De angst om te verliezen

Eind maart werd door BJJ Delft een “in-house tournament” Braziliaans jiujitsu georganiseerd. Enthousiast had ik vroeg ingeschreven. Echter, in de opbouw naar het toernooi zocht ik in mijn hoofd naar uitwegen. Met zenuwen omgaan is niet mijn sterkste kant en de twijfels namen toe. Opgeven ging door mijn hoofd. Ik had toch kleine blessures die ik als excuus kon gebruiken?

Never quit

Ik geef niet graag op. Elke keer dat je opgeeft, wordt opgeven steeds makkelijker. Ik vond twijfel en onzekerheid daarom geen goede redenen, dus geen smoesjes voor mij.

If you quit once it becomes a habit. Never quit.Michael Jordan

Een paar dagen later stond ik zenuwachtig op de mat op te warmen voor het toernooi met een onrustig gevoel in mijn buik en een ongemakkelijk glimlachje. Ik maakte me druk over van alles: ben ik wel goed genoeg, misschien zijn mijn tegenstanders meer ervaren en wat zullen anderen denken?

BJJ Delft in-house tournamentTijdens mijn partijen is mijn hoofd onrustig. Met van alles ben ik bezig, maar niet met mijn taak op dat moment. De wedstrijdspanning zorgt ervoor dat ik niet vertrouw op mijn techniek. Ik maak op angst gebaseerde, gehaaste beslissingen. Angst om niet te verliezen, waardoor ik gespannen handel en kansen weg geef.

Helaas heb ik in mijn poule maar twee wedstrijden die elkaar kort opvolgen. Er is daardoor weinig ruimte voor bezinning voor het omgaan met de spanning en om in het toernooi te groeien. Na de twee partijen heb ik lekker naar mijn teamgenoten gekeken en begon ik met het reflecteren op mijn wedstrijden.

Geen medailles

Mijn eerste gedachte was dat het een verloren toernooi was. Geen gouden medaille gewonnen, dus geen resultaat. Toch kijk ik er nu anders naar.

Ik ben een groot fan van een complete benadering van judo, zowel randori en kata. Shiai (“elkaar testen”, contest) kan daar ook een belangrijke rol in vervullen. Dit neem ik ook mee in mijn benadering van Braziliaans jiujitsu.

Helaas wordt shiai vaak verkeerd toegepast. Het gaat om roem, tijdelijk en vergankelijk. Ik zie shiai meer als een middel voor het toepassen van de judoprincipes en het sterker maken van lichaam en geest. Het testen van elkaar om beiden beter van te worden.

Ik wil beter worden door het deelnemen aan een toernooi. Natuurlijk ga ik voor de overwinning, maar niet op brute kracht. Ik wil er van leren. Door het afgelopen toernooi heb ik meer inzicht gekregen in mezelf. Laat me daar dieper op ingaan.

Leren omgaan met spanning

Het grote voordeel van judo en Braziliaans jiujitsu is de mogelijkheid van het omgaan met spanning bij de chaos tijdens randori en shiai. Als we alleen kata trainen, zoals in sommige krijgskunsten, dan hoeft er geen spanning te zijn. Er staat veel vast in de vaste vormen, dus weinig verrassingen. Een gecontroleerde situatie.

In randori en sparren is het al moeilijker ontspannen te trainen. Het staat niet vast wat de ander gaat doen. Gelukkig is verliezen hierbij niet mogelijk, tenzij je geblesseerd raakt en/of er beiden niets van leert. Als iets mislukt, dan leer je veerkrachtig met de situatie omgaan en gaat door of begint opnieuw.

Bij shiai is de druk het grootst. Je voelt veel meer druk, want je hebt maar één kans. Vroeger op het slagveld betekende een moment van aarzeling vroeger de dood. Gelukkig is het tegenwoordig afgroeten of de ander een hand geven en terug naar de dojo voor meer training van lichaam en geest.

Een goede budoka oefent kata en randori. In het kata leer je de principes, in randori pas je ze toe. Het af en toe beoefenen van shiai kan ik iedereen aanraden. Niet voor de roem. Voor het leren omgaan met de extra spanning van slechts één kans.

True strength is not always shown through victory. Stand up, try again and display strength of heart.
Rickson Gracie

Ik was door het bewustzijn dat er maar eens kans is tijdens een shiai zeer gespannen. In plaats van bezig zijn met de optimale inzet van mijn lichaam en geest was ik alleen maar bezig met niet verliezen. Dat werkte dus contraproductief. Wat heb ik er uiteindelijk van geleerd?

Niet willen verliezen

Vroeger moest een samurai elk moment bereid zijn om te sterven. Als hij bang was voor de dood, dan was hij afgeleid. Op een slagveld moest een samurai niet bezig zijn met de dood. Hij moest volledig opgaan in het moment en optimaal handelen zonder afleidende gedachten. Leven in elke ademhaling.

In shiai is dit vergelijkbaar. Ik was bezig met niet verliezen. Daardoor was ik gespannen en aan het verzetten. Een gespannen iemand is al uit balans, lichamelijk en geestelijk. Iemand die ontspannen is, kan moeilijk uit balans worden gebracht. Dit geldt in de krijgskunsten en ook in het dagelijks leven. Uiteindelijk zijn zij hetzelfde.

Mijn doel voor het volgende toernooi is dan ook opgaan in het moment. Niet gespannen zijn en op elk moment de situatie accepteren en de best volgende actie kiezen. Vertrouwen in mezelf hebben dat ik kan omgaan met de situatie. Deze wijze lessen wil ik ook meenemen in het dagelijks leven. Leven in elke ademhaling. 

Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.

Uke, van natte krant tot leraar

In het judo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de begrippen tori en uke. Tori is diegene die de technieken uitvoert (‘neemt’), uke is diegene die de technieken ontvangt. Althans, zo wordt het vaak uitgelegd. Kijk eens naar de volgende uitleg van tori en uke op een belangrijke Japanse website over judo.

