Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Henk Grol. Dit is wat het is.

In mijn vorige blog over Henk Grol was ik erg kritisch over zijn ‘verslaving’ voor competitie. Ik hoopte dat hij kon genieten van zijn laatste Olympische Spelen. Ook een gouden medaille gunde ik hem van harte, echter mocht het niet zo zijn. De tweevoudige winnaar van een bronzen medaille in Londen en Beijing verloor zijn tweede partij.

Bij de uitschakeling van een Nederlandse judoka was de NOS er elke dag als de kippen bij voor een interview. Doordat de interviews snel op de wedstrijden volgden als de judoka geen medaille won, resulteerde dit in bijzondere interviews vol emotie.

Roy MeyerWe zagen een huilende Marhinde Verkerk en Noël van ‘t End, een geschrokken Kim Polling die er “niet meer in kwam” en de altijd nuchtere Roy Meyer. Uiteraard was er ook een interview met Henk Grol na zijn uitschakeling.

Zijn interview kan vanuit meerdere opzichten worden bekeken. Veel van de kritiek uit mijn vorige blog bevestigt Henk namelijk in zijn interview. Echter, bekritiseren is gemakkelijk. Zeker van achter een laptop. Ik heb deze keer anders gekeken. Er waren veel positieve aspecten in dit mooie interview.

Toen ik nog een kleine jongen was en ik zag enge dingen op het nieuws, zei mijn moeder altijd: “Zoek naar de helpers. Er zijn altijd mensen die helpen.”
Fred Rogers

Henk Grol was open en eerlijk. Oprechtheid is een belangrijke deugd voor de budoka. Ik kreeg er kippenvel van. Hij zat er doorheen. Was er kapot van. Een man die zijn hele leven heeft gegeven aan één droom, ten koste van zijn lichaam en geest, en er helemaal klaar mee is. Toch nam hij de tijd voor een openhartig interview.

Ik voel mij gewoon klote. Ik heb hier mijn hele leven aan gegeven. De afgelopen vijftien jaar heb ik hier dag en nacht voor geleefd. En dat ga ik ook nooit meer doen. Fysiek en geestelijk ben ik kapot. Mijn lichaam wil ook niet meer, het is gewoon klaar.
Henk Grol

Het vergt veel zelfbeheersing om het Olympisch niveau te behalen, blijkt uit zijn woorden. Grol zegt dat hij het niet van zijn talent moest hebben en alleen op wilskracht zo ver is gekomen. Elke dag trainen voor één doel. Keihard werken onder de druk die hij zichzelf oplegde. Dat is misschien doorgeslagen en onverantwoord, maar tegelijkertijd bijzonder knap.

Het is ook bewonderenswaardig hoe Henk Grol het zoveel mogelijk bij zichzelf houdt. Niet de scheidsrechter bekritiseren voor een onterecht strafje of andere omstandigheden de schuld geven. Hij heeft een verkeerde keuze gemaakt. Alleen hij. Niemand anders. Hij gaat niet zielig lopen doen, zoals hij het zelf zegt.

Henk neemt zelf verantwoordelijkheid voor zijn acties. Jigorō Kanō zei: “Neem het initiatief in alles wat je onderneemt.” Grol doet het. Misschien zelfs wel te kritisch en hard naar zichzelf. Het voordeel is dat hij op deze manier binnen zijn cirkel van invloed blijft en geen slachtoffer is van de omstandigheden.

Zijn kritische zelfreflectie voor de camera vergt veel moed, ook een deugd van de budoka. De reflectie slaat soms een beetje door naar het negatieve. Begrijpelijk na de teleurstelling dat zijn Olympische droom over is. Het volgen van deze droom heeft ook enorme moed gevergd. Dit komt mooi naar voren in een nummer van zijn jeugdvriend Kraantje Pappie met een geweldige videoclip over Henk Grol. Nog twee deugden, eer en vriendschap.

Nu neemt Henk Grol vier maanden rust. Verdiende rust, zodat zijn lichaam en geest kan herstellen. Een moment van bezinning.

Ik ga vier maanden goed nadenken over wat ik wil. Ik ga niks doen en kijken of ik nog zin heb.
Henk Grol

Henk Grol zegt dat hij maximaal nog een jaar gaat judoën. Ik hoop dat hij nog zin heeft en dat niet letterlijk doet. Laat hem terugkijken op een bijzondere periode waarvan hij veel heeft geleerd. Nu opent een nieuwe deur. Judo, een leven lang. Verdiepen in wat judo nog meer voor iemand kan betekenen, behalve gouden medailles. Het verdiepen in alle mooie aspecten van het judo en dit overbrengen op anderen. Door het toepassen van judo in het dagelijks leven de rust vinden in de onwijs vrolijke gozer die hij is en volop genieten van het leven. Dat is wat het is.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.

Uke, van natte krant tot leraar

In het judo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de begrippen tori en uke. Tori is diegene die de technieken uitvoert (‘neemt’), uke is diegene die de technieken ontvangt. Althans, zo wordt het vaak uitgelegd. Kijk eens naar de volgende uitleg van tori en uke op een belangrijke Japanse website over judo.

Strand Björn en SebastiaanAlleen op deze begrippen kun je al een filosofische discussie loslaten, want wie neemt en ontvangt? Mitesco heeft op zijn blog hiertoe een mooie aanzet gemaakt in zijn blog Torificatie van het judo. Echter, ik bewaar deze discussie voor een andere blog of voor onder het genot van een hapje en drankje.

In deze blog wil ik de ontwikkeling van uke beschrijven. We beginnen bij de uke als lijdend voorwerp, met de nadruk op lijden. We eindigen bij een hele andere uke, die mijn inziens de judoprincipes optimaal uitdraagt.

Uke is een lijdend voorwerp

Ik ken nog een tijd uit mijn beginperiode als judoka waar je een ‘loser’ was als uke. Eigenlijk hoefde een judoka geen correcte ukemi-waza (valbreken) te leren. Een goede judoka valt namelijk nooit. De nadruk lag op tori, op winnen en ‘gooien’. De uke was een natte krant, enorm passief.

Dat dit nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beide judoka was niet bij iedereen bekend. Uke leerde weinig en het risico bestond dat als hij toch een keer viel zich blesseerde. Tori zat opgescheept met een uke die niet wilde vallen, dus kon zijn waza (technieken) niet oefenen.

Gelukkig ken ik niet langer judoscholen met een dergelijke destructieve visie tegen allen principes van het judo in. Iedereen erkent dat harmonie belangrijk is in het judo.

Uke is een springveer

Helaas werd in eerste instantie het begrip harmonie verkeerd begrepen. De uke veranderde in een springveer. Tori maakte slechts een halve inzet tot een worp en uke vloog door de lucht.

