Richard de Bijl leeft judo

Het moet zo’n ruim 11 jaar geleden zijn. Ik was een jaar of 17 en hard aan het trainen bij Velo met Rutger Wolf. We waren allebei al een tijdje ikkyu en hadden niet echt gedacht aan het behalen van shodan. Het leek een moeilijke opgave en de bruine band hield onze jūdōgi ook prima bij elkaar.

Totdat op een dag de nieuwe meester Cor Esser verscheen en vertelde dat hij ervaring had met het opleiden van judoka tot zwarte band. Rutger en ik vonden het wel een leuke uitdaging. Het was tenslotte al even geleden dat onze vereniging zwarte banders had afgeleverd. Zodoende begon de studie van het nage-no-kata.

“Heb je ooit wel leren judoën?”

Op een zondagavond stonden we ineens in een grote dojo in Spijkenisse. Meester Cor had verteld over een of andere Richard de Bijl en zijn examentrainingen. Hij was 7e dan judo en had zo’n ‘afzetlint’ om zijn middel. Echter Cor had verzekerd dat Richard ons verder kon helpen met het leren van kata. Daarnaast mag je aan het einde van de training demonstreren voor de groep. Dit levert een hoop feedback op en je leert presteren onder de druk van vreemde ogen.

Rutger en ik waren vooral verbaasd over de afstand en de tijd. Wie gaat er nu op zondagavond vanuit Wateringen bijna drie kwartier rijden naar een training om kwart voor acht ‘s avonds? Een beetje ongemakkelijk werden we voorgesteld aan Richard. Zijn aanwezigheid was direct duidelijk merkbaar. Een beetje verlegen namen we deel aan de training.

Richard de Bijl (7e dan) & Sebastiaan Fransen (5e dan)
©Birgit de Jong

Het was de eerste of tweede les dat Richard ons kata bekeek en feedback gaf. Zijn vraag aan mij was: “Wie is je leraar? Heb je ooit wel leren judoën?” Om vervolgens Rutger mede te delen dat hij “valt als een natte krant”. Wij dachten dat we wel iets wisten over judo en schoten in de verdediging. Dat wil zeggen: we luisterden braaf, knikten ‘ja’ en dachten ‘nee’. In de auto rees pas hardop de vraag of het wel zinvol was om nog terug te gaan naar die botte man.

Het beslissende moment

“Het is een vergissing te denken dat in een leven de beslissende momenten waarop de vertrouwde richting voor altijd verandert, vol luide en felle dramatiek moet zijn en gepaard gaat met hevige gemoedsaandoeningen. Dat is een kitscherig sprookje waarmee dronken journalisten, op aandacht beluste filmregisseurs en schrijvers in wier hoofd het eruitziet als in een roddelblaadje, de wereld hebben opgescheept. De waarheid is, dat de dramatiek van een het hele leven bepalende ervaring er vaak een is van een ongelooflijk milde soort. Die heeft zo weinig gemeen met een knal, een steekvlam en een vulkaanuitbarsting, dat de ervaring meestal niet wordt geregistreerd op het moment waarop zij wordt ondergaan. Als een ervaring haar revolutionaire gevolgen ontplooit en ertoe aanzet dat een leven in een geheel nieuw licht wordt gedompeld en een totaal nieuwe melodie krijgt, dan doet ze dat geruisloos, en in die schitterende geruisloosheid ligt haar bijzondere adel.” (Nachttrein naar Lissabon, Pascal Mercier)

Deze kritiek van Richard was achteraf een klein, beslissend moment. Met enige twijfel besloot ik dat ik me niet uit het veld liet slaan. Misschien was Richard niet het archetype sensei zoals Mr. Miyagi (Karate Kid) of Yoda (Star Wars), maar mijn nieuwsgierigheid was geprikkeld. Rutger en ik volgden de trainingen en behaalden met succes onze eerste dan judo.

Enthousiasme

Achteraf heb ik geen moment spijt gehad van mijn beslissing. Inmiddels train ik meer dan 10 jaar bij de judoschool van Richard. Van één dag in de week naar Spijkenisse nu soms wel drie keer per week. Trainen bij De Bijl is geen sporten, maar een complete ervaring.

Richard heeft een ongekende passie voor judo. Dit schijnt door in alles wat hij doet. Ik heb me wel eens afgevraagd of Richard judo onderwijst voor zichzelf of voor zijn leerlingen. Een zinloze vraag. Richard leeft judo. Richard is judo.

Elke training legt hij vol enthousiasme de technieken uit. Sommige leraren kunnen het goed ‘verkopen’ en andere leraren hebben enorm veel kennis over judo. Bij Richard valt dit samen. Van simpele, leuke oefenvormen voor alle judoka tot diepgaande details van moeilijke technieken. Richard kan het vol energie en overgave brengen. De natuurlijke autoriteit van Richard zorgt ervoor dat iedereen vol aandacht luistert. Daarna kan niemand wachten om de oefeningen enthousiast zelf uit te proberen.

The Entertainer

Ook naast de tatami is Richard vol enthousiasme. Als Richard verschijnt hoor je soms het nummer “Let Me Entertain You” van Robbie Williams in je hoofd. Hij tapt graag schuine moppen en het is dan moeilijk niet te lachen. Ook als je de grap al vaker hebt gehoord, moet je wel lachen door het plezier en de manier van vertellen.

Het kwam regelmatig voor dat we op dinsdag na de training nog ‘even’ iets gingen drinken. Vervolgens kwam ik half drie ‘s ochtends thuis. Richard vermaakte ons met moppen, spelletjes, het zingen van liederen en voldoende wijn en hapjes. Altijd vol overgave, net zoals zijn judo.

Hard voor het doel

De passie voor het judo maakt Richard soms hard. Hij vecht voor waarin hij gelooft. Een voorbeeld hiervan is de promotie van het Kodokan kata, gepromoot in Nederland door Richard samen met Mas Blonk. Dit heeft eraan bijgedragen dat Nederland nu internationaal aansluiting heeft gevonden met judo kata.

Ook de examentrainingen in het district Zuid-Holland zijn onder leiding van Richard weer groot gemaakt. Hij verzamelt de juiste mensen om zich heen en spreekt duidelijk zijn visie uit. Richard denkt altijd erg groot en dit leidt tot resultaten.

Nu is hij als visionair alweer bezig met zijn volgende missie. Landelijke examentrainingen, zodat de kwaliteit van de hogere danexamens beter wordt. De plannen zijn ambitieus. Echter, Richard heeft zo’n aanzien in de judowereld dat veel mensen zijn plannen graag aanhoren en helpen uitvoeren. Zijn kennis en kunde rechtvaardigen zijn recht-door-zeeaanpak.

Richard heeft veel vrienden

Richard heeft door zijn directe manier van communiceren soms vijanden, maar zelfs zij hebben vaak respect voor zijn doen en laten. Het citaat “You have enemies? Good. That means you’ve stood up for something, sometime in your life.” past Richard perfect.

Echter, hij heeft vooral veel vrienden. Door zijn enthousiasme en levensvreugde voelen mensen zich prettig in zijn nabijheid. Je hebt het gevoel dat je altijd met een authentiek persoon omgaat. Soms voel je je zelfs een beter mens, omdat Richard je als geen ander kan laten geloven in jezelf.

Andere keren is hij hard in het persoonlijk contact. Hij kan mensen motiveren die niet lekker in hun vel zitten of even een duwtje in de rug nodig hebben. Richard kan echter ook eerlijk zijn als mensen overmoedig worden en zich niet volledig inzetten. Hij is dan recht-door-zee en soms zelfs bot. Altijd met de intentie mensen verder te helpen in het leven.

Promotie tot 8e dan judo

Richard de Bijl (8e dan)Afgelopen weekend is Richard tot 8e dan judo gepromoveerd. Hij verdient dit in mijn ogen op vele vlakken. Judotechnisch kan hij als geen ander waza en kata uitvoeren, aanleren en verbeteren. Het is ongelofelijk hoe Richard een techniek kan analyseren en deze op verschillende wijze kan uitleggen. Zijn oefen- en werkvormen zijn leuk, creatief en inspirerend. Richard is niet alleen een voorbeeld voor vele judoka, maar ook voor vele judoleraren.

Daarnaast heeft hij veel voor de Judo Bond Nederland betekend. Richard is internationaal kata judge en een graag geziene gast voor het geven van clinics. Nationaal is hij continu bezig met het verbeteren van het judo. De promotie van kata, speciale examentrainingen en de persoonlijke begeleiding van judoka zijn slechts een paar voorbeelden. Richard heeft ontelbaar veel judoka geholpen naar een (hogere) dangraad en vele leraren geïnspireerd.

Als mens is Richard ook iemand die vele anderen binnen en buiten de judowereld heeft geholpen met een goed advies of motiverende woorden. Daarnaast bouwt Richard overal een feestje met zijn schuine moppen en onuitputtelijke energie. Met Richard in de buurt gebeurt er altijd wat.