Strand Björn en SebastiaanAlleen op deze begrippen kun je al een filosofische discussie loslaten, want wie neemt en ontvangt? Mitesco heeft op zijn blog hiertoe een mooie aanzet gemaakt in zijn blog Torificatie van het judo. Echter, ik bewaar deze discussie voor een andere blog of voor onder het genot van een hapje en drankje.

In deze blog wil ik de ontwikkeling van uke beschrijven. We beginnen bij de uke als lijdend voorwerp, met de nadruk op lijden. We eindigen bij een hele andere uke, die mijn inziens de judoprincipes optimaal uitdraagt.

Uke is een lijdend voorwerp

Ik ken nog een tijd uit mijn beginperiode als judoka waar je een ‘loser’ was als uke. Eigenlijk hoefde een judoka geen correcte ukemi-waza (valbreken) te leren. Een goede judoka valt namelijk nooit. De nadruk lag op tori, op winnen en ‘gooien’. De uke was een natte krant, enorm passief.

Dat dit nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beide judoka was niet bij iedereen bekend. Uke leerde weinig en het risico bestond dat als hij toch een keer viel zich blesseerde. Tori zat opgescheept met een uke die niet wilde vallen, dus kon zijn waza (technieken) niet oefenen.

Gelukkig ken ik niet langer judoscholen met een dergelijke destructieve visie tegen allen principes van het judo in. Iedereen erkent dat harmonie belangrijk is in het judo.

Uke is een springveer

Helaas werd in eerste instantie het begrip harmonie verkeerd begrepen. De uke veranderde in een springveer. Tori maakte slechts een halve inzet tot een worp en uke vloog door de lucht.

Katame-no-kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéDeze uitvoering van de uke zie je nog regelmatig. Dit hoort bij het leerproces van uke. Soms werkt uke te veel mee, soms werkt uke te veel tegen. In de krijgskunsten moet je balans vinden, zo ook in de rol als uke, totdat je logisch en natuurlijk reageert.

Uiteraard is een springende uke geen wenselijke situatie. Zowel de uke als tori leren niet de judoprincipes, omdat de trainingssituatie niet gebaseerd is op de realiteit. Het is een toneelstukje, zoals helaas nog veel randori en kata worden uitgevoerd. Zoals Cichorei Kano het mooi heeft verwoord op het E-Judo Forum: “Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.”

Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.Cichorei Kano

Uke is een partner

Uiteindelijk kom je als uke hopelijk in de fase dat je een partner bent. Hierbij neemt de uke een actieve rol aan en helpt de tori niet door zichzelf in de juiste balansverstoring te plaatsen of te springen als tori de worp niet goed inzet.

De actieve rol betekent dat uke spanning op zijn lichaam (vanuit hara) heeft. Uke laat zich plaatsen en doet dit niet uit zichzelf. Continu zoekt uke naar de optimale trainingssituatie voor tori. Bijvoorbeeld door meer weerstand te bieden, naarmate de tori de judoprincipes beter beheerst.

Soms krijg ik weleens de vraag als leraar: “Ja maar, als uke niet tegenwerkt, dan werkt de techniek toch niet als uke wel tegenwerkt.” Dat is tot op zekere hoogte waar.

Echter, tori moet eerst de techniek goed beheersen. Daarvoor moet uke de kans bieden door een eenvoudige trainingssituatie te creëren. Je leert ook niet direct zonder rijinstructeur autorijden op de snelweg. Waarschijnlijk leer je eerst op een rustig parkeerterrein gasgeven en schakelen, voordat de rijinstructeur je in steeds lastigere verkeerssituaties laat oefenen.

Met judo is het niet anders. Je leert eerst de techniek toepassen zonder weerstand. Vervolgens past uke steeds meer weerstand toe. Lukt de techniek niet meer? Wellicht komt dit omdat de judoprincipes niet goed worden toegepast of omdat uke handelt met voorkennis van de oefening (tip: probeer het dan tijdens randori als uke het niet verwacht).

Na analyse kan natuurlijk ook blijken dat de techniek echt niet werkt en bepaalde openingen voor uke bevat, dan wordt het aanpassen of vergeten!

Uke is een leraar

Nog beter dan de ideale trainingssituatie creëren voor de andere judoka is het in mijn ogen als de uke zicht opstelt als leraar. De judoscholen waar dit wordt toegepast leveren vaak de beste judoka op. Iedereen is bezig met de continue verbetering van elkaar.

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.
De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.

Doordat uke continu analyseert waar tori nog kan verbeteren, kan hij daar de trainingssituatie op aanpassen en aanwijzingen geven. Dit kan bij het trainen van kata en randori.

Een voorbeeldje. Tori maakt een verwurging vanaf zijn rug en heeft geen controle met de benen. Uke ontsnapt en de verwurging lukt niet. Tori en uke gaan terug naar de beginsituatie en analyseren samen waar de controle verloren ging en hoe deze kan worden verbeterd. Hierin laat een goede uke uiteraard tori zelfontdekkend leren.

Uke leert zelf ook

De ultieme uke is een uke die zich niet alleen actief opstelt voor tori en ook een actieve houding neemt in zijn eigen ontwikkeling. Je kunt als uke zoveel leren met een actieve houding. De optimale ukemi-waza, tai-sabaki, lichaamshouding (postuur/structuur), ademhaling en de judoprincipes. Denk ook aan het filosofische ‘ontvangen’ en vertaal dit door naar het dagelijks leven.

Daarnaast kun je natuurlijk veel leren van tori. Hoe maakt tori de kuzushi (balansverstoring)? Waar zitten mogelijke openingen in de techniek? Maakt tori nieuwe technieken of voert hij technieken anders uit? Hoe past tori de judoprincipes toe? Uke zoekt continu naar verbeteringen in zijn eigen begrip van judo.

Dit is natuurlijk niet eenvoudig. Het is lastig op alles tegelijk letten. Echter, de actieve houding is belangrijk voor het toepassen van de judoprincipes. Je behaalt maximaal resultaat (seiryoku zen’yō) door geen natte krant te zijn, maar actief te werken aan de ontwikkeling van tori en jouw eigen ontwikkeling (jita kyōei & jiko no kansei).

