Mitsu-no-sen: drie vormen van initiatief

Het go-no-sen is op dit moment een populaire keuze voor danexamens. Het bestaat uit minder handelingen vergeleken met het nage-no-kata en katame-no-kata, waardoor judoka hiervoor kiezen. Het kata bestaat uit twaalf kaeshi-waza (overnames). Hierbij is vooral het moment van de overname belangrijk, maar helaas zijn hier geen duidelijke richtlijnen voor. In dit artikel meer over de verschillende momenten van overnemen.

Geen duidelijke richtlijnen

Mikonosuke Kawaishi
Mikonosuke Kawaishi

Het is niet met zekerheid te zeggen waar het kata is ontwikkeld. Mikonosuke Kawaishi schrijft in het boek The Complete Seven Katas of Judo dat op de Waseda Universiteit het kata is ontwikkeld. In Nederland wordt door sommige mensen gesteld dat Kawaishi het kata zelf heeft ontwikkeld. Dit is uiterst twijfelachtig. Het is waarschijnlijker dat Kawaishi het go-no-sen in Europa heeft verspreid.

Het go-no-sen is geen Kodokan kata. Er zijn dan ook geen duidelijke internationale richtlijnen die worden bijgehouden en er is weinig historische informatie bekend over het kata. Kawaishi beschrijft het kata in zijn eerder genoemde boek. Echter deze richtlijnen laten veel vrijheid voor eigen interpretatie.

Dit blijkt ook uit verschillende uitvoeringen van het kata op YouTube. Sommige judoka voeren het go-no-sen in beweging uit, anderen uit stilstand. In weer andere uitvoeringen maakt uke de eerste keer de worp, waarna tori de tweede keer de worp van uke overneemt.

Lees voor meer informatie over de historie van het kata het onderzoek Kōdōkan jūdō’s three orphaned forms of counter techniques – Part 1: The Gonosen-no-kata ―“Forms of post-attack initiative counter throws door Carl de Creé.

Richtlijnen voor Nederland

De Judo Bond Nederland heeft voor de danexamens richtlijnen op laten stellen. Deze richtlijnen staan in de Handleiding go-no-sen (Berber Roorda en Mark Bette i.s.m. de Nationale Graden Commissie Judo).

Het voordeel van het vaststellen van richtlijnen is dat het duidelijk wordt hoe een kata kan worden uitgelegd (leraar), uitgevoerd (examenkandidaat) en beoordeeld (examinator). De richtlijnen in Nederland zijn mogelijk strikter dan de originele richtlijnen van het kata met als doel duidelijkheid voor iedereen.

Er is helaas nog een verschil in interpretatie binnen Nederland. Het verschil gaat over het juiste moment voor het uitvoeren van de overname. Deze discussie schept verwarring voor leraren, examenkandidaten en examinatoren. Wat soms uitmondt in teleurstellingen als een judoka hard heeft getraind voor een dangraad, maar zakt voor het examen door een verschil in interpretatie.

Helaas geeft de laatste versie van de richtlijnen (maart 2015) ook geen volledige duidelijkheid. Er wordt gesproken over “tori moet een laat initiatief demonstreren en moet dus wachten op het LAATSTE moment voor een effectieve overname”. Dit is niet meetbaar en kan door iedereen anders worden uitgelegd en begrepen.

Discussie van het moment

De discussie gaat dus over het moment van de overname. In het go-no-sen is verrassend go-no-sen het moment dat de worp moet worden overgenomen. Dit is gebaseerd op mitsu-no-sen, de drie vormen van initiatief.

Deze drie momenten zijn go-no-sen, sen en sen-sen-no-sen. In bijvoorbeeld kendo worden deze momenten veelvuldig gebruikt. Een voorbeeld hiervan kan worden verkregen in het boek Het boek van de vijf ringen van de beroemde Japanse zwaardvechter Miyamoto Musashi. Andere mooie voorbeelden staan op diverse Kendo-sites.

Ook in het boek Judo Formal Techniques (hoofdstuk 6) van Tadao Otaki en Donn F. Draeger staan de momenten beschreven.

“Kano recognized three levels of combative initiative (sen): (1) go no sen, the ‘late’ form of attack initiative, usually characterized as a defensive move or counteraction; (2) sen, the attack initiative that is also defensive but launched simultaneously with the aggressor’s attack; (3) sen-sen no sen, a supraliminal attack initiative, also defensive but appearing to be offensive, through which the aggressor’s attack is anticipated and ‘beaten to the punch’ by an appropriate action.”

Op basis van bovenstaande bronnen ben ik tot de onderstaande interpretatie van de drie momenten gekomen.

Go-no-sen

Hiza-guruma
Hiza-guruma 膝車 → hiza-guruma 膝車

Uke zet een aanval volledig in. Tori kan alleen nog reageren op de aanval van uke met een verdediging in overeenstemming met de aanval van uke. Tori maakt tai-sabaki of blokkeert en neemt het initiatief over door middel van een overname. Er kan een korte strijd plaatsvinden om de weerstand van uke te overwinnen. Dit hoeft niet indien tori de energie van de aanvaller gelijk tegen uke gebruikt.

Een voorbeeld met strijd in randori is uke die een koshi-guruma inzet. Tori blokkeert de worp door het verlagen van zijn zwaartepunt, terwijl uke zijn worp blijft inzetten. Als tori het genoeg vindt, maakt hij of zij tai-sabaki en werpt met tani-otoshi. Uiteraard had tori ook direct tai-sabaki kunnen maken en overnemen met tani-otoshi. Dit laatste is een voorbeeld van go-no-sen zonder strijd.

Sen (of sen-no-sen)

Uke begint zijn aanval. Als aan de bewegingen van uke duidelijk wordt dat hij of zij een worp inzet, reageert tori met het nemen van het initiatief. Tori kan voorkomen dat uke zijn of haar worp volledig inzet door het maken van een eigen worp. Tori reageert dus niet verdedigend op de worp van uke, maar is uke voor met een eigen worp.

