Lijden kun je trots op zijn

Tegenwoordig is het lijden iets wat hoe dan ook voorkomen moet worden. Hierdoor zijn mensen niet alleen ongelukkig, maar schamen ze zich ook voor hun lijden. Echter, lijden kun je trots op zijn. Het biedt kansen.

Overigens is onnodig lijden niet iets om trots op te zijn of iets om over op te scheppen. Dit is een vorm van machoïsme. Als we lijden kunnen wegnemen, dan moeten we dit doen.

Als het lijden niet kan worden veranderd, dan kunnen we onszelf veranderen.

Tragisch optimisme en lijden

Waarom kun je trots zijn op lijden? Viktor Frankl beschrijft het in zijn boek Man’s Search for Meaning. Frankl heeft Auschwitz overleeft en daarna dit boek opnieuw geschreven, nadat het eerdere manuscript werd vernietigd in het concentratiekamp.

Volgens hem is leven van mensen een tragisch optimisme. In het wonderlijke leven zijn ook pijn, schuld en de dood. Hoe kan iemand met zijn volle verstand optimistisch blijven ondanks deze tragische aspecten van het leven?

Pijn, schuld en de dood bieden kansen.

Pijn kun je omzetten in een menselijke prestatie door het waardig te doorstaan, bijvoorbeeld met vriendelijkheid en compassie.

Schuld kan een aanleiding zijn om jezelf te verbeteren.

De dood (of de vergankelijkheid van het leven) kan je er toe zetten om verantwoordelijkheid te nemen en dit om te zetten in actie, want het leven kan elke dag voorbij zijn.

We moeten nooit vergeten dat we zelfs een zinvol leven kunnen leiden als we geconfronteerd worden met een hopeloze situatie, een onveranderlijk lot. In zo’n moment kunnen we het unieke menselijke potentieel op zijn best aanschouwen, namelijk het omzetten van een persoonlijke tragedie in een triomf, het veranderen van een netelige situatie in een uitzonderlijke menselijke prestatie. Als we niet langer een situatie kunnen veranderen, zoals bij terminale kanker, worden we uitgedaagd onszelf te veranderen.Viktor Frankl

Betekenis geven aan het leven

Het is bijzonder hoe Viktor Frankl schrijft hoe gevangenen in Auschwitz die opgaven meestal als eersten overleden. Niet door een tekort aan voedsel of medicijnen, maar een tekort aan hoop, het gebrek aan een zinvol bestaan.

Lijden kun je trots op zijn
Viktor Frankl

Frankl bleef in leven door de gedachten aan het terugzien van zijn vrouw en dat hij kon delen met anderen wat hij in Auschwitz had ontdekt op het gebied van psychologie.

In de woorden van Nietzsche: “Wie een waarom heeft waarvoor hij kan leven, kan bijna elk hoe verdragen.”

Hoe kunnen we betekenis geven aan het leven? Er zijn drie mogelijkheden.

De prestatie van een bijzondere creatie of het uitvoeren een goede daad.

Een ervaring (bijvoorbeeld prachtige natuur of cultuur) of een ontmoeting.

En als laatste het waardig doorstaan van onvermijdbaar lijden. Niet een slachtoffer worden van het lijden, maar mentale en spirituele vrijheid behouden.

Er waren goede mensen in een concentratiekamp die veranderden in monsters. Ook waren er mensen die hun kleine beetje voedsel deelden met andere gevangenen. Als je als een waardig mens blijft handelen, kun je daar trots op zijn.

Wat kunnen we leren van judo?

Jigorō Kanō schreef: “Judo leert ons zoeken naar de best mogelijke manier van handelen, ongeacht de individuele omstandigheden, en helpt ons begrijpen dat bezorgdheid een verspilling van energie is.”

Daarom is het begerenswaardig dat we ook tijdens het lijden onszelf niet verliezen in bezorgdheid en egoïsme, maar waardig leven. We bewaren onze zelfbeheersing en handelen zoals de situatie op dat moment van ons verlangt volgens de principes maximaal resultaat met minimale inspanning en wederzijdse voorspoed voor zichzelf en anderen.

Zelfvertrouwen en gewenst gedrag stimuleren

Een paar jaar geleden stond ik vol zelfvertrouwen voor een enthousiaste kleuterjudogroep. Ik had de nodige ervaring als judoleraar, maar dit was uitdagend. Wat een chaos! Het was tijd voor discipline en structuur.

Tenminste, dat was mijn idee. De kleuters hadden andere plannen.

Vol enthousiasme begon ik met het waarschuwen van de kleuters. Ik liet er salvo’s ik-boodschappen op los. Het effect op de discipline was beperkt en tijdelijk. De invloed op mijn gemoed was indrukwekkend. Negatieve aandacht geven is helemaal niet leuk.

Een paar jaar later…

Elke donderdagmiddag sta ik voor fantastische judoka. Ik zie het zelfvertrouwen van deze judoka groeien. Ze zijn onderzoekend, durven fouten te maken en luisteren goed. De lessen zijn gestructureerd en er wordt gedisciplineerd gewerkt. De sfeer is ontspannen en iedereen helpt elkaar.