Tot slot

Ik ben er groot voorstander van om het judo niet vanuit tori te benaderen. Uke is minimaal even belangrijk in het judo. Wellicht dat uke zelfs een grotere rol speelt in de ontwikkeling van de judoka dan de leraar en tori. Een goede uke kan enorm veel invloed hebben op de kwaliteit van een training.

Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn.Geïnspireerd door Peter Donkers

Uke moet ook voldoende aandacht krijgen tijdens de judotraining. Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn. Het is niet voor niets dat in de Kōdōkan je voor een examen het kata zowel als tori en als uke moet uitvoeren. Dit zorgt dat ook de ontwikkeling van goede uke op peil blijft en daarmee de ontwikkeling van judo.

Een goede uke zijn, is meer dan louter goed kunnen vallen. Correcte ukemi-waza is natuurlijk wel de basis, zoals ik heb gesteld in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1). Daardoor kun je vrij bewegen omdat je niet bang bent om geworpen te worden.

Een goede uke biedt daarnaast tori continu een uitdagende situatie aan. Een situatie waarin tori wordt geprikkeld om te leren en zijn grenzen te verleggen. Zodoende kan hij tori sturen naar verbetering.

Zelf is uke steeds alert op het verbeteren van zichzelf en vinden van mogelijke verbeterpunten door het analyseren van tori en zijn eigen rol in de trainingssituatie. Met als uiteindelijke doel het eigen maken en optimaal uitdragen van de judoprincipes. Ben je dan tori (nemer), uke (ontvanger) of beiden?

Echt judo in randori

In mijn vorige blog, Randori is een chaos, stelde ik dat randori geen wedstrijd is. Het is naast kata een belangrijk middel voor het leren van judo. De belangrijkste aandachtspunten in randori zijn: het ego onder controle houden en het doseren van kracht. In deze blog wil ik mijn visie op randori verder uitwerken.

Ik wil ervoor pleiten in randori de huidige wedstrijdregels compleet te negeren. In plaats daarvan wil ik echt judo! In deze blog licht ik kort toe wat ik bedoel en waarom. Laat gerust jouw mening achter in de reacties onderaan de pagina.

Complexe regels voor randori zijn overbodig

Omdat randori geen wedstrijd is en niet op televisie wordt uitgezonden, biedt dit enorme mogelijkheden voor eenvoudige regels. Er is geen noodzaak voor gekleurde judopakken, duizend-en-een-verboden-pakkingen en andere complexe bureaucratiewedstrijdreglementen.

De belangrijkste regel is dat beide judoka leren van de randori. Natuurlijk volgens de judoprincipes maximaal resultaat met minimale inspanning (seiryoku zen’yō) en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen (jita kyōei).

Hierdoor is automatisch geborgd dat alleen veilige waza (technieken) worden toegepast en de judoka elkaar niet blesseren. Daarnaast kan de judoka niet krachtig defensief judoën, want dan leren beide judoka niet optimaal en wordt de kracht niet goed gedoseerd.

Een pak van mijn hart

Als deze belangrijkste regel duidelijk is, zijn voor randori geen complexe wedstrijdreglementen benodigd. We kunnen slechts enkele eenvoudige regels afspreken voor randori en judo op zijn best beoefenen. Dit is waar de pret begint!

Leg grabbingIk ben er een voorstander van dat we echt judoën. Alle kumi-kata zijn toegestaan als zij niet overmatig defensief worden gebruikt of onveilig zijn voor een of beide judoka.

Dit betekent dat het repertoire effectieve technieken weer toeneemt. Ik noem een kata-guruma, sukui-nage en morote-gari als prachtige voorbeelden. Jigorō Kanō nam niet voor niks de kata-guruma op in het nage-no-kata. Laten we samen afspreken dat deze uitstekende technieken weer zijn toegestaan tijdens randori.

Aan de grond genageld

Laten we ook het ne-waza weer de aandacht geven die het verdiend. Zolang er goede progressie is naar een eindcontrole, dan gaan we door op de grond. Je kunt soms best een halve minuut bezig zijn op zoek naar een goede opening naar een armklem of verwurging.

Ik ben absoluut geen voorstander van overdreven defensieve houdingen op de grond. Judo stamt af van de oude Japanse krijgskunsten. Laten we ons dan ook dusdanig gedragen. Een gevecht stopt niet op de grond.

Judoka zijn niet passief, kijkend als een angstig haasje tot de scheidsrechter mate roept, in buikligging of op elleboog en knieën. Deze posities gebruik je slechts in uiterste nood als transitie naar een dominantere positie.

Beter goed afgekeken, dan alles verbieden

Braziliaans Jiu-Jitsu
Braziliaans jiujitsu © John Lamonica

Jigorō Kanō stelde het judo samen op basis van technieken uit verschillende jujutsu-scholen. Vervolgens gaan wij allerlei technieken verbieden en ne-waza vermijden omdat… waarom eigenlijk? Laten we juist de goede technieken kopiëren uit sambo, grappling en Braziliaan jiujitsu en leren door middel van gezamenlijke trainingen. Daarmee verrijken we het judo alleen maar.

Uiteraard selecteren we technieken op een vergelijkbare manier als Kanō. De technieken zorgvuldig toetsend aan de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Als ze veilig zijn en niet alleen op kracht gebaseerd, dan kunnen we ze opnemen in onze eigen waza.

Het probleem zit hem namelijk niet in de technieken, maar in de judoka. Als de judoka de judoprincipes niet begrijpen, dan gaan ze ver voorover staan met de armen gestrekt. Dan gaan ze schijnaanvallen maken, technieken gebaseerd op louter kracht toepassen of ze zijn passief in ne-waza.

Laten we dus vooral de ‘oude’ judotechnieken blijven toepassen en het judo verrijken met technieken uit onder andere sambo en Braziliaans jiujitsu. Zolang deze technieken voldoen aan de judoprincipes kunnen we ze opnemen in onze eigen prachtige krijgskunst.

Nuance

Uiteraard kan ik me voorstellen dat sommige scholen veel wedstrijdjudoka trainen. Ik snap dat zij het wedstrijdreglement volgen om verwarring bij hun pupillen te voorkomen. Mitesco noemt dit op zijn blog overigens shiai-geiko, wellicht een betere term dan randori.

