Twee wolven

Op verschillende sociale media blijft een plaatje opduiken van een roedel wolven met een inspirerende tekst. Helaas is het verhaal niet waar en ontkracht. De zwakkere wolven lopen niet voorop om het tempo te bepalen, zodat ze niet achterop raken. Het tegendeel blijkt waar: voorop loopt een sterke wolf die een weg baant door de sneeuw voor de andere wolven die volgen.

Nu moest ik wel direct denken aan een andere tekst over deze fantastische dieren. Gelukkig staan in dat verhaal geen feiten en wordt er alleen beeldspraak gebruikt. De afkomst van het verhaal is onduidelijk. Het wordt toegeschreven aan de Indianen, maar dit lijkt allerminst zeker.

Throw me to the wolves and I'll return leading the packHet is een krachtig verhaal over onze innerlijke strijd. De moed benodigd om te leven. Het vergt namelijk kracht om op eigen benen te staan. Er liggen altijd negatieve gedachten op de loer. Deze gedachten kunnen onze energie ontnemen en ons afleiden. Ze kunnen zelfs zo overheersend zijn dat ze leiden tot depressie.

Gelukkig hoeft het niet zo ver te komen. Door middel van bewustzijn en zelfcompassie kun je ruimte maken voor een krachtig bewustzijn vol energie. Wat je aandacht geeft, groeit.

Onze inspanningen en bewustzijn richten op waar het echt toe doet in het leven op dit moment. Met minimale inspanning een maximaal resultaat, seiryoku zen’yō. In balans zijn en daar vanuit leven. Dit draagt ook bij aan jita kyoei, wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen. Iemand met een krachtig bewustzijn straalt zijn of haar kracht uit en kan andere mensen leiden. Geniet van het verhaal en denk goed na over jouw keuze.

Een oude grootvader leert zijn kleinzoon over het leven.

“Er woedt een gevecht in mij,” zei hij tegen de jongen. “Het is een verschrikkelijke strijd tussen twee wolven, een witte en een zwarte. De zwarte wolf is vol boosheid, afgunst, verdriet, spijt, hebzucht, arrogantie, zelfmedelijden, schuld, wrok, minderwaardigheid, leugens, valse trots, superioriteit en ego.” Hij vervolgde: “De witte wolf is vol vreugde, vrede, liefde, hoop, sereniteit, nederigheid, vriendelijkheid, welwillendheid, empathie, vrijgevigheid, waarheid, mededogen en geloof. Het is een eeuwige strijd. Hetzelfde gevecht woedt in jou – en ook in elke andere persoon.”

Even dacht de kleinzoon er over na en vroeg vervolgens zijn grootvader: “Welke wolf wint?”

De grootvader antwoordde simpelweg: “Degene die je voedt.”

Het is een mooi verhaal. Het is simpel en duidelijk, spreekt tot de verbeelding.

Of is het niet zo eenvoudig?

Moeten we echt kiezen voor het voeden van slechts een van de wolven? Kunnen we beide wolven voeden, zodat ze zich erkend voelen? Kunnen misschien beide wolven winnen? Moet er überhaupt een wolf winnen? Kunnen ze samen leven in harmonie? Is accepteren en compassie tonen niet veel beter dan laten verhongeren?

Een leven lang leren

Op Internet zijn er fantastische video’s beschikbaar van bekende en ‘oudere’ budoka die nog steeds een krijgskunst beoefenen. Ik heb enorm veel respect voor deze mensen. Veel van deze budoka zijn bewonderenswaardig, omdat er zoveel beleving en toewijding vanaf straalt.

Een heel mooi voorbeeld is de onderstaande demonstratie van een kata uit de kitō-ryū door Inoue-sensei. Het is het kata waarop Jigorō Kanō zijn koshiki-no-kata baseerde. Als ik de tachtig ben gepasseerd, hoop ik dat ik nog een dergelijk mooi kata kan demonstreren.

Op bovenstaande demonstratie is veel commentaar geweest. Sommigen maakten zichzelf belachelijk door te verkondigen dat dit de slechtste uitvoering van het koshiki-no-kata ooit was. Andere kritieken waren milder.

Helaas zie je vaker dat er veel negatieve kritiek is op dergelijke demonstraties. Ik ben een enorme voorstander van feedback. Helaas is het commentaar niet altijd gericht op het verbeteren van de ander en om er samen van te leren.

Daarom probeer ik altijd als ik commentaar heb op een kata om voor mezelf de afweging te maken: is het om te leren of om de ander naar beneden te halen?

Leren is natuurlijk prima als het op een respectvolle, opbouwende manier gebeurt. De ander naar beneden halen is een slechte eigenschap, waarschijnlijk voortkomend uit angst, jaloezie of onzekerheid.

Goede feedback geven en iemand vooruit helpen is uitdagend. Het is veel eenvoudiger het budo van anderen te bekritiseren, helemaal met droge voeten langs de kant. Ik geniet liever, zoals van het bovenstaande kata.

Ook het nage-no-kata van een andere bekende Inoue, de wedstrijdjudoka, vind ik fantastisch. Er valt altijd wel iets aan te merken. Echter, ik vind het fantastisch dat zo’n begaafd judoka kennis van kata demonstreert voor een groot publiek!

In deze blog wil ik pleiten om allemaal natte voeten te blijven halen. Het is veel beter feedback geven als jezelf nog actief op de tatami staat in hoeverre de gezondheid dit toelaat. Op deze wijze ervaar je keer op keer hoe uitdagend krijgskunsten zijn.

Daarnaast is het ook motiverend voor diegene die de feedback ontvangen. Ze zien dat de diegene met kritiek niet alleen er over praten, maar ook zelf doet. Ook al is het niet perfect. Het kan daarbij prima dat door bepaalde beperkingen of een andere specialisatie iemand een bepaalde waza of kata niet langer goed kan uitvoeren en desondanks geweldige feedback geeft.

Fukuda Keiko sensei
Fukuda-sensei komt uit haar rolstoel voor het demonstreren van een techniek

Het is een geweldig voorbeeld als een budoka ondanks zijn beperkingen actief is op de mat. Een leven lang leren. Continu blijven zoeken naar kleine verbeteringen. Niet alleen dit van andere judoka verlangen. Zelf het goede voorbeeld geven. Laten zien dat je ondanks dat je ouder wordt nog steeds kan oefenen met wellicht een paar beperkingen. Daarom zijn de filmpjes van ‘veteranen’ ontzettend inspirerend!

Ondertussen roepen we allemaal zo lang we trainen: “Mada, mada.” Het is een Japanse uitdrukking en betekent zoiets als: “Nog net niet helemaal.”

Fout!

Van de week las ik ergens een prachtig verhaal. Een verhaal waardoor ik kritisch naar mezelf keek en mogelijkheden voor verbetering zag. Mijn streven blijft namelijk jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf. Het verhaal gaat over een juffrouw die haar klas de tafel van 9 leert.

Een juf staat voor haar klas en schrijft het volgende op:
1 x 9 = 7
2 x 9 = 18
3 x 9 = 27
4 x 9 = 36
5 x 9 = 45
6 x 9 = 54
7 x 9 = 63
8 x 9 = 72
9 x 9 = 81
10 x 9 = 90

Alle kinderen in de klas beginnen te lachen. De juf laat de kinderen lachen en vraagt aan een van haar leerlingen waarom ze moest lachen. Het kind antwoordt: “Juf, u heeft een fout gemaakt! De eerste som is fout.”