Wat is er veranderd in een paar jaar?

Natuurlijk blijf je onderzoeken en verbeteren als judoleraar. Zie bijvoorbeeld mijn blog over differentieel leren. Er is nog een verandering die veel impact heeft gehad: ik waarschuw veel minder.

Stimuleer zelfvertrouwen, benoem gewenst gedrag

Als ik iets wil uitleggen, richt ik me niet langer op het ongewenste gedrag. Ik richt me op het gewenste gedrag. Als Marietje niet netjes gaat zitten bij matte en Pietje wel, dan richt ik me tot hem “Jeetje Pietje, wat zit je toch ver-schrik-ke-lijk mooi.”

Dit werkt fantastisch. Mijn gemoed is veel beter. Ik ben positief en mag iemand complimenteren. Pietje voelt zich ook geweldig, want hij doet het goed. Marietje raakt niet gedemotiveerd, want ze krijgt niet te horen wat ze verkeerd doet en weet nu wat er van haar wordt verwacht.

Dit continue toepassen is lastig, want als leraar wil ik graag veel technische verbeteringen benoemen. Natuurlijk kun je dit blijven doen. Dit kan door bijvoorbeeld Pietje zijn ō-soto-gari niet te verbeteren met “Pietje, zwaai je been eens iets hoger op. Hij staat alweer op de grond.”. Je verbetert Pietje door het complimenteren van Marietje. “Marietje, wat fan-tas-tisch hoe jij met jouw voet bijna het plafond raakt.”

Zelfvertrouwen volgens dr. Ivan Joseph

Van de week tipte Barry Faas, een ge-wel-di-ge fysiotherapeut, mij over een filmpje van dr. Ivan Joseph over “The skill of self confidence”. Hij geeft een paar mooie tips over het opbouwen van zelfvertrouwen.

De derde tip (rond 8:50) gaat over wat ik hierboven beschrijf. Het is leuk dat hij hetzelfde ervaart, maar Dr. Joseph legt het nog veel mooier uit. Sporters weten vaak zelf wel wat fout gaat, dat zien ze aan het resultaat van hun handeling (bijv. uke komt niet uit de houdgreep). Dat hoeft een coach niet te benadrukken.

Zoek daarom niet naar fouten. Zoek naar gewenst gedrag bij de sporter of iemand anders in het team en vergroot dit door het te benoemen. Als we veel horen wat fout is of beter kan, dan heeft dit invloed op ons zelfvertrouwen.

Als we regelmatig een compliment ontvangen, dan leven we op.

We willen de kinderen vangen in het moment dat ze goed bezig zijn en daarvoor belonen. Het doel is het versterken van het gewenste gedrag en het zelfvertrouwen. Dat gedrag kan van alles zijn, een technisch detail in een goed uitgevoerde techniek of netjes zitten tijdens een uitleg.

Een handig gereedschap voor zelfvertrouwen

Deze methode kan overigens in veel situaties worden toegepast. Het werkt ook in de opvoeding thuis. Volwassen zijn er ook gevoelig voor, bijvoorbeeld in (project)teams. Mijn ervaring is dat de sfeer verbeterd en de prestaties toenemen.

Het werkt niet altijd en overal, maar het is een super handig gereedschap. Ik grijp er graag naar, want ik heb er zoveel positieve ervaringen mee. Niet alleen als ik het zelf toepas, maar ook als we er mee werken in een team.

Ik hoop dat veel mensen deze methode reeds gebruiken. Als je het nog niet gebruikt, wil ik je uitnodigen het eens in de vorm van een experiment uit te proberen. Als je deze methode regelmatig toepast, hoop ik dat je dezelfde positieve effecten op jouw groep en stemming ervaart.

Met dank aan Barry Faas voor de inspirerende gesprekken keer op keer.

Differentieel leren

Je oefent duizend waza (technieken). Toch ervaar je tijdens randori of het sparren dat in de praktijk weinig technieken lukken. Is differentieel leren een oplossing?

In Trainingsmethodes voor krijgskunsten citeerde ik: “Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent.” Ik ben erachter gekomen dat dit op verschillende manieren wordt geïnterpreteerd.

Misinterpretatie van 1 techniek 1000 keer oefenen

Sommigen dachten dat ik uchi-komi bedoelde. Een techniek duizend keer op de perfecte manier inzetten. Alsof er een perfecte manier bestaat. Worpen lukken na uchi-komi nog steeds zelden in randori, omdat de praktijk weerbarstiger is. In een dynamische situatie zijn vele variabelen.

Wees niet bang voor een man die 1000 technieken oefent, wees bang voor de man die 1 techniek 1000 keer oefent

Echter, ik denk aan een klein aantal technieken op veel verschillende manieren trainen. Bijvoorbeeld het maken van een waza met allemaal vormen van vastpakken, afwijkende posities, in slow-motion uitgevoerd of waarbij tori een bal moet wegschoppen.

