Neem de vrijheid in het katame-no-kata

Als je niet bekend met katame-no-kata, lees dan eerst Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata. Het is belangrijk om te weten dat in dit kata bij de osae-waza (houdgrepen) elke keer drie bevrijdingen door uke worden gedemonstreerd waarop tori adequaat reageert. Bij de shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen) reageert tori elke keer op één bevrijdingspoging van uke.

De bevrijdingen van uke zijn vrij in het kata. Als de bevrijdingen maar een logische opeenvolging zijn en realistisch worden uitgevoerd. Vervolgens kan tori hier adequaat op verdedigen, bijvoorbeeld door het veranderen van zijn positie of postuur.

Waarom deze vrijheid belangrijk is en kan worden benut licht ik later toe. Eerst een kort overzicht van de bronnen van de Kōdōkan over deze vrijheid.

Het handboek van de Kōdōkan

Laat me vooropstellen dat de door de Kōdōkan in dit kata voorgestelde bevrijdingen en verdedigingen absoluut het bestuderen waard zijn. Zij vormen een natuurlijk en logisch geheel. Een goed begin dus voor een eerste verkenning van het kata. Bekijk een demonstratie in onderstaande video.

Hier wordt meteen duidelijk dat er vrijheid is voor uke. Rond 6:30 wordt de volgende aanwijzing gegeven:

Ondanks dat dit de drie basismanieren van ontsnappen zijn, is het mogelijk om andere logische bevrijdingen te gebruiken. Welke methode uke ook gebruikt, hij moet voordeel halen uit de positie van tori om diens controle te verbreken.Kōdōkan DVD

Ook in het Engelse tekstboek op de website van de Kōdōkan staat een vergelijkbare tekst. Het enzovoort’ na het bieden van drie mogelijke bevrijdingen geeft aan dat niet alle mogelijkheden worden benoemd.

Uke probeert de ontsnappen door [..] enzovoort.Kōdōkan KATA Textbook Katame-no-Kata

Japanoloog Loek van Kooten heeft de Japanse versie van het boek bekeken. Daar gebruiken ze de woorden 例えば (bijvoorbeeld) en 等を試み (enzovoort te proberen). Daar blijkt dus ook dat uke vrij is in zijn bevrijdingen.

Maak het kata niet dood

Als alleen de bevrijdingen en verdedigingen van de DVD en het boek worden gekopieerd, dan wordt het een ‘dode’ oefening. Tori weet welke bevrijding van uke komen en is nimmer verrast. Ook uke gaat niet mogelijke bevrijdingen en patronen onderzoeken. Het kata wordt ‘eng’ getraind.

Het volgende stuk komt uit het boek Judo Formal Techniques van Otaki en Draeger. Zij waarschuwen voor het verliezen van de waarde van het kata en het bevat interessante aandachtspunten voor het katame-no-kata.

Bevrijdingspatronen van uke
Uke moet oprecht proberen te ontsnappen van tori zijn controletechnieken, maar alleen nadat tori de controle heeft bereikt en een startsignaal geeft. Er is nergens vastgelegd welke bevrijdingstechnieken van uke correct zijn. Dit kata is in dit aspect niet zo rigide, waardoor dit kata veel “realistischer” is dan het nage-no-kata. Mogelijke bevrijdingen van uke worden in de technische details beschreven bij de technieken in hoofdstuk 9, echter een paar algemene opmerkingen zijn hier nodig om misverstanden in het trainen te voorkomen.
Dit kata trainen met bepaalde, vaste bevrijdingen van uke, en slechts deze bevrijdingen, geven het kata een onnatuurlijk gevoel. Het kata wordt gereduceerd tot een oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen en heeft daardoor veel minder trainingswaarde dan bedoeld door de stichter [Jigorō Kanō].
In de correcte uitvoering van het kata weet tori niet welke bevrijdingen uke gaat proberen. Hoewel de mogelijke bevrijdingen van uke min of meer worden verwacht door tori, en sommige bevrijdingen de betere optie zijn, worden ze niet onveranderlijk en vooraf afgesproken uitgevoerd wat betreft hun verschijningsvorm en volgorde door uke.
Dit is extra van belang in osaekomi-waza. Uke moet in deze serie minimaal drie verschillende bevrijdingen proberen met daadkracht, ervoor zorgdragend dat het grote bewegingen zijn. Wurgingen en armklemmen als bevrijding kunnen het beste tot een minimum worden beperkt door uke, waar hij zich beter kan richten op het nemen van de juiste tegenmaatregelen zoals draaien, bruggen en het verbreken van de immobilisatie met realistische, grote bewegingen van het lichaam. De periodes dat uke zich probeert los te worstelen na het aanzetten van de controle tot het aftikken, moeten niet worden gehaast in een een-twee-drie aangelegenheid, gevolgd door het mairi (opgeven) signaal van uke. Het minimum is 5 tot 10 seconden van energieke bevrijdingen, zelfs wanneer dit kata wordt gebruikt voor demonstratiedoeleinden; in training kan het worden verlengd tot 30 seconden voor osaekomi-waza en daadwerkelijke opgave of ontsnapping door uke in de series shime- en kansetsu-waza.
In deze twee laatste series is de periode van worsteling door uke beduidend korter doordat de natuur van deze technieken vaak slechts een ontsnappingspoging door uke toestaan en vrijwel directe opgave veroorzaken indien goed uitgevoerd. Uke zijn ontsnapping is normaliter beperkt tot een poging met de focus op het neutraliseren van de aanval in plaats van het ontsnappen. Als de techniek juist is toegepast, heeft uke behoorlijk weinig bewegingsruimte en is daarom beperkt in zijn mogelijkheden tot bruggen, draaien en bewegen uit de controletechniek, hij kan niet veel meer doen dan opgeven.

In dit boek wordt ook duidelijk beschreven dat uke vrij is in zijn bevrijdingen. Door differentiatie in de volgorde en de uitvoering van verschillende bevrijdingen wordt tori gedwongen continu alert te zijn. Het kata ‘leeft’ en wordt geen saaie mechanische oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen.

Uke kan zodoende verschillende bevrijdingen en patronen onderzoeken en moet voldoende tijd nemen voor zijn pogingen voordat hij opgeeft. Uke wordt door het meer experimenteren in het kata gevoeliger voor de positie van tori en leert hier gebruik van maken.

Otaki en Draeger geven zelfs aan dat uke doorgaat tot opgave of ontsnapping. Dit impliceert dat uke serieuze pogingen tot ontsnappen onderneemt, ondanks dat hij vooral bij shime- en kansetsu-waza weinig bewegingsruimte en tijd heeft voor zijn poging tot ontsnappen.

Overigens is ‘verrast’ een relatieve term. Uiteindelijk zijn er een paar logische volgordes met goedwerkende bevrijdingstechnieken. Ook tori is bekend met deze technieken en patronen. Toch maakt het een groot verschil als uke geen vast riedeltje uitvoert.

Conclusie

Voor het optimaal trainen van kata moeten tori en uke vermijden dat het een rigide, vaste opvolging wordt van dezelfde bevrijdingen en verdedigingen. Uke kan net zoals in andere kata variëren met bijvoorbeeld timing en intensiteit. Daarnaast kan hij in het katame-no-kata ook spelen met de uitvoering en volgorde van de bevrijdingen. Hierdoor zal tori regelmatig op een andere manier moeten reageren.

Op deze wijze is het kata geen ‘dode’ oefening van een paar bewegingen. Tori en uke kunnen allebei leren van het kata en het is zeker van toegevoegde waarde in de technieken en het gevoel van de judoka in het controleren en bevrijden in het judo. Er is zoveel te ontdekken, zoals afstand verkleinen en vergroten, positie, postuur, gewichtsverdeling, druk en geduld. Daarom het advies:

Neem de vrijheid in het katame-no-kata!

Kata: doel of middel?

Vorige maand was grootmeester Yamamoto Shiro (9e dan Kōdōkan) in Nederland voor een aantal stages. Op dinsdagavond 30 augustus 2016 verzorgde deze autoriteit in het judo een stage katame-no-kata. Het was bijzonder druk in de dōjō.

Yamamoto Shiro

Shiro Yamamoto
© Bob Lefevere

Na een uitgebreide warming-up en een paar inleidende oefeningen van Richard de Bijl begon grootmeester Yamamoto zijn verhaal. Hij begon niet direct met de groetceremonie of de eerste handelingen uit het kata. Het eerste halfuur ging het over de achtergrond van het judo en kata.

Ik heb hierover nagedacht. Waarom koos hij hiervoor? Misschien wilde hij benadrukken dat het niet om de vorm of de inhoud (techniek) gaat? Dat zij geen doel op zich zijn, slechts vehikels naar een hoger doel?

Het doel van een auto

Zoals een auto voor velen een middel is om naar een doel te komen. De auto is geen doel op zich (auto’s kosten veel geld). Soms kan een auto ook een opzichzelfstaand doel zijn, zeker als het een mooie, rode Ferrari is. Kijk maar eens naar de prachtige vormen van de carrosserie of de techniek van de motor. Echter, het belangrijkste doel van een auto is het vervoeren van A naar B.

Het doel van het kata blijft het overbrengen van belangrijke principes. Ook al zijn er sterke vermoedens dat Kanō Jigorō in zijn latere leven meer interesse toonde in de esthetiek. Doch in eerste instantie ontwierp hij het kata, omdat hij niet meer alle judoka persoonlijk kon onderwijzen en toch belangrijke principes aan iedereen wilde overdragen met kata.