Trots op mijn sensei

Richard de Bijl (8e dan) en Sebastiaan Fransen (5e dan) ju-no-kata
©Karen Kamps

Ik ben dan ook ontzettend trots dat mijn sensei is gepromoveerd tot 8e dan. Afgelopen zondag heb ik in Goirle genoten van de uitreiking. Richard is Richard. Geef hem drie woorden en een microfoon en je bent zo een half uur verder.

Afgelopen zondag was het niet anders. Iedereen had netjes één spreker. Echter voor Richard spraken Tonny Wagenaar (9e dan judo) en Harm Borgers (Judo Bond Nederland, bestuurder district Zuid-Holland). Uiteindelijk nam Richard zelf het laatste woord. Voor zijn doen was het relatief kort. Hij wilde dat iedereen die achter de promotie stond, zijn of haar naam op zijn diploma zette. Uiteraard was er niet genoeg ruimte op het diploma. Vele mensen waren speciaal voor Richard gekomen.

Vol trots heb ik mijn naam op de diploma gezet. Ik ben je ontzettend dankbaar voor het feit dat je naast me loopt op mijn ‘weg’ van het judo. Ik hoop dat ik nog vele jaren mag genieten van jouw ervaring, vaardigheden en attitude. Maar nog veel belangrijker: dat we nog vele jaren onze vriendschap leven. Dezelfde geboortedag, 5 september, schept toch een band!

Sebastiaan

World Judo Day 2015: Unity

World Judo Day 2015 Unity Vandaag is het de geboortedag van grootmeester Jigoro Kano. Sinds 2011 is deze dag, 28 oktober, uitgeroepen tot World Judo Day (Wereld judo dag) en wordt dit elk jaar gevierd. Het doel is het promoten van de judofilosofie met bijvoorbeeld demonstraties, proeflessen en gezamenlijke trainingen. Op deze manier kan de spirit van judo worden verspreid over de gehele wereld. Er is een website opgericht met informatie en ter ondersteuning op http://www.worldjudoday.com.

Unity

Elk jaar heeft de World Judo Day een thema. De voorgaande jaren waren de thema’s “respect”, “judo voor iedereen”, “volharding” en “eer”. Dit jaar is het thema “eenheid” (unity). Een prachtig thema natuurlijk, omdat Kano een wereldwijde eenheid heeft gecreëerd met het Kodokan judo. Op dit moment judoën volgens de cijfers van de IJF meer dan 20 miljoen judoka over de gehele wereld! Bij de IJF zijn zo’n 200 nationale judobonden en 5 continentale bonden aangesloten.

Neil Adams, tweevoudig Olympische zilveren medaillewinnaar, formuleert het mooi. De eenheid is inherent aan judo en sport in het algemeen.

“Eenheid gaat over het bij elkaar brengen van mensen. Judo en sport in het algemeen is hiervan een onbewuste, onzelfzuchtige uiting. Mensen worden verenigd, die in andere situaties en omgevingen elkaar nooit hadden ontmoet of geïnteracteerd, krijgen een kans om vrienden te worden, rijker te worden van elkaars ervaringen en levensverhalen. Eenheid is mogelijk. Judo en zijn verhaal is hiervan een prachtig voorbeeld.”

Jita kyōei

Tijdens het ontwikkelen van judo benadrukte grootmeester Jigoro Kano reeds het creëren van eenheid in zijn judoleer. Hij formuleerde twee belangrijke principes. Seiryoku zen’yō en jita kyōei. Seiryoku zen’yō betekend “maximaal resultaat met minimale inspanning” en jita kyōei kan worden uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Vooral het principe jita kyōei benadrukt perfect de eenheid die Jigoro Kano voor ogen had met het judo. Dit blijkt ook uit een citaat van Kano uit het boek Judo Memoirs (pag. 15).

“Door het judo te stichten, had ik mijn eigen systeem van lichamelijke en geestelijke training opgezet. Het kwam me voor dat ik deze kennis niet voor mezelf moest houden, maar dat ik het moest onderrichten aan anderen, over de hele wereld.”
Vertaling door Mitesco.

En wat nu…

World Judo Day 2015 UnityWat hebben we hiervan bereikt als judoka? Judo heeft zich verspreid over de gehele wereld, maar hoeveel judoka verdiepen zich in de judoprincipes? Is judo “meer dan een sport”, zoals mooi wordt vermeld onder het logo van de Europese Judo Unie? Zijn we een eenheid als judoka of allemaal individuen die gewoon lekker sporten, een gouden medaille ambiëren of een hogere dangraad verlangen?

Ik geloof dat het judo steeds meer ontwikkeld in lijn met het oorspronkelijke doel. De ontwikkeling van lichaam en geest voor wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen. Steeds meer judoka raken bekend met het gehele judo dat zich niet beperkt tot een paar levenloze zelfverdedigingstechnieken en wedstrijden. Deze groep beoefend niet slechts een sport, maar volgt een weg.

Wij ervaren de rijkheid van het judo. Wij streven naar eenheid van lichaam en geest. Wij trainen om beter te worden. Voor onszelf, en voor de anderen. Wij respecteren onszelf en de ander. Wij smijten elkaar niet op de grond, maar helpen elkaar overeind. Wij trainen niet alleen in de dojo, maar altijd en overal. Wij beperken ons niet tot onze eigen welvaart, maar kijken naar het grotere geheel zonder grenzen. Wij vormen een steeds grotere eenheid, zodat wij samen schitteren.

Loesje evolutietheorieHet is een mooie gedachte om vandaag bij stil te staan. Ik las van de week een poster van Loesje met de tekst “Dus volgens de evolutietheorie was vroeger niet alles beter”. Het is toch mooi als wij judoka het werk van Jigoro Kano voortzetten, zodat het judo inderdaad evolueert en zich aanpast aan de ontwikkelingen van deze tijd. Dat het judo verder uitbreid. Door het aantrekken van nieuwe judoka en doordat alle judoka beter bekend zijn met de principes van het judo. Zodat we inderdaad een eenheid vormen in harmonie en vrede over de gehele wereld.

Wat betekent eenheid voor jou? Ga je iets doen voor World Judo Day? Laat het achter in de reacties.

Klassiek en romantiek

Kun je nog wel genieten als je alle details kent? Dat is een vraag die mij de afgelopen tijd bezig heeft gehouden. Voor mijn verjaardag vorig jaar kreeg ik van mijn vrienden een bezoek aan de theatervoorstelling van de Golden Earring cadeau. Op 3 februari 2015 was het eindelijk zover. Het concert waar ik zo naar uitkeek! Toch kon ik in eerste instantie moeilijk genieten van de voorstelling.

Klassiek versus romantiek

Een tijdje voor het concert las ik het boek Zen and the Art of Motorcycle Maintenance van Robert Pirsig. Geen eenvoudig boek, maar zeer de moeite waard. Het beschrijft een motortrip van een vader met zijn zoon afgewisseld met filosofische discussies door de verteller.

Vooral het begin van het boek is erg interessant. Hier vertelt de auteur over het klassieke (classic) en romantische (romantic) begrip. Hieronder een citaat voor een globaal beeld van deze twee denkbeelden.

“A classical understanding sees the world primarily as underlying form itself. A romantic understandig sees it primarily in term of immediate appearance. If you were to show an engine or a mechanical drawing or electronic schematic to a romantic it is unlikely he would see much of interest in it. Is has no appeal because the reality he sees is its surface. Dull, complex lists of names, lines and numbers. Nothing interesting. But if you were to show the same blueprint of schematic or give the same description to a classical person he might look at it and then become fascinated by it because he sees that within the lines and shapes and symbols is a tremendous richness of underlying form.”

Romantiek

In het boek wordt het romantische begrip vergeleken met motorrijden en genieten van het moment. Het voelen van de wind en de ervaring van vrijheid.

“The romantic mode is primarily inspirational, imaginative, creative, intuitive. Feelings rather than facts predominate. “Art” when it is opposed to “Science” is often romantic. It does not proceed by reason or by laws. It proceeds by feeling, intuition and esthetic conscience.”

Klassiek

Het klassieke begrip wordt geassocieerd met het motoronderhoud. Voor motoronderhoud is kennis nodig van onderdelen en hun onderlinge samenhang. Op deze wijze kunnen (mogelijke) storingen in een vroeg stadium worden verholpen.

“The classic mode, by contrast, proceeds by reason and by laws – which are themselves underlying forms of thought and behaviour.”

Het klassieke begrip is niet beter dan het romantische begrip of andersom. Ze vullen elkaar aan. Het heeft het mij enorm geholpen dat ik bewust werd van deze verschillende denkbeelden.