Daarna kijkt de juf de klas serieus aan. “De fout in de eerste regel heb ik bewust gemaakt om jullie iets te leren over de wereld. Ik schreef negen keer de goede uitkomst op, niemand van jullie erkende me daarvoor. Ik maakte een fout, en dat is wat jullie onthielden en om moesten lachen. Dus dit is mijn les: de wereld kijkt niet naar alles wat je goed doet, al doe je dat honderden keren. Waar de aandacht naar uitgaat is wat je verkeerd doet, over het hoofd ziet of ‘fout’ doet.”

Uit het verhaal heb ik twee wijze levenslessen kunnen halen. Als jullie er nog andere mooie lessen uithalen, laat ze vooral achter in de reacties. Hieronder de wijze lessen die ik eruit heb gehaald.

Positieve communicatie

De eerste les is vooral gericht op mijn communicatie met anderen. Ik ben een perfectionist in sommige opzichten. Als ik kata of waza bestudeer, dan zie ik altijd wel een detail wat beter kan. Wat ik vervolgens graag benoem.

Als ik mijzelf bekritiseer in mijn hoofd, ken ik mezelf langer dan vandaag. De feedback kan ik op de juiste waarde schatten en goed verwerken. Ongeacht of die positief of negatief wordt gedacht. Ik weet dat er ook een hoop goed is en dat neem ik voor lief zonder te benoemen.

Bob Ross
Lastiger en interessanter is mijn communicatie naar anderen. Als leraar, coach, opvoeder (lees: mens) heb je een grote invloed op de mensen die naar jou luisteren. Vooral de mensen die in mijn ogen talent hebben, wil ik nog wel eens op dezelfde manier benaderen als mezelf. Alleen de fouten benadrukken en onvoldoende benoemen wat er goed gaat.

Uit onderzoek blijkt dat vijf complimenten hetzelfde effect hebben als een negatieve opmerking. Nou geloof ik niet echt dat er een kwantificeerbare relatie bestaat tussen positieve en negatieve feedback, maar wel dat een negatieve opmerking vaak eerder wordt onthouden en een grotere impact heeft dan een compliment.

Vraag maar eens na afloop van een examen aan iemand wat er allemaal goed is gegaan en wat beter had gekund. Grote kans dat iemand vooral benoemt wat beter kon en veel harder moet nadenken wat er goed ging.

De les die ik eruit haal is om vooral gevraagd feedback te geven of als het echt waarde toevoegt voor de ander en opbouwend is. Bij het geven van feedback wil ik naast eventuele fouten, ook de positieve punten benoemen. De komende tijd ga ik onderzoeken of ik dit nog meer kan toepassen.

Het accepteren van kritiek

Daarnaast is de tweede wijze les die ik eruit haal dat je kritiek niet altijd persoonlijk moet opvatten. Het is een cliché, maar soms zegt het meer over de ander, dan over jouzelf. Bedenk daarom eerst of het opbouwende kritiek is. Zo ja, kijk dan hoe je dit kunt gebruiken om ervan te leren. Wees daarbij oprecht naar jezelf, want fouten zijn de beste leraren. Als het niet opbouwend is, laat het dan direct los.

Iemand die nog nooit een fout heeft gemaakt, heeft nooit iets nieuws geprobeerd.Albert Einstein

Sta boven de kritiek van anderen. Blijf jezelf. Luister er naar en kijk of je het kunt gebruiken voor jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf. Accepteer ook dat kritiek andere keren niet bruikbaar is en laat het los. Bovenal blijf in jezelf geloven en reflecteer ook regelmatig wat je allemaal ‘goed’ doet.

Talenten met smoesjes

“Het wordt een duel tussen een geniale man, eigenlijk een beetje ijdel, en een gewone man die zijn talenten tot het uiterste heeft geslepen. Niet waar?”
“Ik zou Musashi niet gewoon willen noemen.”
“Maar hij is gewoon. Dat is wat hem buitengewoon maakt. Hij is niet tevreden met vertrouwen op welke natuurlijke talenten hij dan ook mogelijk bezit. Wetende dat hij gewoon is, probeert hij altijd zichzelf te verbeteren. Niemand waardeert de pijnlijke inspanningen die hij heeft gedaan. Nu zijn jaren van training uitmonden in spectaculaire resultaten, spreekt iedereen over zijn ‘door God gegeven talent’. Dit is hoe mensen die niet hard hun best doen zichzelf geruststellen.”
Musashi (Eiji Yoshikawa)

Bovenstaande citaat komt uit een van mijn favoriete boeken. Een roman van net geen duizend pagina’s over het leven van een samoerai die de Weg van het zwaard zoekt.

De sterke passage is voor mij een uitnodiging tot nadenken over mijn inspanningen. Het is soms gemakkelijk om iemand die iets bereikt heeft geluk of talent toe te dichten. Daarna probeer ik mezelf eerlijk de vraag te stellen, heb ik het niet ergens laten liggen?

Lees verder Talenten met smoesjes

Henk Grol. Dit is wat het is.

In mijn vorige blog over Henk Grol was ik erg kritisch over zijn ‘verslaving’ voor competitie. Ik hoopte dat hij kon genieten van zijn laatste Olympische Spelen. Ook een gouden medaille gunde ik hem van harte, echter mocht het niet zo zijn. De tweevoudige winnaar van een bronzen medaille in Londen en Beijing verloor zijn tweede partij.

Bij de uitschakeling van een Nederlandse judoka was de NOS er elke dag als de kippen bij voor een interview. Doordat de interviews snel op de wedstrijden volgden als de judoka geen medaille won, resulteerde dit in bijzondere interviews vol emotie.

Roy MeyerWe zagen een huilende Marhinde Verkerk en Noël van ’t End, een geschrokken Kim Polling die er “niet meer in kwam” en de altijd nuchtere Roy Meyer. Uiteraard was er ook een interview met Henk Grol na zijn uitschakeling.

Zijn interview kan vanuit meerdere opzichten worden bekeken. Veel van de kritiek uit mijn vorige blog bevestigt Henk namelijk in zijn interview. Echter, bekritiseren is gemakkelijk. Zeker van achter een laptop. Ik heb deze keer anders gekeken. Er waren veel positieve aspecten in dit mooie interview.

Toen ik nog een kleine jongen was en ik zag enge dingen op het nieuws, zei mijn moeder altijd: “Zoek naar de helpers. Er zijn altijd mensen die helpen.”
Fred Rogers

Henk Grol was open en eerlijk. Oprechtheid is een belangrijke deugd voor de budoka. Ik kreeg er kippenvel van. Hij zat er doorheen. Was er kapot van. Een man die zijn hele leven heeft gegeven aan één droom, ten koste van zijn lichaam en geest, en er helemaal klaar mee is. Toch nam hij de tijd voor een openhartig interview.

