Competitieregels: belangrijk of niet

De afgelopen jaren is er veel veranderd op het gebied van competitieregels. Denk aan het verbieden van ‘leg grabbing’ en afschaffen van kleine scores. Het belangrijkste doel van deze wijzigingen is het judo onderscheidend houden ten opzichte van andere worstelvormen.

Regelmatig ben ik kritisch over de competitieregels. Soms vragen mensen zich af waar ik me mee bemoei, omdat ik zelf geen actief competitiejudoka ben. Laat me dit toelichten.

Verschil randori en shiai

In mijn blog “Randori is een chaos” heb ik geschreven dat randori geen wedstrijd is. Het biedt de mogelijkheid om technieken in vrijheid te oefenen. Daarmee is het een tegenhanger van kata, waar alles volgens bepaalde afspraken wordt uitgevoerd.

Randori kan soms competitie benaderen, maar het belangrijkste doel is altijd leren en groeien. Soms kun je hiervoor beter op lagere intensiteit werken. Men kan inbrengen dat shiai (competitie) ook leren als doel heeft. In de praktijk zijn echter veel mensen gevoeliger voor een medaille en lof.

Wat is de invloed van competitieregels?

De regels beïnvloeden véél.

Competitieregels - Leg grabbing Sebastiaan Fransen en Björn Rauhé
Leg grabbing

Vroeger werd er bijvoorbeeld nog weleens een koka of yuko gescoord met een slecht uitgevoerde beengrijp-actie. Daarna werd de partij tactisch op slot gezet. Tegenwoordig zijn in de regels ‘leg grabbing’ en kleine scores verbannen, waardoor de judoka meer wordt gedwongen tot het maken van een echte werpactie voor een score. Dit is een positieve ontwikkeling.

In judo wordt de tijd voor ne-waza ook regelmatig aangepast in de competitieregels. Als de judoka meer tijd voor grondwerk krijgt, dan wordt dit vaker getraind. Als de tijd korter wordt, dan is het trainen van alleen werptechnieken efficiënter. Daarom zie je het passieve naar de buik draaien veel in (competitie)judo.

Een laatste voorbeeld. Bij Braziliaans jiujitsu leidt het staan van een persoon tijdens ne-waza niet tot een situatie waarbij de deelnemers allebei moeten opstaan en opnieuw vastpakken. De zogenaamde mate-situatie in het judo. De partij gaat gewoon door zonder onderbrekingen. Daardoor zie je veel meer staande passeertechnieken in BJJ. Een effectieve manier van passeren.

De regels beïnvloeden véél.

De relatie tussen randori en competitieregels

De regels hebben dus grote invloed op de competitie. Dit is logisch. Deze invloed is niet beperkt tot competitie. Het vloeit door in randori en judo. Hierdoor wordt het judo in bepaalde aspecten ‘enger’. Effectieve, mooie technieken verdwijnen naar de achtergrond. Bepaalde innovaties uit andere krijgskunsten en vechtsporten kunnen niet groeien in het judo.

Want ondanks dat randori vrijheid nemen is, zijn er afspraken. Al is het alleen maar voor de veiligheid. Het is fijn dat ondanks dat er atemi in judo zitten, er geen traptechnieken worden gebruikt tijdens randori. De uitdaging is het behouden van ‘compleet’ judo ondanks de noodzaak voor afspraken.

Theoretisch kunnen de regels voor randori en shiai totaal verschillend zijn. Bij randori is het opvoedkundige aspect en de veiligheid het allerbelangrijkste.

Bij wedstrijden zijn er ook andere (commerciële) belangen. De krijgskunst moet interessant worden gemaakt voor de sponsoren en Olympische Spelen. Ook de positionering ten opzichte van andere krijgskunsten en vechtsporten speelt mee.

Helaas zien we toch vaak dat in randori de geldende competitieregels van de Judo Bond Nederland worden gevolgd. Voor de competitiejudoka is dit enigszins verklaarbaar. Sommige coaches zijn bang dat de judoka anders bepaalde ‘verboden’ handelingen ook in competitie toepassen.

