Bewuster leven met judoprincipes

Bovenstaande nummer is uiteraard Badlands van Bruce Springsteen. Ik heb “The Boss” live mogen aanschouwen tijdens Pinkpop 2012. Wat een brok energie. Bruce kan als geen ander rake teksten zingen op prachtige muziek en dit overbrengen op zijn publiek. Badlands is één van mijn favoriete nummers van Springsteen. Voor mij gaat dit nummer over het niet uitstellen van het leven tot later, maar genieten van elk moment en controle over het leven nemen.

Het uitstellen van het leven past niet in de Oosterse filosofie. Daar draait het om leven in het nu. Uitstellen lijkt ook in tegenspraak met de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei van het judo, die in het dagelijks leven een belangrijke leidraad vormen. Dit licht ik toe verderop in deze blog.

Het is nooit genoeg

MotivatieHet nummer Badlands doet mij dus denken aan hoe mensen soms het leven uitstellen tot later. Dit komt vooral omdat mensen niet tevreden zijn met wat ze hebben, maar steeds meer willen. Mensen die week na week hard (over)werken voor grotere huizen en grotere auto’s.

Het is nooit genoeg. Elke salarisverhoging wordt direct gebruikt voor het kopen van nog meer luxe. Will Smith verwoordt het prachtig: “Te veel mensen geven geld uit dat ze niet hebben verdiend, om dingen te kopen die ze niet willen, teneinde mensen te imponeren die ze niet mogen.” Of zoals Bruce Springsteen het zingt in Badlands.

“Poor man want to be rich
Rich man want to be king
And a king ain’t satisfied
Till he rules everything”

Wellicht is bovenstaande niet op jou van toepassing, maar ik herken er wel iets van in mezelf. Toch weer die gedachte aan een extra gitaar, mooie spiegelreflexcamera of nieuwe boeken. Gelukkig ben ik tevreden met wat ik heb en sommigen vinden mij in een aantal opzichten minimalistisch.

Weinig plezier beleven aan arbeid

Niet heel lang geleden las ik het boek De omgekeerde werkweek van Gerhard Hormann. Hij stelt het drastisch omgooien van de werkweek voor met twee werkdagen en vijf dagen weekend. “Want zodra je eenmaal beseft dat betaalde arbeid niet anders is dan het verkopen van je vrije tijd in ruil voor geld, beleef je er weinig plezier meer aan.”

Het voordeel is dat hierdoor veel vrije tijd ontstaat voor andere zaken, bijvoorbeeld het werken in een eigen moestuin en verlenen van mantelzorg. Hierdoor kan geld worden bespaard op voedsel en de zorg. Maar ook voor het achtervolgen van jouw dromen in plaats van de dromen van een ander. Misschien wil je wel een boek schrijven of vaker genieten van jouw (klein)kinderen.

Niet het leven uitstellen en steeds werken voor meer, maar het optimaal omgaan met jouw energie, tijd en geld. Het boek van Gerhard Hormann bevat geen praktische adviezen, maar wel veel mooie ideeën voor een nieuwe relatie tussen mens en arbeid.

Efficiënt omgaan met middelen

Ik vond het boek erg inspirerend en liet het bezinken. Minder werken betekent minder inkomen. Hoe los ik dit op? Dan halen we Bruce Springsteen en Will Smith er weer bij… niet altijd meer willen. Tevreden zijn met wat je hebt.

Neem bijvoorbeeld een huis. Je kunt steeds een groter huis kopen en vol stoppen met spullen die je nooit of zelden gebruikt en veel tijd steken in het schoonmaken en onderhouden van dit huis. Echter een klein huis met alleen spullen die je veel gebruikt, kost veel minder tijd qua onderhoud en kosten. Het kan ook sneller worden afgelost, hierdoor heb je lagere maandlasten en voila… minder werken!

The things I needEen ander voorbeeld is het opzeggen van het televisieabonnement. De tijd die je bespaart, kun je weer gebruiken voor bijvoorbeeld het lezen van boeken. Er zijn tegenwoordig veel gratis boeken op Internet of je kunt een abonnement nemen bij de bibliotheek. Boeken spreken veel meer tot de verbeelding.

Moet iedereen dit doen? In mijn ogen niet. Misschien heb je geweldig en dankbaar werk, maar ik hoor veel mensen klagen over hun werk. Of mensen die niet bewust kiezen waaraan zij hun kostbare energie, tijd en geld besteden. Iedereen kan voor zichzelf bewuste keuzes maken. Een mooie leidraad hiervoor is het judoprincipe seiryoku zen’yō.

Seiryoku zen’yō

Voor mij bleek weer hoe relevant de filosofie van Jigoro Kano met het judo nog steeds is, ook in het dagelijkse leven. Seiryoku zen’yō, maximaal resultaat met minimale inspanning. Het optimaal inzetten van jouw middelen voor een maximaal resultaat. Daar draait het uiteindelijk om.

