Competitieregels: belangrijk of niet

De afgelopen jaren is er veel veranderd op het gebied van competitieregels. Denk aan het verbieden van ‘leg grabbing’ en afschaffen van kleine scores. Het belangrijkste doel van deze wijzigingen is het judo onderscheidend houden ten opzichte van andere worstelvormen.

Regelmatig ben ik kritisch over de competitieregels. Soms vragen mensen zich af waar ik me mee bemoei, omdat ik zelf geen actief competitiejudoka ben. Laat me dit toelichten.

Verschil randori en shiai

In mijn blog “Randori is een chaos” heb ik geschreven dat randori geen wedstrijd is. Het biedt de mogelijkheid om technieken in vrijheid te oefenen. Daarmee is het een tegenhanger van kata, waar alles volgens bepaalde afspraken wordt uitgevoerd.

Randori kan soms competitie benaderen, maar het belangrijkste doel is altijd leren en groeien. Soms kun je hiervoor beter op lagere intensiteit werken. Men kan inbrengen dat shiai (competitie) ook leren als doel heeft. In de praktijk zijn echter veel mensen gevoeliger voor een medaille en lof.

Wat is de invloed van competitieregels?

De regels beïnvloeden véél.

Competitieregels - Leg grabbing Sebastiaan Fransen en Björn Rauhé
Leg grabbing

Vroeger werd er bijvoorbeeld nog weleens een koka of yuko gescoord met een slecht uitgevoerde beengrijp-actie. Daarna werd de partij tactisch op slot gezet. Tegenwoordig zijn in de regels ‘leg grabbing’ en kleine scores verbannen, waardoor de judoka meer wordt gedwongen tot het maken van een echte werpactie voor een score. Dit is een positieve ontwikkeling.

In judo wordt de tijd voor ne-waza ook regelmatig aangepast in de competitieregels. Als de judoka meer tijd voor grondwerk krijgt, dan wordt dit vaker getraind. Als de tijd korter wordt, dan is het trainen van alleen werptechnieken efficiënter. Daarom zie je het passieve naar de buik draaien veel in (competitie)judo.

Een laatste voorbeeld. Bij Braziliaans jiujitsu leidt het staan van een persoon tijdens ne-waza niet tot een situatie waarbij de deelnemers allebei moeten opstaan en opnieuw vastpakken. De zogenaamde mate-situatie in het judo. De partij gaat gewoon door zonder onderbrekingen. Daardoor zie je veel meer staande passeertechnieken in BJJ. Een effectieve manier van passeren.

De regels beïnvloeden véél.

De relatie tussen randori en competitieregels

De regels hebben dus grote invloed op de competitie. Dit is logisch. Deze invloed is niet beperkt tot competitie. Het vloeit door in randori en judo. Hierdoor wordt het judo in bepaalde aspecten ‘enger’. Effectieve, mooie technieken verdwijnen naar de achtergrond. Bepaalde innovaties uit andere krijgskunsten en vechtsporten kunnen niet groeien in het judo.

Want ondanks dat randori vrijheid nemen is, zijn er afspraken. Al is het alleen maar voor de veiligheid. Het is fijn dat ondanks dat er atemi in judo zitten, er geen traptechnieken worden gebruikt tijdens randori. De uitdaging is het behouden van ‘compleet’ judo ondanks de noodzaak voor afspraken.

Theoretisch kunnen de regels voor randori en shiai totaal verschillend zijn. Bij randori is het opvoedkundige aspect en de veiligheid het allerbelangrijkste.

Bij wedstrijden zijn er ook andere (commerciële) belangen. De krijgskunst moet interessant worden gemaakt voor de sponsoren en Olympische Spelen. Ook de positionering ten opzichte van andere krijgskunsten en vechtsporten speelt mee.

Helaas zien we toch vaak dat in randori de geldende competitieregels van de Judo Bond Nederland worden gevolgd. Voor de competitiejudoka is dit enigszins verklaarbaar. Sommige coaches zijn bang dat de judoka anders bepaalde ‘verboden’ handelingen ook in competitie toepassen.

De competitieregels beïnvloeden dan ook voor een groot deel wat er tijdens de judotrainingen gebeurt. De trainer wil graag zijn judoka optimaal opleiden voor de competitie, ook al is het maar een klein deel van zijn judoka.

Het judo wordt hierdoor armer. Bepaalde, effectieve technieken worden weinig of niet langer beoefend. Gelukkig zitten er nog een kata-guruma en ashi-guruma in het kata, maar zullen we over een paar jaar nog mooie varianten van sukui-nage zien tijdens randori?

Hoe kunnen we het judo completer maken?

Er zijn initiatieven, zoals Freestyle Judo, om de competitieregels af te stemmen op oudere regels. Ook heeft het moderne invloeden vanuit bijvoorbeeld BJJ voor de punten in het ne-waza (grondtechnieken). Hiermee blijf je echter hetzelfde probleem houden. Je kiest alleen een andere invloed.

Ik heb geen perfecte oplossing. Wat voor mij goed werkt zijn de volgende tips:

  1. Train de technieken die effectief zijn en/of een opvoedkundige waarde hebben. Tijdens de training gaat er niets boven een mooie ko-uchi-maki-komi of kata-guruma. Leer de meest efficiënte vormen en pas ze aan de voor de competitiejudoka. Sta de technieken ook toe tijdens examens, mits gecontroleerd uitgevoerd.
  2. Het variëren van de regels in randori. Regelmatig spreken we in onderling overleg af dat alle judotechnieken zijn toegestaan. Natuurlijk voor zover dit veilig is. Het niveau van tori en uke moet toereikend zijn om de technieken gecontroleerd uit te voeren, als je bijvoorbeeld kata-guruma of beenklemmen toestaat. Ook leuk is in plaats van een judōgi een korte broek en t-shirt aantrekken voor randori.
  3. Cross training, het beoefenen van andere stijlen. Doordat deze vaak andere regels hebben, leer je improviseren en aanpassen. Ik haal zelf veel plezier uit het Braziliaans jiujitsu. Je leert heel snel welke technieken goed werken tegen een staande, verdedigende tegenstander. Ook kun je technieken aanpassen, zodat deze een dominante positie op de grond opleveren.

Dit is een korte uitleg met mijn tips. Ik ben benieuwd hoe andere judoka dit onderwerp zien. Zijn er lezers met andere tips voor het bewaren van effectieve technieken, zodat deze niet verloren gaan? Laat het weten in de reacties.

Trainingsmethodes voor krijgskunsten

In het boek “Teaching Kids Jiu Jitsu” staan in de Lessons Learned een aantal trainingsmethoden. Ik vind het overzicht handig en ik heb het hieronder uitgebreid en aangepast naar andere krijgskunsten.

Het overzicht helpt bewust worden. Welke trainingsmethoden sluit het best aan op de leerling? Iedereen heeft zijn eigen voorkeur, zowel leerling als leraar. De ene methode is meer geschikt voor de beginner en andere methoden meer voor gevorderden.

Morihei UeshibaDoor het bewust kiezen van een goede mix van trainingsmethoden op basis van seiryoku zen’yō (een maximaal resultaat met minimale inspanning), kan worden gespeeld en geëvalueerd welke methoden in een bepaalde situatie optimaal werken.

Overigens hebben de verschillende methoden enige overlap. Dit is geen probleem aangezien het slechts een hulpmiddel is. Het doel is bewust omgaan met de lesinhoud. Niet het beschrijven van een compleet, allesomvattend model.

De onderstaande trainingsmethoden kunnen worden gebruikt. Ik licht vervolgens elke methode kort toe met voorbeelden.

  • Principe
  • Thema
  • Beweging
  • Techniek (waza)
  • Ketting
  • Als… dan…
  • Positie/situatie

Principe

Een specifieke techniek kan slechts in een beperkt aantal situaties worden toegepast. Een principe kan daarentegen in oneindige situaties worden toegepast.