Katame-no-kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéDeze uitvoering van de uke zie je nog regelmatig. Dit hoort bij het leerproces van uke. Soms werkt uke te veel mee, soms werkt uke te veel tegen. In de krijgskunsten moet je balans vinden, zo ook in de rol als uke, totdat je logisch en natuurlijk reageert.

Uiteraard is een springende uke geen wenselijke situatie. Zowel de uke als tori leren niet de judoprincipes, omdat de trainingssituatie niet gebaseerd is op de realiteit. Het is een toneelstukje, zoals helaas nog veel randori en kata worden uitgevoerd. Zoals Cichorei Kano het mooi heeft verwoord op het E-Judo Forum: “Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.”

Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.Cichorei Kano

Uke is een partner

Uiteindelijk kom je als uke hopelijk in de fase dat je een partner bent. Hierbij neemt de uke een actieve rol aan en helpt de tori niet door zichzelf in de juiste balansverstoring te plaatsen of te springen als tori de worp niet goed inzet.

De actieve rol betekent dat uke spanning op zijn lichaam (vanuit hara) heeft. Uke laat zich plaatsen en doet dit niet uit zichzelf. Continu zoekt uke naar de optimale trainingssituatie voor tori. Bijvoorbeeld door meer weerstand te bieden, naarmate de tori de judoprincipes beter beheerst.

Soms krijg ik weleens de vraag als leraar: “Ja maar, als uke niet tegenwerkt, dan werkt de techniek toch niet als uke wel tegenwerkt.” Dat is tot op zekere hoogte waar.

Echter, tori moet eerst de techniek goed beheersen. Daarvoor moet uke de kans bieden door een eenvoudige trainingssituatie te creëren. Je leert ook niet direct zonder rijinstructeur autorijden op de snelweg. Waarschijnlijk leer je eerst op een rustig parkeerterrein gasgeven en schakelen, voordat de rijinstructeur je in steeds lastigere verkeerssituaties laat oefenen.

Met judo is het niet anders. Je leert eerst de techniek toepassen zonder weerstand. Vervolgens past uke steeds meer weerstand toe. Lukt de techniek niet meer? Wellicht komt dit omdat de judoprincipes niet goed worden toegepast of omdat uke handelt met voorkennis van de oefening (tip: probeer het dan tijdens randori als uke het niet verwacht).

Na analyse kan natuurlijk ook blijken dat de techniek echt niet werkt en bepaalde openingen voor uke bevat, dan wordt het aanpassen of vergeten!

Uke is een leraar

Nog beter dan de ideale trainingssituatie creëren voor de andere judoka is het in mijn ogen als de uke zicht opstelt als leraar. De judoscholen waar dit wordt toegepast leveren vaak de beste judoka op. Iedereen is bezig met de continue verbetering van elkaar.

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.
De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.

Doordat uke continu analyseert waar tori nog kan verbeteren, kan hij daar de trainingssituatie op aanpassen en aanwijzingen geven. Dit kan bij het trainen van kata en randori.

Een voorbeeldje. Tori maakt een verwurging vanaf zijn rug en heeft geen controle met de benen. Uke ontsnapt en de verwurging lukt niet. Tori en uke gaan terug naar de beginsituatie en analyseren samen waar de controle verloren ging en hoe deze kan worden verbeterd. Hierin laat een goede uke uiteraard tori zelfontdekkend leren.

Uke leert zelf ook

De ultieme uke is een uke die zich niet alleen actief opstelt voor tori en ook een actieve houding neemt in zijn eigen ontwikkeling. Je kunt als uke zoveel leren met een actieve houding. De optimale ukemi-waza, tai-sabaki, lichaamshouding (postuur/structuur), ademhaling en de judoprincipes. Denk ook aan het filosofische ‘ontvangen’ en vertaal dit door naar het dagelijks leven.

Daarnaast kun je natuurlijk veel leren van tori. Hoe maakt tori de kuzushi (balansverstoring)? Waar zitten mogelijke openingen in de techniek? Maakt tori nieuwe technieken of voert hij technieken anders uit? Hoe past tori de judoprincipes toe? Uke zoekt continu naar verbeteringen in zijn eigen begrip van judo.

Dit is natuurlijk niet eenvoudig. Het is lastig op alles tegelijk letten. Echter, de actieve houding is belangrijk voor het toepassen van de judoprincipes. Je behaalt maximaal resultaat (seiryoku zen’yō) door geen natte krant te zijn, maar actief te werken aan de ontwikkeling van tori en jouw eigen ontwikkeling (jita kyōei & jiko no kansei).

Tot slot

Ik ben er groot voorstander van om het judo niet vanuit tori te benaderen. Uke is minimaal even belangrijk in het judo. Wellicht dat uke zelfs een grotere rol speelt in de ontwikkeling van de judoka dan de leraar en tori. Een goede uke kan enorm veel invloed hebben op de kwaliteit van een training.

Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn.Geïnspireerd door Peter Donkers

Uke moet ook voldoende aandacht krijgen tijdens de judotraining. Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn. Het is niet voor niets dat in de Kōdōkan je voor een examen het kata zowel als tori en als uke moet uitvoeren. Dit zorgt dat ook de ontwikkeling van goede uke op peil blijft en daarmee de ontwikkeling van judo.

Een goede uke zijn, is meer dan louter goed kunnen vallen. Correcte ukemi-waza is natuurlijk wel de basis, zoals ik heb gesteld in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1). Daardoor kun je vrij bewegen omdat je niet bang bent om geworpen te worden.

Een goede uke biedt daarnaast tori continu een uitdagende situatie aan. Een situatie waarin tori wordt geprikkeld om te leren en zijn grenzen te verleggen. Zodoende kan hij tori sturen naar verbetering.

Zelf is uke steeds alert op het verbeteren van zichzelf en vinden van mogelijke verbeterpunten door het analyseren van tori en zijn eigen rol in de trainingssituatie. Met als uiteindelijke doel het eigen maken en optimaal uitdragen van de judoprincipes. Ben je dan tori (nemer), uke (ontvanger) of beiden?

Beleving en toewijding

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Afgelopen zaterdag. Een grote sporthal komt langzaam tot rust. Op twee matten is iets bijzonders bezig. Je kunt het voelen. Monden vallen open. Iedereen houdt zijn adem in.

Ik zit achter een klein tafeltje met een scoreformulier. Ik voel mijn ogen vochtig worden, maar een kata judge is professioneel. Ben ik verdrietig? Nee, ik ben geraakt. De omgeving vervaagt en ik ga op in het moment. Genieten.

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Op de tatami (judomat) voor mij zie ik Merijn met volle overgave het nage-no-kata uitvoeren op de manier van Cees Roest. Met opperste concentratie schuift hij over de mat. Merijn is verlamd aan zijn benen. Op de Open European Special Needs Kata demonstreert hij een prachtig kata met Tycho van der Werff.