In Nederland zijn er echter vooral verenigingen waar voornamelijk judoka oefenen ter ontwikkeling van lichaam en geest. Dit is het grootste aantal binnen het ledenbestand van de Judo Bond Nederland. Zij kunnen prima het complete judo worden aangeleerd.

Veel randori en kruisbestuiving

Ik hoop dat we in Nederland veel randori blijven maken. Randori op basis van de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Laten we vooral niet het huidige wedstrijdreglement volgen, maar goed judo propageren. Judo op basis van een beperkt aantal eenvoudige regels voor de veiligheid van de judoka. Voor de rest kunnen de judoka onderling afspraken maken over randori.

Op deze wijze blijft het judo evolueren. Er kan mooie kruisbestuiving plaatsvinden met bijvoorbeeld sambo en Braziliaans jiujitsu. Judo blijft gebruik maken van een breed spectrum van efficiënte en effectieve technieken. Het laat zich niet beperken door complexe wedstrijdregels.

Tenslotte baseerde Jigorō Kanō het judo ook op meerdere oude stijlen jujutsu. Hij kopieerde wat goed was en liet weg wat niet werkte. Vervolgens evolueerde het judo, omdat Kanō en zijn beste studenten allemaal verbetering doorvoerden op basis van hun ervaring. Laten wij deze slimme werkwijze behouden, want stilstand is achteruitgang!

Ben jij het eens met mijn blog? Of vind jij juist dat we tijdens randori het wedstrijdreglement moeten volgen? Laat hieronder in de reacties jouw mening achter.

Randori is een chaos

Jigorō Kanō baseerde het judo op twee belangrijke manieren van onderricht randori en kata. In het boek Mind over Muscle benadrukt hij het belang van beide manieren.

Kata is de vaste vorm voor het leren van de judoprincipes. Randori betekent “chaos grijpen” . De chaos slaat op de vrijheid die ontstaat, omdat de oefeningen niet langer vaststaan zoals in kata. Beide judoka kunnen vrijuit bewegen (binnen de principes van judo) en er kan een ware chaos ontstaan als beide judoka tegelijk technieken toepassen, geloof mij!

Randori in de Kōdōkan

Uiteraard worden de aangeleerde principes vanuit kata toegepast in randori. Het is in randori nog steeds niet toegestaan om kracht te gebruiken voor het verdoezelen van een gebrek aan techniek of waarmee de andere judoka geblesseerd raakt. Dit is in strijd met seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen).

De teloorgang van randori

Randori is essentieel voor het leren van judo. Als je weinig of nooit randori doet, toets je nooit of je de judoprincipes ook echt kan toepassen in de praktijk.

Het is zonde dat op sommige judoscholen (bijna) geen randori meer wordt gedaan tijdens de trainingen. Er zijn ook scholen die randori op een verkeerde manier gebruiken. Als het doel van een randori winnen “no matter what” is, dan heb je het niet begrepen.

Gelukkig zijn er ook nog zat scholen die randori op de juiste manier inzetten. Deze judoka zullen vaak logischer en natuurlijker bewegen over de tatami, dan judoka die alleen kata of andere afgesproken vormen (bijvoorbeeld yaku-soku-geiko) trainen.

Op een dag komt Mochizuki bij Jigorō Kanō en meldt trots: “Vandaag heb ik twee toernooien op twee verschillende scholen gewonnen.” Kanō antwoordde: “Is dat de reden waarom je judo beoefend? Voor het winnen van toernooien? Je had me eerst moeten vertellen wat je hebt geleerd van jouw ervaringen vandaag in plaats van of je wel of niet hebt gewonnen.”
The Way of Judo (John Stevens)

Randori is belangrijk voor het leren judoën. Het is natuurlijk mooi als de principes in het kata perfect worden toegepast. De echte uitdaging is een andere judoka die ook mag aanvallen en verdedigen. Dan moet jouw houding (shizenhontai) en technieken (waza) uitstekend zijn!

Wat is belangrijk bij randori

Er zijn heel veel zaken belangrijk bij randori, maar ik wil er een paar uitlichten. Dit zijn twee punten die ik erg belangrijk vind voor mijn judoka en waar ik voornamelijk op coach.

Het ego is onder controle bij randori. Het gaat niet om winnen of verliezen. Het gaat om leren. Als je gefixeerd bent op winnen of verliezen, kun je niet gefocust zijn op leren. Dit ervaar ik nu zelf tijdens mijn trainingen Braziliaans jiujitsu.

Als ik enorm gedreven en graag wil winnen, ben ik hard bezig met niet verliezen. Ik verzet met kracht en probeer mijn technieken op te leggen, dit lukt soms tegen minder krachtige tegenstanders. Echter tegen sterke tegenstander leg ik het dan af.

Als ik echter de rust neem en niet bezig ben met het resultaat, kan ik focussen op mijzelf en de ander. Ik leer wat de ander doet en welke principes (leverage, posture, etc.) hij toepast. Ondertussen probeer ik uit welke verdedigingen wel of niet werken en zoek ik kansen voor een aanval.

Deze open houding werkt uitstekend. Ik ga sneller vooruit, omdat ik elke randori (sparring) enorm veel leer. Daarnaast als ik nu de ander een keer laat aftikken, dan is dit niet op kracht maar door het toepassen van principes. Principes werken ook tegen sterkere tegenstanders door het gebruik van bijvoorbeeld hefbomen.

Het doseren van kracht. Ook erg belangrijk. De eerste reden hiervoor is eenvoudig: de kans op blessures daalt drastisch. Als de ander een goede worp inzet en jij blokkeert met kracht, dan werk je tegen het principe seiryoku zen’yō. De kans op forceren en daardoor blessures is groot, er zijn genoeg voorbeelden in de topsport. Als je elkaar blesseert, dan is dit uiteraard tegenstrijdig met jita kyōei.

Randori
Ik judo nu ruim twintig jaar en ik heb gelukkig nog nooit een serieuze blessure gehad. Dit komt omdat als de ander een goede techniek inzet, dan laat ik me werpen. Mocht ik zelf werpen, dan stop ik direct als ik merk dat ik geen goede controle heb. De kans op blessures is dan minimaal, slechts af en toe een klein blauw plekje of schaafwondje.