Katame-no-kata

De stage van Yamamoto ging over het katame-no-kata. Als we kijken naar het doel van het katame-no-kata is dat de principes van het controleren met grondtechnieken overbrengen. Het kata bestaat uit drie series, namelijk osae-waza (houdgrepen), shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen).

Elke keer demonstreert tori hoe hij gecontroleerd een houdgreep, verwurging of klem aanlegt. Vervolgens probeert uke te ontsnappen, zodat tori van zijn kant weer laat zien dat hij daarop kan anticiperen. Anticiperen kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld het veranderen van de hoek ten opzichte van uke of het verlagen van zijn eigen zwaartepunt.

No show

Soms is het verleidelijk voor tori en uke om zichzelf te verliezen in het imiteren van kata. Dan wordt het imiteren belangrijker dan het bestuderen van de vorm en inhoud. Er wordt uren gestoken in het uitmeten van de afstanden (toma en chikama) en de judoka bewegen als robots.

Hiermee wordt het doel van het kata uit het oog verloren. Het kata wordt een doel op zich. Natuurlijk is een mooie vorm belangrijk, een goed schilderij komt ook beter tot zijn recht met een passende lijst. Echter, uiteindelijk is het kata een middel voor het bestuderen van belangrijke principes. De vorm en inhoud dragen daar aan bij.

Dan is de vraag niet of toma 1,2 of 1,4 meter is, maar wat betekenen deze afstanden? Niet de verplaatsingen in het kata imiteren, maar waarom bewegen op een bepaalde manier in het katame-no-kata? En met welke principes kun je anticiperen op de ontsnappingen van uke?

Uke zal zich hopelijk tijdens het kata ook zaken afvragen, bijvoorbeeld wat hebben effectieve ontsnappingen gemeenschappelijk? Er zijn judoka die een ontsnapping imiteren in het kata, terwijl ze niet weten wat en waarom ze het zo doen.

Een prachtige beweging gekopieerd van de dvd betekent niet veel. De judoka kan dan tijdens randori een knie tegen tori aanzetten en vervolgens gebeurt er niets, want op de kata-dvd houdt de ontsnapping daar op! Of bestudeert de judoka echt het kata en kan hij of zij ruimte maken met de knie en die ruimte gebruiken voor de ontsnapping? Vervolgens kan hij of zij dat ook toepassen bij katame-waza die niet zijn opgenomen in het kata. Het grote voordeel van principes boven technieken.

Natuurlijk en logisch

In deze blog heb ik het katame-no-kata als voorbeeld genomen dat een middel niet met het doel moet worden verward. Uiteraard geldt dit ook voor de andere kata. Het kan zelfs worden toegepast op het judo als geheel.

Bruce LeeWordt het kata slechts geïmiteerd als een mooi toneelstuk zonder interpretatie, dan is het kata een doel op zich geworden. Imitatie is nooit natuurlijk. Het is show. Imitatie is voor velen het eerste stadium van leren, maar moet een judoka in dit stadium blijven hangen? Kijk ook eens naar Beschermen, kapotmaken en verlaten voor de verschillende stadia van leren.

Indien het kata met vorm en inhoud (technieken) een middel is, dan worden op den duur de principes onderdeel van de judoka. Het kata, de vorm en de inhoud, zijn overbodig geworden. Het doel is bereikt en de principes zijn onderdeel van de judoka. Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Dit is wat de Japanse sensei meerdere malen hebben benadrukt tijdens hun bezoeken. Het moet logisch en natuurlijk zijn.

Sinds Ichijōji leek het voor Musashi de natuurlijke, menselijk manier om beide handen en beide zwaarden te gebruiken. Alleen gewoonte, klakkeloos gevolgd door de eeuwen heen, had het abnormaal doen lijken. Hij voelde dat hij een onbetwistbare waarheid had ontdekt: door gewoonte lijkt onnatuurlijk natuurlijk, en vice versa.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Genieten van het kata

Het kata is dus geen doel op zich en een middel voor het bestuderen van de judoprincipes. Daarom moet een judoka focussen op het bestuderen van judo en niet op het imiteren van het kata. Zoals Yamamoto eerst begon met verdieping in de geschiedenis van het kata en het ‘waarom’ in plaats van de vorm en inhoud imiteren. Dan is het kata een middel naar het doel en geen show. Natuurlijk en logisch judo op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei . Dit doel moet vervolgens weer leiden tot het hogere doel: jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon.

Als laatste wil ik benadrukken dat het kata toch wel een doel op zichzelf zijn. Dan niet zoals bij katawedstrijden (zie Het gevaar van katawedstrijden) of danexamens. Nee, ik bedoel als bij het voorbeeld van de Ferrari. Ook de kata hebben een prachtige schoonheid! Het is heerlijk om naar te kijken en van te genieten! Vooral het itsutsu-no-kata bevat een prachtige dynamiek tussen de tori en uke, waar je helemaal in op kunt gaan.

Uke, van natte krant tot leraar

In het judo wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de begrippen tori en uke. Tori is diegene die de technieken uitvoert (‘neemt’), uke is diegene die de technieken ontvangt. Althans, zo wordt het vaak uitgelegd. Kijk eens naar de volgende uitleg van tori en uke op een belangrijke Japanse website over judo.

Strand Björn en SebastiaanAlleen op deze begrippen kun je al een filosofische discussie loslaten, want wie neemt en ontvangt? Mitesco heeft op zijn blog hiertoe een mooie aanzet gemaakt in zijn blog Torificatie van het judo. Echter, ik bewaar deze discussie voor een andere blog of voor onder het genot van een hapje en drankje.

In deze blog wil ik de ontwikkeling van uke beschrijven. We beginnen bij de uke als lijdend voorwerp, met de nadruk op lijden. We eindigen bij een hele andere uke, die mijn inziens de judoprincipes optimaal uitdraagt.

Uke is een lijdend voorwerp

Ik ken nog een tijd uit mijn beginperiode als judoka waar je een ‘loser’ was als uke. Eigenlijk hoefde een judoka geen correcte ukemi-waza (valbreken) te leren. Een goede judoka valt namelijk nooit. De nadruk lag op tori, op winnen en ‘gooien’. De uke was een natte krant, enorm passief.

Dat dit nadelige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van beide judoka was niet bij iedereen bekend. Uke leerde weinig en het risico bestond dat als hij toch een keer viel zich blesseerde. Tori zat opgescheept met een uke die niet wilde vallen, dus kon zijn waza (technieken) niet oefenen.

Gelukkig ken ik niet langer judoscholen met een dergelijke destructieve visie tegen allen principes van het judo in. Iedereen erkent dat harmonie belangrijk is in het judo.

Uke is een springveer

Helaas werd in eerste instantie het begrip harmonie verkeerd begrepen. De uke veranderde in een springveer. Tori maakte slechts een halve inzet tot een worp en uke vloog door de lucht.

Katame-no-kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéDeze uitvoering van de uke zie je nog regelmatig. Dit hoort bij het leerproces van uke. Soms werkt uke te veel mee, soms werkt uke te veel tegen. In de krijgskunsten moet je balans vinden, zo ook in de rol als uke, totdat je logisch en natuurlijk reageert.

Uiteraard is een springende uke geen wenselijke situatie. Zowel de uke als tori leren niet de judoprincipes, omdat de trainingssituatie niet gebaseerd is op de realiteit. Het is een toneelstukje, zoals helaas nog veel randori en kata worden uitgevoerd. Zoals Cichorei Kano het mooi heeft verwoord op het E-Judo Forum: “Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.”

Je ziet een 1+1 personen oefening in plaats van een oefening tussen 2 personen.Cichorei Kano

Uke is een partner

Uiteindelijk kom je als uke hopelijk in de fase dat je een partner bent. Hierbij neemt de uke een actieve rol aan en helpt de tori niet door zichzelf in de juiste balansverstoring te plaatsen of te springen als tori de worp niet goed inzet.

De actieve rol betekent dat uke spanning op zijn lichaam (vanuit hara) heeft. Uke laat zich plaatsen en doet dit niet uit zichzelf. Continu zoekt uke naar de optimale trainingssituatie voor tori. Bijvoorbeeld door meer weerstand te bieden, naarmate de tori de judoprincipes beter beheerst.

Soms krijg ik weleens de vraag als leraar: “Ja maar, als uke niet tegenwerkt, dan werkt de techniek toch niet als uke wel tegenwerkt.” Dat is tot op zekere hoogte waar.

Echter, tori moet eerst de techniek goed beheersen. Daarvoor moet uke de kans bieden door een eenvoudige trainingssituatie te creëren. Je leert ook niet direct zonder rijinstructeur autorijden op de snelweg. Waarschijnlijk leer je eerst op een rustig parkeerterrein gasgeven en schakelen, voordat de rijinstructeur je in steeds lastigere verkeerssituaties laat oefenen.

Met judo is het niet anders. Je leert eerst de techniek toepassen zonder weerstand. Vervolgens past uke steeds meer weerstand toe. Lukt de techniek niet meer? Wellicht komt dit omdat de judoprincipes niet goed worden toegepast of omdat uke handelt met voorkennis van de oefening (tip: probeer het dan tijdens randori als uke het niet verwacht).

Na analyse kan natuurlijk ook blijken dat de techniek echt niet werkt en bepaalde openingen voor uke bevat, dan wordt het aanpassen of vergeten!

Uke is een leraar

Nog beter dan de ideale trainingssituatie creëren voor de andere judoka is het in mijn ogen als de uke zicht opstelt als leraar. De judoscholen waar dit wordt toegepast leveren vaak de beste judoka op. Iedereen is bezig met de continue verbetering van elkaar.

De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.
De beste leraren laten je zien waar te kijken, maar vertellen je niet wat te zien.

