Hoe start ik met differentieel leren?

Op verzoek van de Nederlandse Vereniging voor Jiu-Jitsu- en Judo Leerkrachten heb ik differentieel leren uitgelegd aan een groep leraren. Dit naar aanleiding van mijn eerdere blog over dit onderwerp. Ik geloof namelijk sterk in deze aanpak voor motorisch leren.

In deze blog wil ik een korte samenvatting geven van differentieel leren en jullie op weg helpen om hiermee aan de slag te gaan in jullie trainingen. Dit kan zowel als je leraar bent, maar ook als judoka. Ik ben namelijk voorstander van leerlingen die in plaats van passief consumeren een actieve rol nemen in hun eigen ontwikkeling.

Waarom differentieel leren?

Je kunt stellen dat er geen ideale bewegingstechniek bestaat die op iedereen van toepassing is. Als je bijvoorbeeld de service van tien toptennissers vergelijkt, ontdek je allemaal verschillen. Als je vervolgens tien services van één speler vergelijkt, verschillen deze onderling ook van elkaar.

Ondanks deze verschillen kunnen mensen toch keer op keer het gewenste resultaat bereiken, ook al is de uitvoering telkens anders. Dit is een prachtige eigenschap. Wij kunnen de uitvoering aanpassen op basis van verschillende situaties.

In de wetenschap (o.a. Peter Beek) wordt daarom onderzoek gedaan naar differentieel leren. In plaats van eindeloos ‘drillen’ op een ideale techniek die niet bestaat, gaan we veel variatie creëren in de oefeningen. Op deze wijze leert de sporter zijn of haar ‘optimale bewegingstechniek’ in verschillende situaties.

Je creëert zodoende veelzijdige bewegers. En is het gewoon leuk en uitdagend!

Wat is differentieel leren?

In de artikelen van Peter Beek genaamd Nieuwe praktisch relevante inzichten in techniektraining staat een mooie uitleg van differentieel leren.

  • De variaties in uitvoering zijn geen fouten, maar verschillen (‘Differenzen’) tussen opeenvolgende pogingen die het mogelijk maken om effectief te leren.
  • De reden hiervan is dat deze verschillen essentiële informatie verschaffen over de wijze waarop de beweging het beste kan worden georganiseerd en daarmee het brein aanzetten tot het vinden van een optimale oplossing.
  • Het brein wordt geprikkeld door nieuwe informatie, niet door al bekende informatie te herkauwen.
  • Volgens differentieel leren is het aanleren van een nieuw bewegingspatroon dus een proces dat sterk gebaat is bij variatie.
  • Hoe groter de variatie, des te meer het brein wordt uitgedaagd tot het vinden van een optimale oplossing en hoe sterker het daardoor opgeroepen leerproces.
  • Stochastische resonantie, een begrip uit de theoretische natuurkunde dat betrekking heeft op het detecteerbaar worden van signalen door de toevoeging van ruis. De toegevoegde ruis is in dit verband de variatie van uitvoering tot uitvoering.

Hoe start ik met differentieel leren?

Het leerproces is dus sterk gebaat bij variatie. Hoe creëer je deze variatie? In de bijgevoegde tabel (download) zie je drie categorieën waarop je kunt variëren: taak, individu en omgeving. Achter elke categorie heb ik een aantal verschillen (‘Differenzen’) gezet met voorbeelden.

Sebastiaan Fransen NVVJL Differentieel leren

Uiteraard kun je hier nog veel meer mogelijkheden ontdekken. Kies een techniek, principe of situatie en ga hiermee variëren op basis van de voorbeelden of verzin zelf nieuwe voorbeelden.

Let uiteraard op dat een oefenvorm aansluit op het niveau van de leerling. Als je moeilijke vormen kiest, moeten tori en uke deze veilig kunnen uitvoeren. Daarnaast moeten tori en uke met elkaar afstemmen. Uke kan aangeven of de val niet te hard is en tori kan aangeven of uke meer of minder verzet moet geven.