Impliciet leren tijdens budofestival

Jouw lichaam en geest gaan zich aanpassen aan de dynamische situatie. Door het spelen met de technieken, kun je ontdekken wat werkt. Wat zijn de grenzen van de techniek? Wanneer werken de principes van een techniek niet meer? Jouw hersenen worden continu gestimuleerd met nieuwe prikkels.

Op deze manier ging mijn judo sneller vooruit. Omdat ik technieken zelf ‘onderzocht’ in plaats van leerde via complexe technische aanwijzingen, kon ik de technieken langer onthouden en sneller toepassen in randori. En experimenteren is leuk.

Differentieel leren

Joop Pauel heeft een interessante presentatie over differentieel leren gegeven. Het heeft meerdere overeenkomsten met bovenstaande methode die ik onbewust al jaren voor mijn leerlingen en mezelf toepas.

Nu kan ik mijn methode verder verfijnen op basis van het onderzoek naar differentieel leren. Zodoende focus ik bijvoorbeeld nog meer op impliciet leren. Ik beperk mijn (technische) aanwijzingen en geef vrijheid voor het oplossen van een opdracht.

Diffentieel leren tijdens budofestival
Zus en Zo foto

Geen uchi-komi meer?

Dit betekent overigens niet dat uchi-komi geen plek meer heeft in het judo. Zeker voor een judoka die meerdere uren per week traint kan uchi-komi interessant zijn. Varieer wel met verschillende vormen.

Voor de judoka die 1 tot 2 uur per week traint. Probeer veel te ‘spelen’ met een techniek. Ervaar of je sneller vooruit gaat en technieken beter lukken in randori, doordat je gewend raakt aan de dynamische situaties.

Lees ook: Niet het vele is goed, maar het goede is veel

Uiteraard is er nog veel meer belangrijk voor het toepassen van waza in randori. Alleen differentieel leren is geen wondermiddel. Probeer het uit en onderzoek of het werkt voor jou.

Kijk ook eens naar de blog over Shin Gi Tai , omdat naast de techniek/principes (gi) ook de geest (shin) en het lichaam (tai) belangrijk zijn.

Wat is de zee diep!

Van de week las ik het bijzondere boek Zen in de oosterse martiale kunsten van Taisen Deshimaru uit. Ik geloof in bunbu ryōdō, de weg van het zwaard en de pen. Elke keer leer ik ontzettend veel en ontdek ik hoe weinig ik nog weet. De zee is ongelofelijk diep.


Een man zag op een dag vanaf een kaap voor het eerst van zijn leven de zee.
‘Wat is dat mooi! Wat is die groot!’ zei hij met een brok in zijn keel.
‘En dan te bedenken,’ zei mijn vriend tegen hem ‘dat je alleen nog maar het oppervlak ziet.’Zen en de oosterse martiale kunsten (Taisen Deshimaru)
Studeren

Gevecht met de ‘goede’ en ‘slechte’ golven

Het boek Sapiens van Yuval Noah Harari biedt een interessante kijk op de geschiedenis van de mensheid in drie grote golven: de agrarische, industriële en wetenschappelijke revolutie. Dit wordt op een luchtige manier verteld.

Tijdens het lezen heb ik mijzelf meerdere malen afgevraagd in hoeverre de principes van judo zijn toegepast door de Homo sapiens. Onze geschiedenis roept in ieder geval regelmatig verbazing op.

In een van de laatste hoofdstukken over geluk staat de onderstaande vergelijking tussen het najagen van geluk en de golven in de zee. Het is gebaseerd op (zen)boeddhistische inzichten.

Vergelijk het met een man die tientallen jaren aan de kust staat en bepaalde ‘goede’ golven toejuicht en probeert te voorkomen dat ze in de branding uiteenvallen, terwijl hij ‘slechte’ golven probeert weg te duwen om ze uit zijn buurt te houden. Dag in, dag uit staat die man op het strand en hij maakt zichzelf helemaal gek met die vruchteloze opgave. Uiteindelijk gaat hij in het zand zitten en laat hij de golven maar gewoon komen en gaan zoals ze komen en gaan. Wat een rust ineens!Sapiens (Yuval Noah Harari)

De vergelijking is ook relevant in budo.

Strand en golven Marie-José en SebastiaanEnerzijds is het moraal van het verhaal direct fysiek toepasbaar in de krijgskunsten. Het gebruiken van de kracht (golven) van de ander in plaats er tegen te verzetten.

Anderzijds is het toepasbaar in het dagelijks leven. ‘Goede’ of ‘slechte’ gedachten (golven) ebben allemaal weer weg. We willen sommige pijnlijke momenten liever verdrijven. Andere fijne momenten willen we zo lang mogelijk aan vastklampen. Uiteindelijk is alles zoals het is. Er zijn slechts golven. Niets was, niets wordt, alles is.