Doordat uke continu analyseert waar tori nog kan verbeteren, kan hij daar de trainingssituatie op aanpassen en aanwijzingen geven. Dit kan bij het trainen van kata en randori.

Een voorbeeldje. Tori maakt een verwurging vanaf zijn rug en heeft geen controle met de benen. Uke ontsnapt en de verwurging lukt niet. Tori en uke gaan terug naar de beginsituatie en analyseren samen waar de controle verloren ging en hoe deze kan worden verbeterd. Hierin laat een goede uke uiteraard tori zelfontdekkend leren.

Uke leert zelf ook

De ultieme uke is een uke die zich niet alleen actief opstelt voor tori en ook een actieve houding neemt in zijn eigen ontwikkeling. Je kunt als uke zoveel leren met een actieve houding. De optimale ukemi-waza, tai-sabaki, lichaamshouding (postuur/structuur), ademhaling en de judoprincipes. Denk ook aan het filosofische ‘ontvangen’ en vertaal dit door naar het dagelijks leven.

Daarnaast kun je natuurlijk veel leren van tori. Hoe maakt tori de kuzushi (balansverstoring)? Waar zitten mogelijke openingen in de techniek? Maakt tori nieuwe technieken of voert hij technieken anders uit? Hoe past tori de judoprincipes toe? Uke zoekt continu naar verbeteringen in zijn eigen begrip van judo.

Dit is natuurlijk niet eenvoudig. Het is lastig op alles tegelijk letten. Echter, de actieve houding is belangrijk voor het toepassen van de judoprincipes. Je behaalt maximaal resultaat (seiryoku zen’yō) door geen natte krant te zijn, maar actief te werken aan de ontwikkeling van tori en jouw eigen ontwikkeling (jita kyōei & jiko no kansei).

Tot slot

Ik ben er groot voorstander van om het judo niet vanuit tori te benaderen. Uke is minimaal even belangrijk in het judo. Wellicht dat uke zelfs een grotere rol speelt in de ontwikkeling van de judoka dan de leraar en tori. Een goede uke kan enorm veel invloed hebben op de kwaliteit van een training.

Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn.Geïnspireerd door Peter Donkers

Uke moet ook voldoende aandacht krijgen tijdens de judotraining. Eigenlijk ken ik alleen goede judoka, die ook uitmuntende uke zijn. Het is niet voor niets dat in de Kōdōkan je voor een examen het kata zowel als tori en als uke moet uitvoeren. Dit zorgt dat ook de ontwikkeling van goede uke op peil blijft en daarmee de ontwikkeling van judo.

Een goede uke zijn, is meer dan louter goed kunnen vallen. Correcte ukemi-waza is natuurlijk wel de basis, zoals ik heb gesteld in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1). Daardoor kun je vrij bewegen omdat je niet bang bent om geworpen te worden.

Een goede uke biedt daarnaast tori continu een uitdagende situatie aan. Een situatie waarin tori wordt geprikkeld om te leren en zijn grenzen te verleggen. Zodoende kan hij tori sturen naar verbetering.

Zelf is uke steeds alert op het verbeteren van zichzelf en vinden van mogelijke verbeterpunten door het analyseren van tori en zijn eigen rol in de trainingssituatie. Met als uiteindelijke doel het eigen maken en optimaal uitdragen van de judoprincipes. Ben je dan tori (nemer), uke (ontvanger) of beiden?

Pelgrimstocht van een judoka

Een paar jaar geleden kwam ik in aanraking met de dramaserie MUSASHI van de Japanse televisiezender NHK. Echt fantastisch! De serie is grotendeels gebaseerd op het gelijknamige boek van Eiji Yoshikawa en Het boek van de vijf ringen geschreven door Miyamoto Musashi zelf. Dit laatste boek wordt nog steeds veel gebruikt voor het leven en binnen de zakenwereld voor zijn strategische inzichten en wijsheid.

Miyamoto Musashi

Musashi (1584 – 1645) is nog steeds een van de bekendste zwaardvechters in Japan. Hij is vooral bekend door het gelijktijdig gebruik van twee zwaarden in zijn stijl Hyōhō Niten Ichi-ryū. Door het gebrek aan betrouwbare bronnen zijn er veel varianten van zijn levensverhaal en is er flink op los geromantiseerd.

In ieder geval was Musashi een rōnin (een samurai zonder meester). Hij reisde door Japan en duelleerde met vele samurai. Een dergelijke pelgrimstocht wordt in het Japans ook wel musha shugyō (krijgerstraining) genoemd.

Musha shugyō

Koboku Meikakuzu (Miyanoto Musashi)
Inktschildering door Miyamoto Musashi (Koboku Meikakuzu)

De romantische versies over krijgerstraining gaan puur over het perfectioneren van de gevechtskunsten, zowel lichaam als geest. Denk aan het trainen bij andere scholen door het hele land en duelleren met andere krijgers voor het perfectioneren van eigen lichaam en geest. In de realiteit ging het echter ook vaak over het verkrijgen van naamsbekendheid en het zoeken naar werk.

Musha shugyō deed me denken aan twee aspecten relevant voor de ontwikkeling van een judoka:

  1. Het nut van shiai (wedstrijden)
  2. De pelgrimstocht van een judoka

1. Het nut van shiai

In mijn vorige artikel (zie Henk Grol zoekt een hart van goud) schreef ik over Henk Grol. Dit is een voorbeeld van wedstrijdjudo zonder toegevoegde waarde. Het is eigenlijk gekkenwerk, zoals Mitesco mooi verwoord in zijn blog Kichigai 気違.

In het Japans gebruiken ze het woord “gekken” (schermen) ook, bijvoorbeeld voor zwaardvechtshows. Gekken waren vaak gericht op het verkrijgen van roem en verdienen van geld.
Ik zie een analogie, maar dat terzijde.

Judowedstrijden kunnen daarentegen ook enorme meerwaarde bieden. Zij zijn een perfect middel voor het testen van vaardigheden en omgaan met weerstand. In die zin kan een deelnemer niet verliezen.

Het gaat erom dat de judoka ondervindt hoe hij omgaat met spanning en weerstand. Daarnaast kan hij zijn technieken testen tegen judoka die anders zijn opgeleid. Het is een cliché, maar daardoor niet minder waar: een wedstrijd is een gevecht tegen jezelf om van te leren.

2. De pelgrimstocht van een judoka

Het nadeel van wedstrijden is dat je weinig voelt en ziet van een andere judoka in een relatief korte wedstrijd. Het meetrainen met andere judoka en scholen is daarom zeer interessant. Dan kun je een completer beeld krijgen van de technieken van een andere school, maar ook van de attitude en andere zaken. Wat uiterst leerzaam is.

Daarom raad ik iedereen aan: trek de wereld over, leer van veel andere scholen en test jouw vaardigheden tegen vele experts in judo, Braziliaans jiujitsu, sambo en andere vechtkunsten. In het proces bouw je ook een fantastisch netwerk met vrienden op.

Is dit onmogelijk? Nee, zeker niet. Kijk eens op de website BJJ Globetrotter. Het is een voorbeeld van iemand die ruim vijf maanden de wereld is overgetrokken voor het volgen van trainingen en wedstrijden in Braziliaans jiujitsu.

Voordelen van een pelgrimstocht

Een dergelijke reis van vijf maanden is natuurlijk fantastisch, maar niet voor iedereen weggelegd. Begin dan eenvoudiger! Train eens voor een periode mee met een andere school in de buurt. Dit kan zijn van dezelfde of een hele andere krijgskunst.

Neil Adams, Angelique Wolters-Rijsdijk en Sebastiaan Fransen
Angelique Wolters-Rijsdijk, Neil Adams en Sebastiaan Fransen tijdens een NVJJL-clinic

Bezoek clinics van experts. De NVJJL organiseert jaarlijks vele mooie trainingen, maar er zijn ook veel individuele initiatieven van scholen. Kijk ook of je kunt deelnemen aan clinics in andere disciplines, zoals sambo en Braziliaans jiujitsu. Een andere fantastische ervaring is de zomercursus van de Kōdōkan. Een week trainen met allemaal experts en gelijkgestemden in Japan, de bakermat van het judo.

Wil je nog verder out-of-the-box? Volg eens een workshop van Wim Hof (The Iceman) voor een lekker ijsbad of volg een zentraining. Allemaal ervaringen voor het ontwikkelen van lichaam en geest. Dit kan alleen door overload, dus nieuwe prikkels. Zo kun je heel Nederland, Europa of de wereld over op zoek naar nieuwe prikkels.

Prikkels, prikkels, prikkels

Door het verbreden van jouw horizon, krijg je nieuwe prikkels. Deze prikkels uiten zich in de vorm van nieuwe mensen, locaties, technieken, attitudes, inzichten en nog veel meer. Zij brengen jouw lichaam en geest uit balans. Hierdoor ga je de prikkels verwerken en dit leidt tot aanpassingen. Op deze wijze ontwikkel je jouw lichaam en geest.

Ik leer nog steeds enorm veel van mijn huidige leraren. Echter, in een nieuwe omgeving krijg ik zo veel prikkels, dat mijn ontwikkeling in een stroomversnelling geraakt.

Een simpel voorbeeld: judo vindt vooral staand plaats, dus je focust vooral op nage-waza (werptechnieken). Braziliaans jiujitsu is vooral gericht op het grondgevecht. Daar leer je dus veel meer over ne-waza (grondtechnieken).

Bij nieuwe prikkels leer ik omgaan met mijn onzekerheid en spanningen. Leer ik hele andere bewegingen en technieken. Test ik mijn vaardigheden tegen anderen die werken vanuit een andere mindset met andere technieken. En kan ik ook mijn kennis en ervaring overdragen als de school hiervoor openstaat. Een mooie vorm van kruisbestuiving.