Ik voel mij gewoon klote. Ik heb hier mijn hele leven aan gegeven. De afgelopen vijftien jaar heb ik hier dag en nacht voor geleefd. En dat ga ik ook nooit meer doen. Fysiek en geestelijk ben ik kapot. Mijn lichaam wil ook niet meer, het is gewoon klaar.
Henk Grol

Het vergt veel zelfbeheersing om het Olympisch niveau te behalen, blijkt uit zijn woorden. Grol zegt dat hij het niet van zijn talent moest hebben en alleen op wilskracht zo ver is gekomen. Elke dag trainen voor één doel. Keihard werken onder de druk die hij zichzelf oplegde. Dat is misschien doorgeslagen en onverantwoord, maar tegelijkertijd bijzonder knap.

Het is ook bewonderenswaardig hoe Henk Grol het zoveel mogelijk bij zichzelf houdt. Niet de scheidsrechter bekritiseren voor een onterecht strafje of andere omstandigheden de schuld geven. Hij heeft een verkeerde keuze gemaakt. Alleen hij. Niemand anders. Hij gaat niet zielig lopen doen, zoals hij het zelf zegt.

Henk neemt zelf verantwoordelijkheid voor zijn acties. Jigorō Kanō zei: “Neem het initiatief in alles wat je onderneemt.” Grol doet het. Misschien zelfs wel te kritisch en hard naar zichzelf. Het voordeel is dat hij op deze manier binnen zijn cirkel van invloed blijft en geen slachtoffer is van de omstandigheden.

Zijn kritische zelfreflectie voor de camera vergt veel moed, ook een deugd van de budoka. De reflectie slaat soms een beetje door naar het negatieve. Begrijpelijk na de teleurstelling dat zijn Olympische droom over is. Het volgen van deze droom heeft ook enorme moed gevergd. Dit komt mooi naar voren in een nummer van zijn jeugdvriend Kraantje Pappie met een geweldige videoclip over Henk Grol. Nog twee deugden, eer en vriendschap.

Nu neemt Henk Grol vier maanden rust. Verdiende rust, zodat zijn lichaam en geest kan herstellen. Een moment van bezinning.

Ik ga vier maanden goed nadenken over wat ik wil. Ik ga niks doen en kijken of ik nog zin heb.
Henk Grol

Henk Grol zegt dat hij maximaal nog een jaar gaat judoën. Ik hoop dat hij nog zin heeft en dat niet letterlijk doet. Laat hem terugkijken op een bijzondere periode waarvan hij veel heeft geleerd. Nu opent een nieuwe deur. Judo, een leven lang. Verdiepen in wat judo nog meer voor iemand kan betekenen, behalve gouden medailles. Het verdiepen in alle mooie aspecten van het judo en dit overbrengen op anderen. Door het toepassen van judo in het dagelijks leven de rust vinden in de onwijs vrolijke gozer die hij is en volop genieten van het leven. Dat is wat het is.

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2)

Vorige week in Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1) heb ik de eerste vier handvatten gegeven voor de beginnende judoka. Uiteraard kan ook de gevorderde judoka hier zijn voordeel mee doen, zoals terecht werd opgemerkt in de reacties.

In deel twee deze week nog eens vier handvatten die belangrijk zijn voor de serieuze judoka. Uiteraard zijn er veel meer te bedenken, dus laat vooral ook jouw handvatten achter in de reacties (of begin een eigen blog). Als judoka helpen we elkaar graag.

5. De basis is het allerbelangrijkste

Je kunt niet leren lopen, voordat je kunt staan. Soms wil een judoka wel leren werpen, voordat hij kan valbreken. Dit remt het leerproces. Echter, met worpen en technieken werkt het precies hetzelfde.

If you can't do it slow, you can't do it fastJe kunt beter eerst jouw aandacht richten op het leren werpen met een goede uki-goshi en o-goshi, voordat je serieus gaat werken aan een uchi-mata. Dit omdat het eenvoudiger werpen is op twee standbenen, dan op een standbeen. Doe het langzaam en richt je aandacht op de principes van het judo en niet het resultaat (zie handvat 2 vorige week). Salto’s vanuit schouder- en beenworpen zoals Zantaraia zijn gaaf, maar niet belangrijk voor de beginner.

Op de grond is het precies hetzelfde. Leer eerst de belangrijkste posities verdedigen en ontsnappen naar het betere controleren van de andere judoka. Dit is in het begin veel belangrijker dan allemaal ingewikkelde armklemmen en verwurgingen. Te vaak zie ik judoka een armklem of verwurging maken, terwijl ze geen controle hebben. Vervolgens maakt de andere judoka daar handig gebruik van en moeten ze aftikken.

Leer eerst de basis en herhaal deze eindeloos. Ook een zwarte band judo, keert continu terug naar de basis. Als je een stevig fundament bouwt en onderhoudt, kun je beginnen met bouwen. Dan kun je werken aan gevorderde technieken.

6. Train met gevorderde judoka

Vroeger kende ik dōjō (trainingszalen) waarbij een ‘lagere’ judoka geen ‘hogere’ judoka mocht uitnodigen. Tegenwoordig is dit (bijna) nergens meer, dus adviseer ik het uitnodigen van een gevorderde judoka.

Toen ik begon met judo was ik negen jaar en erg klein voor mijn leeftijd. Ik zat bij allemaal hogergegradueerde judoka die groter en sterker waren. Bijna allemaal zaten ze al veel langer op judo. Dit was geweldig!

Enerzijds kon ik alleen werpen met goede techniek, want mijn kracht maakte niet veel indruk bij deze grote gasten. Anderzijds kon ik enorm veel leren van de andere judoka, want zij wisten veel meer dan ik. Je kunt van iedereen leren, maar het helpt als de andere judoka meer kennis en ervaring heeft.

Misschien lijkt het soms aantrekkelijker trainen met een andere beginnende judoka. Sommige denken dat zij dan niet afgaan en ze kunnen ook eens ‘winnen’. Echter, het heeft twee nadelen.

Beginners blesseren elkaar sneller. Een gevorderde judoka kan letten op de veiligheid. Hij kan jou goed werpen en zichzelf redden met correcte ukemi-waza (zie handvat 3 vorige week). Een beginnende judoka moet dit allebei nog leren.

De meester heeft vele malen vaker gefaald, dan de leerling heeft geprobeerd.
Stephen McCranie

Daarnaast kan een beginner minder goed corrigeren. Een gevorderde judoka kan als een goede uke jou erop wijzen als je de judoprincipes niet goed toepast. Uiteraard is dit veel lastiger voor een beginnende judoka, die zelf ook nog zoekende is.

Over het afgaan voor een andere judoka hoef je overigens niet bang te zijn. Als jij bij een goede judoschool traint met goede judoka, dan willen zij graag helpen. Deze judoka waren ook ooit beginner, dus zij weten hoe uitdagend dit kan zijn.

Train vooral met gevorderde judoka. Zij kunnen beter de veiligheid waarborgen en helpen met het leren toepassen van de judoprincipes. Dit bevordert het aanleren van goede gewoontes.

7. Laat jouw ego eerst aftikken

Misschien is de grootste bedreiging voor voortgang het ego. Het ego kan voorkomen dat we openstaan voor leren. Ik schreef hier al eens eerder over in Too much ego will kill your talent.

Het probleem van het ego kan zijn dat we moeten winnen. Dit resulteert dat we gaan focussen op het resultaat (zie handvat 2 vorige week) en dat werkt averechts.