Ben jij bewust bezig met de zaken waarvan jij gelukkig wordt? Gebruik je jouw inspanning (en middelen) voor wat jij echt ten diepste van binnen wilt of verspil je dit aan randzaken. Overigens is dit voor iedereen anders. De één wil meer reizen, de ander wil misschien meer tijd doorbrengen met zijn of haar geliefde.

Als je eenmaal weet wat je ten diepste van binnen wilt, kun je kijken wat je daarvoor nodig hebt. Je kunt dan ook besparen op wat niet langer nodig is. Als je bijvoorbeeld gezonder wilt leven, kun je een paar overuren maken voor het betalen van een fitnessabonnement. Maar een andere optie is het verkopen van de tweede auto en op de fiets naar het werk. Van het geld dat maandelijks wordt bespaard, kun je minder gaan werken en meer bewegen in de natuur.

Zo kun je op vele vlakken bewuste keuzes maken. Besteed je jouw inspanning optimaal aan de zaken die jouw gelukkig maken? Of kun je wellicht met minder energie, tijd en geld een beter resultaat halen? Besteed je jouw energie aan het druk maken over het verleden of geniet je van het moment? Besteed je jouw geld aan een groter huis of meer tijd met jouw geliefde? Ga je meer geld verdienen voor een dure vakantie of ga je lekker lang backpacken in het buitenland? De keuze is aan jou!

Jita kyōei

Wellicht zijn er slimme mensen die zeggen als iedereen alleen aan zichzelf denkt volgens bovenstaand principe, dan is het geen leuke wereld. Gelukkig heeft Jigoro Kano daar ook aan gedacht met zijn andere judoprincipe jita kyōei. Hierover schreef ik al eens eerder in het artikel Het amorele systeem waarin wij leven. Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse welvaart voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen.

Slotwoord

Mijn ultieme doel is dat, door bewuste keuzes te maken, mijn inspanningen volledig bijdragen aan mijn geluk, maar ook aan een betere wereld. Hopelijk geven de principes seiryoku zen’yō en jita kyōei jou ook inspiratie tot het bewust omgaan met energie, tijd en geld. Zodat jouw inspanningen maximaal bijdragen aan het leven van jou en anderen.

Too much ego will kill your talent

“Ego is just like dust in the eyes. Without clearing the dust, we can’t see anything clearly. So clear the ego and see the world.”

Ik train vaak met Bas Bakker, een gepassioneerde vechter met ervaring in vele vechtkunsten. Bas traint onder andere Koryu Ju Jutsu en Araki Ryu. Hij heeft uitgebreid verschillende krijgskunsten bestudeerd en vele andere dojo bezocht voor verbreding van zijn horizon. Wij hebben vaak gesprekken over krijgskunsten en ook het ego komt regelmatig ter sprake.

De ontvanger bepaalt

Wat is er zo bijzonder aan het ego in de krijgskunst? “De ontvanger bepaalt.” Oftewel het ego kan de waarneming van de krijger beïnvloeden door het filteren en kleuren van de waarneming. Zowel de waarneming van zichzelf als de buitenwereld. Op deze wijze kan het ego een enorme belemmering vormen voor de eigen ontwikkeling, omdat men niet volledig open staat voor nieuwe ervaringen en inzichten.

Always remember: too much ego will kill your talent

Too much ego will kill your talentEen goede krijger kijkt kritisch zonder vooroordelen naar zichzelf en zijn systeem (technieken, tactieken, principes, etc.) . Op welke punten worden nog fouten gemaakt of is verbetering mogelijk? Iemand met een groot ego ziet geen fouten, waardoor er weinig of geen progressie plaatsvindt. Als iemand fouten erkent, kan hij of zij verbetering zoeken. Bijvoorbeeld door het leren van andere krijgers en krijgskunsten. Voor het leren van andere krijgers of krijgskunsten moet de nieuwe situatie met een open mind worden benaderd.

Open mind

Observeer zonder vooroordelen en neem zoveel mogelijk alleen de feiten waar. Welke waza (technieken) worden gebruikt? Wat zijn de onderliggende principes van de technieken en krijgskunst? Welke maai (afstand) houden de beoefenaars tussen elkaar in het gevecht? Hoe geeft de sensei (leraar) les?

Selectie op basis van studie

Na open bestudering van nieuwe technieken en krijgskunsten kan men kijken welke principes of technieken geschikt zijn binnen het eigen systeem. Wellicht is daar wel eerst een aanpassing voor nodig.

Jigoro Kano, uitvinder van het judo, nam bijvoorbeeld een aantal technieken één-op-één uit oude ryu (scholen/leergangen) over. Andere technieken werden aangepast voordat ze werden toegevoegd aan het judo en weer andere technieken waren niet geschikt voor judo en zijn dan ook niet opgenomen in het systeem. Maar deze selectie vond pas plaats na uitgebreide studie van de technieken uit de oude ryu.