Het is ook belangrijk dat de leraar, uke en tori de beweging zo min mogelijk analyseren en (expliciet) voorschrijven. Het lichaam van tori en uke moet zoveel mogelijk zelf met oplossingen komen.

Pas in een later stadium kun je wellicht kleine suggesties doen waarmee tori en uke verder kunnen experimenteren. Denk ook niet te veel in specifieke technieken (oplossingen), maar creëer oplossingen die aansluiten op de situatie (voorbeeld: bij een seoi-nage kun je prima een been opzwaaien als je momentum nodig hebt).

Progressieve weerstand

Judo leent zich perfect voor differentieel leren door randori. Randori is een chaos en creëert dus van nature veel variatie. Hierbij kunnen we het beste gebruik maken van progressieve weerstand. In plaats van een ‘dode’ oefening zonder weerstand, maken tori en uke continue afspraken over de weerstand.

We beginnen kort met geen of weinig weerstand tot de grove vorm van de oefening duidelijk is. Daarna gaat uke steeds meer problemen voor tori creëren. In het begin enkelvoudige problemen met een lage snelheid. Als tori de beweging beter beheerst, kan uke het tempo opvoeren en meervoudige problemen creëren. Op deze wijze worden tori en uke beiden uitgedaagd om de timing en finesses van hun beweging te ervaren. Een goede uke is de beste leraar.

We gaan dus niet van een statische situatie (“uke is een pop”) in één keer naar een wedstrijdsituatie (“uke mag alles”). We creëren elke keer opnieuw een omgeving waarin tori in meer dan de helft van de situaties het gewenste resultaat kan halen. Zodoende kan hij succes ervaren en leren wat minder goed werkt.

Immers, als we leren lezen beginnen we ook niet direct met Shakespeare na maan, roos, vis en vuur.

Immers, als we leren lezen beginnen we ook niet direct met Shakespeare na maan, roos, vis en vuur. Langzaam introduceren we steeds moeilijkere woorden en zinsconstructies en leren we sneller lezen.

In een volgende blog zal ik hier dieper op in gaan.

Combineer jouw kennis en ervaring met wetenschap

Hopelijk gaat iedereen aan de slag gaat met differentieel leren. Ik geloof dat judoka beter gaan bewegen en dat de trainingen nog leuker en uitdagender worden. Als de oefeningen met progressieve weerstand worden uitgevoerd, dan is het leuk voor iedereen en is het risico op blessures kleiner.

Wellicht heb je het idee in het begin dat je minder hard vooruit gaat. Als je een techniek zonder variatie en weerstand herhaalt met veel feedback (‘traditioneel leren’) van leraar en uke, dan heb je aan het einde van de les wellicht een mooie ‘truc’. Op korte termijn heb je een groot leereffect, maar op lange termijn is dit wellicht niet blijvend. En kun je het ook toepassen in randori? Of doe je de zogenaamde ‘fantasy martial arts’?

Bij differentieel leren heb je wellicht het gevoel dat je de techniek minder goed beheerst. Je probeert veel uit en maakt daarbij meer fouten, dus je lijkt minder snel vooruit te gaan. Echter, op lange termijn is het leereffect groter. Daarnaast geloof ik dat je sneller en beter randori kunt maken, omdat je door de variatie meer oplossingen tot je beschikking hebt in de chaos van een randori.

Als ik je dan als laatste vertel dat er ook wetenshappers (Beckmann & Schöllhorn) zijn die aanwijzingen hebben dat differentieel leren op korte termijn ook beter werkt dan traditioneel leren, dan kun je volgens mij niet anders dan dit zelf in de praktijk onderzoeken.

Door de combinatie van jouw kennis en ervaring met wetenschap, kunnen we een grote stap voorwaarts maken in het aanbieden van judo. Uiteindelijk gaan we meer judoka voor onze mooie krijgskunst behouden met het meer gevarieerd en uitdagend verdiepen.