Op de mat ernaast zie ik Luna Gielissen excelleren. In haar ogen opperste concentratie. Alle bewegingen worden gecontroleerd en strak uitgevoerd. Grote mannen langs de mat kijken vol bewondering naar een klein meisje en haar leraar Patrick Jaspers die als uke fungeert. Een prachtig nage-no-kata wordt gedemonstreerd. Vol beleving en toewijding. Geweldig.

Open European Special Needs Kata
© Bob Lefevere

Ik schat op dat moment Luna een jaar of zes. Echter, het is een meisje van tien jaar oud met een groeiachterstand. Ze heeft vaak pijn tijdens het trainen. Toch heeft Luna keihard getraind met haar leraar (50 jaar) om hier vandaag te staan.

Professioneel blijf ik focussen op het kata en het invullen van het scoreformulier. De tranen kan ik tegenhouden. Desondanks ben ik emotioneel en voel me vooral dankbaar en nederig dat ik vandaag naar deze prachtige kata mag kijken. Vol bewondering voor deze judoka en hun mooie kata.

Ik bedenk dat judo, ter verbetering van lichaam en geest, uitermate geschikt is voor mensen met een beperking. Echter, realiseer ik me ook dat judoka met een beperking geweldig zijn voor het judo!

Vooraf had de wethouder het Special Needs toernooi geopend met de woorden “sport is beleving”. Als kata judge heb ik vandaag kata gezien vol beleving. Niet alleen van Luna en Merijn. Nee, van vele judoka met vele nationaliteiten en verschillende beperkingen.

Ik zag judoka, begeleiders en medewerkers vol beleving. Trouw aan de judoprincipes om het beste uit zichzelf en anderen te halen. Niet alleen, maar met zijn allen. Een warme familie van gelijkgezinden, waar je snel in wordt opgenomen. Met respect voor elkaar.

We kunnen veel leren van deze prachtige judoka. De beleving en toewijding. De warmte en elkaar helpen. De spontaniteit en humor. Het plezier en doorzettingsvermogen. Ik heb genoten van deze bijzondere dag in Beverwijk op de Open European Special Needs Kata. Bedankt dat ik er onderdeel van mocht zijn.

Wil je meer weten over judoën met een beperking? Kijk dan ook eens op Special Needs Judo Foundation. Ze zijn heel goed bezig en ook altijd op zoek naar mensen met een warm hart die kunnen helpen of willen doneren.

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2)

Vorige week in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1) heb ik de eerste vier handvatten gegeven voor de beginnende judoka. Uiteraard kan ook de gevorderde judoka hier zijn voordeel mee doen, zoals terecht werd opgemerkt in de reacties.

In deel twee deze week nog eens vier handvatten die belangrijk zijn voor de serieuze judoka. Uiteraard zijn er veel meer te bedenken, dus laat vooral ook jouw handvatten achter in de reacties (of begin een eigen blog). Judoka helpen elkaar graag.

5. De basis is het allerbelangrijkste

Je kunt niet leren lopen, voordat je kunt staan. Soms wil een judoka wel leren werpen, voordat hij kan valbreken. Dit remt het leerproces. Echter, met worpen en technieken werkt het precies hetzelfde.

If you can't do it slow, you can't do it fastJe kunt beter eerst jouw aandacht richten op het leren werpen met een goede uki-goshi en o-goshi, voordat je serieus gaat werken aan een uchi-mata. Dit omdat het eenvoudiger werpen is op twee standbenen, dan op een standbeen. Doe het langzaam en richt je aandacht op de principes van het judo en niet het resultaat (zie handvat 2 vorige week). Salto’s vanuit schouder- en beenworpen zoals Zantaraia zijn gaaf, maar niet belangrijk voor de beginner.

Op de grond is het precies hetzelfde. Leer eerst de belangrijkste posities verdedigen en ontsnappen naar een betere controle van de andere judoka. Dit is in het begin veel belangrijker dan allemaal ingewikkelde armklemmen en verwurgingen.

Regelmatig zie ik judoka een armklem of verwurging maken, terwijl ze geen controle hebben. Vervolgens maakt de andere judoka daar handig gebruik van en moeten ze zelf aftikken.

Leer eerst de basis en herhaal deze eindeloos met veel variatie. Ook een zwarte band judo, keert continu terug naar de basis. Als je een stevig fundament hebt en onderhoudt, kun je verder bouwen en werken aan gevorderde technieken.

6. Train met gevorderde judoka

Vroeger kende ik dōjō (trainingszalen) waarbij een ‘lagere’ judoka geen ‘hogere’ judoka mocht uitnodigen. Tegenwoordig is dit (bijna) nergens meer, dus adviseer ik het uitnodigen van een gevorderde judoka.

Toen ik begon met judo was ik negen jaar en klein voor mijn leeftijd. Ik zat bij allemaal hogergegradueerde judoka die groter en sterker waren. Bijna allemaal zaten ze al veel langer op judo. Dit was geweldig!

Enerzijds kon ik alleen werpen met goede techniek, want mijn kracht maakte niet veel indruk bij deze grote gasten. Anderzijds kon ik enorm veel leren van de andere judoka, want zij wisten veel meer dan ik. Je kunt van iedereen leren, maar het helpt als de andere judoka meer kennis en ervaring heeft.

Misschien lijkt het soms aantrekkelijker trainen met een andere beginnende judoka. Sommige denken dat zij dan niet afgaan en ze kunnen ook eens ‘winnen’. Echter, het heeft twee nadelen.

Beginners blesseren elkaar sneller. Een gevorderde judoka kan letten op de veiligheid. Hij kan jou goed werpen en zichzelf redden met correcte ukemi-waza (zie handvat 3 vorige week). Een beginnende judoka moet dit allebei nog leren.

De meester heeft vele malen vaker gefaald, dan de leerling heeft geprobeerd.
Stephen McCranie

Daarnaast kan een beginner minder goed corrigeren. Een gevorderde judoka kan als een goede uke jou erop wijzen als je de judoprincipes niet goed toepast. Uiteraard is dit veel lastiger voor een beginnende judoka, die zelf ook nog zoekende is.

Over het afgaan voor een andere judoka hoef je overigens niet bang te zijn. Als jij bij een goede judoschool traint met goede judoka, dan willen zij graag helpen. Zij waren ooit ook beginner en weten hoe uitdagend dit kan zijn.

Train vooral met gevorderde judoka. Zij kunnen beter de veiligheid waarborgen en helpen met het leren toepassen van de judoprincipes. Dit bevordert het aanleren van goede gewoontes.