Sleepwalking

Daar zat ik dan op de achterste rij in de Rijswijkse schouwburg. De lichten gaan uit en vier mannen op leeftijd verschijnen op het podium. Barry Hay roept iets en de Golden Earring begint met het spelen van hun rijke verzameling klassiekers.

Ik probeer als gitarist alles te volgen. Wat speelt Rinus voor bijzondere baspartij door het nummer heen en hoe wordt de basgitaar gedragen door Cesar op de drums? Wat voor akkoorden pakt George en in welke toonladder soleert hij? Is dit nog wel een vierkwartsmaat?

Door de noten kon ik de muziek niet meer horen. Ik was alleen maar gefocust op de afzonderlijke instrumenten en het ‘begrijpen’ hiervan, dat ik weinig tijd had om te genieten. Ik zou en moest de basgitaar in “Sleepwalking” en de relatie tot de rest van de muziek verklaren met de beperkte muziektheorie die ik bezit.

Zen and the Art of Music

Op gegeven moment begon het te dagen. Ik zat duidelijk in het klassieke begrip. Ergens genoot ik van de muziek, maar er was een soort terughoudendheid. Veel kon ik niet verklaren en dat leidde tot frustratie. Kort daarna kwam de pauze en besprak ik met mijn bandleden en vrienden alles wat ons was opgevallen, maar dit hield ik voor me.

Na de pauze kon ik meer genieten van de Golden Earring. Misschien hadden deze topmuzikanten de smaak te pakken en speelden ze beter. Echter denk ik dat het kwam, omdat ik geschakeld had naar het romantische begrip.

De muzieknoten analyseerde ik niet langer, maar ik genoot van het moment. Niet langer dacht ik aan maatsoorten, toonladders en harmonisatie. Ik hoorde nu het geheel. Sommige nummers kon ik echt voelen. Zonder enige terughoudendheid. Ik genoot volledig van het optreden.

Clinic Kodokan nage-no-kata

Peter Tümmers en Sebastiaan Fransen tijdens een clinic Kodokan nage-no-kataGisteren was ik als secretaris van de Kata Werkgroep Judo Zuid-Holland aanwezig bij een clinic die we organiseerden in Ridderkerk. Peter Tümmers legde vakkundig de details uit van het Kodokan nage-no-kata.

Ik genoot van de aandacht voor de details, zoals wat is de relatie tot de worp en maai (gevechtsafstanden) bij seoi-nage en hoe is de timing van okuri-ashi-harai? Het bestuderen van vooral ura (zie ook Waarheden en illusies). Alle principes en logica in het kata. Ik ging er volledig in op. Het klassieke begrip.

Tijdens de demonstraties van de judoka voor de groep genoot ik ook. Ik keek naar de buitenkant, vooral omote. De gracieuze bewegingen waarbij tori de uke controleert en werpt. De stilte en aandacht in de zaal gevolgd door het denderende geluid van de val van uke. De expressie van de judoka die een strijd voerde. Het romantische begrip.

Wie wint? Klassiek of romantiek?

Beide denkbeelden hebben een praktisch nut. Als ik muziek schrijf met mijn band, dan kan bepaalde muziektheorie worden toegepast. Hierdoor kan een nieuw nummer efficiënt worden geschreven. Het klassieke begrip leidt dan tot een snel resultaat.

Optreden van 0900-VIKTOR
©Fred van der Ende

Maar door het gebruik van het romantische begrip komen we als band soms op verrassende composities. Door het gebruik van creativiteit en intuïtie proberen wij dingen uit die de band niet kan verklaren op basis van logica en regels, maar toch goed klinken. Daarnaast kan ik heerlijk genieten van nummers, zonder ze ‘kapot’ te analyseren.

Beide denkbeelden zijn dus bruikbaar en vullen elkaar aan. Ook hebben ze allebei hun eigen schoonheid. Dat komt bij mij duidelijk naar voren in het judo. Als voorbeeld is het ju-no-kata natuurlijk prachtig om naar te kijken. Het gracieuze samenspel heeft een mediterende werking. Het romantische begrip.

Als ik de details bestudeer, dan kan ik daar ook helemaal in opgaan. De complexe harmonie tussen aanval en verdediging die worden gedemonstreerd kunnen prachtig worden geanalyseerd. Er is een prachtige controle en eenvoud. Het klassieke begrip. Door deze details wordt voor mij ook de buitenkant van het kata mooier.

Dit is de reden dat sommige judoka kata in eerste instantie afschuwelijk vinden. Ze zien een mooie vorm aan de buitenkant. Ze gaan enthousiast het kata bestuderen en worden opgegeven moment ‘lastig’ gevallen met allemaal details zoals afstanden. Zonder het direct te begrijpen verliest het kata haar charme voor deze judoka.

Er zullen ook judoka zijn zonder interesse in de vorm aan de buitenkant en die gelijk de onderliggende principes willen doorgronden. Het kata ontleden en begrijpen hoe het werkt. Als er niet voldoende aandacht is voor de details, verliest het kata haar charme voor deze judoka. In beide situaties kan bewustwording van het klassieke en romantische begrip de leerling en meester enorm helpen.

Het begrip van klassiek en romantiek heeft mij in ieder geval veel gebracht. Beide denkbeelden integreren is zeker mogelijk en wenselijk, maar kan een uitdaging zijn. Bewust zijn van de twee denkbeelden is een praktisch begin. Ik kan hierdoor meer genieten van bijvoorbeeld muziek en judo. Ook heb ik meer begrip gekregen voor mensen die geen interesse hebben in details van bijvoorbeeld kata of juist alleen maar aandacht hebben voor details.

Dus ja, je kunt nog steeds genieten als je ‘alle’ details kent! Sommige dingen worden mooier als je de details kent. En sommige dingen zijn mooier zonder kennis van de details.

Beschermen, kapotmaken en verlaten

In het artikel De fasen van katastudie heb ik een onderscheid gemaakt in vier verschillende fasen voor het bestuderen van kata. In dit artikel bespreek ik een ander model, het Japanse concept 守破離 (Shu Ha Ri). Het concept onderscheid drie fasen in het leren van een techniek, kata of krijgskunst. Shu Ha Ri betekent beschermen, kapotmaken en verlaten. Het model geeft inzicht in de houding van leerling naar gezel en uiteindelijk meester. Er zijn een aantal overeenkomsten met het model op basis van bewustzijn en bekwaamheid, maar gaandeweg wordt duidelijk dat het een andere inslag heeft.

守 – Shu (beschermen)

Mr. Miyagi (Karate Kid)Eerst volgt de judoka het voorbeeld van zijn sensei (leraar). Hij imiteert de vorm en bewegingen zonder veel begrip van riai (onderliggende principes). Hierbij worden de regels gevolgd, zoals uitgelegd door de leraar. Vorm en bewegingen worden door de judoka beschermt. De nadruk ligt vooral op herhalen van vorm en bewegingen zonder het aanbrengen van afwijkingen, want de judoka heeft nog niet genoeg kennis voor het maken van aanpassingen in de vorm en bewegingen. In deze fase wordt een solide fundament gebouwd, waarop de judoka in latere fasen verder bouwt.

破 – Ha (kapotmaken)

In deze fase heeft de judoka de vorm en bewegingen eigen gemaakt. De judoka verdiept zich nu in de riai (onderliggende principes). Hierbij kan gebruik worden gemaakt van aanwijzingen van andere leraren en multimedia (boeken, video, etc.). Alle opgedane kennis wordt geïntegreerd voor een optimaal begrip van de vorm en bewegingen.

Vervolgens kunnen innovaties plaatsvinden op basis van vernieuwde inzichten en een beter begrip van de riai, waardoor de vorm en bewegingen subtiele veranderingen ondergaan. Verwacht geen grote veranderingen, omdat de meeste vormen en bewegingen lang geleden zijn ontstaan en geëvolueerd op basis van fundamentele principes. De grootmeesters hebben reeds de vormen en bewegingen geoptimaliseerd en slechts een enkele keer kunnen verbeteringen worden aangebracht. Dit sluit niet uit dat een judoka altijd blijft zoeken naar optimalisatie op basis van seiryoku zen’yō en jita kyōei.

In deze fase kan een judoka ook aanpassingen maken zodat de vorm en bewegingen beter aansluiten op zijn of haar unieke eigenschappen. Bijvoorbeeld de afstanden in het kata staan voorgeschreven, echter als een judoka voldoende begrip heeft van maai (gevechtsafstand) kan de afstand worden gewijzigd op basis van lichaamsbouw.

Shu Ha Ri
©Ruma Dak’s Blog

Een ander aspect in deze fase wat vaak over het hoofd wordt gezien is het kapotmaken van een vorm en bewegingen. Dit is nodig voor een goed begrip van de leerstof. In de wetenschap is het de kunst om een hypothese te ontkrachten door middel van onderzoek. Dit zou een judoka ook moeten doen. Hierin spelen zowel tori als uke een belangrijke rol. Als blijkt dat een vorm of beweging niet goed werkt, moeten zij worden aangepast of uit het curriculum verwijderd.

