Competitieregels: belangrijk of niet

De afgelopen jaren is er veel veranderd op het gebied van competitieregels. Denk aan het verbieden van ‘leg grabbing’ en afschaffen van kleine scores. Het belangrijkste doel van deze wijzigingen is het judo onderscheidend houden ten opzichte van andere worstelvormen.

Regelmatig ben ik kritisch over de competitieregels. Soms vragen mensen zich af waar ik me mee bemoei, omdat ik zelf geen actief competitiejudoka ben. Laat me dit toelichten.

Verschil randori en shiai

In mijn blog “Randori is een chaos” heb ik geschreven dat randori geen wedstrijd is. Het biedt de mogelijkheid om technieken in vrijheid te oefenen. Daarmee is het een tegenhanger van kata, waar alles volgens bepaalde afspraken wordt uitgevoerd.

Randori kan soms competitie benaderen, maar het belangrijkste doel is altijd leren en groeien. Soms kun je hiervoor beter op lagere intensiteit werken. Men kan inbrengen dat shiai (competitie) ook leren als doel heeft. In de praktijk zijn echter veel mensen gevoeliger voor een medaille en lof.

Wat is de invloed van competitieregels?

De regels beïnvloeden véél.

Competitieregels - Leg grabbing Sebastiaan Fransen en Björn Rauhé
Leg grabbing

Vroeger werd er bijvoorbeeld nog weleens een koka of yuko gescoord met een slecht uitgevoerde beengrijp-actie. Daarna werd de partij tactisch op slot gezet. Tegenwoordig zijn in de regels ‘leg grabbing’ en kleine scores verbannen, waardoor de judoka meer wordt gedwongen tot het maken van een echte werpactie voor een score. Dit is een positieve ontwikkeling.

In judo wordt de tijd voor ne-waza ook regelmatig aangepast in de competitieregels. Als de judoka meer tijd voor grondwerk krijgt, dan wordt dit vaker getraind. Als de tijd korter wordt, dan is het trainen van alleen werptechnieken efficiënter. Daarom zie je het passieve naar de buik draaien veel in (competitie)judo.

Een laatste voorbeeld. Bij Braziliaans jiujitsu leidt het staan van een persoon tijdens ne-waza niet tot een situatie waarbij de deelnemers allebei moeten opstaan en opnieuw vastpakken. De zogenaamde mate-situatie in het judo. De partij gaat gewoon door zonder onderbrekingen. Daardoor zie je veel meer staande passeertechnieken in BJJ. Een effectieve manier van passeren.

De regels beïnvloeden véél.

De relatie tussen randori en competitieregels

De regels hebben dus grote invloed op de competitie. Dit is logisch. Deze invloed is niet beperkt tot competitie. Het vloeit door in randori en judo. Hierdoor wordt het judo in bepaalde aspecten ‘enger’. Effectieve, mooie technieken verdwijnen naar de achtergrond. Bepaalde innovaties uit andere krijgskunsten en vechtsporten kunnen niet groeien in het judo.

Want ondanks dat randori vrijheid nemen is, zijn er afspraken. Al is het alleen maar voor de veiligheid. Het is fijn dat ondanks dat er atemi in judo zitten, er geen traptechnieken worden gebruikt tijdens randori. De uitdaging is het behouden van ‘compleet’ judo ondanks de noodzaak voor afspraken.

Theoretisch kunnen de regels voor randori en shiai totaal verschillend zijn. Bij randori is het opvoedkundige aspect en de veiligheid het allerbelangrijkste.

Bij wedstrijden zijn er ook andere (commerciële) belangen. De krijgskunst moet interessant worden gemaakt voor de sponsoren en Olympische Spelen. Ook de positionering ten opzichte van andere krijgskunsten en vechtsporten speelt mee.

Helaas zien we toch vaak dat in randori de geldende competitieregels van de Judo Bond Nederland worden gevolgd. Voor de competitiejudoka is dit enigszins verklaarbaar. Sommige coaches zijn bang dat de judoka anders bepaalde ‘verboden’ handelingen ook in competitie toepassen.

De competitieregels beïnvloeden dan ook voor een groot deel wat er tijdens de judotrainingen gebeurt. De trainer wil graag zijn judoka optimaal opleiden voor de competitie, ook al is het maar een klein deel van zijn judoka.

Het judo wordt hierdoor armer. Bepaalde, effectieve technieken worden weinig of niet langer beoefend. Gelukkig zitten er nog een kata-guruma en ashi-guruma in het kata, maar zullen we over een paar jaar nog mooie varianten van sukui-nage zien tijdens randori?

Hoe kunnen we het judo completer maken?

Er zijn initiatieven, zoals Freestyle Judo, om de competitieregels af te stemmen op oudere regels. Ook heeft het moderne invloeden vanuit bijvoorbeeld BJJ voor de punten in het ne-waza (grondtechnieken). Hiermee blijf je echter hetzelfde probleem houden. Je kiest alleen een andere invloed.

Ik heb geen perfecte oplossing. Wat voor mij goed werkt zijn de volgende tips:

  1. Train de technieken die effectief zijn en/of een opvoedkundige waarde hebben. Tijdens de training gaat er niets boven een mooie ko-uchi-maki-komi of kata-guruma. Leer de meest efficiënte vormen en pas ze aan de voor de competitiejudoka. Sta de technieken ook toe tijdens examens, mits gecontroleerd uitgevoerd.
  2. Het variëren van de regels in randori. Regelmatig spreken we in onderling overleg af dat alle judotechnieken zijn toegestaan. Natuurlijk voor zover dit veilig is. Het niveau van tori en uke moet toereikend zijn om de technieken gecontroleerd uit te voeren, als je bijvoorbeeld kata-guruma of beenklemmen toestaat. Ook leuk is in plaats van een judōgi een korte broek en t-shirt aantrekken voor randori.
  3. Cross training, het beoefenen van andere stijlen. Doordat deze vaak andere regels hebben, leer je improviseren en aanpassen. Ik haal zelf veel plezier uit het Braziliaans jiujitsu. Je leert heel snel welke technieken goed werken tegen een staande, verdedigende tegenstander. Ook kun je technieken aanpassen, zodat deze een dominante positie op de grond opleveren.

Dit is een korte uitleg met mijn tips. Ik ben benieuwd hoe andere judoka dit onderwerp zien. Zijn er lezers met andere tips voor het bewaren van effectieve technieken, zodat deze niet verloren gaan? Laat het weten in de reacties.