7. Laat jouw ego eerst aftikken

Misschien is de grootste bedreiging voor voortgang het ego. Het ego kan voorkomen dat we openstaan voor leren. Ik schreef hier al eens eerder over in Too much ego will kill your talent.

Het probleem van het ego kan zijn dat we moeten winnen. Dit resulteert dat we gaan focussen op het resultaat (zie handvat 2 vorige week) en dat werkt averechts.

Ego is just like a dust in the eye. Without clearing the dust you can't see anything clear. So clear the ego and see the world.Als ik bijvoorbeeld in een randori de andere judoka met veel kracht tegenwerk, voel ik weinig van de souplesse van zijn kuzushi (balansverstoring). Daarnaast kan ik minder goed de situatie overzien, omdat mijn hoofd en lichaam bezig is met winnen. Ik mis deze momenten om van te leren, doordat mijn ego druk is.

Het is wel een mooie kans om te leren omgaan met het ego, een van de grote voordelen van krijgskunsten.

Het kan ook de andere kant op werken. Als het ego bang is voor falen, kan dit leiden tot terughoudendheid in de training. Je durft niet alles te geven, bang voor afkeuring of dat je het nooit gaat leren. Dit komt vaak omdat je jezelf met anderen vergelijkt, terwijl je moet kijken naar jouw eigen voortgang. Je moet niet de beste zijn, je wilt beter zijn dan je gisteren was.

Vergelijk jezelf niet met anderen, maar kijk naar jouw eigen voortgang. Ontwikkel je jezelf lichamelijk en geestelijk? Raak niet gefrustreerd, maar accepteer. Het leren omgaan met jouw ego is een mooi streven binnen het judo.

Een mooie website met meer tips over dit onderwerp is SportMindset.nl. Hier staan tips voor de juiste mindset voor het goed ontwikkelen van jezelf.

Dus laat je ego aftikken voordat je de dojo binnenstapt! Dan kun je veel meer geniet van judo en ontwikkel je jouw lichaam en geest sneller.

8. Leer de principes van judo

Judo is meer dan een sport. De uitvinder van judo, Jigorō Kanō, zag judo als ontwikkeling van lichaam en geest. Kanō legde een sterke nadruk op de morele componenten van judo. Dit was voor hem veel belangrijker dan het leren van de waza.

Daarom kan de beginner ook veel leren door het lezen van artikelen van Kanō. Je leert hierdoor veel over de rijkheid van judo.

Het begint met het leren van de reishiki (etiquette) in de dojo. Zoals de verschillende buigingen uit eerbied voor elkaar, het dragen van een schone, witte judogi en de omgang met andere judoka. Dit kun je afkijken en vragen binnen jouw judoschool, maar ook de blog van Mitesco en het boek In The Dojo van Dave Lowry zijn mooie bronnen.

Judo biedt alleen zijn meerwaarde door het naleven van de deugden die erbij horen. Je komt niet alleen om even een ‘tegenstander neer te knallen’, maar we willen samen ontwikkelen. Hierbij horen deugden zoals beleefdheid, moed, vriendschap, zelfbeheersing, oprechtheid, bescheidenheid, eer en respect. Zonder deze deugden is judo inderdaad alleen een sport.

Daarnaast is kennis van de judoprincipes noodzakelijk. Het begint met het toepassen van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen) tijdens de judotraining.

Vervolgens is deze principes toepassen in het dagelijks leven de kunst. Het uiteindelijk doel is jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon. Mind over Muscle van Jigorō Kanō zelf is een fantastische bron als startpunt. Ik heb ook een artikel over Bewuster leven met judoprincipes geschreven.

Wil je echt judo beoefenen? Verdiep je volledig in judo en leer de principes, deugden en etiquette. Pas dit allemaal toe in judo en het dagelijks leven. Je wordt uiteindelijk een beter persoon en kunt bijdragen aan voorspoed voor jezelf en anderen. Het ultieme doel van judo.

Tot slot

Deze handvatten zijn erop gericht dat je duurzaam judo leert. Niet voor een blauwe maandag een paar trainingen judo, maar ik wil je inspireren tot een leven lang judo.

Het bestuderen van judo houdt nooit op. Het continue ontwikkelen van lichaam en geest op basis van seiryoku zen’yō, jita kyōei en jiko no kansei. Zelfs als je lichamelijk niet meer kunt trainen, kun je geestelijk nog altijd judoën.

Dus ga lekker aan de slag en geniet van deze prachtige weg. Richt je vooral op de weg en geniet van het uitzicht. Dan kom je vanzelf op natuurlijke wijze bij het resultaat. Vergelijk jezelf niet met anderen, maar wordt elke dag beter dan je gisteren was.

Als er inspanning is, is er vervulling.
Jigorō Kanō

Hopelijk helpen deze handvatten tot het worden van een goede judoka met veel plezier en liefde voor het judo een leven lang. Als je nog vragen hebt, laat het weten in de reacties of via het contactformulier. Heb je zelf nog goede handvatten, voeg ze dan zeker toe in de reacties. Tot op de tatami!

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1)

Als beginnende judoka kan judo intimiderend zijn. Zeker als je op latere leeftijd begint. Je loopt misschien als enige in een joggingsbroek met een t-shirt of een te grote judogi (judopak). Om je heen lopen allemaal judoka met gekleurde en zwarte obi (judobanden).

Om je heen maken sommige judoka de meest rare vallen zonder een centje pijn. Anderen voeren prachtige technieken uit en werpen uke (ontvanger) hard op de mat. Wellicht denk je op zon moment “dit ga ik nooit leren”.

Toch kan iedereen judoën, ook op hogere leeftijd. Daar ben ik van overtuigd. Met de juiste sensei (leraar), uke en mindset kan iedereen plezier aan judo beleven en een beter mens worden door het ontwikkelen van lichaam en geest. Een zwarte band is een witte band die nooit opgaf.

In dit artikel de eerste vier van acht handvatten die belangrijk zijn voor de (beginnende) judoka. De andere vier verschijnen staan in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

De lijst is zeker niet compleet, maar (acht) brengt geluk in Japan. Heb jij nog andere goede tips? Laat het weten in de reacties onder dit artikel.

1. Have fun

Op mijn negende begon ik met judo. Als ik terugkijk wanneer ik het beste leerde, dan was dit vooral als ik plezier had. De trainingen waren een spel, waarbij je dingen uitprobeerde. Falen was niet erg, want daar leerde je van.

Bijna alle creativiteit houdt betekenisvol spelen in zich besloten.
Abraham Maslow

Vanaf het begin was een band vooral om mijn pak bij elkaar te houden. Dit zorgde ervoor dat ik geen prestatiedruk had, maar kon genieten van de trainingen. Elke keer mijn eigen grenzen opzoeken en continu verbeteren.