Ego is just like a dust in the eye. Without clearing the dust you can't see anything clear. So clear the ego and see the world.Als ik bijvoorbeeld in een randori de andere judoka met veel kracht tegenwerk, voel ik weinig van de souplesse van zijn kuzushi (balansverstoring). Daarnaast kan ik minder goed de situatie overzien, omdat mijn hoofd en lichaam bezig is met winnen. Ik mis deze momenten om van te leren, doordat mijn ego druk is.

Het is wel een mooie kans om te leren omgaan met het ego, een van de grote voordelen van vechtkunsten.

Het kan ook de andere kant op werken. Als het ego bang is voor falen, kan dit leiden tot terughoudendheid in de training. Je durft niet alles te geven, bang voor afkeuring of dat je het nooit gaat leren. Dit komt vaak omdat je jezelf met anderen vergelijkt, terwijl je moet kijken naar jouw eigen voortgang. Je moet niet de beste zijn, je wilt beter zijn dan je gisteren was.

Vergelijk jezelf niet met anderen, maar kijk naar jouw eigen voortgang. Ontwikkel je jezelf lichamelijk en geestelijk? Raak niet gefrustreerd, maar accepteer jouw ego. Het leren omgaan met jouw ego is ook een mooi streven binnen het judo.

Een mooie website met meer tips over dit onderwerp is SportMindset.nl. Hier staan tips voor de juiste mindset voor het goed ontwikkelen van jezelf.

Dus laat je ego aftikken voordat je de dojo binnenstapt! Dan kun je veel meer geniet van judo en ontwikkel je jouw lichaam en geest sneller.

8. Leer de principes van judo

Judo is meer dan een sport. De uitvinder van judo, Jigorō Kanō, zag judo als ontwikkeling van lichaam en geest. Kanō legde een sterke nadruk op de morele componenten van judo. Dit was voor hem veel belangrijker dan het leren van de waza.

Daarom kan de beginner ook veel leren door het lezen van artikelen van Kanō. Je leert hierdoor veel over de rijkheid van judo.

Het begint met het leren van de reishiki (etiquette) in de dojo. Zoals de verschillende buigingen uit eerbied voor elkaar, het dragen van een schone, witte judogi en de omgang met andere judoka. Dit kun je afkijken en vragen binnen jouw judoschool, maar ook de blog van Mitesco en het boek In The Dojo van Dave Lowry zijn mooie bronnen.

Judo biedt alleen zijn meerwaarde door het naleven van de deugden die erbij horen. Je komt niet alleen om even een ‘tegenstander neer te knallen’, maar we willen samen ontwikkelen. Hierbij horen deugden zoals beleefdheid, moed, vriendschap, zelfbeheersing, oprechtheid, bescheidenheid, eer en respect. Zonder deze deugden is judo inderdaad alleen een sport.

Daarnaast is kennis van de judoprincipes noodzakelijk. Het begint met het toepassen van seiryoku zen’yō (maximaal resultaat met minimale inspanning) en jita kyōei (wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen) tijdens de judotraining.

Vervolgens is deze principes toepassen in het dagelijks leven de kunst. Het uiteindelijk doel is jiko no kansei, de perfectie van de eigen persoon. Mind over Muscle van Jigorō Kanō zelf is een fantastische bron als startpunt. Ik heb ook een artikel over Bewuster leven met judoprincipes geschreven.

Wil je echt judo beoefenen? Verdiep je volledig in judo en leer de principes, deugden en etiquette. Pas dit allemaal toe in judo en het dagelijks leven. Je wordt uiteindelijk een beter persoon en kunt bijdragen aan voorspoed voor jezelf en anderen. Het ultieme doel van judo.

Tot slot

Deze handvatten zijn erop gericht dat je duurzaam judo leert. Niet voor een blauwe maandag een paar trainingen judo, maar ik wil je inspireren tot een leven lang judo.

Het bestuderen van judo houdt nooit op. Het continue ontwikkelen van lichaam en geest op basis van seiryoku zen’yō, jita kyōei en jiko no kansei. Zelfs als je lichamelijk niet meer kunt trainen, kun je geestelijk nog altijd judoën.

Dus ga lekker aan de slag en geniet van deze prachtige weg. Richt je vooral op de weg en geniet van het uitzicht. Dan kom je vanzelf op natuurlijke wijze bij het resultaat. Vergelijk jezelf niet met anderen, maar wordt elke dag beter dan je gisteren was.

Als er inspanning is, is er vervulling.
Jigorō Kanō

Hopelijk helpen deze handvatten tot het worden van een goede judoka met veel plezier en liefde voor het judo een leven lang. Als je nog vragen hebt, laat het weten in de reacties of via het contactformulier. Heb je zelf nog goede handvatten, voeg ze dan zeker toe in de reacties. Tot op de tatami!

Handvatten voor de beginnende judoka (deel 1)

Als beginner kan het judo erg intimiderend zijn. Zeker als je op latere leeftijd begint. Je loopt misschien als enige in een joggingsbroek met een t-shirt of een te grote judogi (judopak) met een lange, witte obi (judoband). Om je heen lopen allemaal judoka met mooi gekleurde of zwarte judobanden.

Als er dan ook nog judoka zijn die de meest rare vallen maken zonder een centje pijn, vervolgens prachtige worpen maken en uke (ontvanger) hard op de mat werpen, denk je wellicht “dit ga ik nooit leren”.

Toch kan iedereen judoën, ook op hogere leeftijd. Daar ben ik van overtuigd. Met de juiste sensei (leraar), uke en mindset kan iedereen plezier aan judo beleven en een beter mens worden door het ontwikkelen van lichaam en geest. Een zwarte band is een witte band die nooit opgaf.

In dit artikel de eerste vier van acht handvatten die belangrijk zijn voor de (beginnende) judoka. De andere vier verschijnen volgende week. De lijst is zeker niet compleet, maar (acht) brengt geluk in Japan. Heb jij nog andere goede tips? Laat het weten in de reacties onder dit artikel.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

1. Have fun

Op mijn negende begon ik mijn eerste judoles. Als ik terugkijk wanneer ik het beste leerde, dan is het vooral als ik plezier had. De trainingen waren een spel, waarbij je nieuwe dingen uitprobeert. Het was niet erg als ik faalde, want daar leerde ik van. Niet om de knikkers, maar om het spel.

Bijna alle creativiteit houdt betekenisvol spelen in zich besloten.
Abraham Maslow

Vanaf het begin was een band voor mij vooral om mijn pak bij elkaar te houden. Dit zorgde ervoor dat ik geen prestatiedruk had, maar kon genieten van de trainingen. Elke keer mijn eigen grenzen opzoeken (No limits) en continu verbeteren (Continu verbeteren).

Door deze mindset raakte ik soms even in een flow. Mijn enige doel was dan een prachtige worp maken. Ik werd een met mijn omgeving, vergat even de tijd en was volledig in het hier-en-nu. Geen afleidende gedachtes, geen zelfbewustzijn, maar volledig opgaan in judo. Een geweldige ontspannenheid die ik soms maar moeilijk buiten de tatami (judomat) kan ervaren.

Play is the highest form of reasearchIk ben er zeker van dat je sneller leert als je speelt en plezier hebt. Je bent niet bang om te falen en je bent creatief. Door veel te proberen, leer je wat wel en wat niet werkt. Doelen zijn een handig hulpmiddel, maar kunnen ook beperken en frustreren. Dus heb vooral plezier in het judo; je leert sneller en het blijft leuk!