De competitieregels beïnvloeden dan ook voor een groot deel wat er tijdens de judotrainingen gebeurt. De trainer wil graag zijn judoka optimaal opleiden voor de competitie, ook al is het maar een klein deel van zijn judoka.

Het judo wordt hierdoor armer. Bepaalde, effectieve technieken worden weinig of niet langer beoefend. Gelukkig zitten er nog een kata-guruma en ashi-guruma in het kata, maar zullen we over een paar jaar nog mooie varianten van sukui-nage zien tijdens randori?

Hoe kunnen we het judo completer maken?

Er zijn initiatieven, zoals Freestyle Judo, om de competitieregels af te stemmen op oudere regels. Ook heeft het moderne invloeden vanuit bijvoorbeeld BJJ voor de punten in het ne-waza (grondtechnieken). Hiermee blijf je echter hetzelfde probleem houden. Je kiest alleen een andere invloed.

Ik heb geen perfecte oplossing. Wat voor mij goed werkt zijn de volgende tips:

  1. Train de technieken die effectief zijn en/of een opvoedkundige waarde hebben. Tijdens de training gaat er niets boven een mooie ko-uchi-maki-komi of kata-guruma. Leer de meest efficiënte vormen en pas ze aan de voor de competitiejudoka. Sta de technieken ook toe tijdens examens, mits gecontroleerd uitgevoerd.
  2. Het variëren van de regels in randori. Regelmatig spreken we in onderling overleg af dat alle judotechnieken zijn toegestaan. Natuurlijk voor zover dit veilig is. Het niveau van tori en uke moet toereikend zijn om de technieken gecontroleerd uit te voeren, als je bijvoorbeeld kata-guruma of beenklemmen toestaat. Ook leuk is in plaats van een judōgi een korte broek en t-shirt aantrekken voor randori.
  3. Cross training, het beoefenen van andere stijlen. Doordat deze vaak andere regels hebben, leer je improviseren en aanpassen. Ik haal zelf veel plezier uit het Braziliaans jiujitsu. Je leert heel snel welke technieken goed werken tegen een staande, verdedigende tegenstander. Ook kun je technieken aanpassen, zodat deze een dominante positie op de grond opleveren.

Dit is een korte uitleg met mijn tips. Ik ben benieuwd hoe andere judoka dit onderwerp zien. Zijn er lezers met andere tips voor het bewaren van effectieve technieken, zodat deze niet verloren gaan? Laat het weten in de reacties.

Neem de vrijheid in het katame-no-kata

Als je niet bekend met katame-no-kata, lees dan eerst Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata. Het is belangrijk om te weten dat in dit kata bij de osae-waza (houdgrepen) elke keer drie bevrijdingen door uke worden gedemonstreerd waarop tori adequaat reageert. Bij de shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen) reageert tori elke keer op één bevrijdingspoging van uke.

De bevrijdingen van uke zijn vrij in het kata. Als de bevrijdingen maar een logische opeenvolging zijn en realistisch worden uitgevoerd. Vervolgens kan tori hier adequaat op verdedigen, bijvoorbeeld door het veranderen van zijn positie of postuur.

Waarom deze vrijheid belangrijk is en kan worden benut licht ik later toe. Eerst een kort overzicht van de bronnen van de Kōdōkan over deze vrijheid.

Het handboek van de Kōdōkan

Laat me vooropstellen dat de door de Kōdōkan in dit kata voorgestelde bevrijdingen en verdedigingen absoluut het bestuderen waard zijn. Zij vormen een natuurlijk en logisch geheel. Een goed begin dus voor een eerste verkenning van het kata. Bekijk een demonstratie in onderstaande video.