Een andere nadeel van te veel kracht gebruiken is dat je een gebrek aan techniek gaat ‘maskeren’. Hierdoor leer je niet gebruik maken judoprincipes. Kom je dan een sterkere tegenstander tegen, dan zul je verliezen. Je kunt dan namelijk niet winnen met pure kracht, maar moet principes zoals debana (timing) en kuzushi (balansverstoring) gebruiken.

Tot slot

Randori is essentieel voor de ontwikkeling van een goede judoka. Als je alleen de grammatica leert, dan is dit een zinloze exercitie (zie ook Het gevaar van katawedstrijden). Als je eenmaal de grammatica kent, dan ga je echt schrijven. Dat kan een enorme chaos zijn met alle vrijheid binnen de principes (regels), maar zo leer je de praktijk.

Gelukkig kan randori worden beoefend zonder veel gevaar. De voorwaarde is dat de judoka hun ego onder controle hebben. Het gaat om leren, niet om winnen of verliezen. Daarnaast moet de kracht worden gedoseerd, op deze wijze wordt er niets geforceerd zodat de kans op blessures minimaal is.

In randori leren we de judoka handelen volgens de principes van het judo, ongeacht hoe fysiek minderwaardig zijn tegenstander is en zelfs als hij gemakkelijk kan overwinnen door slechts het gebruik van pure kracht. Want als hij handelt in strijd met deze principes is zijn tegenstander nooit overtuigd van de nederlaag, ongeacht de brute kracht die is gebruikt.
Jigorō Kanō

Ik hoop dat alle judoka veel randori maken. Ik vind het fantastisch. Het geweldige gevoel als de andere judoka of jij een worp maakt zonder dat je het zelf doorhebt. Volledig opgaan in het moment en volledig volgens de judoprincipes de juiste dosering kracht toepassen met een perfecte timing!

Ook bij Braziliaans jiujitsu geniet ik van het vrije oefenen. Ik bewonder hoe dynamisch mijn partners op de grond zijn en gebruik maken van tai-sabaki (wegdraaien van het lichaam).

Ik leer het meeste tijdens randori. Hoe werken technieken (en principes) onder weerstand van de andere persoon? Kan ik ze dan ook echt toepassen in de praktijk? Daarom is randori uitdagend en belangrijk!

Als laatste wil ik nog een mooi citaat van Kano meegeven. Hij kalligrafeerde ook veel, vooral de uitdrukking: “順道制勝” (jundō seishō). De uitvinder van het judo legde dit uit als: “Ongeacht of je wint of verliest, blijf de weg volgen. Zelfs als je verliest tijdens het volgen van de weg, is dit waardevoller dan winnen tegen de principes van de weg in.”

Met dank aan Loek van Kooten voor de juiste schrijfwijze van jundō seishō.

Henk Grol zoekt een hart van goud

De eerste aflevering van Holland Sport dit jaar schetst een portret van Henk Grol. Ik wilde de documentaire overslaan, maar op aanraden van een vriend heb ik alsnog gekeken (zie Gemist). Het was alsof ik een aflevering van ‘Verslaafd!’ keek.

Henk Grol

Henk Grol is geen onverdienstelijk sporter. Twee keer een bronzen medaille op de Olympische Spelen en zelfs drie keer zilver op de Wereldkampioenschappen. Maar het knaagt aan hem dat hij nog geen gouden medaille heeft gewonnen.

Zijn hele leven staat in het teken van winnen. Het is een verslaving. Henk Grol relativeert zichzelf regelmatig, maar praat uiteindelijk zijn ‘drive’ goed. Hij vertelt dat hij een egoïst is en zijn hele leven in het teken van judo staat. Niet leuk voor zijn omgeving.

Weet wanneer je moet stoppen

Jigorō Kanō definieerde belangrijke principes voor zijn judo. Een daarvan is “weet wanneer je moet stoppen”. In het boek Kōdōkan Judo schrijft Kanō met een vooruitziende blik.

“Een ander principe van randori is om precies de juiste hoeveelheid kracht toe te passen – nooit te veel, nooit te weinig. Ieder van ons kent mensen die niet in hun doelen zijn geslaagd. Zij hebben de benodigde mate van inspanning verkeerd ingeschat. Ze falen door een te kleine inspanning, of omdat ze niet wisten wanneer te stoppen.”

Daarmee wil ik niet zeggen dat hij moet stoppen met wedstrijden. Echter, het is misschien wel een optie als het lijdt tot angsten en slaapstoornissen. Daarnaast kan een te grote inspanning leiden tot permanente schade aan het lichaam en de geest. Kijk maar naar de vele blessures bij topsporters.

Judo is geen doel op zich

In meerdere blogs heb ik reeds opgemerkt dat als judo niet wordt toegepast, het slechts een sport is. De meerwaarde in judo zit in het toepassen van de principes in het dagelijks leven, zodat je een beter persoon wordt (jiko no kansei). Ook dit voorzag Kano. De volgende tekst komt uit het boek Mind over Muscle.

“Over het algemeen vinden we sport interessant, omdat het sterke punt zit in de competitie. Daarom vinden jonge mensen sport aantrekkelijk. Het voordeel van sport is, dat de waardevolle methode van lichamelijke opvoeding in de praktijk wordt gebracht, anders dient het immers geen enkel doel. Maar, in dit verband zijn er dingen die we ook in de gaten moeten houden. Allereerst, zogenaamde ‘sporten’ zijn niet in het leven geroepen met als doel ‘lichamelijke opvoeding’. Men vecht voor een ander doel, namelijk, om te winnen. Zo worden de spieren niet noodzakelijkerwijs ontwikkeld op een evenwichtige manier, en in sommige gevallen wordt het lichaam te ver geforceerd en zelfs beschadigd. Om die reden (hoewel er geen twijfel bestaat dat sport goed is) moet er goed gekeken worden naar de selectie van sport en de trainingsmethode. Sport mag niet roekeloos zijn, onzorgvuldig, overijverig en onbeheerst. Desondanks is het veilig om te zeggen dat wedstrijdsport een vorm van lichamelijke opvoeding is, en moet zij worden bevorderd met dit advies in gedachte. De reden waarom ik er aan heb gewerkt om sport meer dan twintig jaar te bevorderen en dat ik er naar streefde om de Olympische Spelen naar Japan te halen, is omdat ik die positieve kanten inzie. Echter, in tijden als de onze, waarin zoveel mensen enthousiast zijn over sport, zou ik de mensen ook willen herinneren aan de nadelige effecten van sport. Ik wil er bij de mensen op aandringen om de doelen van lichamelijke opvoeding voor ogen te houden – om een gezond lichaam te ontwikkelen dat nuttig voor je is in je dagelijks leven – en zeker in de gaten te houden in hoeverre de trainingsmethode in overeenstemming is met het concept van de seiryoku zen’yō.”
Vertaling door Mitesco.