De Wim Hof Methode en het ijsbad

Een woensdagochtend in augustus. Vandaag ga ik eindelijk de WHM Fundamentals Workshop volgen. Wim Hof, ook bekend als “The Iceman”, trok een paar jaar geleden mijn aandacht met zijn bijzondere ijsbad-methodiek en prestaties. Zoals een grote afstand onder het ijs zwemmen en de hoogste bergen beklimmen in een korte broek.

Nu was het eindelijk zover. Ik zou zelf kopje onder gaan in zijn methodiek. Niet langer lafjes koud douchen. Nee, een echt ijsbad. Helaas niet bij de meester zelf, want die doet vooral de grote klussen. De workshop werd gegeven door één van de instructeurs van Wim Hof in het pittoreske centrum van Utrecht.

Persoonlijke doel

Wim HofIk begon de workshop zonder duidelijk doel. Wim is een inspirerende man en ik wilde graag zijn methode ervaren. Tijdens de standaard voorstelronde kwam ik wel tot een aantal flarden van gedachten. Buiten de comfortzone stappen. Kijken of ik net als Wim Hof de ‘grenzen’ van mijn lichaam en geest kan verleggen. Onderzoeken of ik meer innerlijke kracht kan benutten met zijn methode.

Daarnaast heb ik sinds mijn geboorte last van allergieën en een beter immuunsysteem staat ook in het rijtje met voordelen van de Wim Hof Methode, dus wie weet…

Het ijsbad

Het reizen met de NS was de eerste stap uit mijn comfortzone. Na een uitgevallen trein waren Marie-José, Irene en ik precies op tijd voor de workshop. Bij een ontspannen binnenkomst in de workshopruimte stond pontificaal het ijsbad op ons te wachten. Was het een gimmick, de spanning opbouwen of een kans op een voorproefje door af en toe alvast te voelen?

In de workshop van de Wim Hof Methode staan de drie pilaren centraal: toewijding, ademhaling en koudetherapie.

Toewijding

Tijdens deze oefeningen moesten we tien minuten lang in de squat staan en bewegen over de grond naar de andere kant van de zaal als een salamander.

Het onderliggende idee van beide fysieke uitdagingen is het focussen op de ademhaling, zodat deze synchroon loopt met de beweging. De aandacht is gericht op de ademhaling/beweging (het proces) in plaats van de andere kant van de zaal bereiken (het resultaat).

Door toewijding met focus en vastberadenheid kan het lichaam veel meer. De geest geeft veel sneller op dan het lichaam in dit soort situaties. De groepsdruk is overigens ook zeker effectief in deze situatie.

Ademhaling

IJsbadAdemhaling is ontzettend belangrijk. Als je het een tijdje niet doet, ga je dood. Een goede, diepe ademhaling biedt veel voordelen voor de gezondheid. Het is bijvoorbeeld een effectief medicijn tegen stress.

In budo vormt de ademhaling ook de basis. De ademhaling heeft invloed op de postuur en balans. Uiteraard bepaalt de kwaliteit van het ademen ook voor een groot deel ons uithoudingsvermogen.

Hoe ademhaling en innerlijke kracht samengaan is een onderwerp waarin ik nog steeds veel onderzoek en betudeer. Lees voor inspiratie deze interessante blog van The Budo Bum: The only things I really teach are how to breathe and how to walk en het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur.

Het ademhalen in de Wim Hof Methode heeft veel weg van hyperventileren. Het begint met 30-40 versnelde ademhalingen, daarna moet je volledig uitademen en stoppen met ademhalen. Als je weer een ademprikkel voelt, dan volledig inademen en 15 seconden vasthouden. Dit hele proces herhaal je zo’n drie tot vier keer.

Sommige deelnemers zagen na deze oefening vlekken en werden licht in het hoofd. Ik had vergelijkbare ervaringen wel meegemaakt tijdens een zenweekend (lees ook In het oog van de orkaan), maar niet zo sterk na deze ademhalingsoefening.

Nu moet ik toegeven dat ik ook niet de gehele tijd volledig kon focussen. Ik voelde wel dat mijn handen tintelden en zowel handen als voeten koud werden (het tochtte een beetje).

De eerste keer deden we deze oefening rustig en liggend en de tweede keer snel en zittend. Na de snelle oefening gingen we direct zo veel mogelijk opdrukken. Voor mijn gevoel ging dit soepeler en met minder verzuring dan anders. In de toekomst wil ik dit een paar keer proberen, zodat ik beter kan ervaren of er verschil is met en zonder deze manier van ademhalen.

Koudetherapie

Na alle opbouwende oefeningen was het eindelijk tijd voor de grote finale. Het ijsbad. Marie-José en Irene mochten als dames eerst. Zij namen zonder grote problemen het ijskoude bad en kwamen knalrood en koud het bad uit. Door in beweging blijven, ademhaling en warme thee warmden zij gelukkig snel weer op. Een knappe prestatie.