Bijvoorbeeld als uke diep ademhaalt en zijn of haar rechterarm losmaakt voor een seoi-nage. Op het moment dat de arm is bevrijd, reageert tori met een seoi-nage. Uke krijgt geen kans om de seoi-nage volledig in te zetten, want tori is uke voor.

Sen-sen-no-sen

Voordat uke kan starten met het inzetten van een worp, zet tori een worp in. Tori anticipeert dat uke op het punt van aanvallen staat en is uke voor. Het verschil met sen is dat uke nog niet begonnen is met zijn of haar aanval. Het idee is wel al reeds geboren in het hoofd van uke.

Tori “voelt” dat uke gaat aanvallen en start een eigen aanval voordat de aanval van uke echt is begonnen. Tori kan ook een aanval uitlokken van uke en dan reageren met voorbedachten rade. Uke heeft dan het gevoel dat hij zelf aanvalt, terwijl het initiatief eigenlijk bij tori ligt.

Het juiste moment

In het kata is dus go-no-sen het juiste moment van initiatief. Hierbij is het belangrijk dat tori reageert op de aanval van uke met een overname en daarbij kan een strijd plaatsvinden. Het reageren zal veelal gebeuren met een vorm van tai-sabaki of hara.

Bijvoorbeeld bij de eerste techniek waar uke aanvalt met een o-soto-gari, kan tori eerst blokkeren. Vervolgens vindt er een korte strijd plaats, voordat tori een vorm van tai-sabaki maakt en werpt met o-soto-gari.

Echter is het volgens bovenstaande uitleg ook go-no-sen als tori de worp direct overneemt met een o-soto-gari zonder een korte strijd, door mee te gaan in de aanval van uke. Het is pas “fout” als tori reageert op de o-soto-gari voordat uke de worp volledig heeft ingezet. Het gaat er namelijk mijns inziens om bij go-no-sen dat tori reageert op de aanval van uke en deze aanval gebruikt voor zijn of haar overname.

Tot slot

Voor de judoka die binnenkort danexamen doen, adviseer ik het bijwonen van de districtstrainingen voor duidelijkheid over de richtlijnen. Hopelijk gaat jouw judoleraar mee, zodat hij of zij ook op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen.

Op deze trainingen wordt idealiter de interpretatie volgens de richtlijnen van de Nationale Graden Commissie Judo van de Judo Bond Nederland gevolgd. Het doel is steeds kleinere interpretatieverschillen door goede naslagwerken en eenduidige bijscholing. Hierdoor komen leraren, examenkandidaten en examinatoren op één lijn.

In dit stuk heb ik getracht mijn interpretatie van het begrip “go-no-sen” toe te lichten. Dit doe ik op persoonlijke titel. Mijn interpretatie geeft een  meetbare definitie van go-no-sen, maar laat vrijheid over voor de uitvoerder. Zo waren de twaalf overnames wellicht oorspronkelijk bedoeld.

Een ruimere definitie van go-no-sen biedt mogelijkheden voor tori en uke in het variëren in aanvallen en overnames (intensiteit, tempo, etc.). Het go-no-sen kan door een gevorderde judoka zelfs sen-no-sen worden beoefend. Op deze wijze kan meer worden geleerd van het kata.

Uiteindelijk zijn kata bedoeld om belangrijke principes over te dragen. Hierbij is de vraag of het go-no-sen over riai (onderliggende principes) beschikt of een willekeurige verzameling overnames is, maar hierover wellicht een volgende keer meer.

In ieder geval kan een judoka in het go-no-sen leren dat hij tot op het “laatste” moment niet verloren is en nog een worp kan overnemen. Daarnaast kan tori ervaren dat uke mogelijk zijn spirit verliest, als tori niet opgeeft en onbeweeglijk lijkt.

Ben je het eens of oneens? Of heb jij interessante informatie die het bovenstaande artikel aanvult? Laat het vooral hieronder weten middels een reactie. Mijn doel is een duidelijk omschrijving van het begrip go-no-sen, zodat er minder verwarring is onder judoka. Vooral met het oog op danexamens.

Het gevaar van katawedstrijden

Afgelopen weekend waren de IJF KATA World Championships 2015 in Amsterdam. Er was veel aandacht voor kata en ik zag veel positieve reacties van judoka. Zoals eerder gezegd in deze blog ben ik een voorstander van de katawedstrijden als promotie van kata. Echter in dit artikel wil ik ook een aantal gevaren benoemen die katawedstrijden met zich mee kunnen brengen. Door het benoemen van deze gevaren kunnen judoka deze valkuilen vermijden.

Het doel heiligt de middelen

Jigoro Kano heeft kata ontworpen als de grammatica van het judo. Door het bestuderen van kata bestuderen judoka de basis van belangrijke concepten zoals kuzushi (balansverstoring) maai (gevechtsafstanden) en atemi-waza (slag-, stoot- en traptechnieken).

Het kata is niet ontworpen om onderling te vergelijken. Dit maakt het jureren erg lastig. Wanneer is het kata van het ene koppel beter dan het andere koppel? Bij een examen kun je uit een kata enigszins aflezen hoeveel de judoka ervan begrijpt, maar waar let je op bij het vergelijken van kata in competitieverband?

Als het kata is bedoeld voor het bestuderen van de basis van judo, dan kan veel worden geleerd door experimentatie. De judoka kan variëren in afstanden, tempo, timing, richting, intensiteit, etc. om de principes van judo te doorgronden. Het doel van kata is een beter begrip van judoprincipes, waarop beoordeel je dan twee katakoppels die allebei een prachtig kata uitvoeren en begrip van de principes demonstreren?

Het voelt soms alsof je een spijker met een schroevendraaier in het hout slaat. Met enige moeite kan het wel, maar de schroevendraaier dient eigenlijk een ander doel. Het kata is niet ontworpen met als doel het winnen van medailles. Daarom moet niet alleen worden gekeken naar wat medailles oplevert, maar vooral wat het beste de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei uitdraagt.