De nieuwe inzichten en vaardigheden verwerk ik allemaal. Ik pas ze aan indien nodig en neem ze op. Voor de ontwikkeling van lichaam en geest. Met mijn ontwikkeling kan ik dan bijdragen aan de groei van mijn eigen school, waardoor zij meegroeien.

Persoonlijke noot

Grappling met Bas BakkerIk heb altijd bij vele scholen getraind en veel clinics gevolgd. Ook via het lesgeven kom ik regelmatig in contact met andere scholen. Hierdoor ben ik met veel leraren en vechtkunsten in contact gekomen. Ik heb deelgenomen aan de Europese en Wereldkampioenschappen Judo Kata. Een hoogtepunt was het bezoeken van Japan en deelnemen aan de zomercursus van de Kōdōkan.

Door deze vele inzichten heb ik veel geleerd en langzaam een eigen weg gevonden. Op deze wijze kan iedereen een eigen weg vinden. Als je verder kijkt dan jouw eigen school, dan krijg je veel meer inzicht in budo en het leven. Ik raad dan ook iedereen een eigentijdse vorm van de musha shugyō aan.

Deze maand ben ik begonnen met trainen bij een school Braziliaans jiujitsu. Vol verbazing kijk ik elke week naar de diepgang van de grondtechnieken en de dynamiek. Ook de single leg (kuchiki-taoshi en kibisu-gaeshi) en double leg takedown (morote-gari) zijn leerzaam, want die zie je niet vaak meer in het judo. Een belangrijk deel van de trainingen bestaat uit sparren. Daarnaast heerst er ook een hele andere sfeer.

Ik word enorm uitgedaagd. Vooral in het grondwerk moet ik een paar aanpassingen maken tegen de dynamiek van deze vaardige sporters. Ik leer allerlei nieuwe technieken en mijn motorische vaardigheden worden af en toe flink op de proef gesteld. Daarnaast is voor het sparren op het eind een andere conditie nodig dan ik gewend ben in het judo.

Door deze overload aan nieuwe prikkels, zie ik al de eerste ontwikkelingen in mijn lichaam en geest. Dan bedoel ik niet alleen de spierpijn! De komende tijd ga ik zeker door met trainen in Braziliaans jiujitsu. Daarnaast denk ik aan het meedoen met toernooien als ik daar klaar voor ben. Ik blijf op mijn manier de wereld rondreizen in de zoektocht naar perfectie van mijzelf (jiko no kansei).

Ik wil iedereen aanraden: verbreed je horizon en beperk je niet tot de visie van één school. Leren en integreren, zoals Jigorō Kanō dat ook deed toen hij judo bedacht. Prikkel jezelf! Ga de wereld in. Maak nieuwe vrienden. Doe nieuwe kennis en inzichten op. Test je vaardigheden. Ga het gevecht met jezelf aan. Perfectioneer jouw lichaam en geest. Geniet ervan!

Met dank aan Loek voor zijn substantiële bijdrage aan dit artikel.

Slagen in het nage-no-kata

Otaki en Draeger beschrijven in Judo Formal Techniques zeer gedetailleerd de Kōdōkan randori-no-kata. De randori-no-kata bestaan uit het nage-no-kata en katame-no-kata.

In deze blog wil ik het hebben over de slagen in het nage-no-kata. Het boek bevat gedetailleerde informatie over het voortschrijdend inzicht van uke in zijn aanvallen. Hij leert van zijn vorige aanvallen, waardoor elk aanval subtiel verandert.

De slag bij het nage-no-kata

Er staan veel details in het boek van Otaki en Draeger. Het bevat niet alleen aandacht voor de technische beschrijvingen van de kata (omote), maar geeft ook veel achtergrondinformatie over de onderliggende principes (ura). Het boek bevat speciale hoofdstukken over bijvoorbeeld verplaatsingen, standen en valbreken.

Aan de slagen in het nage-no-kata zijn ook meerdere pagina’s toegewijd. Er staat een interessant verhaal over de subtiele verschillen in de slagen. Uke leert van elke vuistslag op het hoofd van tori en past zijn aanval aan op basis van voortschrijdend inzicht. Er zijn vier slagen in het nage-no-kata: seoi-nage, uki-goshi, ura-nage en yoko-guruma. Zie onderstaande video voor de verschillende slagen.

Seoi-nage

De eerste aanval van uke is vol overtuiging en een beetje roekeloos, omdat hij of zij nog niet verslagen is door tori. Uke wil tori met zijn slag achterwaarts en naar de grond slaan. Hij ‘leunt’ een beetje voorwaarts in de stoot en zijn gewicht komt naar voren. Tori kan dit momentum goed gebruiken voor de seoi-nage.

Uki-goshi

Uke heeft geleerd van de eerste slag. Bij deze slag is hij voorzichtiger. Hij houdt zich in en beperkt zijn voorwaartse momentum door zijn gewicht beter te centreren. Zijn lichaam is stijver. Uke wil nog steeds tori achterwaarts en naar de grond slaan. Tori duikt onder de slag door en werpt met uki-goshi.

Ura-nage

Uke wordt niet moedeloos, maar wel voorzichtiger. Deze slag brengt hij zijn zwaartepunt subtiel lager. Hij wil tori vooral naar de grond slaan met zijn vuistslag, zoals je een paal de grond inslaat met een hamer. Dit zie je ook duidelijk in het kata, als uke misslaat over de schouder van tori. Op dat moment verplaatst tori goed onder uke en werpt met ura-nage.

Judo Formal Techniques (Otaki and Draeger)Yoko-guruma

De laatste slag is uke toch wel een beetje teleurgesteld. Drie keer ‘verslagen’ is geen best resultaat. Hij lokt weer de ura-nage uit, maar houdt dit keer zijn achterste voet een beetje achter. Hierdoor verandert de werprichting. Tori hangt nu in de ura-nage, maar ervaart verzet. Uke maakt het tori nog lastiger met een tweede aanval om de nek van tori, waardoor zij voorover moet buigen. Echter gebruikt tori dit moment en werpt met yoko-guruma.

Hoe zit het dan bij de Kōdōkan

Otaki en Draeger vermelden in hun boek dat er historische aanwijzingen zijn dat er een subtiel verschil is tussen de vier slagen in het nage-no-kata. Dit onderscheid wordt door de Kōdōkan echter niet gemaakt. Kijk maar eens in de beschrijving van het nage-no-kata.

Zelf aan de slag

Wat kun je met deze informatie? Wil je slechts een hogere graad met examens of een medaille met wedstrijden, dan is deze uitleg in Judo Formal Techniques leuke achtergrondinformatie.

Gebruik je het kata als leermiddel, dan is het interessant studiemateriaal waar je uren zoet mee kunt zijn. Het bestuderen van de patronen in actie/reactie en het variëren met slagen is erg leuk. Wat voor invloed heeft het op zaken zoals balansverstoring (kuzushi), positioneren (tsukuri) en inzetten (kake)?

Reality based self-defense en judo

Regelmatig vragen ouders van nieuwe judoka of judo een goede vorm van zelfverdediging is. Mijn eerste antwoord is meestal: “Ik adviseer eerder een schietschool.” Dat is natuurlijk geen reële optie voor een jeugdjudoka. In deze blog geef ik mijn visie op judo als zelfverdediging. Echter mijn bevindingen kunnen eenvoudig worden vertaald naar andere krijgskunsten.

Bedenk dat dit een heel complex onderwerp is, dus deze blog kan slechts een paar ideeën overdragen. Ik ben een judoka en gelukkig geen doorgewinterde ervaringsdeskundige met betrekking tot geweld. Voor het controleren van mijn denkbeelden raadpleeg ik wel regelmatig vrienden met ervaring op het gebied van realistische zelfverdediging en heb ik off- en online bronnen over dit onderwerp bestudeerd. Dit adviseer ik iedereen die reality based wil trainen. Denk altijd bij alle bronnen en deze blog aan Nietzsche: “Waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn.”

Een goede start is overigens het boek The Ultimate Guide to Reality-Based Self-Defense. De titel is kansloos en doet geen recht aan de informatieve inhoud. Echter het boek bevat vele verschillende inzichten over reality based self-defense. Op basis van dit boek kun je verder zoeken op interessante concepten gerelateerd aan realistische zelfverdediging.

“Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind”

Als we naar zelfverdediging kijken, dan is er nogal een verschil tussen pesten op school of een terroristische aanval met automatische geweren. Als je alleen hebt geoefend tegen een ongewapende tegenstander die van voren aanvalt, is het vechten met een gewapend persoon die van achteren aanvalt onbegonnen werk.

Een term die veel voor zelfverdediging wordt gebruikt om dit concept duidelijk te maken is reality based self-defense. Het idee is dat je jezelf alleen kunt verdedigen in situaties die je hebt getraind. Of zoals de beroemde zwaardvechter Musashi het verwoorde: “Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind.”

6e05ab_0ec6dc7272c34609bb26edcc523e7856.png_srz_971_508_85_22_0.50_1.20_0.00_png_srzIn dit geval schiet judo veelal tekort. In judo anticiperen we altijd op een aanval, omdat we hebben gegroet en weten dat uke gaat aanvallen. Er is geen stoot adrenaline die wel degelijk ontstaat als je onverwachts op straat wordt aangevallen. Dit heeft allemaal gevolgen, fysiek en mentaal. Denk aan de invloed van angst op de motoriek.