Een voorbeeld. Tori leert de ude-hishigi-jūji-gatame met een voorwaartse rol vanuit de positie uke kniezit (bokje). Deze techniek kan tori niet gebruiken als hij uke tussen zijn knieën (guard) heeft, dus moet tori een nieuwe techniek leren om ook vanuit deze positie een jūji-gatame te kunnen maken. Zo moet voor elke verschillende situatie of armklem een nieuwe techniek worden aangereikt.

Trainingsmethode: Principe

Er kan ook een principe worden aangeleerd. Hierbij leert tori hoe hij de bovenarm moet controleren, zodat hij de elleboog kan isoleren en overstrekken. Tori kan dan vanuit vele positie een armoverstrekking maken, zoals jūji-gatame, waki-gatame en hiza-gatame, zonder dat hij de technieken en namen weet. Ik heb zelf wel eens ondersteboven met mijn hoofd een armklem aangezet, dit heb ik nooit als techniek geleerd!

Als ik beweeg, worden technieken geboren.

Laughing buddhaUiteraard kunnen technieken worden gebruikt voor het aanleren en begrijpen van de principes.

Focus niet te veel op de technieken, want je mist wellicht het principe!

Andere voorbeelden zijn trainingen gericht op het principe van opofferen zoals in sutemi-waza, het gebruik van kuzushi (balansverstoren) voor het maken van kantel-/keertechnieken, het omgaan met tegenslagen, het de-escaleren van agressie en het toepassen van jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf.

Thema

Een training kan ook worden samengesteld op basis van een thema. Denk hierbij aan thema’s, zoals randori, kata, shiai en zelfverdediging.

Trainingsmethode: Thema

Als het thema zelfverdediging is, kan worden gefocust op het principe tai-sabaki bij het ontwijken van atemi-waza (bijv. stoot- en traptechnieken). Vervolgens kan worden gereageerd met een worp en controle naar keuze. De leerlingen worden ook geadviseerd niet naar de buik te draaien, omdat dit een hele dominante positie voor tori oplevert.

Bij een training met als thema shiai kan de judoka wel naar de buik draaien (ik raad het nog steeds af). Als hij lang genoeg verdedigt, zegt de scheidsrechter mate en kan hij weer gaan staan. Een dergelijke training kan ook gericht zijn op de favoriete technieken die in competitie werken of het principe van kumi-kata (manier van vastpakken) die zijn toegestaan in competitie.

Mijn favoriete thema is illegale technieken in competitie. Dit heb ik afgekeken van mijn budovriend Bas Bakker. Hierbij kies ik bijvoorbeeld het principe benen grijpen met technieken zoals sukui-nage, ko-uchi-maki-komi en morote-gari. Leuk voor randori!

Thema’s nodigen uit tot zelfstudie. Denk bijvoorbeeld aan het thema combinaties (renraku-waza). De budoka oefenen eerst de principes tai-sabaki en hara, vervolgens maken ze hun favoriete combinatietechnieken in beweging. Uiteindelijk gaan ze randori trainen in de situatie waarbij uke alleen mag verdedigen, zodat tori kan combineren als de eerste techniek niet lukt.

Beweging

Een techniek bestaat vaak uit een of meerdere bewegingen. Zeker bij beginners zijn deze bewegingen onbekend. Daarom kan een training ook bestaan uit een losse beweging die vervolgens wordt toegepast in een aantal technieken.

Traingsmethode: BewegingIn het ne-waza is een basisbeweging ebi (hip escape), waarbij de leerling zich verplaatst op de grond. Vaak om de hoek ten opzichte van de ander te veranderen of het creëren van ruimte/afstand, dit zijn twee belangrijke principes in ne-waza.

Nadat met verschillende voorbereidende oefeningen ebi is geoefend, kunnen bevrijdingen uit houdgrepen worden geoefend waarbij ebi noodzakelijk is. Een andere voorbeeld met ebi is het maken van sankaku-jime door tori vanaf zijn rug.

Bij nage-waza kan worden gedacht aan basisbewegingen zoals tai-sabaki, tsurikomi en de kruispas. Vervolgens kunnen technieken worden getraind waarbij de pas kan worden gebruikt, zoals tai-otoshi, ashi-guruma en harai-goshi.

Het voordeel is dat een beweging in deze trainingsmethode vele malen wordt geoefend en deze eigen wordt gemaakt. De leerling kan de beweging gebruiken in verscheidene technieken, daarnaast is een beweging vaak ook gerelateerd aan bepaalde principes.

Techniek (waza)

Deze trainingsmethode ligt voor de hand en wordt erg vaak gebruikt. De training staat in teken van een techniek. In de warming-up worden vaak al oefeningen gedaan als voorbereiding op de techniek.

De warming-up begint bijvoorbeeld met een aantal oefeningen waarbij de leerling op een been staat, een been opzwaait en achterwaarts valt. Vervolgens worden een aantal vormen van ō-soto-gari getraind met verschillende kumi-kata en overnames (kaeshi-waza) op de worp.

Een andere voorbeeld is de eerder genoemde ude-hishigi-jūji-gatame. Deze kan worden aangeleerd vanuit het katame-no-kata, tori rug met uke in guard en als transitie naar ne-waza als tomoe-nage mislukt

Technieken kunnen worden aangeboden op verschillende manieren: kata, yaku soku geiko, kakari-geiko en (dynamische) uchi-komi. Focus hierbij eerst op de basis.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Het voordeel is dat een techniek vele malen wordt gerepeteerd waardoor de leerlingen zich deze eigen kan maken. Als de leerling dit bewust doet, gaat hij wellicht ook het principe achter de techniek doorgronden.

Ketting

Een ketting is een logische opvolging van technieken, zoals deze in randori of zelfverdediging voor kunnen komen. Het doel is dat de leerling ervaart hoe bepaalde technieken elkaar kunnen volgen. Alleen een losse techniek is vaak niet genoeg, daarom kunnen veelvoorkomende kettingen (paden) worden getraind. Uiteraard zoekt de leerling hierin op gegeven moment een eigen weg.

Trainingsmethode: Ketting

Een voorbeeld van een ketting: tori zet ō-soto-gari in, uke stapt uit. Tori combineert direct met ō-uchi-gari. Uke breekt zijn val en tori is alert (zanshin). Hij maakt een snelle passeerbeweging naar een houdgreep en controleert uke.

Deze ketting kan vaak worden gerepeteerd nadat deze is aangeleerd. Ook kan uke veel variëren, bijvoorbeeld vroeg of laat uitstappen en weinig of veel weerstand geven. Tori neemt altijd een actieve rol aan en zet zijn technieken realistisch in.

Kies logische, natuurlijke kettingen. Het is belangrijk voor het aanleren dat de grove lijnen eerst duidelijk worden. Daarna kan voor de gevorderden meer details worden toegevoegd.

Deze methode kan voor beginners worden gebruikt, zodat ze weten welke paden er mogelijk zijn. Ook kunnen principes duidelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld renraku-waza of zanshin na een worp voor een snelle transitie naar ne-waza.

Als… dan…

Deze trainingsmethode is vergelijkbaar met de ketting. Alleen nu hangen de reacties van tori volledig af van uke. Tori en uke hebben allebei een actieve rol.

Traingsmethode: Als... dan...Een voorbeeld van als.. dan…: tori maakt ō-soto-gari. Als uke uitstapt en terugduwt maakt tori een sasae-tsurikomi-ashi en volgt met een houdgreep. Als uke uitstapt en naar achteren leunt, maakt tori een ō-uchi-gari en komt in de guard van uke. Uke probeert vervolgens een schaarbeweging voor het kantelen van tori naar een houdgreep. Als tori de schaarbeweging verdedigt, dan komt uke overeind en duwt tori om met zijn heup naar een houdgreep.

Ah fijn, kijk uit dat een als… dan… niet te complex wordt, anders haken de leerlingen af!