Door deze mindset raakte je soms in flow met als enige doel een prachtige worp maken. Je wordt een met de omgeving, vergeet de tijd en leeft helemaal in het hier-en-nu. Geen afleidende gedachtes, geen zelfbewustzijn, maar volledig opgaan in judo. Een geweldige ontspannenheid die je soms maar moeilijk buiten de tatami (judomat) kan ervaren.

Play is the highest form of reasearchJe leert sneller als je speelt en plezier hebt. Je bent niet bang om te falen en je bent creatief. Door veel te proberen, leer je wat wel en wat niet werkt. Doelen zijn een handig hulpmiddel, maar kunnen ook beperken en frustreren. Dus heb vooral plezier in het judo; je leert sneller en het blijft leuk!

2. Het resultaat is van ondergeschikt belang

Dat is een beetje raar. Ik beweer dat het resultaat van ondergeschikt resultaat is, terwijl een van de judoprincipes is seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning.

Natuurlijk is het resultaat belangrijk. Als jij een judoka bent, wil je jouw lichaam en geest ontwikkelen. Echter, de focus moet vooral gericht zijn op de weg naar het resultaat. Als je de juiste weg bewandelt, dan is het resultaat een logisch en natuurlijk gevolg van jouw acties.

Ongeacht of je wint of verliest, volg de juiste weg. Zelfs als je verliest door het volgen van de juiste weg, is dat waardevoller dan winnen via een verkeerde weg.
Jigorō Kanō

Veel beginnende judoka zijn gefocust op het resultaat. Ze werpen uke met veel kracht en vergeten belangrijke basisprincipes zoals kuzushi (balansverstoring) en tsukuri (positioneren). In het begin geeft dit wellicht meer voldoening, maar het duurt veel langer voordat je judo begrijpt.

Leer een worp eerst langzaam in harmonie met de judoprincipes. Een mooie worp is daarna een logisch en natuurlijk resultaat.

Hetzelfde geldt in randori. Wil je snel verbeteren? Ga dan niet met veel kracht tegenwerken, maar richt je op het leren van de basisprincipes van judoSeiryoku zen’yō en jita kyōei.

Voel hoe de andere judoka jouw balans verstoort en welke waza (technieken) hij toepast. Probeer op speelse wijze technieken uit, als dit geen gevaar voor uke oplevert. Focus niet op winnen, maar op leren. (Randori is een chaos).

Richt de aandacht vooral op de weg, het resultaat is een logisch en natuurlijk gevolg. Als je dan toch onderweg bent, geniet van het uitzicht!

3. Leer correct valbreken

Mijn leraar Cor Esser zei altijd: “Waarvoor moet een zwemmer niet bang zijn? Water! Waarvoor moet een judoka niet bang zijn? Vallen!”.

Als een judoka bang is voor vallen heeft dit een remmend effect op het leren van judo. De judoka gaat krampachtig bewegen in een defensieve houding om maar niet te vallen. Op deze wijze gaat veel energie verloren.

Daarnaast leer je judo vooral door spelen en proberen. Als je bang bent om waza te proberen uit de angst voor het vallen, dan stagneert de ontwikkeling van lichaam en geest. Daarom moet veel aandacht worden besteed aan correct valbreken.

Door goede beheersing van valbreken wordt ook het risico op blessures verminderd, waardoor je meer trainingen kunt volgen. En als je een goede uke bent die correct valt, dan kun je ook anderen beter leren judoën. Judoka die niet correct leren valbreken, stagneren niet alleen zelf in hun ontwikkeling. Zij remmen ook de ontwikkeling van de judoka waarmee zij trainen, omdat ze geen goede uke zijn.

UkemiWil je echt leren judoën, besteed dan veel aandacht aan ukemi-waza (valbreken) totdat je hier volledig comfortabel mee bent. Zorg ervoor dat je altijd jezelf goed kunt redden vanuit alle situaties. Begin met de basis, waarbij je goed jouw hoofd en lichaam beschermt. Zorg ervoor dat je voldoende lichaamsspanning hebt, zodat je de val goed opvangt met je hele lichaam en een goede uke bent. Dan kun je pas echt judo leren.

4. Leer eerst verdedigen

Eigenlijk sluit dit handvat aan op de vorige handvatten. Vaak zijn we de ongeduldige tori en willen we graag een prachtige uchi-mata of andere worp maken. Gericht op het resultaat hebben we geen tijd voor het leren van correct valbreken, een goede uke zijn en judoprincipes.

Misschien vinden sommigen de volgende tip raar. Leer eerst verdedigen. Als je eenmaal goed kunt verdedigen, dan kun je meer focussen op aanvallen.

Het voordeel is dat als je goed leert verdedigen, je de andere judoka tot wanhoop kan drijven. Hij probeert van alles, maar kan niet door jouw verdediging komen. Op een gegeven moment raakt hij wellicht zo gefrustreerd dat hij grotere risico’s gaat nemen. Dat is het moment dat er een opening komt voor jou.

Een ander voordeel is dat je in het begin waarschijnlijk niet zo goed bent in verdedigen. Tori werpt jou regelmatig met een prachtige worp. Dit is fijn, want je leert welke technieken mogelijk zijn vanuit bepaalde posities. De waza kun jij ervaren, afkijken en ook leren toepassen.

Vanouds maakten vaardige krijgers zich eerst onoverwinnelijk om daarna te wachten tot de vijand zich kwetsbaar opstelde.
The Art of War (Sun Tzu)

Ondertussen perfectioneer je jouw verdediging, zodat deze steeds beter wordt. Tegelijkertijd leer je de kwetsbaarheden in een techniek, zodat je deze kunt vermijden als jij degene bent die werpt.

seiryoku zenyo jita kyoeiUiteraard bedoel ik niet met kracht en gestrekte armen tegenhouden. Nee, verdedigen door het juiste gebruik van jouw lichaam. Denk hierbij aan tai-sabaki (draaien van het lichaam) en hara (blokkeren door het verlagen van jouw lichaamszwaartepunt). Geen kracht, maar souplesse. Denk aan seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Leer verdedigen zonder kracht, zodat je steeds meer tijd hebt voor het leren van de situaties en toepassen van jouw eigen technieken. Doe dit in harmonie met de judoprincipes.

Volgende keer meer…

Dit waren de eerste vier handvatten voor de (beginnende) judoka. Volgende week de andere vier handvatten. Wil je het vervolg zeker niet missen? Laat jouw e-mailadres achter onder het kopje “Abonneer je op dit Blog via E-mail” (linkermenu) en je ontvangt een e-mail bij elk nieuw bericht op deze blog.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

Met dank aan Marie-José Nieuwenhuizen, Annemarie Leemans, Vanessa Bot, Richard de Bijl en Loek van Kooten.