Hier wordt meteen duidelijk dat er vrijheid is voor uke. Rond 6:30 wordt de volgende aanwijzing gegeven:

Ondanks dat dit de drie basismanieren van ontsnappen zijn, is het mogelijk om andere logische bevrijdingen te gebruiken. Welke methode uke ook gebruikt, hij moet voordeel halen uit de positie van tori om diens controle te verbreken.Kōdōkan DVD

Ook in het Engelse tekstboek op de website van de Kōdōkan staat een vergelijkbare tekst. Het enzovoort’ na het bieden van drie mogelijke bevrijdingen geeft aan dat niet alle mogelijkheden worden benoemd.

Uke probeert de ontsnappen door [..] enzovoort.Kōdōkan KATA Textbook Katame-no-Kata

Japanoloog Loek van Kooten heeft de Japanse versie van het boek bekeken. Daar gebruiken ze de woorden 例えば (bijvoorbeeld) en 等を試み (enzovoort te proberen). Daar blijkt dus ook dat uke vrij is in zijn bevrijdingen.

Maak het kata niet dood

Als alleen de bevrijdingen en verdedigingen van de DVD en het boek worden gekopieerd, dan wordt het een ‘dode’ oefening. Tori weet welke bevrijding van uke komen en is nimmer verrast. Ook uke gaat niet mogelijke bevrijdingen en patronen onderzoeken. Het kata wordt ‘eng’ getraind.

Het volgende stuk komt uit het boek Judo Formal Techniques van Otaki en Draeger. Zij waarschuwen voor het verliezen van de waarde van het kata en het bevat interessante aandachtspunten voor het katame-no-kata.

Bevrijdingspatronen van uke
Uke moet oprecht proberen te ontsnappen van tori zijn controletechnieken, maar alleen nadat tori de controle heeft bereikt en een startsignaal geeft. Er is nergens vastgelegd welke bevrijdingstechnieken van uke correct zijn. Dit kata is in dit aspect niet zo rigide, waardoor dit kata veel “realistischer” is dan het nage-no-kata. Mogelijke bevrijdingen van uke worden in de technische details beschreven bij de technieken in hoofdstuk 9, echter een paar algemene opmerkingen zijn hier nodig om misverstanden in het trainen te voorkomen.
Dit kata trainen met bepaalde, vaste bevrijdingen van uke, en slechts deze bevrijdingen, geven het kata een onnatuurlijk gevoel. Het kata wordt gereduceerd tot een oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen en heeft daardoor veel minder trainingswaarde dan bedoeld door de stichter [Jigorō Kanō].
In de correcte uitvoering van het kata weet tori niet welke bevrijdingen uke gaat proberen. Hoewel de mogelijke bevrijdingen van uke min of meer worden verwacht door tori, en sommige bevrijdingen de betere optie zijn, worden ze niet onveranderlijk en vooraf afgesproken uitgevoerd wat betreft hun verschijningsvorm en volgorde door uke.
Dit is extra van belang in osaekomi-waza. Uke moet in deze serie minimaal drie verschillende bevrijdingen proberen met daadkracht, ervoor zorgdragend dat het grote bewegingen zijn. Wurgingen en armklemmen als bevrijding kunnen het beste tot een minimum worden beperkt door uke, waar hij zich beter kan richten op het nemen van de juiste tegenmaatregelen zoals draaien, bruggen en het verbreken van de immobilisatie met realistische, grote bewegingen van het lichaam. De periodes dat uke zich probeert los te worstelen na het aanzetten van de controle tot het aftikken, moeten niet worden gehaast in een een-twee-drie aangelegenheid, gevolgd door het mairi (opgeven) signaal van uke. Het minimum is 5 tot 10 seconden van energieke bevrijdingen, zelfs wanneer dit kata wordt gebruikt voor demonstratiedoeleinden; in training kan het worden verlengd tot 30 seconden voor osaekomi-waza en daadwerkelijke opgave of ontsnapping door uke in de series shime- en kansetsu-waza.
In deze twee laatste series is de periode van worsteling door uke beduidend korter doordat de natuur van deze technieken vaak slechts een ontsnappingspoging door uke toestaan en vrijwel directe opgave veroorzaken indien goed uitgevoerd. Uke zijn ontsnapping is normaliter beperkt tot een poging met de focus op het neutraliseren van de aanval in plaats van het ontsnappen. Als de techniek juist is toegepast, heeft uke behoorlijk weinig bewegingsruimte en is daarom beperkt in zijn mogelijkheden tot bruggen, draaien en bewegen uit de controletechniek, hij kan niet veel meer doen dan opgeven.