2. Het resultaat is van ondergeschikt belang

Dat is een beetje raar. Een van de principes van judo is seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Nu zeg ik dat het resultaat van ondergeschikt belang is.

Natuurlijk is het resultaat belangrijk. Als jij een judoka bent, wil je jouw lichaam en geest ontwikkelen. Echter, de focus moet vooral gericht zijn op de weg naar het resultaat. Als je de juiste weg bewandelt, dan is het resultaat een logisch en natuurlijk gevolg van jouw acties.

Ongeacht of je wint of verliest, volg de juiste weg. Zelfs als je verliest door het volgen van de juiste weg, is dat waardevoller dan winnen via een verkeerde weg.
Jigorō Kanō

Veel beginnende judoka zijn vooral gefocust op het resultaat. Ze werpen met veel kracht uke op de mat, maar vergeten belangrijke basisprincipes zoals kuzushi (balansverstoring) en tsukuri (positioneren). In het begin geeft dit wellicht meer voldoening, maar het duurt veel langer voordat je judo begrijpt.

Leer eerst een worp langzaam in harmonie met de judoprincipes. Een mooie worp is daarna een logisch en natuurlijk resultaat.

Hetzelfde geldt in randori. Wil je snel verbeteren? Ga dan niet met veel kracht tegenwerken, maar richt je op het leren van de basisprincipes van judo. Seiryoku zen’yō en jita kyōei. Voel hoe de andere judoka jouw balans verstoort en welke waza (technieken) hij toepast. Probeer op speelse wijze technieken uit, als dit geen gevaar voor uke oplevert. Focus niet op winnen, maar op leren. (Randori is een chaos).

Richt de aandacht vooral op de weg, het resultaat is een logisch en natuurlijk gevolg. Als je dan toch onderweg bent, geniet van het uitzicht!

3. Leer correct valbreken

Mijn leraar Cor Esser zei altijd: “Waarvoor moet een zwemmer niet bang zijn? Water! Waarvoor moet een judoka niet bang zijn? Vallen!”. En zo is het.

Als een judoka bang is voor vallen heeft dit een remmend effect op het leren van judo. De judoka gaat krampachtig bewegen in een defensieve houding om maar niet te vallen. Op deze wijze gaat veel energie verloren.

Daarnaast leer je judo vooral door spelen en proberen. Als je bang bent om waza te proberen uit angst voor het vallen, dan stagneert de ontwikkeling van lichaam en geest. Daarom moet veel aandacht worden besteed aan het correct valbreken.

Door het beheersen van het valbreken wordt ook het risico op blessures verminderd, waardoor je meer trainingen kunt volgen. En als je een goede uke bent die correct valt, dan kun je ook anderen beter leren judoën. Judoka die niet correct leren valbreken, stagneren niet alleen zelf in hun ontwikkeling. Zij remmen ook de ontwikkeling van de judoka waarmee zij trainen, omdat ze geen goede uke zijn.

UkemiWil je echt leren judoën, besteed dan veel aandacht aan ukemi-waza (valbreken) totdat je hier volledig comfortabel mee bent. Zorg ervoor dat je altijd jezelf goed kunt redden vanuit alle situaties met correct valbreken. Begin met de basis, waarbij je goed jouw hoofd en lichaam beschermt. Zorg ervoor dat je voldoende lichaamsspanning hebt, zodat je de val goed opvangt met je hele lichaam en een goede uke bent. Dan kun je pas echt judo leren.

4. Leer eerst verdedigen

Eigenlijk sluit dit handvat aan op de vorige handvatten. Vaak zijn we de ongeduldige tori en willen we graag een prachtige uchi-mata of andere worp maken. Gericht op het resultaat hebben we geen tijd voor het leren van correct valbreken, een goede uke zijn en judoprincipes.

Misschien vinden sommigen de volgende tip raar. Leer eerst verdedigen. Als je eenmaal goed kunt verdedigen, dan kun je meer focussen op aanvallen.

Het eerste voordeel is dat als je goed leert verdedigen, je de andere judoka tot wanhoop kan drijven. Hij probeert van alles, maar kan niet door jouw verdediging komen. Op een gegeven moment raakt hij wellicht zo gefrustreerd dat hij grotere risico’s gaat nemen. Dat is het moment dat er een opening komt voor jouw eigen technieken.

Een ander voordeel is dat je in het begin waarschijnlijk niet zo goed bent in verdedigen. Tori werpt jou regelmatig met een prachtige worp. Dit is heel fijn, want je leert snel welke technieken mogelijk zijn vanuit een bepaalde positie. Deze waza kun jij ervaren, afkijken en ook leren toepassen.

Vanouds maakten vaardige krijgers zich eerst onoverwinnelijk om daarna te wachten tot de vijand zich kwetsbaar opstelde.
The Art of War (Sun Tzu)

Ondertussen perfectioneer je jouw verdediging, zodat de technieken van tori steeds vaker mislukken. Dit heeft als voordeel dat jouw verdediging steeds beter wordt. Tegelijkertijd leer je de kwetsbaarheden in een techniek, zodat je als tori jouw technieken onverdedigbaar voor uke maakt.

seiryoku zenyo jita kyoeiUiteraard bedoel ik niet met kracht en gestrekte armen verdedigen. Nee, ik bedoel verdedigen door het juiste gebruik van jouw lichaam en de technieken van tori neutraliseren. Denk hierbij aan begrippen als tai-sabaki (draaien van het lichaam) en hara (blokkeren door het verlagen van jouw lichaamszwaartepunt). Geen kracht, maar souplesse. Denk aan seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Leer verdedigen zonder kracht, zodat je steeds meer tijd hebt voor het leren van de situaties en toepassen van jouw eigen technieken. Doe dit in harmonie met de judoprincipes.

Volgende keer meer…

Dit waren de eerste vier handvatten voor de (beginnende) judoka. Volgende week de andere vier handvatten. Wil je het vervolg zeker niet missen? Laat jouw e-mailadres achter onder het kopje “Abonneer je op dit Blog via E-mail” (linkermenu) en je ontvangt een e-mail bij elk nieuw bericht op deze blog. Laat ook vooral jouw mening achter in de reacties.

Klik hier voor Handvatten voor de beginnende judoka (deel 2).

Met dank aan Marie-José Nieuwenhuizen, Annemarie Leemans, Vanessa Bot, Richard de Bijl en Loek van Kooten.

Henk Grol zoekt een hart van goud

De eerste aflevering van Holland Sport dit jaar schetst een portret van Henk Grol. Ik wilde de documentaire overslaan, maar op aanraden van een vriend heb ik alsnog gekeken (zie Gemist). Het was alsof ik een aflevering van ‘Verslaafd!’ keek.

Henk Grol

Henk Grol is geen onverdienstelijk sporter. Twee keer een bronzen medaille op de Olympische Spelen en zelfs drie keer zilver op de Wereldkampioenschappen. Maar het knaagt aan hem dat hij nog geen gouden medaille heeft gewonnen.

Zijn hele leven staat in het teken van winnen. Het is een verslaving. Henk Grol relativeert zichzelf regelmatig, maar praat uiteindelijk zijn ‘drive’ goed. Hij vertelt dat hij een egoïst is en zijn hele leven in het teken van judo staat. Niet leuk voor zijn omgeving.