Een paar deelnemers later was het mijn beurt. Nog even een paar keer diep ademhalen en het bad instappen. Nog een extra hap zuurstof en dan in één keer zakken in het bad tot aan de nek. Gelukkig kon ik vrij snel mijn ademhaling hervatten en was de stressvolle situatie naar omstandigheden onder controle. Ik kon zelfs even soort van lachen.

De begeleider vroeg of ik met mijn hoofd onder water durfde, maar dit wou ik niet. Na ongeveer twee minuten moest ik het bad weer uit en dit vond ik niet erg.

Uit het bad was ik vrij snel weer op temperatuur. Een lichte euforie nam me over dat ik het had voltooid, maar het was allemaal erg snel voorbij gegaan.

Nadat iedereen de uitdaging had doorstaan, kreeg ik de kans voor een tweede ijsbad. Geen twijfel mogelijk en enthousiast (als een van de weinigen) ging ik richting het bad voor een tweede ronde. Mijn vermoeden was dat de tweede keer waarschijnlijkminder stressvol zou zijn en ik het bewuster kon ervaren.

De tweede keer daagde ik mijzelf uit toch mijn hoofd onder water te stoppen. Een heftige ervaring. De ademhaling helpt met focus en dit kan niet onder water. Ik hield het even vol en kwam vervolgens snakkend naar adem boven. Uiteindelijk kon ik na een paar seconden weer mijn ademhaling hervatten en mijn focus hervinden, waarna ik ‘rustig’ het bad uitstapte.

Met een heerlijke, warme cappuccino en lekkernij besproken we de workshop nog eens door. Dit voelde als een fijne comfortzone.

Hierna voelde de workshop als afgelopen. Het ijsbad was de climax. Na een afrondend praatje en het aantrekken van warme kleren volgde het afscheid. We liepen door het prachtige centrum van Utrecht en kwamen een leuk koffietentje tegen. Met een heerlijke, warme cappuccino en lekkernij besproken we de workshop nog eens door. Dit voelde als een fijne comfortzone.

Conclusie

Ik ben trots dat ik het ijsbad ben ingestapt met mijn hoofd onder het ijskoude water. Dit was het verleggen van mijn grenzen en vinden van controle in een stressvolle situatie. Het is fascinerend hoe de ademhaling samenhangt met rust, focus en vastberadenheid.

De workshop zelf voelde een beetje oppervlakkig. Een paar kleine oefeningen met als ‘gimmick’ het ijsbad. Ik denk dat een langere workshop meer diepgang biedt. Er is dan meer tijd voor het bespreken van de theorie en ervaren van de verschillende oefeningen.

Ik miste vooral de ‘begeisterung’ van Wim Hof. Net als Wim heeft onze trainer het nodige meegemaakt. Ook is hij vakkundig en begaan met de deelnemers. Wellicht bewaakt hij zelfs beter de grenzen van de deelnemers dan Wim Hof. Toch miste de ongeremde energie van Wim. Het daadwerkelijk verbreken van de eigen grenzen. Uiteraard is dit minder verstandig in verband met veiligheid, maar het is wat mijn aandacht in eerste instantie heeft getrokken.

En nu?

De komende tijd ga ik de ademhalingsoefeningen oefenen en koud douchen in combinatie met yoga en meditatie. Ik ben benieuwd of ik de effecten nog bewuster kan ervaren.

Daarnaast ben ik de laatste tijd geïntrigeerd door innerlijke kracht. Zaken als ademhaling en postuur vind ik erg interessant en wil ik zeker verder onderzoeken met behulp van onder andere het boek Hidden in Plain Sight van Ellis Amdur en het toepassen van een aantal ademhalingstechnieken in randori en kata. Niet door het volgen van workshops, maar het zelf onderzoeken en ervaren.

Overpeinzingen van een oude man

Vorig jaar september werd ik 31 jaar. Henk de Vries feliciteerde mij op Facebook met mijn verjaardag met het volgende bericht: “Ik wacht wel even op een blog met overpeinzingen van hoe het is om alweer een jaartje ouder te zijn. Daar kun je zo langzamerhand vast wel wat mee!”

Overpeinzingen vallen niet mee

Het even werd een lange tijd. Overpeinzingen vallen niet mee. De keuzes sinds mijn geboorte. Waar hebben ze me gebracht en waar brengen ze me heen? Wil ik doorgaan op deze weg of een ander pad kiezen?

Ik twijfel regelmatig of ik wil blijven bloggen. Het maakt me bewuster van de gedachten in mijn hoofd, evenzo deze continu veranderen. Toch wil ik liever op de achtergrond blijven. Aan de andere kant deel ik mijn ideeën graag, zodat ik van de reacties kan leren en hopelijk mensen inspireer.

Jezelf beschrijven is gelijk aan proberen te bijten op je eigen tandenAlan Watts

Perfectionisme ligt bovendien altijd op de loer. Ik kan het nooit goed genoeg doen. Het is een reden om in de schaduw te blijven. Dan kan niemand kritiek leveren. Echter, dan worden mogelijke talenten niet ontwikkeld of blijven verborgen.