You must be shapeless, formless, like water. When you pour water in a cup, it becomes the cup. When you pour water in a bottle, it becomes the bottle. When you pour water in a teapot, it becomes the teapot. Water can drip and it can crash. Become like water my friend.Bruce Lee

De voordelen zijn vergelijkbaar met kettingen. De reactiesnelheid kan worden vergroot. Ook wordt de creativiteit vergroot door het aanbieden van nieuwe paden of als de leerling wordt uitgedaagd tot het zelf bedenken van een als… dan… en deze te evalueren in randori.

Tori en uke kunnen leren wat hun doel is in bepaalde posities en situaties en welke paden er mogelijk zijn. Ook hier kunnen er weer principes aan toe worden gevoegd, zoals continu druk uitvoeren (mentaal en lichamelijk), kiai of actie/reactie.

Positie/situatie

In deze methode worden een aantal principes, technieken, kettingen of als.. dan... aangeboden vanuit een bepaalde positie of situatie. In ne-waza kan dit zijn dat tori op de rug ligt met uke tussen zijn knieën, bij tachi-waza kan worden gedacht aan een uke die in jigotai (verdedigende houding) rechtsvoor staat.

Trainingsmethode: Situatie

Deze methode kan worden gebruikt als een leerling aangeeft dat hij moeite heeft met een bepaalde positie of situatie. Het kan ook naar aanleiding van randori zijn, waarbij de leraar ziet dat leerlingen in bepaalde posities of situaties vastlopen.

Zijn er volgens jou nog andere trainingsmethoden voor het aanleren van krijgskunsten? Laat een bericht achter in de reacties onder dit bericht. Ik wil graag bovenstaande overzicht verbeteren, dus laat jouw feedback achter in de reacties.

Hoe belangrijk is een band in budo?

Laatst las ik een blog van Christian Graugart op BJJ Globetrotters. BJJ Globetrotters is een netwerk van mensen die de wereld rondtrekken en Braziliaans jiujitsu beoefenen zonder zinloze politiek. Zijn blog resoneerde met mij.

Ik heb een klein stukje vertaald. Het gaat over hoe graduaties het gedrag van de drager kunnen beïnvloeden. Sommigen hangen niet een band, maar een gevoel van eigenwaarde om hun middel. Hun band symboliseert niet langer een bepaald niveau van vaardigheid en karakter. Het geeft ze een vals gevoel van macht.

Door banden kunnen volwassen mensen zich heel raar gedragen en het probleem – naar mijn mening – ontstaat wanneer dit verandert in politiek, het vertellen wat een volwassene wel of niet mag doen. Het ruïneert vriendschappen. Verspreidt negatieve golven. Creëert ongezonde rivaliteit. Mensen zijn zichzelf niet meer. Ze likken zich naar boven of kijken neer op mensen op basis van hun graduatie. Ze begrenzen mensen in hun sociale interactie met potentiële, nieuwe vrienden. Maken mensen hebberig.
Christian Graugart

Laat me vooropstellen: graduaties zijn op zichzelf niet goed of slecht. Een band mag je trots op zijn. Het is vaak een prestatie na hard werken aan jouw vaardigheid en karakter. Zeker de hoge graduaties vragen een budoleven vol toewijding en doorzettingsvermogen als je ze op een eerlijke wijze wilt verdienen. Hierbij moet je trouw zijn aan jezelf en de principes van jouw vechtkunst.

Normaal zijn hogergegradueerden dan ook voorbeelden. Ze zijn gelijkwaardig als mens, maar hebben bijna bovenaardse vaardigheden en een goed karakter. Dit komt omdat ze reeds jarenlang trainen en leven volgens de principes en waarden in hun do-vorm. Het zijn voorbeelden waar je graag van wilt leren.

Het gaat echter mis met graduaties als de drager zijn band misbruikt voor een vals gevoel van macht. Zelfs bij de do-vormen zoals judo, waarbij de vorming van een goed karakter belangrijk is, komt dit helaas ook voor. Deze mensen raken de judoprincipes uit het oog en kijken neer op mensen met een lagere graduatie. Ze denken dat ze iemand mogen beledigen of minderwaardig behandelen. Ze laten zich soms zelfs verleiden tot politieke spelletjes.

De band is niet langer om hun gi< bij elkaar te houden. Het is een relikwie om hun ego te strelen.

With great power comes great responsibilityIk moest denken aan de stripboeken van Spiderman waarin de volgende spreuk staat: “Met grote kracht, komt grote verantwoordelijkheid.”

Vooropgesteld dat een band slechts aangeeft hoe ver iemand is op zijn of haar weg en geen bijzondere krachten geeft, laat elke persoon met een graduatie verantwoordelijkheid nemen en een voorbeeld zijn voor anderen. Een voorbeeld van prachtige vaardigheid in randori en kata en bovenal een mooi, oprecht karakter. De grote kracht is namelijk dat je mensen inspireert om ook te blijven groeien op de weg.

Ikzelf probeer zoveel mogelijk van politiek weg te blijven. Liever blijf ik proberen om judo op zijn best uit te dragen. Soms lukt het fantastisch, soms met vallen en opstaan. Als het beter kan, laten we hier elkaar dan op een respectvolle manier op wijzen. Op deze manier blijven we vol bewondering voor de hogergegradueerden en elkaar behandelen volgens jita kyōei, wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen. Want wat is er mooier dan als vrienden met elkaar onze prachtige vechtkunsten beoefenen?

Efficiënt trainen voor een optimaal resultaat

Dit artikel had ook “5 fouten in judotraining” of iets dergelijks kunnen heten. Ik heb gekozen voor een positieve benadering. Ik hoop dat het daardoor door vele beoefenaars van krijgskunsten en vechtsporten wordt gelezen en van waarde blijkt.

Het gebrek aan nummering versterkt dat alle punten belangrijk zijn. In willekeurige volgorde noem ik een paar concepten die een training efficiënter kunnen maken. Het is gebaseerd op inzichten die ik tijdens mijn eigen trainingen als judoka en leraar heb geobserveerd en ook inzichten van anderen die ik naar mijn hand heb gezet.

Transitie van staand naar de grond

Veel krijgskunsten en vechtsporten bestaan uit staande technieken (zoals stoten, trappen en worpen) en grondtechnieken (zoals stoten, verwurgingen en klemmen). Op deze manier kan een gevecht staand worden beslecht en ook op de grond als het zover komt.

Braziliaans Jiu-Jitsu
By © John Lamonica, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9111428

Om praktische redenen worden de staande technieken (tachi-waza) en grondtechnieken (ne-waza) soms los van elkaar getraind. Dit is vaak niet optimaal. De transitie van staande technieken naar een controle op de grond moet vloeiend verlopen, dus hierop veel trainen is wenselijk.

In het judo is de transitie supersnel indien goed getraind. Binnen de regels moet de judoka namelijk snel naar een controle werken, anders moet hij of zij opstaan van de scheidsrechter. Ook in zelfverdediging moet de agressor weinig ruimte worden gegeven en direct worden gevolgd met controle.

Het is daarom belangrijk dat tijdens de training tori en uke bewust zijn van hun positie, ook tijdens de transitie van tachi-waza naar ne-waza. Probeer altijd de meeste dominante positie te zoeken. Mooi vallen is niet belangrijk, zolang maar veilig wordt gevallen.

Ik train zelden het als verdediging naar de buik draaien door uke. Ik wil dat tori en uke optimaal anticiperen op de transitie naar een dominante positie. Wees bewust van deze positie en zorg voor een betere positie. Als het oefenen van de transitie niet mogelijk is, visualiseer dan een logische transitie. Als je echt efficiënt wil trainen denk dan ook aan mogelijke atemi-waza, zoals Jigorō Kanō beschrijft in Mind over Muscle.

Train met de juiste intentie

Het komt vaker voor dan wenselijk. Trainen zonder beleving. De tori doet netjes de waza (techniek) zoals uitgelegd door de leraar en uke valt en wacht tot hij weer aan de beurt is.

Hierbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat uke normaliter niet wil vallen. Ik leer judoka uiteraard ook eerst dat ze mee moeten werken zodat tori kan oefenen. Zodra de techniek een beetje lukt, mogen ze steeds meer tegenwerken. De weerstand langzaam verhogen en tori uitdagen.

Grappling Bas Bakker en Sebastiaan FransenDit betekent dat tori en uke continu bezig zijn met beleving door de juiste intentie in de training te leggen. Elke repetitie is anders, omdat er wordt gevarieerd met factoren zoals intensiteit, timing en kumi-kata (pakking). Dit voorkomt ‘dode’ repetities en stimuleert een open, creatieve houding. Train dus altijd met intentie.

Lees ook de volgende bronnen voor inspiratie. De filosofie van Straight Blast Gym en het e-book Focused Jiu-jitsu over efficiënt drillen (uchi-komi) door Chewjitsu. Leuke extra tip: train eens zonder gi (pak).

Randori in de training

In mijn blog Randori is een chaos schreef ik het eerder. Randori is een belangrijk onderdeel van een training. Het leren van kata en waza is nuttig, maar uiteindelijk wordt het echt toegepast in de ‘chaos’ van een randori.

Dit hoeft niet altijd tot het uiterste (is wel lekker af en toe). Het kan ook in een vorm, waarbij er sprake is van ‘flow’. Er wordt gefocust op techniek en beide judoka geven elkaar ruimte, variërend van heel veel tot bijna niets.

In randori kan er worden geleerd en wordt wederom de creativiteit van de judoka gestimuleerd, omdat er geen vast patroon is. Bijvoorbeeld als uke een worp ontwijkt of tori met zijn benen controleert na een ō-uchi-gari. De judoka kunnen ook werken aan een systeem van specialiteiten in plaats van losse technieken trainen.

Het wordt nog interessanter als de trainingsvorm shiai in de mix wordt toegevoegd. Lees over deze trainingsvorm meer in de blog De angst om te verliezen.

Kata is een belangrijk middel

EK judo kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéSommige judoka (en andere krijgskunsten) leggen veel nadruk op kata. Ik denk dat kata een belangrijke rol speelt. Het bevat het fundament van judo. De principes komen duidelijk terug, zodat zij optimaal kunnen worden bestudeerd.

Toch is kata eigenlijk geen doel op zich. Een goede judoka doet ook randori. De twee vormen vullen elkaar aan. Kata voor het leren van het fundament en randori voor het toepassen in een reëlere situatie. Het bevordert dat kata niet een ingestudeerd toneelstuk wordt en op gestructureerde wijze de basis leert. Beoefen daarom kata in de juiste balans met andere trainingsvormen.

Lees meer in Kata: doel of middel? en Het gevaar van katawedstrijden.

Bouw een stevig fundament

Het blijft verleidelijk. Allemaal ingewikkelde ‘trucjes’ leren, zodat elke week weer iets nieuws en spectaculairs kan worden beoefend. Toch kun je beter focussen op de basis.

De basis is vaak de basis omdat het bewezen effectief is. Daarnaast kan een ‘speciale’ techniek beter worden begrepen als er een stevige basis is. Als laatste kan vaak worden teruggevallen op de basis als een complexe techniek mislukt.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Blijf altijd werken aan de basis. The devil is in the details. Als er eenmaal een stevig fundament is, dan kan deze worden versterkt door er complexere technieken op uit te bouwen. Blijf echter altijd werken aan de basis.

Lees meer in Niet het vele is goed, maar het goede is veel.

Tijdens het schrijven kwam ik er achter dat ik veel van deze punten in eerdere blogs heb beschreven. Dat is geen vorm van gemakzucht en geeft aan hoe belangrijk deze onderwerpen voor mij zijn. Zie dit als een samenvatting en open de verwijzingen naar oude blogs voor meer toelichting. Voel je ook vrij om in de reacties deze blog aan te vullen.

De angst om te verliezen

Eind maart werd door BJJ Delft een “in-house tournament” Braziliaans jiujitsu georganiseerd. Enthousiast had ik vroeg ingeschreven. Echter, in de opbouw naar het toernooi zocht ik in mijn hoofd naar uitwegen. Met zenuwen omgaan is niet mijn sterkste kant en de twijfels namen toe. Opgeven ging door mijn hoofd. Ik had toch kleine blessures die ik als excuus kon gebruiken?

Never quit

Ik geef niet graag op. Elke keer dat je opgeeft, wordt opgeven steeds makkelijker. Ik vond twijfel en onzekerheid daarom geen goede redenen, dus geen smoesjes voor mij.

If you quit once it becomes a habit. Never quit.Michael Jordan

Een paar dagen later stond ik zenuwachtig op de mat op te warmen voor het toernooi met een onrustig gevoel in mijn buik en een ongemakkelijk glimlachje. Ik maakte me druk over van alles: ben ik wel goed genoeg, misschien zijn mijn tegenstanders meer ervaren en wat zullen anderen denken?

BJJ Delft in-house tournamentTijdens mijn partijen is mijn hoofd onrustig. Met van alles ben ik bezig, maar niet met mijn taak op dat moment. De wedstrijdspanning zorgt ervoor dat ik niet vertrouw op mijn techniek. Ik maak op angst gebaseerde, gehaaste beslissingen. Angst om niet te verliezen, waardoor ik gespannen handel en kansen weg geef.

Helaas heb ik in mijn poule maar twee wedstrijden die elkaar kort opvolgen. Er is daardoor weinig ruimte voor bezinning voor het omgaan met de spanning en om in het toernooi te groeien. Na de twee partijen heb ik lekker naar mijn teamgenoten gekeken en begon ik met het reflecteren op mijn wedstrijden.

Geen medailles

Mijn eerste gedachte was dat het een verloren toernooi was. Geen gouden medaille gewonnen, dus geen resultaat. Toch kijk ik er nu anders naar.

Ik ben een groot fan van een complete benadering van judo, zowel randori en kata. Shiai (“elkaar testen”, contest) kan daar ook een belangrijke rol in vervullen. Dit neem ik ook mee in mijn benadering van Braziliaans jiujitsu.

Helaas wordt shiai vaak verkeerd toegepast. Het gaat om roem, tijdelijk en vergankelijk. Ik zie shiai meer als een middel voor het toepassen van de judoprincipes en het sterker maken van lichaam en geest. Het testen van elkaar om beiden beter van te worden.

Ik wil beter worden door het deelnemen aan een toernooi. Natuurlijk ga ik voor de overwinning, maar niet op brute kracht. Ik wil er van leren. Door het afgelopen toernooi heb ik meer inzicht gekregen in mezelf. Laat me daar dieper op ingaan.

Leren omgaan met spanning

Het grote voordeel van judo en Braziliaans jiujitsu is de mogelijkheid van het omgaan met spanning bij de chaos tijdens randori en shiai. Als we alleen kata trainen, zoals in sommige krijgskunsten, dan hoeft er geen spanning te zijn. Er staat veel vast in de vaste vormen, dus weinig verrassingen. Een gecontroleerde situatie.

In randori en sparren is het al moeilijker ontspannen te trainen. Het staat niet vast wat de ander gaat doen. Gelukkig is verliezen hierbij niet mogelijk, tenzij je geblesseerd raakt en/of er beiden niets van leert. Als iets mislukt, dan leer je veerkrachtig met de situatie omgaan en gaat door of begint opnieuw.

Bij shiai is de druk het grootst. Je voelt veel meer druk, want je hebt maar één kans. Vroeger op het slagveld betekende een moment van aarzeling vroeger de dood. Gelukkig is het tegenwoordig afgroeten of de ander een hand geven en terug naar de dojo voor meer training van lichaam en geest.

Een goede budoka oefent kata en randori. In het kata leer je de principes, in randori pas je ze toe. Het af en toe beoefenen van shiai kan ik iedereen aanraden. Niet voor de roem. Voor het leren omgaan met de extra spanning van slechts één kans.