Weet wanneer je moet stoppen

Jigorō Kanō definieerde belangrijke principes voor zijn judo. Een daarvan is “weet wanneer je moet stoppen”. In het boek Kōdōkan Judo schrijft Kanō met een vooruitziende blik.

“Een ander principe van randori is om precies de juiste hoeveelheid kracht toe te passen – nooit te veel, nooit te weinig. Ieder van ons kent mensen die niet in hun doelen zijn geslaagd. Zij hebben de benodigde mate van inspanning verkeerd ingeschat. Ze falen door een te kleine inspanning, of omdat ze niet wisten wanneer te stoppen.”

Daarmee wil ik niet zeggen dat hij moet stoppen met wedstrijden. Echter, het is misschien wel een optie als het lijdt tot angsten en slaapstoornissen. Daarnaast kan een te grote inspanning leiden tot permanente schade aan het lichaam en de geest. Kijk maar naar de vele blessures bij topsporters.

Judo is geen doel op zich

In meerdere blogs heb ik reeds opgemerkt dat als judo niet wordt toegepast, het slechts een sport is. De meerwaarde in judo zit in het toepassen van de principes in het dagelijks leven, zodat je een beter persoon wordt (jiko no kansei). Ook dit voorzag Kano. De volgende tekst komt uit het boek Mind over Muscle.

“Over het algemeen vinden we sport interessant, omdat het sterke punt zit in de competitie. Daarom vinden jonge mensen sport aantrekkelijk. Het voordeel van sport is, dat de waardevolle methode van lichamelijke opvoeding in de praktijk wordt gebracht, anders dient het immers geen enkel doel. Maar, in dit verband zijn er dingen die we ook in de gaten moeten houden. Allereerst, zogenaamde ‘sporten’ zijn niet in het leven geroepen met als doel ‘lichamelijke opvoeding’. Men vecht voor een ander doel, namelijk, om te winnen. Zo worden de spieren niet noodzakelijkerwijs ontwikkeld op een evenwichtige manier, en in sommige gevallen wordt het lichaam te ver geforceerd en zelfs beschadigd. Om die reden (hoewel er geen twijfel bestaat dat sport goed is) moet er goed gekeken worden naar de selectie van sport en de trainingsmethode. Sport mag niet roekeloos zijn, onzorgvuldig, overijverig en onbeheerst. Desondanks is het veilig om te zeggen dat wedstrijdsport een vorm van lichamelijke opvoeding is, en moet zij worden bevorderd met dit advies in gedachte. De reden waarom ik er aan heb gewerkt om sport meer dan twintig jaar te bevorderen en dat ik er naar streefde om de Olympische Spelen naar Japan te halen, is omdat ik die positieve kanten inzie. Echter, in tijden als de onze, waarin zoveel mensen enthousiast zijn over sport, zou ik de mensen ook willen herinneren aan de nadelige effecten van sport. Ik wil er bij de mensen op aandringen om de doelen van lichamelijke opvoeding voor ogen te houden – om een gezond lichaam te ontwikkelen dat nuttig voor je is in je dagelijks leven – en zeker in de gaten te houden in hoeverre de trainingsmethode in overeenstemming is met het concept van de seiryoku zen’yō.”
Vertaling door Mitesco.

Een onaangenaam gevoel

Terug naar Henk in Holland Sport. Het is zonde dat Henk Grol het judo op deze wijze heeft uitgedragen. Het fundament van judo wordt onderuit gehaald. De omgang met zijn lichaam en geest, tegenstanders en wedstrijden staan haaks op waarden zoals respect, zelfbeheersing en balans.

Juist op een moment dat de opvoedkundige waarde van judo wordt erkend binnen de zorg en het onderwijs.

Het is nog onaangenamer als je bedenkt dat de Judo Bond Nederland het grootste deel van haar middelen investeert in de wedstrijdsport en het opvoedkundige judo nog onvoldoende aandacht geeft.

Wijze lessen voor Henk

Ik hoop dat Henk Grol breder kennismaakt met het judo, zodat hij er weer van kan genieten. Bijvoorbeeld door verdieping in het kata. In de documentaire laat Henk zien dat hij nog weinig inzicht in kata heeft. Hij zegt letterlijk: “Kata is een soort ceremonieel gebeuren waarbij je de worpen zo mooi mogelijk laat zien en daar punten voor krijgt.”

Judo is like ballet
“To me, Judo is like a ballet, except there’s no music, no choreography, and the dancers knock each other down.”
– Jack Handey

In Het gevaar van katawedstrijden beschrijf ik de risico’s van katawedstrijden. Misschien heeft Henk Grol door deze wedstrijden een verkeerd beeld gekregen, want kata hebben niets te maken met punten scoren en jezelf laten zien.

Kata leert de grammatica van het judo. Het is voor het begrijpen van actie – reactie, waardoor je de kracht van de tegenstander gebruikt. Dit vermindert het risico op blessures, omdat je niets forceert. Kata leert omgaan met stress en angsten. Het leert het vinden van balans tussen lichaam en geest, waardoor je beter kunt rusten.

Hopelijk ervaart Henk veel rust na de Olympische Spelen. Als ik hem hoor praten, dan geloof ik het als hij zegt: “Ik ben eigenlijk een onwijs vrolijke gozer die geniet van het leven.” Vanuit dit oogpunt kan hij vast mooie bijdragen leveren aan het judo.

Op weg naar Rio de Janeiro wens ik Henk veel geluk en wijsheid. Hopelijk kan hij genieten van de weg en de ervaring. Bovenal hoop ik dat hij het er gezond van afbrengt, want dat is veel belangrijker. Dit verwoorde Mitesco treffend in zijn blog Bekers voor alle wedstrijden graag.

Succes Henk!

Reality based self-defense en judo

Regelmatig vragen ouders van nieuwe judoka of judo een goede vorm van zelfverdediging is. Mijn eerste antwoord is meestal: “Ik adviseer eerder een schietschool.” Dat is natuurlijk geen reële optie voor een jeugdjudoka. In deze blog geef ik mijn visie op judo als zelfverdediging. Echter mijn bevindingen kunnen eenvoudig worden vertaald naar andere krijgskunsten.

Bedenk dat dit een heel complex onderwerp is, dus deze blog kan slechts een paar ideeën overdragen. Ik ben een judoka en gelukkig geen doorgewinterde ervaringsdeskundige met betrekking tot geweld. Voor het controleren van mijn denkbeelden raadpleeg ik wel regelmatig vrienden met ervaring op het gebied van realistische zelfverdediging en heb ik off- en online bronnen over dit onderwerp bestudeerd. Dit adviseer ik iedereen die reality based wil trainen. Denk altijd bij alle bronnen en deze blog aan Nietzsche: “Waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn.”

Een goede start is overigens het boek The Ultimate Guide to Reality-Based Self-Defense. De titel is kansloos en doet geen recht aan de informatieve inhoud. Echter het boek bevat vele verschillende inzichten over reality based self-defense. Op basis van dit boek kun je verder zoeken op interessante concepten gerelateerd aan realistische zelfverdediging.

“Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind”

Als we naar zelfverdediging kijken, dan is er nogal een verschil tussen pesten op school of een terroristische aanval met automatische geweren. Als je alleen hebt geoefend tegen een ongewapende tegenstander die van voren aanvalt, is het vechten met een gewapend persoon die van achteren aanvalt onbegonnen werk.