Het bewegen op dit vlak deed me beseffen dat ik vol tegenstellingen zit. Desondanks laat ik door het ouder worden steeds makkelijker los wie ik denk te zijn en wat anderen zien, daarbij kiezend voor mijn eigen weg. Dat is een van de effecten van een leven lang judo, een lenige geest en evenwichtige houding.

In mijn ‘jongere’ jaren dacht ik dat lichaam en geest een tegenstelling zijn. Niets is minder waar. Shin, gi, tai heeft mij hierbij op weg geholpen.

Shin, gi, tai

De uitdrukking “shin, gi, tai” komt regelmatig voor in budo. Shin staat voor de geest (evenals hart en spirit), gi voor techniek en tai voor het lichaam. Een goede budoka heeft deze eigenschappen in balans.

Als jongetje was ik vooral bezig met tai. Een snel lichaam en steeds sterker worden. Het fysieke. Ik merk dat naarmate ik ouder word ik via gi (techniek) langzaam meer aandacht heb voor shin (geest).

Ju-no-kataIk ben nog altijd op zoek naar een fijne balans. Niet een prediker die alleen mysterieus praat over budo vroeger en innerlijke kracht. Geen eenzijdige technicus die alleen vage, onpraktische technieken tot in detail uitlegt of een instructeur die zijn leerlingen alleen duizenden uchi-komi laat uitvoeren.

Ik wil een balans vinden tussen efficiënte en effectieve technieken die worden versterkt door attributen zoals doorzettingsvermogen, snelheid, lenigheid en kracht. Daarbij aandacht hebben voor de geest, ademhaling en het ervaren van de diepere principes van budo.

Door het ouder worden is het accent misschien verschoven van tai naar gi en shin. Toch voel ik me nog jong. Dit komt omdat lichaam en geest niet alleen een tegenstelling zijn, maar tevens hetzelfde. Een sterke geest leidt tot een sterk lichaam en vice versa.

Jij en ik

De tegenstelling tussen jou en mij is in de jaren ook minder groot geworden. Ik vergelijk mezelf minder met anderen en geniet er meer van dat jij sterkere kanten hebt. Door het oog hebben voor de kennis en vaardigheden van anderen, heb ik na vele uren inspanning het cliché ervaren: ik weet dat ik niets weet.

De zin van het leven is gewoon om te leven. Het is zo vanzelfsprekend, zo duidelijk en zo eenvoudig. Toch rent iedereen in paniek rond alsof het nodig is om iets te bereiken dat boven zichzelf uitstijgt.Alan Watts

Naast mezelf niet langer vergelijken, wil ik ook loslaten dat ik me moet bewijzen. Wegblijven van macht en politiek. Tenzij ik daarmee het doel jita kyōei, wederzijdse voorspoed voor mezelf en anderen, bereik. Zelf afwegen of bepaalde zaken er over een paar jaar nog toe doen.

Liever focussen op het hier en nu. Werken aan mijn eigen weg. Samen genieten met vrienden op en buiten de tatami.

Mada, mada

Studeren / OverpeinzingenOndanks dat ik ouder word, ik leer loslaten en mezelf niet langer wil bewijzen, blijf ik zoeken naar verbetering. Er is nog zoveel te leren en de balans tussen shin, gi, tai blijft verschuiven tot ze een zijn.

Dit kan met behulp van bunbu ryōdō, de weg van het zwaard en de pen. Met andere woorden nog vele uren in de dōjō voor het trainen van lichaam en geest met judo, Braziliaans jiujitsu en yoga. Het bestuderen van boeken over filosofie en krijgskunsten. Het lesgeven om kennis over te dragen en zelf van te leren. Het spelen op de gitaar. En… voorlopig het schrijven van blogs en bespreken met anderen. Mada, mada, op 31-jarige leeftijd ben ik er nog niet!

Een duizendpoot, een pad en judo

Een hele tijd geleden bladerde ik in een boek van mijn bonuskinderen. Ik kan helaas niet terugvinden hoe het boek heet. Er staat in het boek een mooi verhaal over een duizendpoot en een pad.

‘Er was eens een duizendpoot die fantastisch kon dansen met al haar duizend poten. Als ze danste, kwamen alle dieren uit het bos kijken. En iedereen was diep onder de indruk van de prachtige dans. Maar een dier vond het niet leuk dat de duizendpoot danste. Dat was een pad…’

‘Die was natuurlijk gewoon jaloers.’

‘“Hoe kan ik ervoor zorgen dat de duizendpoot niet meer danst?” dacht de pad. Hij kon niet gewoon zeggen dat hij de dans niet mooi vond. Hij kon ook niet zeggen dat hij zelf beter danste, dat zou belachelijk klinken. Toen broedde hij een duivels plan uit.’

‘Vertel op!’