Echt judo in randori

In mijn vorige blog, Randori is een chaos, stelde ik dat randori geen wedstrijd is. Het is naast kata een belangrijk middel voor het leren van judo. De belangrijkste aandachtspunten in randori zijn: het ego onder controle houden en het doseren van kracht. In deze blog wil ik mijn visie op randori verder uitwerken.

Ik wil ervoor pleiten in randori de huidige wedstrijdregels compleet te negeren. In plaats daarvan wil ik echt judo! In deze blog licht ik kort toe wat ik bedoel en waarom. Laat gerust jouw mening achter in de reacties onderaan de pagina.

Complexe regels voor randori zijn overbodig

Omdat randori geen wedstrijd is en niet op televisie wordt uitgezonden, biedt dit enorme mogelijkheden voor eenvoudige regels. Er is geen noodzaak voor gekleurde judopakken, duizend-en-een-verboden-pakkingen en andere complexe bureaucratiewedstrijdreglementen.

De belangrijkste regel is dat beide judoka leren van de randori. Natuurlijk volgens de judoprincipes maximaal resultaat met minimale inspanning (seiryoku zen’yō) en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen (jita kyōei).

Hierdoor is automatisch geborgd dat alleen veilige waza (technieken) worden toegepast en de judoka elkaar niet blesseren. Daarnaast kan de judoka niet krachtig defensief judoën, want dan leren beide judoka niet optimaal en wordt de kracht niet goed gedoseerd.

Een pak van mijn hart

Als deze belangrijkste regel duidelijk is, zijn voor randori geen complexe wedstrijdreglementen benodigd. We kunnen slechts enkele eenvoudige regels afspreken voor randori en judo op zijn best beoefenen. Dit is waar de pret begint!

Leg grabbing in randoriIk ben er een voorstander van dat we echt judoën. Alle kumi-kata zijn toegestaan als zij niet overmatig defensief worden gebruikt of onveilig zijn voor een of beide judoka.

Dit betekent dat het repertoire effectieve technieken weer toeneemt. Ik noem een kata-guruma, sukui-nage en morote-gari als prachtige voorbeelden. Jigorō Kanō nam niet voor niks de kata-guruma op in het nage-no-kata. Laten we samen afspreken dat deze uitstekende technieken weer zijn toegestaan tijdens randori.

Aan de grond genageld

Laten we ook het ne-waza weer de aandacht geven die het verdiend. Zolang er goede progressie is naar een eindcontrole, dan gaan we door op de grond. Je kunt soms best een halve minuut bezig zijn op zoek naar een goede opening naar een armklem of verwurging.

Ik ben absoluut geen voorstander van overdreven defensieve houdingen op de grond. Judo stamt af van de oude Japanse krijgskunsten. Laten we ons dan ook dusdanig gedragen. Een gevecht stopt niet op de grond.

Judoka zijn niet passief, kijkend als een angstig haasje tot de scheidsrechter mate roept, in buikligging of op elleboog en knieën. Deze posities gebruik je slechts in uiterste nood als transitie naar een dominantere positie.

Beter goed afgekeken, dan alles verbieden

Braziliaans Jiu-Jitsu
Braziliaans jiujitsu © John Lamonica

Jigorō Kanō stelde het judo samen op basis van technieken uit verschillende jujutsu-scholen. Vervolgens gaan wij allerlei technieken verbieden en ne-waza vermijden omdat… waarom eigenlijk? Laten we juist de goede technieken kopiëren uit sambo, grappling en Braziliaans jiujitsu en leren door middel van gezamenlijke trainingen. Daarmee verrijken we het judo alleen maar.

Uiteraard selecteren we technieken op een vergelijkbare manier als Kanō. De technieken zorgvuldig toetsend aan de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Als ze veilig zijn en niet alleen op kracht gebaseerd, dan kunnen we ze opnemen in onze eigen waza.

Het probleem zit hem namelijk niet in de technieken, maar in de judoka. Als de judoka de judoprincipes niet begrijpen, dan gaan ze ver voorover staan met de armen gestrekt. Dan gaan ze schijnaanvallen maken, technieken gebaseerd op louter kracht toepassen of ze zijn passief in ne-waza.

Laten we dus vooral de ‘oude’ judotechnieken blijven toepassen en het judo verrijken met technieken uit onder andere sambo en Braziliaans jiujitsu. Zolang deze technieken voldoen aan de judoprincipes kunnen we ze opnemen in onze eigen prachtige krijgskunst.

Nuance

Uiteraard kan ik me voorstellen dat sommige scholen veel wedstrijdjudoka trainen. Ik snap dat zij het wedstrijdreglement volgen om verwarring bij hun pupillen te voorkomen. Mitesco noemt dit op zijn blog overigens shiai-geiko, wellicht een betere term dan randori.

In Nederland zijn er echter vooral verenigingen waar voornamelijk judoka oefenen ter ontwikkeling van lichaam en geest. Dit is het grootste aantal binnen het ledenbestand van de Judo Bond Nederland. Zij kunnen prima het complete judo worden aangeleerd.

Veel randori en kruisbestuiving

Ik hoop dat we in Nederland veel randori blijven maken. Randori op basis van de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Laten we vooral niet het huidige wedstrijdreglement volgen, maar goed judo propageren. Judo op basis van een beperkt aantal eenvoudige regels voor de veiligheid van de judoka. Voor de rest kunnen de judoka onderling afspraken maken over randori.

Op deze wijze blijft het judo evolueren. Er kan mooie kruisbestuiving plaatsvinden met bijvoorbeeld sambo en Braziliaans jiujitsu. Judo blijft gebruik maken van een breed spectrum van efficiënte en effectieve technieken. Het laat zich niet beperken door complexe wedstrijdregels.

Tenslotte baseerde Jigorō Kanō het judo ook op meerdere oude stijlen jujutsu. Hij kopieerde wat goed was en liet weg wat niet werkte. Vervolgens evolueerde het judo, omdat Kanō en zijn beste studenten allemaal verbetering doorvoerden op basis van hun ervaring. Laten wij deze slimme werkwijze behouden, want stilstand is achteruitgang!

Ben jij het eens met mijn blog? Of vind jij juist dat we tijdens randori het wedstrijdreglement moeten volgen? Laat hieronder in de reacties jouw mening achter.

Randori is een chaos

Jigorō Kanō baseerde het judo op twee belangrijke manieren van onderricht randori en kata. In het boek Mind over Muscle benadrukt hij het belang van beide manieren.

Kata is de vaste vorm voor het leren van de judoprincipes. Randori betekent “chaos grijpen” . De chaos slaat op de vrijheid die ontstaat, omdat de oefeningen niet langer vaststaan zoals in kata. Beide judoka kunnen vrijuit bewegen (binnen de principes van judo) en er kan een ware chaos ontstaan als beide judoka tegelijk technieken toepassen, geloof mij!