In dit boek wordt ook duidelijk beschreven dat uke vrij is in zijn bevrijdingen. Door differentiatie in de volgorde en de uitvoering van verschillende bevrijdingen wordt tori gedwongen continu alert te zijn. Het kata ‘leeft’ en wordt geen saaie mechanische oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen.

Uke kan zodoende verschillende bevrijdingen en patronen onderzoeken en moet voldoende tijd nemen voor zijn pogingen voordat hij opgeeft. Uke wordt door het meer experimenteren in het kata gevoeliger voor de positie van tori en leert hier gebruik van maken.

Otaki en Draeger geven zelfs aan dat uke doorgaat tot opgave of ontsnapping. Dit impliceert dat uke serieuze pogingen tot ontsnappen onderneemt, ondanks dat hij vooral bij shime- en kansetsu-waza weinig bewegingsruimte en tijd heeft voor zijn poging tot ontsnappen.

Overigens is ‘verrast’ een relatieve term. Uiteindelijk zijn er een paar logische volgordes met goedwerkende bevrijdingstechnieken. Ook tori is bekend met deze technieken en patronen. Toch maakt het een groot verschil als uke geen vast riedeltje uitvoert.

Conclusie

Voor het optimaal trainen van kata moeten tori en uke vermijden dat het een rigide, vaste opvolging wordt van dezelfde bevrijdingen en verdedigingen. Uke kan net zoals in andere kata variëren met bijvoorbeeld timing en intensiteit. Daarnaast kan hij in het katame-no-kata ook spelen met de uitvoering en volgorde van de bevrijdingen. Hierdoor zal tori regelmatig op een andere manier moeten reageren.

Op deze wijze is het kata geen ‘dode’ oefening van een paar bewegingen. Tori en uke kunnen allebei leren van het kata en het is zeker van toegevoegde waarde in de technieken en het gevoel van de judoka in het controleren en bevrijden in het judo. Er is zoveel te ontdekken, zoals afstand verkleinen en vergroten, positie, postuur, gewichtsverdeling, druk en geduld. Daarom het advies:

Neem de vrijheid in het katame-no-kata!

Trainingsmethodes voor krijgskunsten

In het boek “Teaching Kids Jiu Jitsu” staan in de Lessons Learned een aantal trainingsmethoden. Ik vind het overzicht handig en ik heb het hieronder uitgebreid en aangepast naar andere krijgskunsten.

Het overzicht helpt bewust worden. Welke trainingsmethoden sluit het best aan op de leerling? Iedereen heeft zijn eigen voorkeur, zowel leerling als leraar. De ene methode is meer geschikt voor de beginner en andere methoden meer voor gevorderden.

Morihei UeshibaDoor het bewust kiezen van een goede mix van trainingsmethoden op basis van seiryoku zen’yō (een maximaal resultaat met minimale inspanning), kan worden gespeeld en geëvalueerd welke methoden in een bepaalde situatie optimaal werken.

Overigens hebben de verschillende methoden enige overlap. Dit is geen probleem aangezien het slechts een hulpmiddel is. Het doel is bewust omgaan met de lesinhoud. Niet het beschrijven van een compleet, allesomvattend model.

De onderstaande trainingsmethoden kunnen worden gebruikt. Ik licht vervolgens elke methode kort toe met voorbeelden.

  • Principe
  • Thema
  • Beweging
  • Techniek (waza)
  • Ketting
  • Als… dan…
  • Positie/situatie

Principe

Een specifieke techniek kan slechts in een beperkt aantal situaties worden toegepast. Een principe kan daarentegen in oneindige situaties worden toegepast.