‘Hij schreef een brief aan de duizendpoot. “O onovertroffen duizendpoot!” schreef hij. “Ik ben een toegenegen bewonderaar van je prachtige danskunst. Ik zou graag willen weten hoe je dat doet. Is het zo dat je eerst linkerbeen 228 optilt en dan rechterbeen 59? Of begin je de dans door rechterbeen nummer 26 op te tillen voordat je rechterbeen nummer 449 optilt? Ik ben zeer benieuwd naar je antwoord. Groetjes, de pad”.’

‘Allemachtig!’

‘Toen de duizendpoot de brief kreeg, begon ze er meteen over na te denken wat ze nu eigenlijk deed als ze danste. Welke poot bewoog ze het eerst? En welke poot daarna? En wat denk je dat er gebeurde?’

‘Ik denk dat de duizendpoot nooit meer gedanst heeft.’

‘Ja, zo liep het af. Zo gaat dat wanneer de fantasie wordt verstikt door het verstandelijk redeneren.’

Wat is de moraal van het verhaal? Ik zie er een paar wijze lessen in.

Het is belangrijk dat we niet alles ‘dood’ redeneren. Het principe seiryoku zen’yō kan er toe leiden dat we blijven analyseren, waar we ook moeten ervaren. Perfectie is onmogelijk, want het kan altijd beter.

Echter, het verstandelijk redeneren beperkt de fantasie. Analyseren leidt er toe dat je niet in een flow raakt. De schoonheid en vrijheid van het bewegen kan verloren gaan. Uiteindelijk is er meer inspanning nodig voor een maximaal resultaat. Daarom is een goede balans tussen analyseren en ervaren belangrijk.

In de film “The Last Samurai” zit een mooie scène die dit illustreert. “Too many mind.”

De pad speelt ook een interessante rol in het verhaal. Hij drukt uit waarom het andere judoprincipe “jita kyōei” belangrijk is. Als je een vraag stelt of feedback geeft, dan is het doel de ander helpen of zelf leren. Als het alleen is voor het bevredigen van het eigen ego, kunnen we waarschijnlijk beter ons mond houden en onze eigen gedachten onderzoeken. Hierover schreef ik eerder in “Een leven lang leren”.

Ik vind het een veel mooiere gedachten dat we de duizendpoot complimenteren voor de schoonheid van haar dans en het plezier dat zij de anderen dieren schenkt. We kunnen kiezen voor het altijd analyseren, een mogelijke verbetering zien en de ander bekritiseren. Of we kunnen het verstandelijk redeneren af en toe beperken en de fantasie de vrije loop laten. Genieten van het moment.

Herken je dit ook in het verhaal? Zie je er nog andere wijsheden in? Laat het weten in de reacties…

Concentratie en gewaarzijn

Dit is een gastblog door Marc van Heyningen. We beoefenden vroeger samen jujutsu en ik vind zijn inzichten nog altijd interessant. Ik herinner me van vroeger dat hij examen deed in de oude dojo. Allemaal mensen bewogen nerveus en excessief over de mat, terwijl Marc rustig in een hoekje in kleermakerszit zat met zijn ogen gesloten. Tegenwoordig is hij mindfulnesstrainer en coach. Het is vast geen toeval dat concentratie en gewaarzijn het onderwerp zijn van deze gastblog.


Concentratie en gewaarzijn
Over meditatie in de krijgskunst

In de mindfulnesstrainingen die ik geef starten we altijd met het oefenen van concentratie. Het is eigenlijk gewoon een vaardigheid, die door veel oefenen steeds sterker wordt. Net zoals je bijvoorbeeld naar de sportschool zou gaan om je spieren te trainen.

Deze focus of concentratie is ook nodig in de vechtkunst. Of je het nu over vroeger hebt op het slagveld, waar het je direct je leven kon kosten als je er niet bij was met je hoofd, of over het beoefenen van een vechtsport, waarbij je ook al je concentratie nodig hebt om je tegenstander te verslaan.

Focus, concentratie, met je aandacht in het hier en nu zijn, is daarmee een belangrijke kwaliteit om bij jezelf te ontwikkelen. Meditatie is een manier om dit te doen. Bijvoorbeeld door te beginnen met je gewaar te zijn van de beweging van de adem in je lichaam en elke keer dat je afgeleid raakt je aandacht hier weer terug te brengen.

Echter is er ook keerzijde aan concentratie. Het kan leiden tot tunnelvisie. Als ik te veel gefocust ben op die ene vijand, zal ik de vijand die mij van opzij of achteren benadert missen. Ook dat kan me het leven kosten. Of wanneer ik teveel gefocust ben op de beweging van die ene arm van m’n tegenstander, zal ik andere bewegingen die hij inzet missen.

Daarom is er ook zoiets nodig als ‘open gewaarzijn’, wat mijn leraar Ju Jutsu ook wel ‘metsuke’ of ‘krijgskijken’ noemde. Hierbij richt je je aandacht eigenlijk op niets specifiek en neem je als het ware alles in je omgeving tegelijk waar. Het is een open blik die je helpt om veranderingen overal rondom je sneller waar te nemen.
Concentratie - Open gewaarzijnOok dit beoefenen we in meditatie, dit keer juist door elke vorm van focus los te laten en gewoon te zien wat er voorbij komt in je ervaring: de adem, gedachten, gevoelens, geluiden, lichamelijke gewaarwordingen, beelden etc.