Evolutie van krijgskunsten

Uiteraard is dit principe toepasbaar binnen elke krijgskunst. Laat het ego niet de reden zijn om niet te leren van andere beoefenaars en krijgskunsten. Van iedereen kan men iets leren, soms hoe het wel moet en soms hoe het niet moet. Zelfs als men ziet hoe het niet moet, kan wellicht inspiratie worden opgedaan voor verbetering van de eigen technieken en krijgskunst. Laat geen kans liggen om van iemand anders te leren, omdat het ego de ander veel beter of slechter vindt.

No limits

Uit onderzoek van de Amerikaanse Napoleon Hill voor zijn boek blijkt dat veel succes komt vlak nadat een persoon er helemaal doorheen zat en wilde opgeven. Ik heb het boek Think and Grow Rich niet gelezen, maar herken het wel uit eigen ervaring met bijvoorbeeld judoën en gitaarspelen.

Het ervaren van een limiet

Er zijn van die periodes dat ik keihard train, maar weinig vooruitgang boek of stilsta. Soms heb ik dan zelfs het idee dat ik achteruit ga. Het voelt alsof ik mijn limiet heb bereikt. Mijn techniek wordt niet meer beter of zelf slechter, nieuwe technieken werken niet goed en mijn fysieke en mentale conditie gaan langzaam achteruit. Het gevolg is teleurstelling, soms zelfs frustratie. Je traint keihard, maar het levert weinig op.

Vertoeven op een plateau

In dit soort periodes is het accepteren van mijn grenzen en opgeven erg verleidelijk. Sommige mensen doen rustiger aan of stoppen zelfs. Toch is het vaak zinvol om op dit soort momenten te volharden en door te gaan met oefenen. Tenslotte doe ik nog steeds ervaring op en anders train ik mijn geest in doorzettingsvermogen en discipline. Of zoals Thomas Edison, uitvinder van de gloeilamp, sprak: “Ik heb niet gefaald. Ik heb enkel 10.000 manieren ontdekt die niet werken.”

Verleggen van een limiet

Bruce LeeHet is een bekend verschijnsel dat vlak voor een grote doorbraak je soms eerst even stil staat of zelfs een kleine terugval hebt. Toch als je eenmaal door volharding blijft trainen, komt er een moment dat je jouw limiet bereikt en overschrijdt. Je ziet nieuwe mogelijkheden en merkt dat je een grote sprong vooruit hebt gemaakt. Je beschikt over betere technieken, nieuwe technieken en je fysieke en mentale conditie verbetert. Je bent klaar voor het opzoeken van de volgende limiet.

Bruce Lee heeft het mooi verwoord: “Als je altijd een limiet plaatst op alles wat je doet, lichamelijk of wat dan ook, dan verspreidt zich dit in jouw werk en leven. Er zijn geen limieten. Er zijn alleen plateaus, daar moet je niet blijven, je moet ze overstijgen.”

Omgaan met een limiet

Wat voor mij goed werkt bij het bereiken van een limiet is een rustperiode of het verleggen van de focus. Denk maar eens aan een dag vol problemen waarop niets wil lukken. Na een goede nachtrust of meditatie, kun je vaak een dag later dezelfde problemen met frisse zin eenvoudig oplossen.

Of een training waarin een worp blijft mislukken. Dan schuif ik het trainen van de bewuste worp op naar een latere training. Eventueel zoek ik thuis nog wat extra informatie op. Een training later lukt het dan vaak direct of het gaat in ieder geval een stuk beter.

Met gitaarspelen ervaar ik hetzelfde. Als het niet meer lukt of goed voelt, dan speel ik soms even een week of langer geen gitaar of ik speel iets compleet anders. Na zo’n periode kan ik dan vaak weer veel beter spelen. Het geheugen krijgt tijd om de vingerzetting op te slaan en je hebt weer veel meer zin en energie. Na een week geen judo of gitaarspelen barst ik van de energie om te oefenen.

Ik maak overigens wel altijd bewust de keuze tijdelijk rustiger aan te doen of de focus te verleggen. Ik doe dit nooit uit teleurstelling of frustratie, maar met een weloverwogen doel en positieve attitude.

Ayrton SennaOp deze wijze kunnen vele limieten worden overschreden. Of in de woorden van de succesvolle autocoureur Ayrton Senna: “Op een bepaalde dag met bepaalde omstandigheden, denk je ‘Ok, dit is de limiet.’ Maar zodra je deze limiet bereikt, gebeurt er iets en plots kun je net een klein stukje verder. Met de kracht van jouw geest, jouw doorzettingsvermogen, jouw instinct en ook ervaring, kun je het ver schoppen.”

Trainen voor het echie

“Een beroemde zwaardvechter bezoekt een daimyo. Bij de daimyo verblijft ook een ronin, een samurai zonder meester, die erg overtuigd is van zijn vaardigheden met het zwaard. De ronin hoort over de zwaardvechtkunsten van de gast en hij vraagt of hij les kan krijgen in zwaardvechten. Met andere woorden, de ronin wil een serieus gevecht. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar op aandringen van de daimyo geeft de zwaardvechter toe.