True strength is not always shown through victory. Stand up, try again and display strength of heart.
Rickson Gracie

Ik was door het bewustzijn dat er maar eens kans is tijdens een shiai zeer gespannen. In plaats van bezig zijn met de optimale inzet van mijn lichaam en geest was ik alleen maar bezig met niet verliezen. Dat werkte dus contraproductief. Wat heb ik er uiteindelijk van geleerd?

Niet willen verliezen

Vroeger moest een samurai elk moment bereid zijn om te sterven. Als hij bang was voor de dood, dan was hij afgeleid. Op een slagveld moest een samurai niet bezig zijn met de dood. Hij moest volledig opgaan in het moment en optimaal handelen zonder afleidende gedachten. Leven in elke ademhaling.

In shiai is dit vergelijkbaar. Ik was bezig met niet verliezen. Daardoor was ik gespannen en aan het verzetten. Een gespannen iemand is al uit balans, lichamelijk en geestelijk. Iemand die ontspannen is, kan moeilijk uit balans worden gebracht. Dit geldt in de krijgskunsten en ook in het dagelijks leven. Uiteindelijk zijn zij hetzelfde.

Mijn doel voor het volgende toernooi is dan ook opgaan in het moment. Niet gespannen zijn en op elk moment de situatie accepteren en de best volgende actie kiezen. Vertrouwen in mezelf hebben dat ik kan omgaan met de situatie. Deze wijze lessen wil ik ook meenemen in het dagelijks leven. Leven in elke ademhaling. 

Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Is er genoeg begrip van kata?

In april 2009 bezocht ik voor het eerst Japan. Een droom die uitkwam. Naar het geboorteland van judo. De reis stond in het teken van kennismaken met de rijke Japanse cultuur.

Nanzen-ji in Kioto
Nanzen-ji in Kioto

Geen moment heb ik spijt gehad. Alle verwachtingen werden waargemaakt of overtroffen. Alsof je door een groot openluchtmuseum wandelt met prachtige natuur en cultuur.

Uiteraard kon een bezoek aan de oude hoofdstad niet ontbreken. In Kioto hadden we een luxe hotel geregeld. Vanuit daar bezochten we alle prachtige tempels die Kioto rijk is en maakten uitstapjes naar onder andere Nara, Himeji en Hiroshima.

Geisha, geiko en maiko

Vooraf hadden we uitgezocht dat de mooiste geisha uit Kioto komen, niet uit China zoals sommige filmproducenten denken. In april is er een geisha-festival toegankelijk voor toeristen. Normaliter moet je worden geïntroduceerd voor het bijwonen van een geisha-performance, maar voor deze voorstelling kun je kaarten kopen.

Vooraf hadden we nog geen kaartjes voor de voorstelling, dus enthousiast vroeg ik in mijn beste Engels aan de toeristenbalie van het hotel om kaartjes voor de geisha. Naast mij stond mijn judoleraar Jennifer en de vrouw van de balie keek haar argwanend aan.

De baliemevrouw keek nog eens strak naar Jennifer en vroeg of ik daadwerkelijk op zoek was naar geisha. Wij benadrukte dat dit inderdaad het geval was, waarna de baliemevrouw Jennifer vroeg of zij dat wel goed vond.

Enigszins verbaasd vroegen we de Japanse waarom dit zo’n rare vraag was. Al snel werd duidelijk dat ze dacht dat ik naar een ander soort vermaak opzoek was. In Kioto noemen deze vrouwen zich daarom tegenwoordig geiko en maiko, omdat geisha (vooral Amerikanen) door buitenlanders worden geassocieerd met prostituees. Ik benadrukte dat ik op zoek was naar ‘echtegeisha.

De balievrouw toverde nu een mooie glimlach op haar gezicht: “Wat mooi dat jullie interesse tonen in onze cultuur.” De kaartjes waren geregeld en onze hartslag steeg. Deze vakantie gingen we naar de Miyako Odori, een voorstelling met ‘echte’ geiko.

De voorstelling, omote en ura

Geisha, geiko, maiko Op de dag zelf werd eerst een theeceremonie voorgeschoteld, terwijl we wachtten in een lange rij. Ook de Japanners komen massaal af op de Miyako Odori.

In de zaal vallen we als de voorstelling begint van de ene in de andere verbazing. Prachtige vrouwen in kimono, mooie dans en muziek. Er zit een verhaal (ura) in waarvan we de grote lijnen proberen te volgen. Maar we genieten vooral van de vorm (omote).

In de pauze raken we aan de praat met een Japanse man op leeftijd. Hij vraagt beleefd of we Japans praten. Als wij vervolgens nee knikken, schiet hij in de lach: “Wat doen jullie hier dan?”

Wij leggen uit dat we de voorstelling prachtig vinden. De man knikt instemmend. Eerst krijgen we volop lof en complimenten voor onze interesse in de Japanse cultuur en vervolgens pakt hij het programmaboek. Hij neemt ons door de voorstelling en het verhaal.

Nu snappen we nog beter de grote lijnen van de voorstelling, maar ook weer niet. De man heeft het goed uitgelegd. Echter, wij weten te weinig van de Japanse geschiedenis, cultuur en taal om alles in de juiste context te plaatsen.

Na het hartelijk bedanken van de Japanse man, was het tweede deel van de voorstelling subtiel anders door de nieuwe kennis na het gesprek met de oude man. Een beetje vergelijkbaar met mijn verhaal over Klassiek en romantiek. Als je meer details kent, kijk je anders naar de dingen. Natuurlijk genoten we ook het tweede deel volop van de geiko en maiko.

De relatie met judo

Dit vind ik een leuke anekdote over een van mijn bezoeken aan Japan, het is een lange inleiding geworden tot de kern van mijn verhaal. Het kwam tot mij na het lezen van het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Hij is een interessante auteur. Ellis gaat in zijn boek op zoek naar de wortels van traditionele gevechtskunsten en “innerlijke kracht”. Er wordt een aantal malen gerefereerd naar Jigorō Kanō en zijn Kōdōkan judo. Kanō deelt een stuk geschiedenis met Morihei Ueshiba en aikidō.

Ellis vraagt zich openlijk af of Kanō voldoende kennis had van Kitō-ryū (koshiki-no-kata) en Tenjin Shin’yō-ryū (itsutsu-no-kata) om de kata over te nemen of dat er inzicht verloren is gegaan in het proces van jūjutsu naar judo, zoals de mogelijke innerlijke kracht die aanwezig is in de kata van Kitō-ryū.

Na Jigorō Kanō is het kata vervolgens vele malen overgedragen van leraar op leerling. In dit proces legt elke leraar accenten op andere aspecten van het kata, waardoor andere aspecten wellicht onderbelicht en vergeten zijn.

Een mooi voorbeeld is een vergelijking tussen Kitō-ryū kata en Kōdōkan koshiki-no-kata. Met hierbij de aantekening dat het Kitō-ryū kata ook al meerdere malen is overgedragen en de uitvoerder van het kata op respectabele leeftijd is.

Zijn de verschillen bewust gemaakt door Jigorō Kanō? Zijn sommige verschillen gemaakt omdat Kanō bepaalde aspecten anders interpreteerde? Zijn sommige verschillen ontstaan in de overdracht van leraar op leerling? Hebben leraren na Kanō hun eigen stempel willen drukken op bepaalde kata?

Uiteraard kun je een dergelijke analyse op alle kata en waza loslaten.

Enge visie op kata

Nu kun je je afvragen: is dit belangrijk? Als je een enge visie op kata hebt, dan niet. Je doet gewoon de bewegingen na van de Kōdōkan-dvd en je haalt weer een mooi bandje of een glimmende medaille.

Echter, Jigorō Kanō ontwierp kata ooit om belangrijke principes van judo over te brengen. Het is dus veel interessanter om te begrijpen waarom de kata op een bepaalde manier zijn bedacht en gewijzigd. Wat betekent dit voor de principes in het kata? Wat is er verloren gegaan of is het kata rijker geworden?

Helaas is kata bestuderen erg moeilijk. De randori-no-kata zijn nog redelijk grijpbaar voor moderne judoka, maar bijvoorbeeld koshiki-no-kata is erg complex.