Je zou het eigenlijk kunnen zien als twee uiteinden van een doorlopend spectrum. Aan de ene kant concentratie, aan de andere kant open gewaarzijn. Beiden zijn nodig, en niet alleen in de vechtkunst. Zo is het heel fijn om je volledig op een probleem te kunnen concentreren om het op te kunnen lossen, terwijl het aan de andere kant soms beter kan zijn om er even afstand van te nemen en ‘out of the box’ te denken.

Het gaat dus uiteindelijk om de balans. Door beiden te trainen en te ontwikkelen, breid je als het ware je mogelijkheden uit. Je hebt meer vaardigheden ontwikkelt om met situaties om te gaan, zowel in je vechtkunstbeoefening, als in het dagelijks leven. Want is daar uiteindelijk wel zoveel verschil tussen?

En de vraag is misschien ook nog: Is het ook mogelijk om beiden tegelijk waar te nemen? Dat je je tegelijk concentreert en gewaar bent van alles om je heen?

Wat is jouw ervaring hierin?

Marc van Heyningen
Mindfulnesstrainer, coach en vechtkunstbeoefenaar

Interesse gewekt? Wil je een Mindfulnesstraining volgen of zoek je individuele training of coaching op dit gebied? Zie www.siendo.info.

De geest van een beginner

Zoals gepubliceerd in het NVJJL Budomagazine (december 2017).

ShoshinEen goede leraar is een expert. Hij heeft vaak jaren gewerkt aan het aanscherpen van zijn kennis en vaardigheden. Hij is door schade en schande wijs geworden. Door het proberen van vele mogelijkheden heeft hij ontdekt wat wel en niet werkt en heeft zodoende veel ervaring opgedaan. Deze ervaring is zeer waardevol voor andere judoka.

Op basis van zijn ervaring kan de leraar anderen coachen. Hij kan een judoka voor bepaalde valkuilen behoeden of ze juist bewust laten ervaren en helpen met reflecteren. Een goede leraar vertelt soms letterlijk hoe een bepaalde techniek moet worden uitgevoerd. Andere keren vertelt hij alleen waar de judoka moet zoeken en laat hij hem of haar in het ongewisse. Uiteraard kan hij ook coachen op andere vlakken, zoals een goede mindset en het delen van levenswijsheden.

Ervaring is dan ook een geweldig bezit. Echter, het brengt ook risico’s met zich mee. Er kan een gevoel ontstaan dat men alles al weet. De leraar groeit zelf niet meer in zijn kennis en vaardigheden, omdat hij is gebonden door een vast patroon van ideeën. Een ōsotogari kan bijvoorbeeld alleen nog op zijn manier.

Door een starre houding doet de leraar de judoka en zichzelf tekort. Hij kan namelijk nog steeds groeien als hij blijft openstaan voor het verkennen van nieuwe mogelijkheden. Het volgende citaat van Friedrich Nietzsche inspireert mij altijd: “Waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn.”

Hoe kan een expert open blijven staan voor vernieuwing? Nieuwe ideeën kunnen zich in verschillende vormen manifesteren. Een beginnende judoka kan bijvoorbeeld vragen of een techniek ook op zijn manier kan worden uitgevoerd. Misschien is de eerste gedachte van een ervaren judoleraar: “Nee, het hoort op mijn manier.”

Kan het ook zijn dat de ‘beginner’ een andere of betere manier heeft, omdat hij niet wordt gehinderd door ervaring (vaak vergezeld met vooroordelen)? De leraar kan dit samen met de judoka onderzoeken. Wellicht is de andere manier even goed of zelfs beter. Dan is het een win-winsituatie. De judoka en judoleraar groeien allebei.

Een ander voorbeeld. Een judoleraar wordt tijdens workshops regelmatig geconfronteerd met een nieuw idee. Hoe moeilijk is het onderzoeken met een open geest van nieuwe ideeën? Ervaring wil deze zo graag bij voorbaat onzinnig verklaren. “Het heeft voor mij altijd zo gewerkt, dus waarom zou het op een andere of zelfs betere manier kunnen?” Kan de expert de geest van beginner aannemen en de mogelijkheden met een open geest zonder vooroordelen uitproberen?

Het is de kunst om tussen de geest van een expert en beginner te schakelen. De expert kan bepaalde valkuilen vermijden, omdat hij reeds vele mogelijkheden heeft geprobeerd. De beginner kan daarentegen ongehinderd door ervaring opgaan in het moment en vele mogelijkheden zien. Ook mogelijkheden die de expert op basis van zijn ervaring over het hoofd ziet. Op deze manier hebben beide mindsets hun waarde.

Als je geest leeg is, is hij altijd gereed tot iets; hij is open voor alles. In de geest van de beginner zijn er vele mogelijkheden, in die van de ervarene maar enkele.Shunryū Suzuki