In de tuin vechten de zwaardvechter en ronin met houten oefenzwaarden. Bijna gelijktijdig raken de twee strijders met het houten zwaard het lichaam van de ander.
De zwaarvechter zegt: “Begrijp je deze techniek?”
De ronin kijkt erg tevreden over zijn gelijkspel tegen een beroemde zwaardvechter en antwoord: “Ja, het is een gelijkspel.”
De zwaardvechter reageert kalm: “Nee, ik heb gewonnen.”

De ronin vraagt om een tweede gevecht. Dit gevecht verloopt precies hetzelfde, ze raken elkaar bijna gelijktijdig. De ronin zegt wederom dat het gelijkspel is en de zwaardvechter antwoordt dat hij gewonnen heeft.

De ronin wordt kwaad, terwijl de daimyo geïnteresseerd toekijkt en ook de woorden van de zwaardvechter in twijfel lijkt te trekken. De ronin wil nog een wedstrijd, maar nu met scherpe zwaarden. De zwaardvechter wijst de uitdaging af, maar wederom wordt hij overruled door de daimyo.

Voordat het gevecht goed is begonnen, is het voorbij. De ronin valt op zijn knieën met zijn hoofd in tweeën gesplitst. De zwaardvechter loopt naar de daimyo en laat de plaats zien waar de ronin hem elke keer raakte. Alleen zijn bovenkleding is licht gescheurd, maar zijn onderkleding en huid zijn nog volledig intact.”

Het bovenstaande verhaal komt uit het boek Legends of the Samurai van Hiroaki Sato. Naast dat het zeer amusant is om te lezen, denk ik dat er een wijze les in zit verscholen. Je kunt de realiteit niet uit het oog verliezen tijdens het trainen van krijgskunsten.

Houten zwaard vs. scherp zwaard

In het verhaal lijkt de ronin zijn bokken (houten oefenzwaard) gelijk te stellen aan een scherp zwaard. Nu weet ik uit ervaring dat als je niet oplet en een bokken tegen je lichaam krijgt dit heel vervelend is, maar (tot nu toe) niet dodelijk. Ik denk dat weinig mensen er aan twijfelen dat een scherp zwaard in handen van een zwaardvechter dodelijk is.

Een bokken is dus niet gelijk aan een scherp zwaard. Trainen met een bokken is uiteraard een goed alternatief voor het oefenen met een echt zwaard. Het is misschien veiliger, maar verlies de realiteit niet uit het oog.

Trainingswapens

Een praktijkvoorbeeld uit mijn eigen ervaring komt uit het kime-no-kata. In dit kata zit een handeling waarbij het zwaard uit de schede wordt getrokken, voordat een slag wordt gemaakt. Ik oefende dit met een bokken en deed alsof ik de bokken uit een denkbeeldige schede trok, zoals dit is voorgeschreven in het kata. Na een tijd adviseerde iemand mij om te oefenen met een echt zwaard. Het bleek dat ik het zwaard op mijn manier helemaal niet kon trekken, omdat het uiteinde van het zwaard nog steeds in de schede zat. Had ik nooit met een echt zwaard geoefend, dan had ik nog steeds een symbolische handeling uitgevoerd die nergens op slaat. Laat staan als ik op een slagveld had gestaan met mijn zwaard nog in de schede…

Realiteit en zelfverdediging

De realiteit is nog belangrijker als je traint voor zelfverdediging. De kans dat je op straat een zwaard bij je hebt en kan trekken is vrij klein. Ik laat mijn wapens in ieder geval altijd thuis als ik niet ga trainen.

Maar stel je eens voor dat je wordt aangevallen met een mes. Je hebt het kime-no-kata duizenden keren geoefend met een houten mes, dus kent een aantal verdedigingen op mesaanvallen. Je bent vol overtuiging dat je kunt mesvechten. Maar nu blijkt dat met angst het snel wegdraaien (tai-sabaki) van een wapen veel moeilijker is. De adrenaline pompt door je lichaam. Daarnaast blijkt de aanvaller een ervaren mesvechter, hij houdt het mes anders vast en steekt niet recht van voren. De verdedigingen uit het kime-no-kata blijken niet aan te sluiten op de realiteit van nu. Je had misschien liever je geld en horloge gegeven.

Dat is het risico van trainen en de realiteit uit het oog verliezen. Tijdens het oefenen van kime-no-kata staat de aanval vast, dus je weet wat er komen gaat. Daarnaast is het mes van hout, dus de kans op zware verwondingen is klein. Vervolgens blijkt dat de aanvallen uit het kime-no-kata, maar een beperkte selectie zijn uit de vele mogelijkheden met een mes. Daar moet men zich bewust van zijn.

Realisme in trainingen

Hoe kan men dit dan realistischer trainen? Een hele goede optie is ervaren mesvechters zoeken en daarmee oefenen. Zij hebben jarenlang geoefend en zijn meester in hun wapen en zijn realistische tegenstanders die zwakke punten in een aanval of verdediging kunnen aangeven.

Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen tijdens de training. Bijvoorbeeld door lippenstift te smeren op de scherpe kant van het houten mes, zodat zichtbaar is waar is gestoken, een keer extra moet worden gewassen en het één en ander thuis moet worden uitgelegd. Er zijn zelfs wapens die een kleine elektrische schok geven als ze iets raken, zoals het Shocknife. Hierdoor ontstaat meer angst voor het wapen, omdat het altijd een vervelend gevoel is. Je motoriek reageert heel anders als er angst is voor pijn of onverwachte aanvallen.

Philip K. Dick over realiteitDit zijn maar een paar kleine voorbeelden over realiteit in training. In deze blog is als voorbeeld het kime-no-kata uit het judo en mesvechten beschreven, maar dit principe kan uiteraard worden vertaald naar vele andere situaties. Het is belangrijk dat de serieuze beoefenaar van zijn krijgskunst altijd bezig is met het benaderen van de realiteit en dit doorvoert in zijn of haar trainingen. Anders wordt de training een prachtig toneelstuk met hele mooie bewegingen. Daar is op zich niets mis mee, als je daar bewust van bent. Maar wil je een krijgskunst als zelfverdediging gebruiken of echt begrijpen, dan kun je de realiteit niet weg denken.

 

Het amorele systeem waarin wij leven

Van de week las ik een interview met Joris Luyendijk op de website van Trouw. Een journalist en antropoloog die veel schrijft over de financiële wereld in Londen. Het artikel Het amorele systeem waarin wij leven geeft een aantal interessante inzichten op basis van zijn veldwerk.

Alles draait om cijfers

Het artikel beschrijft de tendens om alles uit te drukken in cijfers. Het gaat niet langer om het nut van werk. Luyendijk: “De bezieling is verbannen uit ons werk, de waarde ervan gaat verloren, alles wat overblijft zijn meetbare doelen, cijfers, rendementen, targets.”

Everything that counts - CijfersVeel mensen herkennen dit in hun werkzaamheden. Ik heb een opdracht uitgevoerd waarbij het belangrijker was dat bepaalde prestatie-indicatoren werden behaald, dan dat de klant tevreden was.

Er zijn genoeg medewerkers in Nederland die hun manager trots horen spreken over het behalen van goede cijfers, terwijl ze dagelijks voornamelijk gefrustreerde klanten aan de telefoon hebben.

Ook in het nieuws zijn vele voorbeelden te vinden. Denk aan de topsalarissen van (bank)directeuren, het afknijpen van chauffeurs door PostNL en de streeftijden in de zorg.

Het sturen op cijfers kan blind maken, waardoor mensen amorele beslissingen nemen die leiden tot immorele resultaten. “De waarde van het werk wordt niet meer bepaald door het nut ervan, maar door de cijfermatige output. Neem de publieke omroep. Voorheen luidde de opdracht aan een programmamaker: volg wat er gaande is in de wereld en maak daarover een uur goede televisie. Nu: je moet 17 procent binnenhalen van de mensen in de leeftijdscategorie 25 tot 40 in het tijdslot van 21.05 tot 22.00 uur. En dat is de publieke omroep. Maar wanneer hebben we daarvoor gekozen, wanneer hebben we in verkiezingen gezegd dat we deze amorele koers willen volgen?”

Seiryoku zen’yō

Nu moest ik bij het lezen van het interview denken aan de principes van het Japanse judo: seiryoku zen’yō en jita kyōei.

Seiryoku zen’yō is het streven naar “maximaal resultaat bij minimale inspanning”. Het is niet toevallig dat Kaizen, JIT en LEAN allemaal hun oorsprong in Japan vinden.

Natuurlijk is het fantastisch om efficiënt om te gaan met energie en dit in het bedrijfsleven cijfermatig weer te geven. Echter, dit moet wel nut hebben en niet alleen voor jezelf zijn. De uitvinder van judo voorzag dit en formuleerde daarom een belangrijk tweede principe.

Jita kyōei

Het principe jita kyōei wordt uitgelegd als “wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen” of “jij en ik schitteren samen”. Door de uitleg van dit principe is niet iedereen bezig met nut verwerven voor zichzelf, maar ook voor anderen. Een prachtige passage uit Mind over Muscle van Jigorō Kanō licht dit verder toe. De vertaling is van Mitesco.

Als mensen alleen zijn, kan het principe van seiryoku zen’yō zonder probleem worden toegepast, maar als er een groep van twee of meer personen is, hoeft er maar één persoon aanwezig te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben. Maar als alle leden van de groep zelfzucht vermijden, en handelen overeenkomstig de noden en omstandigheden van de andere personen in de groep, kan een conflict op een hele natuurlijke manier worden vermeden en harmonie worden bereikt. Conflict schept wederzijdse vernietiging, terwijl harmonie wederzijdse winst oplevert.