Thomas Leeflang over Laurel & Hardy

Via mijn blog kom ik regelmatig in contact met interessante mensen. Een van deze mensen is auteur Thomas Leeflang. Hij heeft zo’n dertig boeken op zijn naam staan en schreef voor De Groene Amsterdammer en Het Parool.

Thomas LeeflangIk ben vergeleken met hem echt een ‘groentje’! Regelmatig vraag ik om feedback of advies op mijn schrijven. Bescheiden als Thomas is, krijg ik vaak slechts een mooi verwoord compliment. Een enkele keer denk ik tussen de regels een subtiel advies te lezen.

Ook op het gebied van judo-ervaring kom ik niet in de buurt. Thomas schreef drie boeken over budo. Door zijn boeken is menigeen judo, aikido of kendo gaan beoefenen. Daarnaast heeft hij onderricht ontvangen van de bijzondere Tokio Hirano, wat een ervaring moet dat zijn geweest!

Hier stopt mijn bewondering niet. Thomas staat op 82-jarige leeftijd nog steeds twee keer per week op de tatami met een groep veteranen. Ik hoop dat als ik zo oud word, ik ook regelmatig kan trainen en corresponderen met mooie woorden en anekdotes over budo. Judo een leven lang.

Bijgevoegd een leuk artikel over Thomas Leeflang in het blad het Laurel & Hardy-magazine ‘Blotto’. Veel leesplezier!

OLIVER HARDY 9de DAN JUDOKA

Auteur Thomas Leeflang (82), onder meer samensteller van de Laurel & Hardy Encyclopedie, doet sinds zijn jeugd aan judo. Hij begeleidt inmiddels al jaren drie ochtenden per week een groep senioren vanaf zeventig jaar in de dojo van sportinstituut Van Haren Sport & Wellness te Hilversum. Thomas is senpai (assistent) van sensei (leraar) Bert van Haren. Bijgaand afgebeeld beeldje kreeg Thomas van oud-judoka Adriaan Visser, de vroegere trainingspartner van Olympisch- en Wereldkampioen Anton Geesink ten tijde dat Geesink trainde in Amsterdam bij sensei Gé Koning-senior. Adriaan Visser had het beeldje, naar eigen zegge, al minstens vijftig jaar in zijn bezit.

‘Judoka’ Oliver Hardy draagt de rode obi, dat wil zeggen dat hij 9de dan is. Een zeer hoge judograad die, zoals we weten, is voorbehouden aan slechts een klein aantal grootheden in het judo. Anton Geesink was bijvoorbeeld een 9de dan judo.

Thomas: ‘Zelf ben ik niet zo gecharmeerd van Laurel & Hardy-beeldjes. Ze zijn meestal nogal kitscherig. Omdat ik zelf een life time judoka ben doet deze versteende uitvoering van Laurel & Hardy in judogi voor mij wel heel vreemd aan. Aan de andere kant denk ik dat Oliver Hardy een uitstekend judoka geweest zou zijn. In de films is goed te zien dat Oliver Hardy in zijn topjaren heel lichtvoetig was en zich soepel en elegant bewoog.

‘De meervoudig judokampioen van Japan, Yasuhiro Yamashita-san, had hetzelfde postuur en ongeveer hetzelfde gewicht. Als judoka zou Oliver Hardy op de tatami de tengere Stan Laurel zeker de baas zijn geweest. Maar overdreven machtsvertoon zoals tot uitdrukking is gebracht in het beeldje, dat druist in tegen de judo-etiquette.’

Judoka Laurel & Hardy

Neem de vrijheid in het katame-no-kata

Als je niet bekend met katame-no-kata, lees dan eerst Een ‘andere’ kijk op katame-no-kata. Het is belangrijk om te weten dat in dit kata bij de osae-waza (houdgrepen) elke keer drie bevrijdingen door uke worden gedemonstreerd waarop tori adequaat reageert. Bij de shime-waza (verwurgingen) en kansetsu-waza (gewrichtsklemmen) reageert tori elke keer op één bevrijdingspoging van uke.

De bevrijdingen van uke zijn vrij in het kata. Als de bevrijdingen maar een logische opeenvolging zijn en realistisch worden uitgevoerd. Vervolgens kan tori hier adequaat op verdedigen, bijvoorbeeld door het veranderen van zijn positie of postuur.

Waarom deze vrijheid belangrijk is en kan worden benut licht ik later toe. Eerst een kort overzicht van de bronnen van de Kōdōkan over deze vrijheid.

Het handboek van de Kōdōkan

Laat me vooropstellen dat de door de Kōdōkan in dit kata voorgestelde bevrijdingen en verdedigingen absoluut het bestuderen waard zijn. Zij vormen een natuurlijk en logisch geheel. Een goed begin dus voor een eerste verkenning van het kata. Bekijk een demonstratie in onderstaande video.

Hier wordt meteen duidelijk dat er vrijheid is voor uke. Rond 6:30 wordt de volgende aanwijzing gegeven:

Ondanks dat dit de drie basismanieren van ontsnappen zijn, is het mogelijk om andere logische bevrijdingen te gebruiken. Welke methode uke ook gebruikt, hij moet voordeel halen uit de positie van tori om diens controle te verbreken.Kōdōkan DVD

Ook in het Engelse tekstboek op de website van de Kōdōkan staat een vergelijkbare tekst. Het enzovoort’ na het bieden van drie mogelijke bevrijdingen geeft aan dat niet alle mogelijkheden worden benoemd.

Uke probeert de ontsnappen door [..] enzovoort.Kōdōkan KATA Textbook Katame-no-Kata

Japanoloog Loek van Kooten heeft de Japanse versie van het boek bekeken. Daar gebruiken ze de woorden 例えば (bijvoorbeeld) en 等を試み (enzovoort te proberen). Daar blijkt dus ook dat uke vrij is in zijn bevrijdingen.

Maak het kata niet dood

Als alleen de bevrijdingen en verdedigingen van de DVD en het boek worden gekopieerd, dan wordt het een ‘dode’ oefening. Tori weet welke bevrijding van uke komen en is nimmer verrast. Ook uke gaat niet mogelijke bevrijdingen en patronen onderzoeken. Het kata wordt ‘eng’ getraind.

Het volgende stuk komt uit het boek Judo Formal Techniques van Otaki en Draeger. Zij waarschuwen voor het verliezen van de waarde van het kata en het bevat interessante aandachtspunten voor het katame-no-kata.