Randori in de Kōdōkan

Uiteraard worden de aangeleerde principes vanuit kata toegepast in randori. Het is in randori nog steeds niet toegestaan om kracht te gebruiken voor het verdoezelen van een gebrek aan techniek of waarmee de andere judoka geblesseerd raakt. Dit is in strijd met seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen).

De teloorgang van randori

Randori is essentieel voor het leren van judo. Als je weinig of nooit randori doet, toets je nooit of je de judoprincipes ook echt kan toepassen in de praktijk.

Het is zonde dat op sommige judoscholen (bijna) geen randori meer wordt gedaan tijdens de trainingen. Er zijn ook scholen die randori op een verkeerde manier gebruiken. Als het doel van een randori winnen “no matter what” is, dan heb je het niet begrepen.

Gelukkig zijn er ook nog zat scholen die randori op de juiste manier inzetten. Deze judoka zullen vaak logischer en natuurlijker bewegen over de tatami, dan judoka die alleen kata of andere afgesproken vormen (bijvoorbeeld yaku-soku-geiko) trainen.

Op een dag komt Mochizuki bij Jigorō Kanō en meldt trots: “Vandaag heb ik twee toernooien op twee verschillende scholen gewonnen.” Kanō antwoordde: “Is dat de reden waarom je judo beoefend? Voor het winnen van toernooien? Je had me eerst moeten vertellen wat je hebt geleerd van jouw ervaringen vandaag in plaats van of je wel of niet hebt gewonnen.”
The Way of Judo (John Stevens)

Randori is belangrijk voor het leren judoën. Het is natuurlijk mooi als de principes in het kata perfect worden toegepast. De echte uitdaging is een andere judoka die ook mag aanvallen en verdedigen. Dan moet jouw houding (shizenhontai) en technieken (waza) uitstekend zijn!

Wat is belangrijk bij randori

Er zijn heel veel zaken belangrijk bij randori, maar ik wil er een paar uitlichten. Dit zijn twee punten die ik erg belangrijk vind voor mijn judoka en waar ik voornamelijk op coach.

Het ego is onder controle bij randori. Het gaat niet om winnen of verliezen. Het gaat om leren. Als je gefixeerd bent op winnen of verliezen, kun je niet gefocust zijn op leren. Dit ervaar ik nu zelf tijdens mijn trainingen Braziliaans jiujitsu.

Als ik enorm gedreven en graag wil winnen, ben ik hard bezig met niet verliezen. Ik verzet met kracht en probeer mijn technieken op te leggen, dit lukt soms tegen minder krachtige tegenstanders. Echter tegen sterke tegenstander leg ik het dan af.

Als ik echter de rust neem en niet bezig ben met het resultaat, kan ik focussen op mijzelf en de ander. Ik leer wat de ander doet en welke principes (leverage, posture, etc.) hij toepast. Ondertussen probeer ik uit welke verdedigingen wel of niet werken en zoek ik kansen voor een aanval.

Deze open houding werkt uitstekend. Ik ga sneller vooruit, omdat ik elke randori (sparring) enorm veel leer. Daarnaast als ik nu de ander een keer laat aftikken, dan is dit niet op kracht maar door het toepassen van principes. Principes werken ook tegen sterkere tegenstanders door het gebruik van bijvoorbeeld hefbomen.

Het doseren van kracht. Ook erg belangrijk. De eerste reden hiervoor is eenvoudig: de kans op blessures daalt drastisch. Als de ander een goede worp inzet en jij blokkeert met kracht, dan werk je tegen het principe seiryoku zen’yō. De kans op forceren en daardoor blessures is groot, er zijn genoeg voorbeelden in de topsport. Als je elkaar blesseert, dan is dit uiteraard tegenstrijdig met jita kyōei.

Randori
Ik judo nu ruim twintig jaar en ik heb gelukkig nog nooit een serieuze blessure gehad. Dit komt omdat als de ander een goede techniek inzet, dan laat ik me werpen. Mocht ik zelf werpen, dan stop ik direct als ik merk dat ik geen goede controle heb. De kans op blessures is dan minimaal, slechts af en toe een klein blauw plekje of schaafwondje.

Een andere nadeel van te veel kracht gebruiken is dat je een gebrek aan techniek gaat ‘maskeren’. Hierdoor leer je niet gebruik maken judoprincipes. Kom je dan een sterkere tegenstander tegen, dan zul je verliezen. Je kunt dan namelijk niet winnen met pure kracht, maar moet principes zoals debana (timing) en kuzushi (balansverstoring) gebruiken.

Tot slot

Randori is essentieel voor de ontwikkeling van een goede judoka. Als je alleen de grammatica leert, dan is dit een zinloze exercitie (zie ook Het gevaar van katawedstrijden). Als je eenmaal de grammatica kent, dan ga je echt schrijven. Dat kan een enorme chaos zijn met alle vrijheid binnen de principes (regels), maar zo leer je de praktijk.

Gelukkig kan randori worden beoefend zonder veel gevaar. De voorwaarde is dat de judoka hun ego onder controle hebben. Het gaat om leren, niet om winnen of verliezen. Daarnaast moet de kracht worden gedoseerd, op deze wijze wordt er niets geforceerd zodat de kans op blessures minimaal is.

In randori leren we de judoka handelen volgens de principes van het judo, ongeacht hoe fysiek minderwaardig zijn tegenstander is en zelfs als hij gemakkelijk kan overwinnen door slechts het gebruik van pure kracht. Want als hij handelt in strijd met deze principes is zijn tegenstander nooit overtuigd van de nederlaag, ongeacht de brute kracht die is gebruikt.
Jigorō Kanō

Ik hoop dat alle judoka veel randori maken. Ik vind het fantastisch. Het geweldige gevoel als de andere judoka of jij een worp maakt zonder dat je het zelf doorhebt. Volledig opgaan in het moment en volledig volgens de judoprincipes de juiste dosering kracht toepassen met een perfecte timing!

Ook bij Braziliaans jiujitsu geniet ik van het vrije oefenen. Ik bewonder hoe dynamisch mijn partners op de grond zijn en gebruik maken van tai-sabaki (wegdraaien van het lichaam).

Ik leer het meeste tijdens randori. Hoe werken technieken (en principes) onder weerstand van de andere persoon? Kan ik ze dan ook echt toepassen in de praktijk? Daarom is randori uitdagend en belangrijk!

Als laatste wil ik nog een mooi citaat van Kano meegeven. Hij kalligrafeerde ook veel, vooral de uitdrukking: “順道制勝” (jundō seishō). De uitvinder van het judo legde dit uit als: “Ongeacht of je wint of verliest, blijf de weg volgen. Zelfs als je verliest tijdens het volgen van de weg, is dit waardevoller dan winnen tegen de principes van de weg in.”

