisch mijn partners op de grond zijn en gebruik maken van tai-sabaki (wegdraaien van het lichaam).

Ik leer het meeste tijdens randori. Hoe werken technieken (en principes) onder weerstand van de andere persoon? Kan ik ze dan ook echt toepassen in de praktijk? Daarom is randori uitdagend en belangrijk!

Als laatste wil ik nog een mooi citaat van Kano meegeven. Hij kalligrafeerde ook veel, vooral de uitdrukking: “順道制勝” (jundō seishō). De uitvinder van het judo legde dit uit als: “Ongeacht of je wint of verliest, blijf de weg volgen. Zelfs als je verliest tijdens het volgen van de weg, is dit waardevoller dan winnen tegen de principes van de weg in.”

Met dank aan Loek van Kooten voor de juiste schrijfwijze van jundō seishō.

Het amorele systeem waarin wij leven

Van de week las ik een interview met Joris Luyendijk op de website van Trouw. Een journalist en antropoloog die veel schrijft over de financiële wereld in Londen. Het artikel Het amorele systeem waarin wij leven geeft een aantal interessante inzichten op basis van zijn veldwerk.

Alles draait om cijfers

Het artikel beschrijft de tendens om alles uit te drukken in cijfers. Het gaat niet langer om het nut van werk. Luyendijk: “De bezieling is verbannen uit ons werk, de waarde ervan gaat verloren, alles wat overblijft zijn meetbare doelen, cijfers, rendementen, targets.”

Everything that counts - CijfersVeel mensen herkennen dit in hun werkzaamheden. Ik heb een opdracht uitgevoerd waarbij het belangrijker was dat bepaalde prestatie-indicatoren werden behaald, dan dat de klant tevreden was.

Er zijn genoeg medewerkers in Nederland die hun manager trots horen spreken over het behalen van goede cijfers, terwijl ze dagelijks voornamelijk gefrustreerde klanten aan de telefoon hebben.

Ook in het nieuws zijn vele voorbeelden te vinden. Denk aan de topsalarissen van (bank)directeuren, het afknijpen van chauffeurs door PostNL en de streeftijden in de zorg.

Het sturen op cijfers kan blind maken, waardoor mensen amorele beslissingen nemen die leiden tot immorele resultaten. “De waarde van het werk wordt niet meer bepaald door het nut ervan, maar door de cijfermatige output. Neem de publieke omroep. Voorheen luidde de opdracht aan een programmamaker: volg wat er gaande is in de wereld en maak daarover een uur goede televisie. Nu: je moet 17 procent binnenhalen van de mensen in de leeftijdscategorie 25 tot 40 in het tijdslot van 21.05 tot 22.00 uur. En dat is de publieke omroep. Maar wanneer hebben we daarvoor gekozen, wanneer hebben we in verkiezingen gezegd dat we deze amorele koers willen volgen?”

Seiryoku zen’yō

Nu moest ik bij het lezen van het interview denken aan de principes van het Japanse judo: seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Seiryoku zen’yō is het streven naar “maximaal resultaat bij minimale inspanning”. Het is niet toevallig dat Kaizen, JIT en LEAN allemaal hun oorsprong in Japan vinden.

Natuurlijk is het fantastisch om efficiënt om te gaan met energie en dit in het bedrijfsleven cijfermatig weer te geven. Echter, dit moet wel nut hebben en niet alleen voor jezelf zijn. De uitvinder van judo voorzag dit en formuleerde daarom een belangrijk tweede principe.

Jita kyōei

Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen. Een prachtige passage uit Mind over Muscle van Jigorō Kanō licht dit verder toe. De vertaling is van Mitesco.

Als mensen alleen zijn, kan het principe van seiryoku zen’yō zonder probleem worden toegepast, maar als er een groep van twee of meer personen is, hoeft er maar één persoon aanwezig te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben. Maar als alle leden van de groep zelfzucht vermijden, en handelen overeenkomstig de noden en omstandigheden van de andere personen in de groep, kan een conflict op een hele natuurlijke manier worden vermeden en harmonie worden bereikt. Conflict schept wederzijdse vernietiging, terwijl harmonie wederzijdse winst oplevert.

Dus, als een groep mensen samenleeft, kan men niet alleen vermijden om tegenover elkaar te komen staan, maar men kan elkaar ook helpen. Er zijn dingen die je niet alleen kunt doen, maar alleen samen met anderen. Voorts kunnen de deugden en sterke kanten van iemand alleen maar andere mensen aanvullen en stimuleren. Aldus brengt die situatie voordeel voor iedereen, iets wat ze alleen niet zouden hebben. Dat noemen we sojo sojou jita kyōei, wat betekent: onderlinge welvaart door wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. Dat kan worden verkort tot jita kyōei. Om die reden kunnen we zeggen: als alle leden van een groep elkaar helpen en onzelfzuchtig handelen, kan de groep harmonieus zijn en als een eenheid opereren. Zo kan die groep zijn energie optimaal benutten, net als een individu.

Dit principe blijft waar, ook in het geval van een complexe samenleving met miljoenen inwoners. Dus, als seiryoku zen’yō en jita kyōei worden gerealiseerd, zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan, en als leden van die samenleving kan iedereen bereiken waarop ze hopen.Mind over Muscle, p. 70-71 (Jigorō Kanō)

Bezieling en werk

In het artikel staat een prachtige uitspraak van Luyendijk: “Probeer een ziel maar eens in een target te vangen.” Dat is onmogelijk. Kan het principe jita kyōei houvast geven?

Vroeger hadden we religie als moraal. Nu veel mensen geloof hebben opgegeven of uitschakelen tijdens hun werk, missen we handvatten als naastenliefde en saamhorigheid.

Misschien kan jita kyōei ons richting geven, zodat we nadenken als gemeenschap over wat we willen? Dan kunnen de cijfers weer dienen als middel in plaats van doel op zich. Of zoals het in het interview staat: “Daarachter ligt de fundamentele vraag: zijn wij een gemeenschap, waarin we ook kunnen spreken over dingen als kwaliteit, schoonheid en rechtvaardigheid, of zijn wij puur een arena van productie en consumptie?

Ik ben gelukkiger in mijn werk als ik mij richt op mensen, dan op cijfers. Ik kan me voorstellen dat veel bankiers, leraren, zorgverleners en andere werknemers hetzelfde voelen. Uiteindelijk denk ik dat wij als mensen altijd anderen willen helpen en daar geluk uit putten. Het is veel leuker leven in een omgeving vol gelukkige mensen.

“We moeten ze knuffelen”

Het artikel sluit met een inspirerende uitspraak van Joris Luyendijk. Wellicht een invulling van jita kyōei. De medemens hulp bieden met begrip en knuffels.

“Want ze kijken dus op een amorele wijze naar hun eigen leven. Ze brengen de kwaliteit van hun leven terug tot meetbare kenmerken. Targets. Salaris, bonus, huis, auto. En bijna allemaal zeggen ze: dit is tijdelijk, straks ga ik een documentaire maken, een ngo beginnen, een zaak opzetten, een boek schrijven. Daarom zeg ik: we moeten ze knuffelen. Want ze leiden tragische levens.”