Bevrijdingspatronen van uke
Uke moet oprecht proberen te ontsnappen van tori zijn controletechnieken, maar alleen nadat tori de controle heeft bereikt en een startsignaal geeft. Er is nergens vastgelegd welke bevrijdingstechnieken van uke correct zijn. Dit kata is in dit aspect niet zo rigide, waardoor dit kata veel “realistischer” is dan het nage-no-kata. Mogelijke bevrijdingen van uke worden in de technische details beschreven bij de technieken in hoofdstuk 9, echter een paar algemene opmerkingen zijn hier nodig om misverstanden in het trainen te voorkomen.
Dit kata trainen met bepaalde, vaste bevrijdingen van uke, en slechts deze bevrijdingen, geven het kata een onnatuurlijk gevoel. Het kata wordt gereduceerd tot een oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen en heeft daardoor veel minder trainingswaarde dan bedoeld door de stichter [Jigorō Kanō].
In de correcte uitvoering van het kata weet tori niet welke bevrijdingen uke gaat proberen. Hoewel de mogelijke bevrijdingen van uke min of meer worden verwacht door tori, en sommige bevrijdingen de betere optie zijn, worden ze niet onveranderlijk en vooraf afgesproken uitgevoerd wat betreft hun verschijningsvorm en volgorde door uke.
Dit is extra van belang in osaekomi-waza. Uke moet in deze serie minimaal drie verschillende bevrijdingen proberen met daadkracht, ervoor zorgdragend dat het grote bewegingen zijn. Wurgingen en armklemmen als bevrijding kunnen het beste tot een minimum worden beperkt door uke, waar hij zich beter kan richten op het nemen van de juiste tegenmaatregelen zoals draaien, bruggen en het verbreken van de immobilisatie met realistische, grote bewegingen van het lichaam. De periodes dat uke zich probeert los te worstelen na het aanzetten van de controle tot het aftikken, moeten niet worden gehaast in een een-twee-drie aangelegenheid, gevolgd door het mairi (opgeven) signaal van uke. Het minimum is 5 tot 10 seconden van energieke bevrijdingen, zelfs wanneer dit kata wordt gebruikt voor demonstratiedoeleinden; in training kan het worden verlengd tot 30 seconden voor osaekomi-waza en daadwerkelijke opgave of ontsnapping door uke in de series shime- en kansetsu-waza.
In deze twee laatste series is de periode van worsteling door uke beduidend korter doordat de natuur van deze technieken vaak slechts een ontsnappingspoging door uke toestaan en vrijwel directe opgave veroorzaken indien goed uitgevoerd. Uke zijn ontsnapping is normaliter beperkt tot een poging met de focus op het neutraliseren van de aanval in plaats van het ontsnappen. Als de techniek juist is toegepast, heeft uke behoorlijk weinig bewegingsruimte en is daarom beperkt in zijn mogelijkheden tot bruggen, draaien en bewegen uit de controletechniek, hij kan niet veel meer doen dan opgeven.

In dit boek wordt ook duidelijk beschreven dat uke vrij is in zijn bevrijdingen. Door differentiatie in de volgorde en de uitvoering van verschillende bevrijdingen wordt tori gedwongen continu alert te zijn. Het kata ‘leeft’ en wordt geen saaie mechanische oefening van vooraf geanticipeerde bewegingen.

Uke kan zodoende verschillende bevrijdingen en patronen onderzoeken en moet voldoende tijd nemen voor zijn pogingen voordat hij opgeeft. Uke wordt door het meer experimenteren in het kata gevoeliger voor de positie van tori en leert hier gebruik van maken.

Otaki en Draeger geven zelfs aan dat uke doorgaat tot opgave of ontsnapping. Dit impliceert dat uke serieuze pogingen tot ontsnappen onderneemt, ondanks dat hij vooral bij shime- en kansetsu-waza weinig bewegingsruimte en tijd heeft voor zijn poging tot ontsnappen.

Overigens is ‘verrast’ een relatieve term. Uiteindelijk zijn er een paar logische volgordes met goedwerkende bevrijdingstechnieken. Ook tori is bekend met deze technieken en patronen. Toch maakt het een groot verschil als uke geen vast riedeltje uitvoert.

Conclusie

Voor het optimaal trainen van kata moeten tori en uke vermijden dat het een rigide, vaste opvolging wordt van dezelfde bevrijdingen en verdedigingen. Uke kan net zoals in andere kata variëren met bijvoorbeeld timing en intensiteit. Daarnaast kan hij in het katame-no-kata ook spelen met de uitvoering en volgorde van de bevrijdingen. Hierdoor zal tori regelmatig op een andere manier moeten reageren.

Op deze wijze is het kata geen ‘dode’ oefening van een paar bewegingen. Tori en uke kunnen allebei leren van het kata en het is zeker van toegevoegde waarde in de technieken en het gevoel van de judoka in het controleren en bevrijden in het judo. Er is zoveel te ontdekken, zoals afstand verkleinen en vergroten, positie, postuur, gewichtsverdeling, druk en geduld. Daarom het advies:

Neem de vrijheid in het katame-no-kata!

Een duizendpoot, een pad en judo

Een hele tijd geleden bladerde ik in een boek van mijn bonuskinderen. Ik kan helaas niet terugvinden hoe het boek heet. Er staat in het boek een mooi verhaal over een duizendpoot en een pad.

‘Er was eens een duizendpoot die fantastisch kon dansen met al haar duizend poten. Als ze danste, kwamen alle dieren uit het bos kijken. En iedereen was diep onder de indruk van de prachtige dans. Maar een dier vond het niet leuk dat de duizendpoot danste. Dat was een pad…’

‘Die was natuurlijk gewoon jaloers.’

‘“Hoe kan ik ervoor zorgen dat de duizendpoot niet meer danst?” dacht de pad. Hij kon niet gewoon zeggen dat hij de dans niet mooi vond. Hij kon ook niet zeggen dat hij zelf beter danste, dat zou belachelijk klinken. Toen broedde hij een duivels plan uit.’

‘Vertel op!’

‘Hij schreef een brief aan de duizendpoot. “O onovertroffen duizendpoot!” schreef hij. “Ik ben een toegenegen bewonderaar van je prachtige danskunst. Ik zou graag willen weten hoe je dat doet. Is het zo dat je eerst linkerbeen 228 optilt en dan rechterbeen 59? Of begin je de dans door rechterbeen nummer 26 op te tillen voordat je rechterbeen nummer 449 optilt? Ik ben zeer benieuwd naar je antwoord. Groetjes, de pad”.’

‘Allemachtig!’