Een onaangenaam gevoel

Terug naar Henk in Holland Sport. Het is zonde dat Henk Grol het judo op deze wijze heeft uitgedragen. Het fundament van judo wordt onderuit gehaald. De omgang met zijn lichaam en geest, tegenstanders en wedstrijden staan haaks op waarden zoals respect, zelfbeheersing en balans.

Juist op een moment dat de opvoedkundige waarde van judo wordt erkend binnen de zorg en het onderwijs.

Het is nog onaangenamer als je bedenkt dat de Judo Bond Nederland het grootste deel van haar middelen investeert in de wedstrijdsport en het opvoedkundige judo nog onvoldoende aandacht geeft.

Wijze lessen voor Henk

Ik hoop dat Henk Grol breder kennismaakt met het judo, zodat hij er weer van kan genieten. Bijvoorbeeld door verdieping in het kata. In de documentaire laat Henk zien dat hij nog weinig inzicht in kata heeft. Hij zegt letterlijk: “Kata is een soort ceremonieel gebeuren waarbij je de worpen zo mooi mogelijk laat zien en daar punten voor krijgt.”

Judo is like ballet
“To me, Judo is like a ballet, except there’s no music, no choreography, and the dancers knock each other down.”
– Jack Handey

In Het gevaar van katawedstrijden beschrijf ik de risico’s van katawedstrijden. Misschien heeft Henk Grol door deze wedstrijden een verkeerd beeld gekregen, want kata hebben niets te maken met punten scoren en jezelf laten zien.

Kata leert de grammatica van het judo. Het is voor het begrijpen van actie – reactie, waardoor je de kracht van de tegenstander gebruikt. Dit vermindert het risico op blessures, omdat je niets forceert. Kata leert omgaan met stress en angsten. Het leert het vinden van balans tussen lichaam en geest, waardoor je beter kunt rusten.

Hopelijk ervaart Henk veel rust na de Olympische Spelen. Als ik hem hoor praten, dan geloof ik het als hij zegt: “Ik ben eigenlijk een onwijs vrolijke gozer die geniet van het leven.” Vanuit dit oogpunt kan hij vast mooie bijdragen leveren aan het judo.

Op weg naar Rio de Janeiro wens ik Henk veel geluk en wijsheid. Hopelijk kan hij genieten van de weg en de ervaring. Bovenal hoop ik dat hij het er gezond van afbrengt, want dat is veel belangrijker. Dit verwoorde Mitesco treffend in zijn blog Bekers voor alle wedstrijden graag.

Succes Henk!

Het gevaar van katawedstrijden

Afgelopen weekend waren de IJF KATA World Championships 2015 in Amsterdam. Er was veel aandacht voor kata en ik zag veel positieve reacties van judoka. Zoals eerder gezegd in deze blog ben ik een voorstander van de katawedstrijden als promotie van kata. Echter in dit artikel wil ik ook een aantal gevaren benoemen die katawedstrijden met zich mee kunnen brengen. Door het benoemen van deze gevaren kunnen judoka deze valkuilen vermijden.

Het doel heiligt de middelen

Jigoro Kano heeft kata ontworpen als de grammatica van het judo. Door het bestuderen van kata bestuderen judoka de basis van belangrijke concepten zoals kuzushi (balansverstoring) maai (gevechtsafstanden) en atemi-waza (slag-, stoot- en traptechnieken).

Het kata is niet ontworpen om onderling te vergelijken. Dit maakt het jureren erg lastig. Wanneer is het kata van het ene koppel beter dan het andere koppel? Bij een examen kun je uit een kata enigszins aflezen hoeveel de judoka ervan begrijpt, maar waar let je op bij het vergelijken van kata in competitieverband?

Als het kata is bedoeld voor het bestuderen van de basis van judo, dan kan veel worden geleerd door experimentatie. De judoka kan variëren in afstanden, tempo, timing, richting, intensiteit, etc. om de principes van judo te doorgronden. Het doel van kata is een beter begrip van judoprincipes, waarop beoordeel je dan twee katakoppels die allebei een prachtig kata uitvoeren en begrip van de principes demonstreren?

Het voelt soms alsof je een spijker met een schroevendraaier in het hout slaat. Met enige moeite kan het wel, maar de schroevendraaier dient eigenlijk een ander doel. Het kata is niet ontworpen met als doel het winnen van medailles. Daarom moet niet alleen worden gekeken naar wat medailles oplevert, maar vooral wat het beste de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei uitdraagt.

Vorm of inhoud

In een eerder artikel over Waarheden en illusies schreef ik over omote en ura. Het gaat bij kata niet alleen om het zichtbare, maar ook wat er verborgen ligt in kata. Het gevaar van wedstrijden (en examens) is dat judoka gaan focussen op omote, het zichtbare van kata. Dit is namelijk wat de jury bij wedstrijden het eenvoudigst kan beoordelen.

De judoka lopen dan een prachtig kata en de oefeningen verlopen vlekkeloos, maar is dit nog kata? Hebben ze door intensieve studie ura (het verborgene) in het kata ontdekt of kunnen zij alleen de buitenkant (omote) prachtig nadoen?