Heb je ook geoefend met meerdere tegenstanders? Of als je familieleden moet beschermen die geen ervaring met zelfverdediging hebben? Kun je tegen pijn? Een val op een harde ondergrond is heel anders dan een val op een zachte, verende tatami. Daarnaast kun je een stoot niet altijd weren als deze onverwachts komt. Allemaal belangrijke zaken in reality based self-defense. “Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind.”

Een geweten is iets moois

Herman van Veen zingt in een van zijn nummers: “Want een geweten is iets moois, maar als je ‘t hebt, dan ben je wel ontzettend zwaar gehandicapt.” Dat is een groot ‘probleem’ voor judoka. Criminelen hebben geen geweten en spelen niet volgens regels. Dit is een generalisatie, maar je kunt bij zelfverdediging het beste van het slechtste uitgaan.

Als je als judoka niet verwacht dat een crimineel van achteren aanvalt. Fout! Je mag geen ogen uitsteken, in het kruis trappen en bijten. Fout! Een baksteen kun je niet gebruiken als wapen. Fout! Als de crimineel een mes heeft en aftikt, dan laat je los! Fout! Kijk maar eens naar het onderstaande hilarische filmpje van Bas Rutten over straatvechten.

Dit klinkt allemaal erg voor de hand liggend, maar als judoka ben je geconditioneerd met regels op basis van wederzijds respect en discipline. In een echt gevecht zijn deze hinderend. Je enige regel is: Ik moet overleven en ontsnappen.”

seiryoku zenyo jita kyoeiIn dat opzicht kun je vragen of het trainen voor zelfverdediging en judo samengaan. Het belangrijkste doel van judo is het trainen van het lichaam en verfijnen van de geest. Ondanks dat Jigorō Kanō zelfverdediging als een onderdeel van judo zag. Kun je een onvoorwaardelijke overlevingsdrift zonder regels combineren met de zachtmoedigheid van judo?

Nog een paar hiaten

Een ander hiaat in veel krijgskunsten is dat reality based self-defense zoveel meer omvat dan een paar technieken zoals worpen en armklemmen. Een hele belangrijke techniek is ontsnappen. Veel gevechten eindigen op de grond. Hoe kun je veilig opstaan zonder veel schade door trap- en stoottechnieken. Hoe vaak wordt dit getraind in de dōjō?

Sun Tzu Art of Wart Self-defense begint veel eerder dan de genoemde technieken. Het begint met observeren en onveilige situaties voorkomen. Vertrouwen op je zintuigen en het onderbuikgevoel. Toch een stukje omlopen als dit beter voelt. De beste zelfverdediging is een vermeden gevecht.

Zelfverdediging is bij een confrontatie ook heel veel psychologie. Veel criminelen gebruiken dezelfde technieken voor het benaderen van hun slachtoffer. Als je hierop voorbereid bent, kun je hierop anticiperen. Ze merken dat ze het ‘verkeerde’ slachtoffer hebben gekozen en haken af. Daarbij is het ook belangrijk dat je jouw eigen angst kunt reguleren. Hoe vaak oefenen we dit realistisch met krijgskunsten?

Scenario’s in reality based self-defense

Het trainen van scenario’s is belangrijk, zodat je de aspecten van psychologie, observeren, de-escalerend handelen en het verrassingseffect kan oefenen. Begin niet met een afgesproken aanval recht van voren. Train bijvoorbeeld dat je in gesprek bent met een tegenstander. Kijk of je het gesprek kan de-escaleren met onderhandelingstechnieken. Observeer de handelingen van de tegenstander, zijn er ‘cues’ dat hij of zij gaat aanvallen? Beslis wanneer je een aanval plaatst en vlucht.

Of kijk hoe je reageert als de tegenstander als een jack-in-the-box vanuit het niets stoot met een suckerpunch (zie het onderstaande filmpje van SPEAR door Tony Blauer). Misschien haalt de tegenstander plots een mes of geweer tevoorschijn. Oefen ook eens terwijl je met je ogen dicht begint, zodat als je je ogen opent wordt geconfronteerd met een onbekende situatie en spontaan moet reageren.

Denk ook eens aan scenario’s dat je door de tegenstanders uit een auto wordt getrokken. Of dat je buiten in de sneeuw staat met een dikke winterjas, ijsmuts en handschoenen aan. Vecht als ‘slachtoffer’ ook eens asymmetrisch. Dat wil zeggen niet een judoka tegen judoka, maar vecht tegen mesvechters, (kick)boksers of experts in krav maga (ééntje zonder gekleurde band).

Judo en reality based self-defense

Het lijkt misschien alsof judo helemaal geen voordelen biedt voor zelfverdediging. Dit is absoluut niet waar. Je traint je lichaam, vooral de core, waardoor je sterker wordt. Daarnaast is een belangrijk aspect de ‘paradox van kracht’. Wanneer je kracht hebt, hoef je dit minder vaak te gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat veel criminelen hun slachtoffers uitzoeken op basis van lichaamshouding. Als een getrainde judoka een zelfverzekerde houding heeft, rechtop loopt en contact heeft met zijn omgeving is de kans op een aanval kleiner.

Ik adviseer ouders judo als een goede basis. Veel gevechten bestaan ook uit een vorm van worstelen. De meeste worpen uit het judo zijn uiterst effectief. Kijk naar vele straatgevechten en herken de judotechnieken. judoka zijn gewend aan lichaamscontact en weten daarom niet beter. Zij hebben daardoor een voordeel ten opzicht van andere stijlen zoals kendo, boksen en sommige vormen van jujutsu. Zeker als je jezelf niet beperkt tot technieken toegestaan volgens het wedstrijdreglement. Houd hierbij ook rekening met mogelijke stoot-, slag- en traptechnieken (geven en ontvangen), zoals Jigorō Kanō adviseert.

Daarnaast is judo goed voor de opvoeding van het kind. Het trainen van lichaam en verfijnen van de geest. Ze leren over respect en discipline en het ontwikkelen van een sterk lichaam.

Vervolgens kan het kind op oudere leeftijd een keuze maken. Zich richten op een constructieve krijgskunst met belangrijke principes voor het scheppen van een betere wereld of het destructieve reality based self-defense. Zelfverdediging is zeker de moeite waard, want er is nog steeds veel geweld op straat. Echter het geweld is zo groot geworden met messen en geweren, dat vele jaren dagelijks trainen nodig is om enigszins kans te maken in een gevecht. Wil je die tijd investeren met het risico dat je tegenover vijf terroristen met een AK-47 staat?

Via Loek van Kooten ontving ik nog een prachtige Japanse anekdote uit de dramaserie Ryōmaden over het leven van Ryōma dat hierop aansluit. Het is wellicht geromantiseerd, maar het is een schitterende anekdote.

“Ryōma Sakamoto, een beroemde samurai, de grondlegger van het Japanse staatsbestel en de oprichter van de Japanse marine, was tevens een fervent kendoka. Hij trainde in de befaamde Chiba Dōjō bij meester Sadakichi Chiba. Als hij op een dag de kurofune (de enorme zwarte stoomschepen) van de Amerikanen in Japan ziet verschijnen, uit hij zijn twijfel over de zin van kendo: zijn zwaard is immers niets meer dan een speld tegen deze schepen. Daarop stuurt zijn meester hem de dōjō uit.

Als Ryōma later met nieuwe inzichten terugkeert, vraagt zijn meester hoe Ryōma de stoomschepen wil verslaan. Ryōma antwoordt: “Of ik win of verlies, wordt niet bepaald door het zwaard, maar door mijzelf.”

Ik heb de keuze gemaakt voor judo. Misschien naïef, maar ik ga liever uit van het goede in de mens. Tot nu toe is dit een goede keuze geweest, want het judo heeft mijn leven in vele opzichten verrijkt. Ik verdiep me nog wel in zelfverdediging, vooral het vermijden en de-escaleren van risicovolle situaties. Toch ben ik vooral bezig met het werken aan mezelf en daarmee aan een betere wereld. Reality based self-defense vind ik interessant, maar hopelijk hoef ik het nooit te gebruiken!

Zien jullie judo of een andere krijgskunst als een goede vorm van zelfverdediging? Heb je het weleens moeten gebruiken? Houd je rekening in jouw training met reality based self-defense?

Bewegen in het katame-no-kata

Dit is de eerste blog naar aanleiding van de vraag van een lezer. De vraag is waarom we bewegen zoals we bewegen in het katame-no-kata. Het is natuurlijk een aparte manier van bewegen op de knieën. Een manier die je wellicht niet direct terugziet in randori en menig judoka laat klagen over pijnlijke knieën na afloop van het kata. Voor wie niet weet waar ik het over heb, kijk even naar het onderstaande filmpje van het katame-no-kata.

De materialen van de Kodokan

De meest logische plek voor uitleg zijn de dvd en het tekstboek van de Kodokan. Deze organisatie is de bakermat van het judo en onderhoudt de standaarden voor de kata. In het tekstboek van katame-no-kata staan de verschillende bewegingen inderdaad beschreven.

“Both simultaneously take one step backward with their left feet, kneel down on their left knees on the previous spots of their left heels while keeping their left toes raise. Both move to slide their right feet to their right sides (the lower leg at about 90° with the thigh) and put their right palms on their right knees while resting their left hands naturally down. This posture is called Kyoshi or Kurai-dori. Then, Uke moves his right foot to the inner side, takes one step forward with his right foot following on his left knee (Shikko) and move to slides his right foot to his right side again to take the posture of Kyoshi.”

Dit is een prachtige beschrijving van de buitenkant (omote). Het geeft keurig de technische details van kyoshi of kurai-dori weer. Helaas wordt niet ingegaan op ura, dat wat niet direct zichtbaar is en verborgen ligt. Helaas is dit vaak zo in diverse leermiddelen over kata.