‘Toen de duizendpoot de brief kreeg, begon ze er meteen over na te denken wat ze nu eigenlijk deed als ze danste. Welke poot bewoog ze het eerst? En welke poot daarna? En wat denk je dat er gebeurde?’

‘Ik denk dat de duizendpoot nooit meer gedanst heeft.’

‘Ja, zo liep het af. Zo gaat dat wanneer de fantasie wordt verstikt door het verstandelijk redeneren.’

Wat is de moraal van het verhaal? Ik zie er een paar wijze lessen in.

Het is belangrijk dat we niet alles ‘dood’ redeneren. Het principe seiryoku zen’yō kan er toe leiden dat we blijven analyseren, waar we ook moeten ervaren. Perfectie is onmogelijk, want het kan altijd beter.

Echter, het verstandelijk redeneren beperkt de fantasie. Analyseren leidt er toe dat je niet in een flow raakt. De schoonheid en vrijheid van het bewegen kan verloren gaan. Uiteindelijk is er meer inspanning nodig voor een maximaal resultaat. Daarom is een goede balans tussen analyseren en ervaren belangrijk.

In de film “The Last Samurai” zit een mooie scène die dit illustreert. “Too many mind.”

De pad speelt ook een interessante rol in het verhaal. Hij drukt uit waarom het andere judoprincipe “jita kyōei” belangrijk is. Als je een vraag stelt of feedback geeft, dan is het doel de ander helpen of zelf leren. Als het alleen is voor het bevredigen van het eigen ego, kunnen we waarschijnlijk beter ons mond houden en onze eigen gedachten onderzoeken. Hierover schreef ik eerder in “Een leven lang leren”.

Ik vind het een veel mooiere gedachten dat we de duizendpoot complimenteren voor de schoonheid van haar dans en het plezier dat zij de anderen dieren schenkt. We kunnen kiezen voor het altijd analyseren, een mogelijke verbetering zien en de ander bekritiseren. Of we kunnen het verstandelijk redeneren af en toe beperken en de fantasie de vrije loop laten. Genieten van het moment.

Herken je dit ook in het verhaal? Zie je er nog andere wijsheden in? Laat het weten in de reacties…

Trainingsmethodes voor krijgskunsten

In het boek “Teaching Kids Jiu Jitsu” staan in de Lessons Learned een aantal trainingsmethoden. Ik vind het overzicht handig en ik heb het hieronder uitgebreid en aangepast naar andere krijgskunsten.

Het overzicht helpt bewust worden. Welke trainingsmethoden sluit het best aan op de leerling? Iedereen heeft zijn eigen voorkeur, zowel leerling als leraar. De ene methode is meer geschikt voor de beginner en andere methoden meer voor gevorderden.

Morihei UeshibaDoor het bewust kiezen van een goede mix van trainingsmethoden op basis van seiryoku zen’yō (een maximaal resultaat met minimale inspanning), kan worden gespeeld en geëvalueerd welke methoden in een bepaalde situatie optimaal werken.

Overigens hebben de verschillende methoden enige overlap. Dit is geen probleem aangezien het slechts een hulpmiddel is. Het doel is bewust omgaan met de lesinhoud. Niet het beschrijven van een compleet, allesomvattend model.

De onderstaande trainingsmethoden kunnen worden gebruikt. Ik licht vervolgens elke methode kort toe met voorbeelden.

  • Principe
  • Thema
  • Beweging
  • Techniek (waza)
  • Ketting
  • Als… dan…
  • Positie/situatie

Principe

Een specifieke techniek kan slechts in een beperkt aantal situaties worden toegepast. Een principe kan daarentegen in oneindige situaties worden toegepast.

Een voorbeeld. Tori leert de ude-hishigi-jūji-gatame met een voorwaartse rol vanuit de positie uke kniezit (bokje). Deze techniek kan tori niet gebruiken als hij uke tussen zijn knieën (guard) heeft, dus moet tori een nieuwe techniek leren om ook vanuit deze positie een jūji-gatame te kunnen maken. Zo moet voor elke verschillende situatie of armklem een nieuwe techniek worden aangereikt.

Trainingsmethode: Principe

Er kan ook een principe worden aangeleerd. Hierbij leert tori hoe hij de bovenarm moet controleren, zodat hij de elleboog kan isoleren en overstrekken. Tori kan dan vanuit vele positie een armoverstrekking maken, zoals jūji-gatame, waki-gatame en hiza-gatame, zonder dat hij de technieken en namen weet. Ik heb zelf wel eens ondersteboven met mijn hoofd een armklem aangezet, dit heb ik nooit als techniek geleerd!

Als ik beweeg, worden technieken geboren.

Laughing buddhaUiteraard kunnen technieken worden gebruikt voor het aanleren en begrijpen van de principes.

Focus niet te veel op de technieken, want je mist wellicht het principe!

Andere voorbeelden zijn trainingen gericht op het principe van opofferen zoals in sutemi-waza, het gebruik van kuzushi (balansverstoren) voor het maken van kantel-/keertechnieken, het omgaan met tegenslagen, het de-escaleren van agressie en het toepassen van jiko no kansei, het vervolmaken van onszelf.

Thema

Een training kan ook worden samengesteld op basis van een thema. Denk hierbij aan thema’s, zoals randori, kata, shiai en zelfverdediging.

Trainingsmethode: Thema

Als het thema zelfverdediging is, kan worden gefocust op het principe tai-sabaki bij het ontwijken van atemi-waza (bijv. stoot- en traptechnieken). Vervolgens kan worden gereageerd met een worp en controle naar keuze. De leerlingen worden ook geadviseerd niet naar de buik te draaien, omdat dit een hele dominante positie voor tori oplevert.

Bij een training met als thema shiai kan de judoka wel naar de buik draaien (ik raad het nog steeds af). Als hij lang genoeg verdedigt, zegt de scheidsrechter mate en kan hij weer gaan staan. Een dergelijke training kan ook gericht zijn op de favoriete technieken die in competitie werken of het principe van kumi-kata (manier van vastpakken) die zijn toegestaan in competitie.

Mijn favoriete thema is illegale technieken in competitie. Dit heb ik afgekeken van mijn budovriend Bas Bakker. Hierbij kies ik bijvoorbeeld het principe benen grijpen met technieken zoals sukui-nage, ko-uchi-maki-komi en morote-gari. Leuk voor randori!

Thema’s nodigen uit tot zelfstudie. Denk bijvoorbeeld aan het thema combinaties (renraku-waza). De budoka oefenen eerst de principes tai-sabaki en hara, vervolgens maken ze hun favoriete combinatietechnieken in beweging. Uiteindelijk gaan ze randori trainen in de situatie waarbij uke alleen mag verdedigen, zodat tori kan combineren als de eerste techniek niet lukt.