Ju-no-kata op WK KATA 2015
©IJF Media door G. Sabau

De nadruk ligt hierop ‘nadoen’. De serieuze judoka doorgrond het kata volledig, zodat het geen toneelstuk is. De judoka is de belichaming van het kata. Het kata voelt niet langer als een paar aangeleerde stappen, maar het voelt alsof ze het zelf hebben bedacht. Alle bewegingen voelen logisch en natuurlijk. Ze denken niet meer na over het uitvoeren van de handelingen. Vorm en inhoud vallen samen.

Als een judoka alleen focust op de vorm (het zichtbare, omote) dan worden weinig van de voordelen van kata benut. Het zal dan ook maar een relatief kleine bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de judoka. Vooral door bestudering van omote (het zichtbare) en ura (het verborgene) samen kan een judoka groeien.

Kata zonder vorm is namelijk geen kata. Kata zonder inhoud is doelloos. Vorm en inhoud vullen elkaar aan en kunnen niet zonder elkaar. Bij katawedstrijden is het de kunst dat vorm niet de bovenhand krijgt, maar samen gaat met de inhoud.

Eenzijdige training

Een ander gevaar is dat de training eenzijdig wordt. Jigoro Kano heeft het kata op dusdanige wijze ontworpen dat de grammatica van het judo op systematische wijze kan worden aangeleerd aan grote groepen judoka. Hij vond het beoefenen van kata en randori allebei belangrijk.

Echter zijn er ook judoka die alleen maar focussen op hun ‘eigen’ kata. Zij oefenen geen randori meer, maar bereiden continu voor op katawedstrijden. Het is als de grammatica leren van een taal en vervolgens nooit schrijven of spreken in die taal. De vraag is of dit zinvol is.

Hetzelfde geldt voor judoka die alleen een bepaalde rol binnen het kata beoefenen. In de Kodokan (Tokio, Japan) moet een examenkandidaat het kata uitvoeren als tori en uke. Dit omdat een judoka het kata alleen kan begrijpen als beide rollen worden bestudeerd. Het is dan ook zonde als voor wedstrijden (of examens) alleen de rol van tori wordt bestudeerd.

De judoka die tegen elkaar strijden hebben naast randori ook baat bij kata. Judoka die samen aan katawedstrijden deelnemen hebben naast kata ook veel aan randori. Het vinden van een goede balans tussen beide trainingsvormen is belangrijk. Je kunt uiteraard wel de focus verleggen, maar dan het liefst zonder het verwaarlozen van de andere trainingsvorm.

Slotwoord

Dit artikel is absoluut geen pleidooi voor het afschaffen van katawedstrijden. Ze brengen plezier aan veel judoka. Daarnaast is het een prachtige manier voor het uitwisselen van kennis over judo en het maken van nieuwe vrienden.

Een voorbeeld is de demonstratie van Cees Roest met zijn aangepaste versie van het nage-no-kata. Er zijn vele opnames gemaakt en ik weet zeker dat veel andere landen dit aangepaste kata voor judoka met een beperking (dwarslaesie) gaan bestuderen. Daarnaast zit aan het WK vaak een seminar gekoppeld waar experts de kata in detail uitleggen en ook dieper ingaan op het omote en ura van kata. Een mooie bijdrage aan de ontwikkeling van judo wereldwijd.

Echter wil ik mijn angst delen voor de degradatie van kata tot louter een wedstrijdsport met medailles. Ik denk dat katawedstrijden een belangrijke bijdrage leveren aan de populariteit van kata, maar we moeten niet het oorspronkelijke doel van kata vergeten. Het kata is bedoeld voor het bestuderen van judo. Laten we dus vooral met veel plezier katawedstrijden organiseren zonder het doel te vergeten.

De promotie van kata

Komend weekend staan de IJF KATA World Championships 2015 op het programma. Nederland heeft dit jaar de eer om dit kampioenschap te organiseren in Amsterdam. De wedstrijden in kata leveren een belangrijke bijdrage aan haar populariteit, maar er valt nog veel winst te behalen. In dit artikel wil ik op basis van het AIDA-model analyseren of we het kata beter kunnen ‘verkopen’.

Kata is samen met randori een enorm belangrijke pijler van het judo. Daarom vind ik het goed dat de kampioenschappen WK Kata worden gecombineerd met de WK Veteranen. Omdat kata belangrijk is voor het judo en veel voordelen biedt heeft het de voorkeur dat alle judoka in aanraking komen met kata.

Kata is een belangrijke pijler van judo

Over het nut van kata voor het bestuderen van judo kan heel veel geschreven worden. In dit artikel wil ik daar niet op focussen, maar een korte toelichting is noodzakelijk. Jigoro Kano, bedenker van het judo, noemt in zijn boek Mind over Muscle kata de grammatica van het judo.

“Daarom gebruiken we twee manieren van onderricht: kata (vorm) en randori (vrije oefening). Toen ik de Kodokan oprichtte, ontwikkelde ik een methode die de nadruk legde op randori en waarbij kata op een hele vanzelfsprekende manier aan de orde kwam tijdens de randorioefening. Het is zoiets als een opstel leren schrijven zonder grammaticaboek, of de grammaticaregels aanleren tijdens het schrijven van een opstel. In de tijd dat er maar een paar mensen deelnamen aan de training was dat niet zo’n probleem, maar toen er steeds meer beginners op de mat kwamen, werd het onmogelijk om kata tijdens randori te leren.”
Vertaling door Mitesco.

Voor het optimaal leren van judo zijn kata en randori nodig. Het kata kan judoka ontzettend veel inzicht bieden. Het geeft bijvoorbeeld het concept kuzushi (balansverstoring) heel duidelijk weer. Hierdoor kan de judoka dit concept ook in randori beter toepassen. Het is niet voor niets dat ook wedstrijdjudoka in Japan tijd besteden aan katastudie.