In judo kunnen we ervan uitgaan dat alleen nog effectieve vormen en bewegingen zijn overgebleven, omdat grootmeester Kano alleen de technieken die voldoen aan de principes van judo heeft opgenomen in Kodokan Judo. Daarna hebben nog vele grootmeester het curriculum onderhouden. Echter kunnen judoka door het ‘kapotmaken’ van vorm en bewegingen ontdekken in welke context zij werken of juist niet.

離 – Ri (verlaten)

Op dit punt wordt gesproken over transcendentie. De judoka overstijgt (verlaat) de vorm en bewegingen, waardoor ruimte voor creativiteit ontstaat. Hij of zij is de volledige belichaming van de vorm en bewegingen. De bewegingen zijn een natuurlijke uitdrukking van de judoka geworden en de vorm is volledig verlaten. Ze bevatten duidelijke persoonlijke en karakteristieke kenmerken van de judoka. Desondanks handelt judoka altijd in overstemming met de riai (onderliggende principes).

Het handelen in een vrije expressie van de judoka, logisch en natuurlijk. Er wordt niet meer nagedacht over de uitvoering. Dit wordt ook wel muga-mushin (無我無心) genoemd in het Japans. Het kan vertaald worden als “geen ego, geen gedachten”. De aandacht is volledig op het huidige moment gericht en wordt niet geremd door afleidende gedachten.

De fase Ri bereiken is alleen weggelegd voor doorzetters. Het vergt jaren trainen en studeren onder grootmeesters. Een diepgaande studie van vormen, bewegingen en onderliggende principes, waarbij een judoka nooit uitgeleerd raakt. Door zelfontdekkend leren en het gebruik van creativiteit blijf een judoka zelfs in de Ri-fase subtiele verbeteringen en vernieuwingen toevoegen. Het uiteindelijke doel is dat de leerling beter wordt dan de meester. Op deze wijze stagneert de krijgskunst niet en evolueert de krijgskunst.

Het concept Shu Ha Ri moet overigens niet als een lineair pad worden gezien. In de Ha-fase zit Shu en in de Ri-fase zit Shu en Ha. Dit betekent dat de judoka in latere fasen doorbouwt op het stevige fundament dat hij in eerdere fasen heeft neergelegd. De fundamenten van judo veranderen namelijk niet. Alleen de toepassing kan wijzigen en er zullen subtiele verschillen in de uitvoering zijn.

Graag wil ik Richard de Bijl en Loek van Kooten bedanken voor de inspiratie voor dit artikel. Richard is een grote bron van inspiratie op vele gebieden en Loek heeft geholpen met het vertalen van de verschillende begrippen.

Mokuso: schakelaar voor focus

Ik begin en eindig mijn budotrainingen met mokuso. Het is Japans voor “gedachten stil maken” en wordt ook vertaald als “meditatie”. Zoals met meerdere termen in budo dekt dit maar half de lading. Mokuso is een belangrijk onderdeel van de training.

Schakelaar voor focus

Vooral de eerste keer zijn sommige mensen een beetje nerveus of lacherig tijdens mokuso (黙想). Dit is niet vreemd. In Japan is meditatie de normaalste zaak van de wereld, maar in het Westen kom je er zelden mee in aanraking. Daarbij wordt het regelmatig mystiek gebracht.

Eigenlijk is het niets bijzonders. Het is een soort schakelaar.

Aan het begin van de training dient mokuso om lichaam en geest voor te bereiden op de inspanning. We proberen ons (huis)werk, zorgen en verlangens los te laten, zodat we met volledige focus kunnen trainen. Aan het eind van de training dient het als moment om weer terug te schakelen naar het dagelijks leven. Mokuso is een overgangsperiode tussen het dagelijks leven en training en omgekeerd.

Mokuso zorgt daarmee voor een effectievere training door het aanbrengen van focus. Dit is ook toepasbaar in het dagelijks leven. Tussen de verschillende activiteiten even een moment rust nemen, zodat de vorige taak is afgerond en de focus volledig verleggen op de nieuwe taak.

Roze olifant

Mokuso

Wat houdt mokuso dan precies in.

Meestal wordt aan het begin en eind van de training alle budoka opgesteld in geknielde zit. De leraar of een leerling roept mokuso en wordt het rustig. Na een tijd roept dezelfde persoon yame (stop) en is de sessie afgelopen.

Tijdens de oefening zit je geconcentreerd met een buikademhaling, maar waar denk je aan?

Misschien kennen jullie het voorbeeld van de roze olifant. De trainer zegt: “denk niet aan een roze olifant”. Het gevolg is dat iedereen denkt aan een roze olifant. Hetzelfde geldt voor “denk aan niets”. Het is onmogelijk.

Daarom geef ik bij mokuso liever de opdracht “luister hoe druk of rustig het is in jouw hoofd”. Mensen worden dan bewuster van hun gedachten. Vaak als je luistert naar jouw gedachten zonder oordeel, wordt het rustiger in jouw hoofd. Zeker als je vaker oefent, laat je gedachten steeds eenvoudiger los.

Ichi-go; ichi-e

Dave Lowry schrijft in zijn boek “In The Dojo” over een andere methode voor mokuso. Hij refereert naar het gezegde “Ichi-go; ichi-e” uit het chadō (theeceremonie). Het betekent “één moment; één kans”.

Alles in het leven maak je maar één keer mee, want het volgende moment ben jij veranderd en is de situatie anders. Uiteraard geldt dit ook voor trainingen, daarom wil je het beste eruit halen.

Tijdens mokuso aan het begin van de training stel je de vraag heb ik vandaag van alle momenten het beste gemaakt? Na de training stel je de vraag, heb ik het beste van de training gemaakt? Als je dit niet gedaan hebt, is de volgende keer een nieuwe kans om het beste eruit te halen.

Wellicht worden je gedachten hier niet rustiger van, maar je gebruikt mokuso wel nuttig. Je haalt het beste uit jouw leven en elke training. Daarnaast leer je focus aanbrengen en bewust omschakelen tussen activiteiten. Misschien leer je zelfs waarderen dat alles in het leven veranderlijk is.

Mokuso in het dagelijks leven

Er zitten dus veel voordelen aan het beoefenen van mokuso. Je kunt meer rendement uit de training halen door het aanbrengen van focus. Daarnaast kun je als de geest minder verstoord is door gedachten sneller en spontaner reageren in bijvoorbeeld randori.

De samurai uit vroegere tijden beoefenden ook veel meditatie. Op het slagveld wilden ze niet denken aan de dood of overwinning. Ze moesten volledig zijn gefocust op het gevecht met de vijand.

Stilte en concentratie hebben ook voordelen in het dagelijks leven. Stress is op dit moment één van de grootste veroorzakers van ziekten en de dood. Door het oefenen van mokuso en het eenvoudiger loslaten van gedachten, zal de stress verminderen.

Daarnaast oefen je in het focussen op de taak waarmee je bezig bent. Dit leidt tot meer rust en vaak zul je de taak beter uitvoeren. Uiteindelijk zul je meer energie voelen en nieuwe inzichten krijgen. Daarom raad ik iedereen mokuso aan als onderdeel van de training.

Yagai-geiko

De gemiddelde dojo voor het bestuderen van vechtkunsten is tegenwoordig een prachtige zaal vol luxe. Ik zie steeds grotere dojo met prachtige verende matten (judo) of een houten vloer (kendo). Trainen in de dojo is praktisch en erg verleidelijk.

Vroeger was alles beter

Vroeger was het echter anders. De trainingen vonden vaak buiten plaats. Veel daimyo (Japanse krijgsheren) konden zich geen speciale dojo veroorloven. De trainingen vonden veelal plaats op braakliggend terrein, binnenplaatsen en veranda’s.

Dit was ook uit andere overwegingen. Weinig gevechten vonden plaats in een mooie overdekte dojo met egale vloer. Het buiten trainen was realistischer door de wisselende weersomstandigheden en het natuurlijke terrein.

Volgens Dave Lowry in zijn boek “In The Dojo” bleven de samurai dan ook buiten trainen, toen de daimyo rijker werden en zich wel een dojo konden veroorloven.

Yagai-geiko of no-geiko

Yagai-geiko (buiten training) of no-geiko (veldtraining) is nu veelal niet meer nodig uit praktische overwegingen. Veel budoclubs en -verenigingen beschikken over een eigen dojo of huren een gymzaal. Buiten trainen is voor sommige vechtkunsten zelfs enigszins onpraktisch. Bijvoorbeeld is bij judo het niet altijd even prettig vallen op gras of zand.