Beweging

Een techniek bestaat vaak uit een of meerdere bewegingen. Zeker bij beginners zijn deze bewegingen onbekend. Daarom kan een training ook bestaan uit een losse beweging die vervolgens wordt toegepast in een aantal technieken.

Traingsmethode: BewegingIn het ne-waza is een basisbeweging ebi (hip escape), waarbij de leerling zich verplaatst op de grond. Vaak om de hoek ten opzichte van de ander te veranderen of het creëren van ruimte/afstand, dit zijn twee belangrijke principes in ne-waza.

Nadat met verschillende voorbereidende oefeningen ebi is geoefend, kunnen bevrijdingen uit houdgrepen worden geoefend waarbij ebi noodzakelijk is. Een andere voorbeeld met ebi is het maken van sankaku-jime door tori vanaf zijn rug.

Bij nage-waza kan worden gedacht aan basisbewegingen zoals tai-sabaki, tsurikomi en de kruispas. Vervolgens kunnen technieken worden getraind waarbij de pas kan worden gebruikt, zoals tai-otoshi, ashi-guruma en harai-goshi.

Het voordeel is dat een beweging in deze trainingsmethode vele malen wordt geoefend en deze eigen wordt gemaakt. De leerling kan de beweging gebruiken in verscheidene technieken, daarnaast is een beweging vaak ook gerelateerd aan bepaalde principes.

Techniek (waza)

Deze trainingsmethode ligt voor de hand en wordt erg vaak gebruikt. De training staat in teken van een techniek. In de warming-up worden vaak al oefeningen gedaan als voorbereiding op de techniek.

De warming-up begint bijvoorbeeld met een aantal oefeningen waarbij de leerling op een been staat, een been opzwaait en achterwaarts valt. Vervolgens worden een aantal vormen van ō-soto-gari getraind met verschillende kumi-kata en overnames (kaeshi-waza) op de worp.

Een andere voorbeeld is de eerder genoemde ude-hishigi-jūji-gatame. Deze kan worden aangeleerd vanuit het katame-no-kata, tori rug met uke in guard en als transitie naar ne-waza als tomoe-nage mislukt

Technieken kunnen worden aangeboden op verschillende manieren: kata, yaku soku geiko, kakari-geiko en (dynamische) uchi-komi. Focus hierbij eerst op de basis.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Het voordeel is dat een techniek vele malen wordt gerepeteerd waardoor de leerlingen zich deze eigen kan maken. Als de leerling dit bewust doet, gaat hij wellicht ook het principe achter de techniek doorgronden.

Ketting

Een ketting is een logische opvolging van technieken, zoals deze in randori of zelfverdediging voor kunnen komen. Het doel is dat de leerling ervaart hoe bepaalde technieken elkaar kunnen volgen. Alleen een losse techniek is vaak niet genoeg, daarom kunnen veelvoorkomende kettingen (paden) worden getraind. Uiteraard zoekt de leerling hierin op gegeven moment een eigen weg.

Trainingsmethode: Ketting

Een voorbeeld van een ketting: tori zet ō-soto-gari in, uke stapt uit. Tori combineert direct met ō-uchi-gari. Uke breekt zijn val en tori is alert (zanshin). Hij maakt een snelle passeerbeweging naar een houdgreep en controleert uke.

Deze ketting kan vaak worden gerepeteerd nadat deze is aangeleerd. Ook kan uke veel variëren, bijvoorbeeld vroeg of laat uitstappen en weinig of veel weerstand geven. Tori neemt altijd een actieve rol aan en zet zijn technieken realistisch in.

Kies logische, natuurlijke kettingen. Het is belangrijk voor het aanleren dat de grove lijnen eerst duidelijk worden. Daarna kan voor de gevorderden meer details worden toegevoegd.

Deze methode kan voor beginners worden gebruikt, zodat ze weten welke paden er mogelijk zijn. Ook kunnen principes duidelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld renraku-waza of zanshin na een worp voor een snelle transitie naar ne-waza.

Als… dan…

Deze trainingsmethode is vergelijkbaar met de ketting. Alleen nu hangen de reacties van tori volledig af van uke. Tori en uke hebben allebei een actieve rol.

Traingsmethode: Als... dan...Een voorbeeld van als.. dan…: tori maakt ō-soto-gari. Als uke uitstapt en terugduwt maakt tori een sasae-tsurikomi-ashi en volgt met een houdgreep. Als uke uitstapt en naar achteren leunt, maakt tori een ō-uchi-gari en komt in de guard van uke. Uke probeert vervolgens een schaarbeweging voor het kantelen van tori naar een houdgreep. Als tori de schaarbeweging verdedigt, dan komt uke overeind en duwt tori om met zijn heup naar een houdgreep.

Ah fijn, kijk uit dat een als… dan… niet te complex wordt, anders haken de leerlingen af!

You must be shapeless, formless, like water. When you pour water in a cup, it becomes the cup. When you pour water in a bottle, it becomes the bottle. When you pour water in a teapot, it becomes the teapot. Water can drip and it can crash. Become like water my friend.Bruce Lee

De voordelen zijn vergelijkbaar met kettingen. De reactiesnelheid kan worden vergroot. Ook wordt de creativiteit vergroot door het aanbieden van nieuwe paden of als de leerling wordt uitgedaagd tot het zelf bedenken van een als… dan… en deze te evalueren in randori.

Tori en uke kunnen leren wat hun doel is in bepaalde posities en situaties en welke paden er mogelijk zijn. Ook hier kunnen er weer principes aan toe worden gevoegd, zoals continu druk uitvoeren (mentaal en lichamelijk), kiai of actie/reactie.

Positie/situatie

In deze methode worden een aantal principes, technieken, kettingen of als.. dan... aangeboden vanuit een bepaalde positie of situatie. In ne-waza kan dit zijn dat tori op de rug ligt met uke tussen zijn knieën, bij tachi-waza kan worden gedacht aan een uke die in jigotai (verdedigende houding) rechtsvoor staat.

Trainingsmethode: Situatie

Deze methode kan worden gebruikt als een leerling aangeeft dat hij moeite heeft met een bepaalde positie of situatie. Het kan ook naar aanleiding van randori zijn, waarbij de leraar ziet dat leerlingen in bepaalde posities of situaties vastlopen.

Zijn er volgens jou nog andere trainingsmethoden voor het aanleren van krijgskunsten? Laat een bericht achter in de reacties onder dit bericht. Ik wil graag bovenstaande overzicht verbeteren, dus laat jouw feedback achter in de reacties.