Er zijn weinig tot geen judoka op deze wereld met voldoende kennis van geschiedenis, cultuur en taal om het vechten in harnas volledig te doorgronden. Wie heeft er ooit echt gevochten in een harnas? We moeten het hebben van historische bronnen, maar kunnen we deze volledig juist interpreteren?

Terug naar de anekdote

Kunnen we kata nog steeds gebruiken als studiemiddel voor het leren van de judoprincipes? Het is lastig met alle barrières in geschiedenis, cultuur en taal.

We kunnen onze best doen door samen te werken en bronnen te delen. Niet kijken wie gelijk heeft, maar zoeken naar begrip van riai. Zo ver mogelijk terug naar de oorsprong en dit verrijken met de kennis van nu. “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarnaar zij zochten.”

Een andere mogelijkheid is loslaten en genieten van de voorstelling, zonder dat we het volledig begrijpen. Zoals bij de Miyako Odori. In het ergste geval oefenen we alleen omote en krijgen we een mooie nieuwe obi of een applaus van het publiek.

Of misschien is er een oude Japanse man die ons de grote lijnen van het verhaal (ura) in kata vertelt. Kunnen we dit aanvullen met oude bronnen en moderne kennis voor een beter begrip? Zodat we de riai van kata en judo beter begrijpen en daarmee een zinvolle betekenis geven aan de beoefening van kata.

Is het genoeg?

In het voorwoord van het boek van Ellis Amdur staat een mooi verhaal om eens een dag, week, maand of jaar over te filosoferen:

De Baal Shem Tov liep het bos in, zong de liederen en sprak de gebeden, en vond de Heilige Geest, Gezegend Is Zijn Naam. Zijn student vergat de weg naar het bos, maar hij herinnerde zich de liederen en sprak de gebeden, en het was genoeg. De studenten van zijn student vergaten de liederen, maar spraken de gebeden en het was genoeg. We weten niet langer onze weg naar het bos en we zijn de liederen vergeten, we spreken onze gebeden, weten niet langer de exacte woorden, maar het is nog steeds genoeg.
Hidden in Plain Sight (Ellis Amdur)

Is het genoeg?

Met dank aan Loek van Kooten voor het proeflezen.

Uke, van natte krant tot leraar

In het judo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de begrippen tori en uke. Tori is diegene die de technieken uitvoert (‘neemt’), uke is diegene die de technieken ontvangt. Althans, zo wordt het vaak uitgelegd. Kijk eens naar de volgende uitleg van tori en uke op een belangrijke Japanse website over judo.

Strand Björn en SebastiaanAlleen op deze begrippen kun je al een filosofische discussie loslaten, want wie neemt en ontvangt? Mitesco heeft op zijn blog hiertoe een mooie aanzet gemaakt in zijn blog Torificatie van het judo. Echter, ik bewaar deze discussie voor een andere blog of voor onder het genot van een hapje en drankje.

In deze blog wil ik de ontwikkeling van uke beschrijven. We beginnen bij de uke als lijdend voorwerp, met de nadruk op lijden. We eindigen bij een hele andere uke, die mijn inziens de judoprincipes optimaal uitdraagt.

Uke is een lijdend voorwerp

Ik ken nog een tijd uit mijn beginperiode als judoka waar je een ‘loser’ was als uke. Eigenlijk hoefde een judoka geen correcte ukemi-waza (valbreken) te leren. Een goede judoka valt namelijk nooit. De nadruk lag op tori, op winnen en ‘gooien’. De uke was een natte krant, enorm passief.

Dat dit nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beide judoka was niet bij iedereen bekend. Uke leerde weinig en het risico bestond dat als hij toch een keer viel zich blesseerde. Tori zat opgescheept met een uke die niet wilde vallen, dus kon zijn waza (technieken) niet oefenen.

Gelukkig ken ik niet langer judoscholen met een dergelijke destructieve visie tegen allen principes van het judo in. Iedereen erkent dat harmonie belangrijk is in het judo.

Uke is een springveer

Helaas werd in eerste instantie het begrip harmonie verkeerd begrepen. De uke veranderde in een springveer. Tori maakte slechts een halve inzet tot een worp en uke vloog door de lucht.

Katame-no-kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéDeze uitvoering van de uke zie je nog regelmatig. Dit hoort bij het leerproces van uke. Soms werkt uke te veel mee, soms werkt uke te veel tegen. In de krijgskunsten moet je balans vinden, zo ook in de rol als uke, totdat je logisch en natuurlijk reageert.

Uiteraard is een springende uke geen wenselijke situatie. Zowel de uke als tori leren niet de judoprincipes, omdat de trainingssituatie niet gebaseerd is op de realiteit. Het is een toneelstukje, zoals helaas nog veel randori en kata worden uitgevoerd. Zoals Cichorei Kano het mooi heeft verwoord op het E-Judo Forum: “Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.”

Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.Cichorei Kano

Uke is een partner

Uiteindelijk kom je als uke hopelijk in de fase dat je een partner bent. Hierbij neemt de uke een actieve rol aan en helpt de tori niet door zichzelf in de juiste balansverstoring te plaatsen of te springen als tori de worp niet goed inzet.

De actieve rol betekent dat uke spanning op zijn lichaam (vanuit hara) heeft. Uke laat zich plaatsen en doet dit niet uit zichzelf. Continu zoekt uke naar de optimale trainingssituatie voor tori. Bijvoorbeeld door meer weerstand te bieden, naarmate de tori de judoprincipes beter beheerst.

Soms krijg ik weleens de vraag als leraar: “Ja maar, als uke niet tegenwerkt, dan werkt de techniek toch niet als uke wel tegenwerkt.” Dat is tot op zekere hoogte waar.

Echter, tori moet eerst de techniek goed beheersen. Daarvoor moet uke de kans bieden door een eenvoudige trainingssituatie te creëren. Je leert ook niet direct zonder rijinstructeur autorijden op de snelweg. Waarschijnlijk leer je eerst op een rustig parkeerterrein gasgeven en schakelen, voordat de rijinstructeur je in steeds lastigere verkeerssituaties laat oefenen.

Met judo is het niet anders. Je leert eerst de techniek toepassen zonder weerstand. Vervolgens past uke steeds meer weerstand toe. Lukt de techniek niet meer? Wellicht komt dit omdat de judoprincipes niet goed worden toegepast of omdat uke handelt met voorkennis van de oefening (tip: probeer het dan tijdens randori als uke het niet verwacht).

Na analyse kan natuurlijk ook blijken dat de techniek echt niet werkt en bepaalde openingen voor uke bevat, dan wordt het aanpassen of vergeten!

Uke is een leraar

Nog beter dan de ideale trainingssituatie creëren voor de andere judoka is het in mijn ogen als de uke zicht opstelt als leraar. De judoscholen waar dit wordt toegepast leveren vaak de beste judoka op. Iedereen is bezig met de continue verbetering van elkaar.

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.
De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.

Doordat uke continu analyseert waar tori nog kan verbeteren, kan hij daar de trainingssituatie op aanpassen en aanwijzingen geven. Dit kan bij het trainen van kata en randori.

Een voorbeeldje. Tori maakt een verwurging vanaf zijn rug en heeft geen controle met de benen. Uke ontsnapt en de verwurging lukt niet. Tori en uke gaan terug naar de beginsituatie en analyseren samen waar de controle verloren ging en hoe deze kan worden verbeterd. Hierin laat een goede uke uiteraard tori zelfontdekkend leren.

Uke leert zelf ook

De ultieme uke is een uke die zich niet alleen actief opstelt voor tori en ook een actieve houding neemt in zijn eigen ontwikkeling. Je kunt als uke zoveel leren met een actieve houding. De optimale ukemi-waza, tai-sabaki, lichaamshouding (postuur/structuur), ademhaling en de judoprincipes. Denk ook aan het filosofische ‘ontvangen’ en vertaal dit door naar het dagelijks leven.