Zelden wordt ingegaan op het waarom. Ergens is dat ook wel logisch. De techniek beschrijven kan iedere judoka, maar voor de achtergrond en betekenis van kata is veel onderzoek en studie nodig. Op dit moment zijn er veel geromantiseerde verhalen over de Japanse krijgskunsten en is toegang tot de originele bronnen erg moeilijk. Dit maakt onderzoek voor een ‘buitenstaander’ erg lastig, zeker door de taal- en cultuurbarrière.

Maar ook voor ‘insiders’ is onderzoek lastig, zij hebben ook nooit gestreden in een harnas op een echt slagveld. Zij moeten dus ook de oude taal en cultuur doorgronden op basis van beschrijvingen uit die tijd. Daarom is een goed begrip van bijvoorbeeld koshiki-no-kata erg lastig met een judogi.

Wat betekenen kyoshi en kurai-dori?

In de bovenstaande tekst van de Kodokan vallen een aantal Japanse termen op. Soms kan vertalen van deze Japanse termen inzichten verschaffen. Volgens de Kodokan zijn kyoshi en kurai-dori een beschrijving van dezelfde houding.

Kyoshi (踞姿) kan worden vertaald als “geknielde houding”. Kurai-dori (位取) betekend “positie nemen”. Helaas bieden deze vertalingen weinig inzicht in de achtergrond van de termen. Overigens wordt in het boek Judo Formal Techniques (p. 120) kurai-dori anders uitgelegd als “het verplaatsen in kyoshi met behulp van tsugi-ashi”.

De auteurs lichten dit toe achter in het boek. “Deze verplaatsende beweging is afgeleid van de bewegingen van zwaardvechters uit oude en middeleeuwse tijden. Zij haalden hun krachtige slagen uit deze positie door het timen van de actie van hun zwaard met hun lichaamsbewegingen. Experts in het zwaardvechten kunnen vanuit seiza in kyoshi (gesloten vorm) komen, simultaan het zwaard trekken en tegelijk afweren of een snijdende aanval maken. De uitvinder [Jigoro Kano] gebruikte deze houding en verplaatsing voor het versterken van de benen en heupen en het creëren van meer flexibiliteit in het onderlichaam.”

Dit geeft dus een eerste verklaring van de oorsprong en het waarom. Helaas is de bron niet duidelijk, dus we weten niet met zekerheid of Kano inderdaad de houding en verplaatsing gebruikte in het katame-no-kata voor het versterken van de benen en heupen en het creëren van meer flexibiliteit in het onderlichaam.

Wat is shikkō?

Shikkō (膝行) betekend “knielopen” of “kniegang”. Het lopen op de knieën komt in andere krijgskunsten terug, bijvoorbeeld in het aikido. Of kijk in het boek Bokken (houten oefenzwaard) van Dave Lowry.

Deze vorm van bewegen is beleefder dan opstaan en rechtop lopen. Dit werd bijvoorbeeld gebruikt als het voetvolk zich verplaatste in de aanwezigheid van de adelstand of in de buurt van een altaar. Er zijn nog andere verklaringen, maar dat lijken vooral geromantiseerde verhalen te zijn. Een van deze verhalen is dat staan niet kon in Japanse gebouwen, omdat deze laag werden gebouwd in verband met schaarse en dure bouwmaterialen. Een andere mooie uitleg is dat als iedereen laag was een aanval van de samurai (krijger) eerder op zou vallen.

Een betere verklaring van kyoshi

In het boek Judo Formal Techniques van Tadao Otaki en Donn F. Draeger wordt veel meer beschreven over de achtergrond van het kata. Op pagina 116-117 wordt kyoshi uitgelegd en geschreven dat “er een grote stabiliteit in deze lichaamshouding is”. Daarnaast staat er dat “tori zichzelf moet beperken tot lichaamshoudingen en –verplaatsingen die een volledige expressie zijn van de hoogste staat van kalmte en stille alertheid.”

Op pagina 118 worden de auteurs nog specifieker. “De kwaliteiten van kalmte en stille alertheid worden versterkt door kyoshi. Ondanks dat deze lichaamshouding deftig is, is het strikt alleen een gevechtshouding.” Er wordt verwezen naar een voetnoot waar nogmaals wordt benadrukt dat “kyoshi en zijn varianten zichtbaar zijn in vele oude Japanse krijgskunsten, waaronder kunsten met het zwaard, speer, pijl en boog, hellebaard en de korte stok en lange stok en uiterst zinvolle houding is”.

Kyoshi in kime-no-kata

Als we kijken naar het kime-no-kata kunnen we ook de positie kyoshi terug zien. Kijk maar naar de onderstaande foto. De houding kun je bijvoorbeeld terugzien in ude-hishigi-waki-gatame en ude-hishigi-hara-gatame. Als je bedenkt dat kime-no-kata is samengesteld op basis van technieken uit oude jūjutsu scholen, dan lijkt de bewering van Otaki en Draeger te kloppen. Kyoshi, kuraidori en shikkō zijn overgenomen uit klassieke scholen.

Kime-no-kata Sebastiaan Fransen & Björn RauhéDenk hierbij ook bijvoorbeeld aan het koshiki-no-kata, waarbij tori meerdere malen in kyoshi gaat zitten om de rug van uke aan te vallen. Er is zelfs een foto van Kano, uitvinder van het judo, in deze positie. Het koshiki-no-kata bestaat grotendeels uit technieken van Kitō-ryū.

Koshiki no kata van KanoKyoshi in Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū

Verschillende boeken van de Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū laten ook afbeeldingen zien van kyoshi en verschillende varianten. Tenjin Shin’yō-ryū en Kitō-ryū zijn beide oude jūjutsu scholen, waar Jigoro Kano trainde voordat hij Kodokan judo uitdacht.

Tenjin Shin'yō-ryūIn een van de boeken van een vechtkunst gebaseerd op Tenjin Shin’yō-ryū uit ongeveer 1898 staat bijvoorbeeld de volgende tekst: “Om via deze houding zo veel mogelijk vastberadenheid, concentratie, alertheid, kiai en mannelijkheid te tonen, dient u volgens de interpretatie van deze illustratie nog de volgende details toe te voegen: richt de knie en de punten van de tenen naar buiten, open naar Yoko Ichimonji, laat de knieschijven en de tenen in elkaars verlengde liggen en zet kracht in de onderbuik.”

Dit bevestigt dat de houding komt uit oude vechtkunsten en dat het belangrijk is voor kalmte en stille alertheid. Toch is het ook een krachtige houding, waarbij het onderlichaam wordt ontwikkeld (kracht in de onderbuik).

Conclusie

Een hele duidelijke conclusie trekken blijft lastig. Maar het lijkt evident dat de kyoshi houding en verplaatsingen in tsugi-ashi zijn overgenomen van andere jūjutsu scholen waar Jigoro Kano heeft getraind. De reden voor het niet opstaan, ligt zeer vermoedelijk in etiquette. De keuze voor deze houding is de grote stabiliteit en mobiliteit, in seiza is dit bijvoorbeeld veel beperkter.

Wellicht heeft Kano ook de intentie gehad het onderlichaam van de tori en uke te trainen, waarvoor deze positie zinvol is. Kano bedacht judo als een opvoedkundige vorm voor lichaam en geest, dus dit is zeker aannemelijk. Ik kan echter geen bron vinden die dit bevestigt.

Het belangrijke van deze houding en bewegingen is dat de judoka ze gebruikt met kalmte en stille alertheid. Volledig klaar voor de aanval. Kyoshi draagt bij aan zanshin. Dat is belangrijk in elk kata. Dus volgende keer bij het bestuderen van katame-no-kata, ga ik ervoor “om via deze houding zo veel mogelijk vastberadenheid, concentratie, alertheid, kiai en mannelijkheid te tonen.”

Zoals altijd ben ik benieuwd naar jullie meningen en ervaringen. Heb je bronnen die bovenstaande bevestigen of juist tegenspreken, deel deze dan met de judowereld. Daarnaast wil ik wederom Loek van Kooten bedanken voor het zoeken naar bronnen en vertalen van Japanse teksten.

Mitsu-no-sen: drie vormen van initiatief

Het go-no-sen is op dit moment een populaire keuze voor danexamens. Het bestaat uit minder handelingen vergeleken met het nage-no-kata en katame-no-kata, waardoor judoka hiervoor kiezen. Het kata bestaat uit twaalf kaeshi-waza (overnames). Hierbij is vooral het moment van de overname belangrijk, maar helaas zijn hier geen duidelijke richtlijnen voor. In dit artikel meer over de verschillende momenten van overnemen.

Geen duidelijke richtlijnen

Mikonosuke Kawaishi
Mikonosuke Kawaishi

Het is niet met zekerheid te zeggen waar het kata is ontwikkeld. Mikonosuke Kawaishi schrijft in het boek The Complete Seven Katas of Judo dat op de Waseda Universiteit het kata is ontwikkeld. In Nederland wordt door sommige mensen gesteld dat Kawaishi het kata zelf heeft ontwikkeld. Dit is uiterst twijfelachtig. Het is waarschijnlijker dat Kawaishi het go-no-sen in Europa heeft verspreid.

Het go-no-sen is geen Kodokan kata. Er zijn dan ook geen duidelijke internationale richtlijnen die worden bijgehouden en er is weinig historische informatie bekend over het kata. Kawaishi beschrijft het kata in zijn eerder genoemde boek. Echter deze richtlijnen laten veel vrijheid voor eigen interpretatie.