Een term die veel voor zelfverdediging wordt gebruikt om dit concept duidelijk te maken is reality based self-defense. Het idee is dat je jezelf alleen kunt verdedigen in situaties die je hebt getraind. Of zoals de beroemde zwaardvechter Musashi het verwoorde: “Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind.”

6e05ab_0ec6dc7272c34609bb26edcc523e7856.png_srz_971_508_85_22_0.50_1.20_0.00_png_srzIn dit geval schiet judo veelal tekort. In judo anticiperen we altijd op een aanval, omdat we hebben gegroet en weten dat uke gaat aanvallen. Er is geen stoot adrenaline die wel degelijk ontstaat als je onverwachts op straat wordt aangevallen. Dit heeft allemaal gevolgen, fysiek en mentaal. Denk aan de invloed van angst op de motoriek.

Heb je ook geoefend met meerdere tegenstanders? Of als je familieleden moet beschermen die geen ervaring met zelfverdediging hebben? Kun je tegen pijn? Een val op een harde ondergrond is heel anders dan een val op een zachte, verende tatami. Daarnaast kun je een stoot niet altijd weren als deze onverwachts komt. Allemaal belangrijke zaken in reality based self-defense. “Je kunt alleen vechten op de wijze die je hebt getraind.”

Een geweten is iets moois

Herman van Veen zingt in een van zijn nummers: “Want een geweten is iets moois, maar als je ’t hebt, dan ben je wel ontzettend zwaar gehandicapt.” Dat is een groot ‘probleem’ voor judoka. Criminelen hebben geen geweten en spelen niet volgens regels. Dit is een generalisatie, maar je kunt bij zelfverdediging het beste van het slechtste uitgaan.

Als je als judoka niet verwacht dat een crimineel van achteren aanvalt. Fout! Je mag geen ogen uitsteken, in het kruis trappen en bijten. Fout! Een baksteen kun je niet gebruiken als wapen. Fout! Als de crimineel een mes heeft en aftikt, dan laat je los! Fout! Kijk maar eens naar het onderstaande hilarische filmpje van Bas Rutten over straatvechten.

Dit klinkt allemaal erg voor de hand liggend, maar als judoka ben je geconditioneerd met regels op basis van wederzijds respect en discipline. In een echt gevecht zijn deze hinderend. Je enige regel is: Ik moet overleven en ontsnappen.”

seiryoku zenyo jita kyoeiIn dat opzicht kun je vragen of het trainen voor zelfverdediging en judo samengaan. Het belangrijkste doel van judo is het trainen van het lichaam en verfijnen van de geest. Ondanks dat Jigorō Kanō zelfverdediging als een onderdeel van judo zag. Kun je een onvoorwaardelijke overlevingsdrift zonder regels combineren met de zachtmoedigheid van judo?

Nog een paar hiaten

Een ander hiaat in veel krijgskunsten is dat reality based self-defense zoveel meer omvat dan een paar technieken zoals worpen en armklemmen. Een hele belangrijke techniek is ontsnappen. Veel gevechten eindigen op de grond. Hoe kun je veilig opstaan zonder veel schade door trap- en stoottechnieken. Hoe vaak wordt dit getraind in de dōjō?

Sun Tzu Art of Wart Self-defense begint veel eerder dan de genoemde technieken. Het begint met observeren en onveilige situaties voorkomen. Vertrouwen op je zintuigen en het onderbuikgevoel. Toch een stukje omlopen als dit beter voelt. De beste zelfverdediging is een vermeden gevecht.

Zelfverdediging is bij een confrontatie ook heel veel psychologie. Veel criminelen gebruiken dezelfde technieken voor het benaderen van hun slachtoffer. Als je hierop voorbereid bent, kun je hierop anticiperen. Ze merken dat ze het ‘verkeerde’ slachtoffer hebben gekozen en haken af. Daarbij is het ook belangrijk dat je jouw eigen angst kunt reguleren. Hoe vaak oefenen we dit realistisch met krijgskunsten?

Scenario’s in reality based self-defense

Het trainen van scenario’s is belangrijk, zodat je de aspecten van psychologie, observeren, de-escalerend handelen en het verrassingseffect kan oefenen. Begin niet met een afgesproken aanval recht van voren. Train bijvoorbeeld dat je in gesprek bent met een tegenstander. Kijk of je het gesprek kan de-escaleren met onderhandelingstechnieken. Observeer de handelingen van de tegenstander, zijn er ‘cues’ dat hij of zij gaat aanvallen? Beslis wanneer je een aanval plaatst en vlucht.

Of kijk hoe je reageert als de tegenstander als een jack-in-the-box vanuit het niets stoot met een suckerpunch (zie het onderstaande filmpje van SPEAR door Tony Blauer). Misschien haalt de tegenstander plots een mes of geweer tevoorschijn. Oefen ook eens terwijl je met je ogen dicht begint, zodat als je je ogen opent wordt geconfronteerd met een onbekende situatie en spontaan moet reageren.

Denk ook eens aan scenario’s dat je door de tegenstanders uit een auto wordt getrokken. Of dat je buiten in de sneeuw staat met een dikke winterjas, ijsmuts en handschoenen aan. Vecht als ‘slachtoffer’ ook eens asymmetrisch. Dat wil zeggen niet een judoka tegen judoka, maar vecht tegen mesvechters, (kick)boksers of experts in krav maga (ééntje zonder gekleurde band).

Judo en reality based self-defense

Het lijkt misschien alsof judo helemaal geen voordelen biedt voor zelfverdediging. Dit is absoluut niet waar. Je traint je lichaam, vooral de core, waardoor je sterker wordt. Daarnaast is een belangrijk aspect de ‘paradox van kracht’. Wanneer je kracht hebt, hoef je dit minder vaak te gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat veel criminelen hun slachtoffers uitzoeken op basis van lichaamshouding. Als een getrainde judoka een zelfverzekerde houding heeft, rechtop loopt en contact heeft met zijn omgeving is de kans op een aanval kleiner.

Ik adviseer ouders judo als een goede basis. Veel gevechten bestaan ook uit een vorm van worstelen. De meeste worpen uit het judo zijn uiterst effectief. Kijk naar vele straatgevechten en herken de judotechnieken. judoka zijn gewend aan lichaamscontact en weten daarom niet beter. Zij hebben daardoor een voordeel ten opzicht van andere stijlen zoals kendo, boksen en sommige vormen van jujutsu. Zeker als je jezelf niet beperkt tot technieken toegestaan volgens het wedstrijdreglement. Houd hierbij ook rekening met mogelijke stoot-, slag- en traptechnieken (geven en ontvangen), zoals Jigorō Kanō adviseert.

Daarnaast is judo goed voor de opvoeding van het kind. Het trainen van lichaam en verfijnen van de geest. Ze leren over respect en discipline en het ontwikkelen van een sterk lichaam.

Vervolgens kan het kind op oudere leeftijd een keuze maken. Zich richten op een constructieve krijgskunst met belangrijke principes voor het scheppen van een betere wereld of het destructieve reality based self-defense. Zelfverdediging is zeker de moeite waard, want er is nog steeds veel geweld op straat. Echter het geweld is zo groot geworden met messen en geweren, dat vele jaren dagelijks trainen nodig is om enigszins kans te maken in een gevecht. Wil je die tijd investeren met het risico dat je tegenover vijf terroristen met een AK-47 staat?