Vorm of inhoud

In een eerder artikel over Waarheden en illusies schreef ik over omote en ura. Het gaat bij kata niet alleen om het zichtbare, maar ook wat er verborgen ligt in kata. Het gevaar van wedstrijden (en examens) is dat judoka gaan focussen op omote, het zichtbare van kata. Dit is namelijk wat de jury bij wedstrijden het eenvoudigst kan beoordelen.

De judoka lopen dan een prachtig kata en de oefeningen verlopen vlekkeloos, maar is dit nog kata? Hebben ze door intensieve studie ura (het verborgene) in het kata ontdekt of kunnen zij alleen de buitenkant (omote) prachtig nadoen?

Ju-no-kata op WK KATA 2015
©IJF Media door G. Sabau

De nadruk ligt hierop ‘nadoen’. De serieuze judoka doorgrond het kata volledig, zodat het geen toneelstuk is. De judoka is de belichaming van het kata. Het kata voelt niet langer als een paar aangeleerde stappen, maar het voelt alsof ze het zelf hebben bedacht. Alle bewegingen voelen logisch en natuurlijk. Ze denken niet meer na over het uitvoeren van de handelingen. Vorm en inhoud vallen samen.

Als een judoka alleen focust op de vorm (het zichtbare, omote) dan worden weinig van de voordelen van kata benut. Het zal dan ook maar een relatief kleine bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de judoka. Vooral door bestudering van omote (het zichtbare) en ura (het verborgene) samen kan een judoka groeien.

Kata zonder vorm is namelijk geen kata. Kata zonder inhoud is doelloos. Vorm en inhoud vullen elkaar aan en kunnen niet zonder elkaar. Bij katawedstrijden is het de kunst dat vorm niet de bovenhand krijgt, maar samen gaat met de inhoud.

Eenzijdige training

Een ander gevaar is dat de training eenzijdig wordt. Jigoro Kano heeft het kata op dusdanige wijze ontworpen dat de grammatica van het judo op systematische wijze kan worden aangeleerd aan grote groepen judoka. Hij vond het beoefenen van kata en randori allebei belangrijk.

Echter zijn er ook judoka die alleen maar focussen op hun ‘eigen’ kata. Zij oefenen geen randori meer, maar bereiden continu voor op katawedstrijden. Het is als de grammatica leren van een taal en vervolgens nooit schrijven of spreken in die taal. De vraag is of dit zinvol is.

Hetzelfde geldt voor judoka die alleen een bepaalde rol binnen het kata beoefenen. In de Kodokan (Tokio, Japan) moet een examenkandidaat het kata uitvoeren als tori en uke. Dit omdat een judoka het kata alleen kan begrijpen als beide rollen worden bestudeerd. Het is dan ook zonde als voor wedstrijden (of examens) alleen de rol van tori wordt bestudeerd.

De judoka die tegen elkaar strijden hebben naast randori ook baat bij kata. Judoka die samen aan katawedstrijden deelnemen hebben naast kata ook veel aan randori. Het vinden van een goede balans tussen beide trainingsvormen is belangrijk. Je kunt uiteraard wel de focus verleggen, maar dan het liefst zonder het verwaarlozen van de andere trainingsvorm.

Slotwoord

Dit artikel is absoluut geen pleidooi voor het afschaffen van katawedstrijden. Ze brengen plezier aan veel judoka. Daarnaast is het een prachtige manier voor het uitwisselen van kennis over judo en het maken van nieuwe vrienden.

Een voorbeeld is de demonstratie van Cees Roest met zijn aangepaste versie van het nage-no-kata. Er zijn vele opnames gemaakt en ik weet zeker dat veel andere landen dit aangepaste kata voor judoka met een beperking (dwarslaesie) gaan bestuderen. Daarnaast zit aan het WK vaak een seminar gekoppeld waar experts de kata in detail uitleggen en ook dieper ingaan op het omote en ura van kata. Een mooie bijdrage aan de ontwikkeling van judo wereldwijd.

Echter wil ik mijn angst delen voor de degradatie van kata tot louter een wedstrijdsport met medailles. Ik denk dat katawedstrijden een belangrijke bijdrage leveren aan de populariteit van kata, maar we moeten niet het oorspronkelijke doel van kata vergeten. Het kata is bedoeld voor het bestuderen van judo. Laten we dus vooral met veel plezier katawedstrijden organiseren zonder het doel te vergeten.

De promotie van kata

Komend weekend staan de IJF KATA World Championships 2015 op het programma. Nederland heeft dit jaar de eer om dit kampioenschap te organiseren in Amsterdam. De wedstrijden in kata leveren een belangrijke bijdrage aan haar populariteit, maar er valt nog veel winst te behalen. In dit artikel wil ik op basis van het AIDA-model analyseren of we het kata beter kunnen ‘verkopen’.

Kata is samen met randori een enorm belangrijke pijler van het judo. Daarom vind ik het goed dat de kampioenschappen WK Kata worden gecombineerd met de WK Veteranen. Omdat kata belangrijk is voor het judo en veel voordelen biedt heeft het de voorkeur dat alle judoka in aanraking komen met kata.

Kata is een belangrijke pijler van judo

Over het nut van kata voor het bestuderen van judo kan heel veel geschreven worden. In dit artikel wil ik daar niet op focussen, maar een korte toelichting is noodzakelijk. Jigoro Kano, bedenker van het judo, noemt in zijn boek Mind over Muscle kata de grammatica van het judo.

“Daarom gebruiken we twee manieren van onderricht: kata (vorm) en randori (vrije oefening). Toen ik de Kodokan oprichtte, ontwikkelde ik een methode die de nadruk legde op randori en waarbij kata op een hele vanzelfsprekende manier aan de orde kwam tijdens de randorioefening. Het is zoiets als een opstel leren schrijven zonder grammaticaboek, of de grammaticaregels aanleren tijdens het schrijven van een opstel. In de tijd dat er maar een paar mensen deelnamen aan de training was dat niet zo’n probleem, maar toen er steeds meer beginners op de mat kwamen, werd het onmogelijk om kata tijdens randori te leren.”
Vertaling door Mitesco.