Het AIDA-model

AIDA-Model
© bsmedia.nl

Het AIDA-model is een model dat in de marketing wordt gebruikt. Het model is niet allesomvattend, maar juist door zijn eenvoud toepasbaar. Volgens het model zijn voor marketing de volgende onderwerpen belangrijk:

  • Attention: de aandacht trekken voor het product
  • Interest: positieve aspecten benadrukken
  • Desire: een verlangen of voorkeur creëren
  • Action: aanzetten tot actie

Attention

Op dit moment komen judoka steeds eerder in aanraking met kata. Vroeger werd kata pas aangeleerd aan judoka vlak voor het danexamen. Nu komen door demonstraties, wedstrijden en seminars judoka eerder in aanraking met kata en er is er veel meer informatie over kata beschikbaar via bijvoorbeeld de boeken op de website van de Kodokan en YouTube. Daarnaast zijn nu meer judoleraren bekend met kata, waardoor er aandacht aan wordt besteed in reguliere trainingen.

Als de aandacht van de judoka is getrokken, kunnen de positieve aspecten van kata worden benadrukt.

Interest

Vroeger werd kata ‘verkocht’ als een noodzakelijk kwaad voor het danexamen. Ergens op een klein hoekje van de mat mochten judoka zelf aan de hand van een boekje studeren. Het is niet vreemd dat judoka op deze manier niet warmlopen voor kata.

Kata kanji
Kanji voor kata

Gelukkig zijn meer judoleraren geschoold in kata en kunnen zij het beter uitdragen naar hun leerlingen. Zij kunnen de voordelen en de samenhang tussen kata en randori uitleggen. Veel judoleraren zien nu in dat kata een belangrijke bijdrage levert aan het technische fundament van de judoka, maar ook op lichamelijk, mentaal en spiritueel vlak.

Als judoleraren het kata op een positieve manier brengen, raken judoka eerder geïnteresseerd. De leraren kunnen benadrukken hoe interessant het is en dat het judo van de judoka er zeker vooruit op gaat. Het is niet langer iets dat moet, maar iets dat leuk en nuttig is. Deze belofte kan zeker waar worden gemaakt door een goede judoleraar. Hij of zij kan het kata op een boeiende en inspirerende wijze brengen.

Echter de judoka moet niet alleen interesse hebben, maar het verlangen krijgen naar het bestuderen van kata.

Desire

De interesse moet verder worden omgezet in verlangen, zodat de judoka het  kata wil bestuderen. Dit kan het beste doordat de judoka inziet waarom voor hem/haar persoonlijk het kata nuttig is. Dit kan voor iedereen anders zijn.

Voor een oudere judoka kan de verdieping in het judo en het lagere risico op blessures worden benadrukt. Voor een jeugdjudoka kan het als een leuke manier van judo worden gebracht. Er zijn bijvoorbeeld succesvolle experimenten met kata voor de jeugd, waarbij op een laagdrempelige manier kennis kan worden gemaakt met kata.

Ook voor wedstrijdjudoka is het kata een verrijking. Bij nage-no-kata worden alle technieken links en rechts uitgeoefend, waardoor het lichaam minder eenzijdig wordt getraind zoals bij veel wedstrijdjudoka het geval is. Ik ken ook wedstrijdjudoka die het ju-no-kata bestuderen voor meer inzicht in het meegaan in aanvallen en het principe van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning). Dit vertaalt zich in betere technieken, omdat ze meer inzicht hebben gekregen in balansverstoring en dit ook kunnen toepassen in wedstrijden.

Als de judoka kennis wil maken met kata, kan dit verlangen worden benut. De judoka wordt tot actie aangezet.

Action

Op dit moment is het doel dat de judoka kata gaat beoefenen. De beloftes moeten worden waargemaakt. Dit kan door de judoka op een leuke manier kennis te laten maken met kata, bijvoorbeeld door aandacht voor kata in de trainingen of een seminar. Er zijn ontelbare mogelijkheden. Een paar voorbeelden:

  • Nederland staat bekend om het gebruik van een spelenderwijs methodische opbouw voor het aanleren van judotechnieken. Leuke methodieken kunnen ook worden gebruikt voor het aanleren van kata. Begin dus niet met het uitleggen van het kata, maar met het aanbieden van leuke oefenvormen en bouw het langzaam op.
  • Varieer met het aanbieden van kata. Leuke vormen zijn: slow motion, fast motion, less is more (overbodige handelingen weglaten), uke mag weerstand bieden, uke varieert de intensiteit en snelheid van aanvallen, etc.
  • Leg de link tussen randori en kata. Een mooi voorbeeld heb ik geleerd van Richard de Bijl. Hij legt uit dat tsugi-ashi (zie onderstaande video rond 0:50) in het kata een rare manier van lopen lijkt. Echter als vervolgens twee judoka een randori maken, zie je ook dat de judoka vaak één voet voorhouden tijdens het verplaatsen over de mat. Ook kunnen vormen uit het kata worden gebruikt voor het aanleren van technieken, waarna ze direct worden toegepast in randori.

De bovenstaande lijst met voorbeelden kan nog veel verder worden uitgebreid. Ik weet zeker dat het kata voor alle judoka op een leuke en nuttige manier kan worden aangeboden, zodat de judoka het leuk vinden. Op deze wijze bestuderen de judoka dan geen kata, omdat het moet voor een danexamen of wedstrijd. Zij beoefenen het omdat het meerwaarde biedt voor hun judo en ook aantrekkelijk is. Ik heb meerdere kata clinics georganiseerd, gegeven en bijgewoond en vele geïnteresseerde judoka’s leren kennen. Van oud tot jong waren de judoka enthousiast.

Overigens staat op deze blog ook een artikel over De fasen van katastudie. Dit artikel sluit met fase I prima aan op de bovenstaande informatie.

Tot slot

Hopelijk is de Nederlandse selectie zeer succesvol tijdens de IJF KATA World Championships komend weekend in Amsterdam en levert dit weer veel aandacht op voor kata. Maar nog veel meer wens ik dat wij judoka het kata de plek geven die het verdiend binnen het judo en het gebruiken als belangrijk studiehulpmiddel in het verbeteren van lichaam en geest. Als wij judoka en judoleraren bewuster zijn van de unieke kwaliteiten van kata, kunnen we dit beter uitdragen. Op deze wijze kunnen kata en randori elkaar aanvullen, zoals Jigoro Kano dit heeft bedacht. Hopelijk kan dit artikel hier een bijdrage aan leveren.