Een voorbeeld. Tori leert de ude-hishigi-jūji-gatame met een voorwaartse rol vanuit de positie uke kniezit (bokje). Deze techniek kan tori niet gebruiken als hij uke tussen zijn knieën (guard) heeft, dus moet tori een nieuwe techniek leren om ook vanuit deze positie een jūji-gatame te kunnen maken. Zo moet voor elke verschillende situatie of armklem een nieuwe techniek worden aangereikt.

Trainingsmethode: Principe

Er kan ook een principe worden aangeleerd. Hierbij leert tori hoe hij de bovenarm moet controleren, zodat hij de elleboog kan isoleren en overstrekken. Tori kan dan vanuit vele positie een armoverstrekking maken, zoals jūji-gatame, waki-gatame en hiza-gatame, zonder dat hij de technieken en namen weet. Ik heb zelf wel eens ondersteboven met mijn hoofd een armklem aangezet, dit heb ik nooit als techniek geleerd!

Als ik beweeg, worden technieken geboren.

Laughing buddhaUiteraard kunnen technieken worden gebruikt voor het aanleren en begrijpen van de principes.

Focus niet te veel op de technieken, want je mist wellicht het principe!

Andere voorbeelden zijn trainingen gericht op het principe van opofferen zoals in sutemi-waza, het gebruik van kuzushi (balansverstoren) voor het maken van kantel-/keertechnieken, het omgaan met tegenslagen, het de-escaleren van agressie en het toepassen van jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf.

Thema

Een training kan ook worden samengesteld op basis van een thema. Denk hierbij aan thema’s, zoals randori, kata, shiai en zelfverdediging.

Trainingsmethode: Thema

Als het thema zelfverdediging is, kan worden gefocust op het principe tai-sabaki bij het ontwijken van atemi-waza (bijv. stoot- en traptechnieken). Vervolgens kan worden gereageerd met een worp en controle naar keuze. De leerlingen worden ook geadviseerd niet naar de buik te draaien, omdat dit een hele dominante positie voor tori oplevert.

Bij een training met als thema shiai kan de judoka wel naar de buik draaien (ik raad het nog steeds af). Als hij lang genoeg verdedigt, zegt de scheidsrechter mate en kan hij weer gaan staan. Een dergelijke training kan ook gericht zijn op de favoriete technieken die in competitie werken of het principe van kumi-kata (manier van vastpakken) die zijn toegestaan in competitie.

Mijn favoriete thema is illegale technieken in competitie. Dit heb ik afgekeken van mijn budovriend Bas Bakker. Hierbij kies ik bijvoorbeeld het principe benen grijpen met technieken zoals sukui-nage, ko-uchi-maki-komi en morote-gari. Leuk voor randori!

Thema’s nodigen uit tot zelfstudie. Denk bijvoorbeeld aan het thema combinaties (renraku-waza). De budoka oefenen eerst de principes tai-sabaki en hara, vervolgens maken ze hun favoriete combinatietechnieken in beweging. Uiteindelijk gaan ze randori trainen in de situatie waarbij uke alleen mag verdedigen, zodat tori kan combineren als de eerste techniek niet lukt.

Beweging

Een techniek bestaat vaak uit een of meerdere bewegingen. Zeker bij beginners zijn deze bewegingen onbekend. Daarom kan een training ook bestaan uit een losse beweging die vervolgens wordt toegepast in een aantal technieken.

Traingsmethode: BewegingIn het ne-waza is een basisbeweging ebi (hip escape), waarbij de leerling zich verplaatst op de grond. Vaak om de hoek ten opzichte van de ander te veranderen of het creëren van ruimte/afstand, dit zijn twee belangrijke principes in ne-waza.

Nadat met verschillende voorbereidende oefeningen ebi is geoefend, kunnen bevrijdingen uit houdgrepen worden geoefend waarbij ebi noodzakelijk is. Een andere voorbeeld met ebi is het maken van sankaku-jime door tori vanaf zijn rug.