Ik kan toch iedereen het buiten trainen aanraden. Misschien denk je dat buiten trainingen niet zo romantisch is als het bovenstaande fragment uit “The Karate Kid”, maar eigenlijk komt het best dicht in de buurt!

Het oefenen op natuurlijk terrein is een verrijking voor de training. Deze zomer heb ik getraind in een park op een zeer onregelmatig grasveld, terwijl het begon te waaien en druppelen. Ik heb zoveel geleerd over maai (afstanden) en mijn eigen balans. Kata is heel anders zonder judogi en als je het koud hebt.

Ju-no-kata op het strandOok op het strand was een prachtig leermoment. Met een zeebriesje en zand dat wegschuift onder de voeten wordt het ju-no-kata heel anders. Ook hier is het bepalen van afstanden voor de aanvallen veel moeilijker. Het ju-no-kata leent zich trouwens erg goed voor yakai-geiko. Het kan zonder aanpassingen in “normale” kleren en het kata is zonder valbreken.

Nog meer voordelen

Het trainen in verschillende weersomstandigheden op verschillende natuurlijke ondergronden is natuurlijk een groot voordeel. Ook het gebruik van verschillende kleding kan leiden tot aanpassingen en variaties op technieken. Op het strand in een zwembroek is een pakking met revers en mouw onmogelijk.

Denk ook aan het trainen van bijvoorbeeld metsuke. Op het blog van Mitesco staat hier een interessant artikel over.

“Daarom is de opperste concentratie van het judo en aikido een geconcentreerde blik maar geen staren of fixeren. Wanneer je je ogen fixeert, zie je eigenlijk niets meer, en dus is dat gevaarlijk. In de budo wordt nogal eens gesproken over ‘enzan no metsuke’ (遠山の目付け) wat betekent: ‘kijken als naar een verre berg’. Als je naar een berg in de verte kijkt, zie je niet alleen de berg, maar ook de hele omgeving. Met zo’n ‘wijdse’ blik moet je ook met je partner omgaan: goed kijken, zonder je eigen bedoelingen te verraden en alles zien.”

Yakai-geiko kan worden gebruikt voor het oefenen in goed kijken. Niet focussen, maar de hele omgeving waarnemen. Uiteraard kan dit voor alle zintuigen worden getraind. Denk aan het horen van de golven, wind en zeemeeuwen op het strand.

Ga de natuur in

Yagai-geiko of no-geikoUiteraard kunnen er nog veel meer voordelen worden gehaald uit trainen buiten de dojo. Ik wil iedereen uitdagen om uit de heerlijk gekoelde of verwarmde dojo de natuur in te stappen. Het leidt vaak tot verbeteringen op technisch, tactisch, fysiek en mentaal vlak. Ik hoor graag jullie ervaringen via de reacties of een persoonlijk bericht.

Bewuster leven met judoprincipes

Bovenstaande nummer is uiteraard Badlands van Bruce Springsteen. Ik heb “The Boss” live mogen aanschouwen tijdens Pinkpop 2012. Wat een brok energie. Bruce kan als geen ander rake teksten zingen op prachtige muziek en dit overbrengen op zijn publiek. Badlands is één van mijn favoriete nummers van Springsteen. Voor mij gaat dit nummer over het niet uitstellen van het leven tot later, maar genieten van elk moment en controle over het leven nemen.

Het uitstellen van het leven past niet in de Oosterse filosofie. Daar draait het om leven in het nu. Uitstellen lijkt ook in tegenspraak met de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei van het judo, die in het dagelijks leven een belangrijke leidraad vormen. Dit licht ik toe verderop in deze blog.

Het is nooit genoeg

MotivatieHet nummer Badlands doet mij dus denken aan hoe mensen soms het leven uitstellen tot later. Dit komt vooral omdat mensen niet tevreden zijn met wat ze hebben, maar steeds meer willen. Mensen die week na week hard (over)werken voor grotere huizen en grotere auto’s.

Het is nooit genoeg. Elke salarisverhoging wordt direct gebruikt voor het kopen van nog meer luxe. Will Smith verwoordt het prachtig: “Te veel mensen geven geld uit dat ze niet hebben verdiend, om dingen te kopen die ze niet willen, teneinde mensen te imponeren die ze niet mogen.” Of zoals Bruce Springsteen het zingt in Badlands.

“Poor man want to be rich
Rich man want to be king
And a king ain’t satisfied
Till he rules everything”

Wellicht is bovenstaande niet op jou van toepassing, maar ik herken er wel iets van in mezelf. Toch weer die gedachte aan een extra gitaar, mooie spiegelreflexcamera of nieuwe boeken. Gelukkig ben ik tevreden met wat ik heb en sommigen vinden mij in een aantal opzichten minimalistisch.

Weinig plezier beleven aan arbeid

Niet heel lang geleden las ik het boek De omgekeerde werkweek van Gerhard Hormann. Hij stelt het drastisch omgooien van de werkweek voor met twee werkdagen en vijf dagen weekend. “Want zodra je eenmaal beseft dat betaalde arbeid niet anders is dan het verkopen van je vrije tijd in ruil voor geld, beleef je er weinig plezier meer aan.”

Het voordeel is dat hierdoor veel vrije tijd ontstaat voor andere zaken, bijvoorbeeld het werken in een eigen moestuin en verlenen van mantelzorg. Hierdoor kan geld worden bespaard op voedsel en de zorg. Maar ook voor het achtervolgen van jouw dromen in plaats van de dromen van een ander. Misschien wil je wel een boek schrijven of vaker genieten van jouw (klein)kinderen.

Niet het leven uitstellen en steeds werken voor meer, maar het optimaal omgaan met jouw energie, tijd en geld. Het boek van Gerhard Hormann bevat geen praktische adviezen, maar wel veel mooie ideeën voor een nieuwe relatie tussen mens en arbeid.

Efficiënt omgaan met middelen

Ik vond het boek erg inspirerend en liet het bezinken. Minder werken betekent minder inkomen. Hoe los ik dit op? Dan halen we Bruce Springsteen en Will Smith er weer bij… niet altijd meer willen. Tevreden zijn met wat je hebt.

Neem bijvoorbeeld een huis. Je kunt steeds een groter huis kopen en vol stoppen met spullen die je nooit of zelden gebruikt en veel tijd steken in het schoonmaken en onderhouden van dit huis. Echter een klein huis met alleen spullen die je veel gebruikt, kost veel minder tijd qua onderhoud en kosten. Het kan ook sneller worden afgelost, hierdoor heb je lagere maandlasten en voila… minder werken!

The things I needEen ander voorbeeld is het opzeggen van het televisieabonnement. De tijd die je bespaart, kun je weer gebruiken voor bijvoorbeeld het lezen van boeken. Er zijn tegenwoordig veel gratis boeken op Internet of je kunt een abonnement nemen bij de bibliotheek. Boeken spreken veel meer tot de verbeelding.

Moet iedereen dit doen? In mijn ogen niet. Misschien heb je geweldig en dankbaar werk, maar ik hoor veel mensen klagen over hun werk. Of mensen die niet bewust kiezen waaraan zij hun kostbare energie, tijd en geld besteden. Iedereen kan voor zichzelf bewuste keuzes maken. Een mooie leidraad hiervoor is het judoprincipe seiryoku zen’yō.

Seiryoku zen’yō

Voor mij bleek weer hoe relevant de filosofie van Jigoro Kano met het judo nog steeds is, ook in het dagelijkse leven. Seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Het optimaal inzetten van jouw middelen voor een maximaal resultaat. Daar draait het uiteindelijk om.

Ben jij bewust bezig met de zaken waarvan jij gelukkig wordt? Gebruik je jouw inspanning (en middelen) voor wat jij echt ten diepste van binnen wilt of verspil je dit aan randzaken. Overigens is dit voor iedereen anders. De één wil meer reizen, de ander wil misschien meer tijd doorbrengen met zijn of haar geliefde.

Als je eenmaal weet wat je ten diepste van binnen wilt, kun je kijken wat je daarvoor nodig hebt. Je kunt dan ook besparen op wat niet langer nodig is. Als je bijvoorbeeld gezonder wilt leven, kun je een paar overuren maken voor het betalen van een fitnessabonnement. Maar een andere optie is het verkopen van de tweede auto en op de fiets naar het werk. Van het geld dat maandelijks wordt bespaard, kun je minder gaan werken en meer bewegen in de natuur.

Zo kun je op vele vlakken bewuste keuzes maken. Besteed je jouw inspanning optimaal aan de zaken die jouw gelukkig maken? Of kun je wellicht met minder energie, tijd en geld een beter resultaat halen? Besteed je jouw energie aan het druk maken over het verleden of geniet je van het moment? Besteed je jouw geld aan een groter huis of meer tijd met jouw geliefde? Ga je meer geld verdienen voor een dure vakantie of ga je lekker lang backpacken in het buitenland? De keuze is aan jou!