Voor het optimaal leren van judo zijn kata en randori nodig. Het kata kan judoka ontzettend veel inzicht bieden. Het geeft bijvoorbeeld het concept kuzushi (balansverstoring) heel duidelijk weer. Hierdoor kan de judoka dit concept ook in randori beter toepassen. Het is niet voor niets dat ook wedstrijdjudoka in Japan tijd besteden aan katastudie.

Het AIDA-model

AIDA-Model
© bsmedia.nl

Het AIDA-model is een model dat in de marketing wordt gebruikt. Het model is niet allesomvattend, maar juist door zijn eenvoud toepasbaar. Volgens het model zijn voor marketing de volgende onderwerpen belangrijk:

  • Attention: de aandacht trekken voor het product
  • Interest: positieve aspecten benadrukken
  • Desire: een verlangen of voorkeur creëren
  • Action: aanzetten tot actie

Attention

Op dit moment komen judoka steeds eerder in aanraking met kata. Vroeger werd kata pas aangeleerd aan judoka vlak voor het danexamen. Nu komen door demonstraties, wedstrijden en seminars judoka eerder in aanraking met kata en er is er veel meer informatie over kata beschikbaar via bijvoorbeeld de boeken op de website van de Kodokan en YouTube. Daarnaast zijn nu meer judoleraren bekend met kata, waardoor er aandacht aan wordt besteed in reguliere trainingen.

Als de aandacht van de judoka is getrokken, kunnen de positieve aspecten van kata worden benadrukt.

Interest

Vroeger werd kata ‘verkocht’ als een noodzakelijk kwaad voor het danexamen. Ergens op een klein hoekje van de mat mochten judoka zelf aan de hand van een boekje studeren. Het is niet vreemd dat judoka op deze manier niet warmlopen voor kata.

Kata kanji
Kanji voor kata

Gelukkig zijn meer judoleraren geschoold in kata en kunnen zij het beter uitdragen naar hun leerlingen. Zij kunnen de voordelen en de samenhang tussen kata en randori uitleggen. Veel judoleraren zien nu in dat kata een belangrijke bijdrage levert aan het technische fundament van de judoka, maar ook op lichamelijk, mentaal en spiritueel vlak.

Als judoleraren het kata op een positieve manier brengen, raken judoka eerder geïnteresseerd. De leraren kunnen benadrukken hoe interessant het is en dat het judo van de judoka er zeker vooruit op gaat. Het is niet langer iets dat moet, maar iets dat leuk en nuttig is. Deze belofte kan zeker waar worden gemaakt door een goede judoleraar. Hij of zij kan het kata op een boeiende en inspirerende wijze brengen.

Echter de judoka moet niet alleen interesse hebben, maar het verlangen krijgen naar het bestuderen van kata.

Desire

De interesse moet verder worden omgezet in verlangen, zodat de judoka het  kata wil bestuderen. Dit kan het beste doordat de judoka inziet waarom voor hem/haar persoonlijk het kata nuttig is. Dit kan voor iedereen anders zijn.

Voor een oudere judoka kan de verdieping in het judo en het lagere risico op blessures worden benadrukt. Voor een jeugdjudoka kan het als een leuke manier van judo worden gebracht. Er zijn bijvoorbeeld succesvolle experimenten met kata voor de jeugd, waarbij op een laagdrempelige manier kennis kan worden gemaakt met kata.

Ook voor wedstrijdjudoka is het kata een verrijking. Bij nage-no-kata worden alle technieken links en rechts uitgeoefend, waardoor het lichaam minder eenzijdig wordt getraind zoals bij veel wedstrijdjudoka het geval is. Ik ken ook wedstrijdjudoka die het ju-no-kata bestuderen voor meer inzicht in het meegaan in aanvallen en het principe van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning). Dit vertaalt zich in betere technieken, omdat ze meer inzicht hebben gekregen in balansverstoring en dit ook kunnen toepassen in wedstrijden.

Als de judoka kennis wil maken met kata, kan dit verlangen worden benut. De judoka wordt tot actie aangezet.

Action

Op dit moment is het doel dat de judoka kata gaat beoefenen. De beloftes moeten worden waargemaakt. Dit kan door de judoka op een leuke manier kennis te laten maken met kata, bijvoorbeeld door aandacht voor kata in de trainingen of een seminar. Er zijn ontelbare mogelijkheden. Een paar voorbeelden:

  • Nederland staat bekend om het gebruik van een spelenderwijs methodische opbouw voor het aanleren van judotechnieken. Leuke methodieken kunnen ook worden gebruikt voor het aanleren van kata. Begin dus niet met het uitleggen van het kata, maar met het aanbieden van leuke oefenvormen en bouw het langzaam op.
  • Varieer met het aanbieden van kata. Leuke vormen zijn: slow motion, fast motion, less is more (overbodige handelingen weglaten), uke mag weerstand bieden, uke varieert de intensiteit en snelheid van aanvallen, etc.
  • Leg de link tussen randori en kata. Een mooi voorbeeld heb ik geleerd van Richard de Bijl. Hij legt uit dat tsugi-ashi (zie onderstaande video rond 0:50) in het kata een rare manier van lopen lijkt. Echter als vervolgens twee judoka een randori maken, zie je ook dat de judoka vaak één voet voorhouden tijdens het verplaatsen over de mat. Ook kunnen vormen uit het kata worden gebruikt voor het aanleren van technieken, waarna ze direct worden toegepast in randori.

De bovenstaande lijst met voorbeelden kan nog veel verder worden uitgebreid. Ik weet zeker dat het kata voor alle judoka op een leuke en nuttige manier kan worden aangeboden, zodat de judoka het leuk vinden. Op deze wijze bestuderen de judoka dan geen kata, omdat het moet voor een danexamen of wedstrijd. Zij beoefenen het omdat het meerwaarde biedt voor hun judo en ook aantrekkelijk is. Ik heb meerdere kata clinics georganiseerd, gegeven en bijgewoond en vele geïnteresseerde judoka’s leren kennen. Van oud tot jong waren de judoka enthousiast.