Bij nage-waza kan worden gedacht aan basisbewegingen zoals tai-sabaki, tsurikomi en de kruispas. Vervolgens kunnen technieken worden getraind waarbij de pas kan worden gebruikt, zoals tai-otoshi, ashi-guruma en harai-goshi.

Het voordeel is dat een beweging in deze trainingsmethode vele malen wordt geoefend en deze eigen wordt gemaakt. De leerling kan de beweging gebruiken in verscheidene technieken, daarnaast is een beweging vaak ook gerelateerd aan bepaalde principes.

Techniek (waza)

Deze trainingsmethode ligt voor de hand en wordt erg vaak gebruikt. De training staat in teken van een techniek. In de warming-up worden vaak al oefeningen gedaan als voorbereiding op de techniek.

De warming-up begint bijvoorbeeld met een aantal oefeningen waarbij de leerling op een been staat, een been opzwaait en achterwaarts valt. Vervolgens worden een aantal vormen van ō-soto-gari getraind met verschillende kumi-kata en overnames (kaeshi-waza) op de worp.

Een andere voorbeeld is de eerder genoemde ude-hishigi-jūji-gatame. Deze kan worden aangeleerd vanuit het katame-no-kata, tori rug met uke in guard en als transitie naar ne-waza als tomoe-nage mislukt

Technieken kunnen worden aangeboden op verschillende manieren: kata, yaku soku geiko, kakari-geiko en (dynamische) uchi-komi. Focus hierbij eerst op de basis.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Het voordeel is dat een techniek vele malen wordt gerepeteerd waardoor de leerlingen zich deze eigen kan maken. Als de leerling dit bewust doet, gaat hij wellicht ook het principe achter de techniek doorgronden.

Ketting

Een ketting is een logische opvolging van technieken, zoals deze in randori of zelfverdediging voor kunnen komen. Het doel is dat de leerling ervaart hoe bepaalde technieken elkaar kunnen volgen. Alleen een losse techniek is vaak niet genoeg, daarom kunnen veelvoorkomende kettingen (paden) worden getraind. Uiteraard zoekt de leerling hierin op gegeven moment een eigen weg.

Trainingsmethode: Ketting

Een voorbeeld van een ketting: tori zet ō-soto-gari in, uke stapt uit. Tori combineert direct met ō-uchi-gari. Uke breekt zijn val en tori is alert (zanshin). Hij maakt een snelle passeerbeweging naar een houdgreep en controleert uke.

Deze ketting kan vaak worden gerepeteerd nadat deze is aangeleerd. Ook kan uke veel variëren, bijvoorbeeld vroeg of laat uitstappen en weinig of veel weerstand geven. Tori neemt altijd een actieve rol aan en zet zijn technieken realistisch in.

Kies logische, natuurlijke kettingen. Het is belangrijk voor het aanleren dat de grove lijnen eerst duidelijk worden. Daarna kan voor de gevorderden meer details worden toegevoegd.

Deze methode kan voor beginners worden gebruikt, zodat ze weten welke paden er mogelijk zijn. Ook kunnen principes duidelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld renraku-waza of zanshin na een worp voor een snelle transitie naar ne-waza.

Als… dan…

Deze trainingsmethode is vergelijkbaar met de ketting. Alleen nu hangen de reacties van tori volledig af van uke. Tori en uke hebben allebei een actieve rol.

Traingsmethode: Als... dan...Een voorbeeld van als.. dan…: tori maakt ō-soto-gari. Als uke uitstapt en terugduwt maakt tori een sasae-tsurikomi-ashi en volgt met een houdgreep. Als uke uitstapt en naar achteren leunt, maakt tori een ō-uchi-gari en komt in de guard van uke. Uke probeert vervolgens een schaarbeweging voor het kantelen van tori naar een houdgreep. Als tori de schaarbeweging verdedigt, dan komt uke overeind en duwt tori om met zijn heup naar een houdgreep.

Ah fijn, kijk uit dat een als… dan… niet te complex wordt, anders haken de leerlingen af!