Dus, als een groep mensen samenleeft, kan men niet alleen vermijden om tegenover elkaar te komen staan, maar men kan elkaar ook helpen. Er zijn dingen die je niet alleen kunt doen, maar alleen samen met anderen. Voorts kunnen de deugden en sterke kanten van iemand alleen maar andere mensen aanvullen en stimuleren. Aldus brengt die situatie voordeel voor iedereen, iets wat ze alleen niet zouden hebben. Dat noemen we sojo sojou jita kyōei, wat betekent: onderlinge welvaart door wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. Dat kan worden verkort tot jita kyōei. Om die reden kunnen we zeggen: als alle leden van een groep elkaar helpen en onzelfzuchtig handelen, kan de groep harmonieus zijn en als een eenheid opereren. Zo kan die groep zijn energie optimaal benutten, net als een individu.

Dit principe blijft waar, ook in het geval van een complexe samenleving met miljoenen inwoners. Dus, als seiryoku zen’yō en jita kyōei worden gerealiseerd, zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan, en als leden van die samenleving kan iedereen bereiken waarop ze hopen.Mind over Muscle, p. 70-71 (Jigorō Kanō)

Bezieling en werk

In het artikel staat een prachtige uitspraak van Luyendijk: “Probeer een ziel maar eens in een target te vangen.” Dat is onmogelijk. Kan het principe jita kyōei houvast geven?

Vroeger hadden we religie als moraal. Nu veel mensen geloof hebben opgegeven of uitschakelen tijdens hun werk, missen we handvatten als naastenliefde en saamhorigheid.

Misschien kan jita kyōei ons richting geven, zodat we nadenken als gemeenschap over wat we willen? Dan kunnen de cijfers weer dienen als middel in plaats van doel op zich. Of zoals het in het interview staat: “Daarachter ligt de fundamentele vraag: zijn wij een gemeenschap, waarin we ook kunnen spreken over dingen als kwaliteit, schoonheid en rechtvaardigheid, of zijn wij puur een arena van productie en consumptie?

Ik ben gelukkiger in mijn werk als ik mij richt op mensen, dan op cijfers. Ik kan me voorstellen dat veel bankiers, leraren, zorgverleners en andere werknemers hetzelfde voelen. Uiteindelijk denk ik dat wij als mensen altijd anderen willen helpen en daar geluk uit putten. Het is veel leuker leven in een omgeving vol gelukkige mensen.

“We moeten ze knuffelen”

Het artikel sluit met een inspirerende uitspraak van Joris Luyendijk. Wellicht een invulling van jita kyōei. De medemens hulp bieden met begrip en knuffels.

“Want ze kijken dus op een amorele wijze naar hun eigen leven. Ze brengen de kwaliteit van hun leven terug tot meetbare kenmerken. Targets. Salaris, bonus, huis, auto. En bijna allemaal zeggen ze: dit is tijdelijk, straks ga ik een documentaire maken, een ngo beginnen, een zaak opzetten, een boek schrijven. Daarom zeg ik: we moeten ze knuffelen. Want ze leiden tragische levens.”

De fasen van katastudie

Een bekend model veelvuldig gebruikt voor coaching is het model over bewustzijn en bekwaamheid. Dit model maakt onderscheid tussen vier fasen die worden doorlopen bij het leren van nieuwe vaardigheden. Het bestuderen van kata kan worden beschreven op basis van dit model. Het biedt een verklaring waarom het leren van kata het ene moment geweldig voelt en het andere moment een teleurstelling is. Het model bestaat uit de onderstaande vier fasen.

Bewust - Bekwaam

Fase I – Onbewust / Onbekwaam

Als je begint met judo weet je waarschijnlijk niets over kata, maar vroeg of laat kom je er in aanraking mee. Je kijkt toevallig een filmpje op YouTube, verdiept je in de exameneisen voor een nieuwe graduatie of je ziet iemand anders kata trainen. Er ontstaat een interesse voor het bestuderen van kata. Je wordt bewust van het bestaan van kata en besluit te starten met het onderzoeken van kata. Dit besluit komt hopelijk voort vanuit een innerlijke interesse, maar ook een externe motivatie (zoals het behalen van een nieuwe graad) is mogelijk. De groei naar fase II is begonnen.

Soms vindt bewustwording echter niet plaats en blijf je hangen in de eerste fase. Mogelijke oorzaken zijn het belang van katatraining niet inzien, een leraar zonder kennis van kata of wellicht denk je dat je alles al weet over judo. Gelukkig zijn er dan mensen die ons bewust maken door het voorhouden van een spiegel.

Je kunt ook moedwillig niet naar fase II gegaan, omdat je bang bent voor het verlaten van jouw comfortzone. Je moet de confrontatie aandurven dat je bepaalde zaken over kata nog niet weet en je nog onbekwaam bent in de uitvoering. Uiteraard overwin je deze hindernissen als je voldoende gemotiveerd bent, zodat je niet in oude gewoontes blijft vervallen.

Fase II – Bewust / Onbekwaam

De bewustwording heeft plaatsgevonden dat je een bepaalde vaardigheid nog niet bezit. Je hebt een leraar en partner gevonden voor de studie van kata. Je moet veel oefenen op het aanleren van de nieuwe vaardigheden. Dit kan erg confronterend zijn. De uchi-mata waarmee je in een randori iedereen moeiteloos werpt, blijkt in het nage-no-kata een moeilijke beenworp. In het kime-no-kata moet je ineens stoten kunnen geven en ontwijken. Je maakt wellicht continu dezelfde fouten en denkt nog veel na bij elke stap. Daarnaast voel je je misschien onwennig als je dingen nieuw aanleert of net iets anders moet uitvoeren.