Overigens staat op deze blog ook een artikel over De fasen van katastudie. Dit artikel sluit met fase I prima aan op de bovenstaande informatie.

Tot slot

Hopelijk is de Nederlandse selectie zeer succesvol tijdens de IJF KATA World Championships komend weekend in Amsterdam en levert dit weer veel aandacht op voor kata. Maar nog veel meer wens ik dat wij judoka het kata de plek geven die het verdiend binnen het judo en het gebruiken als belangrijk studiehulpmiddel in het verbeteren van lichaam en geest. Als wij judoka en judoleraren bewuster zijn van de unieke kwaliteiten van kata, kunnen we dit beter uitdragen. Op deze wijze kunnen kata en randori elkaar aanvullen, zoals Jigoro Kano dit heeft bedacht. Hopelijk kan dit artikel hier een bijdrage aan leveren.

 

 

Mokuso: schakelaar voor focus

Ik begin en eindig mijn budotrainingen met mokuso. Het is Japans voor “gedachten stil maken” en wordt ook vertaald als “meditatie”. Zoals met meerdere termen in budo dekt dit maar half de lading. Mokuso is een belangrijk onderdeel van de training.

Schakelaar voor focus

Vooral de eerste keer zijn sommige mensen een beetje nerveus of lacherig tijdens mokuso (黙想). Dit is niet vreemd. In Japan is meditatie de normaalste zaak van de wereld, maar in het Westen kom je er zelden mee in aanraking. Daarbij wordt het regelmatig mystiek gebracht.

Eigenlijk is het niets bijzonders. Het is een soort schakelaar.

Aan het begin van de training dient mokuso om lichaam en geest voor te bereiden op de inspanning. We proberen ons (huis)werk, zorgen en verlangens los te laten, zodat we met volledige focus kunnen trainen. Aan het eind van de training dient het als moment om weer terug te schakelen naar het dagelijks leven. Mokuso is een overgangsperiode tussen het dagelijks leven en training en omgekeerd.

Mokuso zorgt daarmee voor een effectievere training door het aanbrengen van focus. Dit is ook toepasbaar in het dagelijks leven. Tussen de verschillende activiteiten even een moment rust nemen, zodat de vorige taak is afgerond en de focus volledig verleggen op de nieuwe taak.

Roze olifant

Mokuso

Wat houdt mokuso dan precies in.

Meestal wordt aan het begin en eind van de training alle budoka opgesteld in geknielde zit. De leraar of een leerling roept mokuso en wordt het rustig. Na een tijd roept dezelfde persoon yame (stop) en is de sessie afgelopen.

Tijdens de oefening zit je geconcentreerd met een buikademhaling, maar waar denk je aan?

Misschien kennen jullie het voorbeeld van de roze olifant. De trainer zegt: “denk niet aan een roze olifant”. Het gevolg is dat iedereen denkt aan een roze olifant. Hetzelfde geldt voor “denk aan niets”. Het is onmogelijk.

Daarom geef ik bij mokuso liever de opdracht “luister hoe druk of rustig het is in jouw hoofd”. Mensen worden dan bewuster van hun gedachten. Vaak als je luistert naar jouw gedachten zonder oordeel, wordt het rustiger in jouw hoofd. Zeker als je vaker oefent, laat je gedachten steeds eenvoudiger los.

Ichi-go; ichi-e

Dave Lowry schrijft in zijn boek “In The Dojo” over een andere methode voor mokuso. Hij refereert naar het gezegde “Ichi-go; ichi-e” uit het chadō (theeceremonie). Het betekent “één moment; één kans”.

Alles in het leven maak je maar één keer mee, want het volgende moment ben jij veranderd en is de situatie anders. Uiteraard geldt dit ook voor trainingen, daarom wil je het beste eruit halen.

Tijdens mokuso aan het begin van de training stel je de vraag heb ik vandaag van alle momenten het beste gemaakt? Na de training stel je de vraag, heb ik het beste van de training gemaakt? Als je dit niet gedaan hebt, is de volgende keer een nieuwe kans om het beste eruit te halen.

Wellicht worden je gedachten hier niet rustiger van, maar je gebruikt mokuso wel nuttig. Je haalt het beste uit jouw leven en elke training. Daarnaast leer je focus aanbrengen en bewust omschakelen tussen activiteiten. Misschien leer je zelfs waarderen dat alles in het leven veranderlijk is.

Mokuso in het dagelijks leven

Er zitten dus veel voordelen aan het beoefenen van mokuso. Je kunt meer rendement uit de training halen door het aanbrengen van focus. Daarnaast kun je als de geest minder verstoord is door gedachten sneller en spontaner reageren in bijvoorbeeld randori.

De samurai uit vroegere tijden beoefenden ook veel meditatie. Op het slagveld wilden ze niet denken aan de dood of overwinning. Ze moesten volledig zijn gefocust op het gevecht met de vijand.

Stilte en concentratie hebben ook voordelen in het dagelijks leven. Stress is op dit moment één van de grootste veroorzakers van ziekten en de dood. Door het oefenen van mokuso en het eenvoudiger loslaten van gedachten, zal de stress verminderen.

Daarnaast oefen je in het focussen op de taak waarmee je bezig bent. Dit leidt tot meer rust en vaak zul je de taak beter uitvoeren. Uiteindelijk zul je meer energie voelen en nieuwe inzichten krijgen. Daarom raad ik iedereen mokuso aan als onderdeel van de training.

Too much ego will kill your talent

“Ego is just like dust in the eyes. Without clearing the dust, we can’t see anything clearly. So clear the ego and see the world.”

Ik train vaak met Bas Bakker, een gepassioneerde vechter met ervaring in vele vechtkunsten. Bas traint onder andere Koryu Ju Jutsu en Araki Ryu. Hij heeft uitgebreid verschillende krijgskunsten bestudeerd en vele andere dojo bezocht voor verbreding van zijn horizon. Wij hebben vaak gesprekken over krijgskunsten en ook het ego komt regelmatig ter sprake.