Jita kyōei

Wellicht zijn er slimme mensen die zeggen als iedereen alleen aan zichzelf denkt volgens bovenstaand principe, dan is het geen leuke wereld. Gelukkig heeft Jigoro Kano daar ook aan gedacht met zijn andere judoprincipe jita kyōei. Hierover schreef ik al eens eerder in het artikel Het amorele systeem waarin wij leven. Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Slotwoord

Mijn ultieme doel is dat, door bewuste keuzes te maken, mijn inspanningen volledig bijdragen aan mijn geluk, maar ook aan een betere wereld. Hopelijk geven de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei jou ook inspiratie tot het bewust omgaan met energie, tijd en geld. Zodat jouw inspanningen maximaal bijdragen aan het leven van jou en anderen.

No limits

Uit onderzoek van de Amerikaanse Napoleon Hill voor zijn boek blijkt dat veel succes komt vlak nadat een persoon er helemaal doorheen zat en wilde opgeven. Ik heb het boek Think and Grow Rich niet gelezen, maar herken het wel uit eigen ervaring met bijvoorbeeld judoën en gitaarspelen.

Het ervaren van een limiet

Er zijn van die periodes dat ik keihard train, maar weinig vooruitgang boek of stilsta. Soms heb ik dan zelfs het idee dat ik achteruit ga. Het voelt alsof ik mijn limiet heb bereikt. Mijn techniek wordt niet meer beter of zelf slechter, nieuwe technieken werken niet goed en mijn fysieke en mentale conditie gaan langzaam achteruit. Het gevolg is teleurstelling, soms zelfs frustratie. Je traint keihard, maar het levert weinig op.

Vertoeven op een plateau

In dit soort periodes is het accepteren van mijn grenzen en opgeven erg verleidelijk. Sommige mensen doen rustiger aan of stoppen zelfs. Toch is het vaak zinvol om op dit soort momenten te volharden en door te gaan met oefenen. Tenslotte doe ik nog steeds ervaring op en anders train ik mijn geest in doorzettingsvermogen en discipline. Of zoals Thomas Edison, uitvinder van de gloeilamp, sprak: “Ik heb niet gefaald. Ik heb enkel 10.000 manieren ontdekt die niet werken.”

Verleggen van een limiet

Bruce LeeHet is een bekend verschijnsel dat vlak voor een grote doorbraak je soms eerst even stil staat of zelfs een kleine terugval hebt. Toch als je eenmaal door volharding blijft trainen, komt er een moment dat je jouw limiet bereikt en overschrijdt. Je ziet nieuwe mogelijkheden en merkt dat je een grote sprong vooruit hebt gemaakt. Je beschikt over betere technieken, nieuwe technieken en je fysieke en mentale conditie verbetert. Je bent klaar voor het opzoeken van de volgende limiet.

Bruce Lee heeft het mooi verwoord: “Als je altijd een limiet plaatst op alles wat je doet, lichamelijk of wat dan ook, dan verspreidt zich dit in jouw werk en leven. Er zijn geen limieten. Er zijn alleen plateaus, daar moet je niet blijven, je moet ze overstijgen.”

Omgaan met een limiet

Wat voor mij goed werkt bij het bereiken van een limiet is een rustperiode of het verleggen van de focus. Denk maar eens aan een dag vol problemen waarop niets wil lukken. Na een goede nachtrust of meditatie, kun je vaak een dag later dezelfde problemen met frisse zin eenvoudig oplossen.

Of een training waarin een worp blijft mislukken. Dan schuif ik het trainen van de bewuste worp op naar een latere training. Eventueel zoek ik thuis nog wat extra informatie op. Een training later lukt het dan vaak direct of het gaat in ieder geval een stuk beter.

Met gitaarspelen ervaar ik hetzelfde. Als het niet meer lukt of goed voelt, dan speel ik soms even een week of langer geen gitaar of ik speel iets compleet anders. Na zo’n periode kan ik dan vaak weer veel beter spelen. Het geheugen krijgt tijd om de vingerzetting op te slaan en je hebt weer veel meer zin en energie. Na een week geen judo of gitaarspelen barst ik van de energie om te oefenen.

Ik maak overigens wel altijd bewust de keuze tijdelijk rustiger aan te doen of de focus te verleggen. Ik doe dit nooit uit teleurstelling of frustratie, maar met een weloverwogen doel en positieve attitude.

Ayrton SennaOp deze wijze kunnen vele limieten worden overschreden. Of in de woorden van de succesvolle autocoureur Ayrton Senna: “Op een bepaalde dag met bepaalde omstandigheden, denk je ‘Ok, dit is de limiet.’ Maar zodra je deze limiet bereikt, gebeurt er iets en plots kun je net een klein stukje verder. Met de kracht van jouw geest, jouw doorzettingsvermogen, jouw instinct en ook ervaring, kun je het ver schoppen.”

Het amorele systeem waarin wij leven

Van de week las ik een interview met Joris Luyendijk op de website van Trouw. Een journalist en antropoloog die veel schrijft over de financiële wereld in Londen. Het artikel Het amorele systeem waarin wij leven geeft een aantal interessante inzichten op basis van zijn veldwerk.

Alles draait om cijfers

Het artikel beschrijft de tendens om alles uit te drukken in cijfers. Het gaat niet langer om het nut van werk. Luyendijk: “De bezieling is verbannen uit ons werk, de waarde ervan gaat verloren, alles wat overblijft zijn meetbare doelen, cijfers, rendementen, targets.”

Everything that counts - CijfersVeel mensen herkennen dit in hun werkzaamheden. Ik heb een opdracht uitgevoerd waarbij het belangrijker was dat bepaalde prestatie-indicatoren werden behaald, dan dat de klant tevreden was.

Er zijn genoeg medewerkers in Nederland die hun manager trots horen spreken over het behalen van goede cijfers, terwijl ze dagelijks voornamelijk gefrustreerde klanten aan de telefoon hebben.

Ook in het nieuws zijn vele voorbeelden te vinden. Denk aan de topsalarissen van (bank)directeuren, het afknijpen van chauffeurs door PostNL en de streeftijden in de zorg.

Het sturen op cijfers kan blind maken, waardoor mensen amorele beslissingen nemen die leiden tot immorele resultaten. “De waarde van het werk wordt niet meer bepaald door het nut ervan, maar door de cijfermatige output. Neem de publieke omroep. Voorheen luidde de opdracht aan een programmamaker: volg wat er gaande is in de wereld en maak daarover een uur goede televisie. Nu: je moet 17 procent binnenhalen van de mensen in de leeftijdscategorie 25 tot 40 in het tijdslot van 21.05 tot 22.00 uur. En dat is de publieke omroep. Maar wanneer hebben we daarvoor gekozen, wanneer hebben we in verkiezingen gezegd dat we deze amorele koers willen volgen?”

Seiryoku zen’yō

Nu moest ik bij het lezen van het interview denken aan de principes van het Japanse judo: seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Seiryoku zen’yō is het streven naar “maximaal resultaat bij minimale inspanning”. Het is niet toevallig dat Kaizen, JIT en LEAN allemaal hun oorsprong in Japan vinden.

Natuurlijk is het fantastisch om efficiënt om te gaan met energie en dit in het bedrijfsleven cijfermatig weer te geven. Echter, dit moet wel nut hebben en niet alleen voor jezelf zijn. De uitvinder van judo voorzag dit en formuleerde daarom een belangrijk tweede principe.

Jita kyōei

Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen. Een prachtige passage uit Mind over Muscle van Jigorō Kanō licht dit verder toe. De vertaling is van Mitesco.

Als mensen alleen zijn, kan het principe van seiryoku zen’yō zonder probleem worden toegepast, maar als er een groep van twee of meer personen is, hoeft er maar één persoon aanwezig te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben. Maar als alle leden van de groep zelfzucht vermijden, en handelen overeenkomstig de noden en omstandigheden van de andere personen in de groep, kan een conflict op een hele natuurlijke manier worden vermeden en harmonie worden bereikt. Conflict schept wederzijdse vernietiging, terwijl harmonie wederzijdse winst oplevert.

Dus, als een groep mensen samenleeft, kan men niet alleen vermijden om tegenover elkaar te komen staan, maar men kan elkaar ook helpen. Er zijn dingen die je niet alleen kunt doen, maar alleen samen met anderen. Voorts kunnen de deugden en sterke kanten van iemand alleen maar andere mensen aanvullen en stimuleren. Aldus brengt die situatie voordeel voor iedereen, iets wat ze alleen niet zouden hebben. Dat noemen we sojo sojou jita kyōei, wat betekent: onderlinge welvaart door wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. Dat kan worden verkort tot jita kyōei. Om die reden kunnen we zeggen: als alle leden van een groep elkaar helpen en onzelfzuchtig handelen, kan de groep harmonieus zijn en als een eenheid opereren. Zo kan die groep zijn energie optimaal benutten, net als een individu.