Dit blijkt ook uit verschillende uitvoeringen van het kata op YouTube. Sommige judoka voeren het go-no-sen in beweging uit, anderen uit stilstand. In weer andere uitvoeringen maakt uke de eerste keer de worp, waarna tori de tweede keer de worp van uke overneemt.

Lees voor meer informatie over de historie van het kata het onderzoek Kōdōkan jūdō’s three orphaned forms of counter techniques – Part 1: The Gonosen-no-kata ―“Forms of post-attack initiative counter throws door Carl de Creé.

Richtlijnen voor Nederland

De Judo Bond Nederland heeft voor de danexamens richtlijnen op laten stellen. Deze richtlijnen staan in de Handleiding go-no-sen (Berber Roorda en Mark Bette i.s.m. de Nationale Graden Commissie Judo).

Het voordeel van het vaststellen van richtlijnen is dat het duidelijk wordt hoe een kata kan worden uitgelegd (leraar), uitgevoerd (examenkandidaat) en beoordeeld (examinator). De richtlijnen in Nederland zijn mogelijk strikter dan de originele richtlijnen van het kata met als doel duidelijkheid voor iedereen.

Er is helaas nog een verschil in interpretatie binnen Nederland. Het verschil gaat over het juiste moment voor het uitvoeren van de overname. Deze discussie schept verwarring voor leraren, examenkandidaten en examinatoren. Wat soms uitmondt in teleurstellingen als een judoka hard heeft getraind voor een dangraad, maar zakt voor het examen door een verschil in interpretatie.

Helaas geeft de laatste versie van de richtlijnen (maart 2015) ook geen volledige duidelijkheid. Er wordt gesproken over “tori moet een laat initiatief demonstreren en moet dus wachten op het LAATSTE moment voor een effectieve overname”. Dit is niet meetbaar en kan door iedereen anders worden uitgelegd en begrepen.

Discussie van het moment

De discussie gaat dus over het moment van de overname. In het go-no-sen is verrassend go-no-sen het moment dat de worp moet worden overgenomen. Dit is gebaseerd op mitsu-no-sen, de drie vormen van initiatief.

Deze drie momenten zijn go-no-sen, sen en sen-sen-no-sen. In bijvoorbeeld kendo worden deze momenten veelvuldig gebruikt. Een voorbeeld hiervan kan worden verkregen in het boek Het boek van de vijf ringen van de beroemde Japanse zwaardvechter Miyamoto Musashi. Andere mooie voorbeelden staan op diverse Kendo-sites.

Ook in het boek Judo Formal Techniques (hoofdstuk 6) van Tadao Otaki en Donn F. Draeger staan de momenten beschreven.

“Kano recognized three levels of combative initiative (sen): (1) go no sen, the ‘late’ form of attack initiative, usually characterized as a defensive move or counteraction; (2) sen, the attack initiative that is also defensive but launched simultaneously with the aggressor’s attack; (3) sen-sen no sen, a supraliminal attack initiative, also defensive but appearing to be offensive, through which the aggressor’s attack is anticipated and ‘beaten to the punch’ by an appropriate action.”

Op basis van bovenstaande bronnen ben ik tot de onderstaande interpretatie van de drie momenten gekomen.

Go-no-sen

Hiza-guruma
Hiza-guruma 膝車 → hiza-guruma 膝車

Uke zet een aanval volledig in. Tori kan alleen nog reageren op de aanval van uke met een verdediging in overeenstemming met de aanval van uke. Tori maakt tai-sabaki of blokkeert en neemt het initiatief over door middel van een overname. Er kan een korte strijd plaatsvinden om de weerstand van uke te overwinnen. Dit hoeft niet indien tori de energie van de aanvaller gelijk tegen uke gebruikt.

Een voorbeeld met strijd in randori is uke die een koshi-guruma inzet. Tori blokkeert de worp door het verlagen van zijn zwaartepunt, terwijl uke zijn worp blijft inzetten. Als tori het genoeg vindt, maakt hij of zij tai-sabaki en werpt met tani-otoshi. Uiteraard had tori ook direct tai-sabaki kunnen maken en overnemen met tani-otoshi. Dit laatste is een voorbeeld van go-no-sen zonder strijd.

Sen (of sen-no-sen)

Uke begint zijn aanval. Als aan de bewegingen van uke duidelijk wordt dat hij of zij een worp inzet, reageert tori met het nemen van het initiatief. Tori kan voorkomen dat uke zijn of haar worp volledig inzet door het maken van een eigen worp. Tori reageert dus niet verdedigend op de worp van uke, maar is uke voor met een eigen worp.

Bijvoorbeeld als uke diep ademhaalt en zijn of haar rechterarm losmaakt voor een seoi-nage. Op het moment dat de arm is bevrijd, reageert tori met een seoi-nage. Uke krijgt geen kans om de seoi-nage volledig in te zetten, want tori is uke voor.

Sen-sen-no-sen

Voordat uke kan starten met het inzetten van een worp, zet tori een worp in. Tori anticipeert dat uke op het punt van aanvallen staat en is uke voor. Het verschil met sen is dat uke nog niet begonnen is met zijn of haar aanval. Het idee is wel al reeds geboren in het hoofd van uke.

Tori “voelt” dat uke gaat aanvallen en start een eigen aanval voordat de aanval van uke echt is begonnen. Tori kan ook een aanval uitlokken van uke en dan reageren met voorbedachten rade. Uke heeft dan het gevoel dat hij zelf aanvalt, terwijl het initiatief eigenlijk bij tori ligt.

Het juiste moment

In het kata is dus go-no-sen het juiste moment van initiatief. Hierbij is het belangrijk dat tori reageert op de aanval van uke met een overname en daarbij kan een strijd plaatsvinden. Het reageren zal veelal gebeuren met een vorm van tai-sabaki of hara.

Bijvoorbeeld bij de eerste techniek waar uke aanvalt met een o-soto-gari, kan tori eerst blokkeren. Vervolgens vindt er een korte strijd plaats, voordat tori een vorm van tai-sabaki maakt en werpt met o-soto-gari.

Echter is het volgens bovenstaande uitleg ook go-no-sen als tori de worp direct overneemt met een o-soto-gari zonder een korte strijd, door mee te gaan in de aanval van uke. Het is pas “fout” als tori reageert op de o-soto-gari voordat uke de worp volledig heeft ingezet. Het gaat er namelijk mijns inziens om bij go-no-sen dat tori reageert op de aanval van uke en deze aanval gebruikt voor zijn of haar overname.

Tot slot

Voor de judoka die binnenkort danexamen doen, adviseer ik het bijwonen van de districtstrainingen voor duidelijkheid over de richtlijnen. Hopelijk gaat jouw judoleraar mee, zodat hij of zij ook op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen.

Op deze trainingen wordt idealiter de interpretatie volgens de richtlijnen van de Nationale Graden Commissie Judo van de Judo Bond Nederland gevolgd. Het doel is steeds kleinere interpretatieverschillen door goede naslagwerken en eenduidige bijscholing. Hierdoor komen leraren, examenkandidaten en examinatoren op één lijn.

In dit stuk heb ik getracht mijn interpretatie van het begrip “go-no-sen” toe te lichten. Dit doe ik op persoonlijke titel. Mijn interpretatie geeft een  meetbare definitie van go-no-sen, maar laat vrijheid over voor de uitvoerder. Zo waren de twaalf overnames wellicht oorspronkelijk bedoeld.

Een ruimere definitie van go-no-sen biedt mogelijkheden voor tori en uke in het variëren in aanvallen en overnames (intensiteit, tempo, etc.). Het go-no-sen kan door een gevorderde judoka zelfs sen-no-sen worden beoefend. Op deze wijze kan meer worden geleerd van het kata.

Uiteindelijk zijn kata bedoeld om belangrijke principes over te dragen. Hierbij is de vraag of het go-no-sen over riai (onderliggende principes) beschikt of een willekeurige verzameling overnames is, maar hierover wellicht een volgende keer meer.

In ieder geval kan een judoka in het go-no-sen leren dat hij tot op het “laatste” moment niet verloren is en nog een worp kan overnemen. Daarnaast kan tori ervaren dat uke mogelijk zijn spirit verliest, als tori niet opgeeft en onbeweeglijk lijkt.

Ben je het eens of oneens? Of heb jij interessante informatie die het bovenstaande artikel aanvult? Laat het vooral hieronder weten middels een reactie. Mijn doel is een duidelijk omschrijving van het begrip go-no-sen, zodat er minder verwarring is onder judoka. Vooral met het oog op danexamens.

Yagai-geiko

De gemiddelde dojo voor het bestuderen van vechtkunsten is tegenwoordig een prachtige zaal vol luxe. Ik zie steeds grotere dojo met prachtige verende matten (judo) of een houten vloer (kendo). Trainen in de dojo is praktisch en erg verleidelijk.

Vroeger was alles beter

Vroeger was het echter anders. De trainingen vonden vaak buiten plaats. Veel daimyo (Japanse krijgsheren) konden zich geen speciale dojo veroorloven. De trainingen vonden veelal plaats op braakliggend terrein, binnenplaatsen en veranda’s.

Dit was ook uit andere overwegingen. Weinig gevechten vonden plaats in een mooie overdekte dojo met egale vloer. Het buiten trainen was realistischer door de wisselende weersomstandigheden en het natuurlijke terrein.

Volgens Dave Lowry in zijn boek “In The Dojo” bleven de samurai dan ook buiten trainen, toen de daimyo rijker werden en zich wel een dojo konden veroorloven.