De ontvanger bepaalt

Wat is er zo bijzonder aan het ego in de krijgskunst? “De ontvanger bepaalt.” Oftewel het ego kan de waarneming van de krijger beïnvloeden door het filteren en kleuren van de waarneming. Zowel de waarneming van zichzelf als de buitenwereld. Op deze wijze kan het ego een enorme belemmering vormen voor de eigen ontwikkeling, omdat men niet volledig open staat voor nieuwe ervaringen en inzichten.

Always remember: too much ego will kill your talent

Too much ego will kill your talentEen goede krijger kijkt kritisch zonder vooroordelen naar zichzelf en zijn systeem (technieken, tactieken, principes, etc.) . Op welke punten worden nog fouten gemaakt of is verbetering mogelijk? Iemand met een groot ego ziet geen fouten, waardoor er weinig of geen progressie plaatsvindt. Als iemand fouten erkent, kan hij of zij verbetering zoeken. Bijvoorbeeld door het leren van andere krijgers en krijgskunsten. Voor het leren van andere krijgers of krijgskunsten moet de nieuwe situatie met een open mind worden benaderd.

Open mind

Observeer zonder vooroordelen en neem zoveel mogelijk alleen de feiten waar. Welke waza (technieken) worden gebruikt? Wat zijn de onderliggende principes van de technieken en krijgskunst? Welke maai (afstand) houden de beoefenaars tussen elkaar in het gevecht? Hoe geeft de sensei (leraar) les?

Selectie op basis van studie

Na open bestudering van nieuwe technieken en krijgskunsten kan men kijken welke principes of technieken geschikt zijn binnen het eigen systeem. Wellicht is daar wel eerst een aanpassing voor nodig.

Jigoro Kano, uitvinder van het judo, nam bijvoorbeeld een aantal technieken één-op-één uit oude ryu (scholen/leergangen) over. Andere technieken werden aangepast voordat ze werden toegevoegd aan het judo en weer andere technieken waren niet geschikt voor judo en zijn dan ook niet opgenomen in het systeem. Maar deze selectie vond pas plaats na uitgebreide studie van de technieken uit de oude ryu.

Evolutie van krijgskunsten

Uiteraard is dit principe toepasbaar binnen elke krijgskunst. Laat het ego niet de reden zijn om niet te leren van andere beoefenaars en krijgskunsten. Van iedereen kan men iets leren, soms hoe het wel moet en soms hoe het niet moet. Zelfs als men ziet hoe het niet moet, kan wellicht inspiratie worden opgedaan voor verbetering van de eigen technieken en krijgskunst. Laat geen kans liggen om van iemand anders te leren, omdat het ego de ander veel beter of slechter vindt.

No limits

Uit onderzoek van de Amerikaanse Napoleon Hill voor zijn boek blijkt dat veel succes komt vlak nadat een persoon er helemaal doorheen zat en wilde opgeven. Ik heb het boek Think and Grow Rich niet gelezen, maar herken het wel uit eigen ervaring met bijvoorbeeld judoën en gitaarspelen.

Het ervaren van een limiet

Er zijn van die periodes dat ik keihard train, maar weinig vooruitgang boek of stilsta. Soms heb ik dan zelfs het idee dat ik achteruit ga. Het voelt alsof ik mijn limiet heb bereikt. Mijn techniek wordt niet meer beter of zelf slechter, nieuwe technieken werken niet goed en mijn fysieke en mentale conditie gaan langzaam achteruit. Het gevolg is teleurstelling, soms zelfs frustratie. Je traint keihard, maar het levert weinig op.

Vertoeven op een plateau

In dit soort periodes is het accepteren van mijn grenzen en opgeven erg verleidelijk. Sommige mensen doen rustiger aan of stoppen zelfs. Toch is het vaak zinvol om op dit soort momenten te volharden en door te gaan met oefenen. Tenslotte doe ik nog steeds ervaring op en anders train ik mijn geest in doorzettingsvermogen en discipline. Of zoals Thomas Edison, uitvinder van de gloeilamp, sprak: “Ik heb niet gefaald. Ik heb enkel 10.000 manieren ontdekt die niet werken.”

Verleggen van een limiet

Bruce LeeHet is een bekend verschijnsel dat vlak voor een grote doorbraak je soms eerst even stil staat of zelfs een kleine terugval hebt. Toch als je eenmaal door volharding blijft trainen, komt er een moment dat je jouw limiet bereikt en overschrijdt. Je ziet nieuwe mogelijkheden en merkt dat je een grote sprong vooruit hebt gemaakt. Je beschikt over betere technieken, nieuwe technieken en je fysieke en mentale conditie verbetert. Je bent klaar voor het opzoeken van de volgende limiet.

Bruce Lee heeft het mooi verwoord: “Als je altijd een limiet plaatst op alles wat je doet, lichamelijk of wat dan ook, dan verspreidt zich dit in jouw werk en leven. Er zijn geen limieten. Er zijn alleen plateaus, daar moet je niet blijven, je moet ze overstijgen.”

Omgaan met een limiet

Wat voor mij goed werkt bij het bereiken van een limiet is een rustperiode of het verleggen van de focus. Denk maar eens aan een dag vol problemen waarop niets wil lukken. Na een goede nachtrust of meditatie, kun je vaak een dag later dezelfde problemen met frisse zin eenvoudig oplossen.

Of een training waarin een worp blijft mislukken. Dan schuif ik het trainen van de bewuste worp op naar een latere training. Eventueel zoek ik thuis nog wat extra informatie op. Een training later lukt het dan vaak direct of het gaat in ieder geval een stuk beter.

Met gitaarspelen ervaar ik hetzelfde. Als het niet meer lukt of goed voelt, dan speel ik soms even een week of langer geen gitaar of ik speel iets compleet anders. Na zo’n periode kan ik dan vaak weer veel beter spelen. Het geheugen krijgt tijd om de vingerzetting op te slaan en je hebt weer veel meer zin en energie. Na een week geen judo of gitaarspelen barst ik van de energie om te oefenen.

Ik maak overigens wel altijd bewust de keuze tijdelijk rustiger aan te doen of de focus te verleggen. Ik doe dit nooit uit teleurstelling of frustratie, maar met een weloverwogen doel en positieve attitude.