The Pyjama Game

The Pyjama Game - Mark LawOp aanraden van Thomas Leeflang, zelf een judoka en schrijver, heb ik het boek The Pyjama Game gelezen.

Het boek had ik eerder gezien en op basis van de titel en kaft weggelegd. Het leek me dat het geschreven was door zo’n Engelse judoka, gek op competitie en  zonder veel liefde voor judo als krijgskunst.

Thomas’ enthousiasme voor het boek, hij noemde het een ‘must’ voor elke judoka, heeft mij overgehaald. En ik heb geen spijt.

The Pyjama Game – A Journey into Judo bevat drie verhaallijnen dwars door elkaar heen: de ervaringen van Mark Law die als 50-jarige journalist start met judo, verhalen over de internationale judoka die hij vaak heeft ontmoet bij zijn prestigieuze club The Budokwai in Londen en informatie over de geschiedenis van judo en zijn iconen.

Van begin tot eind weet Mark Law te boeien met zijn kleurrijke anekdotes, bijzondere observaties en historische informatie. Misschien is niet alles honderd procent nauwkeurig, het boeit van begin tot eind!

De judoka zullen wegdromen bij de herkenbare verhalen en interessante gegevens. Door de prachtige metaforen en geestige schrijfwijze is het ook een leuk boek voor ‘judoleken’.

Ik raad het boek The Pyjama Game nu ook van harte aan. Inderdaad een ‘must’ voor elke judoka en fantastische literatuur voor de ‘judoleek’. Het geeft maar weer eens aan dat je een boek niet aan de hand van de kaft kunt beoordelen. Mark Law is doordrenkt van liefde voor judo en kan dit sprekend beschrijven.

Dank je wel Thomas voor deze goede tip en onze leuke conversaties!

Concentratie en gewaarzijn

Dit is een gastblog door Marc van Heyningen. We beoefenden vroeger samen jujutsu en ik vind zijn inzichten nog altijd interessant. Ik herinner me van vroeger dat hij examen deed in de oude dojo. Allemaal mensen bewogen nerveus en excessief over de mat, terwijl Marc rustig in een hoekje in kleermakerszit zat met zijn ogen gesloten. Tegenwoordig is hij mindfulnesstrainer en coach. Het is vast geen toeval dat concentratie en gewaarzijn het onderwerp zijn van deze gastblog.


Concentratie en gewaarzijn
Over meditatie in de krijgskunst

In de mindfulnesstrainingen die ik geef starten we altijd met het oefenen van concentratie. Het is eigenlijk gewoon een vaardigheid, die door veel oefenen steeds sterker wordt. Net zoals je bijvoorbeeld naar de sportschool zou gaan om je spieren te trainen.

Deze focus of concentratie is ook nodig in de vechtkunst. Of je het nu over vroeger hebt op het slagveld, waar het je direct je leven kon kosten als je er niet bij was met je hoofd, of over het beoefenen van een vechtsport, waarbij je ook al je concentratie nodig hebt om je tegenstander te verslaan.

Focus, concentratie, met je aandacht in het hier en nu zijn, is daarmee een belangrijke kwaliteit om bij jezelf te ontwikkelen. Meditatie is een manier om dit te doen. Bijvoorbeeld door te beginnen met je gewaar te zijn van de beweging van de adem in je lichaam en elke keer dat je afgeleid raakt je aandacht hier weer terug te brengen.

Echter is er ook keerzijde aan concentratie. Het kan leiden tot tunnelvisie. Als ik te veel gefocust ben op die ene vijand, zal ik de vijand die mij van opzij of achteren benadert missen. Ook dat kan me het leven kosten. Of wanneer ik teveel gefocust ben op de beweging van die ene arm van m’n tegenstander, zal ik andere bewegingen die hij inzet missen.

Daarom is er ook zoiets nodig als ‘open gewaarzijn’, wat mijn leraar Ju Jutsu ook wel ‘metsuke’ of ‘krijgskijken’ noemde. Hierbij richt je je aandacht eigenlijk op niets specifiek en neem je als het ware alles in je omgeving tegelijk waar. Het is een open blik die je helpt om veranderingen overal rondom je sneller waar te nemen.
Concentratie - Open gewaarzijnOok dit beoefenen we in meditatie, dit keer juist door elke vorm van focus los te laten en gewoon te zien wat er voorbij komt in je ervaring: de adem, gedachten, gevoelens, geluiden, lichamelijke gewaarwordingen, beelden etc.

Je zou het eigenlijk kunnen zien als twee uiteinden van een doorlopend spectrum. Aan de ene kant concentratie, aan de andere kant open gewaarzijn. Beiden zijn nodig, en niet alleen in de vechtkunst. Zo is het heel fijn om je volledig op een probleem te kunnen concentreren om het op te kunnen lossen, terwijl het aan de andere kant soms beter kan zijn om er even afstand van te nemen en ‘out of the box’ te denken.

Het gaat dus uiteindelijk om de balans. Door beiden te trainen en te ontwikkelen, breid je als het ware je mogelijkheden uit. Je hebt meer vaardigheden ontwikkelt om met situaties om te gaan, zowel in je vechtkunstbeoefening, als in het dagelijks leven. Want is daar uiteindelijk wel zoveel verschil tussen?

En de vraag is misschien ook nog: Is het ook mogelijk om beiden tegelijk waar te nemen? Dat je je tegelijk concentreert en gewaar bent van alles om je heen?

Wat is jouw ervaring hierin?

Marc van Heyningen
Mindfulnesstrainer, coach en vechtkunstbeoefenaar

Interesse gewekt? Wil je een Mindfulnesstraining volgen of zoek je individuele training of coaching op dit gebied? Zie www.siendo.info.

De geest van een beginner

Zoals gepubliceerd in het NVJJL Budomagazine (december 2017).

ShoshinEen goede leraar is een expert. Hij heeft vaak jaren gewerkt aan het aanscherpen van zijn kennis en vaardigheden. Hij is door schade en schande wijs geworden. Door het proberen van vele mogelijkheden heeft hij ontdekt wat wel en niet werkt en heeft zodoende veel ervaring opgedaan. Deze ervaring is zeer waardevol voor andere judoka.