Via Loek van Kooten ontving ik nog een prachtige Japanse anekdote uit de dramaserie Ryōmaden over het leven van Ryōma dat hierop aansluit. Het is wellicht geromantiseerd, maar het is een schitterende anekdote.

“Ryōma Sakamoto, een beroemde samurai, de grondlegger van het Japanse staatsbestel en de oprichter van de Japanse marine, was tevens een fervent kendoka. Hij trainde in de befaamde Chiba Dōjō bij meester Sadakichi Chiba. Als hij op een dag de kurofune (de enorme zwarte stoomschepen) van de Amerikanen in Japan ziet verschijnen, uit hij zijn twijfel over de zin van kendo: zijn zwaard is immers niets meer dan een speld tegen deze schepen. Daarop stuurt zijn meester hem de dōjō uit.

Als Ryōma later met nieuwe inzichten terugkeert, vraagt zijn meester hoe Ryōma de stoomschepen wil verslaan. Ryōma antwoordt: “Of ik win of verlies, wordt niet bepaald door het zwaard, maar door mijzelf.”

Ik heb de keuze gemaakt voor judo. Misschien naïef, maar ik ga liever uit van het goede in de mens. Tot nu toe is dit een goede keuze geweest, want het judo heeft mijn leven in vele opzichten verrijkt. Ik verdiep me nog wel in zelfverdediging, vooral het vermijden en de-escaleren van risicovolle situaties. Toch ben ik vooral bezig met het werken aan mezelf en daarmee aan een betere wereld. Reality based self-defense vind ik interessant, maar hopelijk hoef ik het nooit te gebruiken!

Zien jullie judo of een andere krijgskunst als een goede vorm van zelfverdediging? Heb je het weleens moeten gebruiken? Houd je rekening in jouw training met reality based self-defense?

Een blauwtje lopen

Het is jammer dat ik dit artikel schrijf. Helaas is het nog steeds nodig. Ondanks de vele artikelen die beschikbaar zijn over dit onderwerp. Er zijn namelijk nog steeds mensen die een blauwe judogi aantrekken. Naar de training, maar zelfs op examens heb ik weleens deelnemers haastig zien onderhandelen met collega-judoka voor het lenen van een witte judogi.

Geschiedenis van de blauwe judogi

Grand Slam Paris 2015
©IJF Media door G. Sabau en M. Mayorova

De blauwe judogi is een idee van Anton Geesink. Het idee was oorspronkelijk helemaal een kermis met rode en blauwe pakken. De achterliggende gedachten was dat het duidelijker voor scheidsrechters en toeschouwers is wie het punt scoort door een groter contrast tussen de judoka. Uiteindelijk heeft de International Judo Federation (IJF) ondanks het vele lobbyen van de Japanners in 1997 de blauwe judogi geïntroduceerd.

Daarvoor droegen beide judoka allebei een witte judogi, waarbij voor het onderscheid de ene judoka een witte obi (band) om heeft en de andere judoka een rode obi. Overigens vinden vele Japanse judotoernooien nog steeds plaats op deze manier. Kijk maar naar onderstaande filmpje van de All Japan Judo Championships 2015.

Geschiedenis van de witte judogi

Onze grootmeester Jigoro Kano is de bedenker van de moderne keikogi (trainingskleding). Zijn judogi heeft vele andere krijgskunsten geïnspireerd (zoals aikido, kendo en karate). In het boek In The Dojo speculeert Dave Lowry dat de judogi waarschijnlijk is geïnspireerd door de brandweerlieden uit Japan. Zij droegen zware jassen ter bescherming. Voor het blussen werden ze met water doordrenkt, zodat ze de drager beter bestand was tegen de hitte en vlammen.

Kano liet zijn studenten judogi dragen om praktische redenen, niet omdat het zo mooi staat. Volgens de archieven van de Kodokan waren hiervoor zijn motieven waardigheid en veiligheid. In eerste instantie hadden de judogi korte mouwen. Waarschijnlijk omdat de judoka last hadden van brandwonden op de ellebogen door de tatami (mat), zijn de mouwen langer gemaakt.

Judo training at Kodokan

De judogi had vroeger altijd een witachtige kleur. Niet puur wit, maar de witte kleur van ongebleekt katoen. Dit was goedkoop en de ongebleekte kleur van katoen is in overeenkomst met de spirit van budo. Het is eenvoudig en natuurlijk. In Japan kun je ook nog steeds ongebleekte judogi kopen.

Wit staat voor zuiverheid

Er wordt ook vaak een link gelegd met zuiverheid. Wit staat voor zuiverheid in het Shintoïsme. Samen met het Boeddhisme een belangrijke religie in Japan. Het is niet duidelijk of het Shintoïsme Kano daadwerkelijk heeft beïnvloed of achteraf als verklaring is verzonnen. Zuiverheid is een belangrijk concept en is overal zichtbaar in Japan, denk maar aan de onsen (heetwaterspa’s) en het uitdoen van de schoenen voordat men naar binnengaat.

De witte kleur van de judogi staat mogelijk ook voor het bewaren van de zuiverheid van de geest en zuiverheid van het judo. Een ander voordeel is dat bij een witte judogi sneller kan worden gezien of het schoon is, dit is moeilijker bij een judogi met een donkere kleur.

Niet afwijken van traditie

Waarom dan geen blauwe judogi? Er moet een hele goede reden zijn voor het afwijken van traditie in budo. Als van tradities wordt afgeweken, dan is judo niet meer dan gewoon een sport.

De enige motieven om een andere kleur judogi te dragen zijn mode en ego. Het volgen van de mode lijkt me niet relevant bij het beoefenen van traditionele budo. Voor een groot ego is in de dojo geen plaats. Een traditionele witte judogi laat zich niet beïnvloeden door iets onbelangrijks als mode en zorgt dat iedereen qua kleding gelijk is op de tatami.

Wat mij betreft wordt het besluit van de IJF voor het toestaan van blauwe judogi ook weer teruggedraaid. Op (inter)nationale toernooien staan fantastische scheidsrechters en is er beschikking over videobeelden mocht het echt heel onduidelijk zijn. Het grote contrast is overbodig geworden, als het ooit al een echt probleem is geweest.

Bij alle andere activiteiten op gebied van judo voegt een blauwe judogi in mijn ogen sowieso niets toe en doet afbreuk aan het judo. Ik draag zelf altijd een witte judogi. Hopelijk geef ik op deze manier het goede voorbeeld aan andere judoka.

BJJ Keikogi

Laten we vasthouden aan de tradities met betrekking tot de judogi. Neem bijvoorbeeld Braziliaans Jiu-Jitsu. Ondanks dat het veel van de mooie tradities van het judo mist, zijn hun ne-waza (grondtechnieken) echt superieur. Als ik hun trainingspakken zie, realiseer ik hoe ‘mooi’ onze judogi is in al zijn zuivere eenvoud met weinig of geen logo’s. Laten we onze judogi dan ook met waardigheid dragen!

Wat vind jij van blauwe judogi? Draag jijzelf weleens een blauwe judogi? Laat hieronder een reactie achter.