Met dank aan Loek van Kooten voor de juiste schrijfwijze van jundō seishō.

Henk Grol zoekt een hart van goud

De eerste aflevering van Holland Sport dit jaar schetst een portret van Henk Grol. Ik wilde de documentaire overslaan, maar op aanraden van een vriend heb ik alsnog gekeken (zie Gemist). Het was alsof ik een aflevering van ‘Verslaafd!’ keek.

Henk Grol

Henk Grol is geen onverdienstelijk sporter. Twee keer een bronzen medaille op de Olympische Spelen en zelfs drie keer zilver op de Wereldkampioenschappen. Maar het knaagt aan hem dat hij nog geen gouden medaille heeft gewonnen.

Zijn hele leven staat in het teken van winnen. Het is een verslaving. Henk Grol relativeert zichzelf regelmatig, maar praat uiteindelijk zijn ‘drive’ goed. Hij vertelt dat hij een egoïst is en zijn hele leven in het teken van judo staat. Niet leuk voor zijn omgeving.

Weet wanneer je moet stoppen

Jigorō Kanō definieerde belangrijke principes voor zijn judo. Een daarvan is “weet wanneer je moet stoppen”. In het boek Kōdōkan Judo schrijft Kanō met een vooruitziende blik.

“Een ander principe van randori is om precies de juiste hoeveelheid kracht toe te passen – nooit te veel, nooit te weinig. Ieder van ons kent mensen die niet in hun doelen zijn geslaagd. Zij hebben de benodigde mate van inspanning verkeerd ingeschat. Ze falen door een te kleine inspanning, of omdat ze niet wisten wanneer te stoppen.”

Daarmee wil ik niet zeggen dat hij moet stoppen met wedstrijden. Echter, het is misschien wel een optie als het lijdt tot angsten en slaapstoornissen. Daarnaast kan een te grote inspanning leiden tot permanente schade aan het lichaam en de geest. Kijk maar naar de vele blessures bij topsporters.

Judo is geen doel op zich

In meerdere blogs heb ik reeds opgemerkt dat als judo niet wordt toegepast, het slechts een sport is. De meerwaarde in judo zit in het toepassen van de principes in het dagelijks leven, zodat je een beter persoon wordt (jiko no kansei). Ook dit voorzag Kano. De volgende tekst komt uit het boek Mind over Muscle.

“Over het algemeen vinden we sport interessant, omdat het sterke punt zit in de competitie. Daarom vinden jonge mensen sport aantrekkelijk. Het voordeel van sport is, dat de waardevolle methode van lichamelijke opvoeding in de praktijk wordt gebracht, anders dient het immers geen enkel doel. Maar, in dit verband zijn er dingen die we ook in de gaten moeten houden. Allereerst, zogenaamde ‘sporten’ zijn niet in het leven geroepen met als doel ‘lichamelijke opvoeding’. Men vecht voor een ander doel, namelijk, om te winnen. Zo worden de spieren niet noodzakelijkerwijs ontwikkeld op een evenwichtige manier, en in sommige gevallen wordt het lichaam te ver geforceerd en zelfs beschadigd. Om die reden (hoewel er geen twijfel bestaat dat sport goed is) moet er goed gekeken worden naar de selectie van sport en de trainingsmethode. Sport mag niet roekeloos zijn, onzorgvuldig, overijverig en onbeheerst. Desondanks is het veilig om te zeggen dat wedstrijdsport een vorm van lichamelijke opvoeding is, en moet zij worden bevorderd met dit advies in gedachte. De reden waarom ik er aan heb gewerkt om sport meer dan twintig jaar te bevorderen en dat ik er naar streefde om de Olympische Spelen naar Japan te halen, is omdat ik die positieve kanten inzie. Echter, in tijden als de onze, waarin zoveel mensen enthousiast zijn over sport, zou ik de mensen ook willen herinneren aan de nadelige effecten van sport. Ik wil er bij de mensen op aandringen om de doelen van lichamelijke opvoeding voor ogen te houden – om een gezond lichaam te ontwikkelen dat nuttig voor je is in je dagelijks leven – en zeker in de gaten te houden in hoeverre de trainingsmethode in overeenstemming is met het concept van de seiryoku zen’yō.”
Vertaling door Mitesco.

Een onaangenaam gevoel

Terug naar Henk in Holland Sport. Het is zonde dat Henk Grol het judo op deze wijze heeft uitgedragen. Het fundament van judo wordt onderuit gehaald. De omgang met zijn lichaam en geest, tegenstanders en wedstrijden staan haaks op waarden zoals respect, zelfbeheersing en balans.

Juist op een moment dat de opvoedkundige waarde van judo wordt erkend binnen de zorg en het onderwijs.

Het is nog onaangenamer als je bedenkt dat de Judo Bond Nederland het grootste deel van haar middelen investeert in de wedstrijdsport en het opvoedkundige judo nog onvoldoende aandacht geeft.

Wijze lessen voor Henk

Ik hoop dat Henk Grol breder kennismaakt met het judo, zodat hij er weer van kan genieten. Bijvoorbeeld door verdieping in het kata. In de documentaire laat Henk zien dat hij nog weinig inzicht in kata heeft. Hij zegt letterlijk: “Kata is een soort ceremonieel gebeuren waarbij je de worpen zo mooi mogelijk laat zien en daar punten voor krijgt.”

Judo is like ballet
“To me, Judo is like a ballet, except there’s no music, no choreography, and the dancers knock each other down.”
– Jack Handey

In Het gevaar van katawedstrijden beschrijf ik de risico’s van katawedstrijden. Misschien heeft Henk Grol door deze wedstrijden een verkeerd beeld gekregen, want kata hebben niets te maken met punten scoren en jezelf laten zien.

Kata leert de grammatica van het judo. Het is voor het begrijpen van actie – reactie, waardoor je de kracht van de tegenstander gebruikt. Dit vermindert het risico op blessures, omdat je niets forceert. Kata leert omgaan met stress en angsten. Het leert het vinden van balans tussen lichaam en geest, waardoor je beter kunt rusten.

Hopelijk ervaart Henk veel rust na de Olympische Spelen. Als ik hem hoor praten, dan geloof ik het als hij zegt: “Ik ben eigenlijk een onwijs vrolijke gozer die geniet van het leven.” Vanuit dit oogpunt kan hij vast mooie bijdragen leveren aan het judo.

Op weg naar Rio de Janeiro wens ik Henk veel geluk en wijsheid. Hopelijk kan hij genieten van de weg en de ervaring. Bovenal hoop ik dat hij het er gezond van afbrengt, want dat is veel belangrijker. Dit verwoorde Mitesco treffend in zijn blog Bekers voor alle wedstrijden graag.

Succes Henk!