Op basis van zijn ervaring kan de leraar anderen coachen. Hij kan een judoka voor bepaalde valkuilen behoeden of ze juist bewust laten ervaren en helpen met reflecteren. Een goede leraar vertelt soms letterlijk hoe een bepaalde techniek moet worden uitgevoerd. Andere keren vertelt hij alleen waar de judoka moet zoeken en laat hij hem of haar in het ongewisse. Uiteraard kan hij ook coachen op andere vlakken, zoals een goede mindset en het delen van levenswijsheden.

Ervaring is dan ook een geweldig bezit. Echter, het brengt ook risico’s met zich mee. Er kan een gevoel ontstaan dat men alles al weet. De leraar groeit zelf niet meer in zijn kennis en vaardigheden, omdat hij is gebonden door een vast patroon van ideeën. Een ōsotogari kan bijvoorbeeld alleen nog op zijn manier.

Door een starre houding doet de leraar de judoka en zichzelf tekort. Hij kan namelijk nog steeds groeien als hij blijft openstaan voor het verkennen van nieuwe mogelijkheden. Het volgende citaat van Friedrich Nietzsche inspireert mij altijd: “Waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn.”

Hoe kan een expert open blijven staan voor vernieuwing? Nieuwe ideeën kunnen zich in verschillende vormen manifesteren. Een beginnende judoka kan bijvoorbeeld vragen of een techniek ook op zijn manier kan worden uitgevoerd. Misschien is de eerste gedachte van een ervaren judoleraar: “Nee, het hoort op mijn manier.”

Kan het ook zijn dat de ‘beginner’ een andere of betere manier heeft, omdat hij niet wordt gehinderd door ervaring (vaak vergezeld met vooroordelen)? De leraar kan dit samen met de judoka onderzoeken. Wellicht is de andere manier even goed of zelfs beter. Dan is het een win-winsituatie. De judoka en judoleraar groeien allebei.

Een ander voorbeeld. Een judoleraar wordt tijdens workshops regelmatig geconfronteerd met een nieuw idee. Hoe moeilijk is het onderzoeken met een open geest van nieuwe ideeën? Ervaring wil deze zo graag bij voorbaat onzinnig verklaren. “Het heeft voor mij altijd zo gewerkt, dus waarom zou het op een andere of zelfs betere manier kunnen?” Kan de expert de geest van beginner aannemen en de mogelijkheden met een open geest zonder vooroordelen uitproberen?

Het is de kunst om tussen de geest van een expert en beginner te schakelen. De expert kan bepaalde valkuilen vermijden, omdat hij reeds vele mogelijkheden heeft geprobeerd. De beginner kan daarentegen ongehinderd door ervaring opgaan in het moment en vele mogelijkheden zien. Ook mogelijkheden die de expert op basis van zijn ervaring over het hoofd ziet. Op deze manier hebben beide mindsets hun waarde.

Als je geest leeg is, is hij altijd gereed tot iets; hij is open voor alles. In de geest van de beginner zijn er vele mogelijkheden, in die van de ervarene maar enkele.Shunryū Suzuki

Hoe belangrijk is een band in budo?

Laatst las ik een blog van Christian Graugart op BJJ Globetrotters. BJJ Globetrotters is een netwerk van mensen die de wereld rondtrekken en Braziliaans jiujitsu beoefenen zonder zinloze politiek. Zijn blog resoneerde met mij.

Ik heb een klein stukje vertaald. Het gaat over hoe graduaties het gedrag van de drager kunnen beïnvloeden. Sommigen hangen niet een band, maar een gevoel van eigenwaarde om hun middel. Hun band symboliseert niet langer een bepaald niveau van vaardigheid en karakter. Het geeft ze een vals gevoel van macht.

Door banden kunnen volwassen mensen zich heel raar gedragen en het probleem – naar mijn mening – ontstaat wanneer dit verandert in politiek, het vertellen wat een volwassene wel of niet mag doen. Het ruïneert vriendschappen. Verspreidt negatieve golven. Creëert ongezonde rivaliteit. Mensen zijn zichzelf niet meer. Ze likken zich naar boven of kijken neer op mensen op basis van hun graduatie. Ze begrenzen mensen in hun sociale interactie met potentiële, nieuwe vrienden. Maken mensen hebberig.
Christian Graugart

Laat me vooropstellen: graduaties zijn op zichzelf niet goed of slecht. Een band mag je trots op zijn. Het is vaak een prestatie na hard werken aan jouw vaardigheid en karakter. Zeker de hoge graduaties vragen een budoleven vol toewijding en doorzettingsvermogen als je ze op een eerlijke wijze wilt verdienen. Hierbij moet je trouw zijn aan jezelf en de principes van jouw vechtkunst.

Normaal zijn hogergegradueerden dan ook voorbeelden. Ze zijn gelijkwaardig als mens, maar hebben bijna bovenaardse vaardigheden en een goed karakter. Dit komt omdat ze reeds jarenlang trainen en leven volgens de principes en waarden in hun do-vorm. Het zijn voorbeelden waar je graag van wilt leren.

Het gaat echter mis met graduaties als de drager zijn band misbruikt voor een vals gevoel van macht. Zelfs bij de do-vormen zoals judo, waarbij de vorming van een goed karakter belangrijk is, komt dit helaas ook voor. Deze mensen raken de judoprincipes uit het oog en kijken neer op mensen met een lagere graduatie. Ze denken dat ze iemand mogen beledigen of minderwaardig behandelen. Ze laten zich soms zelfs verleiden tot politieke spelletjes.

De band is niet langer om hun gi< bij elkaar te houden. Het is een relikwie om hun ego te strelen.

With great power comes great responsibilityIk moest denken aan de stripboeken van Spiderman waarin de volgende spreuk staat: “Met grote kracht, komt grote verantwoordelijkheid.”

Vooropgesteld dat een band slechts aangeeft hoe ver iemand is op zijn of haar weg en geen bijzondere krachten geeft, laat elke persoon met een graduatie verantwoordelijkheid nemen en een voorbeeld zijn voor anderen. Een voorbeeld van prachtige vaardigheid in randori en kata en bovenal een mooi, oprecht karakter. De grote kracht is namelijk dat je mensen inspireert om ook te blijven groeien op de weg.

Ikzelf probeer zoveel mogelijk van politiek weg te blijven. Liever blijf ik proberen om judo op zijn best uit te dragen. Soms lukt het fantastisch, soms met vallen en opstaan. Als het beter kan, laten we hier elkaar dan op een respectvolle manier op wijzen. Op deze manier blijven we vol bewondering voor de hogergegradueerden en elkaar behandelen volgens jita kyōei, wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen. Want wat is er mooier dan als vrienden met elkaar onze prachtige vechtkunsten beoefenen?