Sommige mensen zoeken excuses om hun eigen aandeel te negeren en anderen de schuld te geven, bijvoorbeeld de leraar (“alle leraren leggen het anders uit”) of jouw partner (“ik kan geen goede partner vinden”). Echter als je zelf verantwoordelijkheid neemt voor jouw eigen ontwikkeling en blijft volharden in studie, maak je uiteindelijk het kata steeds meer eigen.

Fase III – Bewust / Bekwaam

Dit is wellicht de prettigste fase, omdat je bewust bent van je vooruitgang en bekwaamheid. Je gaat steeds minder nadenken over de uitvoering van het kata. De onderliggende principes van het kata worden langzaam duidelijk. Je bent bewust dat je het kata steeds beter uitvoert. Dit is een succeservaring. Langzaam maak je kleine verbeteringen in het kata, zodat het steeds meer een uitdrukking van jezelf wordt.

Fase IV – Onbewust / Bekwaam

In deze fase ben je niet bewust van jouw bekwaamheid. Het kata is een onderdeel van jezelf geworden. Jij bent de belichaming van het kata. Het kata voelt niet langer als een paar aangeleerde stappen, maar het voelt alsof je het kata zelf hebt bedacht. Alle bewegingen voelen logisch en natuurlijk. Je denkt niet meer na over het uitvoeren van de handelingen. Dit wordt ook wel muga-mushin (無我無心) genoemd in het Japans. Het kan vertaald worden als “geen ego, geen gedachten”. Je aandacht is volledig op het huidige moment gericht en wordt niet geremd door afleidende gedachten. Daarnaast is riai (理合) een belangrijk budobegrip. Dit betekent dat je de onderliggende principes van het kata toepast in harmonie met de ander in plaats van het louter uitvoeren van losse technieken.

Uiteraard voer je bovenstaande fases niet eenmalig uit, maar blijf je deze voortdurend rondgaan. Steeds kun je in het kata weer bewust worden van nieuwe details die het bestuderen waard zijn. Je bent dan voor dat detail opnieuw aanbeland van fase I in fase II. Het is een cyclus waarbij je elke keer weer een laag pelt van het kata en dieper tot de kern van het kata en jezelf komt. Zodoende kun je kata een leven lang met plezier bestuderen.

Waarheden en illusies

Bladerend over een forum kwam ik het bovenstaande filmpje over boogschieten tegen. Het laat zien hoe de Deense boogschutter Lars Andersen de meest bizarre stunts uithaalt met pijl en boog, zoals het doormidden schieten van een pijl die op hem wordt geschoten en het snel achter elkaar schieten met drie pijlen in 0,6 seconden. Alleen al deze knappe prestaties maken de video het kijken waard.

Archery. You’re doing it wrong.

Tijdens de beelden wordt ook interessante achtergrondinformatie verteld. Er wordt gesteld dat Hollywood het boogschieten ‘verkeerd’ weergeeft in films, zoals de Hunger Games, Lord of the Rings, etc.

De acteurs dragen pijlenkokers op de rug en plaatsen de pijl aan de linkerkant van hun boog. De pijlenkoker op de rug bleef onhandig achter obstakels steken of de pijlen vielen eruit. Het plaatsen van de pijlen links van de boog, maakt het nodig dat de schutter over moet pakken voordat kan worden geschoten. Dit soort inefficiënties zijn in een film niet zo erg. In een reëel gevecht kunnen ze dodelijk zijn.

Lars is tot dit ‘vernieuwende’ inzicht gekomen door het bestuderen van historische boeken en kunst. Op basis daarvan stelt hij dat zo’n 5000 jaar geleden boogschutters de pijlen in de hand vasthielden en schoten met de pijlen rechts van hun boog. Hierdoor konden zij snel met grootte kracht en nauwkeurigheid schieten. Hij heeft dit geoefend en het resultaat wordt gedemonstreerd in het verbluffende filmpje.

Hollywood en sport

Nu ben ik niet echt verbaasd dat Hollywood niet realistisch is, maar volgens het filmpje schieten moderne boogschutters ook met de ‘verkeerde’ hand. Dit is verklaarbaar omdat in de sport boogschieten de beoefenaar uit stilstand schiet en alle tijd heeft voor het raken van de roos.

Laten we voordat ik verder schrijf vooropstellen dat ik niet voldoende kennis bezit van boogschieten of kyudo om de visie van Lars Andersen te beoordelen. Daarnaast is beoefenen van boogschieten als sport natuurlijk prima en dan is wellicht wendbaarheid en snelheid minder belangrijk. Ik wil wel een analogie met judo maken.

  1. Essentie van budo

Lars traint niet boogschieten als moderne sport. Hij richt zich op het traditionele boogschieten en legt de nadruk op het goed bestuderen van historie. Daarnaast haalt hij volgens mij veel plezier uit stunten!