Daarnaast kun je natuurlijk veel leren van tori. Hoe maakt tori de kuzushi (balansverstoring)? Waar zitten mogelijke openingen in de techniek? Maakt tori nieuwe technieken of voert hij technieken anders uit? Hoe past tori de judoprincipes toe? Uke zoekt continu naar verbeteringen in zijn eigen begrip van judo.

Dit is natuurlijk niet eenvoudig. Het is lastig op alles tegelijk letten. Echter, de actieve houding is belangrijk voor het toepassen van de judoprincipes. Je behaalt maximaal resultaat (seiryoku zen’yō) door geen natte krant te zijn, maar actief te werken aan de ontwikkeling van tori en jouw eigen ontwikkeling (jita kyōei & jiko no kansei).

Tot slot

Ik ben er groot voorstander van om het judo niet vanuit tori te benaderen. Uke is minimaal even belangrijk in het judo. Wellicht dat uke zelfs een grotere rol speelt in de ontwikkeling van de judoka dan de leraar en tori. Een goede uke kan enorm veel invloed hebben op de kwaliteit van een training.

Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn.Geïnspireerd door Peter Donkers

Uke moet ook voldoende aandacht krijgen tijdens de judotraining. Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn. Het is niet voor niets dat in de Kōdōkan je voor een examen het kata zowel als tori en als uke moet uitvoeren. Dit zorgt dat ook de ontwikkeling van goede uke op peil blijft en daarmee de ontwikkeling van judo.

Een goede uke zijn, is meer dan louter goed kunnen vallen. Correcte ukemi-waza is natuurlijk wel de basis, zoals ik heb gesteld in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1). Daardoor kun je vrij bewegen omdat je niet bang bent om geworpen te worden.

Een goede uke biedt daarnaast tori continu een uitdagende situatie aan. Een situatie waarin tori wordt geprikkeld om te leren en zijn grenzen te verleggen. Zodoende kan hij tori sturen naar verbetering.

Zelf is uke steeds alert op het verbeteren van zichzelf en vinden van mogelijke verbeterpunten door het analyseren van tori en zijn eigen rol in de trainingssituatie. Met als uiteindelijke doel het eigen maken en optimaal uitdragen van de judoprincipes. Ben je dan tori (nemer), uke (ontvanger) of beiden?

Echt judo in randori

In mijn vorige blog, Randori is een chaos, stelde ik dat randori geen wedstrijd is. Het is naast kata een belangrijk middel voor het leren van judo. De belangrijkste aandachtspunten in randori zijn: het ego onder controle houden en het doseren van kracht. In deze blog wil ik mijn visie op randori verder uitwerken.

Ik wil ervoor pleiten in randori de huidige wedstrijdregels compleet te negeren. In plaats daarvan wil ik echt judo! In deze blog licht ik kort toe wat ik bedoel en waarom. Laat gerust jouw mening achter in de reacties onderaan de pagina.

Complexe regels voor randori zijn overbodig

Omdat randori geen wedstrijd is en niet op televisie wordt uitgezonden, biedt dit enorme mogelijkheden voor eenvoudige regels. Er is geen noodzaak voor gekleurde judopakken, duizend-en-een-verboden-pakkingen en andere complexe bureaucratiewedstrijdreglementen.

De belangrijkste regel is dat beide judoka leren van de randori. Natuurlijk volgens de judoprincipes maximaal resultaat met minimale inspanning (seiryoku zen’yō) en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen (jita kyōei).

Hierdoor is automatisch geborgd dat alleen veilige waza (technieken) worden toegepast en de judoka elkaar niet blesseren. Daarnaast kan de judoka niet krachtig defensief judoën, want dan leren beide judoka niet optimaal en wordt de kracht niet goed gedoseerd.

Een pak van mijn hart

Als deze belangrijkste regel duidelijk is, zijn voor randori geen complexe wedstrijdreglementen benodigd. We kunnen slechts enkele eenvoudige regels afspreken voor randori en judo op zijn best beoefenen. Dit is waar de pret begint!

Leg grabbing in randoriIk ben er een voorstander van dat we echt judoën. Alle kumi-kata zijn toegestaan als zij niet overmatig defensief worden gebruikt of onveilig zijn voor een of beide judoka.

Dit betekent dat het repertoire effectieve technieken weer toeneemt. Ik noem een kata-guruma, sukui-nage en morote-gari als prachtige voorbeelden. Jigorō Kanō nam niet voor niks de kata-guruma op in het nage-no-kata. Laten we samen afspreken dat deze uitstekende technieken weer zijn toegestaan tijdens randori.

Aan de grond genageld

Laten we ook het ne-waza weer de aandacht geven die het verdiend. Zolang er goede progressie is naar een eindcontrole, dan gaan we door op de grond. Je kunt soms best een halve minuut bezig zijn op zoek naar een goede opening naar een armklem of verwurging.

Ik ben absoluut geen voorstander van overdreven defensieve houdingen op de grond. Judo stamt af van de oude Japanse krijgskunsten. Laten we ons dan ook dusdanig gedragen. Een gevecht stopt niet op de grond.

Judoka zijn niet passief, kijkend als een angstig haasje tot de scheidsrechter mate roept, in buikligging of op elleboog en knieën. Deze posities gebruik je slechts in uiterste nood als transitie naar een dominantere positie.

Beter goed afgekeken, dan alles verbieden

Braziliaans Jiu-Jitsu
Braziliaans jiujitsu © John Lamonica

Jigorō Kanō stelde het judo samen op basis van technieken uit verschillende jujutsu-scholen. Vervolgens gaan wij allerlei technieken verbieden en ne-waza vermijden omdat… waarom eigenlijk? Laten we juist de goede technieken kopiëren uit sambo, grappling en Braziliaans jiujitsu en leren door middel van gezamenlijke trainingen. Daarmee verrijken we het judo alleen maar.

Uiteraard selecteren we technieken op een vergelijkbare manier als Kanō. De technieken zorgvuldig toetsend aan de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Als ze veilig zijn en niet alleen op kracht gebaseerd, dan kunnen we ze opnemen in onze eigen waza.

Het probleem zit hem namelijk niet in de technieken, maar in de judoka. Als de judoka de judoprincipes niet begrijpen, dan gaan ze ver voorover staan met de armen gestrekt. Dan gaan ze schijnaanvallen maken, technieken gebaseerd op louter kracht toepassen of ze zijn passief in ne-waza.

Laten we dus vooral de ‘oude’ judotechnieken blijven toepassen en het judo verrijken met technieken uit onder andere sambo en Braziliaans jiujitsu. Zolang deze technieken voldoen aan de judoprincipes kunnen we ze opnemen in onze eigen prachtige krijgskunst.

Nuance

Uiteraard kan ik me voorstellen dat sommige scholen veel wedstrijdjudoka trainen. Ik snap dat zij het wedstrijdreglement volgen om verwarring bij hun pupillen te voorkomen. Mitesco noemt dit op zijn blog overigens shiai-geiko, wellicht een betere term dan randori.

In Nederland zijn er echter vooral verenigingen waar voornamelijk judoka oefenen ter ontwikkeling van lichaam en geest. Dit is het grootste aantal binnen het ledenbestand van de Judo Bond Nederland. Zij kunnen prima het complete judo worden aangeleerd.

Veel randori en kruisbestuiving

Ik hoop dat we in Nederland veel randori blijven maken. Randori op basis van de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Laten we vooral niet het huidige wedstrijdreglement volgen, maar goed judo propageren. Judo op basis van een beperkt aantal eenvoudige regels voor de veiligheid van de judoka. Voor de rest kunnen de judoka onderling afspraken maken over randori.

Op deze wijze blijft het judo evolueren. Er kan mooie kruisbestuiving plaatsvinden met bijvoorbeeld sambo en Braziliaans jiujitsu. Judo blijft gebruik maken van een breed spectrum van efficiënte en effectieve technieken. Het laat zich niet beperken door complexe wedstrijdregels.