Yagai-geiko of no-geiko

Yagai-geiko (buiten training) of no-geiko (veldtraining) is nu veelal niet meer nodig uit praktische overwegingen. Veel budoclubs en -verenigingen beschikken over een eigen dojo of huren een gymzaal. Buiten trainen is voor sommige vechtkunsten zelfs enigszins onpraktisch. Bijvoorbeeld is bij judo het niet altijd even prettig vallen op gras of zand.

Ik kan toch iedereen het buiten trainen aanraden. Misschien denk je dat buiten trainingen niet zo romantisch is als het bovenstaande fragment uit “The Karate Kid”, maar eigenlijk komt het best dicht in de buurt!

Het oefenen op natuurlijk terrein is een verrijking voor de training. Deze zomer heb ik getraind in een park op een zeer onregelmatig grasveld, terwijl het begon te waaien en druppelen. Ik heb zoveel geleerd over maai (afstanden) en mijn eigen balans. Kata is heel anders zonder judogi en als je het koud hebt.

Ju-no-kata op het strandOok op het strand was een prachtig leermoment. Met een zeebriesje en zand dat wegschuift onder de voeten wordt het ju-no-kata heel anders. Ook hier is het bepalen van afstanden voor de aanvallen veel moeilijker. Het ju-no-kata leent zich trouwens erg goed voor yakai-geiko. Het kan zonder aanpassingen in “normale” kleren en het kata is zonder valbreken.

Nog meer voordelen

Het trainen in verschillende weersomstandigheden op verschillende natuurlijke ondergronden is natuurlijk een groot voordeel. Ook het gebruik van verschillende kleding kan leiden tot aanpassingen en variaties op technieken. Op het strand in een zwembroek is een pakking met revers en mouw onmogelijk.

Denk ook aan het trainen van bijvoorbeeld metsuke. Op het blog van Mitesco staat hier een interessant artikel over.

“Daarom is de opperste concentratie van het judo en aikido een geconcentreerde blik maar geen staren of fixeren. Wanneer je je ogen fixeert, zie je eigenlijk niets meer, en dus is dat gevaarlijk. In de budo wordt nogal eens gesproken over ‘enzan no metsuke’ (遠山の目付け) wat betekent: ‘kijken als naar een verre berg’. Als je naar een berg in de verte kijkt, zie je niet alleen de berg, maar ook de hele omgeving. Met zo’n ‘wijdse’ blik moet je ook met je partner omgaan: goed kijken, zonder je eigen bedoelingen te verraden en alles zien.”

Yakai-geiko kan worden gebruikt voor het oefenen in goed kijken. Niet focussen, maar de hele omgeving waarnemen. Uiteraard kan dit voor alle zintuigen worden getraind. Denk aan het horen van de golven, wind en zeemeeuwen op het strand.

Ga de natuur in

Yagai-geiko of no-geikoUiteraard kunnen er nog veel meer voordelen worden gehaald uit trainen buiten de dojo. Ik wil iedereen uitdagen om uit de heerlijk gekoelde of verwarmde dojo de natuur in te stappen. Het leidt vaak tot verbeteringen op technisch, tactisch, fysiek en mentaal vlak. Ik hoor graag jullie ervaringen via de reacties of een persoonlijk bericht.

Trainen voor het echie

“Een beroemde zwaardvechter bezoekt een daimyo. Bij de daimyo verblijft ook een ronin, een samurai zonder meester, die erg overtuigd is van zijn vaardigheden met het zwaard. De ronin hoort over de zwaardvechtkunsten van de gast en hij vraagt of hij les kan krijgen in zwaardvechten. Met andere woorden, de ronin wil een serieus gevecht. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar op aandringen van de daimyo geeft de zwaardvechter toe.

In de tuin vechten de zwaardvechter en ronin met houten oefenzwaarden. Bijna gelijktijdig raken de twee strijders met het houten zwaard het lichaam van de ander.
De zwaarvechter zegt: “Begrijp je deze techniek?”
De ronin kijkt erg tevreden over zijn gelijkspel tegen een beroemde zwaardvechter en antwoord: “Ja, het is een gelijkspel.”
De zwaardvechter reageert kalm: “Nee, ik heb gewonnen.”

De ronin vraagt om een tweede gevecht. Dit gevecht verloopt precies hetzelfde, ze raken elkaar bijna gelijktijdig. De ronin zegt wederom dat het gelijkspel is en de zwaardvechter antwoordt dat hij gewonnen heeft.

De ronin wordt kwaad, terwijl de daimyo geïnteresseerd toekijkt en ook de woorden van de zwaardvechter in twijfel lijkt te trekken. De ronin wil nog een wedstrijd, maar nu met scherpe zwaarden. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar wederom wordt hij overruled door de daimyo.

Voordat het gevecht goed is begonnen, is het voorbij. De ronin valt op zijn knieën met zijn hoofd in tweeën gesplitst. De zwaardvechter loopt naar de daimyo en laat de plaats zien waar de ronin hem elke keer raakte. Alleen zijn bovenkleding is licht gescheurd, maar zijn onderkleding en huid zijn nog volledig intact.”

Het bovenstaande verhaal komt uit het boek Legends of the Samurai van Hiroaki Sato. Naast dat het zeer amusant is om te lezen, denk ik dat er een wijze les in zit verscholen. Je kunt de realiteit niet uit het oog verliezen tijdens het trainen van krijgskunsten.

Houten zwaard vs. scherp zwaard

In het verhaal lijkt de ronin zijn bokken (houten oefenzwaard) gelijk te stellen aan een scherp zwaard. Nu weet ik uit ervaring dat als je niet oplet en een bokken tegen je lichaam krijgt dit heel vervelend is, maar (tot nu toe) niet dodelijk. Ik denk dat weinig mensen er aan twijfelen dat een scherp zwaard in handen van een zwaardvechter dodelijk is.

Een bokken is dus niet gelijk aan een scherp zwaard. Trainen met een bokken is uiteraard een goed alternatief voor het oefenen met een echt zwaard. Het is misschien veiliger, maar verlies de realiteit niet uit het oog.

Trainingswapens

Een praktijkvoorbeeld uit mijn eigen ervaring komt uit het kime-no-kata. In dit kata zit een handeling waarbij het zwaard uit de schede wordt getrokken, voordat een slag wordt gemaakt. Ik oefende dit met een bokken en deed alsof ik de bokken uit een denkbeeldige schede trok, zoals dit is voorgeschreven in het kata. Na een tijd adviseerde iemand mij om te oefenen met een echt zwaard. Het bleek dat ik het zwaard op mijn manier helemaal niet kon trekken, omdat het uiteinde van het zwaard nog steeds in de schede zat. Had ik nooit met een echt zwaard geoefend, dan had ik nog steeds een symbolische handeling uitgevoerd die nergens op slaat. Laat staan als ik op een slagveld had gestaan met mijn zwaard nog in de schede…

Realiteit en zelfverdediging

De realiteit is nog belangrijker als je traint voor zelfverdediging. De kans dat je op straat een zwaard bij je hebt en kan trekken is vrij klein. Ik laat mijn wapens in ieder geval altijd thuis als ik niet ga trainen.

Maar stel je eens voor dat je wordt aangevallen met een mes. Je hebt het kime-no-kata duizenden keren geoefend met een houten mes, dus kent een aantal verdedigingen op mesaanvallen. Je bent vol overtuiging dat je kunt mesvechten. Maar nu blijkt dat met angst het snel wegdraaien (tai-sabaki) van een wapen veel moeilijker is. De adrenaline pompt door je lichaam. Daarnaast blijkt de aanvaller een ervaren mesvechter, hij houdt het mes anders vast en steekt niet recht van voren. De verdedigingen uit het kime-no-kata blijken niet aan te sluiten op de realiteit van nu. Je had misschien liever je geld en horloge gegeven.

Dat is het risico van trainen en de realiteit uit het oog verliezen. Tijdens het oefenen van kime-no-kata staat de aanval vast, dus je weet wat er komen gaat. Daarnaast is het mes van hout, dus de kans op zware verwondingen is klein. Vervolgens blijkt dat de aanvallen uit het kime-no-kata, maar een beperkte selectie zijn uit de vele mogelijkheden met een mes. Daar moet men zich bewust van zijn.

Realisme in trainingen

Hoe kan men dit dan realistischer trainen? Een hele goede optie is ervaren mesvechters zoeken en daarmee oefenen. Zij hebben jarenlang geoefend en zijn meester in hun wapen en zijn realistische tegenstanders die zwakke punten in een aanval of verdediging kunnen aangeven.

Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen tijdens de training. Bijvoorbeeld door lippenstift te smeren op de scherpe kant van het houten mes, zodat zichtbaar is waar is gestoken, een keer extra moet worden gewassen en het één en ander thuis moet worden uitgelegd. Er zijn zelfs wapens die een kleine elektrische schok geven als ze iets raken, zoals het Shocknife. Hierdoor ontstaat meer angst voor het wapen, omdat het altijd een vervelend gevoel is. Je motoriek reageert heel anders als er angst is voor pijn of onverwachte aanvallen.

Philip K. Dick over realiteitDit zijn maar een paar kleine voorbeelden over realiteit in training. In deze blog is als voorbeeld het kime-no-kata uit het judo en mesvechten beschreven, maar dit principe kan uiteraard worden vertaald naar vele andere situaties. Het is belangrijk dat de serieuze beoefenaar van zijn krijgskunst altijd bezig is met het benaderen van de realiteit en dit doorvoert in zijn of haar trainingen. Anders wordt de training een prachtig toneelstuk met hele mooie bewegingen. Daar is op zich niets mis mee, als je daar bewust van bent. Maar wil je een krijgskunst als zelfverdediging gebruiken of echt begrijpen, dan kun je de realiteit niet weg denken.