Dit principe blijft waar, ook in het geval van een complexe samenleving met miljoenen inwoners. Dus, als seiryoku zen’yō en jita kyōei worden gerealiseerd, zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan, en als leden van die samenleving kan iedereen bereiken waarop ze hopen.Mind over Muscle, p. 70-71 (Jigorō Kanō)

Bezieling en werk

In het artikel staat een prachtige uitspraak van Luyendijk: “Probeer een ziel maar eens in een target te vangen.” Dat is onmogelijk. Kan het principe jita kyōei houvast geven?

Vroeger hadden we religie als moraal. Nu veel mensen geloof hebben opgegeven of uitschakelen tijdens hun werk, missen we handvatten als naastenliefde en saamhorigheid.

Misschien kan jita kyōei ons richting geven, zodat we nadenken als gemeenschap over wat we willen? Dan kunnen de cijfers weer dienen als middel in plaats van doel op zich. Of zoals het in het interview staat: “Daarachter ligt de fundamentele vraag: zijn wij een gemeenschap, waarin we ook kunnen spreken over dingen als kwaliteit, schoonheid en rechtvaardigheid, of zijn wij puur een arena van productie en consumptie?

Ik ben gelukkiger in mijn werk als ik mij richt op mensen, dan op cijfers. Ik kan me voorstellen dat veel bankiers, leraren, zorgverleners en andere werknemers hetzelfde voelen. Uiteindelijk denk ik dat wij als mensen altijd anderen willen helpen en daar geluk uit putten. Het is veel leuker leven in een omgeving vol gelukkige mensen.

“We moeten ze knuffelen”

Het artikel sluit met een inspirerende uitspraak van Joris Luyendijk. Wellicht een invulling van jita kyōei. De medemens hulp bieden met begrip en knuffels.

“Want ze kijken dus op een amorele wijze naar hun eigen leven. Ze brengen de kwaliteit van hun leven terug tot meetbare kenmerken. Targets. Salaris, bonus, huis, auto. En bijna allemaal zeggen ze: dit is tijdelijk, straks ga ik een documentaire maken, een ngo beginnen, een zaak opzetten, een boek schrijven. Daarom zeg ik: we moeten ze knuffelen. Want ze leiden tragische levens.”

In het oog van de orkaan

Het is maandagochtend. De laatste van april. Vandaag niet richting het werk, maar ik sta toch vroeg op. De laatste spullen moeten nog worden ingepakt voor een zenweek. Voor zen heb je blijkbaar meer nodig dan alleen jezelf, dus er gaan wat extra douchespullen en kleding in de tas. Een eigen kussen is ook wel prettig, want in het klooster zijn de kussens meestal niet zo comfortabel.

Ik heb nog wat tijd over, dus kijk nog een aflevering via “Uitzending Gemist” met als resultaat dat ik tijd te kort kom en moet haasten. Een snel besluit om de lunch over te slaan en dan maar iets harder rijden. Tijdens de rit bedenk ik wat ik allemaal nog moet doen als ik terugkom. Halverwege krijg ik toch erg trek, dus wat ongezond eten langs de weg halen en opeten tijdens het rijden. Niet echt zen.

Sint Willibrords Abdij

Sint Willibrords AbdijNa een paar rustige landwegen in de bosrijke omgeving van Doetinchem kom ik op een grote parkeerplaats. Op dit moment heb ik nog niet veel aandacht voor de omgeving. Ik hoor wel het grind knarsen onder mijn auto. De kapel is verlaten en het hek gesloten. Aarzelend bel ik aan bij een grote houten deur. Een monnik opent hartelijk de deur. ‘Raoul is in het gastenverblijf. Ik zal hem even voor je bellen op zijn mobiel. Ik doe het hek voor je open en dan moet je rechtdoor rijden en aan het einde links, daar kun je parkeren.’ Het hek werkt met een code en gaat daarna automatisch open. De techniek staat voor niets.

Raoul, de leraar van de zenweek, vangt mij op en wijst mij een kamer toe. Een kleine eenpersoonskamer en dit keer met eigen sanitaire voorzieningen. Het kussen op het bed is inderdaad wat dun en zacht.

Ik gooi mijn spullen in de hoek en ga terug naar de vergaderzaal. Een gemêleerd gezelschap kijkt mij aandachtig aan. “Wat doet een jongeman van 27 jaar hier?” Ik moet niet invullen voor een ander en vraag mezelf af: “Zitten er verlichte zielen tussen of zijn zij ook op zoek naar antwoorden?”

Gelukkig ben ik nog enigszins op tijd en komen er nog twee mensen later dan mij aan. Ondertussen hoor ik een man en vrouw spreken over Azië, een mooi onderwerp waar ik over mee kan praten. De man weet echter veel meer over het continent en kan teren op vele jaren meer levenservaring. Ik luister geïntrigeerd.

We zijn compleet. Het is tijd voor de huishoudelijke mededelingen. Er zal niet worden gesproken met elkaar, tenzij echt noodzakelijk. Mobiele telefoon alleen op de kamer en liever niet gebruiken. Iedereen wordt verwacht te helpen met de afwas en het afruimen van de tafel. Ook wordt het programma meegedeeld. Dit kan kort worden samengevat: eten, slapen en zen. Het meest opvallende is vijf uur opstaan. Ik ben de gelukkige die iedereen mag wekken, dus dat betekent half vijf opstaan en op iedereen zijn/haar deur kloppen tot een teken van leven wordt gegeven.

Zazen

Ik loop naar de kamer en zet mijn mobiel op vliegtuigstand. Lekker rustig voor een week. Ik bedenk dat ik helemaal geen ‘zafu’ (meditatiekussen) mee heb genomen. Dat is gelijk aan je zwembroek vergeten als je gaat zwemmen. Gelukkig liggen er boven voldoende extra. De zendo op de zolder waar wordt gemediteerd is erg donker en er is een prachtige rotstuin.

Na een korte observatie constateer ik dat er geen plaats meer vrij is, behalve direct naast Raoul. Dit betekend een week lang extra stil zitten en weinig geluid maken. De eerste sessies beginnen. Ik neem een halve lotushouding aan en de klankschaal klinkt om de start aan te geven. Na ongeveer een minuut heb ik het wel gehad. Ik ben onrustig. Mijn hele weekprogramma bij terugkomst heb ik al uitgedacht in deze ene minuut. De halve lotushouding is oncomfortabel. Gelukkig duurt een sessie meestal slechts 20-25 minuten…

Misschien had ik de weken voor de zenweek moeten oefenen. Ik had het ook wel geprobeerd een paar dagen achter elkaar, maar dacht dat ik meer behoefte had aan slapen dan mediteren ’s avonds laat of ’s ochtends vroeg. Dat brak mij nu op, want mijn onderrug was gevoelig en mijn benen sliepen. Ik had een reële angst dat ze wellicht moesten worden geamputeerd. Welke houding ik ook subtiel probeerden aan te nemen (eigenlijk moet je stilzitten, want beweging verstoort de aandacht), het hielp niet.

De eerste twee dagen waren een ramp. Ik wilde naar huis. Waarom was ik hier? Wat wilde ik bereiken? Het werd helemaal niet rustiger in mijn hoofd. Ik werd alleen bewuster van de onrust van gedachte op gedachte. Waarom deze oncomfortabele houding?

Antwoorden kwamen er niet, alleen maar meer vragen. Toch wil ik blijven zitten en volhouden. Ik wil niet doorgaan en ook niet opgeven.

Het enige wat mij deze dagen op de been hield waren de vegetarische maaltijden. ’s Middags een warme maaltijd, ’s ochtends en ’s avonds een broodmaaltijd. In rust en met aandacht eten is een aparte ervaring. ‘Normaal’ eten voor de televisie zorgt ervoor dat je achteloos het eten doorslikt. Hier is geen afleiding en ik proef het eten werkelijk. Ik geniet van het eten en neem dan ook minimaal vier boterhammen per keer en een paar crackers met kaas, jam en stroop.

Naast de maaltijden is thee een smeermiddel voor de geoefende zenbeoefenaar. Er wordt veel thee gedronken voor en na de meditatiesessies, in het bijzonder de variant Sterrenmunt. Er wordt alleen afgeweken van thee voor koffie om wakker te blijven, echter heb ik besloten deze retraite geen doping te gebruiken voor het mediteren.

Tijdens de zenweek ontstaat bij mij een serieuze angst dat Sterrenmunt wellicht verslavend werkt, dus af en toe kies is voor de variant Groene thee ginseng of Earl Grey.