Ayrton SennaOp deze wijze kunnen vele limieten worden overschreden. Of in de woorden van de succesvolle autocoureur Ayrton Senna: “Op een bepaalde dag met bepaalde omstandigheden, denk je ‘Ok, dit is de limiet.’ Maar zodra je deze limiet bereikt, gebeurt er iets en plots kun je net een klein stukje verder. Met de kracht van jouw geest, jouw doorzettingsvermogen, jouw instinct en ook ervaring, kun je het ver schoppen.”

Trainen voor het echie

“Een beroemde zwaardvechter bezoekt een daimyo. Bij de daimyo verblijft ook een ronin, een samurai zonder meester, die erg overtuigd is van zijn vaardigheden met het zwaard. De ronin hoort over de zwaardvechtkunsten van de gast en hij vraagt of hij les kan krijgen in zwaardvechten. Met andere woorden, de ronin wil een serieus gevecht. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar op aandringen van de daimyo geeft de zwaardvechter toe.

In de tuin vechten de zwaardvechter en ronin met houten oefenzwaarden. Bijna gelijktijdig raken de twee strijders met het houten zwaard het lichaam van de ander.
De zwaarvechter zegt: “Begrijp je deze techniek?”
De ronin kijkt erg tevreden over zijn gelijkspel tegen een beroemde zwaardvechter en antwoord: “Ja, het is een gelijkspel.”
De zwaardvechter reageert kalm: “Nee, ik heb gewonnen.”

De ronin vraagt om een tweede gevecht. Dit gevecht verloopt precies hetzelfde, ze raken elkaar bijna gelijktijdig. De ronin zegt wederom dat het gelijkspel is en de zwaardvechter antwoordt dat hij gewonnen heeft.

De ronin wordt kwaad, terwijl de daimyo geïnteresseerd toekijkt en ook de woorden van de zwaardvechter in twijfel lijkt te trekken. De ronin wil nog een wedstrijd, maar nu met scherpe zwaarden. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar wederom wordt hij overruled door de daimyo.

Voordat het gevecht goed is begonnen, is het voorbij. De ronin valt op zijn knieën met zijn hoofd in tweeën gesplitst. De zwaardvechter loopt naar de daimyo en laat de plaats zien waar de ronin hem elke keer raakte. Alleen zijn bovenkleding is licht gescheurd, maar zijn onderkleding en huid zijn nog volledig intact.”

Het bovenstaande verhaal komt uit het boek Legends of the Samurai van Hiroaki Sato. Naast dat het zeer amusant is om te lezen, denk ik dat er een wijze les in zit verscholen. Je kunt de realiteit niet uit het oog verliezen tijdens het trainen van krijgskunsten.

Houten zwaard vs. scherp zwaard

In het verhaal lijkt de ronin zijn bokken (houten oefenzwaard) gelijk te stellen aan een scherp zwaard. Nu weet ik uit ervaring dat als je niet oplet en een bokken tegen je lichaam krijgt dit heel vervelend is, maar (tot nu toe) niet dodelijk. Ik denk dat weinig mensen er aan twijfelen dat een scherp zwaard in handen van een zwaardvechter dodelijk is.

Een bokken is dus niet gelijk aan een scherp zwaard. Trainen met een bokken is uiteraard een goed alternatief voor het oefenen met een echt zwaard. Het is misschien veiliger, maar verlies de realiteit niet uit het oog.

Trainingswapens

Een praktijkvoorbeeld uit mijn eigen ervaring komt uit het kime-no-kata. In dit kata zit een handeling waarbij het zwaard uit de schede wordt getrokken, voordat een slag wordt gemaakt. Ik oefende dit met een bokken en deed alsof ik de bokken uit een denkbeeldige schede trok, zoals dit is voorgeschreven in het kata. Na een tijd adviseerde iemand mij om te oefenen met een echt zwaard. Het bleek dat ik het zwaard op mijn manier helemaal niet kon trekken, omdat het uiteinde van het zwaard nog steeds in de schede zat. Had ik nooit met een echt zwaard geoefend, dan had ik nog steeds een symbolische handeling uitgevoerd die nergens op slaat. Laat staan als ik op een slagveld had gestaan met mijn zwaard nog in de schede…

Realiteit en zelfverdediging

De realiteit is nog belangrijker als je traint voor zelfverdediging. De kans dat je op straat een zwaard bij je hebt en kan trekken is vrij klein. Ik laat mijn wapens in ieder geval altijd thuis als ik niet ga trainen.

Maar stel je eens voor dat je wordt aangevallen met een mes. Je hebt het kime-no-kata duizenden keren geoefend met een houten mes, dus kent een aantal verdedigingen op mesaanvallen. Je bent vol overtuiging dat je kunt mesvechten. Maar nu blijkt dat met angst het snel wegdraaien (tai-sabaki) van een wapen veel moeilijker is. De adrenaline pompt door je lichaam. Daarnaast blijkt de aanvaller een ervaren mesvechter, hij houdt het mes anders vast en steekt niet recht van voren. De verdedigingen uit het kime-no-kata blijken niet aan te sluiten op de realiteit van nu. Je had misschien liever je geld en horloge gegeven.

Dat is het risico van trainen en de realiteit uit het oog verliezen. Tijdens het oefenen van kime-no-kata staat de aanval vast, dus je weet wat er komen gaat. Daarnaast is het mes van hout, dus de kans op zware verwondingen is klein. Vervolgens blijkt dat de aanvallen uit het kime-no-kata, maar een beperkte selectie zijn uit de vele mogelijkheden met een mes. Daar moet men zich bewust van zijn.

Realisme in trainingen

Hoe kan men dit dan realistischer trainen? Een hele goede optie is ervaren mesvechters zoeken en daarmee oefenen. Zij hebben jarenlang geoefend en zijn meester in hun wapen en zijn realistische tegenstanders die zwakke punten in een aanval of verdediging kunnen aangeven.

Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen tijdens de training. Bijvoorbeeld door lippenstift te smeren op de scherpe kant van het houten mes, zodat zichtbaar is waar is gestoken, een keer extra moet worden gewassen en het één en ander thuis moet worden uitgelegd. Er zijn zelfs wapens die een kleine elektrische schok geven als ze iets raken, zoals het Shocknife. Hierdoor ontstaat meer angst voor het wapen, omdat het altijd een vervelend gevoel is. Je motoriek reageert heel anders als er angst is voor pijn of onverwachte aanvallen.

Philip K. Dick over realiteitDit zijn maar een paar kleine voorbeelden over realiteit in training. In deze blog is als voorbeeld het kime-no-kata uit het judo en mesvechten beschreven, maar dit principe kan uiteraard worden vertaald naar vele andere situaties. Het is belangrijk dat de serieuze beoefenaar van zijn krijgskunst altijd bezig is met het benaderen van de realiteit en dit doorvoert in zijn of haar trainingen. Anders wordt de training een prachtig toneelstuk met hele mooie bewegingen. Daar is op zich niets mis mee, als je daar bewust van bent. Maar wil je een krijgskunst als zelfverdediging gebruiken of echt begrijpen, dan kun je de realiteit niet weg denken.

 

De fasen van katastudie

Een bekend model veelvuldig gebruikt voor coaching is het model over bewustzijn en bekwaamheid. Dit model maakt onderscheid tussen vier fasen die worden doorlopen bij het leren van nieuwe vaardigheden. Het bestuderen van kata kan worden beschreven op basis van dit model. Het biedt een verklaring waarom het leren van kata het ene moment geweldig voelt en het andere moment een teleurstelling is. Het model bestaat uit de onderstaande vier fasen.

Bewust - Bekwaam

Fase I – Onbewust / Onbekwaam

Als je begint met judo weet je waarschijnlijk niets over kata, maar vroeg of laat kom je er in aanraking mee. Je kijkt toevallig een filmpje op YouTube, verdiept je in de exameneisen voor een nieuwe graduatie of je ziet iemand anders kata trainen. Er ontstaat een interesse voor het bestuderen van kata. Je wordt bewust van het bestaan van kata en besluit te starten met het onderzoeken van kata. Dit besluit komt hopelijk voort vanuit een innerlijke interesse, maar ook een externe motivatie (zoals het behalen van een nieuwe graad) is mogelijk. De groei naar fase II is begonnen.

Soms vindt bewustwording echter niet plaats en blijf je hangen in de eerste fase. Mogelijke oorzaken zijn het belang van katatraining niet inzien, een leraar zonder kennis van kata of wellicht denk je dat je alles al weet over judo. Gelukkig zijn er dan mensen die ons bewust maken door het voorhouden van een spiegel.

Je kunt ook moedwillig niet naar fase II gegaan, omdat je bang bent voor het verlaten van jouw comfortzone. Je moet de confrontatie aandurven dat je bepaalde zaken over kata nog niet weet en je nog onbekwaam bent in de uitvoering. Uiteraard overwin je deze hindernissen als je voldoende gemotiveerd bent, zodat je niet in oude gewoontes blijft vervallen.

Fase II – Bewust / Onbekwaam

De bewustwording heeft plaatsgevonden dat je een bepaalde vaardigheid nog niet bezit. Je hebt een leraar en partner gevonden voor de studie van kata. Je moet veel oefenen op het aanleren van de nieuwe vaardigheden. Dit kan erg confronterend zijn. De uchi-mata waarmee je in een randori iedereen moeiteloos werpt, blijkt in het nage-no-kata een moeilijke beenworp. In het kime-no-kata moet je ineens stoten kunnen geven en ontwijken. Je maakt wellicht continu dezelfde fouten en denkt nog veel na bij elke stap. Daarnaast voel je je misschien onwennig als je dingen nieuw aanleert of net iets anders moet uitvoeren.

Sommige mensen zoeken excuses om hun eigen aandeel te negeren en anderen de schuld te geven, bijvoorbeeld de leraar (“alle leraren leggen het anders uit”) of jouw partner (“ik kan geen goede partner vinden”). Echter als je zelf verantwoordelijkheid neemt voor jouw eigen ontwikkeling en blijft volharden in studie, maak je uiteindelijk het kata steeds meer eigen.

Fase III – Bewust / Bekwaam

Dit is wellicht de prettigste fase, omdat je bewust bent van je vooruitgang en bekwaamheid. Je gaat steeds minder nadenken over de uitvoering van het kata. De onderliggende principes van het kata worden langzaam duidelijk. Je bent bewust dat je het kata steeds beter uitvoert. Dit is een succeservaring. Langzaam maak je kleine verbeteringen in het kata, zodat het steeds meer een uitdrukking van jezelf wordt.

Fase IV – Onbewust / Bekwaam

In deze fase ben je niet bewust van jouw bekwaamheid. Het kata is een onderdeel van jezelf geworden. Jij bent de belichaming van het kata. Het kata voelt niet langer als een paar aangeleerde stappen, maar het voelt alsof je het kata zelf hebt bedacht. Alle bewegingen voelen logisch en natuurlijk. Je denkt niet meer na over het uitvoeren van de handelingen. Dit wordt ook wel muga-mushin (無我無心) genoemd in het Japans. Het kan vertaald worden als “geen ego, geen gedachten”. Je aandacht is volledig op het huidige moment gericht en wordt niet geremd door afleidende gedachten. Daarnaast is riai (理合) een belangrijk budobegrip. Dit betekent dat je de onderliggende principes van het kata toepast in harmonie met de ander in plaats van het louter uitvoeren van losse technieken.

Uiteraard voer je bovenstaande fases niet eenmalig uit, maar blijf je deze voortdurend rondgaan. Steeds kun je in het kata weer bewust worden van nieuwe details die het bestuderen waard zijn. Je bent dan voor dat detail opnieuw aanbeland van fase I in fase II. Het is een cyclus waarbij je elke keer weer een laag pelt van het kata en dieper tot de kern van het kata en jezelf komt. Zodoende kun je kata een leven lang met plezier bestuderen.