Ik denk dat het voor een judoka ook belangrijk is om te weten waarom hij traint. Doe je puur budo voor recreatie, dan is realiteit en historie van ondergeschikt belang. Beoefen je judo als wedstrijdsport, dan zijn technieken die niet toegestaan zijn in wedstrijden minder relevant.

Wanneer je judo traint voor ontwikkeling van lichaam en geest, optimaal gebruik van energie en zelfverdediging wordt het vermijden van valkuilen zoals in de video belangrijk. Je wilt dan bijvoorbeeld effectieve technieken die niet langer toegestaan zijn in wedstrijden beheersen. Denk aan bijvoorbeeld kata-guruma, morote-gari en sukui-nage.

Daarnaast wil je wellicht kime-no-kata en Kodokan goshin-jutsu bestuderen voor concepten zoals zanshin, maai en atemi. Je wilt ook meer weten over tradities en cultuur, omdat zij nauw verbonden zijn met de deugden van budo. Je zult net als Lars Andersen niet alleen kunnen uitvoeren, maar ook begrijpen waarom je iets doet. Bijvoorbeeld in het judo is het maken van een buiging een loze handeling zonder begrip van de achterliggende betekenis.

  1. Omote en ura

Voor het begrijpen van vechtkunsten zijn omote (voorkant / zichtbaar) en ura (achterkant / verborgen) dan ook belangrijk. In de analogie met de video is het niet alleen belangrijk dat Lars Andersen constateerde dat boogschutters vroeger schoten met de pijlen in de hand en rechts van de boog. Hij onderzocht ook de redenen hiervoor die niet direct zichtbaar waren.

Met judo is het vergelijkbaar. Als je een buiging maakt kun je zien of iemand vanuit de boven- of onderrug buigt, met welke hoek en andere zichtbare zaken (omote). Daarnaast is ook de achterliggende intentie belangrijk, bijvoorbeeld het uiten van respect (ura) van groot belang.

Ju-no-kata
Ju-no-kata

Een ander voorbeeld is het ju-no-kata. Je kunt alleen ‘rare’ handelingen zien (omote). Dit terwijl er veel aanvallen en verdedigingen in verborgen zitten en het ook een manier is voor het bereiken van een kalme geest (ura). Zoals mijn leraar zegt: “Je kunt wel kijken en toch niets zien.”

Judo verliest veel van zijn kwaliteit als mensen alleen aandacht hebben voor het direct zichtbare (omote). Goed begrijpen is dus naast het bestuderen van het zichtbare ook zoeken wat in eerste instantie verborgen is (ura).

  1. Onderzoek is belangrijk

Voor een goed begrip van omote en ura is een onderzoekende houding nodig. Ik merk zelf dat dit in de wereld van budo niet altijd vanzelfsprekend is. In de video maakt Lars Andersen (een deel van) zijn bronnen bekend. Dit maakt een discussie sterker, omdat de bronnen kunnen worden geanalyseerd. Bronnen die elkaar tegenspreken kunnen worden vergeleken, zodat een zinvolle discussie ontstaat.

Daarnaast gaat de discussie niet alleen over het zichtbare (de pijlen in de hand en rechts van de boog). Het gaat ook vooral om de verklaring (wendbaarheid en sneller schieten). De verklaring wordt daarna ook nog eens in de praktijk getoetst, waardoor zinvolle informatie wordt verkregen.

Een zinvolle discussie is mogelijk op basis van degelijk onderzoek. Ik heb weleens meegemaakt dat judoka elkaar tegenspreken op basis van de woorden van één leraar (argumentum ad verecundiam). Het wordt dan snel een zinloze discussie. Dit doet mij denken aan een uitspraak van de Japanse dichter Basho: “Treed niet in de voetsporen van de oude meesters, zoek waarna zij zochten.”

Gelukkig heb ik ook vaak interessante discussies gehad. Bijvoorbeeld over de slag in het nage-no-kata. In de gedachtewisseling werd gerefereerd naar verschillende video’s en boeken. Echter de nadruk lag vooral op het begrijpen wat de invloed was van verschillende uitvoeringen en intenties van de slag. Natuurlijk met veel experimenteren op de tatami in plaats van overleggen.

Illusies doorbreken

Tot slot een bekende uitspraak van Friedrich Nietzsche: “Waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn”. Er bestaan geen absolute waarheden. Hoogstens een relatieve waarheid die geldig is tot het tegendeel is bewezen. Dit is voor mij een belangrijk geheugensteuntje om open te staan voor nieuwe inzichten.

De video over boogschieten heeft mij in ieder geval geïnspireerd naar het meer zoeken van omote en ura. Naast het zien van het direct zichtbare, dus ook zoeken naar wat niet direct zichtbaar is. Hopelijk op dusdanige wijze dat ik met judo verschillende doelen kan nastreven. Ontwikkeling van lichaam en geest, optimaal gebruik van energie en zelfverdediging.