You must be shapeless, formless, like water. When you pour water in a cup, it becomes the cup. When you pour water in a bottle, it becomes the bottle. When you pour water in a teapot, it becomes the teapot. Water can drip and it can crash. Become like water my friend.Bruce Lee

De voordelen zijn vergelijkbaar met kettingen. De reactiesnelheid kan worden vergroot. Ook wordt de creativiteit vergroot door het aanbieden van nieuwe paden of als de leerling wordt uitgedaagd tot het zelf bedenken van een als… dan… en deze te evalueren in randori.

Tori en uke kunnen leren wat hun doel is in bepaalde posities en situaties en welke paden er mogelijk zijn. Ook hier kunnen er weer principes aan toe worden gevoegd, zoals continu druk uitvoeren (mentaal en lichamelijk), kiai of actie/reactie.

Positie/situatie

In deze methode worden een aantal principes, technieken, kettingen of als.. dan... aangeboden vanuit een bepaalde positie of situatie. In ne-waza kan dit zijn dat tori op de rug ligt met uke tussen zijn knieën, bij tachi-waza kan worden gedacht aan een uke die in jigotai (verdedigende houding) rechtsvoor staat.

Trainingsmethode: Situatie

Deze methode kan worden gebruikt als een leerling aangeeft dat hij moeite heeft met een bepaalde positie of situatie. Het kan ook naar aanleiding van randori zijn, waarbij de leraar ziet dat leerlingen in bepaalde posities of situaties vastlopen.

Zijn er volgens jou nog andere trainingsmethoden voor het aanleren van krijgskunsten? Laat een bericht achter in de reacties onder dit bericht. Ik wil graag bovenstaande overzicht verbeteren, dus laat jouw feedback achter in de reacties.

Echt judo in randori

In mijn vorige blog, Randori is een chaos, stelde ik dat randori geen wedstrijd is. Het is naast kata een belangrijk middel voor het leren van judo. De belangrijkste aandachtspunten in randori zijn: het ego onder controle houden en het doseren van kracht. In deze blog wil ik mijn visie op randori verder uitwerken.

Ik wil ervoor pleiten in randori de huidige wedstrijdregels compleet te negeren. In plaats daarvan wil ik echt judo! In deze blog licht ik kort toe wat ik bedoel en waarom. Laat gerust jouw mening achter in de reacties onderaan de pagina.

Complexe regels voor randori zijn overbodig

Omdat randori geen wedstrijd is en niet op televisie wordt uitgezonden, biedt dit enorme mogelijkheden voor eenvoudige regels. Er is geen noodzaak voor gekleurde judopakken, duizend-en-een-verboden-pakkingen en andere complexe bureaucratiewedstrijdreglementen.

De belangrijkste regel is dat beide judoka leren van de randori. Natuurlijk volgens de judoprincipes maximaal resultaat met minimale inspanning (seiryoku zen’yō) en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen (jita kyōei).

Hierdoor is automatisch geborgd dat alleen veilige waza (technieken) worden toegepast en de judoka elkaar niet blesseren. Daarnaast kan de judoka niet krachtig defensief judoën, want dan leren beide judoka niet optimaal en wordt de kracht niet goed gedoseerd.

Een pak van mijn hart

Als deze belangrijkste regel duidelijk is, zijn voor randori geen complexe wedstrijdreglementen benodigd. We kunnen slechts enkele eenvoudige regels afspreken voor randori en judo op zijn best beoefenen. Dit is waar de pret begint!

Leg grabbing in randoriIk ben er een voorstander van dat we echt judoën. Alle kumi-kata zijn toegestaan als zij niet overmatig defensief worden gebruikt of onveilig zijn voor een of beide judoka.

Dit betekent dat het repertoire effectieve technieken weer toeneemt. Ik noem een kata-guruma, sukui-nage en morote-gari als prachtige voorbeelden. Jigorō Kanō nam niet voor niks de kata-guruma op in het nage-no-kata. Laten we samen afspreken dat deze uitstekende technieken weer zijn toegestaan tijdens randori.