Efficiënt trainen voor een optimaal resultaat

Dit artikel had ook “5 fouten in judotraining” of iets dergelijks kunnen heten. Ik heb gekozen voor een positieve benadering. Ik hoop dat het daardoor door vele beoefenaars van krijgskunsten en vechtsporten wordt gelezen en van waarde blijkt.

Het gebrek aan nummering versterkt dat alle punten belangrijk zijn. In willekeurige volgorde noem ik een paar concepten die een training efficiënter kunnen maken. Het is gebaseerd op inzichten die ik tijdens mijn eigen trainingen als judoka en leraar heb geobserveerd en ook inzichten van anderen die ik naar mijn hand heb gezet.

Transitie van staand naar de grond

Veel krijgskunsten en vechtsporten bestaan uit staande technieken (zoals stoten, trappen en worpen) en grondtechnieken (zoals stoten, verwurgingen en klemmen). Op deze manier kan een gevecht staand worden beslecht en ook op de grond als het zover komt.

Braziliaans Jiu-Jitsu
By © John Lamonica, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9111428

Om praktische redenen worden de staande technieken (tachi-waza) en grondtechnieken (ne-waza) soms los van elkaar getraind. Dit is vaak niet optimaal. De transitie van staande technieken naar een controle op de grond moet vloeiend verlopen, dus hierop veel trainen is wenselijk.

In het judo is de transitie supersnel indien goed getraind. Binnen de regels moet de judoka namelijk snel naar een controle werken, anders moet hij of zij opstaan van de scheidsrechter. Ook in zelfverdediging moet de agressor weinig ruimte worden gegeven en direct worden gevolgd met controle.

Het is daarom belangrijk dat tijdens de training tori en uke bewust zijn van hun positie, ook tijdens de transitie van tachi-waza naar ne-waza. Probeer altijd de meeste dominante positie te zoeken. Mooi vallen is niet belangrijk, zolang maar veilig wordt gevallen.

Ik train zelden het als verdediging naar de buik draaien door uke. Ik wil dat tori en uke optimaal anticiperen op de transitie naar een dominante positie. Wees bewust van deze positie en zorg voor een betere positie. Als het oefenen van de transitie niet mogelijk is, visualiseer dan een logische transitie. Als je echt efficiënt wil trainen denk dan ook aan mogelijke atemi-waza, zoals Jigorō Kanō beschrijft in Mind over Muscle.

Train met de juiste intentie

Het komt vaker voor dan wenselijk. Trainen zonder beleving. De tori doet netjes de waza (techniek) zoals uitgelegd door de leraar en uke valt en wacht tot hij weer aan de beurt is.

Hierbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat uke normaliter niet wil vallen. Ik leer judoka uiteraard ook eerst dat ze mee moeten werken zodat tori kan oefenen. Zodra de techniek een beetje lukt, mogen ze steeds meer tegenwerken. De weerstand langzaam verhogen en tori uitdagen.

Grappling Bas Bakker en Sebastiaan FransenDit betekent dat tori en uke continu bezig zijn met beleving door de juiste intentie in de training te leggen. Elke repetitie is anders, omdat er wordt gevarieerd met factoren zoals intensiteit, timing en kumi-kata (pakking). Dit voorkomt ‘dode’ repetities en stimuleert een open, creatieve houding. Train dus altijd met intentie.

Lees ook de volgende bronnen voor inspiratie. De filosofie van Straight Blast Gym en het e-book Focused Jiu-jitsu over efficiënt drillen (uchi-komi) door Chewjitsu. Leuke extra tip: train eens zonder gi (pak).

Randori in de training

In mijn blog Randori is een chaos schreef ik het eerder. Randori is een belangrijk onderdeel van een training. Het leren van kata en waza is nuttig, maar uiteindelijk wordt het echt toegepast in de ‘chaos’ van een randori.

Dit hoeft niet altijd tot het uiterste (is wel lekker af en toe). Het kan ook in een vorm, waarbij er sprake is van ‘flow’. Er wordt gefocust op techniek en beide judoka geven elkaar ruimte, variërend van heel veel tot bijna niets.

In randori kan er worden geleerd en wordt wederom de creativiteit van de judoka gestimuleerd, omdat er geen vast patroon is. Bijvoorbeeld als uke een worp ontwijkt of tori met zijn benen controleert na een ō-uchi-gari. De judoka kunnen ook werken aan een systeem van specialiteiten in plaats van losse technieken trainen.

Het wordt nog interessanter als de trainingsvorm shiai in de mix wordt toegevoegd. Lees over deze trainingsvorm meer in de blog De angst om te verliezen.

Kata is een belangrijk middel

EK judo kata Sebastiaan Fransen en Björn RauhéSommige judoka (en andere krijgskunsten) leggen veel nadruk op kata. Ik denk dat kata een belangrijke rol speelt. Het bevat het fundament van judo. De principes komen duidelijk terug, zodat zij optimaal kunnen worden bestudeerd.

Toch is kata eigenlijk geen doel op zich. Een goede judoka doet ook randori. De twee vormen vullen elkaar aan. Kata voor het leren van het fundament en randori voor het toepassen in een reëlere situatie. Het bevordert dat kata niet een ingestudeerd toneelstuk wordt en op gestructureerde wijze de basis leert. Beoefen daarom kata in de juiste balans met andere trainingsvormen.

Lees meer in Kata: doel of middel? en Het gevaar van katawedstrijden.

Bouw een stevig fundament

Het blijft verleidelijk. Allemaal ingewikkelde ‘trucjes’ leren, zodat elke week weer iets nieuws en spectaculairs kan worden beoefend. Toch kun je beter focussen op de basis.

De basis is vaak de basis omdat het bewezen effectief is. Daarnaast kan een ‘speciale’ techniek beter worden begrepen als er een stevige basis is. Als laatste kan vaak worden teruggevallen op de basis als een complexe techniek mislukt.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.

Blijf altijd werken aan de basis. The devil is in the details. Als er eenmaal een stevig fundament is, dan kan deze worden versterkt door er complexere technieken op uit te bouwen. Blijf echter altijd werken aan de basis.

Lees meer in Niet het vele is goed, maar het goede is veel.

Tijdens het schrijven kwam ik er achter dat ik veel van deze punten in eerdere blogs heb beschreven. Dat is geen vorm van gemakzucht en geeft aan hoe belangrijk deze onderwerpen voor mij zijn. Zie dit als een samenvatting en open de verwijzingen naar oude blogs voor meer toelichting. Voel je ook vrij om in de reacties deze blog aan te vullen.