Persoonlijk onderhoud

In principe is er elke dag een persoonlijk onderhoud met de leraar. Tijdens de meditatiesessie wordt je één voor één uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek met de leraar in een aparte kamer. Het lopen ernaar toe is heerlijk en ik doe er extra lang over om tijd te winnen. In het onderhoud stelt de leraar vaak lastige vragen om meer over jezelf te leren. Wellicht dat de gesprekken daarom vaak zo ongemakkelijk aanvoelen. De relatie tussen leraar en leerling is ook onbegrijpelijk. Soms lijkt het een puur zakelijke relatie, andere momenten goede vrienden en soms een belerende opvoeder.

Raoul vraagt hoe het gaat. Ben ik eerlijk en zeg dat ik echt het nut van deze hele week niet inzie of draai ik erom heen? Ik gok op empathie in plaats van een preek en besluit open kaart te spelen. “Ongeacht waar je bent, je moet er echt voor gaan”, zegt Raoul. “Zorg ervoor dat je niet de laatste bent, maar symbolisch als eerste aanwezig bent voor de meditaties en wandelingen.” Dit is het mentale aspect. Ook fysiek krijg ik tips. “Zorg voor een rechte rug, dit gaat het gemakkelijkst als je je bekken iets naar voren kantelt. Als je pijn voelt, verplaats je dan in de pijn. Ervaar en accepteer het en het gaat vanzelf weg. In het oog van de orkaan is het vaak rustig.”

De woorden komen aan. Misschien ging ik alleen in het judo er echt helemaal voor. Met andere zaken ging ik er wel voor, misschien met een lichte terughoudendheid voor als het niet lukt of anderen het afkeuren? Ik besloot er deze week volledig voor te gaan. Goede houding en goede instelling. Lichaam volgt geest of geest volgt lichaam?

Van tsunami naar storm

Vanaf dat moment gingen de meditatiesessies veel beter. Het was geen tsunami van gedachten meer in mijn hoofd, eerder een rustige storm. Het kostte weinig moeite om relatief stil te zitten en ik zag af en toe allemaal mooie patronen op de grond. Alsof een gouden gloed van onder mijn meditatiekussen en matje verscheen.

Naarmate de week vorderde werd het steeds rustiger in mijn hoofd. Het werd nooit helemaal rustig, dat lukt niet in een week. Daarvoor moet je, volgens horen zeggen, regelmatiger mediteren voor een lange periode. Toch kon ik merken dat ik rustiger werd.

Op een gegeven moment mocht ik op de drum slaan van Raoul tijdens het reciteren van de hartsoetra. De tekst is een ademhalingsoefening en bevat volgens sommigen het volmaakte inzicht.

Ik weet niet of deze taak een beloning, aanmoediging, praktische oplossing of wellicht gewoon een oefening van de leraar was. Deze vraag spint door mijn hoofd tijdens het drummen, daarnaast ook nog eens gevoelens van spanning en trots. Omdat ik ben afgeleid en niet alleen focus op regelmatig drummen, gaat het drummen een paar keer mis. De kunst van het loslaten en focussen heb ik blijkbaar nog niet geperfectioneerd. Naarmate de hartsoetra vordert, lukt het steeds beter. Het is ook meteen een goede oefening om het idee van perfectie los te laten. Het draait om aandacht voor de soetra en het drummen.

Stengel in de wind

Op een middag wordt er buiten gemediteerd aan de rand van een akker bij een blauwe sluis of stuw. De zon schijnt volop en er waait een rustige wind. Op dit moment ben ik veel bewuster van de omgeving. We gaan zitten in een kring zo goed en kwaad als het gaat en een kleine bel klinkt om de start van de meditatiesessie te benadrukken.

Ik heb geen sokken aan deze keer en voel mij meer verbonden met de omgeving. Het zit vast in mijn hoofd, maar het is vergelijkbaar met het verschil tussen een auto en motor. Op de motor voel je je meer onderdeel van de omgeving als de wind langs je kleding raast, dan in een auto waar de omgeving langs je raam voorbij trekt en je een soort passieve toeschouwer bent.

Tijdens de meditatie valt mijn oog op een stengel. De stengel waait in de wind. Ik blijf focussen op de stengel. Hoe deze meewaait in de wind. Het raakt iets in mij. Ik kan het niet benoemen. Ben ik ontvankelijker geworden voor de natuur door meerdere dagen meditatie of ben ik oververmoeid door het elke morgen vroeg opstaan? Ik weet niet wat er resoneert in mij, maar ik ervaar een enorme rust en fascinatie voor de eenheid wind, stengel en ik. De meditatiesessie vliegt voorbij en ik baal na afloop hoe snel het moment verstreken is.

Als ik ’s avonds weer mediteer, hoop ik hetzelfde gevoel te ervaren. Helaas is het moment geweest. Niets was, niets wordt, alles is. Het is wel rustiger in mijn hoofd, echter de kalmte die ik ervoer tijdens het focussen op de stengel in de wind komt niet terug.

Zonsopgang

Het is inmiddels vrijdagmorgen, de laatste dag. Ergens ben ik blij dat het allemaal voorbij is, maar tegenstrijdige gedachten willen dat de zenweek langer duurt. Ik begrijp het niet. Deze ochtend gaan we vroeg wandelen rond half zes.

Normaal lopen we altijd twee uur ’s middags in straf tempo in een lange rij. In de rij wordt niet met elkaar gepraat en het is de bedoeling om als ‘één lichaam’ te bewegen. Het is moeilijk te concentreren op het gelijk lopen met de voorganger, de ademhaling en ook nog eens genieten van de omgeving. Daarnaast kregen we vaak ook nog een mantra voor onderweg die de nodige aandacht vergde. Ondanks dat dit natuurlijk niet allemaal lukte, genoot ik wel van de wandelingen. De mooie omgeving van Doetinchem, de lange weg naar het kasteel, de koeien die lekker liggen in het gras en de lichte regenbuitjes.

Toch is deze ochtend anders. Op de koude wind was ik niet voorbereid en ik voel hem dwars door mijn jas. Echter is de morgen in het bos zo mooi. De zonsopgang is prachtig met zijn verschillende kleuren en de optrekkende mist geeft het een mystiek tintje. Het lopen in de kou is misschien ook wel comfortabeler dan zitten in de halve lotushouding. Het is een mooi moment om de zonsopkomst mee te maken.

Het fotomoment

Zenretraite Slangenburg 2014Na nog een paar meditatiesessies en ontbijt moet er een groepsfoto worden genomen. Er wordt uitgebreid nagedacht over de plaats en de positie van de zon. Een paar cursisten denken hardop mee. “Nee, de labeltjes van de kussens moeten aan de achterkant anders staan ze op de foto. Het is ook de achterkant van het kussen.” “Allemaal onze schoenen uit het beeld, dit staat niet netjes op de foto.” en “Wel allemaal rechtop zitten en dezelfde positie voor de foto.” Ik geniet van de ijdelheid en hoop dat ik zelf ook mooi op de foto wordt gezet.

Na de foto’s vind een korte evaluatie plaats. Iedereen deelt zijn bevindingen. Het is geestig om mensen nu te horen praten. Bij veel mensen voel ik een verbondenheid, ondanks dat ik weinig of niet met ze heb gepraat. Misschien is de verbondenheid wel groter, omdat je samen een hoop hebt meegemaakt. Pijn op een kussen gecombineerd met momenten van rust. Het willen opgeven, maar de groep niet in de steek willen laten. Mijn beeld van sommige mensen lijkt redelijk te kloppen, bij anderen zit ik er compleet naast als zij over hun ervaringen vertellen. Iedereen heeft zijn eigen hindernissen en succesmomenten ervaren.

Het loslaten

Iedereen geeft elkaar een hand of drie zoenen en neemt afscheid. Het is een soort anticlimax. Net op het moment dat je met elkaar mag praten, gaan de eerste mensen richting huis. We drinken thee en ik vraag me af of ik ooit nog op een zenweek ga en wie van deze mensen ik dan weer ontmoet.

Ik besluit mijn kamer op te ruimen en mijn spullen te pakken en neem ook afscheid van de gastvrouw die met ons mee at in stilte. Op weg naar huis besluit ik de radio de eerste paar kilometers uit te laten en mijn mobiel nog niet aan te zetten. Ik zit achter een langzaam rijdende tractor en probeer mijn gehaaste gevoelens te onderdrukken en besluit niet in te halen. Ik ben blij als de tractor linksaf een akker op rijdt, zodat ik gas kan geven. Op de snelweg zet ik de radio aan en ik denk aan wat ik allemaal nog moet doen.

In de buurt van Bodegraven besluit ik even een korte rustpauze te nemen. Ik kies voor het AC restaurant, dat lijkt me beter als afsluiter van een zenweek dan de McDonald’s. Op mijn mobiel controleer ik mijn e-mail en WhatsApp-berichten. Ik voer meerdere gesprekken tegelijk. Ik besluit om rustig aan een tafel te eten en mijn mobiel weg te leggen tot na het eten, zodat ik met aandacht van mijn eten en thee kan genieten.