Aan de grond genageld

Laten we ook het ne-waza weer de aandacht geven die het verdiend. Zolang er goede progressie is naar een eindcontrole, dan gaan we door op de grond. Je kunt soms best een halve minuut bezig zijn op zoek naar een goede opening naar een armklem of verwurging.

Ik ben absoluut geen voorstander van overdreven defensieve houdingen op de grond. Judo stamt af van de oude Japanse krijgskunsten. Laten we ons dan ook dusdanig gedragen. Een gevecht stopt niet op de grond.

Judoka zijn niet passief, kijkend als een angstig haasje tot de scheidsrechter mate roept, in buikligging of op elleboog en knieën. Deze posities gebruik je slechts in uiterste nood als transitie naar een dominantere positie.

Beter goed afgekeken, dan alles verbieden

Braziliaans Jiu-Jitsu
Braziliaans jiujitsu © John Lamonica

Jigorō Kanō stelde het judo samen op basis van technieken uit verschillende jujutsu-scholen. Vervolgens gaan wij allerlei technieken verbieden en ne-waza vermijden omdat… waarom eigenlijk? Laten we juist de goede technieken kopiëren uit sambo, grappling en Braziliaans jiujitsu en leren door middel van gezamenlijke trainingen. Daarmee verrijken we het judo alleen maar.

Uiteraard selecteren we technieken op een vergelijkbare manier als Kanō. De technieken zorgvuldig toetsend aan de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Als ze veilig zijn en niet alleen op kracht gebaseerd, dan kunnen we ze opnemen in onze eigen waza.

Het probleem zit hem namelijk niet in de technieken, maar in de judoka. Als de judoka de judoprincipes niet begrijpen, dan gaan ze ver voorover staan met de armen gestrekt. Dan gaan ze schijnaanvallen maken, technieken gebaseerd op louter kracht toepassen of ze zijn passief in ne-waza.

Laten we dus vooral de ‘oude’ judotechnieken blijven toepassen en het judo verrijken met technieken uit onder andere sambo en Braziliaans jiujitsu. Zolang deze technieken voldoen aan de judoprincipes kunnen we ze opnemen in onze eigen prachtige krijgskunst.

Nuance

Uiteraard kan ik me voorstellen dat sommige scholen veel wedstrijdjudoka trainen. Ik snap dat zij het wedstrijdreglement volgen om verwarring bij hun pupillen te voorkomen. Mitesco noemt dit op zijn blog overigens shiai-geiko, wellicht een betere term dan randori.

In Nederland zijn er echter vooral verenigingen waar voornamelijk judoka oefenen ter ontwikkeling van lichaam en geest. Dit is het grootste aantal binnen het ledenbestand van de Judo Bond Nederland. Zij kunnen prima het complete judo worden aangeleerd.

Veel randori en kruisbestuiving

Ik hoop dat we in Nederland veel randori blijven maken. Randori op basis van de judoprincipes seiryoku zen’yō en jita kyōei. Laten we vooral niet het huidige wedstrijdreglement volgen, maar goed judo propageren. Judo op basis van een beperkt aantal eenvoudige regels voor de veiligheid van de judoka. Voor de rest kunnen de judoka onderling afspraken maken over randori.

Op deze wijze blijft het judo evolueren. Er kan mooie kruisbestuiving plaatsvinden met bijvoorbeeld sambo en Braziliaans jiujitsu. Judo blijft gebruik maken van een breed spectrum van efficiënte en effectieve technieken. Het laat zich niet beperken door complexe wedstrijdregels.

Tenslotte baseerde Jigorō Kanō het judo ook op meerdere oude stijlen jujutsu. Hij kopieerde wat goed was en liet weg wat niet werkte. Vervolgens evolueerde het judo, omdat Kanō en zijn beste studenten allemaal verbetering doorvoerden op basis van hun ervaring. Laten wij deze slimme werkwijze behouden, want stilstand is achteruitgang!

Ben jij het eens met mijn blog? Of vind jij juist dat we tijdens randori het wedstrijdreglement moeten volgen? Laat hieronder in de reacties jouw mening achter.