Tenslotte baseerde Jigorō Kanō het judo ook op meerdere oude stijlen jujutsu. Hij kopieerde wat goed was en liet weg wat niet werkte. Vervolgens evolueerde het judo, omdat Kanō en zijn beste studenten allemaal verbetering doorvoerden op basis van hun ervaring. Laten wij deze slimme werkwijze behouden, want stilstand is achteruitgang!

Ben jij het eens met mijn blog? Of vind jij juist dat we tijdens randori het wedstrijdreglement moeten volgen? Laat hieronder in de reacties jouw mening achter.

Randori is een chaos

Jigorō Kanō baseerde het judo op twee belangrijke manieren van onderricht randori en kata. In het boek Mind over Muscle benadrukt hij het belang van beide manieren.

Kata is de vaste vorm voor het leren van de judoprincipes. Randori betekent “chaos grijpen” . De chaos slaat op de vrijheid die ontstaat, omdat de oefeningen niet langer vaststaan zoals in kata. Beide judoka kunnen vrijuit bewegen (binnen de principes van judo) en er kan een ware chaos ontstaan als beide judoka tegelijk technieken toepassen, geloof mij!

Randori in de Kōdōkan

Uiteraard worden de aangeleerde principes vanuit kata toegepast in randori. Het is in randori nog steeds niet toegestaan om kracht te gebruiken voor het verdoezelen van een gebrek aan techniek of waarmee de andere judoka geblesseerd raakt. Dit is in strijd met seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen).

De teloorgang van randori

Randori is essentieel voor het leren van judo. Als je weinig of nooit randori doet, toets je nooit of je de judoprincipes ook echt kan toepassen in de praktijk.

Het is zonde dat op sommige judoscholen (bijna) geen randori meer wordt gedaan tijdens de trainingen. Er zijn ook scholen die randori op een verkeerde manier gebruiken. Als het doel van een randori winnen “no matter what” is, dan heb je het niet begrepen.

Gelukkig zijn er ook nog zat scholen die randori op de juiste manier inzetten. Deze judoka zullen vaak logischer en natuurlijker bewegen over de tatami, dan judoka die alleen kata of andere afgesproken vormen (bijvoorbeeld yaku-soku-geiko) trainen.

Op een dag komt Mochizuki bij Jigorō Kanō en meldt trots: “Vandaag heb ik twee toernooien op twee verschillende scholen gewonnen.” Kanō antwoordde: “Is dat de reden waarom je judo beoefend? Voor het winnen van toernooien? Je had me eerst moeten vertellen wat je hebt geleerd van jouw ervaringen vandaag in plaats van of je wel of niet hebt gewonnen.”
The Way of Judo (John Stevens)

Randori is belangrijk voor het leren judoën. Het is natuurlijk mooi als de principes in het kata perfect worden toegepast. De echte uitdaging is een andere judoka die ook mag aanvallen en verdedigen. Dan moet jouw houding (shizenhontai) en technieken (waza) uitstekend zijn!

Wat is belangrijk bij randori

Er zijn heel veel zaken belangrijk bij randori, maar ik wil er een paar uitlichten. Dit zijn twee punten die ik erg belangrijk vind voor mijn judoka en waar ik voornamelijk op coach.

Het ego is onder controle bij randori. Het gaat niet om winnen of verliezen. Het gaat om leren. Als je gefixeerd bent op winnen of verliezen, kun je niet gefocust zijn op leren. Dit ervaar ik nu zelf tijdens mijn trainingen Braziliaans jiujitsu.

Als ik enorm gedreven en graag wil winnen, ben ik hard bezig met niet verliezen. Ik verzet met kracht en probeer mijn technieken op te leggen, dit lukt soms tegen minder krachtige tegenstanders. Echter tegen sterke tegenstander leg ik het dan af.

Als ik echter de rust neem en niet bezig ben met het resultaat, kan ik focussen op mijzelf en de ander. Ik leer wat de ander doet en welke principes (leverage, posture, etc.) hij toepast. Ondertussen probeer ik uit welke verdedigingen wel of niet werken en zoek ik kansen voor een aanval.

Deze open houding werkt uitstekend. Ik ga sneller vooruit, omdat ik elke randori (sparring) enorm veel leer. Daarnaast als ik nu de ander een keer laat aftikken, dan is dit niet op kracht maar door het toepassen van principes. Principes werken ook tegen sterkere tegenstanders door het gebruik van bijvoorbeeld hefbomen.

Het doseren van kracht. Ook erg belangrijk. De eerste reden hiervoor is eenvoudig: de kans op blessures daalt drastisch. Als de ander een goede worp inzet en jij blokkeert met kracht, dan werk je tegen het principe seiryoku zen’yō. De kans op forceren en daardoor blessures is groot, er zijn genoeg voorbeelden in de topsport. Als je elkaar blesseert, dan is dit uiteraard tegenstrijdig met jita kyōei.

Randori
Ik judo nu ruim twintig jaar en ik heb gelukkig nog nooit een serieuze blessure gehad. Dit komt omdat als de ander een goede techniek inzet, dan laat ik me werpen. Mocht ik zelf werpen, dan stop ik direct als ik merk dat ik geen goede controle heb. De kans op blessures is dan minimaal, slechts af en toe een klein blauw plekje of schaafwondje.

Een andere nadeel van te veel kracht gebruiken is dat je een gebrek aan techniek gaat ‘maskeren’. Hierdoor leer je niet gebruik maken judoprincipes. Kom je dan een sterkere tegenstander tegen, dan zul je verliezen. Je kunt dan namelijk niet winnen met pure kracht, maar moet principes zoals debana (timing) en kuzushi (balansverstoring) gebruiken.

Tot slot

Randori is essentieel voor de ontwikkeling van een goede judoka. Als je alleen de grammatica leert, dan is dit een zinloze exercitie (zie ook Het gevaar van katawedstrijden). Als je eenmaal de grammatica kent, dan ga je echt schrijven. Dat kan een enorme chaos zijn met alle vrijheid binnen de principes (regels), maar zo leer je de praktijk.

Gelukkig kan randori worden beoefend zonder veel gevaar. De voorwaarde is dat de judoka hun ego onder controle hebben. Het gaat om leren, niet om winnen of verliezen. Daarnaast moet de kracht worden gedoseerd, op deze wijze wordt er niets geforceerd zodat de kans op blessures minimaal is.

In randori leren we de judoka handelen volgens de principes van het judo, ongeacht hoe fysiek minderwaardig zijn tegenstander is en zelfs als hij gemakkelijk kan overwinnen door slechts het gebruik van pure kracht. Want als hij handelt in strijd met deze principes is zijn tegenstander nooit overtuigd van de nederlaag, ongeacht de brute kracht die is gebruikt.
Jigorō Kanō

Ik hoop dat alle judoka veel randori maken. Ik vind het fantastisch. Het geweldige gevoel als de andere judoka of jij een worp maakt zonder dat je het zelf doorhebt. Volledig opgaan in het moment en volledig volgens de judoprincipes de juiste dosering kracht toepassen met een perfecte timing!

Ook bij Braziliaans jiujitsu geniet ik van het vrije oefenen. Ik bewonder hoe dynamisch mijn partners op de grond zijn en gebruik maken van tai-sabaki (wegdraaien van het lichaam).

Ik leer het meeste tijdens randori. Hoe werken technieken (en principes) onder weerstand van de andere persoon? Kan ik ze dan ook echt toepassen in de praktijk? Daarom is randori uitdagend en belangrijk!

Als laatste wil ik nog een mooi citaat van Kano meegeven. Hij kalligrafeerde ook veel, vooral de uitdrukking: “順道制勝” (jundō seishō). De uitvinder van het judo legde dit uit als: “Ongeacht of je wint of verliest, blijf de weg volgen. Zelfs als je verliest tijdens het volgen van de weg, is dit waardevoller dan winnen tegen de principes van de weg in.”

Met dank aan Loek van Kooten voor de juiste schrijfwijze van jundō seishō.